Nederlanders voelen zich tekortgedaan en zijn onbeleefd

Door Paul Schnabel (directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau en als universiteitshoogleraar verbonden aan de Universiteit Utrecht) en Christoph Driessen (historicus en journalist. Dit jaar verscheen in Duitsland zijn boek Geschichte der Niederlande  Von der Seemacht zum Trendland).

Zelfs tijdens een recessie maken Nederlanders zich vooral druk om het asociale gedrag van anderen. Zelfkritiek is er niet. Daar zijn we veel te bijzonder voor, stelt Paul Schnabel.

Onbewust asociaal is het motto van de honderdste campagne van SIRE. Een hoffelijke manier om horkerigheid te verontschuldigen. Erg vriendelijk, maar hebben we dan echt niet in de gaten dat we met onze muziek anderen erg kunnen hinderen?

Lees het volledige artikel van Paul Schnabel op nrc.nl/opinie.

Sociale conventies dienen als uiting van achting voor anderen. Het zou beslist geen kwaad kunnen als dat Nederlanders wat meer werd bijgebracht, meent Christoph Driessen.

Zijn Nederlanders onbeleefd? Voor mij, als Duitser, zou het onbeleefd zijn deze vraag met ‘ja’ te beantwoorden. Laat ik zeggen: de Nederlanders zijn direct – veel directer dan andere volkeren.
Behalve in Duitsland heb ik ook enkele jaren in Nederland, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten gewoond, maar alleen in Nederland is het me gebeurd dat op mijn verjaardag een vriendin me opbelde om te zeggen dat ze gewoon geen zin had om naar mijn feestje te komen, en dat ze liever een duinwandeling ging maken. In Duitsland en beslist in Amerika – om van Engeland maar te zwijgen – zou men in dit geval zijn toevlucht hebben genomen tot een leugentje om bestwil, maar Nederlanders vinden nu eenmaal dat je je vrienden nooit mag voorliegen, maar dat je het beste altijd duidelijk en ronduit kunt zeggen wat je vindt.

Lees het volledige artikel van Christoph Driessen op nrc.nl/opinie.


Dit bericht heeft 127 reacties op “Nederlanders voelen zich tekortgedaan en zijn onbeleefd”

  1. Reinalde van Santinghe zegt:

    Gek dat meneer Schnabel altijd zo wereldvreemd reageert en schrijft. Gaat deze professor nooit zelf de publieke ruimte in? Ziet hij nooit hoe (gewone) mensen wel degelijk met veel hoffelijkheid en innerlijke beschaving met elkaar omgaan? Misschien is het een ander “milieu” dan de meneer-met-auto-en-chauffeur gewend is? Voor mij zit meneer Schnabel te vaak op schoot bij het establishment.
    Inburgeren dan maar.

  2. Florentine Janssen - de Soete zegt:

    Opnieuw een parmantig en steriel stukje van de ceo van het SCP, de heer P. Schnabel.
    Land in zicht! O ja? Waar dan? Het water staat ons volgens deze socioloog voortdurend aan de lippen. Wij zijn zo ongemanierd en onwellevend. De gotspe! Wat een Dorknoper is deze man toch.
    Waarom stapt hij niet eens uit zijn ivoren torentje en begeeft hij zich niet een keer tussen de gewone mensen, het gemeen, het plebs dus. Koopt meneer Schnabel weleens een flesje melk bij de melkboer of een broodje bij de “Lidl” ?
    Raar, dat precies deze kaboutersoorten vaak op plekken terecht komt waar het ons de les gaat zitten lezen en kapittelen. Weg met die dure dienstauto man! Reis voortaan tweede klasse OV en geef uw ogen en oren eens eindelijk echt goed de kost.

  3. Jason Janssen zegt:

    Ik ben het een van de weinige keren dat dit gebeurt met mij zus eens. Meneer Schnabel is erg onwerelds en lijkt geen voeling met de realitiet te hebben.
    Maar misschien doet hij maar alsof; heeft hij zich deze attitude aangewend? De Jaarverslagen van zijn SCP worden voor mij ook steeds onwerkelijker.
    Een universiteitsprofessor moet toch genoeg tijd hebben om zich van het werkelijke leven op de hoogte ste stellen, zou ik denken.
    Enfin, ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is, en gelukkig hoef ik niet verplicht naar Schnabel te luisteren. Maar wanneer hij op een openbare website zijn mening ventileert, tja dan wil men weleens reageren. Dat mag gelukkig nog.
    Ik wens de man veel levensvreugde en bergen, stapels, voortschrijdende inzichten! O ja, en weinig autopech met zijn dienstvoiture …..

  4. Gerard Wassekwam zegt:

    Mooi verhaal en vast juist voor grote delen van de Nederlandse populatie, ongeacht of ze auto- of allochtoon zijn.
    Maar ik zou zeggen een nog relevanter kenmerk van veel mensen dan hun narcisme is de “neiging tot generaliseren”.
    Bijvoorbeeld asociaal gedrag is in dorpen vaak weer veel minder dan in steden. In de zuidelijke provincies (juis! Geen calvinistische voorgeschiedenis) minder dan in de randstad.
    Etc.
    Mijn stelling is: veel Nederlanders neigen ertoe hun eigen ongenoegens te generaliseren tot ongenoegens van grote met name aangeduide groepen of de veroorzakers van die ongenoegens tot grote groepen te abstraheren.

  5. Lisa de Wit zegt:

    Dat woordje ‘we’ wordt zo vreselijk vaak misbruikt. En warempel, in dit verhaal van Paul Schnabel gebeurt het weer. Paul, praat alsjeblieft voor jezelf.

    En kom zeker niet met Balkenende aanzetten in een dergelijke discussie. Een premier die geen excuses aanbiedt aan de weduwe van de man die in de ambtswoning van de premier om het leven kwam. Waarom niet? Want het zou geld kosten. Dát is nu werkelijk een voorbeeld van Nederlandse normen en waarden. Daar schaam ik mij voor. Immers, juist zo iemand heeft een voorbeeldfunctie.

    Ik zie ook wel dat er vreemde dingen gebeuren. Feit is wel dat je er zelf iets aan kunt doen. ‘Wie goed doet, goed ontmoet’, ‘goed voorbeeld, doet goed volgen’.

    Heel simpel kun je in een flat de deur openhouden voor buurkinderen en daarbij zeggen: alsjeblieft. Negen van de tien keer is het antwoord: dank je wel. De volgende keer houden zij de deur voor jou open.

    Dat is slechts een voorbeeld. Net zoals je in de buurtsuper ’sorry’ zegt als iemand per ongeluk tegen jou opbotst. Reken maar dat er heel vaak een ’sorry’ terugkomt. En zorg dat je niet chagrijnig kijkt met een bokkenpruik op, maar lach gewoon eens.

  6. P.C.van den Noort zegt:

    Wat een enorm lang artikel over kleinigheden. Gewoon dingetjes die mensen vertellen als ze eindelijk iemand vinden die even wil luisteren, gaat samen met het weer en commentaar op de graaiers.
    Ja maar ik baseer me op een enquette van 21 min. Nou U weet net zo goed als ik dat die niet voldoet aan de eis van at random,hierover is indeze krant onlangs nog gediscussieerd-ook andermans stukken eens lezen !
    Dan die beleefde politiemannen die uitgemaakt worden,komt voor.Helaas weet ik uit ervaring met 112 -bellen hoe het ook de andere kant op gaat,geen wonder zelfs dat mensen boos worden en de verkeerden,de ziekenbroeders,daar voor moeten opdraaien.Wetenschap,zelfs sociologie,moet naar twee kanten kijken.

  7. Sitta van Duuren zegt:

    Waarom zwemt meneer Schnabel niet spoorslags naar Amerika? Mij bevalt het hier goed – met uitzondering van de bevolking onder de Haagse kaasstolp op het pluche, die al jaren onveranderd incompetent en ergerniswekkend is – dus laat P.S. alsjeblieft ophouden met zijn gezeur over die Amerikaanse sheriffs en klikkende handboeien.

    De man is volgens mij zo wereldvreemd als een scheve schaats. Wat zoekt zo’n persoon op die plek. Hoe komt ‘ie daar in hemelsnaam terecht? Daar hoort iemand te zitten met scherp en authentiek sociaal gevoel en groot raakvlak met het werkelijke maatschappelijke gebeuren
    Gijsbert van Bochoven doet een prima voorstel: zet Schnabbel met Babbel, Grabbel en Krabbel in een narrenschip en duw ze af naar Ever-Never-Land.
    Dan kan meneer Schnabel op de boeg staan en luidkeels gillen dat er werkelijk land in zicht is. Amerika opnieuw ontdekken misschien?

  8. A. Stuijt zegt:

    “Speak for yourself”, was een standaardreactie van een klasgenootje van me op de middelbare school (niet in Nederland). Hopelijk heeft u zichzelf deze bijdrage van u voor de spiegel voorgelezen.
    Uiteraard leest uw verhaal alsof u van begin tot einde gelijk heeft, maar dat is dan net zo droevig voor u als voor ons, de rest van dit volk.
    Uw was – is vergelijking (met de meningen van Huizinga) spreekt mij aan en roept herkenning op. En zelfkritiek: hoor ik (nog wel) tot de slinkende groep mensen met voldoende zelfcorrigerend vermogen en de bereidheid dat, elke dag, te doen? Of krijg ik ook dat bijterige dat u treffend beschrijft in mijn omgang met mijn medemensen?
    U kunt het niet bewust hebben meegemaakt, maar ik weet nog dat we hard werken aan het bestrijden van de “asocialen” in dit land. U heeft wellicht niet tevens de opleiding tot straatvechter doorlopen als dagelijks onderdeel van naar school en naar huis lopen. Ik herinner mij geen rustige, beschaafde, vreedzame, samenleving uit mijn jeugd. U wel?
    Ik weet erg zeker dat mijn waarneming scherper is geworden door mijn jeugd dan die van huidige jonge generaties. Ik verzeker u mensen zien die ergerlijke dingen die u zegt inderdaad niet. Tot u hen er op wijst. En dan bent u de boodschapper die er voor moet boeten!
    Gelukkig heb ik wél mijn postuur mee!

  9. G. Verhoef zegt:

    Schnabel zegt: “Meer dan 90 procent van de Nederlanders vindt andere Nederlanders te egocentrisch. Dat heeft iets tragisch en komisch tegelijk: in feite verwijt dus iedereen elkaar te weinig rekening te houden met anderen”. Hij suggereert daarmee dat we anderen verwijten wat we kennelijk zelf ook doen.
    Eerlijk gezegd lijkt me dat onzin. Het kan namelijk heel goed zijn dat de inschatting van 90% van de Nederlanders juist is. Stel 90% is fatsoenlijk, innemend en hoflijk, maar 10% is grof, horkerig en geweldadig. Dan kun je verwachten dat iedere Nederlander dagelijks meermalen in kontakt komt met horken. In een willekeurige schoolklas zitten dus 3 horken, in de tram of de bus ook een redelijk aantal. Voeten op de bank, muziek hard, noem de ergernissen maar op. Dat gedrag overheerst de hoffelijkheid van de anderen zeer. Natuurlijk vinden mensen dan dat “men” zich aso gedraagt. Het zou pas vreemd zijn als het anders werd ervaren. Overigens zullen die 10% echte horken iedereen die hen aanspreekt op hun gedrag als een hork ervaren. Het is dan ook heel goed verklaarbaar dat 90% an de mensen vindt dat “men” egocentrisch is en dat men vabn zichzelf vindt dat hij dat niet is. Ik zal het alvast verklappen: ik behoor ook tot die 90%, ik ben een redelijk hoflijke en vriendelijk man die zich ergert aan horkengedrag van anderen dat veel en veel te vaak voorkomt en waar niets aan wordt gedaan.

    Ik heb dan ook bezwaar tegen de postbus 51 spotjes die suggereren we ons allemaal als horken zouden gedragen. Dat is niet zo, verreweg de meeste mensen gedragen zich fatsoenlijk en ik wens niet impliciet nagedragen te worden dat ik dat niet zou zijn. De overheid dient het echte horkengedrag aan te pakken, de hoerrrr sissende Marokkaantjes, de graaiende bestuurders, de dronken automobilisten. Maar kennelijk lukt dat niet zo goed en worden, als een brevet van onvermogen, de brave burgers via postbus 51 geheel politiek correct beschuldigd van van ales en nog wat. Hopelijk lijdt dat af van de echte problemen. En zo niet, dan kun je altijd nog zeggen dat 90% van de Nederlanders de anderen zulke horken vindt.

  10. G.J. Smeets zegt:

    Het Opiniestuk van dhr. Schnabel is een fraaie illustratie van volledig agnostische moraliteit, ontdaan van (quasi)religieuze tendenties. Daarvoor past hulde, waarvan acte.
    En zoals het een preek betaamt geeft het stuk stof tot denken. Ik doel nu niet op de twijfelachtige waarachtigheid van de scp-statistieken, gebaseerd als ze zijn op de rammelige logische manoeuvres en category mistakes die de statistische analyse eigen is. Afijn, we weten allemaal dat het van wanhoop getuigt als we kwaliteit zichtbaar willen maken via kwantiteit. Maar goed, het is Schnabel’s werk en we hebben hem zelf aangesteld.
    Wat ik wel bedoel is dat het stuk een wat romantische en ook naieve indruk achterlaat. Het beweert dat ons sociale verkeer niet echt deugt doordat we narcistisch zijn. En daar rijst een vraagteken op. Want ondanks een zeer hoge dichtheid van de autochtone & allochtone bevolking in de Lage Landen (inheemse en uitheemse huisdieren en fokvee niet meegeteld) gaat het er heel behoorlijk toe. Nergens in de provincies een bloedige volksopstand of een revolutionair geluid. Ja, grote ergernis over hondenpoep en zwerfblikjes en rumoerig mobieltjesverkeer, maar wat wil je met zo weinig plek voor zo velen. Dat wat betreft de naiviteit. Schnabel bedoelt duidelijk niet dat Lage Landers erg veel mauwen zoals men dat ook doet in Denemarken, Duitsland of Italie. Nee, we deugen niet.
    Wat de romantiek betreft: alle grote dichtwerken, het Oude Testament, de Upanishaden en Leo Vroman’s oeuvre incluis, houden ons voor (als waren ook zij opiniepeilers) dat de wereld geen vredig oord is en dat haar bewoners niet met elkaar verkeren op grond van hoffelijk voor elkaar zijn. Dat is kennelijk nergens en nooit de norm. Als Schnabel van het SCP dat toch als de maat aanprijst heeft hij de dichters genegeerd of hij is erg nerveus. Men vrage zich af welk van de twee het minste kwaad is.

  11. J.M.M.J. Vogels zegt:

    Waarom is ons land zo lomp? Als je de televisie aan schakelt, blaft de rauwe strot je toe. Spraaklessen voor presentatoren zijn er niet meer bij. In het openbaar vervoer ligt men met zijn voeten op de stoelen: Had je wat? Bemoei je met je eige… Paul Schnabel ziet hufterige omgangsvormen vooral als een vorm van narcisme. Iedereen wil graag hoffelijk worden bejegend, maar zelf hoffelijk optreden, de natuurlijke prijs voor zulk een prettig klimaat, dat is er niet bij. Wel willen ontvangen, maar niet bereid zijn te geven, zo is narcisme.
    Als aanvulling op zijn beschouwing wil ik een beeld voorstellen gebaseerd op Darwiniaans denken. Kan het niet zijn dat omgangsvormen voldoen aan de evolutietheorie van Darwin? Omgangsvormen kosten moeite en energie en zullen dus in de strijd om het bestaan verloren gaan, indien er geen harde impuls bestaat die ze afdwingt. Waarom immers zou je jezelf uitsloven om beleefd te zijn? Een hufter leeft gemakkelijker en komt daar net zo goed mee weg.
    Beschouwen we een voorbeeld wat nader. Je komt in een Franse supermarkt langs de kassa en hoort: Bonjour Madame, Monsieur. Excusez moi… Au revoir Madame, Monsieur. Zo is die vrouw klant na klant, uur na uur, dag na dag bezig. In Nederland heeft een collega het veel minder zwaar: Zegeltjes? De Nederlandse manieren kosten minder energie en zullen dus in de ’struggle for life’ gemakkelijker overleven dan de Franse. Toch overleeft in Frankrijk de beleefdheid. Hoe kan dat? Zijn die Fransen een beetje gek? Het valt niet aan te nemen. Het verschil in omgangsvormen is alleen te verklaren als we aannemen dat de Franse maatschappij zich veel harder opstelt tegenover iemand zonder manieren. Wanneer je recht voor zijn raap bent, als een echte Hollander, zal geen Fransman het vingertje heffen en je belerend toespreken. Dat is beneden de Franse waardigheid. Maar je ligt er in Frankrijk wel uit met je directheid. De Franse samenleving is ongenadig. Wie geen manieren heeft, telt niet mee. Een hufter neemt men niet. Daar zul je als Nederlander in den vreemde terdege rekening mee moeten houden. Waar je ook komt, in Oostenrijk, Zwitserland, Engeland, Frankrijk, Italië… overal loop je tegen omgangsvormen aan en besef je dat je hoffelijk behoort te zijn, ook al is dat niet je gewoonte als echte Hollander. Zelfs de Duitser, qua historische achtergrond verwant aan de Hollander, zal nog beleefder zijn.
    Als er een reden bestaat waarom de Hollander lomp is, moet dat vanuit Darwiniaans gezichtspunt gezien zijn tolerantie zijn. De Nederlander ziet het als een verdienste zich tolerant en verdraagzaam op te stellen. Iemand zit wezenloos te schreeuwen? Moet kunnen! Hij zal misschien een kansarme opvoeding hebben genoten. Daar hoor je begrip voor te hebben. Iemand is agressief? Wellicht een vervelende jeugd gehad. Niet moeilijk doen, met zo iemand!
    Tolerantie kan een verdienste zijn als verschillende bevolkingsgroepen met elkaar moeten leven. Verdraagzaamheid zet echter ook de deur wagenwijd open voor iedereen die hoffelijk gedrag te veel moeite vindt. Het gemakkelijkste leven zal het hufterige leven zijn. Willen we samen leven met betere manieren, dan zal onze veel geroemde verdraagzaamheid moeten wijken voor een grotere hardheid. Wie zich niet aan omgangsvormen wenst te houden, sluiten we buiten. Als je erbij wilt horen, laat dan eerst maar eens hoffelijk gedrag zien. Ons ‘Moet kunnen’ zal plaats moeten maken voor ‘Heb eerst maar eens manieren’. Laten we ons geen illusies maken. Sociaal discrimineren op omgangsvormen is spijkerhard.

  12. F. Markestein zegt:

    ‘Het zijn altijd de anderen die moeten veranderen’. Daar is het stuk van Paul Schnabel wel het sprekendste voorbeeld van. Ik heb het twee keer gelezen en begrijp nog steeds niet dat Schnabel het in deze vorm heeft gegoten. Het komt er op neer dat Nederlanders op het gebied van fatsoenlijke omgangsvormen allemaal niet deugen.
    Inderdaad is er veel hufterigheid maar als het dat alleen maar was hadden we elkaar allang afgemaakt. Er zijn ook gewoon een heleboel mensen die zich wel fatsoenlijk gedragen. Iedereen die bijvoorbeeld veel met het openbaar vervoer reist komt mensen tegen die met hun voeten op de bank tegenover hen zitten. Maar de meeste mensen doen dat niet! En sommigen doen het wel en leggen netjes een krant onder hun schoenen. En zeker, mensen zetten vaak een tas naast zich neer, maar als je gewoon vraagt of je daar mag zitten wordt die altijd weggehaald. Ik heb werkelijk nog nooit meegemaakt dat dat geweigerd werd.
    Een buitenlander die Nederland niet kent maar wel toevallig Nederlands leest, moet uit dit stuk wel de indruk krijgen dat het openbare leven in Nederland volstrekt onleefbaar is. En op sommige plekken en op bepaalde momenten is dat misschien ook zo, maar iedere stad ter wereld heeft zijn no-go gebieden, in dat opzicht is Nederland geen uitzondering.
    Paul Schnabel maakt zich schuldig aan grove generalisaties en daar schieten we niks mee op. Integendeel. De hufters (voor zover ze dit lezen) wordt hierin verteld dat ze geen misselijke uitzonderingen zijn maar dat iedereen zich slecht gedraagt. Wat altijd een goed excuus is om daar maar gewoon mee door te gaan. Iedereen doet het toch?

  13. Eugenia Codina zegt:

    Mijn echtgenoot (”rasechte” hollander) wou reageren op het stuk van Paul Schnabel maar bij nader inzien zei hij doe jij het maar, jouw mening als import-Hollandse (Spaanse van geboorte) heeft meer gewicht.
    Een aantal opmerkingen. Een reis met de bus in Barcelona met mijn vader van tachtig levert vergelijkbare klachten van zijn kant op. Mijn vader heeft last van de horkerigheid van andere passagiers die hun voeten op de stoel tegenover hun zetten, jongeren die zitten op voor bejaarden en slecht ter been zijnden gereserveerde plaatsen en niet te vergeten het de constante gebabbel van medereizigers die hun gsm gebruiken. Asociaal gedraag is niet alleen in Nederland aanwezig. Wij zijn er in Nederland alleen nog niet zo aan gewend. Dat heeft er volgens mij mee te maken dat er in Nederland geen echt grote steden zijn. Echt grote steden beïnvloeden hun bewoners op een “onnederlandse” manier. Neem Parijs. Vorige week zag ik nog een vechtpartij in de Parijse metro. Geen van de reizigers reageerde erop of leek er van onder de indruk. Bij aankomst op het Gare du Nord was het eerste dat mij opviel de intimiderende aanwezigheid van soldaten in camouflagepak gewapend met mitrailleurs. We zijn hier in Nederland gewoon (nog) niet zo veel gewend.,
    Ten tweede heb ik bezwaar tegen de etikettering van Nederlanders als horken. Horken zijn er overal! Wat wel typisch Nederlands is, is het denken over de nationale identiteit in termen van “Nederlanders zijn horken”. Dat onderscheidt ons van andere volkeren die zichzelf weer kenmerken door zichzelf bijvoorbeeld “gastvrij” te noemen. Wat betekent dat eigenlijk voor Nederlanders zoals ik? Moet ik nou mijn “temperamentvolle, trotse, karakter” (dat zijn de Spanjaarden toch?) opgeven en horkerig worden om geaccepteerd te worden en geïntegreerd te zijn? En als ik dat niet doe, blijf ik dan voor altijd een buitenlander? Als het antwoord op de vorige vraag nee luidt dan kun je dus niet meer stellen dat de Nederlander gekenmerkt wordt door horkerigheid.
    Beste “horkerige” Nederlanders, wees niet te hard voor jezelf. Horkerig is slechts een etiket dat je andere Nederlanders opplakt omdat dat nou eenmaal tot het nationale zelfbeeld behoort (je plakt het natuurlijk nooit op jezelf, want jijzelf bent natuurlijk geen hork). Asociaal gedraag is een kwestie van opvoeding en niet van identiteit.
    Terug naar de reden waarom mijn mijn mening meer gezag heeft dan die van mijn echtgenoot: ik ben niet een als horkerige Nederlander geboren, ik heb het moeten bestuderen om het mijzelf aan te kunnen leren.

  14. Trijn Biggekerke - Sonderop zegt:

    Sneu dat meneer Schnabel het uitgerekend bij premier Balkenende zoekt wanneer het om fatsoen gaat. Waar haalt de heer Schnabel het trouwens vandaan dat de bevolking het met JP de MP eens zou zijn, in tegenstelling tot de media? Toch niet uit zijn “eigen” SCP jaarberichten hoop ik. Daar heb ik namelijk geen bijzonder hoge pet van op; geef mij de reprimandes van de Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer maar. Brenninkmeijer baseert zich tenminste op de dagelijkse werkelijkheid die iedere dag opnieuw bij hem aanklopt in de gedaante en vorm van: telefoontjes, brieven, emails en wanhopige bezoekers die ten einde raad zijn over. Over wie en wat? Juist ja, vooral over de hufterige overheid.

    Die overheid, voor zover er nog een overheid bestaat tenminste, die door dezelfde Balkenende en z’n kongsi PR-prutsers grondig gehersenspoeld is en nog steeds wordt met die mallotige marktwerking van ze. Ons nota bene een burgerservicenummer aansmeren, alsof we klant van de overheid zouden kunnen worden of willen zijn. Dat is nu een van de grootste oetlulligheden van de eeuw meneer Schnabel!
    Adding insult to injury, komt mevrouw Trutje ter Horst (PvdA) met haar pathetische “Handvest voor verantwoord burgerschap” waarin wijdopen deuren worden ingetrapt. Zijn ze echt helemaal mesjogge geworden daar onder die Haagse kaasstolp?

    Die tulp die de middelvinger naar ons opsteekt, in de cartoon van Rhonald Blommestijn bij Schnabels tekst in de papieren NRC van zaterdag 18 juli, dat is het perfecte logo voor de overheid. Balkenende en zijn hoofdtrawant Jack de Vries zouden toch nog altijd een logo verzinnen waarmee alles wat overheid was, voorzien zou worden? Zodat wij, simpele zielen, onmiddellijk zouden weten wat overheid was. (Waartoe eigenlijk?) Nou ze hoeven niet langer te zoeken. Het cartoon van Blommesteijn is er geknipt voor. Laat ze dat als overheid maar allemaal snel opspelden. Dan zijn ze op z’n minst eerlijk over de wijze waarop ze over ons burgers denken.

  15. Steven van Nierop zegt:

    Het cartoon van Rhonald Blommesteijn, dat pontificaal middenin het stuk – zie de papieren NRC van zaterdag 18 juli – van meneer Schnabel prijkt, laat een tulp zien die tussen twee molentjes staat en de tulp steekt haar middenvinger naar ons op.

    Perfecter kan het betoog van universiteitsprofessor doctor Schnabel niet worden samengevat: de fatsoenlijke overheid met aan het hoofd ervan ene meneer J.P. Balkenende, steekt de middenvinger naar ons burgers op – F..k you! – en de heer Schnabel heeft en een tik van beide molens gekregen en hij loopt al heel lang met molentjes rond.

    Als je nog tweemaal goed kijkt, zie je achter de ene molen nog net de designbril van Harry Potter en achter de andere de koplamp van Donner z’n opoefiets.
    Dat zulke meneren als die jongen van Schnabel ooit professor zijn geworden en als klap op de vuurpijl ook nog directeur van het SCP kunnen zijn, dat verklaart zo’n beetje alles wat er vandaag de dag aan dit leuke land schort. Waarschijnlijk zitten ze bij de NRC vanwege de vakantie enorm verlegen om kopij. Toch kan dit ze abonnees kosten! Zo’n obscene tulp in Calvin country is wel heel erg op het randje en wat er achter die molentjes allemaal gebeurt, dat willen we ook liever niet weten.

