Landbouwlobby te dominant op universiteit Wageningen

Veehouderij

De huidige veehouderij brengt schade toe aan dier, mens en maatschappij. Maar bovenal: ze is ethisch niet verantwoord. Dat moet veranderen, betoogden meer dan honderd hoogleraren eind april in NRC Handelsblad.

Minister Gerda Verburg (Landbouw, CDA) reageerde een week later. Volgens haar klopt het beeld dat de vee-industrie grootschaliger en intensiever wordt niet: ,,Sinds het jaar 2000 groeit het aantal varkens en kippen in Nederland niet. Verder kent ook de melkveehouderij een begrenzing, de quotering van de hoeveelheid melk die geproduceerd mag worden.”

Daarbovenop kwam een reactie van hoogleraar veterinaire volksgezondheid Frans van Knapen. Hij vond het betoog van de hoogleraren onwetenschappelijk. Ook hij vindt dat het beter gaat met de veehouderij. En dat blijkt volgens hem ook uit de lijst ondertekenaars: daarop ontbreken de specialisten uit Wageningen.

Maar die specialisten reageren nu wel. Paul C. Struik (hoogleraar gewasfysiologie), Jan Douwe van der Ploeg (hoogleraar transitiestudies) en Gatze Lettinga (emeritus hoogleraar milieutechnologie) schrijven in NRC Handelsblad dat de landbouwlobby veel te dominant is op de universiteit Wageningen. Ze steken de hand in eigen boezem: ,,Net als in het landbouwbeleid, is ook in de landbouwwetenschap het economisch belang te lang dominant geweest. Samenleving en natuur werden bij het ontwikkelen van kennis tussen haakjes gezet – landbouw werd teruggebracht tot een technische omzetting van input naar output (van voer naar vlees). Vervolgens werd dit economisch geoptimaliseerd.” En verder: ,,Het netto resultaat is dat intensieve veehouderij, de landbouwlobby en ‘Wageningen’ hebben geïnvesteerd in de organisatie van een bedrijfsvoering die grote problemen op het gebied van ethiek, milieu, en benutting van hulpbronnen met zich meebrengt, op regionaal, landelijk en supranationaal niveau.” De drie ‘Wageningers’ pleiten daarom voor het beter benutten van de potentie van de landbouwwetenschap.

Overigens valt de universiteit Wageningen direct onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij (LNV).


Dit bericht heeft 18 reacties op “Landbouwlobby te dominant op universiteit Wageningen”

  1. Max Molenaar zegt:

    Teveel wetenschappers zijn corrupt
    Ons doorgeschoten kapitalisme is een vruchtbare voedingsbodem voor corruptie. Corruptie kan
    zo subtiel plaatsvinden dat de betrokkenen het voor zichzelf moreel verantwoorden via psychische mechanismen als Stockholm syndrome en cognitieve dissonantie-reductie(*1).

    Wantoestanden binnen een beroepsgroep worden door leden van die groep vaak met de mantel der liefde bedekt, uit angst om uit de gratie te raken in het kleine wereldje van collega’s. Want warme contacten met invloedrijke vakgenoten helpen vaak bij het krijgen van goedbetaalde banen. En ook andere wederdiensten worden gegeven voor immoreel gedrag.

    Zo werkt het ook vaak in Nederland, bijvoorbeeld bij frauduleus medicijnonderzoek, omkoping van artsen door medicijnfabrikanten, milieucriminaliteit, misleidende bankproducten, onderlinge prijsafspraken door verzekeraars en aannemers, enz…

    In de Middeleeuwen verdedigde de kerk de belangen van de adel. Lijfeigenen (landbouwslaven) en soldaten werden daarbij door priesters misleid en bang gemaakt met Latijnse teksten die ze niet verstonden.

    Betrouwbare objectieve wetenschap is nodig om maatschappelijke problemen op te lossen. Maar wetenschappers zijn helaas regelmatig de nieuwe misleidende ‘priesters’ in opdracht van rijke bedrijven. Ze kunnen zich daarbij verschuilen achter ingewikkelde rapporten die niet-wetenschappers niet begrijpen.

    Wetenschap moet niet gefinancierd worden door bedrijven, maar door de overheid. Liever minder onderzoek dat betrouwbare resultaten oplevert, dan meer onderzoek dat resultaten manipuleert in opdracht van een financierend bedrijf.

    Te vaak zijn wetenschappers corrupt, ook in Nederland. Hoewel er ook veel betrouwbare Nederlandse wetenschappers zijn. Ook voor deze probleem ligt de oplossing in verbetering van overheidscontrole en moraal. Geef voorlichting over het belang van integriteit. Dat is in het belang van mensen en dieren.

