Met opzet spugen naar je medemensen
Door Theodore Dalrymple (arts en essayist)
Mensen zijn zich vaak goed bewust van hun asociale gedrag dus reageren ze niet op argumenten voor beleefdheid. Daarom werkt een reclamecampagne tegen asociaal gedrag niet, een goede opvoeding wel.
Tegenover elk sociaal probleem lijkt een reclamecampagne te staan. De SIRE-campagne ‘Onbewust Asociaal Gedrag’ tegen het soort gedrag dat ernstig afbreuk doet aan de kwaliteit van leven in Nederland en de meeste andere westerse landen, waaronder (en met name ook) mijn eigen land, berust op de veronderstelling dat dit gedrag meer ondoordacht dan kwaadaardig is en dat een vriendelijk geheugensteuntje mensen er wel weer aan zal herinneren beleefd te doen. Is dit een realistische veronderstelling?



woensdag 8 april 2009, 17:34 uur
Oh, hoe herkenbaar voor me. Ik ging in Nederland, in Rotterdam studeren in 1960. En een pret om mij dat m’n vrouwelijke medestudenten etaleerden over mijn gedrag. Ik ging automatisch aan de buitenkant van het trottoir lopen, ik wachtte bij oversteken tot de dames de stoep hadden bereikt, ik ging als eerste door elke draaideur, ik liep als eerste de trap op, ik gaf altijd vuur als ze een sigaret in de hand namen, .. de lijst was eigenlijk eindeloos.
Wat stomp je in dit land snel af!
woensdag 8 april 2009, 18:36 uur
Er is altijd een groep geweest die bewust asosciaal gedrag vertoonde. Het voor kort stond de mensen in deze groep echter maatschappelijk zo zwak, dat zij niet of nauwelijks opvielen en geen ‘hinder’ konden veroorzaken. Lang en hard werken voor een zeer karig loon, invloed van de kerk en geringe mobiliteit waren daarbij te grote obstakels, eveneens als toen nog een nationale volksaard, die het ” fatsoen” bepaalde, dus in hoge mate eenvormig was.
Deze vorm werd bepaald en bewaakt door de grotendeels gelijkgestemde notabelen van weleer.
Nu (internationale) mobiliteit gemeengoed is, er meer vrije tijd overblijft en iedereen over voldoende geld en middelen beschikt om zich overal te begeven, is ook deze zich minder gewenst gedragende groep niet langer geisoleerd.
Bovendien is zij inmiddels wel voorzien van eigentijdse “notabelen” met geheel andere en ook zeer verschillende normen.
Deze nieuwe “Rolmodellen” bescikken over andere gaven die tot aansprekend voorbeeld dienen. Fysieke kracht (sporters), hedonistisch gedrag (film/pop sterren), zelfverrijking (topmanagers) en zelfs criminaliteit (Holleeder c.s.), blijken ook een sleutel tot succes, die tot imitatie leidt.
De vergissing die begaan wordt door vele goedwillende burgers en organisaties als SIRE is, dat zij slechts appelleren aan de gevoelens van een voorbije maatschappij, die van dokter, schoolhoofd en notaris in een brave dorpsomgeving. Hoofdschuddende bejaarden zullen hun mening in campagnes bevestigd zien, maar de veroorzakers van het “omgemak” voelen zich totaal niet aangesproken door dat archaische wereldbeeld, dat hen hooguit ongevaarlijk stigmatiseert. Zij zijn immers, sterker, jonger, mooier en vaak ook nog rijker.
Wil je begrip kweken zul je de aandacht van ongewenst gedrag breder moeten trekken en onpartijdiger moeten zijn. Door ook (e.g.) ouderen te wijzen op bij voorbeeld het asociale aspect van 70 km/u rijden op de linkerbaan van de snelweg. Zo leer je mensen, dat het van twee kanten komt en creeer je draagvlak.
Maar overheid en organisaties als Sire zijn daar nog niet aan toe, daar heerst geen eigentijds inzicht noch voeling met de bevolking, wat ook “de” politiek ons regelmatig toont.