  16. M Kraak zegt:

    Wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Dat is toch een NL spreekwoord!
    Ik leef bij deze gulden regel. Ik behandel iedereen met respect & soms een grapje behalve wanneer de andere de sfeer er al niet naar maakt. Bijna iedereen is wél vriendelijk en elke dag in het OV maakt die ervaring niet anders.
    Meestal de ‘ik heb het zoooo druk’ mensen met ‘geleerde’ (ook leer) tassen die geen/weinig respect hebben voor bijvoorbeeld de mensen die in de Kiosk werken verpesten het.
    Dit gaat nl zo; “Een koffie” en dan zonder verder iets te zeggen weglopen met die koffie. Ik doe het op deze manier; “Goede morgen. Één grote koffie alsjeblieft. Bedankt en nog een prettige dag. Nu heeft de persoon acter de balie een aardig moment en ik door de reactie ook.
    Sommige dingen kunnen mij geweldig irriteren. Hiervan ook een voorbeeld; “een groepje mensen van 65-70 jaar staan op de trein te wachten in de spits. Zij gaan plompverloren voor de deur van de trein staan (niet rekening houdend met mensen die uit willen stappen). In plaats van naar links of rechts te gaan duwen zij zich (eerst de eerste dan volgt de rest) terwijl mensen uit aan het stappen zijn naar binnen. Dit vond ik beneden alle peil. Ik had nog nagevraagd aan een gepensioneerde waardoor dit zou komen. Het antwoord hierop was dat zij mogelijk bang waren de trein te missen en dat zij graag bij elkaar wilde zitten. Indien je geen klok kan lezen zou ik daarmee akkoord zijn (de trein is altijd 5 minuten voor vertrek op het perron). Ik neem aan dat iedereen die net gepensioneerd is wél klok kan kijken. Die tweede is begrijpelijk voor een schoolklas met leraar, niet voor 6-8 pensionado’s.
    Het was wel weer stof om grappen over te maken dus zolang ik bij hen uit de buurt bleef kon ik het relativeren. (ik was niet de enige die dit gedrag opviel)

  17. Babs van Schoonhoven zegt:

    Onbewust asociaal – bewust asociaal – onbewust sociaal. Dit zal de universiteitsprofessor bedoelen. En laat de heer Schnabel in hemelsnaam Huizinga en Lasch eens echt en goed lezen, verwerken en begrijpen. Professor Alzheimer geeft de strekking van hun ideëen beter weer dan deze kleine ijdele babbelaar.
    Bei uns in Deutschland sind alle höflicher und gröszer natürlich. Jawohl, Herr Professor Doctor Schnabel, jawohl zum Befehl. Sie sagen’s nur.
    Kom nou toch Mensch, wach’ auf! Reiben Sie sich die Augen mahl, ja. So ein Blödsinn.

    Laten we deze Schnabeliaanse tekst maar als een parmantig mislukt college – niet eens een narcistisch misbaksel – aan de tulpen voeren. Die toepasselijke tulp met opgestoken middelvinger van Rhonald Blommestijn (zie de papieren NRC van 18 juli op pagina 7) maakt er zeker korte metten mee.

  18. Willemijn Boogers zegt:

    Bravo! Trijn Biggekerke (# 14) slaat de tulp krek op de narcistische kop. [de bloem in de cartoon van Blommestijn zou volgens mij net zo goed een narcis kunnen zijn - met een beetje goede wil; ik was ook nooit goed in bloemen tekenen]
    Het zijn narcisten als Balkenende en Schnabel die hun middelvinger naar ons – het kiezersklootjesvolk zonder dienstauto-met-chauffeur – opsteken! [komt dit door de censuur?]
    Inderdaad, die SCP-rapportages glijden steeds meer af naar derderangs geneuzel. In het laatste SCPrapport dat ik scande bijvoorbeeld, ging het nota bene over “frame analysis” zonder dat Erving Goffman ook maar één keer werd genoemd – al was het maar om te melden dat de SCP-onderzoekers het niet met hem eens waren.
    Nationale ombudsman Brenninkmeijer is ook voor mij een betrouwbaarder kompas dan Schnabels SCPers intussen zijn. Helaas, want hoe vaker een Nationale ombudsman zijn stem moet verheffen, hoe slechter het met een democratie gaat. Het Nederlandse slechte onderwijs moet intussen ook wel in steeds heviger mate zijn ondermijnende invloed merkbaar en tastbaar doen worden. Dus daar heeft de universiteitsprofessor een punt, dat hij er zelf niet alles aan kan doen.

    Maar hij kan de rapportages van zijn SCP natuurlijk wel superviseren en in ieder geval kan hij zelf het schrijven van wereldvreemde stukken achterwege laten en met iets zinnigers komen. Zoals bijvoorbeeld enkele van zijn dissertatiebesprekingen voor deze krant, die ik helemaal niet onaardig vind.

  19. E v.Leeuwen zegt:

    Het zijn de mensen met weinig fin.draagkracht die last er van hebben, als anderen zich asociaal gedragen.
    Men heeft dan niet de mogelijkheid om te gaan verhuizen.
    Of zich te weren tegen asociaal gedrag.
    Het verhaal van Paul Schnabel (directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau en als universiteitshoogleraar verbonden aan de Universiteit Utrecht) is uit dat perspectief dan ook wel juist.
    .
    Hoe wordt ik een sociaal mens ?, De Chinese wijsgeer heeft het anno 2009 bij het verkeerde end, niet door er ééntje na te apen.
    Maar door te zorgen dat je de ander niet nodig hebt, maar de ander jou. Het is dan veel makkelijker om je niet te storen aan asociaal gedrag, en om minachting te laten blijken.
    .
    bv.:
    -Luide muziek/brommers die zonodig ‘uitgeprobeert’ moeten worden om 22:00u enz enz,
    dan woon je blijkbaar niet in de goede wijk, met eengezinde buren.
    Er zijn wijken, waar ik de kinderen bij het schemeren naar binnen hoort roepen door de ouders. De dondersteen ‘Willem’ hoor ik het vaak en langst geroepen worden.
    .
    -Stilte trein-coupé/ enz, en toch luidruchtige gsm-bellers ?.
    Zorg dat je dat slimme apparaatje(ziet eruit als een gsm) bij je hebt dat alle draadloos-verkeer onder breekt binnen een straal van ±25 meter. Gezien/tekoop in Hongkong(TIP: moch men nog op vac. erheen gaan), of een techneut in de fam hebben die kan solderen met verstand van electronica(schema zal wel op Google staan neem ik aan) Ook makkelijk in restaurants/bioscoop/enz.
    Mijn oplossing; neem gewoon de auto, eet het liefst thuis en kijk TV.
    .
    Ik besef dat het erg vervelen is als je het fin. allemaal niet kan veroorloven.
    MAAR op de overheid of een reclame spot zou ik maar niet vertrouwen, eerder op een bijbaantje of 3, om te kunnen verhuizen, weg uit de asociale buurt. Dat zet meer asocialen aan de dijk voor je leefgenot.
    Dan kan je met recht zeggen dat je de asocialen niet nodig hebt,
    maar zij jou voor hun wijk, die je de rug toe gekeerd hebt.

  20. Frances Geraerts zegt:

    Paul Schnabel beleeft spannende avonturen in het OV en hij vertelt daar graag over: “Wie oud of gebrekkig is, hoopt dat in een volle bus iemand zijn plaats aanbiedt zonder dat je er zelf om hoeft te vragen. Wie durft dat trouwens nog? Een mes tussen je ribben kun je krijgen, heet het dan, al gebeurt dat gelukkig natuurlijk bijna nooit. “ Bijna nooit? Ik heb het in de twaalf jaar OV nog nooit meegemaakt dat iemand een mes tussen haar ribben kreeg, omdat ze een zitplaats opeiste.
    Demagogie? Daar vind ik Schnabel qua voorstellingsvermogen te beperkt voor. Ik houd het maar op ernstige tropenkolder bij een universiteitsprofessor die te vaak naar Amerikaanse cop movies gluurt – die klikkende handboeien en Amerikaanse sheriffs blijven in ’s mans verhalen opduiken. Schnabel zelf laat zich per dienstauto vervoeren, dus wat zevert de hals nou over het OV?

    Uitgerekend MP JP Balkenende met fatsoen associëren, dat is pas fout heertje Schnabel. Net zo fout als Balkenendes bejegening van Ad Bos en – via zijn henchman Jack de Vries uit Transsylvanië waar ook graaf Dracula thuis is – van Frans Spijkers. Daarna de gristelijke leugens over die omgekomen schilder in het Catshuis: een thinnerjunkie, ja ja. Excuses aan de weduwe? Ho maar! Dezelfde Balkenendense bijziende botheid als jegens Ad Bos. Kaum zu glauben.
    Eigen schuld dikke bult dat ik ongeacht wat de comissie Davids straks ook beweert, ervan overtuigd ben dat premier Balkenende ons Afghanistan en Irak heeft ingedraaid en ingelogen. En niet voor de bestwil van Nederland, maar omdat kleutercalvinist Balkenende zelf zo graag figureert op het wereldschouwtoneel: Nederlands narcist als premier. Waarom draait Schnabel er eigenlijk zo omheen, zeg het gewoon man. Of is Schnabel soms bang dat Balkenende dan z’n auto met chauffeur (op kosten van belastinggeld) afpakt?
    Fatsoen en premier JP Balkenende, dat is pas een contractio in terminis, oftewel een ontzaglijke oetlulligheid der eerste orde. Een regelrechte ramp en erg gênant, zo’n man als premier. De rest ben ik alweer vergeten, want onfatsoen en het Haagse torentje zijn voor mij intussen nagenoeg synoniem. Het zal mijn Nederlandse oetlulligheid wezen.

    Hoe sneu dat de heer Balkenende bekende zo opgelucht te zijn dat het met president Obama “klikte” – net als met George Bush! Om die vergelijking gaat het natuurlijk precies. Iemand die zich onmiddellijk op zijn gemak voelt bij Bush, tja ………. wat kunnen we ons bij zo iemand voorstellen. Dat dezelfde persoon de bibbers krijgt bij een suave en hoffelijk persoon als Obama spreekt dan vanzelf, natuurlijk! Tsjonge, wat een man van de wereld, onze fatsoenlijke premier. En professor doctor Schnabel maar met de honingkwast smeren.
    Schnabels artikel is een aaneengeregen snoer van snobistische sneuïgheidjes en de opgestoken middelvinger van die tulp in het cartoon in het midden van het verhaal, mag universiteitsprofessor Schnabel van mij helemaal op zichzelf betrekken.

  21. Liselore van Nuunen zegt:

    De heer Schnabel ondervindt mij dunkt door de aard van de reacties op zijn stukje, dat hij niet echt aanvoelt wat er zoal bij en tussen “ons” leeft.
    Dat vind ik voor een duur betaalde universiteitssocioloog-met-auto-van-de-zaak weinig flatteus (voor een flatulent poseurtje zijn de reacties vanzelfsprekend helemaal op z’n plaats; moet de man maar niet op het web z’n windeieren leggen).
    De heer Schnabel schrijft tenslotte met vermelding van al zijn titels, toeters en bellen. Verwacht hij dat wij, het klootjesvolk, steil achterovervallen van ontzag en eerbied voor zijn geleerde bevindingen? Dat hoop ik niet, anders zou het nóg erger met hem zijn gesteld dan ik nu al vind.

    Die klikkende Amerikaanse boeien die heb ook ik vaker gehoord in betogen van dit meneertje. Laat die maar fijn in de US of A en laat onze hermandad desnoods dan maar als watjes op de treeplank pedagoochelaartje spelen – zij werken harder voor hun brood dan meneer Schnabel, dat is helemaal waar.
    We hebben het hier opperbest naar onze zin meneer de universiteitsprofessor, óndanks de hufterige en steeds huftiger wordende Haagse politici en hun handlangers.
    Dus stap uit uw bolide en meng u onder het volk. Ze zullen u heus niet meteen opvreten of een mes tussen de magere ribben steken.

  22. A. Hut zegt:

    Ik vind het een mooi stuk en ben het in grote lijnen eens met meneer Schnabel, ook wat betreft de historische verwijzing. Hoe zou de Nederlander vandaag de dag reageren als hij in een werkelijk grote crisis terecht komt? Is één schuldige (groep) voldoende om er eensgezins bovenop te klimmen? Of zijn álle anderen schuldig en ‘bevecht’ iedereen elkaar?

    Nederlanders voelen zich inderdaad voortdurend tekortgedaan. Op het internet, in de anonimiteit, hoor je die ontevredenheid over de anderen voortdurend. In grove taal vaak. In real life zijn Nederlanders meestal met ‘iets anders bezig’ als er een hulpvraag is. Wie op straat struikelt en valt, of (stom-stom) ineens zonder benzine op een lastige plek staat of een extra handje nodig heeft bij het naar binnen duwen van een piano mag blij zijn dat er veel niet-Nederlanders in Nederland wonen die nog niet zo geïntegreerd zijn dat ze zich omdraaien, of achter de gordijnen gaan staan kijken, of gewoon staan te kijken, of zelfs geïrriteerd zijn omdat je in de weg staat/ ligt (’wie steekt er dan ook zo over’, ‘wie vergeet er dan ook te tanken’, ‘wie laat zijn piano dan ook zo verhuizen’).

    Grappig trouwens, die verbolgen reacties op dit stuk.

  23. A. Hut zegt:

    Reactie op E. v. Leeuwen:

    “bv.:
    -Luide muziek/brommers die zonodig ‘uitgeprobeert’ moeten worden om 22:00u enz enz,
    dan woon je blijkbaar niet in de goede wijk, met eengezinde buren.
    Er zijn wijken, waar ik de kinderen bij het schemeren naar binnen hoort roepen door de ouders. De dondersteen ‘Willem’ hoor ik het vaak en langst geroepen worden.”

    ‘Willem’ moet waarschijnlijk zo vaak geroepen worden omdat hij het niet hoort. ‘Willem’ zit namelijk een buurtje verderop. Zijn ouders willen geen last met hun eensgezinde buren over brommers e.d. en dat snapt ‘Willem’: hij probeert zijn brommer/ beatbox/ vriendinnetje in een andere buurt uit. ‘Willem’ blij, ouders blij, buren blij (en wat er in die andere buurt gebeurt is niet ons probleem).

  24. Anne van Reij zegt:

    Mijn hoogbejaarde ouders reizen vaak met het OV. Denk bijvoorbeeld de Haagse tram. Mijn moeder die van fatsoen houdt en hoe het hoort. Het valt haar altijd weer op hoe vriendelijk mensen voor haar opstaan. Vooral geldt dat voor allochtone jongeren.

    Het is niet alleen haar ervaring. Onlangs zag ik ook hoe graag een (Marokkaanse?) jongeman wilde opstaan voor een (autochtone) bejaarde man. Hij vroeg het, denk ik, wel zesmaal. Die bejaarde man weigerde. Op een moment was die jongen opgelucht dat zijn halte er was.

    Paul Schnabel zou eens met het OV moeten gaan.

  25. Eeke van Paridon zegt:

    Die middelvinger in de NRC van afgelopen zaterdag steelt inderdaad de show. Hij viel ook mij dadelijk op. En hij past perfect bij de tekst van de universiteitsprofessor Schnabel, die zich vreselijk aan ons Nederlanders ergert. In ieder geval heb ik mij kostelijk geamuseerd met de meeste reacties op ’s mans pietlutproza. Wat een originele bijdragen, en vaak zo geestig ook! Ik werd er helemaal vrolijk van en ben spoorslags nog vijf oude mensjes gaan helpen oversteken. Dat waren twee meer dan ik gemiddeld per dag doe.
    Lees ik deze Schnabelpassage bijvoorbeeld:
    “ …. in Nederland vindt de rechter zelfs dat een politieman er maar tegen moet kunnen hufterig behandeld te worden. Dat kan hij gelukkig meestal ook. Je ziet de vrucht van vele uren psychologische training als hij op de treeplank van de auto gaat zitten en met het gezicht naar de bestuurder vriendelijk gaat uitleggen waar en hoe deze de fout is ingegaan.
    Hoffelijkheid, inschikkelijkheid en wellevendheid zijn geen nationale deugden in Nederland.”

    Dus een agent die normaal met zijn klanten omgaat, mag dat niet, want een agent mag niet hoffelijk – hetgeen ik professioneel noem – zijn? Die moet direct met de handboeien klikken? Wat een vreemde man is die universiteitsprofessor in de sociologie Schnabel toch. Waarschijnlijk te veel naar filmpjes van Harry Potter gekoekeloerd? De verkeerde Harry Potter welteverstaan, die uit Capelle dus.

    De professor Schnabel geeft college: “Dat zit als volgt. Aan wie wat verder weg van je staat, hoef je geen liefde, aandacht, erkenning of respect te geven, maar omgekeerd wordt dat juist wel verwacht. De echte narcist deelt immers niet uit, maar eist op. De anderen geven, ik neem. Als iedereen zich zo opstelt, verbaast het niet langer dat er zoveel ongenoegen in de samenleving is.”

    Is dit niet het evangelie volgens J.P. Balkenende c.s.: ieder voor zich. Het establishment geeft voluit het slechte voorbeeld: ik en mijn vriendjes eerst en de rest van de meute kan de middelvinger krijgen. Eigen schuld dikke bult als je niet voordringt en onderkruipt.

    De heer Schnabel heeft nog een lekkere zomer voor de boeg om op verhaal te komen. Maar hoogstwaarschijnlijk gaat ‘ie weer naar Amerika, om een sherifffestival met klikkende handboeien bij te wonen? Dus zal het niet erg hard opschieten met Schnabels inburgering in de Nederlandse maatschappij vrees ik.

  26. Ursula Mandenmaker-Pooters zegt:

    Het artikeltje van de socioloog P. Schnabel vind ik een voorbeeld van de establishmentmentaliteit die momenteel de boventoon voert in de Nederlandse bestuurlijke biotoop. Door deze bril beziet het arrogante, benepen en zelfingenomen establishment vandaag de dag de gewone man, het gemene volk. Die opgestoken middelvinger van de tulp/narcis in het cartoon van Rhonald Blommesteijn (NRC zaterdag 18 juli jl.) is er een prima illustratie bij.
    De heer Schnabel is in zijn uitingen voor mij een exemplarisch specimen van dat establishment; van zijn biedermännliche voorwoorden bij de SCPrapporten tot en met zijn coifferende bewondering voor premier Balkenende in dit stukje.
    Niet vreemd, de verhouding Schnabel – Balkenende. Ik vind de beschrijvingen in de media van de wijze waarop de Nederlandse premier zich blijkbaar en naar eigen zeggen als persoon ten opzichte van de twee laatste Amerikaanse presidenten verhoudt, ook niet verwonderlijk. Het is Balkenende ten voeten uit (inclusief het kwezelverhaal van Willem Post onlangs voor de tv); enigszins “op zijn gemak” met Bush (die hij in ontzag bewondert) maar onzeker tegenover Obama (die hij hoogstwaarschijnlijk niet echt kan aanvoelen, met wie hij geen authentiek rapport heeft en die hij ook niet echt begrijpt).

    Als Schnabel toch zo nodig op de psychologische toer wil, laat hem dan het werk van een Manfred Kets de Vries over leidinggevenden vooral eens lezen. En ook David Owens “Zieke wereldleiders / Illness in Heads of Governments.” Dit om mee te beginnen. Misschien dat de universiteitsprofessor zich daarna heel voorzichtig aan werk van een Otto Kernberg, Heinz Kohut en Masud Khan kan wagen. Maar uiterste voorzichtigheid is geboden, want men houdt egogrootte licht ten onrechte voor egosterkte (gedenk P.C. Kuiper: “Ver heen”) – en blijf vooral ver uit de buurt van die molentjes.
    O ja, en vergeet vooral Goffmans: “The Presentation of Self in Everyday Life” niet met de handboeien in de vakantiebagage te pakken.

  27. E. de Valk zegt:

    Jammer dat de discussie over ‘normen en waarden’ waar Balkenende bij zijn aantreden toe heeft aangezet vrijwel direct vervalt tot een paternalistische discussie over ‘fatsoen’: rommel hoort in de prullenbak, geen harde muziek op in openbare ruimtes, opstaan voor ouderen in de bus etc. Bij dhr. Schnabel zien we precies dezelfde argumentiefiguur.

    Of het nu echt zo erg gesteld is met het fatsoen lijkt me moeilijk te verifieren, dhr. Schnabel lijkt de scenes die geschetst worden in de SIRE-campagne voor de werkelijkheid aan te nemen. Ik heb in ieder geval niet het idee dat de samenleving nu echt zo verruwd als ons maar keer op keer wordt ingewreven (blijkbaar heb ik niet zo’n ‘kort lontje’, een punt waar een eerdere SIRE-campagne tegen gericht was).

    Een echte discussie over ‘normen en waarden’ zou moeten gaan over wezenlijkere vraagstukken, zoals solidariteit (wie moet solidair zijn met wie? jongeren met ouderen of andersom? en wat voor vorm moet deze solidariteit krijgen?), veiligheid (of hoeveel vrijheid moeten we inleveren om veiligheid te waarborgen?), privacy (mogen we zelf beslissen of we een electronisch patientendossier krijgen?) bestuurlijke transparantie (hoe is Nederland betrokken geraakt in Irak, moeten we nu wel of geen gevangen uit Guantanomo Bay opnemen en waarom?), milieu etc. etc.

    Het vraagstuk van fatsoen kan zeker bij een discussie over normen en waarden opgenomen worden, maar gezien de pietluttigheid van de voorbeelden die Schnabel geeft, lijkt deze discussie geen prioriteit te hebben.

  28. Xander Uhlenbeck zegt:

    Ik ben nu ruim twee maand terug uit de US of A en bezig aan een inhaalslag wat betreft de algemene (politieke) toestand in Nederland. Twee keer op TV het programma “Kafka in de polder” gezien, maar belangrijker: aan den lijve de hufterigheid van Nederlandse instanties ondervonden. Van gemeentelijke diensten en landelijke instanties tot en met semi-overheidsorganisaties als het CWI en UWV. Ze lappen ons finaal aan hun laars; wij zijn er voor hen en niet zij voor ons.

    De behulpzaamheid en inschikkelijkheid van “de gewone Nederlander” is mij en mijn vrouw steeds een verademing. Waarover deze prof. Schnabel het heeft, begrijpen wij helemaal niet.
    In plaats van Schnabels SCP in stand houden, zou het kantoor van de Nationale ombudsman dr. Brenninkmeijer eerder moeten worden versterkt en uitgebreid.
    Laat de heer Schnabel maar een jaartje of wat in het echte Amerika – dus niet in Disneyland – gaan wonen, dan zal hij blij zijn weer in Nederland te zijn. In het echte Amerika klikken de cops niet zo snel met de cuffs, maar trekken ze hun pistool en schieten. Daarna word je alsnog in de boeien geslagen.

  29. C.M. Smilde zegt:

    Wat een opluchting om deze mening geventileerd te zien. Ik ben het er helemaal mee eens en had het niet beter kunnen verwoorden. De eens zo mooie deugd van hoffelijkheid en innerlijke beschaving, zelfreflectie lijken zeer ver te zoeken bij veel Nederlanders.
    Voornamelijk in winkels is het gedrag ronduit associaal. In supermarkten wordt je als klant als lastig ervaren door vakkenvullers. Ongelooflijk. Daarbij is het woord sorry, zoals de Engelsen zo vaak zeggen, niet meer te vinden in het alledaagse spraakgebruik.Het probleem in publieke ruimtes zoals het openbaar vervoer is wel dat de ruimtes ten opzichte van de steeds groter wordende mens, veel te klein zijn. Men zit te dicht op elkaar. De treinen en Engelse ‘tubes’ zijn zwaar ouderwets, evenals vele theaters. Daar kan wat aan gedaan worden om irritaties, ten aanzien van indringen in iemands privacy, persoonlijke ruimte, te voorkomen.

  30. Clara van Wissekerke - Egters zegt:

    Interessanter en belangwekkender dan de irritatiecatalogus van professor Schnabel vind ik de reacties op ’s mans ontboezemingen. Schnabels proza bleek voor mij alleen interessant omdat het afkomstig is van: de directeur van het SCP, een universiteitsprofessor en een socioloog.
    Menige reactie vind ik bovendien getuigen van humor, en aan humor leidt de heer Schnabel beslist niet.
    E. van Leeuwen (# 19) stelt heel ad rem en erg beeldend, dat het juist de minst draagkrachtigen zijn die het hardst worden getroffen door wat mijn grootste ergernis en verdriet is: de gevolgen van decennia lang hapsnap baggerbeleid vanwege incompetente egoïstische politici. Dit laatste verschijnsel is alleen maar verhevigd en mijn ergernis daarover wordt nóg groter door de reclame en spin die de “men daar in Den Haag” voor communicatie en voorlichting houdt, althans ons als zodanig probeert aan te smeren. Pure geestelijke armoe.
    Het kost kruiwagens met geld dat veel beter besteed kan worden en het werkt als de boktor voor democratie: verderfelijk, ondermijnend en slopend.
    Inmiddels wantrouw ik automatisch iedere boodschap die vanuit “Den Haag” komt en dat is 180 graden verschil vergeleken met de houding die mijn ouders tegenover de overheid en haar instellingen koesterden. Precies zoals die opgestoken middelvinger van de in de reacties veelvuldig aangehaalde cartoon, 180 graden andersom wordt geduid dan bedoeld. Erg geestig! Ik twijfel trouwens ook (# 18) tussen tulp en narcis.
    Ambtelijke molens – inclusief die twee in de cartoon van Rhonald Blommestijn? – mochten dan langzaam (in vergelijking tot wie, waar en wat trouwens?) malen, ze waren: betrouwbaar, betrouwbaar, betrouwbaar en degelijk. Dat is in zo’n twintig tot vijftien jaar compleet verruïneerd. Ten bate van wie en wat? De laatste irritatie, aangaande overheidsspin en reclame, zijn voor mij die SIRE/overheidsposters in bushokjes en de parallelle TVspotjes over identiteit.

    De heer Schnabel verslijt SIREboodschappen blijkbaar voor werkelijkheid? Begin met reizen met het OV der Tweede Klasse meneer. Dan ervaart u meteen de uitingen van verdwaasde geprivatiseerde NS-reclame aan den lijve. Die lijzige omroepsterstemmen, die: treinuitval, geplande(!) vertragingen en ad hoc veranderingen van vertrekperrons aankondigen alsof het om manna uit de hemel gaat. George Orwell life, universiteitsprofessor – foei, wat een monsterlijk pleonasme – Schnabel.

    Die Haagse ideetjes (de laatste: het Handvest van mw. Ter Horst/PvdA, de leraar als Held van mevr. Van Bijsterveldt/CDA, de begeesterde Bergrede voor de koningin van het duo naar-en-vervelend JP Balkenende en Jack de Vries/CDA) hangen mij gruwelijk de burgerlijke keel uit. Solide beleid en degelijk werk wil ik van die dure overheid. Bestuurlijke bagger wekt ergernis, en ergernis uit zich op manieren die prof. Schnabel dan weer tegen zijn haar in strijken.

    Zeer to the point merkt E. de Valk (# 26) op dat de fatsoensrakkerij van professor Schnabel geen prioriteit heeft of verdient. De oorzaken – i.c. het aan gedrag ten grondslag liggende waardencomplex – van systematische horkerigheid wel! Goed voorbeeld doet goed volgen en rancuneuze muggenzifterij veroorzaakt irritatie. Prof. Dr. Schnabel kan zich beter focussen op het werk van het SCP waarover hij de scepter zwaait. Hij schrijft zo’n beetje de meeste voorwoorden van Nederland lijkt mij. Dus hem moet de verloedering van het Nederlandse onderwijs (een majeure irritatie en zelfs groot verdriet voor mij) toch zijn opgevallen – tenzij hij de SCP-rapporten zelf niet leest? Te druk met pietluttigheidjes en gepreoccupeerd met het merk en bouwjaar van zijn dienstauto? Statussymbool tenslotte.
    Beroepshalve lees ik de meeste SCP-berichten en ik val de reageerders # 3, # 14 en # 18 ongaarne bij wanneer zij de verminderde kwaliteit van die brochures (steeds wolliger en hoogdravender but where is the beef , mister ….. ?) aan de kaak stellen. Prof. Dr. Schnabels dissertatiesignalementen in deze krant lees ook (# 18) ik weleens met belangstelling. Blijkbaar gaat het klaarkomen met theorie deze prikkelbare socioloog vele malen gesmeerder af dan omgang met realiteit bevolkt door mensen van vlees en bloed; die ergert de man zo te lezen bijna ieder minuut van de dag.