    (*1) COGNITIEVE DISSONANTIE-REDUCTIE
    http://mensen.wordpress.com/2006/11/28/cognitieve-dissonantie-reductie/

  2. Niek Heering zegt:

    Jammer genoeg is de bijdrage van de drie professoren hier niet te lezen: de elektronische verwijzing ontbreekt. En de redactie telefonisch geblokkeerd door de telefonist. Met veel moeite maakte ik hem duidelijk waar het om ging ën “dat zou hij doorgeven”, zei dhr. Kerkhof om 19.33. Ik hoop dat het helpt!

  3. e.starink zegt:

    Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.

  4. Niek Heering zegt:

    Twee uur later. Mijn reactie #2 leidde niet tot enige verbetering. Redactie: wat is uw bedoeling met deze weblog?

  5. Niek Heering zegt:

    De drie hoogleraren stellen voor een reorganisatie van het weten. Houdt dat ook in een reorganisatie t.a.v. het verantwoordelijke ministerie, d.w.z. overstappen naar het ministerie van OCW? Behalve historische redenen: waarom niet? (Dankzij weblog-abonnenment inmiddels oorspronkelijke stuk gelezen).

  6. J. Ouendag zegt:

    Allereerst hulde aan de stellingname van de 3 heren.
    De heftigheid van de reacties gericht tegen de oorspronkelijke hoogleraren-brief valt me op. Dieren… zijn net mensen, alleen wat hulpelozer. Maar mensen blijven hameren op hun natuurrecht ze op te eten en te koeieneren. Natuurlijk kunnen we geen koelkast aan een spin geven, en worden bij elke stap honderden mieren verplettert. Maar we kunnen wel ons best doen dieren met respect te behandelen.
    Dat vlees onontbeerlijk is, is de grootste onzin.
    Ontontbeerlijk is onze eigenwaarde als wezen en die wordt elke minuut op grote schaal ten schande gemaakt door de handelswijze tegen dieren.

    Vandaag las ik in dat voor mij soms dubieuze blaadje “De Pers” dat de olieramp in de Carribean relatief minder erg zou zijn omdat het ging om “niet ecologisch bedreigde diersoorten” en dat de populatie zich wel weer zou herstellen. Die machiavellistische houding tegen dieren doet me walgen. Miljoenen vissen en andere organismen die omkomen.

    En als er dan een groep mensen zich voor respect uitspreekt, huilen de wolven omdat “hun” stukje vlees in gevaar komt, dat “hun” recht is. Wel, bij je geboorte heb je alleen recht op leven van jezelf.

  7. Axel Saffran zegt:

    Zoals de heer Heering al aangeeft, zou het helpen wanneer de volledige reactie van de Wageningse wetenschappers vanaf deze pagina toegankelijk zou zijn.

    Komt deze link er nog?…

    Nu lijkt het er inderdaad op dat het vervolg van deze maatschappelijk belangrijke polemiek, op dit blog onder het tapijt wordt geschoven.
    Dat zou teleurstellend, maar bovendien onverantwoord zijn.

    Webredactie, ik hoop dat u e.e.a. goedmaakt met een volledig, uitgebreid artikel op de wetenschap- , binnenland- , danwel economie-pagina.

    Liefst alledrie… (en liefst deze week nog!!)

    Dank u.

  8. dick veerman - foodlog.nl zegt:

    In de tekst staat: “Er is een reorganisatie van het weten nodig om verantwoordelijkheid te kunnen delen en van daaruit tot een aanvaardbare veehouderij te komen. Het is zaak om op radicale wijze stappen te zetten die leiden tot het veel beter benutten van de potentie van de landbouwwetenschap. Kostprijsbeheersing, opbrengstmaximalisatie en schaalvergroting kunnen niet langer alleen sturend zijn voor de richting van het onderzoek in de intensieve veehouderij. Een maatschappelijk verantwoorde omgang met de levende natuur (dieren, ecosystemen, milieu), zinnige en kwalitatief hoogwaardige arbeid voor de betrokkenen en rechtvaardige relaties op wereldwijd niveau dienen hoekstenen te zijn voor onderzoek en technologieontwikkeling.”

    Dit zijn woorden die me buitengewoon aanspreken. Heren, heel wijze worden na de vooral polariserende ‘pot verwijt de ketel’-actie van de ’100 hoogleraren’ (inmiddels loopt hun aantal naar de 300). Jazeker, het was een signaal, maar niet zodanig dat het ‘Wageningen’ buiten zijn kaders dwingt. Integendeel, het was er eentje die de rangen op de verkeerde manier weer laat sluiten.