Een bijzonder en waargebeurd voorbeeld daarvan is, dat ik naar aanleiding van de Sire-campagne over asosiaal gedrag een mail heb gestuurd aan hen, ze daarin vriendelijk verwijzend naar mijn bovenstaande inzichten. Dat is al weer even geleden, ik wacht nog steeds op een reactie……..
woensdag 8 april 2009, 19:11 uur
De gedachte dat opvoeding meer bepalend is voor gedrag dan een reclame-actie, onderschrijf ik volledig. Opvoeden moet in de kleuterjaren goed worden aangepakt. Wat in de vroege jeugd is verwaarloosd, valt op latere leeftijd nauwelijks nog te corrigeren. Twee opmerkingen wil ik verder kwijt.
1 – Als je in het buitenland kinderen van allerlei nationaliteiten samen ziet, bijvoorbeeld op campings, zie je heel goed de verschillen. De grootste schreeuwers zijn de Nederlanders. Belgische kinderen hoor je niet of nauwelijks. Als je een aantal jaren trektochten hebt gemaakt en daardoor tientallen campings hebt meegemaakt, vergis je je daar niet in. Er bestaan grote verschillen per land. Eigen volk is het ergst.
2 – Er is geen enkele sanctie wanneer jonge ouders schijt hebben aan goede manieren voor hun kinderen. Als het ze worst zal wezen hoe hun kind zich gedraagt, kunnen ouders vrijuit hun gang gaan. In het onderwijs wordt alles getolereerd en in de publieke ruimte is er ook al geen houden meer aan. Leraren kunnen niet meer voor grote groepen functioneren. De politie trekt zich liever terug op kantoor dan de hele dag de hufterigheid te moeten verdragen. We moeten toe naar buitensluiting en andere sancties op hufterig gedrag. Wie zich niet gedraagt, hoort er niet meer bij in het onderwijs of in de publieke ruimte. Dan zullen ouders het wel laten alle opvoeding aan hun laars te lappen. Hun kind zal gewoon buiten de boot vallen. Dit standpunt lijkt onredelijk hard. Het maakt outcasts. Het is echter heel naief te verwachten dat zonder stok achter de deur de Nederlandse ouder ineens beter zal gaan opvoeden wanneer dat in een discussie onder nette mensen wenselijk wordt gevonden.
woensdag 8 april 2009, 19:56 uur
Tenminste krijgt die meneer of mevrouw een nieuwe kijk op haar of zijn eigen ik, dat men beter niet naar mij moet kijken, want ik ben nou een bekende persoon.
Een “aso” is een aso, dat verandert niet, tenzij hij of zij levend uit een vliegtuig ongeluk komt, wat zou kunnen, niet?
De sociale mens heeft aso’s nodig.
En de aso’s hebben zeker sociale mensen nodig!
Wij kunnen niet zonder elkaar.
donderdag 9 april 2009, 04:21 uur
Om het a-sociale gedrag te keren zal de overheid een voorbeeld moeten gaan worden, bv het op snelheid controleren met een lasergun op wegen waar je makkelijk 80 km kan rijden maar, waar maar 50 km gereden mag worden, idem in de bebouwde kom waar de max snelheid 30 km is en iedereen 50 km rijd en waar maar 1 o2 keer per jaar snelheids controle is, het consequent verhogen van accijns op alcohol, benzine, woz, processen verbaal,rioolrechten, afvalstoffenheffing,wegenbelasting, BTW, BPM, ziektekosten enz. en sigaretten om roken te ontmoedigen, politie mensen met lang haar en tatoos, leerkrachten die erbij lopen alsof ze geen huis hebben maar landloper zijn, het niet of onvoldoende straffen van kleine maar ook grote criminelen met daarbij de macht van een advocaat om ook een moordenaar vrij proberen te krijgen door vormfouten of te liegen, het stelselmatig openbaar gemaakt worden dat overheids personeel maar ook leiders van dit land zich niet aan regels houden en zich ontrekken aan normen en waarden, bv oud burgemeester van Den Helder Hulman, oud minister Herfkens, oud minister Zalm, oud minister Peper enz allemaal mensen die het werken bij de overheid misbruiken om er geldelijk gewin aan te krijgen en zich in allerlei bochten wringen om gelijk te krijgen en hun “recht”.