    De observaties van enkele reageerders over het instituut Nationale ombudsman onderschrijf ik helemaal. Toch stoort mij hierbij iets, want hoe prima de heer Alex Brenninkmeijer het ook doet, in een correct werkende democratie zou hij veel minder om handen dienen te hebben en niet zo frequent in het nieuws moeten komen.
    Laat de parmantige universiteitsprofessor liefst een flink tijdje bij zijn favoriete Amerikaanse sheriffs en hun klikkende handboeien toeven. Zijn dienstauto mag hij desnoods meenemen. Tenslotte heeft iedereen recht op haar kleine aberraties. Vooruit: een zwak voor klikkende handboeien op de koop toe. Omdát ik in Nederland woon en het hier zo uitstekend naar mijn zin heb!

  31. W.L.M. van de Bevering zegt:

    De heer Schnabel kan op veel mineure punten gelijk hebben, maar zowel zijn toon, schrijfstijl alsook zijn positie helpen hem niet echt om dat ook te krijgen. Het ontbreekt hem bovendien ten enen male aan humor of zelfspot. Wat een droogkloot is deze baas.
    Als directeur SCP en universiteitsprofessor moet hij zich niet zo obsessief bezig houden met kleine biertjes, tenzij hij dat kleine bier elegant aan de hop en brouwerij kan relateren. Dit is vooral spijkers op laag water zoeken.
    Dat ‘universiteitsprofessor’ bevreemdt mij nog steeds, hoewel ik het wel doorheb: professor ben je weliswaar aan een universiteit maar tegenwoordig word je daar vooral benoemd vanwege het nieuwe waspoeder dat je aanprijst (niet eens zelf uitvindt) of je politieke vrindjes, in het bestuurlijke establishment.
    Deze man Schnabel draagt niet weinig bij tot het karikaturaliseren van dat beeld: de kleinzielige, zeverende en zeurende universiteitsprofessor, die heel veel kost en weinig toegevoegde waarde genereert. Maak eens kennis met het echte leven zou ik zeggen.

  32. Itze Meinema zegt:

    Zo inschikkelijk en empathisch is president Obama nu, dat hij na lezing van dit weblog, met zijn vriend de Harvardprofessor Skip in Cambridge de levensechte demonstratie bekokstoofde waarvan wij gisteravond bij NOVA de clou konden zien: een daadkrachtig optreden van Amerikaanse cops. De handboeien om Skips polsen werden extra in beeld gebracht. Zulks ten gerieve van de universiteitsprofessor P. Schnabel uit Utrecht.

    Barack O. te W. grapte op de manier van de boer met kiespijn, dat hij waarschijnlijk zou worden neergeschoten indien hij bij “zijn” Witte Huis – dat niet voor niets Wit heet – hetzelfde zou verhapstukken als vriend Skip in Cambridge met z’n eigen huisdeur. “Wie is het verschil tussen ‘house’ en ‘home’ niet opgevallen?” vroeg ik retorisch aan onze drie kinderen die op de camping met ons naar deze uitzending keken. Alleen de jongste van 8 was het ontgaan; het zij hem vergeven, het was al laat – als hij maar niet de Nederlandse polletiek in gaat.

    President Obama zal oprecht diep met ons Nederlanders te doen hebben, nadat hij de premier JP Balkenende lijfelijk onder ogen heeft gekregen. Die Nederlanders zijn zo zwaar bezocht met een JP als MP en daarbij een PS als universiteitsprofessor annex ceo van het SCP into the bargain, dat ik ze een beetje wil opbeuren. Zal hij gedacht hebben. Meevoelend als hij is.
    Thank you mister President! We love you, but we ain’t sure yet wether we’ll be able to can or not to can. With this minor muppet JP the MP and his cuffing cronies in that Dark Glass House in the Hague, you know.

    Dat was natuurlijk een broodje aap. Waarom de cops de Harvardprofessor in de boeien sloegen heeft een heel andere reden: de man – niet voor niets een vriend van Barack – is erop uit om de academische standaard op Harvard op te krikken. Chris Lasch verklapt al in 1979 (Hoofdstuk VI; “Schooling and the New Illiteracy”) dat “The Harvard faculty does not care about teaching.” Het moderne onderwijssysteem beoogt hoofdzakelijk mensen klaar te stomen voor de arbeidsmarkt tegen zo laag mogelijke kosten.
    Lasch grijpt nog verder terug door R. P. Blackmur (1954) van stal te halen, die zegt: “The crisis of our culture rises from the false belief that our society requires only enough mind to create and tend the machines together with the new illiteracy for other machines – those of our mass media – to exploit.” Geen lauwe thee dit; heavy stuff.
    Wij kampen momenteel met de wrange vruchten van dit bizarre business model, dat Nederlandse politici klakkeloos en blindelings hebben overgenomen – zij het met de gebruikelijke Nederlandse vertraging. Zeg het hardop, en de AIVD staat op je stoep.

    Eergisteren behandelde NOVA de ver van de werkvloer zwevende en zwatelende Nederlandse politietopmanagers; the top brass heet dat in sheriff county. Domoren die met druiloren daaps prestatiecontracten poepen en afrekenen tot je erbij neervalt; je wordt er niet blij van. Ook in die biotoop: dienstauto’s met chauffeur op kosten van de belastingbetaler. Over het elkaar toeschuiven van bonussen onder de hoogste politiepetten, is na één uitzending nimmer meer iets vernomen. Dat is ongetwijfeld om “maatschappelijke onrust te voorkomen.” Alsof dat nog terzake doet, met zulke ritselende ruifridders van de droevige figuur. Ieder voor zich en pakken wat je pakken kunt! Democratie is en blijft een vreemd fenomeen. Vooral tijdens de komkommertijd.

    P.S.: ik vermoed dat mevrouw Van Wissekerke – Egters een tikfoutje heeft begaan. Als ze daarvoor maar niet onverbiddelijk meedogenloos in de boeien wordt geslagen. In dat geval zal ik zeker de Nationale ombudsman A. Brenninkmeijer mobiliseren. Die kan dan eindelijk met de brandweer onverwacht de datsja van superPG enge Harm Brouwer binnenvallen, om die goedvaderlandse AIVD’ers te bevrijden en E. Hirsch Ballin te ontmaskeren als dubbelspion voor IJsland. Wat we met Dirk Scheringa aanmoeten, weet ik nog niet. Ask me again later, please.

  33. Blonde Prins zegt:

    Gezien de reacties, zit meneer Schnabel er niet ver naast…

  34. Clara van Wissekerke - Egters zegt:

    Itze Meinema heeft gelijk; bij deze dank voor zijn diplomatieke en vriendelijke hint. Het ging hier echter niet om tikfout (hoewel ik die veelvuldig maak) maar een privétestje, om te zien of en zo ja hoe, er op mijn “tikfout” zou worden gereageerd door de hufterige en horkerige Nederlanders. De heer Meinema hoort beslist niet tot de favoriete volkstam van de universiteitsprofessor annex ceo van het SCP, de heer P. Schnabel.

    Zijn uitleg over hetgeen er werkelijk achter het geboeid opbrengen van Harvardprofessor Skip (Henry Louis) Gates steekt, vind ik tamelijk origineel. Helaas, niet onwaarschijnlijk genoeg om er echt om te kunnen lachen. Natuurlijk draait het intussen ook in Nederland om het goedkoop opleiden en marginaal scholen van de bevolking. Ik wil best aannemen dat er bij de vaderlandse politici, destijds en in eerste instantie, niet eens sprake was van boze opzet. Eerder een combinatie van snobisme en koopmansgeest. Snobisme en valse schaamte, vooral bij politici afkomstig uit de heffe des volks, die zich schaamden voor hun af- en herkomst en die in stilte neerkeken op de beroepen van hun ouders. Uit een dergelijke instelling verklaar ik bijvoorbeeld mevr. Netelenbos’ (PvdA) ijveren om de gymnasia af te schaffen. Alsof het beroep van verpleegster of timmerman minderwaardig zou zijn.
    Naar mijn overtuiging heeft mede door dit snobisme, de managementmanie zo rap over ons vaardig kunnen worden. Een wit overhemd, een das plus een notitieblok; dat is het streven. Vooral niet worden geassocieerd met uitvoerend werk! Hieruit komen ook die absurde salarissen voort, voor het produceren en verplaatsen van gebakken lucht: status en aanzien worden gekocht en afgemeten naar hoeveel geld je bijeen kunt bluffen en grabbelen. Kennis en cultuur worden met minachting bezien.
    De koopmansgeest richtte zich destijds op het opleiden van bestuursambtenaren voor de koloniën en goed opgeleid kader voor de handel.
    Het ontzag van mensen als Balkenende voor iedereen en alles die zij als “entrepreneurs” en “ondernemers” zien (denk aan de grote rol die TNTman Peter Bakker van JP de MP mocht spelen en Wientjes, die bij Donner op schoot zit), is hier op terug te voeren en hangt er direct mee samen. In combinatie met de gereformeerde predestinatie-ideologie natuurlijk.

    Vorig jaar nog speelde dit even hevig in verband met “competentieonderwijs” op het mbo. Ik heb hierover o.a. nog een column van Aleid Truijens uit de Volkskrant van 6 mei 2008 opgesnord: “Op maat gezaagde werksoldaatjes.” De hoofdman van de werkgevers – Bernard Wientjes – blies ijverig zijn partij mee.

    Overal in ons onderwijs maken nu “managers” de dienst uit. Evenals in de zorg.
    Dat is niet best. Het gaat in dezen ten eerste om domeinen die zich van nature niet lenen voor winstgericht ondernemerschap en waar de overheid q.q. een hele grote vinger in de pap moet houden en ten tweede gaat het vaak om slechte managers, die helemaal niet kùnnen managen en die hoofdzakelijk worden benoemd vanwege hun politiek-bestuurlijke relaties. De rampzalige resultaten kunnen we allemaal om ons heen zien en in toenemende mate aan den lijve ervaren.

    We zullen met ons onderwijs nog lelijk op de koffie komen. In ieder geval heb ik Johan Huizinga’s “Homo Ludens” alvast herlezen. Ik geef de titel hierbij tevens als leestip voor universiteitsprofessor Schnabel. Als we ( zie bijv. # 26) niet oppassen komt die man nog geheel geletterd terug van van vakantie.

  35. C.M. Smilde zegt:

    De blonde prins heeft gelijk

  36. Gerdine de Boer zegt:

    Doorzichtig pseudoniem van blonde prins!

  37. Clara van Wissekerke - Egters zegt:

    De Blonde Prins (#33 kiest wel een erg doorzichtig pseudoniem. Straks loopt ‘ie nog echt, heel ongewild, tegen een serieuze no nonsense fatwa aan. Dat zou hem in mijn ogen wel een keurmerk geven, daar niet van.
    Maarre, ik schreef in mijn laatste reactie met opzet: “Itze Meinema heeft geleik…” Omdat de tikvaut waarop de heer Meinema doelde een “ei” i.p.v. een “ij” betrof. Vandaar. Desniettemin dank voor de vriendelijke WORD-corrector bij de redactie.

  38. Sjuul van Dissel zegt:

    Tolerantie kost geld. En dat nu vindt men in dit land tegenwoordig weer héél erg. In dit land waar het geld bijeen gehorkt wordt vind men het nu weer van overheidswege héél erg dat dit bijeenhorken van haar geld een gesublimeerd ongenoegen veroorzaakt. En zij wil dat ongenoegen voor ons benoemen. Haar woordvoerder Paul Schnabel doet er hier nog een schepje bovenop. Hij zegt; Wij zijn het ongenoegen. De hork noemt dat gesublimeerde ongenoegen narcisme. Ik zou tegen hem willen zeggen, kijk eens in de spiegel. De ironie ervan is dat SIRE in dit geval de verkeerde aanspreektitel is van deze verdeel en heers propagandaclub. Nou…, welsprekender kon ik het niet zeggen, sorry.

  39. V.M.W. Koolhoven zegt:

    Deze NRC blogs volg ik sinds kort met veel aandacht en genoegen. [ NRC heeft de beste website lay out, vinden wij, en vaak ook de interessantste reacties op bijdragen. De site is gelukkig blijkbaar ook niet zo dichtgeplakt als die van Trouw en de Volkskrant bijvoorbeeld zijn].
    Nu zaten we op camping iedere dag naast de tour deze blogs in de gaten te houden. Deze van Schnabel staat wel met stip bovenaan. De meeste reageerders komen niet van de straat, zo maak ik uit hun taalgebruik en betogen op. De reacties geven heel goed weer wat de echte irritaties zijn die in onze maatschappij spelen, en dat zijn niet die welke de heer Schnabel blijkbaar zo belangrijk vindt. Onze irritante gedragingen, die Schnabel zo storen en mij soms ook een doorn in het oog zijn, laten zich ongetwijfeld herleiden op dieper ongenoegen.
    Die grondoorzaken zou de professor eens met zijn SCP in kaart moeten brengen. Inderdaad (# 14, # 18) lijken de SCP-brochures steeds meer op weersverwachtingen, trendpeilingen en stroopsmeersels ten bate van het Haagse politiek-bestuurlijke establishment. Dat is ongetwijfeld voordelig voor Schnabel waar het Haagse financiering betreft, maar ik voel grote affiniteit met de reactie van Sjuul van Dissel (# 38), waar die tendeert naar wijzen op het-de-macht-naar-de-mond-praten.

    Misschien doe ik Schnabel en zijn SCP hier onrecht mee, dat kan heel goed, maar wat mw. Van Wissekerke (# 30) zegt, geldt ook voor mijn vrouw en mij: wij vertrouwen niets meer voetstoots wat er uit Den Haag komt; wij weten niet hoe de vele verschillende lijntjes lopen. Vaak lijkt de onduidelijkheid zelfs met opzet geschapen.
    Alleen de Nationale ombudsman lijkt nog betrouwbaar qua onafhankelijke status.
    Dit wantrouwen op zich is voor mij een voortdurende bron van ergernis: ik wil de overheid gewoon blindelings kunnen vertrouwen, klaar uit!

    Mijn grootste BRON van ergernis is momenteel het getouwtrek met zorgverzekeraars vanwege: spookrekeningen, zeer verlate declaraties en onverklaarbare afschrijvingen van mijn bankrekening. Dit alles naast de plannetjes van minister Klink c.s. om onze zorgvoorzieningen verder aan “de markt” (= de hyena’s) over te laten, irriteert mij zeer.
    Veel van de horkerige praktijken van zorgverzekeraars in Amerika, die Tom-Jan Meeus in de NRC van zaterdag 25 juli beschrijft (“Marktwerking maakt zorg in de VS onbetaalbaar”) heb ik in Nederland aan den lijve ervaren. Met name ouderen, die het allemaal niet meer zo scherp zien, worden de stille dupe van chicanes. Kassa! De heldere column van Flip de Kam in dezelfde NRC (“Beheersing ziekenhuisuitgaven …. dure illusie”), trapt mij dunkt vele open deuren in, maar in Den Haag hebben die plucheplakkers meerdere borden zo groot als een deur voor hun hoofd, dus is blijven trappen geboden.
    Als universiteitsprofessor Schnabel zich nu eens op het irritante geknutsel en ergernisveroorzakend gekeutel van Den Haag concentreerde, zou hij zijn dikke salaris dan niet op een veel redelijker en nuttiger wijze verdienen? Om nog maar te zwijgen van die dienstauto met chauffeur. Waar hep dat nou voor nodig, die auto!? Ga met het OV tweede klasse, dan hou je bovendien voeling met de maatschappij ook!

  40. Yvonne van Tuyl zegt:

    We kregen deze blog over “waarden en normen volgens Paul Schnabel” tijdens ons verblijf in de States door vrienden doorgemaild: “Kunnen jullie checken en vergelijken of het een beetje in de richting komt wat meneer Schnabel beweert over ons Nederlanders en de Amerikanen,” was de bedoeling. De heer Schnabel overdrijft naar mijn idee schromelijk; naar beide kanten.

    Waarom? Professor Schnabel zegt het in zijn stukje zelf: “ .. de overdrijving zit dan toch bij degene die het zo beleeft, ook al zal hij zich daar niet van bewust zijn. De overdrijving van de bijzonderheid van de eigen persoon – dat is waar het om gaat bij het narcisme …” In deze richting moeten we het ook bij deze professor zoeken. Dat vermoed ik althans, want de persoon Schnabel staat altijd centraal. Verder ken ik de heer Schnabel alleen uit voorwoorden bij SCP-brochures en een enkele column of bespreking in deze krant.

    Wat betreft die handboeien hebben we kort geleden allemaal kunnen zien hoe gretig Amerikaanse cops daarmee zijn. Dat moet in Nederland zeker niet de norm worden. Amerikaanse agenten zijn gemiddeld niet erg hoog opgeleid. Misschien voldoen de meesten nominaal aan minimale standaarden, maar door de bank genomen is het dunnetjes. Dat heb ik menigmaal kunnen vaststellen in persoonlijke contacten.
    President Obama is niet voor niets zo gebrand op verbetering van de standaardkwaliteit van het Amerikaanse onderwijs. Onderwijs is van grote invloed op de funderingen van iedere maatschappij; de gevolgen van het soort onderwijs bepalen in sterke mate de hele samenleving, in al zijn aspecten.
    De manier waarop president Obama het geval rond professor Skip Gates en de sheriff aanpakte, deed ons met schaamte – niet zozeer irritatie – denken aan de houding van premier Balkenende in gevallen als: Ad Bos, Frans Spijkers en de omgekomen schilder in het Catshuis. Wat een verschil in benadering! Overigens heeft volgens ons Nederland weinig meer van Amerika te leren waar het gaat om politiek gesjoemel; hier lijkt nepotisme alleen breder getolereerd te worden. Misschien dat de onderhuidse ergernis daarover zich uit op de wijzen die meneer zo storen?
    Wie in de VS ooit een armenspreekuur voor gezondheidszorg heeft bijgewoond, of het verwijderen van onverzekerde zieken uit een polikliniek meemaakte, is dolblij dat hij niet in Amerika moet wonen. De ergernissen met onze Nederlandse zorgverzekeraar die we tijdens onze rondreis door de USA hadden, doen mij vrezen dat de bij CDA’ers zo geliefde privatiseringen ons in Nederland dezelfde kant op drijven. Hoe dat kan worden voorkomen, lees ik wellicht in een volgend SCP-rapport.

  41. Carolien Wassink zegt:

    De universiteitsprofessor Schnabel verbaast zich met veel misbaar over het feit dat de gewone Nederlander blijkbaar niet zo materialistisch ingesteld is als hij – de professor dus – dat wel zou wensen. Hij schrijft:

    “ Ook in 2009 eindigen, ondanks crisis en recessie, normen en waarden steeds op de eerste plaats, boven inkomen en economie, boven criminaliteit en veiligheid, boven immigratie en integratie en ook boven politiek en bestuur.

    … maar ook het merkwaardige feit dat in een periode waarin veel mensen bezorgd zouden moeten zijn voor hun baan en hun bezit, ogenschijnlijk kleine bronnen van ergernis het beeld blijven bepalen.”

    Dit lijkt mij juist helemaal niet zo’n hopeloos beeld: wij geven blijkbaar meer om immateriële dan materiële zaken. Als ik me goed herinner staat zoiets ook een tamelijk recent SCP-rapport. Dus zou het Schnabel niet moeten verwonderen, zou je denken, want hij had het kunnen weten. In ieder geval: Nederlanders zijn gemiddeld niet half zo materialistisch als ze van de heer Schnabel zouden moeten wezen.

    Dat wij ons groen en geel ergeren aan het gegraai en gegrabbel van politici en bestuurders-managers, is voor mij tegen deze achtergrond heel aannemelijk. In mijn kringen gebeurt dat tenminste wel. We vinden dat ongeneerde gelegaliseerde graaien hoogst ongepast en onwenselijk gedrag. Alleen kunnen wij er zo bar weinig tegen doen – behalve niet meer gaan stemmen. Dat irriteert ons gruwelijk. Daarom dat die kloof tussen het politiek establishment en gewone burger ook zo groot is en almaar groeit. Daarom dat verschijnselen als de PVV hun kans krijgen. Ook dat is een bron van irritatie.
    Terwijl de Haagse plucheplakkers belust zijn op geld en nog meer geld, heeft de gewone burger eerder de houding van: rustig aan dan breekt het lijntje niet, en leven en laten leven. Dat ‘matcht’ dus niet. En dat blijkt voortdurend. Dat zou mij dunkt een grote bron van ergernis kunnen zijn. Maar wie moeten er dan veranderen?

    Schnabel – met zijn eigen veilige, gegarandeerde, riante inkomen – lijkt te hopen dat we met z’n allen door de recessie flink gekraakt zullen worden; dan moéten we wel veranderen, meent hij: “ Dat zal veranderen als de recessie een realiteit wordt in het eigen leven….” Maar dan nog zullen we volgens deze professor naar China moeten om ons daar te spiegelen aan aardige mensen, want hier zijn die niet te vinden. Misschien toch maar gewoon een andere spiegel aanschaffen, professor?

  42. J.M.M.J. Vogels zegt:

    Geachte Heer Schnabel,

    Met oprechte gevoelens van respect heb ik Uw artikel over de Nederlandse omgangsvormen gelezen. Uw aandacht voor de wijze waarop we in dit land met elkaar verkeren, heeft me buitengewoon aangenaam verrast. Dat iemand met een volle agenda als de Uwe de tijd wil nemen een lans te breken voor meer hoffelijkheid, vervult me met erkentelijkheid.
    Des te onaangenamer heeft me dan ook de reeks van schofferingen getroffen die zich in deze discussie heeft voorgedaan. Een ‘universiteitsprofessor’ die ‘wereldvreemd’ als een ‘ijdele babbelaar’ een ‘parmantig mislukt college’ geeft, ik krijg er kippenvel van. Zoals de Blonde Prins (#33 – wie het dan ook zijn moge) echter al stelt, bevestigt de toon van deze discussie nadrukkelijk de strekking van Uw artikel. Datgene wat U over het voetlicht wilt brengen, kan niet beter uit de doeken worden gedaan dan middels deze discussie. Hoe horkeriger de toon daarvan is, hoe zuiverder Uw standpunt wordt geïllustreerd.
    Desalniettemin bezwaart het mij dat een hoogleraar met een loffelijk streven als het Uwe beloond wordt met een stroom reacties die rechtstreeks uit het riool lijken te komen. Des te meer voel ik plaatsvervangende schaamte, omdat ik (#11) aan deze discussie heb deelgenomen. De gedachte een der deelnemers te zijn geweest aan een debat waaruit zulk een walm van narcistische lompheid is opgestegen, brengt me tot nederige excuses aan U. Van harte hoop ik dat U mijn welgemeende verontschuldigingen zult willen aanvaarden en dat U deze uitdrukking van mijn meest uitgelezen gevoelens wilt accepteren.
    J.M.M.J. Vogels.

  43. Leonie Bot zegt:

    De Amerikanen geven het goede voorbeeld!
    Ik belde een paar dagen geleden naar mijn Amerikaanse internetprovider om m’n abonnement op te zeggen. Zeker vijf keer maakte de medewerker zijn excuses voor zijn beetje slome computer, routinematig uitgesproken als één enkel woord: “Onemomentplease-I’llbehappytohelpyou.”
    Aan het eind: “Were you VERY satisfied with our customer service?”
    Ik kon het niet laten ironisch te reageren, en de medewerker gaf me een samenzweerderig lachje. Ongemeende, gestandaardiseerde dienstbaarheid kan echt dodelijk zijn.

  44. Sander van der Wal zegt:

    Als Nederlanders al eeuwen bekend staan om hun horkerigheid in de openbare ruimte, ligt het dan niet meer voor de hand om de huidige horkerigheid te zien als een continuering van de horkerigheid uit het verleden?

  45. S.T.W. Mulder c.s. zegt:

    Wij – vijf academici van 22 – 24 jr. – vinden het opmerkelijk dat de heer Schnabel wordt geërgerd door gedrag dat wij rekenen als behorend tot de dagelijkse omgang met de medemens. Over dat gedrag kun je op vele manieren onderhandelen. In ons dagelijks leven doen wij dat voortdurend. De heer Schnabel schijnt dat niet te hoeven en ergert zich wanneer hij zich buiten zijn cocons begeeft. Zo lijkt het ons tenminste.

    Hoewel ergerlijk in voornoemde zin, is deze blog voor ons profijtelijk geweest, zoals we aan het slot uitleggen.

    Wij ergeren ons juist steeds meer aan gedrag waar wij als burger weinig tot niets aan kunnen veranderen: het gedrag van (semi-) overheden jegens ons en onze medeburgers. Dat tweede punt missen wij eveneens node in Schnabels klaagzang: betrokkenheid naar aanleiding van incorrecte bejegening of onjuiste behandeling die anderen ten deel valt.

    Enkele voorbeelden.
    Twee van ons hebben als werkloze een sollicitatieplicht vanwege het CWI / UWV. Dat vinden wij tot op zekere hoogte te billijken. Echter, de kleinzielige manier waarop we door medewerkers van de respectievelijke instanties behandeld worden, ergert ons danig. Wij zijn er voor hen en niet omgekeerd, zoals het zou horen. Drie ouders van leden van ons groepje hebben als 60-plussers óók sollicitatieplicht, hetgeen – zeker in deze tijd – pure pesterij is. Louter werkverschaffing voor CWI/UWV-managers. Louter ergernis.
    Deze hoogopgeleide mensen moeten zich hetzelfde kleingeestige horkerig gedrag laten welgevallen als wij. Alsof zij 1) niet al ruimschoots hadden bijgedragen aan de maatschappij, 2) momenteel geen nuttige dingen zouden doen, en 3) niet intrinsiek gemotiveerd zouden zijn om uit zichzelf alsnog naar werk te zoeken (met in hun achterhoofd de gedachte dat zij jongeren willen laten voorgaan). Hoogst ergerlijk, maar je bent uitgeleverd aan de hufters.

    De voortdurende strijd tegen managers van zorginstellingen die we onze ouders zien voeren waar het gaat om de behandeling van hun ouders – onze grootouders dus. Dat is op z’n zachtst gezegd niet motiverend. Het gezeur met zorgverzekeraars is in de reacties al enkele malen genoemd; ook daar krijgen wij ruimschoots onze portie van. Al met al bevredigt de wijze waarop deze maatschappij de afgelopen decennia blijkbaar werd “georganiseerd” en “heringericht”ons allerminst. En dat ervaren wij als een majeure ergernis.
    De energie, tijd en geld opslorpende entropie rond de PVV is onze recentste ergernis. De oorzaken herleiden we direct op falende politici en bestuurders, die met de pet naar hun taak hebben gegooid en dat blijven doen. Dikke lagen PR en spin kunnen de onderliggende incompetentie niet onzichtbaar maken. Ze genereren alleen meer wantrouwen en afkeer.