    Roos Vonk verweet me persoonlijk dat ik dat signaal ‘oninteger’ noemde om het programma dat haar brief voorstelde geen resultaat was van gezamenlijk nadenken maar van een aantal eenzijdig gemaakte politieke keuzen waarvoor menige met de materie bekende hoogleraar zich als vakspecialist niet zou lenen.
    Keuzen en ethiek moeten heel nadrukkelijk een rol spelen. Dat lukt echter alleen als je ze samen wilt maken. Nederland kent inmiddels een lange traditie van polarisatie. Ik moet bekennen dat ik er zelf niet vies van ben om via die weg het gesprek af te dwingen. Als dat er eenmaal is ontstaat ruimte voor een nieuw en open discours dat als go-between de voedingsbodem kan zijn voor in openheid gemaakte maatschappelijke keuzen.
    Daar is de tijd inmiddels meer dan rijp voor. Bravo dus voor deze open brief aan het ministerie van LNV en het bestuur van WUR.

    Er ontbreekt nog iets: een voorstel om de discussie vorm te geven voor het oog van de natie. Op grond van feiten, die aanleiding zijn tot keuzen en een debat daarover.

    Zullen we maar eens beginnen met het heruitvinden van de gesprekinstituties door niet te zeggen DAT het moet gebeuren, maar HOE we die kunnen vormgeven?

    De reorganisatie van kennis kan alleen maar plaatsvinden als nieuwe, open gespreksvormen ontstaan. Wat is jullie voorstel? Dat mis ik namelijk.

  9. Jan Peter van Doorn zegt:

    Een reorganisatie van het weten. Tja, mooie manier om je eigen verantwoordelijkheid te miniseren.

    Een reorgansatie van integriteit lijkt me meer aan de orde.

    Kom op Heren, dit kan beter.

  10. A. Oppenheim zegt:

    Ik sluit me aan bij het terzake kundige commentaar van Max Molenaar.
    Eén toevoeging vanaf het platteland: de boeren trekken zich niets van deze discussie aan en gaan dagelijks hun van God gegeven gang. Hetzelfde geldt ook voor de lokale CDA en CU bestuurders.
    De ene na de andere toestemming voor uitbreiding leidt tot een snelle toename van grote hallen volgestopt met vee, eenden en andere eetbare dieren die het daglicht nooit zien. Mest wordt niet afgedekt en als vroeger uitgereden
    Ook de dierenartsen komen en gaan met hun injectiespuiten.
    Het toezicht op naleving van de regels en voorschriften ontbreekt volkomen, daarvoor is juist geen geld. Vriendjespolitiek is aan de orde van de dag.
    Er hebben zich moderne kartels gevormd rond het dagelijkse lapje vlees, de kippenpootjes en eendenboutjes.
    Het zijn kartels van financieel afhankelijke insiders die niet meer terug kunnen zonder verlies van hun inkomen en maatschappelijke positie.
    Daar zou de verantwoordelijk politiek een oplossing voor moeten vinden: het Brusselse subsidiegeld zou nu naar die mensen moeten stromen inplaats van naar de boerderij dieren.
    Met de opdracht om een andere aanpak te ontwikkelen.
    Mens en dier waardiger.

  11. Arie qUIK zegt:

    Wat we in de bio-industrie zien zijn we al tegengekomen in de maak-industrie. Aanvankelijk werd er uitsluitend geproduceerd met als doel laagste kosten. Of mens en milieu daaronder leden was niet interessant. Pas als een industrie volwassen wordt, gaat men ook letten op milieu, arbeidsomstandigheden en dergelijke. Aanvankelijk worden daar dan allerlei verschillende methodieken op losgelaten. Maar de bedrijven die het dóór beginnen te krijgen hebben nog maar één enkel model, waar alle eisen in worden genoemd en dat ook aan alle eisen tegemoet komt.

    Als men in het ontwerp van een productie unit alle aspecten meeneemt en ook de manier van werken erop afstemt, is het in de industrie nog altijd gelukt, om de meest efficiënte unit ook de meest veilige, de betrouwbaarste en de meest “low cost” unit te laten zijn. De verschillende eisen zijn namelijk meestal niet tegenstrijdig, er is alleen in het ontwerp van productie unit en procesbeheers-unit nooit rekening gehouden met alle eisen. Dan moet alles “eraan geplakt” worden. Dat werkt enorm kostenverhogend.