Vroeger was politie/boswachter een voorbeeld voor de samenleving, je durfde geen tegenspraak te hebben je had respect en als je met politie in aanraking was geweest dan probeerde je jezelf te verbeteren om herhaling te voorkomen.
Politie anno 2009 is een andere agent als 40-50 jaar geleden, de agent van nu is bezig om inwoners het leven zuur te maken, je krijgt een verbaal als je tegen een paaltje pist, werkt met lasergun, je zet je auto 1 minuut verkeerd een proces verbaal, de agent komt niet als je hem nodig hebt bv bij een inbraak of vernieling, je wordt zelf opgepakt als je bij een inbraak in je eigen huis de dief net iets eerder tegen zijn oren slaat als dat hij jouw kan slaan.
Natuurlijk is opvoeding een van de belangrijkste peilers voor het tegengaan van a-sociaal gedrag, maar ik betrap mijzelf ook op a-sociaal gedrag terwijl ik een normale opvoeding heb gehad van mijn vader en moeder, maar door het lezen, en wat ik heb meegemaakt voel ik mij nu niet geroepen om als individu een voorbeeld te moeten zijn terwijl de overheid hufterig en a-sociaal gedrag vertoont.
donderdag 9 april 2009, 13:18 uur
Ik geloof niet dat het maatschappelijk klimaat verregaand wordt verziekt door grote groepen mensen die zich met boze opzet asociaal gedragen. Ik denk wel dat er in deze maatschappij door allerlei oorzaken vrijplaatsen voor asociaal gedrag zijn ontstaan. Je kunt hier bijvoorbeeld denken aan het gedrag van zgn voetbalsupporters. Dit zijn geen liefhebbers van de voetbalsport maar lieden voor wie hun zogenaamde clubliefde een excuus is voor allerlei vomen van geweldadig gedrag. Zo zijn er supporters die dreigbrieven sturen naar trainers, clubbestuurders en politici.
Het wangedag van supporters in stadions wordt vaak niet in de kiem gesmoord maar oogst soms zoveel bijval dat het publiek verandert in een massa die niet meer voor rede vatbaar is. Het is opmerkelijk dat deze supporters doorgaans geen dropouts zijn maar mensen met een heel behoorlijk inkomen en een gewoon gezinsleven.
Vergelijkbare vormen van gedrag tref je ook in het uitgaansleven aan.
Het thema fatsoen nodigt uit tot beschouwing. In dit stukje beperk ik mij tot een paar losse kanttekeningen. In het derde kwart van de vorige eeuw heerste in Nederland een ander maatschappelijk klimaat. Het leven was eenvormiger. De sociale controle was groter. Er bestond zoiets als institutioneel bewustzijn. Leraren, bestuurders, politici en andere mensen die belast waren met een publieke taak genoten een vanzelfsprekend respect. Dat is tegenwoordig veel minder het geval. Er bestond een grotere baanzekerheid en het was niet gebruikelijk om veelvuldig van baan te veranderen. Er waren ook samenbindende idealen, zoals het besef dat de komende generaties het beter zouden krijgen; al was het alleen maar door de voortschrijdende techniek.
De tijden zijn verandert en in een aantal opzichten niet ten goede. We hebben meer welvaart maar het is de vraag of we daar gelukkiger van worden. Dit nog los gezien van het feit dat de verschillen in welvaart groter zijn geworden en welvaart een relatief begrip is. Mensen die geen internet hebben en niet op vakantie kunnen ervaren dat als een gemis. Soberheid is al lang geen deugd meer, en al helemaal niet als het niet voortkomt uit een eigen vrije keuze.