    Prof. Schnabel lijkt te behoren tot diegenen over wie Chr. Lasch het speciaal heeft in hoofdstukken III en VII: degenen die ons willen opvoeden tot burgers die primair zijn afgericht – in plaats van opgeleid of geschoold, jazeker – om zich te voegen in het productieproces en die zich aan regels houden die fluïde van aard zijn en waarop moeilijk de vinger valt te leggen door degenen die aan die regels zijn onderworpen. Degenen die de “regels” maken, hebben vanzelfsprekend alle voordeel aan hun zijde. Zij veranderen tijdens het spel voortdurend de regels. Dat noemen zij dan: flexibel, pragmatisch, slagvaardig en realistisch. Zelf klampen zij zich met handen en voeten vast aan oude voorrechten. Voor hen gelden andere regels.

    Wij hebben Lasch pas ná onze formele universitaire opleiding gelezen. Dit brengt ons naar hoofdstuk VI: “Opleiding/scholing en de nieuwe ongeletterdheid.” Voor ons was het een verrassing om bij Itze Meinema (# 32) te lezen wat we zelf nog niet hadden gezien, hoewel Lasch het op blz. 143 met zoveel woorden zegt. Professor Louis Gates en president Barack Obama horen natuurlijk tot de kinderen van die “Black parents,” die, “it would seem, clung to what seems today an old-fashioned – from the point of view of educational “innovators,” a hopelessly reactionary – conception of education.” Dat willen Gates en Obama voor alle kinderen: emancipatie door Bildung. Itze Meinema debiteert waarachtig geen grap!

    Wij zijn ervan overtuigd dat wij zelf behoorlijk te kort zijn gekomen door het onderwijs dat wij hebben gehad. Wij komen daar allengs pas achter, omdat je niet kunt weten wat je niet wist, voordat je het weet. Lezen van ondermeer Lasch helpt ons de zaken in perspectief te plaatsen en op een rijtje te zetten. En dan rekenen wij ons nog tot de happy few die van huis uit de nodige bagage meekregen. Waarschijnlijk helpt dat ons om de achterstand nog enigszins in te halen en de averij te beperken. Wie wil snuffelen aan wat we bedoelen, leze vooral het boek “Sneeuwwitje” van Donald Barthelme, dat ook Lasch citeert.
    We raden de boeken van zowel Lasch als Barthelme bijzonder aan prof. Pasterk aan – naar wij verwachten zal hij ze kunnen plaatsen en begrijpen. Minister Plasterk (PvdA) zal alle inspiratie en creativiteit nodig hebben om alsnog een aanzet te geven tot een begin van onderwijsherstel.

    Dat wij visionair leiderschap nodig hebben om de kaalslag in het onderwijs van de afgelopen decennia enigszins te boven te komen, staat voor ons als een paal boven water. Dat het met dit kabinet en de huidige soort politici niet zal lukken, weten we ook bijna zeker.
    In elk geval zou de politiek nu al de nodige voorzieningen moeten inbouwen om de nominaal hoogopgeleiden en formeel geschoolden enigszins op te vangen, wanneer straks misschien blijkt dat zij het in de werkelijkheid moeilijker hebben dan ze op grond van hun diploma’s dachten te mogen verwachten.

    Ten leste. Momenteel klinken er overal enthousiaste geluiden over de school die zomer en winter openblijft, zodat beide ouders nog vaker en langer kunnen werken. Staatssecretaris mevr. Sharon Dijksma (PvdA) heeft zelfs al een pakkende vergelijking met de premoderne tijd gedebiteerd, iets met kinderen die de oogst moesten helpen binnenhalen of zo.
    Wij raden bewindslui en politici aan om zich eerst goed, diep en breed te oriënteren op deze materie en niet zoals gewoonlijk onmiddellijk het nieuwste speeltje aan te schaffen, in te voeren en op te leggen. Dit boek van Lasch (speciaal hoofdstuk VII) zou daarbij als opstapje kunnen dienen.

    Mede doordat wij deze blog nauwkeurig volgden, hebben we onze de foci nog scherper kunnen instellen dan we al dachten dat zij waren. Dus ondanks het feit dat wij ons lichtelijk ergerden aan de ergernissen van de universiteitsprofessor Schnabel hebben zijn prozastukje en vooral de daarop volgende reacties ons een motivatie-boost gegeven.

  46. Wilma Zomers zegt:

    Meneer Schnabel legt de vinger op kleine ergernissen die hem blijkbaar rauw op het lijf vallen, zodra hij zich buiten zijn beschermde omgeving waagt. Digitaal heeft hij met dit stukje zijn hoofd uit het raam gestoken en de reacties op zijn verschijning laten niets te raden over.
    Ook ik vind de reacties interessanter dan Schnabels proza. Dat laatste gaat over klein bier (# 31 Van de Bevering), Schnabel legt de vinger op oppervlaktesymptomen. Illustratief, en voor mij verbazingwekkend, voor de wijze waarop deze socioloog die ook directeur van het SCP is tegen de wereld aankijkt en daarmee (niet echt) omgaat. Schnabel vertegenwoordigt ook volgens mij inderdaad het establishment – niet de elite; dat is heel iets anders.

    Het verschil tussen het uitzicht op onze wereld van professor Schnabel en de meeste reageerders is wat mij betreft even groot als dat tussen de door Schnabel aangehaalde premier Balkenende en de Amerikaanse president Obama. Een forse foto op de voorpagina van de Volkskrant vanochtend, toont president Barack Obama in hemdsmouwen achter een biertje met Louis Gates en sheriff James Crowley. In de tuin van het Witte Huis. Ook vice-president Joe Biden is door Obama opgetrommeld. Zo doe je dat dus. Zo ga je met elkaar om! Bij het zien van die foto voelde ik de ergernis in mij opkomen. Professor Schnabel mag raden waarom.

  47. willy Vannoort zegt:

    Ik ben het met de hoofdlijnen in Schnabel’s betoog eens,wat voor buitenlanders a-sociaal onbeschoft is is voor de Nederlanders onder elkaar heel gewoon, gemakkelijk en vriendelijk.
    Maar dit zelfde geldt ook voor Schnabel zelf en zijn consorten zoals de Regering,de Kamers, de ambtenaren zoals Rechters,Burgemeesters en Politie, met dien verstande, dat deze “Staat” groep ook nog daarbij onbetrouwbaar en anti volk gericht is.

  48. G.J. Smeets zegt:

    n..a.v. # 45, het groepje jonge academici:
    Mijn complimenten voor jullie bijdrage: ter zake, helder en met een mooie intergeneratie-thematiek erin verweven. Als generatiegenoot van jullie ouders permitteer ik me een tip, bedoeld als hart onder de riem bij jullie verdere scherpstelling: antropologen weten al lang dat de continuiteit van een samenleving staat of valt met continuiteit in het contact tussen ‘oud’ en ‘jong’. Dan hebben we het concreet niet alleen over het door jullie onderstreepte thema van het Onderwijs maar ook Dagopvang en Vergrijzing, om er maar een paar te noemen. De tip is dus dat het antropologsche concept ‘inter-generatie contact’ een goed instrument is om de thema’s die jullie aanhalen in cultureel en historisch te begrijpen.

  49. L.R.M. Doorneweert zegt:

    Aan de reacties op het stuk van meneer Schanbel te oordelen, voelen wij ons zeker te kort gedaan. Alleen op een andere manier en door andere partijen dan die op welke Schnabel zijn pijlen richt.
    Ik vind het opmerkelijk dat deze universiteitsprofessor (scherp opgemerkt # 31! Want zo gaat het tegenwoordig op onze universiteiten!) en baas van het SCP bovendien, de burger verwijtend toespreekt. Mij dunkt dat er plenty belangrijker irritaties zijn te duiden.

    De grootste ergernisbron bevindt zich in Den Haag. Wij worden intussen bestierd door Pr-prutsers en marketing-maniakken; de “politici” fungeren hooguit nog als buikspreekpoppen.
    Met dat doel worden er ook steeds lager opgeleiden naar voren geschoven; die kunnen in beperkte mate zelfstandig denken en zijn afhankelijk van de partijsouffleurs.
    Om ons af te leiden van de werkelijke problemen lanceren ze vanuit Den Haag het ene nieuwe “ beleidsproduct” (plannetjes, ideetjes) na het andere. Een totaalvisie en overzicht in de grote samenhangen is ver te zoeken. Dát ergert mij nu al lang en steeds heviger!
    Over de minor inconveniences die de heer Schnabel zo ergeren, wind ik mij zelden op. Die horen bij het dagelijkse verkeer en daar ga ik per situatie mee om.
    Belangrijk vind ik het noemen van de Nationale ombudsman in de reacties. Ik raad deze professor aan regelmatig contact met de heer Brenninkmeijer op te nemen, teneinde zijn blik op de hem omringende werkelijkheid realistisch en bij de tijd te houden.

  50. Paul Camphuijzen zegt:

    Professor Schnabel zal zich bij het zien van een groot deel van de reakties (en het aantal verwijderde reakties) wel bedenken dat hij het bij het rechte eind had. Teleurstellend maar waar op een glijdende schaal, gezien de tendens voor projectie zowel in de negatieve zin (overheid) als de positieve (er stond heus laatst nog iemand voor me op in de tram).
    “We” hebben meer op met professoren die huilen met de wolven in het bos, dan worden er geen eisen aan jezelf gesteld.

  51. Mark Zweers zegt:

    @ Reinalde van Santinghe , @ Familie Janssen :

    Het is zo jammer dat de in uw reacties de [i]persoon[/i] dhr. Schnabel wordt aangevallen, en niet zijn artikel. Dit lijkt mij precies wat het artikel beoogt te verduidelijken. Een artikel over een negatieve eigenschap, wat natuurlijk niet wilt zeggen dat hij Nederland op zich niet prettig vind.

    Volgens mij generaliseert dhr. Schnabel teveel met “Nederlanders”, volgens mij gaat de horkerigheid vooral op voor “Hollanders”.

  52. Nan Luursema zegt:

    Dat de reaguurder Lisa de Wit de haar onbekende Paul Schnabel met ‘Paul’ aanspreekt illustreert het gelijk van Christoph Driessen. En anderen, die het niet eens zijn met Paul Schnabel, illustreren hun zelfingenomen minachting door Schnabel aan te spreken met ‘Meneer’. Ach, zeggen Nederlanders dan, dat zijn details. Maar het zijn geen details!
    Ik ben een Nederlandse die er niet meer tegen kon. Oplossing: bij Terneuzen 20 kilometer naar beneden en je komt terecht in een reusachtig Walhalla van beschaving, waar bovendien ook nog Nederlands wordt gesproken. Echt Nederlands, inclusief het woordje ‘U’.

  53. Moritz Bilagher zegt:

    Het artikel van Schnabel is weliswaar interessant, maar hij haalt m.i. twee dingen door elkaar: ten eerste de zogenaamde natuurlijke, Nederlandse onbeleefdheid, of directheid; ten tweede een soort ‘nationale boosheid’ die je in het kort zou kunnen samenvatten als boosheid over ‘Den Haag’ (zeg, steun voor de PVV). De eerste zaak bevat misschien een kern van waarheid, maar het is ook een soort natuurgegeven, en niemand is perfect. Duitsers zijn ook niet altijd even beleefd, en Engelsen zijn misschien vaak beleefd, maar wat vriendelijkheid betreft kunnen ze volgens mij echt niet op tegen de Nederlanders. En zo kunnen we nog wel een tijdje doorgaan, maar daar hebben we niet zo veel aan.

    De tweede zaak is een veel belangrijker punt, omdat die vrij nieuw is, en er wel iets aan veranderd kan worden. Er lijkt een grote boosheid te zijn over (semi-) overheidsinstanties, over criminaliteit op straat, over immigranten die niet integreren, over grofheid in de media (m.n. televisie), etc. Intussen doet Den Haag alsof alles ‘business as usual’ is, en lijken de gevestigde media er vooral op uit te zijn steeds dezelfde meningen te genereren, wat wil zeggen om deze boosheid als onredelijk neer te zetten. Wat natuurlijk aan de boosheid bijdraagt, en waarvan de PVV zal profiteren.

    Zo’n 15 jaar geleden waren de meeste Nederlanders, en in ieder geval de meeste Amsterdammers, in grote lijnen tevreden. Dat is nu niet meer zo. Laetitia Griffith had niet helemaal ongelijk toe ze zei dat het land in brand staat. De oorzaak hiervan ligt in een domino-effect: als persoon A ongestraft maling mag hebben aan Nederland en de Nederlanders, waarom zou persoon B zich dan nog wat van de anderen aantrekken? Zo worden minder mooie karaktertrekken zichtbaar, maar dat is niet ‘typisch Nederlands’. Typisch Nederlands is volgens mij openheid, tolerantie, medemenselijkheid, etc. Maar het is ook typisch Nederlands om dit soort waarden niet met hand en tand te willen verdedigen.

    Het gevolg van dit alles is dat we, in plaats van kleine correcties, opeens een enorme ‘ruk naar rechts’ krijgen. Dat mag Den Haag volgens mij inderdaad wel worden aangerekend, niet de ‘man of vrouw in de straat’.

  54. S. Paas zegt:

    Veel van de analyse is voor mij herkenbaar, maar vooral sinds ik in het Westen woon. In Drentse dorpen bijvoorbeeld is het elkaar ontzien en het tonen (veinzen desnoods) van een zekere beleefdheid veel normaler dan in Amsterdam. Ik denk dat de 17e-eeuwse buitenlanders die de toenmalige Nederlanders van horkerigheid beschuldigden hun ervaringen ook meer zullen hebben opgedaan in de steden in het Westen dan in de dorpen in het Oosten en Zuiden van het land. Voor mijn werk trein ik veel door het land en het valt me op dat in plaatsen als Hattem, Ede en Kampen jongeren vaak heel beleefd en voorkomend zijn tegen onbekenden op straat. ’s Nachts in de zuipkeet is het misschien een ander verhaal, maar daar kom ik dan ook niet.

    Verder is de voortdurende verwijzing naar ons calvinisme hier ook maar zeer ten dele van toepassing. De publieke hufterigheid (voeten op de bank in de trein, luidkeelse gesprekken ’s nachts in de tuin e.d.) zijn volgens mij vooral verschijnselen van na de jaren zestig – of zelfs nog later – en hangen dus eerder samen met een afnemend calvinisme. Het is te verbinden met de opkomende authenticiteitscultuur, waarin het als een doodzonde wordt gezien om te verbergen wie je echt bent. En ook hier valt het me op dat in de meest calvinistische gebieden van ons land, zeg maar de Bible belt, het in het algemeen nog niet zo beroerd is gesteld met de onderlinge beleefdheid.

    Kortom, er lijkt vooral een verband te bestaan tussen een stedelijke, seculiere en individualistische cultuur enerzijds en een toenemende hufterigheid anderzijds. Een meer rurale, ‘calvinistische’ en collectieve cultuur heeft daar doorgaans niet zoveel last van.

  55. Henk Stijlhoek zegt:

    De reactie doornemend denk ik, wat een korte lontjes allemaal en wat een hoeveelheid lange tenen. Paul Schnabel heeft ze geraakt hoor, dat kan niet anders. Geen volk ter wereld dat zo verbolgen op vingertjes reageert. Natuurlijk is het generaliseer alom, we zijn immers niet allen doordesemd van onbehoorlijk gedrag en slechte manieren, natuurlijk niet. Een beetje sluierlichting kan geen kwaad, maar wij Nederlanders houden niet van spiegels. Een beetje relativeren lui. Paul heeft toch niet iets boos geschreven? Iets onoverkomelijks waar wij allen zwaar onder gebukt zouden moeten gaan? Hebben wij een volksaard of niet? Dat verschilt ook nog wel per regio denk ik dan. Ikzelf ben niet stuk van de zogenoemde Amsterdamse humor, dat schreeuwerige en dat schuine en platte. Meestal bedoelen ze dat niet zo kwaad, het ligt ook meer aan mijn gehoor. Pas in Rotterdam wonende ging het van Tyfusaap en Pleurisleier maar ook dat was (is) onderdeel van het spraakgebruik daar. Moest ik wel erg aan wennen. Binnenin was het soms van goud. Niet lullen maar poetsen! Geen betere vrienden dan van daar. Onze gezagsdragers in de vorm van politieagent moeten we toch steeds meer plaatsen in de hoek van “bonnenschrijver” Dus dat vind ik geen overtuigend voorbeeld. Wat wil je ook als zo’n agent zijn quotum aan bekeuringen moet halen? Dat is overigens geen Nederlandse, maar een Amerikaanse management cultuur. Komt daar vandaan Paul. Daar kunnen we niet zo goed tegen. Een voordeel is wel dat we hier praatjesmakers geen kans gunnen. We houden niet van mooipraterij en dus kan deze modus zich hier niet al te breed ontwikkelen. Vindt ik ook wel een voordeel. De bediening hier te lande mag wel wat aardiger, dat heeft minder met karakter te maken en vooral meer met beroepscode. Zoiets hoort onderdeel van je vak te zijn, denk ik dan. Ik houd zelf niet zo van de Amerikaanse en Engelse mores. Daar is de huiver voor beschadiging van iemands gemoed zodanig ingevoerd dat de taalklank er hevig onder is gaan lijden. En dan die overtreffende trap in loftuitingen daar. Vreselijk! Zelfs bij de Belgen, toch vrijwel om de hoek hier,is het gebaar, de houding veel belangrijker dan de directe uitvoering. Is lastig, want je bent inderdaad al snel onbeleefd en dan wordt je genegeerd. Dat is veel erger dan een gerichte scheldpartij of terechtwijzing. Als je daar, ook in Vlaanderen het Francofone gebruik niet onder de knie hebt, kun je het, in goed Nederlands, wel schudden. De behoefte aan respect is toch vooral een wens die van een ander wordt verlangt. Daar kunnen met name onze jonge migrantjes moeilijk mee overweg. Doorzetten zou ik zeggen, geen flauwekul hoor. Als je diplomatiek opstelt zijn mijn landgenoten al snel bereid even te luisteren. Dan smelt de nukkigheid al gauw weg. Is echt waar! Het enige wat me stoort is dat je als klant weinig meer kunt vragen hier. Enig inzicht en vakkennis mag toch wel worden verlangd maar dat lijkt een hopeloze opgave. Voor de rest bedoeld Paul het niet zo kwaad hoor. Beetje de vinger op de zere plek. Beetje schudden aan de boom en ziet? De reacties vallen rijp te gronde!

  56. Tamar Lok zegt:

    Hulde aan de webredactie van NRC-Handelsblad! Hoewel ik er twee flessen wijn door ben verloren. Hoezo?
    Nou, gisteren waren de reacties op het stukje van meneer Schnabel van de site gehaald. Ik heb daarop met vrienden gewed dat de reacties (het stuk van de universiteitsprofessor Schnabel vinden wij geborneerd proza, en vorm = vent) zekere invloedrijke bestuurlijke kringen in het verkeerde keelgat waren geschoten en dus moesten ze worden verwijderd.
    Iets dergelijks meenden wij onlangs waar te nemen met stukken van meneer P.H. Donner in de Volkskrant; toen de reacties op zijn goochelen met cijfers te scherp (zeker niet onbeschoft, laat staan obsceen) werden, verdween het stuk van Donner schielijk van de site.

    Bij sommige reacties hier, zien we dat de reageerders kritiek op fatsoen betrekken, terwijl het een volgens ons niets met het ander heeft te maken. Door te diskwalificeren op “fatsoen” wordt kritiek vaak gesmoord (u bent buiten de orde), terwijl ironie en humor (wel passabel) lang niet voor iedereen duidelijk zijn en bovendien moeilijk te doseren.
    Meneer Schnabel heeft het in zijn stukje naar onze mening vooral over fatsoen met spruitjeslucht. Ik ben dol op spruitjes, daar niet van, maar in dit kader liever iets over de schreef in je taalgebruik dan onbegrijpelijk door omfloerst geneuzel, gewauwel in clichés en sleets jargon. Zo lang het niet uitdraait op ordinaire scheldpartijen in kwetsende bewoordingen, ben ik dus niet gauw preuts met een pruimenmondje.

    Ik vermoed dat iemand als professor Schnabel in andere, vooral de conventionele, media nauwelijks weerwoord krijgt, dus leve het internet! Ook al paradeer je met al je titels en de rest, die kunnen en mogen nooit als schild tegen kritiek dienen.
    Juist dat toedekken en wegmoffelen van de het establishment onwelgevallige geluiden resulteert in geïnstitutionaliseerd onparlementair taalgebruik als van de heer Wilders.

    Het verschijnsel PVV, maar vooral de oorzaken die de opkomst van die groep bewerkstelligden en zijn bestaan bestendigen, die zijn voor mij en mijn vrienden een grote bron van ergernis en wij voelen ons niet weinig geschoffeerd door de houding en het optreden van Nederlandse politici die dit lijken te gebruiken en uit te baten ten eigen voordele.

    P.S. de cartoon op de site is nu wel up to date. Geweldig! Vooral die grijnsjes!

  57. Lisa de Wit zegt:

    @ Nan Luursema

    Geen haar op mijn hoofd zou er aan denken om Christoph Driessen zomaar aan te spreken met Christoph. Heel eenvoudig, hij heeft respect voor de lezer.

    Dat respect voor de lezer ontbrak in de bijdrage van Paul Schnabel. Hij meende dat hij namens iedereen kon spreken.

  58. Henk Boomgaard zegt:

    Gelijk heeft hij wel, maar er zou nog meer accent mogen liggen op het feit dat je met dat beleefde gedrag vaak een rad voor ogen wordt gedraaid. Ga eens in Frankrijk werken, iedereen is poeslief tegen je maar achter je rug kun je door diezelfde collegas driedubbel genaaid worden, terwijl die dan een week later weer poeslief zijn alsof er niks is gebeurd. Als je zoiets in Nederland doet zou je er direct uitliggen wegens manipulatief gedrag. Het is natuurlijk waar je aan gewend bent maar doe mij de Nederlandse eerlijkheid maar, dan weet je (meestal) tenminste waar je aan toe bent.

  59. Hugo Merckx zegt:

    Een klein recent voorbeeldje :
    Laatst zat ik met mijn vriendin in een ‘grand café’ in Heerhugowaard. Bij het afruimen had ik mijn tas (of kop of noemt men dat dan vreemd een beker?) niet voldoende binnen het bereik van de dienster geplaatst en ik zei ’sorry’. Ze was verbauwereerd, dat was volledig onverwacht. Neen, het is elders niet vreemd ’sorry’ te zeggen ook al ben je zelf niet in de fout. Het is gewoon beleefd en betekent ’sorry dat ik uw taak niet makkelijker gemaakt heb, dit terwijl ik dat makkelijk kon’.
    Belg, reeds 5 jaar in Nederland.

  60. S. Westerveld zegt:

    Om de zoveel tijd komt dit onderwerp terug. Nederlanders zouden directer zijn dan andere volkeren. Om dat duidelijk te maken wordt er van alles bijgesleept en op 1 grote hoop gegooid.
    Zoals vrienden onderling elkaar niet lopen te bullshitten op 1 hoop met a-sociaal gedrag in de publieke ruimte. Hetgeen Driessen feitelijk doet. De nuances in Groot Brittannië, Duitsland en Frankrijk kan hij wel onderscheiden, maar nu een cultuur die met dit verder af staat van zijn eigen cultuur en er zijn geen nuances meer. Dat Nederland een meer egalitaire maatschappij is dan de 3 andere landen is een feit.
    Het heeft ons ook veel voordelen opgeleverd echter daar heeft Driessen dan weer gelijk, vaak hebben wij meegedaan aan globale trends die hier helemaal niet of minder nodig waren. Soms zijn we dus een beetje doorgeschoten en op sommige zaken lopen we dan weer achter.

    Echter per saldo was Nederland een land waar het goed toeven was. Sinds het aantreden van Balkenende is dat omgegooid onder het mom van normen en waarden. Ook hier weer een doorgeschoten reactie op een globaal fenomeen.

    Met alle wil van de wereld kan ik geen kwaad zien in de opmerking ‘Jij mag dan rijker zijn, je bent geen haar beter dan ik’, het is waar ik trots op ben en waarom de laatste 8 jaar zo’n verschrikking zijn en on-Nederlands.

    Ook zakelijk lijdt Nederland nog steeds niet onder zijn directheid. Misschien kan het allemaal wel beter, maar als het meer wordt van het een dan wordt het wel minder van het andere. We boeren uitstekend, moeten we dan nog huichelachtiger worden om nog meer te verdienen? Want huichelachtigheid is ons echt niet vreemd, alleen onderling, wanneer we onder vrienden en familie zijn, dan zijn we liever eerlijk. Dat dat af en toe overloopt naar de publieke ruimte heeft altijd met machtsverhoudingen te maken en is een onderdeel van een egalitaire maatschappij waar je trots op moet zijn, geen zonde die we af moeten leren. Alles heeft zijn voor- en na-delen.

  61. S. Westerveld zegt:

    Toch nog even op het stuk van Schnabel reageren want anders wordt mijn reactie misschien uit balans gehaald.

    Schnabel’s stuk heb ik genegeerd omdat het voor mij precies aangeeft hoe overdreven wij tegenwoordig reageren op de zogenaamde normen en waarden en verloedering. Niemand doet er aan mee en iedereen vindt het. Velen zien het als prioriteit 1, maar niemand kijkt bij zichzelf. Schnabel legt dat in de volksaard, ik bij politici die makkelijk willen scoren. Wilders is wat mij betreft niet veel anders dan Balkenende, de een doet het op afkomst de ander op opleiding/taalgebruik/niet meemarcheren.

    Schnabel vertelt dus niets nieuws, hij bevestigd alleen maar dat wanneer machtsverhoudingen scheef groeien in dit land, onze directheid in de publieke ruimte, onze eis tot gelijkheid harder en luider worden. Daarom is autoritair/totalitair reageren ook zo on-nederlands en alleen maar een neergaande spiraal. De puinbakken van paars worden de puinbakken van het volk. Ja ja, zo lust ik nog wel een paar bliksemafleiders.