    Dit lijkt veel op het reorganiseren van weten, maar het vereist een verandering in attitude om ook naar andere belangen te willen en kunnen luisteren. Vooral in de besluitvormings- en ontwerpfase

  12. peter klein zegt:

    Ik snap de open brief van die professoren van de LBU Wageningen niet.

    Wat is een universiteit? Dat is een opleidingsinstituut, waarbij de wetenschappers lesgeven en publiceren, en waarbij dat laatste hoofdreden van hun professionele bestaan is geworden. Geen publicatie, geen funding, geen baan.

    Dan gaat het erom voor wat er funding gekregen wordt. En als dan blijkt dat dat vooral is voor een economische georienteerde ontwikkeling van de landbouw, en dat de professoren daar niet mee eens zijn, dan is de vraag: moeten we nog wel geld aannemen voor dat soort onderzoek, en anders wisselen van donateur?

    Kortom: waarom hebben de professoren niet gewoon via hun universiteitsbestuur gevraagd dat andere ministeries voor de funding gaan zorgen? Met OCW en VROM heeft men toch al goede contacten?, de klimaat-alarmisten van Wageningen publiceren er lustig op los, betaald door die ministeries…

  13. Ype Verhey zegt:

    Wat in deze discussie over de intensieve veehouderij ontbreekt is dat dierenwelzijn en milieu in veel gevallen tegengestelde doelstellingen zijn. Door een veel efficientere conversie van voer naar vlees (of melk of eieren) heeft de intensieve veehouderij een lagere milieu belasting per kg geproduceerd product. Met andere woorden: per kg dierlijk product is er minder grond nodig voor productie van veevoer (en is er dus meer ruimte voor natuur), wordt er minder mest geproduceerd en worden er minder broeikas gassen en ammoniak uitgestoten. Helaas gaat dit wel ten koste gaan van het dierenwelzijn. Als we een diervriendelijke veehouderij willen en tegelijkertijd het milieu niet zwaarder willen belasten zullen we dus (veel) minder dierlijke producten moeten consumeren.
    Het is verder wel van belang dat op regionaal niveau de dichtheid van vee – of het nu om intensieve veehouderij of diervriendelijke veehouderij gaat – niet te hoog is zodat mest op verantwoorde en nuttige wijze op dichtbij gelegen gras- of akkerland aangewend kan worden.

  14. Jan Herbrink zegt:

    Niet zolang geleden moest ik naar Valladolid. Een kleine expositie werd er gehouden. Olijfolie, kaas, ham en wijn werden er onder de aandacht gebracht. Ik ben een agent in wijnen en een wijnimporteur, dus daarom.
    De wijnen die er werden aangeboden waren niet boeiend, niet spannend, riepen bij mij geen nieusgierigheid op. ‘s Avonds in het hotel kwam ik in gesprek met een italiaanse importeur van hammen. Hij vond dat hij voor goede ham hier meost zijn, in de regio van Valladolid.
    Ik mocht de volgende dag wel met hem meelopen toen ik dat vroeg. Als ik maar achter hem liep en dat hij geconcentreerd zijn werk kon doen en van mij dus geen last had.
    Ik had een dag over dus vond dat prima en kon zo nog iets bijleren.
    Na uren achter hem aan geslenterd te hebben bleef hij staan bij een kleine stand. Mijn aandacht werd getrokken door de standhouder, waarschijnlijk de eigenaar/varkenshouder. Het grijze kostuum dat hij droeg had hij waarschijnlijk ooit voor zijn huwelijksfeest gekocht. Ik was geobsedeerd door het pak waarin hij huisde, paste het nog net of net niet meer, spannend het hing erom. Terwijl ik zo mijmerde sneed hij een plak ham af en hield de regionale krant erachter. Hij wilde via mij de italiaanse vakman bereiken. Door het vet van de ham heen kon je de letters van de krant zien. Mijn reactie duurde hem te lang en haalde met zijn vingers het vet van de ham af. En legde die in de palm van z’n hand. Zorg om het feit dat ik weg zou lopen hield hij mijn arm vast. Na een tiental seconden was het vet vloeibaar geworden, gesmolten. Hij haalt een soort van werkdoek van zijn schouders veegt het vet van zijn hand en met korte, efficiënte zwaai beland de doek opnieuw over zijn schouder.
    Hij kijkt naar mijn tijdelijke italiaanse chef maar stoot mij aan en zegt “heb je verder nog problemen, in de familie of zo”. “Ik wil je wel helpen die op te lossen”. Eigenlijk wilde hij zeggen, over de ham hoeven we het niet meer te hebben. Dat heb ik zoëven uitgelegd. Het varken krijgt dat te eten wat hem en ons past.
    Kortom, Als je bij productie processen factoren betrekt als geschiedenis, innovatie, traditie, ambacht,ontstaansplek e.a. dan wordt de uitkomst een andere.