De economie vereist in toenemende mate flexibilteit, mensen moeten bijleren en vaker van baan veranderen. De concurrentie op de arbeidmarkt neemt toe, ook de concurentie binnen bedrijven neemt toe, soms is promotie ten koste van een collega de enige manier om je baan zeker te stellen. Dit leidt tot spanningen. Enerzijds moet je voorkomend en collegiaal zijn, anderzijds moet je je kansen waarnemen.
Dit alles stelt nieuwe en hogere eisen aan de opvoeding. Kinderen wordt geleerd dat ze voor zichzelf moeten opkomen en dat ze geen gezag moeten accepteren dat niet duideljk gelegitimeerd is. Dat heeft voor- en nadelen. Een goed voorbeeld om dat te illustreren is het aanspreken van mensen op onaangepast gedrag. Dat vergt doorgans de nodige tact. En dat komt niet door de teloorgang van ‘normen en waarden’ (een tamelijk onbruikbare uitdrukking overigens) maar doordat mensen tegenwoordig anders worden gesocialiseerd dan vroeger.
donderdag 9 april 2009, 15:55 uur
Er is inderdaad weinig evidentie voor het onbewuste dat ons zomaar asociale reacties ingeeft. Het besef dat er met het eigen gedrag iets mis is, blijkt wel uit de heftige reacties, zodra je er iets van zegt. Sommigen worden dan zo kwaad dat ze iemand letterlijk dood slaan. Het wordt niet altijd op prijs gesteld dat mensen je laten weten hoe het hoort. Dat plaatst jezelf in de morele schaduw, wat heftige reacties oproept. Iedereen kent die ervaring en weet dat zo vaak ruzies ontstaan. De heftige en minder heftige reacties zijn meestal een teken dat je gelijk hebt met je opmerking.
Ik was geneigd mijn instemming met het oordeel van Theodore Dalrymple over de gebrekkige wellevendheid toe te schrijven aan mijn leeftijd, maar navraag bij jongeren leerde mij al gauw dat ook zij last hebben van luid praten in mobieltjes, groot volume bij gewone gesprekken in de treincoupé, voeten op de bank, onbeleefdheid, snauwen, en veel, heel veel agressie. Het gevoel van toename heeft vanzelfsprekend te maken met de bevolkingsgroei, maar ook met een aantal andere zaken.
Dalrymple heeft een sterke casus als hij zegt dat hij thuis fatsoen nog gewoon geleerd heeft zodat het op den duur over zijn ruggenmerg ging, automatisch en vanzelfsprekend. Dat kon waarschijnlijk omdat er weinig gedrag werd vertoond dat niet ongeveer door dezelfde disciplinering tot stand kwam. Was dat afwijkende gedrag er wel, dan ging het om gedrag van een aanwijsbaar andere groep. Dat is nu niet meer zo en dat hangt samen met wat Dalrymple zelf heeft beschreven: het doorsijpelen van vrijgevochten gedrag uit de hogere lagen van de bevolking naar de lagere, maar dan zonder de benodigde stilering en vormgeving. Externe democratisering van gedrag, dat wil zeggen, het beschikbaar komen van uitingsvormen voor iedereen zonder de terughoudendheid en onderworpenheid die de lagere klassen vroeger kenmerkte, eist zijn tol. Er wordt onvoldoende geïnstrueerd, geoefend en gecorrigeerd in de kringen die nu de ontremdheid van de hogere klassen overnemen. Ik vind dat dit alleen al onderbelicht blijft in het gelamenteer over onfatsoen. Wat zorgt ervoor dat de hogere echelons tot een aanvaardbaarder vorm van vrijpostigheid in staat blijken? Dat is een.