  62. Noud Hovius zegt:

    Afgelopen zaterdag schreef de Duitse historicus en Journalist Driessen over het goeddeels ontbreken van beleefdheid in de Nederlandse omgang. Hij heeft met zijn beschrijving van de huidige stand van zaken gelijk. Bij het zoeken naar de oorzaken van dit storende gebrek komt hij echter tot “interesting thoughts”, die ik zou willen weerspreken. U begrijpt dat ik hier de Engelse bewoording hanteer om Driessen, zonder hem te willen ontrieven of zijn stellingname als zodanig te willen diskwalificeren, duidelijk te maken dat hij de plank niet op alle punten overtuigend raakt.
    Laat ik er allereerst op wijzen dat Johan de Witt bepaald niet de laatste Nederlandse dignitaris was die eiste dat een ondergeschikte de hoed afnam, alvorens deze het woord tot zijn heer en gebieder zou richten. In feite is het zelfs tot diep in de jaren tachtig van de vorige eeuw gebruikelijk geweest dat personeel van bijvoorbeeld stadhuizen en rechtbanken zich slechts buigend achterwaarts uit de kamer van de hoge heren mochten (of durfden!) begeven. Ook uit de universitaire en religieuze wereld zijn voldoende voorbeelden te putten van onhebbelijk autoritair gedrag van de hoogmogenden, die zich lang na de jaren zestig afspeelden. Denkt u alleen al aan de behandeling van vrouwen en andersdenkenden. Kennelijk waren die jaren van studentikoze opstand dan toch niet in alle opzichten geslaagd in het democratiseren van de samenleving. Waar Driessen op baseert dat er in Nederland “geen loodzware autoritaire traditie” bestond waar wij ons van hoefden te bevrijden is mij dan ook niet helemaal duidelijk.
    Mogelijk is Driessen tot zijn vergissing gekomen onder invloed van de door hem geciteerde bronnen, die zouden doen vermoeden dat Nederlandse autoriteiten zich al eeuwen lang egalitair opstellen. Misschien is het goed om hier de puur Nederlandse uitdrukking “schone schijn” onder zijn aandacht te brengen. Onder de invloed van het protestantisme mag men hier te lande dan de voorkeur geven aan “gewoon doen”, dat neemt echter niet weg dat de schijnbaar rechtstreeks aanspreekbare autoriteiten zich – horende doof – op grote afstand wisten te plaatsen van het gewone volk. De kans bestaat dat Driessen in dat mechanisme een betere verklaring zal weten te vinden voor het ronduit agressief onbeleefde gedrag van een deel van de Nederlandse bevolking. Ook zit er wellicht een verklaring in voor de identiteitscrisis bij de leiders van ons land: ze weten immers wel hoe ze “gewoon” moeten doen, maar slagen er niet in daadwerkelijk contact te leggen met de beleving van de onbeleefd agerende bevolkingsgroepen. Korter gezegd hebben ze geen antwoord op het “jij bent niet beter dan ik” van de gewone man. Onder die omstandigheid volstaat het niet om vast te stellen dat ministers geen uniform met goudgalon meer dragen.
    Driessen heeft er goed aan gedaan de oorzaken van onze nationale onbeleefdheid te willen onderzoeken. Men zal immers de oorzaak van het probleem moeten begrijpen om tot een oplossing te kunnen komen. Het is ook vanuit die gedachte dat ik in alle oprechtheid meen dat Driessen zijn vooronderstellingen zou moeten herijken.
    Noud Hovius is schrijver te Middelburg

  63. Gerard van Egmond zegt:

    Na eerder met veel herkenning – en dus instemming – het artikel van Paul Schnabel gelezen te hebben, verraste het mij in NRC van 1 augustus te lezen dat reacties naar NRC voor een groot deel afwijzend waren. Ik zie hierin een bevestiging van de kern van het betoog van Schnabel: zelfkritisch vermogen, de capaciteit om vanuit de positie van een ander naar onszelf te kijken, is niet de sterkste kant van de cultuur in ons land. Suggestie voor een reeks in NRC, misschien ook aardig als tv-serie: laat een buitenlander aan het woord over zijn/haar ervaringen hier, waarbij hij/zij één negatief punt mag noemen en ook altijd één positief punt. Lijkt me als spiegel voor Nederland(ers) heel leerzaam, ook om “trots” te zijn op de mooie dingen in onze samenleving en cultuur.

  64. hans muller zegt:

    Dit vraagt om onderzoek!
    ========================

    Hoewel de heer Schnabel op grond van anecdotes gelijk lijkt te hebben, wijst de dagelijkse ervaring anders in Italie (Rome), Nederland en Londen anders uit.

    Zijn Nederlanders minder voorkomend en hinderlijker? Volgens mij niet.

    Nederlanders staan voor je op, Italianen minder, laten je niet uit de trein stappen op het perron. Nederlanders in de trein komen voor elkaar tegen ongewenst gedrag. Britse jongens op straat zijn agressief, dringen op roltrappen, vallen vrouwen lastig, Nederlanders minder.

    Dit vraagt om internationaal vergelijkend onderzoek om objectief vast stellen of er gedragsverschillen zijn. Zou erg leuk zijn. Misschien kent de heer Schnabel zulk onderzoek al!

  65. Will Slijkhuis zegt:

    De enige reactie die ik er over wil geven is dat wij (gezin), hebben besloten om nog voor het einde van dit jaar Nederland te verlaten, de voorbereidingen zijn nagenoeg afgerond.
    De redenen waarom wij Nederland verlaten is dat wij het te vol, te asociaal, te bekrompen en te eng vinden worden hier.
    Wij vinden ons leven te waardevol om binnen de landsgrenzen van die paar lullige vierkante kilometers ons leven te laten koeioneren door het gepeupel in Den Haag of anderszins locale overheden, de gemeenschap waar je woont die kan bepalen aan welke regeltjes je moet voldoen om er te kunnen en te mogen leven.
    En hoeft een ander geen last van ons te hebben, maar wij ook niet van anderen.

  66. Marije van Lieshout zegt:

    Ik verbaas mij enorm over de reacties hier op het artikel van Paul Schnabel. Eigenlijk zie ik zijn boodschap hier gewoon bevestigd worden. Waarom vallen zoveel lezers de man persoonlijk aan? Waarom wordt er niet of nauwelijks op zijn belangrijke boodschap ingegaan? Ik heb zelf al geaarzeld om een reactie te plaatsen, uit een soort angst wat ik naar mijn hoofd geslingerd ga krijgen. Maar ik waag de gok.

    Ik zie ongelooflijk veel mensen -en ook onder deze reacties- meten met twee maten. Ze voelen zich tekort gedaan door…Ze storen zich aan… Maar zelf vertonen ze dit gedrag echt helemaal nooit. De zelfreflectie is bij veel mensen nauwelijks aanwezig. Dit veroorzaakt m.i. de problematiek die Paul Schnabel helder schetst. Ik vind het een belangrijk onderwerp dat hij heeft aangesneden. Ben ik het met alles eens? Nee, niet geheel. Maar de kern is essentieel. Ik zie die boodschap hier met het badwater weggegooid worden. Echt zonde!

  67. Reinier Scheele zegt:

    Het onbeleefd zijn speelt misschien niet zozeer tegen elkaar een rol, maar wel tegen buitenlanders. Zoals een Engelse hoogleraar, die jaren in Nederland woonde en werkte, over Nederlanders me eens vertrouwelijk zei – ‘very rude’. Dus buitengewoon onbeleefd. Maar er ook aan toevoegend: zo komen we over, maar wie ons veel langer kent begrijpt, dat dat geen opzet is. Met buitenlanders gaan we echter meestal niet lang genoeg om, om dat voldoende duidelijk te kunnen maken. In het contact met buitenlanders zouden we maar beter de Engelse manier van het ‘zeggen in understatements’ leren beoefenen. En het woordje ‘please’ veel vaker hanteren dan nu het geval is. Wie er goed in is, zal er ook veel mee bereiken.

  68. E.L.Samuels zegt:

    De reactie van de heer Driessen op het betoog van Prof.Dr. PaulSchnabel is niet alleen intellectueel maar ook vanuit een oogpunt van eruditie en humor bijzonder aangenaam.
    Niettemin wil ik de heer Driessen wijzen op een ondergeschikt misverstand.
    Engelsen, en uiteraard degene uit de Middle en Upper Class gebruiken het woord “interesting” bepaald niet altijd in pejoratieve zin. Het gaat om de context waarin het woord geplaatst dient te worden. Wanneer een hofdame van Her Majesty the Queen bijvoorbeeld tijdens een William and Mary activiteit ( 1987/1988 )in de Nieuwe kerk te Amsterdam een bepaalde munt uit de laat 17de eeuw “most interesting” vond, dan meende zij dat oprecht in de zin van beslist belangwekkend. Zij was ook werkelijk geïnteresseerd in het object.

  69. Hannes Minkema zegt:

    In het oog en oor van buitenlanders – op een of andere manier worden altijd hoogopgeleide buitenlanders als voorbeeld genomen – komen Nederlanders bot, ‘direct’ of onbeleefd over.

    Reinier Scheele stelt ‘dat dat niet met opzet doen’, en dat we ‘meestal niet lang genoeg met buitenlanders omgaan om dat voldoende duidelijk te maken’. Als remedie stelt Scheele voor dat wij ons dan maar conformeren aan die buitenlanders: ‘In het contact met buitenlanders zouden we maar beter de Engelse manier van het ‘zeggen in understatements’ leren beoefenen’.

    Het lijkt me de omgekeerde wereld. Gaan Engelsen hun omgangsvormen soms conformeren aan de Nederlanders die in Londen en Birmingham verblijven? Laten de Engelsen om onzentwille voortaan na om ‘It is possible’ te zeggen als ze gewoon ‘nee’ bedoelen?

    Natuurlijk niet. De inwoners van een land, die een bepaalde cultuur delen, bij alle onderlinge verscheidenheid, moeten hun culturele en communicatieve oren niet laten hangen naar wat de buitenwereld behaagt. Dat is het tegenovergestelde van cultuur.

    In Engeland bijten ze nog liever hun tong af dan dat ze bij de kassa in de supermarkt vragen of ze met dat ene boodschapje asjeblieft mogen voorgaan. In Nederland vragen we dat gewoon aan elkaar. ’s Lands wijs is ’s lands eer en daar hoeft geen tongafbijtende Brit afbreuk aan te doen.

    Overigens lijkt mij dat verreweg de meeste ouders hun kinderen nog altijd ‘alsjeblieft’ leren zeggen als ze iets vragen. Zou dat een eeuw geleden per saldo beter geweest zijn?

  70. Christine Karman zegt:

    Het leven is zoveel aangenamer als mensen vriendelijk zijn tegen andere mensen. Als je ’s stopt voor een voetganger als het regent. Als je ’s iemand laat voor gaan in de supermarkt of in het verkeer. En het zou erg handig zijn dat als je een opmerking maakt over voeten op de bank in de tram, dat dan niet alle andere passagiers krampachtig de andere kant op gaan kijken.

  71. A.L.van Dale zegt:

    De kritieken van dse heer Schnabel en Driessen zijn er het algemeen toch wel waar.Nederlanders zijn beslist meer direct dan vele buitenlanders maar ook in ons land zelf bestaan er op dit punt verschillen.Zo zal iedereen uit de provincies Noord en Zuid Holland bij verhuizing naar bijvoorbeeld Brabant merken dat ook daar directheid zoals we dat in Amsterdam gewend zijn niet altijd gewaardeerd en begrepen wordt.In principe is er niets mis met directheid maar ook zijn er spelregels:je kunt best iemand laten je afkeuring over iets laten blijken maar doe dat dan met humor of in wat verzachtende termen.Cabaretiers kunnen met hun humoristische wijze de meest scherpe kritieken hebben maar de verpakking bepaalt de acceptatie.
    Er zijn momenten waar de onbeleefdheid van sommige Nederlanders hinderlijk is,ook voor Nederlanders zelf.Dat geldt bijvoorbeeld bij de discussies bij de publieke omroep.Daar wordt vaak op zo`n onbeheerste wijze door elkaar gediscussieerd dat men als luisteraar niets meer verstaat.Dat vind ik een ernstig tekort van de discussie leiders en ik vind dat ze dat voor hun hoge inkomens wel eens wat beter mogen doen.

  72. HJ van Vliet zegt:

    Vol verwachting begon ik aan het lezen van de reacties op Prof. Schnabel’s bijdrage, maar de douche was ijskoud: inhakken op de boodschapper in plaats van luisteren naar de boodschap lijkt de norm. Zelfs op de NRC-site is een mens niet meer veilig voor de vergroving van omgangsvormen. De spiegel die Schnabel ons voorhoudt is kennelijk te helder (hoewel hij hier en daar ook vervormt).

    Hoewel ik me, net als vele briefschrijvers, ook kapot erger aan bestuurlijke arrogantie, graaiende publieke sector managers, e.d., wordt meer en meer de hele elite aangevallen: iedereen die Algemeen Beschaafd Nederlands met twee woorden spreekt en zich aan de verkeersregels houdt. Klein voorbeeld: ik stop gisteren voor een stoplicht dat op oranje springt; de automobilist achter mij komt boos uit zijn auto en roept: ‘zak, kan je niet doorrijden, ik heb nog meer te doen!’. Dit begint bijna standaard verkeersgedrag te worden; de middelvinger is kennelijk al als zodanig geaccepteerd.
    Gelukkig zijn de meeste mensen waarmee ik in aanraking kom wèl gewoon aardig (gebleven), dat is het rare. Maar collectief lijken onze lontjes de laatste ca. 15 jaar aanmerkelijk korter geworden, en dat heeft Nederland er niet aangenamer op gemaakt.

  73. Roos Kester zegt:

    De anekdotische (# 64) “aanvulling” van de heer C. Driessen, hoewel onderhoudender dan het pietlutproza (# 25, # 27, # 30) van professor Piet Schnabel, onderstreept slechts de stereotypering en tilt de observaties van de universiteitsprofessor allerminst naar een algemeen geldig niveau.
    Driessen babbelt weliswaar lichter over volksaard en volkseigen dan meneer Schnabel, maar het blijven stereotyperingen van het soort waarmee wij ons na de vakantie plegen te onderhouden: de Fransen zus en zo, maar de Duitsers zijn nog veel erger, nou dan moet je de Italianen hebben, die ….. maar de Griek spant wel de kroon! Schnabels stukje nodigt blijkbaar uit tot het zich uitleven op stereotypen. Hetgeen een nuttig ventiel biedt.

    Stereotypen zijn soms best handig, want tijdbesparend indien ze (grotendeels) samenvallen met de werkelijkheid. Dus qua functie vergelijkbaar met Driessens observatie over “uiterlijke vormen” die tot “gewoonte” worden.
    Driessens stereotype Engelsman sluit nog het beste aan bij de mijne, maar zijn typering van de calvinist is drastisch aan herziening toe. Nederland is zeker de laatste dertig jaar vooral door calvinisten geregeerd en bestuurd – ongeacht de naam van de politieke partijen waartoe zij behoorden.
    De laatste tien tot vijftien jaar hebben vooral calvinistische gereformeerden hier het heft in handen en ik heb als burger nog nooit zoveel: spin, PR, reclame en marketingmanipulatie over me heen gekregen als juist in deze periode. Ze liegen dan wel niet “eerlijk” in de zin die Driessen bedoelt, maar in hun achterbakse draaikonterij en halve waarheden debiteren, vind ik ze vele malen erger dan de meest sluwe Jezuïet. (Over stereotypering gesproken!)

    ERGERNIS! De overheidsspin en -manipulatie zijn mij een grote bron van ergernis, want mijn geloof in de overheid is daardoor tot nihil gedaald. En dat betekent ergerlijke tijdverspilling, vanwege: check, double check, tripel check en vaak nogmaals check (= je eigen verantwoordelijkheid nemen!). Direct daarna erger ik mij aan het graaigedrag van vage “managers”in net zo vage (semi-)overheidsorganisaties, naast de hufterigheid waarmee die gewoonlijk optreden. Dit zijn mij dunkt relevanter ergernissen dan die van Schnabel.

    Net als Driessen heb ik een katholieke achtergrond. Bij ons in de familie hebben wij het – slechts halfgrappend – vaak over het onderscheid tussen de diplomatieke Jezuïet en de achterbakse gereformeerden (een gristensekte). Ik denk dat ik mij voortaan gematigd aan deze family running gag ga ergeren. Men moet toch ergens beginnen?
    Om nóg positiever af te sluiten: ik ben ervan overtuigd dat de instroom van nieuwe Nederlanders het maatschappelijke klimaat in Nederland ten goede zal beïnvloeden. Wat we nu beleven aan zogenaamde ergernis met integratie (# 53) is volgens mij even hard te wijten aan het achterhoedegevecht van achterlijk gereformeerd spruitjesethos (vaak onbewust, maar diep aanwezig) tegen oprukkend modern en fris Verlichtingsdenken. Of zou dit mijn hoopvol wensstereotype zijn? Die vrolijk opgestoken middenvingers van Blommestijns tweede cartoon beschouw ik absoluut als een hart onder de riem!

  74. ben risus zegt:

    “De vinger op de zere plek”, mijnheer Schnabel. U heeft een uitermate heldere kijk op “De Nederlander”. Hoe is het zover kunnen komen? Onderwijs, opvoeding en lafheid van het politieke establishment, in willekeurige volgorde, kunnen als boosdoenders worden aangewezen. Daarbij komt dat een grote sociale onderklasse, die zich eeuwenlang koest hield, door scholing is binnengetreden in een andere, hogere klasse. Tegelijk met het binnentreden van die nieuwe klasse vond er in de zestiger jaren van de vorige eeuw een onthechting plaats op tal van terreinen in de maatschappij. Door deze substantiële onthechting van normen en waarden, die in elke sociale klasse voelbaar was, implanteerde de genoemde onderklasse, haar eigen mores en gewoonten, als zijnde de nieuwe mores voor iedereen. Men nam niet de gewoonten en sociale vaardigheden over van de heersende elite, welnee dat was niet nodig. Door gebrek aan durf, leiderschap en inzicht in de politieke bestuurslagen is hierdoor de vroegere moraal geërodeerd. Moreel verval, in woord en daad is het gevolg geweest. Nu zijn we zelfs zover dat we vooral “Hollands eerlijk” willen zijn; dus een meestal onbekend persoon uitkafferen als je daar het nut van inziet. Nederland wordt overwoekerd door proleten en andersoortige uitwerpselen. Het is geen wonder, dat Nederlanders, bewoners van één van de nietigste landjes op aarde, als “quantitées négligeables” (te verwaarlozen hoedanigheden) worden gezien door meer beschaafde volkeren, die wel trachten om de interactie tussen mensen op een correcte en soms zelfs hoffelijke manier vorm te geven.

  75. W.J.H. Eggenkamp zegt:

    De heer Driessen schrijft weliswaar lichtvoetiger dan de chagrijnige detaillist meneer Schnabel, maar hij ontstijgt het anekdotische niet. Dit soort observaties maakt bijna iedereen aan de borreltafel ook weleens. Er schijnen zelfs Belgenmoppen te bestaan? Misschien is het even leuk, maar al gauw wordt het melig.
    Veel interessanter is – zoals ook door menigeen hier aangegeven – de oorzaken voor eventuele (de persoon van de waarnemer is ook van belang!) vergroving te onderkennen. Dat is natuurlijk een stuk ingewikkelder en …. in Schnabels positie riskanter. Vandaag de dag zeker, nu iedereen om fondsen en geld moet concurreren en men elkaar de strot afbijt om maar te scoren.
    De hufterige overheid speelt geen kleine rol bij het bevorderen van ons nationale slechte humeur waar Schnabel zo over piept – ik heb er zelf weinig last van, terwijl ik toch OV tweede klasse reis. Ik erger mij wel aan de geprivatiseerde NS en al die graaiende (semi-) overheidsmanagers; dat vind ik stuitend.
    Het nepotisme in Den Haag vind ik ten hemel schreiend: er worden zwakke broeders op het pluche geplakt die totaal ondermaats zijn en toch, ondanks gestuntel en gemodder, van ministerschap naar ministerschap geschoven worden. Ongelooflijk! Geen wonder dat ons humeur daar onder lijdt. Maar om nu zoals meneer Schnabel doet de aandacht af te leiden van de oorzaken en te richten op symptomen, dat vind ik kwalijk. Ik zou haast denken dat deze professor een wit voetje bij de gevestigde macht probeert te halen. Kun je nagaan hoe diep ik ben gezonken, want zo’n 15 jaar geleden zou dat niet eens in mijn hoofd zijn opgekomen.

  76. K. van Lenfoorde zegt:

    Het mooi te zien dat hier een goed beargumenteerde discussie lost barst. Toch vraag ik mij af hoe een dergelijke thread zou zijn verlopen wanneer deze tegelijkertijd op de websites van NRC.nl en GeenStijl.nl zou plaatsvinden, want gezien de inhoud van de reacties hebben beide websites een andere sociale achterban. Wanneer een sociale kwestie als deze dan wordt besproken, zouden naar mijn mening deelnemers vanuit de gehele samenleving betrokken moeten raken.

  77. S. Loos zegt:

    “Hear, hear” so to speak..
    Wat een boeiend artikel om te lezen.
    Hoffelijkheid is in onze samenleving tamelijk ver te zoeken helaas, al komt het woord toch ook in ons vocabulaire nog voor.. Een vriendin die rechtuit zegt dat ze geen zin heeft om te komen omdat ze liever wat anders doet, noem ik liever een botte ‘kennis’. En de mensen die menen dat ze kunnen zeggen wat ze denken, moeten eerst maar eens leren denken voordat ze wat zeggen…

  78. R. Evers zegt:

    hahaha zo mooi hè. Het stuk van Dhr. Schnabel gaat over het gebrek aan zelfinzicht bij de Nederlander en de eerste pakweg 30 berichten tonen dat ook direct aan. Een en al krenking en het dan nog ontkennen ook. Met zulk volk hebben we geen cabaretier meer nodig. De humor ligt op straat.

  79. J. Quendag zegt:

    Ik ben geen expert – dus ook hier borrelpraat.
    Wat heer Driessen schrijft over zijn onbeleefde vriendin die hem eerlijk bekent geen zin te hebben – dat is niet onbeleefd. Omgangsvormen rusten op respect. Als het gaat over zorgen om omgangsnormen is het meer de zorg om respect en veiligheid. Je ergert je al over iemand die een blikje achteloos in het gras werpt vanuit de angst dat het een symptoom is dat diegene ook geen respect heeft voor jouw vrijheid en veiligheid. Een soort “straatverruwing”. Dezelfde verruwing die ervoor zorgt dat openbare ruimtes als metrostations eruit zien als openbare detentiecentra met beton en cameratoezicht. Met de roep om meer beleefdheid qua vorm los je die angst niet op. Wel met directer optreden tegen uitwassen op straat die mensen werkelijk raken. Waarbij sociaal zwakkeren benadeeld worden. Waardoor je, als je iemand in nood ziet, maar gewoon doorloopt uit zelfbescherming. Misschien is “onze directheid” eerder een wapen tegen de wezenlijke verruwing omdat het dit bespreekbaar maakt.
    Nog een borrelmening: de verruwing is ook het gevolg van domme commerciele televisie en geschiedenis zou een verplicht vak dienen te zijn net als wiskunde.

  80. John Vol zegt:

    Zeker boven de rivieren ligt de Memento Mori gedachte ten grondslag aan ons naar buiten treden..We talk like dutch uncles..en die manier van denken, maakt mij gelukkig Nederlander te zijn en te kunnen en willen zeggen en ook te handelen naar waar het op staat in belangrijke vraagstukken, zoals euthanasie, homohuwelijk, kruisraketten of wat dan ook en niet altijd de standpunten verbloemen omdat het not cricketlike zou zijn. Kritisch cabaret is onze manier van denken, gelukkig

  81. Filip zegt:

    Dhr. Schnabel is onderdeel van wat vaak de macht of de elite wordt genoemd en dat is voor een heel groot aantal reaguurders al reden om al zijn woorden in twijfel te trekken, exact zoals mevr. van Wissekerk – Echters al aangeeft. Datzelfde wantrouwen t.o.v. de overheid wordt nog een aantal keren hier ten toon gespreid. De vijf jonge academici klagen over de behandeling bij het UWV, maar waarom? Enkele keren in het jaar krijg ik post van de Belastingdienst, UWV, IBG en gemeente. Telkenmale is hun informatie, voor mij, duidelijk, netjes geformuleerd en vriendelijk. Als ik medewerkers spreek dan zijn ze aardig, vriendelijk en hulpvaardig en in geen enkel geval neerbuigend, Oost-Indisch doof of iets dergelijks. Ja, er gaat wel eens iets mis, maar ook dat is wel weer op te lossen. Hoe komt toch dit verschil in ervaring? Moet men daarvoor toch eerst in de spiegel kijken? Zijn de lontjes te kort of komt het in het specifieke geval van de vijf academici voort uit hun eigen hooghartigheid, blijkens de zinsnede:”Wij zijn er voor hen en niet omgekeerd, zoals het zou horen”. En iemand van 60 jaar of ouder heeft geen sollicitatieplicht meer, mits deze persoon besluit op eigen vermogen te leven en niet uit de staatsruif mee te plukken. Anders gelden de normale regels toch.
    Eenzelfde wantrouwen kwam ik ook tegen bij dhr. Eggenkamp die zich ergert aan de geprivatiseerde NS. Waaraan ergert u zich meneer? Onze treinen rijden frequent, betrouwbaar, zijn over het algemeen schoon en ruim van opzet. Ik schrik echter als ik zie wat voor een behandeling een conducteur krijgt als hij de coupe inloopt op ’s ochtends vroeg de OV-studentenkaarten te controleren. Geen enkele aanspraak of vriendelijk geknik alleen maar een rij omhoog gehouden kaarten. Dat is dus exact het gedrag waar Schabel en Driessen op doelden.
    De enige remedie begint overigs bij mijzelf. In bus, trein, winkel of op het gemeentehuis gewoon keurig groeten, vriendelijk praten, geduldig luisteren en uitleggen en tot slot gemeend de persoon in kwestie bedanken. Zaak geregeld, zonder ergernis.

  82. George Berger PhD zegt:

    I lived in Amsterdam for 37 years and left last January. Although I had other reasons that were more important and indeed compelling, the lack of elementary civility rampant in Amsterdam was a major factor. I could not stand it anymore. Since others here have mentioned specific types of bad manners and other uncivil behavior, I won’t list some here.
    I now live in Uppsala, Sweden. None of these problems are visible here. I have encountered only friendliness, openness, and above all helpfulness. Good manners are normal here. I tell people in particular about the behavior of medical workers in Holland and they get shocked. All the more when I tell them that LIES BY SPECIALISTS caused my wife to become seriously. Such lies put my life at risk. As an internationalist I simply left, without even signing out of the horrid population registry. The matter was urgent. Lying in such cirecumstances constitutes extremely bad manners. So I am writing this in my native tongue. That’s bad manners too! But directed against the founders of your infamous and feared Nieuwe Zorgstelsel, the complacent members of your population, and your slimy-talking governments during the last three decades.

  83. Reinier Scheele zegt:

    @69. H. Minkema. Men kan weinig met ‘buitenland’ hebben en misschien nog wel veel minder met wetenschappers, maar de laatsten horen nu eenmaal bij het beperkte aantal beroepsgroepen, dat vakmatig met het buitenland te maken heeft. Zo ook o.a. multinationals, de transport- en reiswereld, beroepsorganisaties en deelnemers aan internationale gremia. Dat er grote groepen zijn, die minder zijn ingevoerd, valt dus niemand kwalijk te nemen. Zij moeten echter voor hun belangen wel kunnen vertrouwen op de kwaliteit, ook gedragsmatig, van degenen die hen vertegenwoordigen, hetzij direct, hetzij indirect.

  84. julian K zegt:

    Kom op mensen, we hoeven toch niet meteen te stijgeren als iemand, (een professor maar dat terzijde), wat roept ‘uit die ivoren toren’. Ik heb het artikel nog eens doorgelezen, maar de goede man spreekt voortdurend in de ‘wij’-vorm. Ik vind niets in de tekst waar hij zich beroept op zijn authoriteit als professor, of gebruikt maakt van onbegrijpelijk vakjargon, of name-dropping. Ik kan niets anders dan concluderen dan dat sommigen hem daar zelf, in die ‘ivoren toren’ plaatsen, of beter: zichzelf onder hem plaatsen. Waarom? Ik begrijp die boosheid niet.

    Je moet in dit land nou eenmaal vrij assertief zijn, en afgaande op de reacties lijken de meeste hier dat wel te zijn. Ik ben vrij assertief, dus ik heb daar geen probleem mee. Maar niet iedereen is zo assertief, dus ik kan me best voorstellen dat het voor sommige mensen best moeilijk is soms.

    In veel landen kun je respect ‘verliezen’, maar in Nederland moet je respect zoals dat heet ‘verdienen’.
    Het is precies dat ‘ik doe niet onder voor jou’ wat sommige mensen zo horkerig maakt, alsof je jezelf zou vernederen door een beetje rekening te houden met de ander. Maar het is graag of niet hoor, uiteindelijk verkies ik dan toch de eerlijke Hollandse horkerigheid boven geforceerde onoprechte vriendelijkheid. Daarnaast, mijn eigen ervaring is dat als je vriendelijk en beleefd blijft en de ander met respect benadert, dat ook diegene met een attitude wel bijdraaien.