  15. p.c.van den noort zegt:

    Moet je steeds van iets verstand hebben om er een mening over te geven ? Op het eerste gezicht zegt dan menigeen :ja ! Dus 100 hoogleraren die een mening te besten geven over een deel van de landbouw,zonder bijzondere kennis te bezitten op agrarisch gebied slaan de plank mis !
    Is dat wel zo ?Er is immers sprake van wetenschap en van opvattingen.Die 100 gaven hun opvatting weer en meer niet.Lezers associeerden erop los en kwamen op “”wetenschappelijk oordeel”",want het waren allemaal professoren !
    Opvattingen zijn gecompliceerde dingen Voor de een is vlees eten natuurlijk en al vele duizenden jaren gebruikelijk,maar voor de vegetariers niet.Ook godsdiensten bemoeien zich ermee.De aartsvaders waren veehouders,maar al spoedig werd het eten van varkens afgekeurd en dat speelt nu nog een belangrijke rol,er werd dus niet gezegd alle vlees eten wordt verboden.Streng in de leer van de aartsvaders als ze op de Veluwe nog zijn,varkens eten ze toch weer wel.Verder hebben opvattingen te maken met belangenstrijd : jacht gaat voor op landbouw (of omgekeerd),landbouw gaat voor op natuur (of omgekeerd),landbouw gaat voor op volkshuisvesting,of zelfs volksgezondheid.
    Opvattingen zijn verder toch geen vaststaande dingen en er wordt gewerkt aan andere opvattingen,levensstijlen,uitleg van oude geschriften enz.
    Overal zijn opvattingen die beslissingen en besluiten beinvloeden.Dat is nu eenmaal zo,alleen in de wetenschap zou dat niet mogen.
    Helaas ook daar komt het voor,dan krijg je soms kwasie-wetenschap,want de facto gaat het debat dan om opvattigen,met toga aan.
    Het moeilijke punt van een opvatting is dat het wel veel weg heeft van gezond verstand en dat kruipt hier en daar makkelijk in allerlei beschouwingen binnen . Opvattingen hebben ook te maken met belangen en geld,dat haast ongemerkt in de wetenschap een rol speelt en de conclusies kan beinvloeden.Hypocrisie enzo speelt ook een rol bij die opvattingen. Ook dat moet je niet negeren.Anecdotisch gesproken ,iemand was erg ziek en wide de drion-pil van de arts,die weigerde dat uiteraard zei hij.Toen was er iemand die zei dat hij Drion kende,die had en voorraadje voor intimi.Hij zei zal ik bij hem langs gaan?Nee,nee sprak de zieke,dan moet ik hem nog zelf innemen en dat is tegen de opvattingen van mijn kerk.

  16. e.starink zegt:

    @ 14: Jan Herbrink zegt:woensdag 2 juni 2010, 14:11 uur:
    Ik heb genoten van uw verhaal. Klasse!

  17. Hugo van der Meer zegt:

    Wat een klagerig verhaal van deze hooggeleerden. Blijkbaar beseffen ze onvoldoende dat er een grote diversiteit aan meningen is over de landbouw in Nederland en elders. Die diversiteit aan meningen bestaat zeker ook in de landbouwwetenschap en in ‘Wageningen’. En in ‘Wageningen’ hebben we met allerlei lobbies te maken. Of de landbouwlobby inderdaad veel te dominant aanwezig is, hangt waarschijnlijk af van waar je zit en naar wie je luistert. In het artikel wordt gesteld: ‘Een maatschappelijk verantwoorde omgang met de levende natuur, zinnige en kwalitatief hoogwaardige arbeid voor de betrokkenen en rechtvaardige relaties op wereldwijd niveau dienen hoekstenen te zijn voor onderzoek en technologieontwikkeling’. Dat is mooi gezegd, maar de 3 hoogleraren hadden daarbij wel enkele concrete voorbeelden mogen noemen. Dan zouden we wat concreter kunnen discussieren

  18. Jan Dijkstra zegt:

    Over de feiten in het hooggeleerde pleidooi, zie vrijplaats artikel in ND: http://www.box.net/shared/nh1doc2xb8

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.