Twee: er is ook iets in die hogere kringen gebeurd dat het probleem van onwellevend gedrag heeft verstrekt. Ik noem dat het Lockheed-effect, naar aanleiding van de omkoopaffaire van Prins Bernhard indertijd. Mensen die het horen te weten en een voorbeeld zouden moeten geven, laten het afweten, gaan voor persoonlijk gewin en geven een verkeerd signaal af. Het lijkt vergezocht dit te grabbel gooien van goed gedrag op hoog niveau in verband te brengen met de hedendaagse hufterigheid. Toch denk ik dat één van de redenen waarom deze hufterigheid bestaat, te maken heeft met dat sinds dit schandaal overal in de hogere kringen een loopje is genomen met goed gedrag. Dat beperkt correctiemogelijkheden. Nu kun je zeggen dat prinsen, koningen en hooggeplaatsten dat altijd zich al onfatsoen veroorloofden, zij het op een vaak erg chique wijze. Klopt, maar het gaat mij niet om de prins. Het gaat erom dat waar vrijpostig gedrag al doorgedruppeld is zonder dat er vormgevingseisen en -middelen mee kwamen, het veel meer impact heeft wanneer hooggeplaatsten te weinig discipline opbrengen. Zodra bestuurders, directies, bankiers, en allen die boven ons zijn geplaatst een loopje nemen met goed gedrag, wordt iedereen gemakkelijker onoplettend en eigengereid.
Dat gaat heel ver. Zodra gekozen wordt voor het gemakkelijke geld, willekeur, machtsmisbruik, opzichtige consumptie, statusgedreven neerbuigendheid, oneigenlijk vertoon van macht en gezag en oneerlijkheid, wordt er een grens overschreden die de gewone burger vervolgens helemaal niet meer zal respecteren.
Ook in de lagere regionen van gezag mag geen wanorde ontstaan. Zodra een conducteur er slordige omgangsvormen op na houdt, kan hij of zij rekenen op een nog slordiger gedrag retour. Zo werkt gedrag: het is altijd interactie, nimmer een soort uit het diepste onbeschaafde binnenste opborrelend iets.
Zal het ooit goed komen? Ja, en wel heel eenvoudig: erken dat fatsoen geen individuele praktijk is maar iets dat altijd en overal op niveau van de organisatie of groep geoefend moet worden. Je herstelt de wellevende samenhang als je van hoog tot laag iedereen normeert door expliciet te maken wat wel en wat niet kan. De leraar evenzeer als de leerling, de prins evenzeer als het voetvolk. Jongeren leggen de voeten op de bank, niet omdat ze het thuis niet geleerd hebben, maar omdat niemand er ooit om gemaald heeft hoe gedrag wordt vormgegeven. Als ik goed observeer, tref ik de lompheid – misschien in een wat goud-op-snee vorm – evenzeer aan bij presentatoren op TV, in de Tweede Kamer, bij politici die met dédain spreken over hun tegenstander, de een een draaikont noemen, de ander knettergek, en bij topmensen die voor weinig meer oog hebben dan voor hun eigen banksaldo. Wie haalt bij zoveel onwellevendheid elke dag, nog zijn voeten van de bank?
Herstel van fatsoen is een totaalactie en niet de taak van jongeren die thuis onvoldoende zijn opgevoed. Daarvoor is het fenomeen te wijd verbreid. Gedrag ligt altijd ingebed in groepsregulering en het kan dus ook daar weer getuned worden als iedereen op zoek gaat naar de juiste afstemming op elkaar. Zo werkt gedrag. Het is al bekend, sinds de eerste experimenten in de psychologie met groepsgedrag werden gedaan. Maar wie kent de uitkomsten? We weten als leek al het nodige van zwarte gaten, genen, het immuunsysteem en hersenen, maar gedrag lijkt nog steeds op te borrelen uit een soort verdorven inborst en schijnt samen te hangen met onvoldoende opvoeding. Ruimer en ondeskundiger kan het niet worden geformuleerd.
dinsdag 14 april 2009, 09:51 uur
Ergens op dit forum las ik dat Vlaamse, of zijn het toch Belgische kindjes minder asociaal waren, minder schreeuwen en zich laten gelden. Maar natuurlijk is het voor ouders gemakkelijk hun kinderen te leren dat ze voor zichzelf moeten opkomen. Hoe zou het anders kunnen en het tekent meteen de omwenteling van de decennia na 1968. Niet dat Provo of actie Tomaat hiervoor verantwoordelijk zijn, maar een algemene instemming links en rechts dat samenleven niet ten koste van het individu mag gaan. Het individu moet zichzelf kunnen zijn, zo ouders als kinderen. Het gevolg is dat mensen niet meer zien dat spontane goede omgang wel zo aangenaam is.