  85. Jerry Mager zegt:

    Bestaat DE Nederlander wel degelijk en is hij dadelijk te herkennen aan zijn horkerige onbeleefdheid, die wordt aangezet door een genetisch bepaalde verongelijktheid en benadrukt door een ergerlijk onvermogen tot zelfkritiek?

    Na lezing van de stukjes van de heren Schnabel en Driessen zou ik tot die slotsom kunnen raken. Mevrouw Codina (# 13) heeft zich die Nederlandse horkerigheid nota bene zelf moeten aanleren om zich hier thuis te voelen. Nu maar hopen dat de tegenwoordige inburgercursussen de vakken onbeleefdheid en botheid in het curriculum hebben opgenomen en wel als hoofdvakken. Een canon van Nederlandse horkerigheid zou geen gek idee zijn.

    Dus: we spreken niet langer over de Fries, de Brabander en de Zeeuw, maar over de onwellevende polderhork. De katholieke Zeeuw en protestantse Limburger zijn nagenoeg uitgestorven. De Surinaamse-Nederlander, Turkse-Nederlander, Indische-Nederlander en Marokkaanse-Nederlander slaan we over. Die zijn horkerig genoeg en sommigen lijken overijverig in hun streven de typische Nederlander in horkerigheid naar de kroon te steken. Hoe de heer Driessen de Beier, Hes en Pruis – om er maar drie te noemen en ik laat Ossies en Wessies buiten beschouwing om het niet al te makkelijk te maken – onder de grootste gemene deler Duitser brengt, verneem ik graag van hem.

    Dit is natuurlijk apekool.
    Professor Schnabel heeft nog niet zo lang geleden betoogd dat DE Nederlander niet bestaat en “de calvinistische volksaard wordt opgeklopt.” Wat hij hier waarschijnlijk probeert, is Nederlandse horkerigheid te onderscheiden van andersoortige botheden, in combinatie met de hevigheid en mate waarin de respectieve vormen van onwellevendheid ter plekke optreden. We moeten onze nationale identiteit tenslotte ergens aan ontlenen en kunnen ophangen, ook al berust die volgens professor Schnabel “primair op emotionele beleving en mythologisering van het verleden.”
    Immers, de meesten van ons schijnen wel degelijk graag te willen weten bij wie en waarbij ze (mogen) horen. Voor menigeen is dat een levenslange bezigheid; er worden eindeloze tv-programma’s mee gevuld. Identiteit boet als thema nooit aan actualiteit in. Zeker in de komkommertijd is de identiteitsvraag dan ook een dankbaar onderwerp

    De meest handzame omschrijving van identiteit die ik tot dusverre ben tegenkomen, beschouwt iemands identiteit als samenstelling van drie verhalen: 1) het verhaal dat iemand over zichzelf vertelt (je zelfbeeld), 2) het verhaal dat anderen over een persoon vertellen (je reputatie) en 3) het verhaal dat een gediplomeerd deskundige – met name een arts en psychiater – over iemand vertelt wanneer de eerste twee verhalen niet langer toereikend blijken.
    Middels de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) probeert men als geestesziek beschouwde individuen in voor psychiaters over de gehele wereld hanteerbare categorieën onder te brengen.
    De “gezonde” of “normale” mens blijkt gelukkig nog steeds veel moeilijker in hokjes te plaatsen. In dit kader herinner ik me de poging van Murdock en zijn HRAF (Human Relations Area Files); hier te lande door Steinmetz nagevolgd en door Köbben beschreven? Hoe het daarmee gaat, weet ik eerlijk gezegd niet. Ik meen dat DSM inmiddels aan zijn vijfde update toe is; wat mij betreft mag DSM een work in progress blijven.
    Daar de heer Driessen als Duitse wetenschapper zo hoffelijk behulpzaam is om ons Nederlanders unverfroren maar objectief wetenschappelijk en dus niet in het minst aanstootgevend te wijzen op ons gebrek aan beleefdheid, doe ik graag iets terug door hem te attenderen op literatuur waar hij als historicus met speciale belangstelling voor identiteit wellicht iets leuks mee kan – als hij het niet zelf al ontdekt heeft.
    Ik doel op de aanhef van Marcus Antonius in zijn vlammende rede tot het publiek, die hij afsteekt over het lichaam van de pas vermoorde Julius Caesar. Let wel: identiteit, daar gaat het om.
    Marcus Antonius richt zich namelijk tot – en let op de volgorde: 1) vrienden, 2) Romeinen en tenslotte 3) landgenoten: “Friends, Romans, countrymen, lend me your ears.. “ Een vriend kon Romein en landgenoot zijn, maar omgekeerd werkte dat niet automatisch op dezefde wijze. Pro Memorie: “Landgenoten!”, “My Fellow Americans!”.
    Over de implicaties van alleen al deze laatste voorbeelden voor identiteit en daarmee voor het dagelijkse leven, kunnen we makkelijk de rest van deze komkommertijd uitweiden. Wie weet, komt dat er nog van. Of we dat qua toonzetting op z’n Nederlands of Duits doen, is mij dunkt van geen enkel belang.

    * *
    Over:
    H.R.A.F. (Human Relations Area Files) en Murdock / Steinmetz, Köbben;
    DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders), is via google info te vinden;
    “De Nederlander bestaat toch niet” is een artikel van John Wanders, die de bevinding van dr. Schnabel in dezen, weergeeft in de Volkskrant van 08 oktober 2008.

  86. Gijs Casterop zegt:

    Als sociaalgeograaf en historicus heb ik o.a. gedurende tien jaar op verschillende plekken in Duitsland gewoond en ik ben met een Duitse getrouwd, maar beweren dat ik “de” Duitser zou kennen: neen. Laat staan dat ik mijn eventuele mening over “de” Duitse wellevendheid op een Duitse website zou durven ventileren.
    Erg dapper en zeer voorkomend van meneer Driessen om ons onze Nederlandse onbeleefdheid zo beleefd onder de neus te wrijven. Laten we ons die les ter harte nemen en van de dwalingen ons’ weegs terugkeren. Een goede buur is tenslotte handiger dan een verre vriend.

  87. F.Q.W. de Kanter zegt:

    Zowel de universiteitsprofessor als zijn Duitse vriend debiteren pietluttige borrelpraat. Tsjonge, wat een dorre klerehangers zijn dit. Alsof de Nederlander overal dadelijk zou zijn te herkennen aan zijn ongemanierdheid.
    Wat onze Engelsman (# 82) zegt, treft mij wel: jammer dat hij het hier niet naar zijn zin had. Ik heb jaren in Engeland gewoon en ben met een Engelse getrouwd; ik denk wel dat ik weet wat hij voelt. Toch knap dat hij het zo lang in Amsterdam heeft uitgehouden. Waaraan zou dat liggen?
    Meneer Schnabel zou er inderdaad goed aan doen uit die dienstauto van ‘m te kruipen en gewoon met het OV tweede klasse te reizen.
    Dit geneuzel van iemand die zich pontificaal met zijn titulatuur en Duitse vrind even op het internet begeeft om daar zijn windei te leggen, dat zou je zomer bijna kunnen bederven. Foei toch!

  88. Fiet van Hoogendorp zegt:

    Tot mijn plezier lees ik in menige reactie dat het in een adem noemen van premier Balkenende en fatsoen bij menige reageerder in het verkeerde keelgat schiet. Wat deze man en zijn CDA-kornuiten de afgelopen jaren nog erger de vernieling in hebben gedraaid dan het toch al was, zal ze hopelijk nog eens gepresenteerd worden.
    Vooral hetgeen Roos Kester (# 73) zegt over overheidsleugens en draaierij is mij uit het hart gegrepen: de sfeer in een land verpesten is ook wanbeleid! De gevolgen daarvan krijgen wij allemaal te verduren. Meneer Schnabel zou eens naar verbanden kunnen speuren.
    Dat Schnabel bij Balkenende op schoot kruipt en van die plek af tegen ons gaat katten, tekent de man ten voeten uit: een flatulent poseurtje, inderdaad. Dat zulke personen in Nederland waarschijnlijk tot de opiniemakers worden gerekend, bezorgt mij een onprettig gevoel.

  89. Caroline Ten Haef zegt:

    Mijn complimenten voor deze site!
    Zelden zo’n inhoudelijk goede verzameling reacties op een tamelijk schriel en miezemuizig artikeltje gezien!

  90. H.vanLynden zegt:

    Wees een heer of dame in het verkeer. Ik vind het autoverkeer een goede graadmeter om de intrinsieke beleefdheid van een volk vast te stellen, want in de auto op de snelweg is iedereen anoniem, hoeft niemand dus de schijn van wellevendheid op te houden.
    Mijn vaststelling: Hier in Tsjechië zijn mensen zeer beleefd en vaak afstandelijk tegen elkaar face to face in de werksfeer en bij officiële gelegenheden, maar gedragen behoorlijk veel mensen zich als onbehouwen wegpiraten wanneer ze een stuur in handen hebben.

  91. P.G. Ferdinandus zegt:

    Goede discussie, met inhoudelijke argumenten van hoge kwaliteit! Complimenten!

  92. W.P.M. Bouma zegt:

    Een slijpsteen voor de geest is deze blog voor ons (mijn partner, twee volwassen kinderen en ondergetekende) zeker. Jammer dat zulke gedachtewisselingen zelden of nooit in de gedrukte media voorkomen. Wat dat betreft vind ik het Internet een onmisbare gigavooruitgang. Waren er maar meer weblogs als deze.
    Wij hebben vier hoofdpunten uit de bijdragen gedestilleerd en enkele afgeleide.
    1. Aandacht voor oorzaken sneeuwt onder door gekrakeel over symptomen.
    2. Identiteit ( # 85 – Jerry Mager) is waar het in de kern om gaat.
    3. Professor Schnabel brengt DE Nederlander – als polderhork – door de achterdeur binnen, terwijl hij hem kortgeleden met ketelmuziek als niet-bestaand afdeed. Onbeleefdheid is volgens hem de discriminerende Nederlandse volkstrek.
    4. Het zelden of nooit indringend bespreken van het in Nederland dominante religieus ethos (gereformeerd calvinisme, katholicisme, anders?) wordt nadrukkelijk doorbroken (# 73 – Roos Kester); een taboe dat volgens ons veel vaker onder de loep dient te worden genomen in het publieke debat. Niet alleen de islam heeft met fundamentalisme te maken. Voortdurende zelfreflectie is zeker op dit punt van religie en ethos dringend geboden.

    Aan de hand van bovenstaande hebben we gediscussieerd over Schnabels eventuele horigheid aan de macht: De professor geeft prinses Máxima gelijk, terwijl hijzelf vindt dat DE Nederlander wel degelijk bestaat. Met name wanneer die Nederlander (pietluttige) handelingen verricht die de professor irriteren. Aan oorzaken wijdt hij – inderdaad: exponent van het establishment – weinig steekhoudende woorden.
    Wij vroegen ons af of we professor Schnabel als slinkse gereformeerde draaikont kunnen aanmerken. Zo ja, is hier dan sprake van een etnische of een culturele gereformeerde?

    Wij delen vooral de brede ergernis over de zichzelf steeds verder privatiserende overheid. Dat vertalen wij in: politici die steeds meer verantwoordelijkheid ontwijken en ontduiken door het publieke domein te vondeling te leggen in het woud van de zogenaamde “markt,” en dat schaamteloos te etiketteren met de slogan: de burger dient zelfredzaamheid bijgebracht te worden, door hem te dwingen zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen. Intussen lobbyen politici overal en op elk niveau om hoger salaris. Stuitend!
    Deze hypocriete basishouding ligt naar onze overtuiging aan de wortel van veel maatschappelijk ongenoegen. De hinderlijke symptomen leiden af van deze oorzaak.
    Het (ondeskundig) gebruik van spin, PR en marketing door Den Haag, om de publieke opinie te manipuleren, vinden wij ronduit verwerpelijk, want onverantwoordelijk en schadelijk voor elke democratie. Obama riep niet voor niets: “No more spin!”

    De recentste ons irriterende Haagse propaganda gaat warempel over identeit – posters in bushokjes en spotjes op de tv: infantiel, geldverslindend, puur cosmetisch, kortom een bron van ergernis. Hoe eerder de Haagse propagandamachine stopt en inhoud op de eerste plaats komt, des te liever het ons is.

    Identiteit speelt in de bijdragen op deze site eveneens een grote rol waar het gaat om INsluiten en UITsluiten bij de discussie. Met wie is iemand het eens, op welke gronden en hoe wordt een ander buitengesloten, bijvoorbeeld door hem te diskwalificeren als onbeleefdheid of vanwege het op de man spelen.
    Wat dit laatste aangaat, kwamen wij tot de conclusie dat een universiteitsprofessor, tevens directeur van het SCP met dienstauto plus chauffeur, die zich met alle parafernalia van zijn ambten op het web presenteert, blijkbaar het gewicht van zijn status inbrengt, dus geen gepiep over “spelen op de man,” want: If you can’t stand the heat, don’t go into the kitchen, my friends.

  93. Margje Taselaar zegt:

    Hoewel de universiteitsprofessor (??) Schnabel en zijn Duitse collega klein bier schenken – wat mijn stereotype Duitser aantast – vind ik de meeste reacties om te smullen. Veel van wat ik, vaak min of meer onbewust, wel al dacht wordt hier verwoord. Naar een gewone krant zou ik nooit een reactie sturen – die wordt niet geplaatst wanneer je geen titels en functies hebt, zoals Professor Dr. Herr Direktor Schnabel. En dan duurt het een tijdje voor er een eventueel weerwoord komt, indien dat er al komt. Op die manier blijft een kleine groep het letterlijk voor het zeggen hebben. Daarom dat (goede) wblogs als deze – er zit helaas ook veel rommel en schreeuwerij tussen – gelukkig toegankelijk voor bijna iedereen zijn.

    ERGERNIS!
    Het beschamende wanfunctioneren van het Nederlandse politiek-bestuurlijke establishment is ook mijn grootste ergernis; wat ik ook stemde, er veranderde niets ten goede. De “markt” rukt in snel tempo op en overwoekert onze maatschappij – nu gaan de treinritten weer flink duurder worden. Voor wie? Ik zie geen toegenomen efficiency helemaal geen lager prijzen, zoals ons steeds wordt voorgespiegeld door Den Haag. Volgens mij worden we met z’n allen feestelijk in de boot genomen door een kliek Haagse propagandisten, die er alleen zelf beter van worden.
    Ook de aandacht in de reacties voor de religieuze drijfveren achter zogenaamd seculier politiek beleid, vind ik steengoed. Natuurlijk speelt dat wel degelijk mee!
    Hopelijk dat deze blog en veel meer van soortgelijke, het tij een beetje keren, want anders wordt ons landje misschien wel helemaal overlopen door de horken tegen wie meneer Schnabel het nadrukkelijk niet heeft, maar tegen wie hij het eigenlijk zou moeten hebben!

  94. O.F.M. Tennekes zegt:

    Wij zijn kort terug van 5 weken vakantie in Duitsland. Alleen hoffelijke Duitsers tegengekomen! Maar ik vrees dat we daaruit niet kunnen concluderen dat er geen onhoffelijke Duitsers zouden rondlopen.
    Deze Wblog hebben we bijna vanaf het begin gevolgd: complimenten! We voelden ons zelfs in het buitenland helemaal thuis. Mijn broer in New Zealand zei hetzelfde toen hij deze discussie had gelezen die hem gemaild had. Wat een klein geneuzel voor een professor! Wat maakt de man toch bergen van molshopen, terwijl de problemen levensgroot over onze drempel komen binnenrollen.

    Oorzaken, die moeten uitgegraven worden op de snijtafel gelegd. Geen verwarring zaaien door over symptomen te zwatelen. Je kunt je tot in eeuwigheid van dagen ergeren over hufterig gedrag. Dat doe ik trouwens al genoeg richting Den Haag. Men kopieert daar allerlei brokstukken van beleid uit Amerika en via Amerika uit Engeland (onlangs bijvoorbeeld mevr. Bijsterveldt met haar “de Leraar als Held”) en knutselt ons dat in onze maag, zonder enig overzicht van gevolgen of geschiedenis; contextloos gezever.

    De scherpe analyse van het gereformeerdendom – ik weet waarover ik het heb! – vind ik pakkend. Die spruitjesideologie dient flink uitgeklopt en in de volle zon gehangen te worden. Reken maar dat er nog heel veel van dat oude benepen gedachtegoed onder Nederlanders leeft, al zijn we ons dat zelf zelden bewust. Zelfreflectie! Onze (terechte) kritiek op achterlijke vormen van islamitische cultuur moet ons juist de ogen openen voor onze eigen muffe hersenspelonken en gedachteholen. Vooral dat de schone schijn ophouden en de kille draaikonterij. Ik heb families daaraan kapot zien gaan. Foei!

    Ga vooral door met deze discussie. Ik krijg er weer zin in!

  95. R.W.M. Santing zegt:

    Wat een oen is die universiteitsprofessor Schnabel: eerst ontkent hij met veel misbaar dat de DE Nederlander bestaat (slijm slijm bij Máxima) met veel hypermoderne ruimdenkende argumenten, om daarna vrolijk zelf DE Nederlander als onbeleefde polderhork, compleet met het keurmerk van de Vereniging van Huisvrouwen, via de achterdeur binnen te loodsen.
    Gôh, als die man en soortgenoten een belangrijke stem hebben in ons bestuurlijke gebeuren – en dat is geheid zo – dan is het geen wonder dat het zo belabberd met ons landje gaat. Dit gevoegd bij de ondermaatse politici en bestuurders met wie we nu al decennia lang standaard worden opgezadeld. Wat een denker is die Schnabel en zo gortdroog wijsneuzig op de koop toe. Jazeker! If you can’t stand the heat, get out the kitchen, my little man.

    Goed dat op het web de ontboezemingen veel vrijer zijn dan in de conventionele en traditionele media. Ik vind dit een verademing. De uitgesproken botte domme stukjes sla je toch gewoon over; pas de problème hoor. Maar om medereageerders te gaan dissen vanwege onbeleefdheid, vind ik precies zo snobistisch als meneer Schnabel doet met zijn allergie voor “onbeleefd gedrag.” Maar zelf wel, jawel!, een Duitse vriend vragen om je afzeikbetoog richting ons “aan te vullen.” Dan maak je jezelf toch tot de lilliputter van Madurodam.

  96. Fréderique Patijn zegt:

    Inderdaad: geneuzel van de Heer Schnabel en anecdotische borrelpraat van zijn Duitse vriend Herr Chr. Driessen.
    Maar de meeste reacties vind ik schoten in de roos!
    Ik heb ze met belangstelling gelezen en bij de uitgesproken humoristische hebben we met z’n allen hartelijk gelachen.
    De horkerige “overheid” en slecht gekwalificeerde ondermaatse politici doen ons land de das om. De ergerniswekkende privatisering zien ook wij als verantwoordelijkheden afschuiven door de politiek, terwijl ze tegen ons roepen dat we vooral onze verantwoordelijkheid moeten nemen. Ten hemel schreiend.
    We blijven dez blog zeker volgen.

  97. HJ van Vliet zegt:

    Het stukje van R.W.M. Santing hierboven (#94) is een prachtig voorbeeld van vergroving en horkerigheid, waar ik al eerder (#72) over schreef. Waarom moet dhr. Schnabel zo nodig een ‘oen’ genoemd worden? Wat voegen ’slijm, slijm’, en ‘afzijkbetoog’ toe als argument? Dat op het web ‘de ontboezemingen zoveel vrijer zijn’, vindt Santing ‘een verademing’. Als je opkomt voor enige beleefdheid en respect in het debat, heet dat ‘dissen van medereageerders’, en ’snobistisch’. Ergens hierboven nog noemde iemand het zo fijn dat blogs als NRC en Geen Stijl naast elkaar dit soort discussies voeren, maar met bijdragen als die van Santing heb je Geen Stijl niet meer nodig. En dan ben ik Paul Schnabel en ‘zijn Duitse collega’ (sic) nog niet eens aan het verdedigen! Maar dit terzijde.

    Nederland valt, is mijn voorlopige conclusie, op te delen in Twee Soorten Horken.
    Hork Soort Eén zetelt in Den Haag, en in Provincie- en Gemeentehuizen (de naam van Aleid Wolfson, burgemeester van Utrecht, is hier nog niet gevallen); in de Raden van Bestuur en Commissarissen van ons geprivatiseerde collectieve bezit; in de besturen van allerhande landelijke koepelstructuren. De banencarroussel (incl. het bijbehorende gewin) in deze gremia vind ik een van de meest schrijnende uitdrukkingen van ‘verhorking’: hé, daar duikt Tineke Netelenbos weer op, nu bij de Reders! Oh, Annemarie Jorritsma kon dus ondanks haar illegale waterput voorzitter van de VNG worden! In welke publieke of private functie zou Elco Brinkman bij de volgende Pauw en Witteman opduiken? De ERGERNIS over deze horken hebben bijna alle reageerders, inclusief ikzelf, gemeen.

    Hork Soort Twéé ligt aanzienlijk moeilijker: het kan uw buurman zijn, uw collega, uw schoonzus, uw moeder, en zelfs uzelf – en ikzelf – op zijn tijd. Ik bedoel maar: iedereen kan een hork zijn, en is het wellicht ook, maar voor velen lijkt het een Geen levensStijl geworden. De (relatieve) anonimiteit en de bescherming van het autoverkeer en het openbaar vervoer, en van het internet, nodigen kennelijk uit tot wat ik horkerig gedrag vind: geen respect voor andermans (anders)zijn en zich anders gedragen, en voor zijn of haar ruimte om zichzelf te zijn. Ook al spreekt hij of zij ABN, en met twee woorden, bezoekt kunstgaleries, leest de papieren NRC, en nog zo wat ’snobistische’ karakteristieken. Geert Wilders heeft met zijn geblaat tegen ‘de elite’ in het algemeen, eerder dit jaar, het Tweede Soort Horken fors de wind in de zeilen gegeven.

    Hork Soort Twee brengt mij in verwarring: kan ik nog op hen/haar vertrouwen als medeburger, als ik op het Rembrandtplein in elkaar getremd word omdat ik een vriend zoen? Hoe diep gaat de tolerantie van die tienduizenden gezinnen die jl. zaterdag langs de Amsterdamse grachten naar Canal Pride zaten te kijken? ‘Wij zitten hier al sinds tien uur! Waarom ga je niet zelf op een boot zitten!?’ – was het (bekorte) antwoord van een gezin, toen ik ze vroeg of ik even een deel van ‘hun plek’ mocht gebruiken om wat foto’s te maken.

    Afijn, ik heb nog steeds geen antwoord op de vraag waarom ook ‘de elite’ in het algemeen in de vuurlinie van de Tweede Soort Horken ligt, terwijl zij toch ook evenzeer de pest hebben aan de Eerste Soort Horken, en er geen deel van uitmaken.

  98. Sjuul van Dissel zegt:

    @ 95
    Waarom?
    Waarom zijn de bananen krom? Omdat zij niet recht zijn.
    Deze ‘elite’ heeft in het geheel geen hinder van zowel het Eerste als het Tweede Horkendom.
    Maar geeft wel af en toe van een pseudo eruditie blijk met het beschimpen van het Tweede Soort Hork die met 2x Lagere School Nederland heeft gebouwd en het nu weer ziet slopen en wegdragen naar de Eerste Soort Horken.
    En nee, Hork Soort Twee kan u niet meer vertrouwen. Zij worden hun eigen getolereer zat als zij zelf tot een bestaan in de marge worden gedrongen. Dus nee, ik deel uw mening niet.

  99. Hannah-Ruth Huybrecht zegt:

    Slijpsteen voor de geest is deze wblog voor ons (echtgenoot + ondergetekende) in elk geval.
    Universiteitsprofessor dr. Schnabel heeft gelijk, maar volgens ons anders dan hij zelf meent: wij kwamen tot de conclusie dat de echte horkerigheid in Nederland inmiddels is geïnstitutionaliseerd. En wel – via verzelfstandiging, privatisering en schaalvergroting – in de wijze waarop onze bejegening van ouderen en zieken (Zorg), werklozen (SD, CWI en UWV) en jongeren (Onderwijs) is georganiseerd: industrieel, onpersoonlijk en procesmatig; overvloedig overgoten met PR-prietpraat, managementbabbel en overheidspropaganda.
    Het zijn de uiterlijke manifestaties (# 79 – Quendag) van en de reacties op deze (semi-) overheidsbotheid die de directeur van het SCP professor Schnabel irriteren. Omdat deze nationaal georganiseerde horkerigheid met name relatief weerloze groepen (zie o.a. # 19 – Van Leeuwen; # 74 – ben risus) betreft, zijn die symptomen ervan – die professor Schnabel zo ergeren – navenant.
    Immers: financiële fraude op grote schaal, politiek-bestuurlijke incompetentie, nepotisme en managementcorruptie, kom je niet in levende lijve tegen. Bovendien identificeert de professor zich waarschijnlijk met de sociale groep ( # 26 – Mandenmaker-Pooters’ establishment) die de vier laatstgenoemde maatschappelijke en morele grofheden hoofdzakelijk begaat. Zie het onderscheid tussen soorten van horkerigheid waar Jerry Mager (# 85) het over heeft.
    Bij de Nationale ombudsman komt volgens ons slechts een gering percentage van de klachten over geïnstitutionaliseerde overheidsbotheid binnen; de werkelijke ondermensen in onze samenleving (# 19) hebben geen stem – misschien zelfs niet om aan de PVV te geven.

    * Terzijde: ook wij vinden structureel onderzoek (zelfreflectie) naar OORZAKEN van waarneembare horkerigheid vele malen belangrijker en boeiender dan banaal loos gekrakeel over losse symptomen *

    Via het gereformeerde ethos (iedere gelovige voor zich bewijst liefst middels maatschappelijk en materieel succes dat hij of zij misschien is uitverkoren > predestinatie-ideologie > de ieder-voor-zich-mentaliteit > achievement as fetish), dat resulteert in de bovenomschreven botheid jegens de “losers,” komen we op de gestileerde en geformaliseerde achterbaksheid (# 73! Roos Kester) in de gedaante van overheidspropaganda en -spin.
    Juist onder calvinistische regimes (Newborn Christians – Bush; Evangelicals > new “Faith Foundation” – Blair; gereformeerden – Balkenende c.s.) neemt de overheidspropaganda en volksverlakkerij een hoge vlucht. (P.M.: de recente brand + dode in het Catshuis; commissie Davids over Irak)
    Kan het zijn dat Driessens stereotype calvinist zijn ideologische dwang tot waarheid (“het wezen der dingen”) in gesublimeerde vorm omzeilt door marketingtechnieken en propaganda – geformaliseerde huichelarij – die als “voorlichting en informatie” ook en vooral voor hemzelf “aanvaardbaar” worden gemaakt?

    Hoe de mens wordt beïnvloed door onbewuste en impliciete vooroordelen, die ook nogeens contrair kunnen zijn, wordt treffend geïllustreerd door de manier waarop een groot geleerde als professor Schnabel blijkbaar leeft met twee tegengestelde cognitieve constructen: 1) DE Nederlander bestaat NIET versus 2) DE Nederlander wordt gekenmerkt door onbeleefdheid en horkerigheid.