Men heeft terecht bepaalde aspecten van fatsoen laten vallen, omdat die inderdaad met macht, van de pater familias en bij uitbreiding de overheid bevestigden. Maar men is blind gebleven voor de gedachte dat vormen van fatsoen voor zichzelf en anderen het leven zachter, maar ook boeiender maken.
Mijn probleem met de stelling van Theodore Dalrymple bestaat hierin te weinig beroep gedaan wordt op inzichten, die niet rationeel alleen hoeven te zijn, maar een bonte mengeling van intuïtie, empathie, welbevinden mensen ertoe kunnen brengen zonder in een krenkend protokol of snobistisch setje goede gewoonten te vervallen, zich aangenaam te gedragen voor anderen. Overigens, hun boosheid om krenking zal niet te wijten zijn aan een kort lontje, maar aan een diep besef met bewuste krenking te maken te hebben.
Overigens zal men zich ook niet zomaar op de standenonderscheiden beroepen, want er zijn mensen van bescheiden afkomst, die er best fijne manieren en omgangsvormen op na houden.
Essentieel is dat men echt gaan menen is dat samenleving een oorlog van allen tegen allen is geworden, waardoor het straatgevecht opnieuw normaal lijkt te zijn. Vreemd, want waren we niet goed op weg een beschaafde samenleving te worden, waar enkele inzichten geinterioriseerd waren geworden.
Men zal toch niet aannemelijk kunnen maken, ons toch niet, dat Thrasymachos, in zijn discussie met Socrates gelijk had en menen dat geweld, in verbale of fysieke dan wel psychische vorm nu eenmaal de enige efficiënte manier is om ons te laten gelden in onze omgeving en tegenover de anonieme andere? Dalrymple en SIRE hebben geen ongelijk, maar behandelen slechts symptomen, verder gaan betekent meer mens worden.
dinsdag 14 april 2009, 12:51 uur
Asociaal gedrag kent vele vormen. Globaal gezien zijn er twee hoofdvormen: individueel asociaal gedrag en asociaal gedrag dat in groepsverband plaatsvindt. Ik weet niet of individuen zich tegenwoordig vaker schuldig maken aan asociaal gedrag dan pakweg dertig of veertig jaar geleden. Je kunt het ook moeilijk meten, de maatschappij is geen natuurkundig laboratorium. Dat neemt niet weg dat het er vroeger ook allemaal al was. Mensen die geluidsoverlast veroorzaken, deuren vlak voor je neus dichtgooien, op straat spugen, voordringen aan de kassa, hun auto vlak voor het stoplicht met gierende remmen tot stilstand brengen.
Ik denk wel dat asociaal gedrag in groepsvorm vaker voorkomt en vaker een grimmige vorm aanneemt dan vroeger. De dynamiek van een groep t.o.v. de buitenstaanders is ook van een andere aard dan die van het individu t.o.v. de buitenstaanders. Personen die in hun eentje nooit in de verleiding zouden komen om mensen uit te schelden, het treinmeubilair te vernielen of hun medemens met fysiek geweld te lijf te gaan, kunnen daar in groepsverband wel toe overgaan. En dat heeft op zichzelf niet eens zoveel te maken met (gezamelijke) fysieke kracht. Een individu dat zich in het openbaar misdraagt staat tegenover buitenstaanders die zich op dat moment ook als een (soort) groep gedragen. Het komt tot stand in afkeurende blikken en korte gesprekken tussen volstrekt willekeurige mensen; de aso wordt op zichzelf teruggeworpen.