    P.S. Op onze 9 weken lange reis door Duitsland zijn we nur höffliche Deutsche begegnet. Volgens mijn echtgenoot zijn de onbeleefde – voor zover die bestaan – Duitsers allen naar Horkenland getrokken, om zich daar ongelikt en onbehouwen aan het strand te doen gelden.

  100. T.W.P.H. Stokhoff zegt:

    Discriminatie en definitie zijn bij discussies belangrijk.

    Degenen die HJ van Vliet (# 95) in elkaar zouden tremmen of hebben getremd, wanneer hij op het Rembrandtplein een vriend zoent, vallen voor mij onder “emotioneel-mentaal gederangeerden” of “pathologische gedragsgestoorden,” dus niet primair onder “horken.” Misschien dat Van Vliet toevallig net dat ene korzelige en prikkelbare gezin (als je er vanaf tien uur zit en iemand vraagt om 16:30 of hij op je plek mag ….) trof. Pech; leg het nog een keer vriendelijk uit, of vraag het aan iemand anders.

    Hork Soort Eén – de vele incompetente leden van het Nederlands politiek-bestuurlijk establishment – zijn voor mij rechttoe, rechtaan: corrupt en maken deel uit van een corrupt (sub-)systeem, dat onze democratische rechtsstaat ondermijnt. Daarnaast vind ik de meesten horken, vanwege hun snobistisch, arrogant en stupide optreden, vanuit een rudimentaire algemene ontwikkeling.
    Precies deze groep gebruikt “parlementááir taalgebruik” als intimidatie en afscherming. Zijzelf betonen zich standaard: geschokt, onthutst, geraakt en beroepen zich al snel op hun “aangetaste integriteit,” zodra kritiek hun kant op komt (denk aan meneer Aleid Wolfsen).
    Dat “de elite” volgens Van Vliet (onterecht) mede onder vuur ligt, komt omdat velen “establishment” en “elite” niet van elkaar onderscheiden.

    Ik vind net als Santing (# 94) de ontboezemingen op deze site erg bevrijdend en vaak zeer to the point! Wrochten al die dure overheidshorken maar half zoveel zulke analyses!
    Sommige woorden die Santing gebruikt, zijn weliswaar niet de mijne maar ik heb liever zijn reactie mét die terminologie dan dat ik die reactie zou missen, omdat Santing zich moest inhouden. Bovendien stoort mij zijn taalgebruik in deze context niet.

  101. Dan Koningsbergen zegt:

    Deze blog deed me heel even denken aan Amerikaanse blogs zoals ik die gewend was, maar dan vooral door sommige reacties, die meer analyseren en uitleggen dan puur reageren of gewoon, je eigen ei kwijt willen.

    { Ik geef hier een paar Amerikaanse sites:
    http://www.huffingtonpost.com ; http://www.newmajority.com ; http://www.theatlantic.com ; http://www.talkingpointsmemo.com;
    http://www.citypaper.net/and-then-theres-this-by-bill-wasik }

    De aanleiding voor alle reacties, het stukje van professor Schnabel vind ik vrij dun en de “aanvulling” van Christoph Driessen inderdaad anecdotisch. De verklaringen over identiteit en religion zijn erg interessant. In Amerika wordt veel meer dan hier de religieuze motivatie van politiek beleid expliciet besproken en meegewogen. In Nederland heb ik dat vooral gezien als het over muslims en islam gaat; christendom lijkt nog een taboe om daarover te spreken in verband met politiek. Enkele bijdragen op deze site over gereformeerden vind ik boeiend! Ik denk dat calvinisme in Nederland zeker van invloed is bij de politiek; de parallel met Bush en Blair is denk ik erg to the point en sterk. President Obama heeft direct gezegd: “No more spin!” want spin maakt de mensen wantrouwig jegens politiek en politicians.
    Ik blijf deze blog (en enkele andere) intensief volgen. Thank you!

  102. Heerke Minnema zegt:

    Dit is zo’n zeldzame blog waarvan menige reactie het gebruikelijke nietes-welles niveau overstijgt. Gelukkig dat internet bestaat, want in de gedrukte media is zo’n performance niet mogelijk.
    Sommige reageerders geven wat mij betreft zeer indringende suggesties en speculaties omtrent de oorzaken van het algemene maatschappelijke ongenoegen, waarvan de heer Schnabel enkele hem irriterende symptomen opsomt. Naderhand wordt Schnabels betoog “aangevuld” door een Duitse kennis van hem die anekdotisch voortborduurt op Schnabels catalogus van Nederlandse horkerigheden.

    Afgezien van de onvermijdelijke welles-nietes reacties, vind ik dat de belangrijkste bron van ergernis wel degelijk aan bod komt: het politiek-bestuurlijke klimaat en dan toegespitst op de matige kwaliteit politieke bestuurders die de afgelopen decennia in Den Haag op het pluche werden geplakt.
    Hun bestuurlijke beunhazerij culmineert in het verschijnsel Wilders en zijn PVV, een direct gevolg van slechte politiek en subkwaliteit bestuur.

    Ik vind de aandacht van meneer Schnabel voor ergerlijk gedrag nagenoeg een op een te vergelijken met het afgeven op de PVV en Wilders; de oorzaken komen daardoor niet aan bod en men blijft vruchteloos symptomen beschimpen. Daarmee zeg ik niet dat hufterig gedrag niet voorkomt of niet ergerlijk is, maar het aanpakken ervan is – net als bij de PVV – een zaak van dieper en grondiger werk dan alleen symptoombestrijding.
    Ik ben bang dat zo lang onze politici het slechte voorbeeld blijven geven door horkgedrag, er weinig hoop bestaat op verbetering van het algemeen maatschappelijk klimaat. Tot politiek horkgedrag reken ik zeker het graaien en grabbelen uit de publieke middelen alsmede de klakkeloze privatiseringen en verzelfstandigingen van publieke voorzieningen om verantwoordelijkheid daarvoor af te schuiven. Daarnaast is de mateloze overheidspropaganda – onder de vlag van voorlichting en informatie – ook mij een doorn in het oog.
    Wellicht kan meneer Schnabel daar met zijn SCP in de toekomst meer aandacht aan besteden middels hun regelmatige rapportages.

  103. Metha Samson zegt:

    Jammer dat deze wblog nu zo snel op weg naar de uitgang is, want de reacties worden voor mij steeds interessanter. Ik heb nergens ooit zulke verbanden zien leggen als het om politiek en godsdienst gaat, in Nederland. Inderdaad, wel steeds over moslimfunadmentalisme zeuren, maar het nooit hebben over gereformeerd spruitjesdenken en gereformeerde harteloosheid onder de banier van markt en efficiency.
    De opmerkingen over al die overheidsreclame onder het etiket van informatie, vind ik verfrissend. Al die overheidsmanipulatie door propaganda is stuitend. Geef liever het goede voorbeeld als politiek door je werk goed te doen, dan krijgen we ook geen toestanden als nu met Wilders.
    Nogmaals: jammer dat de wblog eruit gaat!

  104. Trijn Biggekerke zegt:

    Een zeldzaam boeiende wblog die ik van begin tot eind volg! Na de vakantie ga ik hem met mijn studenten analyseren. Lesmateriaal uit de praktijk met stevige theoretische verwijzingen en toespelingen.
    De kern van deze discussie draait volgens mij om identiteit en status en op grond daarvan: BINNEN – en BUITENsluiten. Dit geldt voor alle deelnemers – inclusief de webredactie, die tenminste een criterium voor plaatsing hanteert: het taalgebruik (zie papieren NRC, inleiding bij Chris. Driessen). Vele deelnemers hanteren “fatsoen” als criterium.
    Het stukje van universiteitsprofessor Schnabel gaat niet alleen over symptomen, maar kan eveneens als een symptoom beschouwd worden, namelijk: kankeren over onbeleefde horkerigheid. De Nederlander als eeuwige kankeraar, naast de Nederlander als polderhork

    Schnabels stuk komt op de site omdat het van de directeur van het SCP + universiteitsprofessor afkomstig is. Jan met de Pet heeft op z’n minst aanzienlijke moeite om (in Nederland) in de krant of op een krantensite een leading article geplaatst te krijgen. Bijna alle leads zijn van personen die een of andere functie bekleden.
    Interessant vind ik dat menige reageerder zich niet laat intimideren door titulatuur of formele status van de professor directeur Schnabel of die van de heer Driessen.

    Natuurlijk zijn ook hier de gebruikelijke loze-kreet-reacties en ik-moet-mijn-ei-kwijt-reacties aanwezig, naast het vruchteloze welles-nietes, maar sommige reacties vind ik van verrassend groot zelfstandig inzicht getuigen.
    De relatie tussen “onze identiteit” en het gereformeerdendom (inclusief de predestinatie-ideologie!) vraagt om verdere uitdieping en vergt voortdurende reflectie, want we laten die ideologische componenten wat mij betreft veel te veel onbesproken, terwijl ze latent wel degelijk aanwezig zijn en een niet geringe rol spelen bij de inrichting van onze samenleving.

    De sterke ideologie van een relatief kleine groep bepaalt de inrichting van onze samenleving; dat is volgens mij een belangrijke oorzaak van de diffuus ervaren onvrede.

    Op een metaniveau komt beleefdheid subtiel aan de orde in de reacties op het feit dat een Duitser (officieel en formeel dus een niet-Nederlander) als Duister aan deze wblog meedoet – Driessen had zijn Duits-zijn niet hoeven vermelden. Bovendien heeft Schnabel waarschijnlijk Driessens hulp ingeroepen om zijn eigen bewering nog meer gewicht te geven (“aan te vullen”).
    [ Ik bedenk ook nog dat meneer Schnabel zelf - onder een of meerdere pseudoniemen - bijdragen zou kunnen hebben geleverd, omdat de NRC webredactie stevig genoeg in zijn schoenen staat om die mogelijkheid niet dicht te plakken ….]

    Last but not least en voor mij de slagroom op de taart: Schnabels verwarring bij het IN- en UITsluiten. Voor hem bestaat DE Nederlander blijkbaar niet indien prinses Máxima dat beweert, maar zodra gedrag hem irriteert dan scheert hij alle Nederlanders als horken over een kam! Het lijkt erop dat meneer Schnabel gevoeliger is voor status en formele rang dan menige reageerder. In die zin is professor Schnabel (gelukkig?) geen èchte Nederlander.

    Moge er nog vele van zulke wblogs volgen.

  105. C.S. van 't Veer zegt:

    Als valide negentigjarige wil ik reageren op het artikel van P. Schnabel over de onwellevendheid van de Nederlanders.
    Natuurlijk komt dat voor. Maar het is een te eenzijdige kijk. Want juist de laatste tijd treft het mij telkens, o.a. in trein en op perron dat de mensen ongevraagd alle mogelijke hulp bieden, zodat ik rustig kan blijven reizen. Ook wordt er altijd bij volte een zitplaats aan mij afgestaan.
    Het is dus verstandig om over de Nederlandse mentaliteit wat genuanceerder te denken.

  106. teun balemans zegt:

    n.a.v. 100

    Er zijn diverse manieren om het stuk van Schnabel te lezen. In mijn ogen is het vooral een erg slecht stuk voor een geleerde met zijn reputatie.

    Het is een moraliserend betoog waarbij de auteur de wij-vorm gebruikt. Dat laatste maakt de positie van de auteur m.o.m. ambigu. Is hij de onafhankelijke onderzoeker of maakt hij zelf ook deel uit van de bekritiseerde groep? Gezien de inhoud van het stuk ben je als lezer geneigd in dat ‘Wij’ niet letterlijk te nemen. De hond van professor poept toch niet op de stoep? laat staan dat het beest zich daar ook nog eens in de onvoltooid tegenwoordige tijd aan bezondigt.

    Hij heeft het over ‘Nederlanders’ en niet over De Nederlander. Het is de moeite waard dit op te merken. Door zijn woordkeuze distantieert hij zich niet van zijn eerdere opmerking dat ‘De Nedelander’ niet bestaat. Met dat laatste wordt immers bedoeld dat er niet zoiets bestaat als een gemeenschappelijk kenmerk of een set van kenmerken die alle Nederlanders, en dat het liefste vanaf de tijd van de batavieren, met elkaar delen. Schnabel houdt het onbepaald algemeen. Daar komt bij dat we ons gedrag kunnen veranderen. Wat belet de hork om zich te transformeren in een wellevende invoelende burger? Kwestie van gewoon doen, toch?

    Teun Balemans, Eindhoven

  107. H.W.L. Groenendijk zegt:

    Goede wblog!
    Zo zie je maar weer hoe verraderlijk het kan zijn om dingen te beweren, zonder je rekenschap te geven of je wel goed weet wat je zegt.
    Je kunt best van mening veranderen, maar in zo’n korte tijd als de heer Schnabel dat zich veroorlooft en bovendien onder deze omstandigheden (Maxima – neen, bestaat niet!; zelf gepikeerd – ja, HORKEN) is wel vreemd. En dat voor een directeur van SCP en een universiteitsprofessor! Neen, dat vind ik niet sterk.
    Het doet me deugd dat menigeen zich gelukkig niet laat intimideren door titels en / of officiele status, maar gewoon kijkt naar wat de man beweert!
    Wat gekruide taal, kan hierbij zeker geen kwaad.

  108. Marije van Lieshout zegt:

    Even een korte reactie op stukje 100 en 103: “wat goed dat de lezers zich niet laten intimideren door de hoge positie van de heer Schnabel”, wat maken jullie me nu? Dit vind ik echt omgekeerde logica. Ik kende de hele man niet en heb zijn stuk dus op de inhoud beoordeeld. In vele reacties wordt juist zijn positie of taalgebruik, of het feit dat er geen roze strikje om het artikel heen zat, gebruikt om het artikel direct bij het grof vuil te zetten. M.i. geen gelijkwaardige discussie! Daarnaast zijn er gelukkig lezers die met inhoudelijk sterke argumenten aan komen waarom zij het niet met het artikel eens zijn, en dus wel in gaan op de boodschap.
    Direct om je heen gaan slaan en van alles aangrijpen om iemand neer te kunnen sabelen, zonder de “interactie” met jezelf aan te gaan….dat is volgens mij net waar Paul Schnabel het over heeft.

  109. Liselore van Nuunen zegt:

    De heer Schnabel kan zich veel beter het advies van Flip de Kam (NRC 08 aug.) aantrekken en met het SCP “een profijtverdeling voor immigranten” opstellen. Dan helpt hij tenminste mee aan het aanpakken van een mogelijke hoofdoorzaak van de symptomen waaraan hij zich – als rasechte Nederlandse kankeraar! – in vol ornaat van zijn titels en status luidruchtig ergert.
    In december 2008 ventileerde Schnabel breed in interviews (in Trouw en ik geloof HP) dat wij Nederlanders zo onterecht ontevreden zijn met alles en iedereen, maar dat we nooit de schuld bij onszelf zoeken. Laat Schnabel nu eens het goede voorbeeld geven. Hiermee zeg ik niet dat hij nooit kritiek mag uiten, maar wel dat hij daarbij zijn positie in het oog moet houden, indachtig het spreekwoord: wie kaatst moet de bal verwachten.
    Je beroepen op onfatsoen en onbeleefdheid om de ander monddood te maken, werkt meestal hooguit maar even. Daarna wordt je mening hopelijk op zijn merites onderzocht en beoordeeld, zoals menige reageerder op deze site gelukkig doet.

    Een recent kras staaltje van intimidatie las ik vandaag in de ochtendbladen. De baas van het OM, super-PG Harm Brouwer neemt zelfs de woorden “aanzet tot karaktermoord” en “belediging” in de mond (Trouw), bij zijn verweer tegen advocaten die het tegen hem durven opnemen. Nota Bene, de botte Brouwer die cartoonist Nekschot van zijn bed licht om vervolgens zelf karaktermoord te ondernemen! Zulks om bij de Minister van Justitie een wit voetje te halen. Het moet in Nederland toch echt niet gekker worden!

    Het: jezelf en je toko op de kaart zetten, loopt steeds gierender uit de hand. Het is hoog tijd dat publieke functionarissen zich professioneel gaan gedragen, dus: terug in je hok en doen waarvoor je bent ingehuurd en aangesteld.
    In de toekomst moeten kandidaten voor functies als die van Schnabel en Brouwer een grondig psychologisch onderzoek ondergaan, dat periodiek wordt herhaald. Aan narrige narcisten en domme drammers heeft de samenleving namelijk niets.

    De hoofdoorzaak, die diep ligt en te zelden expliciet aan de oppervlakte van het publieke debat wordt getrokken, is en blijft de wijze waarop onze Volksvertegenwoordiging en het Kabinet – de Haagse plucheplakkers – worden samengesteld. Daar hebben wij als kiesgerechtigde burgers weinig tot geen invloed meer op via de verouderde gangbare procedures. En dus wordt onze democratie steeds meer een wassen neus, die met Rijks-spin en establishmentpropaganda wordt geboetseerd en overeind gehouden.

  110. N.W. Lucassen zegt:

    Dit is een van de interessantste wblogs die ik sinds lang ben tegengekomen.
    De maatschappelijke ergernis ligt in Nederland diep heb ik gemerkt, sinds ik zeven maanden geleden terugkwam uit Engeland.
    Meneer Schnabel raakt niet alleen aan symptomen, maar zijn gedrag en houding als lid van het establishment is precies zo’n symptoom. Sorry, maar ik kan het niet anders stellen. Nothing personal though.
    Als exponent van het establishment slaat hij blijkbaar een toon aan die slecht valt; vooral bij de reageerders die naar mijn smaak ook de beste en meest steekhoudende argumenten in stelling brengen.
    Juist die categorie personen – hoogopgeleid, goed geïnformeerd en maatschappelijk geëngageerd – heeft lange tijd te weinig van zich laten horen. Gelukkig beginnen zij zich nu te roeren, want zij zullen als vormgevers van eventuele verandering moeten fungeren. De grote massa laat zich snel en makkelijk afleiden door de (sensationele) bijzaken, het kleine grut, de glimmende kraaltjes, die het establishment als lokkertjes tussen ons in gooit. Bijvoorbeeld fatsoen en uiterlijke vorm, of aangetaste integriteit.

    Overheidspropaganda en Regeringsspin is volgens mij de dood in de pot voor iedere democratie. In Engeland is Tony Blair vooral daarop uitgekotst; in Amerika George Bush niet minder. In Nederland viel mij die overheidspropaganda meteen op. Veel!

    De relatie tussen Nederlands gereformeerdendom en Regeringspropaganda als vorm van gesublimeerd, geformaliseerd en gelegitimeerd LIEGEN, vind ik boeiend!
    De ideologie van de calvinisten in Nederland komt te weinig expliciet aan de orde, terwijl hij volgens mij een bepalende rol speelt bij de inrichting van Nederland. Professor Schnabel is als directeur van het SCP in een prima positie om dit verband nader te onderzoeken en bespreekbaar te maken. Misschien komt hij tot het inzicht dat we beter aan de oorzaken van onbeleefd en ruw gedrag kunnen werken, dan ons op te winden over symptomen.

  111. Mieneke Koers zegt:

    Nederlanders of de Nederlander, met inbegrip van de wellevende hond van een professor die niet op de stoep poept (# 102), acht ik inderdaad onderwerp voor een ‘academische’ discussie waar je beslist universiteitsprofessor voor moet wezen. Wij, ambigu? In deze context en gebezigd door een universiteitsprofessor als de heer Schnabel, lees ik zijn ‘wij’ als pluralis majestatis: Wij P. Schnabel, ceo van het SCP bij de gratie Gods enzovoorts, vinden Nederlanders horken. Toppie qua kleurrijkheid en folklore. Niet aan horken besteed.

    Nota bene. Een andere professor in de sociologie, J.W. Duyvendak in de NRC van afgelopen zaterdag 8 augustus, lijkt zijn collega Schnabel bij te vallen: “Nederlanders wijzen beschuldigend op ‘de ander’.” Professor Duyvendak is van mening dat Nederland lijdt onder “een restauratieve vorm van nostalgie.” Me dunkt, ook een diagnose die best iets mag kosten!
    Ik vind het opwindend dat twee sociologieprofessors vlak na elkaar ons – pardon: Nederlanders in het algemeen – blijkbaar mores willen leren. Waar zou dat aan kunnen liggen? Misschien kenmerkt deze aandrang tot belerend kwalificeren een hoge graad van pedagogische expertise? Het Nieuwe Leren in de praktijk? Ook op Duyvendaks opstel valt best het een en ander aan te merken. Jammer, dat het hier niet ter discussie staat.

  112. A.T. Feitsma zegt:

    Schnabels stukje blijkt voor ons nuttig vanwege de interessante reacties die het oproept. Waar meneer Schnabel – hoewel hij zich met zijn formele functies en publieke status presenteert – het over persoonlijke kwetsing heeft, tilt menige reactie zijn verongelijkt privéproza naar een algemener niveau. Daarmee oorzaken en achtergronden releverend van door Schnabel en sommige reageerders gecatalogiseerde symptomen.

    Gisteravond, dinsdag 11 augustus, keek ik met ons gezin naar de uitzending van ‘Netwerk’ waar de massieve geïnstitutionaliseerde (# 97) horkerigheid (CWI, UWV, keuring- en herkeuringinstanties, Sociale diensten van velerlei aard en in allerlei soorten en maten) werd gedemonstreerd aan de botte bejegening die de blinde boer Van der Sar in Zwolle ten deel valt.
    Over cynisme gesproken: ruim vier jaar bemoeien legio horkerige instanties (anonieme semi-overheidsmanagers – een wethouder incluis – zonder gezicht, evasief, glibberig en ongrijpbaar) zich intensief met Van der Sar, die desondanks al die jaren verstoken blijft van iedere hulp waarop hij aanspraak kan doen gelden. De blinde Van der Sar overleeft met bewonderenswaardige veerkracht ruim vier jaar zonder inkomsten, zonder gas en electriciteit en dreigt door de woningbouwcorporatie uit huis gezet te worden. Er is een Tv-uitzending voor nodig om de man recht te verschaffen. Ongelooflijk maar waar! In ons welvarende rijke Nederland! En dit is dan een geval dat de televisie haalt.

    Mijn eigen enerverende en nare ervaringen met ‘het’ UWV (anoniem en vanuit virtuele locaties opererend, zonder mogelijkheden tot beroep buiten de organisatie zelf!) vallen vergeleken bij die van de heer Van der Sar in het niet en Schnabels irritaties zijn daarbij natuurlijk minder dan precieuze pietluttige peanuts.

    Uitsluiting (# 85; 100) en het recht van de brutaalsten (# 19, 24, passim) tieren welig in onze ‘vermarkte’ maatschappij. De onvrede die burgers ervaren vanwege een horkerige bejegening door anonieme ongrijpbare (semi-)overheidsinstanties, wordt hooguit periodiek in kaart gebracht door het instituut Nationale ombudsman, hier door reageerders veelvuldig genoemd: # 14; 18; 28; 30; 32; 39; 49; 97.
    Die onvrede blijft diffuus, omdat degenen die met geïnstitutionaliseerde horkerigheid te maken krijgen niet zijn georganiseerd en meestal ook geen stem hebben (# 19), zoals bijvoorbeeld qualitate qua de gekwetste CEO van het SCP, Schnabel, evenals de supergnoom van het OM, Harm Brouwer en de hoofdsmurf van De Nederlandsche Bank, Nout Wellink. Bovendien hebben deze Dienaren van de Publieke Zaak en het Algemeen Belang, ruime beschikking over staatsmiddelen ten behoeve van hun teweerstelling – naast hun riante persoonlijke wedden, alsook goudgerande inkomenszekerheden en -garanties. Want, all animals are equal ……

    De basis- en hoofdoorzaak van het brede publieke ongenoegen laat zich naar mijn stellige overtuiging onherroepelijk herleiden op de matige en afnemende kwaliteit van onze bestuurders. Zo lang wij daarin geen verbetering bewerkstelligen middels een ingrijpende systeemhervorming (# 105) – basaal is en blijft: reële onderwijsverbetering, daarmee is nog steeds geen begin gemaakt! – zal het dweilen met de kraan open blijven. Steeds harder dweilen. Nog meer Rijkspropaganda en Overheidsspin maken de maatschappelijke sfeer in Nederland alleen grimmiger en de Nederlandse burger cynischer.

  113. Henrik de Groot zegt:

    “Met de Nederlandse directheid maak je alleen in Nederland vrienden en niet eens zo heel veel” aldus de stelling van dr. B. Bakker, UvA midden jaren ’90. De artikelen van Paul Schnabel en Christoph Driessen, die in juli in uw krant verschenen, zijn in wezen toelichtingen op deze typering van de Nederlander. Beiden geven trefzekere analyses van de aard en oorsprong de vaderlandse omgangsvormen en doen dat met humor en wellevendheid. Met name de afrondende zin van Driessen’s artikel is van een on-hollandse elegantie. Maar hoe nu verder?

    Paul Schnabel’s voorstel om de oude Chinese wijsheid van naleving te volgen zal geen zoden aan de dijk zetten, zeker gelet op de “stroom van afwijzende reacties”. Ook Driessen’s voorstel om elkaar zoveel ruimte te bieden “als wanneer je danst met tante Hildegard” is evenmin een werkbaar voorbeeld. De jeugd danst niet meer in paren, laat staan met tantes of ooms, maar deint wat mee met in de ene hand een biertje en in de andere een peuk. Dat is tegenwoordig “gewoon”.

    Op 28 mei jl. hield ik een voordracht bij de oprichtingsvergadering van de Kring van Kabinet-adviseurs van bestuurders (burgemeesters, CdK’s en ministers) onder de titel “Doe maar gewoon!” met als ondertitel “…. maar wie weet nog wat gewoon is?”. Tal van de door Schnabel en Driessen aangehaalde inzichten en ervaringen hadden ook in mijn betoog een plaats gevonden. Zoals zo vaak ontstaan goede gedachten tegelijk en op verschillende plekken. Maar wat doen we eraan, nu uit reeksen van onderzoeken – recent nog eentje van Netwerk – blijkt, dat 83 % van de Nederlanders de – hufterige – omgangsvormen in het publieke domein zat is.

    Ook volgens de makers van de Sire campagne Onbewust A-sociaal weten weinigen nog wat gewoon is. Hun actie is vol van goede bedoelingen maar wat heeft ‘t voor nut, wanneer hun reclamespot wordt voorafgegaan door zo’n schreeuwerige spot van 1-8-8-8, waarin een golfer een bal zo’n lel geeft, dat deze “keihard” tegen kop van een passant buiten de golcourse knalt. Wat doet de golfer, denkt u? Neen, niet snel naar die man toelopen met de verbandtrommel van de club, maar hij belt 1-8-8-8 en vraagt naar het telefoonnummer van de dichtsbijzijnde golfshop om nieuwe ballen te bestellen!!! Hij vraagt het bewust! En wanneer dit ieder uur wordt uitgezonden, dan mist het zijn uitwerking niet. Zeker jonge mensen denken dat dit gedrag “normaal” is.