Groepsgedrag kan ook makkelijker escaleren. Van uitbundig tot hinderlijk tot openlijk agressief. Je kunt hierbij denken aan een groep vrienden die naar sluitingstijd vrolijk aangeschoten naar huis loopt, een groep scholieren die zich op uitbundige wijze meester maken van een treincoupé, voetbalsupporters die supporters van de rivaliseerende partij tegenkomen etc.
Er wordt tegenwoordig veel gesproken over korte lontjes en daar steekt een belangrijke kern van waarheid in. Kinderen worden opgevoed tot mensen die zich moeten laten gelden. Allerlei oude zekerheden zijn minder zeker. Als je niet bereid bent voor jezelf op te komen, redt je het niet in deze maatschppij, heet het. Daar komt bij dat de huidige maatschappij veel minder een klassenmaatschappij is als vroeger. Op middebare scholen was geweld vroeger eenvoudigweg taboe. Op de LTS heerste echter totaal ander opvatingen. Een echte jongen vecht af en toe. De docenten op een LTS wisten hoe ze het gedrag van hun pupillen moest kanaliseren. Hun leerlingen kwamen als regel ook goed terecht. Tegenwoodig loopt het veel meer door elkaar heen, de maatschappij ontschot. Daar komt bij dat je tegenwoordig veel meer drop-outs hebt die zich ook onmaatschappelijk gedragen. Ze willen laten zien dat ze iets kunnen (dat hebben ze in hun opvoeding en op school geleerd), maar ze beschikken niet over de vaardigheden omdat op een maatschappelijk aanvaardbare manier te doen, dus doen ze het op een maatschappelijk onaanvaardbare manier. De zogenaamde straatcultuur is een ernstig verschijnsel van vrij recente datum
Het is moeilijk om het tij te keren. De sleutel ligt uiteraard bij de opvoeders, de ouders en de school. Ik denk dat er ook veel gewonnen kan worden als het maatschappelijk klimaat wat meer ontspannen wordt, wat minder consumptisme en wat minder rate race.
In de overigens voortreffelijke bijdrage van Paul Voestermans kwam ik een zin tegen waar ik het niet helemaal eens ben. Ik citeer: “Fatsoen (is) geen individuele praktijk maar iets dat altijd en overal op het niveau van de organisatie en de groep geoefend moet worden.” Dat geldt voor veel terreinen in het leven maar nu juist niet in de openbare ruimte! Het is niet zo moeilijk om in winkels netjes op je beurt te wachten, per trein te reizen zonder vernielingen aan te richten etc. We moeten de openbare ruime zo inrichten dat het geen vrijplaats wordt voor asociaal (groeps)gedrag. In de praktijk betekent dat o.a. meer controlerend personeel.
Teun Balemans, Einhoven
dinsdag 14 april 2009, 16:16 uur
n.a.v. 9
In de vierde alinea van mijn bijdrage staat een vervelende formuleringsfout.
Correctie: Daar komt bij dat er tegenwoordig meer drop-outs zijn die zich asociaal gedragen. Ze willen zich laten gelden (want dat hebben ze van hun opvoeding opgestoken) maar ze beschikken niet over de vaardigheden om dat op een maatschappelijk aanvaardbare manier te doen. Ze doen het op een onaanvaardbare manier. De zogenaamde straatcultuur is een ernstig verschijnsel van vrij recente datum.
zaterdag 18 april 2009, 21:43 uur
Spugen naar je medemensen is ongeveer misdadig want je zou een besmettelijke ziekte kunnen verspreiden.
Over spugen op straat wordt al jaren gefronsd. Ik denk sinds 1955 of daaromtrent. Mannen spuugden op straat, inclusief mijn Vader, omdat ze altijd pijp of sigaren rookten. Tabak schijnt de speekselklieren te activeren.
Tiger Woods, wat hij pruimt weet ik niet, spuugt op de golf course.
Dat mag geen gewoonte worden.
Dat wordt echt problematisch want ik wil nooit iets te maken hebben met mijn bal terwijl die in iemands rochel ligt.