    Le journal est un monsieur, zeggen de Fransen al eeuwen. Het betekent, dat de krant een heer is en heren spreken geen onwaarheid en opereren wellevend. Kortom, zij zijn een geloofwaardig en respectvol. Dat principe heeft het lang kunnen volhouden, eigenlijk tot de komst van de commerciële media. De respectvolle toon ging teloor en niet het nieuws stond centraal, maar de zender of het programma. Met als gevolg, dat wat je ’s-morgens in het nieuws hoort ‘s-middags wordt herkouwd in de praatprogramma’s om vanaf 18.00 uur op de TV-kanalen te worden uitgemolken tot sluitingstijd toe door de P&Wittemannen, resp. de EO-boys. Niet het nieuws staat nog centraal maar de persoonlijke score van de presentatoren. En dat levert ook heel andere omgangsvormen met de gasten op. Paul de Leeuw komt de eer toe om niet meer met ontzag te interviewen, maar daarna is niet alleen het ontzag, maar ook het basale respect voor de geïnterviewde ten onder gegaan. Niet meer uit laten praten is het minste, dat je als gesprekspartner kan overkomen; beledigingen onder het door Schnabel aangehaalde adagium “Ik zal het maar eerlijk zeggen” lijken de gewoonste zaak van de wereld.

    Met name in de media is onder het Grote Gedoog-motto “Moet kunnen!” het absolute nulpunt van wederzijds respect bereikt. De individualisering van de jaren zeventig en tachtig is doorgeslagen naar een Me-Myself-and I-society, maar met deze drie in de hoofdrol komt er weinig terecht van de maakbare samenleving. Dat bleek ook in Noorwegen, waar men begin 2000 een soort “fatsoen moet je doen” campagne heeft opgestart. Met de toenmalige ambassadeur van Noorwegen wisselde ik tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap eind 2004 van gedachten over het mislukken van deze campagne. Het falen, zei de ambassadeur, is te wijten aan het niet betrekken van de media. TV-series, reclamespots en praatprogramma’s hebben een enorme invloed op het denken en doen van met name de jeugd. Inderdaad, le journal est un monsieur!

    Sinds begin jaren negentig geef ik les in (internationale) omgangsvormen o.m. aan het Instituut Clingendael, de Bestuursacademie Nederland, banken en overheden. Afgezien van de buitenlandse diplomaten op Clingendael zijn de meeste van mijn kursisten Nederlanders, die een internationale loopbaan ambiëren. Wanneer ik hen attendeer op de “directheid” van de Nederlander, zoals aangehaald in de introductie ontstaat er altijd enig rumoer, maar degenen, die al enige buitenlandse ervaring hebben opgedaan, knikken instemmend. Voorbeelden uit Azië, het Midden-Oosten, ja, zelfs van onze directe buren België en Duitsland volgen dan. En in al deze verschillende culturen heeft men niets op met het oer-hollandse met de deur in huis vallen of bumperkleven. Niet biggen of opdringen, maar het creëren “professionele ruimte”, zoals publicist Jeroen Smit dit noemde in de boekenbijlage van vrijdag jl., wordt door hen op prijs gesteld. Dat was – zelfs in Nederland – heel gewoon tot de jaren ’70.

    Zo zal er in het eliteloze Nederland op termijn toch een nieuwe elite ontstaan en dat zijn de globaliserende – of op zijn minst Europeaniserende – Nederlanders. Zij zijn straks de voorhoede, want zij kennen de internationale omgangsvormen en sociale codes. Degenen die meewillen, volgen het door Schnabel aangehaalde Chinese voorbeeld; zoals dit al eeuwen wordt gedaan overal in de wereld blijkens het oeroude Engels gezegde: ‘When in Rome, do as the Romans do’. Dat betekent aanpassen aan de codes van het gastheer, die op zijn beurt respect zal tonen voor de cultuur van gast(en). Dus niet zoals de Iraanse premier eind jaren ’90 op bezoek bij zijn Franse ambtgenoot eisen, dat er geen wijn op tafel komt tijdens de lunch. Dat getuigt niet van wederzijds respect en het bezoek ging niet door.

    Van nature en niet vanwege Calvijn – zoals wij in dit Calvijn-jaar hebben geleerd – is de focus van de Nederlander gericht op de inhoud.Of de bespreking nu in ’s Lands Vergaderzaal of elders plaatsvindt. Steeds weer hoort u sprekers de aandacht bragen voor de inhoud. De vorm wordt beschouwd als bijzaak. En juist die vorm voert in de media de boventoon. Het is dan ook verbazingwekkend, dat een recente enquete van Netwerk aangeeft en dat de media zich zelf hierbij niet zien als “aandeelhouder”. Wellicht dat een reclamevrije publieke omroep, zoals in deze krant bepleit door Ruud Hendriks en Eric de Groot, alsmede enkele nieuwe presentatoren, die wel met wederzijds respect en een zekere wellevendheid kunnen optreden, het basale fatsoen weer als constante factor in de samenleving kunnen terugbrengen.

  114. J.M.M.J. Vogels zegt:

    #109 Henrik de Groot

    Terecht wijst H. de Groot op de grote rol van de media. Avond aan avond vergiftigen die tot in de huiskamer toe onze opvattingen van omgangsvormen. Iemand laten uitspreken is overdreven respectvol. Een voorzitter die een discussie strak leidt, zie je niet meer, zodat de meest botte mitrailleurstem domineert. Afhameren is de aloude remedie, maar die is men in Hilversum vergeten. Of zijn het juist de regisseurs zelf die graag ’spetterwerk’ laten zien? Verder heb je shows waarin mensen worden ‘afgezeken’. Die kunnen op de lachspieren werken, omdat ze het ontbreken van omgangsvormen grappig maken. Maar staat iemand er wel bij stil hoe een heel volk gewend raakt aan een ongekende lompheid? Wat als humor is bedoeld, kan wel degelijk serieuze invloed hebben. Of neem eens het ontbreken van stemtechniek bij veel presentatoren. Die geven aan een heel volk een voorbeeld van rauwheid. Vergelijk die stemmen eens met de geschoolde radiostemmen van de jaren zestig. Het contrast kan niet groter zijn.

    Een heel andere bron van horkerig gedrag is het onderwijs. Dat heeft discriminatie op gedrag geheel en al laten varen. Rectoren rekenen met leerlingenstromen en percentages. Zij hebben een broertje dood aan docenten die een punt maken van het gedrag, omdat zoiets marktaandeel kost. Als een docent wat staat uit te leggen, schreeuwen er zo vijf leerlingen doorheen. Die hebben van huis uit niet beter meegekregen. De docent die zich hieraan stoort, krijgt van zijn directie de aloude dooddoener mee: ‘Je moet ze motiveren!’ Ons onderwijs is een jarenlange leerschool voor al onze jongeren in horkerig gedrag. Hoe lomp je ook bent, je zult er zeker niet uit worden gezet. Wanneer je, als puber, de bink van de klas wilt zijn, schreeuw je er maar lekker op los! Daar doet toch niemand wat tegen! Selectie op gedrag is immers iets uit een lang vervlogen tijd. De sukkel die voor docent speelt, gaat wel de ziektewet in. Er zijn zat vervangers. Zo werkt de toegeeflijke opvoeding ten volle mee aan het ondermijnen van het laatste restje omgangsvormen dat in ons land nog aanwezig is.

    Zoals ik (#11) stelde, moeten we eens ernstig stilstaan bij de zo gekoesterde tolerantie in ons land. Verdraagzaamheid zet de poort wagenwijd open voor iedere hork die aan geen enkele norm een boodschap heeft. In deze discussie zie ik veel bijdragen van mensen die menen dat het zo’n vaart niet loopt met onze manieren. Of zij zien ook positieve zaken. Menigeen wenst niet te geloven dat ons land zo lomp zou zijn. Met alle respect voor de positieve denkers wil ik er wel op wijzen dat er beroepen zijn waarin nauwelijks nog te overleven valt: in het openbaar vervoer, in het onderwijs, bij de politie. Al te positief denken leidt ons in deze sectoren tot een nationale ramp.

  115. Jantien Sligter zegt:

    Gelukkig dat er onder de reageerders op het stukje van de meneren Schnabel en zijn Duitse vriend Driessen menigeen naar OORZAKEN zoekt.
    Want daar gaat het uiteindelijk om: OORZAKEN. Symptomen dienen als signaal van die oorzaken.
    Alles wat Schnabel, Driessen (anekdotische geschiedverhaaltjes ten spijt) en vele reageerders als persoon en individu is overkomen, overkomt, of irriteert, functioneert als aandachttrekker voor die oorzaken.
    Zo lang we niet naar de diepere oorzaken willen zoeken noch daar over nadenken (politici!!), blijven we in details hangen en kissebissen we bijvoorbeeld over DE Nederlander, of Nederlanders ( # 111, inderdaad academisch gebabbel) als hork of als revanchistische nostalgist (J.W. Duyvendak in de NRC van za. 8 augustus; hoe komt zo’n man daar toch bij?!) zonder dat we ook maar een stap verder komen.

    Diegenen die het juiste voorbeeld moeten voorleven – de publieke ambtsdragers voorop!! – zijn ermee begonnen om de standaarden te verlagen en de normen met voeten te treden, zonder dat ze daar effectief op kunnen worden aangesproken, laat staan “bestraft.” Zij bezetten posities en functies die hen nagenoeg immuun maken voor de gevolgen van hun eigen (beleids-)daden. Op gemopper van ‘de kiezer’ reageren ze met propaganda en het lanceren van nieuwe ideetjes. Vervolgens schuiven ze gewoon een plek op, naar een andere, betere, stek aan de Staatsruif. Dus dat schiet niet erg op. Vooral het “vermarkten” van ons publieke domein door opeenvolgende lichtingen politici, heeft het Nederlandse maatschappelijke leefklimaat geen goed gedaan.

    Een klein stapje lijkt nu te zijn gezet in de richting van een belangrijke oorzaak van ons maatschappelijk ongenoegen: het onderzoek naar de kosten van immigratie, dat Flip de Kam kort geleden weer eens aankaartte. Meneer Schnabel en zijn SCP mogen die klus gaan klaren. Mooi. Misschien dat de universiteitsprofessor dan minder tijd overhoudt om zich te ergeren aan pietluttigheden en details. Kan ‘ie iets werkelijk nuttigs voor onze samenleving doen.
    Overigens is het wel de minst slechte minister (E. van der Laan – PvdA) die met dit nuttige initiatief komt. De rest van de pluchepeuters blijft maar in de rondte tollen als hondjes die hun eigen staart proberen te pakken. Helaas poepen (# 106) de meeste van die keffertjes wèl voor onze deur, en dat doen ze al heel lang.

  116. Dora Coops zegt:

    De sociologen Schnabel en Duyvendak stellen als diagnose ( zie # 85 Jerry Mager, over IDENTIEIT bij 3) dat Nederlanders horken zijn en dat Nederlanders revanchistisch naar het verleden terugverlangen; “Nederlanders dromen over de tijd dat het land wit was” (Duyvendak in de NRC van 8 augustus). Nou en? We kunnen ook dromen over de tijd dat de bomen tot in de hemel groeiden. Dromen blijft dromen. Maar, wat bedoelt de sociologieprofessor Duyvendak eigenlijk precies?

    Ook merkwaardig dat vlak na elkaar twee sociologieprofessors menen Nederlanders en Nederland te moeten diagnosticeren, zonder daar steekhoudende argumenten – laat staan bewijzen – voor te leveren. Is dit soms de Nieuwe Sociologische Wetenschap?
    Zowel Schnabel als Duyvendak lijken aan het individu – de Nederlander – te willen sleutelen, precies zoals mevrouw professor Trudy Dehue in het programma Zomergasten van 9 augustus uitlegde
    (zie: http://www.vpro.nl/programma/zomergasten/afleveringen/42152366).
    Toch vreemd dat deze twee gediplomeerde sociologen dat blijkbaar impliciet lijken te willen. Ik vermoed dat zowel Duyvendak als Schnabel zelf, best flink wat van die gezonde reflexiviteit waar Duyvendak zo mee wegloopt, kunnen gebruiken.

  117. W.J. Verhulst zegt:

    Niet alleen wijzen Nederlanders volgens Schnabel en Duyvendak (# 111) beschuldigend op ‘de ander,’ maar sociologieprofessor Duyvendak (NRC 8 aug.) zegt ook: “In Nederland is de thuiscrisis mede zo diep omdat ons thuisgevoel een publieke kwestie is, waarbij we onze beleving van thuis (heaven) afhankelijk hebben gemaakt van het gedrag, de opvattingen en gevoelens van anderen.” Hiermee levert hij dus kritiek op het gejammer van zijn collega Schnabel, die zich immers zo ergert aan het onbeleefde horkerige gedrag van de anderen, dat hij daardoor zijn levensvreugde lijkt te verliezen.

    Duyvendak neemt sneu genoeg het kabinet nog serieus en hangt aan het zoveelste ideetje ( “…een samenleving tot stand te brengen waarin iedereen zich thuis kan voelen”) van de pluchekneuters een hele heuse “crisis in ‘thuisgevoel’ “op. Hoe komt de man op het idee?
    Ik ervaar in mijn thuisgevoel helemaal geen crisis en om me heen zie ik dat net zo min ervaren worden. Maar ik word wel erg boos bij het kijken naar een aflevering van Netwerk (# 112 Feitsma) als op afgelopen dinsdag 11 augustus. Wat doen al die horkerige managers van die talloze semi-geprivatiseerde en dikopgetuigde instellingen en organisaties eigenlijk, behalve de burger terroriseren? Heb ik daar ooit voor gestemd. Dacht het niet.
    Weinig Nederlanders zijn ooit voor de totale vermarkting van onze publieke sector en ruimte geweest en ze zijn dat nog steeds niet; dat is keer op keer onderzocht, maar het politieke establishment trekt zich daar geen lor van aan. Als Schnabel dát onder horkerigheid verstaat, okay, wanneer Duyvendak dié botte houding als crisis wil betitelen, helemaal mee eens. Indien revanchistisch betekent: terug naar de tijd van vóór de banale ‘marktwerking’ te pas en te onpas, dan teken ik daarvoor.

    Niet iedere verandering is een verslechtering, maar díe verandering – de lukrake vermarkting van heel Nederland! – is dat wel degelijk.

    Moeten we deze duurbetaalde sociologische expertdeskundigen nou serieus blijven nemen, of hoe zit dat?

  118. S.T.W. Mulder c.s. zegt:

    Wij (zie # 45) zijn deze wblog nauwkeurig blijven volgen – naast het lezen van de papieren krant – en wij verbazen ons (ook) niet weinig over het optreden van de Amsterdamse sociologieprofessor J.W. Duyvendak in de NRC van zaterdag 8 augustus. De nostalgieën van Svetlana Boym op de manier gebruiken zoals Duyvendak dat doet, vinden we op z’n zachtst uitgedrukt: gewaagd creatief.

    Verschillende reageerders (# 111; 115; 116; 117) hebben hun zegje hierover al op pakkende wijze gedaan. Wat ons van het hart moet, is onze verwondering over de lange-halen-vlug-thuis generalisaties van Duyvendak. Is dat des sociologen? Geen wonder dat die studie steeds minder aanzien geniet. Doodjammer, want er liepen (en lopen!) toch nog genoeg sociologen rond die veel overtuigender uit de hoek komen dan deze twee professors.

    Zou de heer Duyvendak na Herr Driessen als tweede door Schnabel te hulp zijn geroepen, of ligt het aan de komkommertijdlucht dat twee Nederlandse sociologische geleerden plus een Duitse historicus ons als Nederlanders en Nederland diagnosticeren? En hoe.

  119. Willemijn Boogers zegt:

    Ook ik heb gelezen dat het SCP onder leiding van Schnabel de kosten van immigranten gaat berekenen (# 109; 115).
    Dat is enerzijds positief nieuws, want dan kan de Haagse pluchepopulatie misschien eens worden gehouden aan de konsekwenties van zijn natte-vinger-goede-sier-beleid-waarvan-zijzelf-geen-gevolgen-ondervinden (en het houdt Schnabel weer even bezig), aan de andere kant moeten we maar afwachten wat voor kwaliteit het resultaat heeft.
    Hierbij teken ik aan dat de SCP-onderzoekers waarschijnlijk deels al volgens het Nieuwste Onderwijs zijn gebakken en dat gegeven speelt vanzelfsprekend mee. Schnabel plus seniore onderzoekers zullen secuur moeten superviseren om lacunes tijdig te onderkennen. Het is niet anders, al wordt meestal gedaan alsof er met ons onderwijs helemaal niets loos zou zijn. Onverantwoordelijke VOLKSVERLAKKERIJ van de eerste orde! [ dat is niets nieuws; zie o.a. HP/de Tijd 2006-06-oktober: Joost Niemöller: “Kiezersbedrog.”]
    Het is wel ene professor Schnabel die de leiding heeft en dat is toch een meneer die niet altijd duidelijk en consequent discrimineert wanneer het erop aankomt. Volgens mij bovendien: rap op zijn teentjes getrapt en nogal ijdel. Ook dat speelt een rol, want objectief sociologisch onderzoek bestaat nu eenmaal niet. Dus ik wacht gereserveerd op het resultaat van de excercitie.

    Wanneer het SCP de kosten en baten van allochtonen kan ‘berekenen’ dan kan Schnabel t.z.t. vast ook de kosten en baten van politici in kaart brengen: hoeveel euro kosten ze per dag en hoeveel lucht frituren en verplaatsen ze daar per uur voor? Dat lijkt mij een goede probleemstelling om mee te beginnen. Het SCP bezit natuurlijk ook alle gegevens over de Haagse kaasstolppopulatie.

    Tenslotte sluit ik mij aan bij de verwondering over het optreden van de sociologieprofessor J.W. Duyvendak in de NRC van 8 augustus jongstleden (# 115; 116; 117; 118 ): de Nederlandse nostalgie is revanchistisch en restauratief! Je moet maar zo losjes en ongeneerd durven generaliseren. Toe maar professor, u hebt er tenslotte voor doorgeleerd, en we leven in een vrij land.
    O ja: Hendrik de Groot (# 113) adverteert vooral in extenso wat hij allemaal doet en kan; die zou best eens een Schnabel de Tweede kunnen zijn. Welkom terug J.M.M.J. Vogels ( #114 > # 42).

  120. F.W. Woudenberg zegt:

    Deze wblog heeft mij veel geleerd door de reacties die het stukje van de heer Schnabel losmaakte: daar zijn werkelijk uitstekende bij – naast hele geestige trouwens.
    Inderdaad houden zowel Schnabel als Duyvendak zich hoofdzakelijk met de individuen bezig, terwijl ze weinig tot geen oog voor systemen lijken te hebben. Nogal eenzijdig voor gediplomeerde sociologen, vind ik (zelf ben ik wiskundige en chemicus). Want al bestudeert de sociologie de mens, die mens functioneert en leeft toch wel degelijk in instituties en organisaties. Om van culturen nog maar niet te spreken.
    Toch teleurstellend, omdat Duyvendak en Schnabel ook formele maatschappelijke functies (docenten) bekleden, waardoor ze de jeugd dingen zouden moeten bijbrengen die zij zelf blijkbaar niet kennen, of voor welke zij geen grote interesse hebben.

    Misschien heeft het ook te maken met de tegenwoordige afrekencultuur en het moeten ‘inverdienen’ van gelden door professors. Jammer, erg jammer, want wat we daarmee zogenaamd aan tijdwinsten boeken, verliezen we naderhand bijna altijd weer vanwege de slechte kwaliteit en de onvoldoende grondigheid waarmee het werk werd uitgevoerd. Wat wordt geproduceerd is dan vooral ergernis en teleurstelling.
    Erg jammer vind ik ook dat het stuk van professor Duyvendak zo geruisloos voorbijkwam en weer verdween. Op deze wblog wordt er gelukkig aan gerefereerd, want er valt wel het een en ander op zijn verhaal aan te merken, ben ook ik van mening.

  121. Ruud Middelkoop zegt:

    Prima dat de kosten en profijt van immigratie onder de loep genomen worden. Daar moeten dan ter vergelijking alleen wel andere vergelijkbare cijfers plus kwalificaties naast komen te staan.
    Of het SCP onder leiding van meneer Schnabel dit moet doen, vraag ik me af. Zeker nadat ik deze wblog gevolgd heb. Ik heb de meeste SCP-brochures voor mijn beroep gelezen en het houdt bepaald niet over. Waarschijnlijk beschikt het SCP over de meest geeigende gevens – tenminste in theorie.
    Okay, we zullen het resultaat moeten afwachten. Hopelijk is Schnabels team in zijn generalisaties iets evenwichtiger dan de CEO van het SCP, de professor Schnabel.

    Mij amuseerde het stuk van Duyvendak eveneens. Wat een merkwaardige lui lopen er tegenwoordig toch op de universiteiten rond. Toen ik studeerde – en dat is nog maar pas 15 jaar geleden – toen dachten professors nog even na voordat ze iets zeiden of schreven. Dat begon toen al te veranderen – niet ten goede – maar vandaag de dag flappen ze er maar zo dingen uit waar je steil van achterover slaat.
    De kwaliteit van menige reactie op deze wblog treft mij aangenaam! Jammer dat deze goedgeinformeerde personen zo moeilijk een artikel in de gangbare gedrukte media krijgen geplaatst – vermoed ik althans. BNners en lieden met titels worden q.q. geplaatst, hetgeen ook wel begrijpelijk is, maar helaas steeds minder relevant vanuit het oogpunt van toegevoegde waarde voor het algemene peil van kennis en cultuur.
    Maar misschien is het ook wel nuttig en handig om er regelmatig aan te worden herinnerd dat een professor van nu, al lang niet meer gelijk staat aan de Hoogleraar van toen.

  122. Dirk Boesveldt zegt:

    Ik schakel wat laat op deze wblog in vanwege vakantie, maar wil toch melden dat wij (mijn vriendin en ik) hem met grote interesse en ook plezier hebben gelezen.
    Het is een van de betere wblogs die we de afgelopen tijd gezien hebben, met name door de goede bijdragen. De artikeltjes van de heren Schnabel en Driessen zijn niet bepaald van hoge kwaliteit, maar menige reactie is dat zeker wel!
    Ook het artikel van J.W. Duyvendak hebben we met enige verwondering gelezen. Jammer dat dat niet ook op een discussiesite is geplaatst. Misschien komt er een herkansing. Maar deze wblog geven we nu al een dikke 9!

  123. Mario Carnevale zegt:

    Mijn reactie op het stuk van schnabel is een van instemming met zijn bevindingen. Waarbij ik niets meer zal aan toevoegen.
    Als buitenlander en meer dan 30 jaar wonende in Nederland heb ik moeten constateren dat het begin van de exuberantie (narcisisme), en horkrigheid is begonnen begin jaren tachtig, toen de VVD met Ed Nijpels een behoorlijke winst boekte. Toen begon de sub-cultuur van “je bent jong en je wil wat”. Uiteraard ook met de komst van de commerciele zenders met het met voeten treden van de toen geldende normen en waarden. Daarmee viel toen kijkers te winnen. Met andere woorden aan de horken is toen een stem gegeven (zo zijn, dat mocht). Sindsdien is er een stijgende lijn in de horkrigheid te zien. Entertainment is belangrijk geworden. Het “image van de schijn” is ineens een belangrijk element geworden, ook voor de politiek (spin etc.). De commerciele zenders hebben een latente “camping amusamentscultuur” aangewakkert. Het volk denkt doorlopend op een camping te zijn. En gedraagt zich ook zo.

    Ik denk dat Nederland verkeert in een moeilijk fase (identiteitscrisis). Een fase van verwarring en de frustraties zijn groot. Vanuit de politiek wordt vaak verwezen naar het feit dat e.e.a. van “Brussel” moet, tot ergenis van vele burgers. Dat betekent dat veel parlementaire taken zijn uitbesteed aan “Brussel”. Maar in Nederland is niet evenredig gesneden in het “overheidsapparaat”, dat is: leger ambtenaar, parlement en senaat. Met andere woorden veel is uitbesteed maar de hoeveelheid raam-ambtenaren blijft hetzelfde, en de tweede kamer is niet kleiner geworden. Ik kan mij heel goed indenken dat de frustraties nog meer zullen oplopen waardoor de openbare leven niet mooier op zal worden. Als verergende factor zijn de moslims aan te wijzen, maar ze zijn niet de hoofdoorzaak.

    De VVD heeft trouwens altijd alles willen vermarkten, vele reacties geven aan dat ze hiermee niet blij zijn. En terecht. Heeft u weleens gehoord van straffen en belonen?

  124. Willemijn van der Meer zegt:

    Met de Nederlandse onbeleefdheid valt het reuze mee, wanneer ik tenminste Schnabel en Duyvendak niet meetel als Nederlanders. Beide heren veroorloven zich generalisaties over Nederlanders waar de hondjes geen brood van lusten. Duyvendak kan er bovendien schielijk mee wegkomen; geen mogelijkheid tot repliek. Omdat hij professor in de sociologie is? Wat een grap zeg. Schnabel was nog ijdel genoeg om op de discussiesite te gaan staan met z’n treurnis.
    Ik vind Nederlanders helemaal niet horkeriger dan andere landslui, maar ik vind de Haagse plucheplukkers wél HORKEN. Blijkbaar werkt de kaasstolp als een magnetisch afvalput voor Nederlandse horken? Wat een verzameling! En nog dommer dan iemand als Wilders bovendien, dus qua boerenslimheid laten ze zich ook de kaas van het brood snaaien. Dat heeft ons nou jaaaaaren bestuurd geeregeerd. Het is te merken, maar dan niet positief!

  125. Dieneke Wijnands zegt:

    Wij (mijn echtgenoot, drie kinderen en ik) grijpen nog steeds op deze blog terug, vanwege de vele verbanden die de bijdragen op Schnabels stukje leggen, of die wij daardoor kunnen leggen met menige andere blogdiscussie op deze site! We hebben de blog weliswaar tot en met de laatste bijdrage op onze schijf staan, maar zijn toch steeds benieuwd naar nieuwe reacties.
    Dat we als Nederlanders onbeleefde horken zouden zijn, tot daaraan toe. Maar dat we volgens Meneer Duyvendak revanchistisch nostalgisch zouden zijn, schoot ons in het verkeerde keelgat. Als we terugverlangen naar de tijden dat Nederland nog wit was dan had Duyvendak ons beter kunnen kwalificeren als rancuneus racistisch nostalgisch. Dan was hij tenmiste recht voor z’n raap geweest, zoals de Duitse meneer Driessen ons kenschetst. Van je buren moet je het tenslotte hebben.
    Maar zijn de Amerikanen (welke Amerikanen bedoelt Duyvendak daar precies mee? wij weten er zo veel!) dat helemaal niet en nooit geweest ook? Dat geloven we helemaal niet.
    Jammer dat Duyvendaks artikel niet ook op een discussiesite staat!.

  126. Ch. W. van Mierevelt zegt:

    Een uitstekende blog die ons van begin tot eind boeit! Wat een reacties! Originele verbanden en speculaties en vaak nog geestig! ook.
    Goed dat er internet bestaat, want zulke professors als de heren Schnabel en Duyvendak moeten niet alleen in de conventionele media hun zegje mogen doen, zonder ooit weerwoord te hoeven vrezen.
    Ja: vrezen, want menige reactie liegt er niet om qua inhoud! Steengoed. Onze complimenten; hopelijk komt Duyvendak nog over de brug?!

  127. M Kraak zegt:

    In de ‘international’ pagina bij ‘discussion’ word dit onderwerp ook besproken.
    Er zitten een paar mede-landers tussen die hun gal spuwen maar die zijn gepareerd. Verder vinden eigenlijk de meeste buitenlanders nederlanders direct en eerlijk uitzonderingen daargelaten.

    Natuurlijk hebben we een probleem met ‘kinderen’ door het krakkemikkige onderwijssyteem & ouders (gesteund door de huidige overheid) die het niet lukt hun kinderen op te voeden waardoor door landelijke maatregelen om deze kinderen op te voeden onze vrijheden op het spel komen te staan.

Reageren: