Er is geen nationaliteitswet die niet discrimineert

Door Florimond Wassenaar (advocaat)

Geen enkele nationaliteitswet is discriminerend. Dus ook niet de Israëlische. Wat dat betreft kan Roel Schrijvers (NRC, 20 april) zijn gelijk krijgen. Want discriminatie zit hem, om in nationaliteitsrechtelijke terminologie te blijven, in het bloed van dit rechtsgebied.

Er zijn vele nationaliteitswetten onder andere de Rijkswet op het Nederlanderschap die bloedverwantschap als vrijwel exclusief vereiste stelt voor het verkrijgen van de nationaliteit. Het woord nationaliteit is ook afgeleid van het woord natio uit het Latijn. Dat de natie Israël deze methode gebruikt is dus niet uniek en de discriminatie op grond daarvan, door uitsluiting van personen die niet tot een bepaalde bloedgroep behoren evenmin.

Lees op nrc.nl/opinie het volledige artikel


Dit bericht heeft 5 reacties op “Er is geen nationaliteitswet die niet discrimineert”

  1. Anton Ehren zegt:

    Als ik het goed begrijp, lijken Schrijvers en Wassenaar het materieel eigenlijk volledig met elkaar eens te zijn, afgezien dan van hun kennelijke antipathie resp. sympathie voor Israel. Echter: Wassenaar verwart “bloedverwantschap” met “bloedgroep”. De kern van het Israelische nationaliteitsvraagstuk is niet bloedverwantschap maar bloedgroep. Wie jood is, heeft recht op de Israelische nationaliteit, ongeacht aantoonbare dan wel onaantoonbare bloedverwantschap. Maar ja, wanneer ben je dan jood ? Ook als alleen je vader jood was ? En ben je dan uiteindelijk Israelisch staatsburger, maar doe je afstand van je joodse geloofsovertuiging, dan wordt je vervolgens gediscrimineerd !

    En tegen deze absurdistische achtergrond houdt Israel nu al tientallen jaren lang bloedig huis in Palestina en Libanon…

  2. A. Stuijt zegt:

    Uiteraard discrimineert elke natie die beheer voert over de eigen staat. Op ‘t schoolplein was dat altijd de fase voor een spel kon beginnen: eerst partijen kiezen. Reken maar dat we discrimineerden!

    Elke op voortbrenging van goederen of diensten gerichte organisatie discrimineert. En hoe! Doen ze ‘t verkeerd dan heb je schandalen en het zielige einde van die organisatie. Bij succes wil iedereen meedelen in dat succes die in de kring kan komen (van die organisatie, door overname, fusie, e.d. of van die natie door stevig belastingen te heffen)

    Discriminatie is dus algemeen en wordt maatschappelijk noodzakelijk geacht.
    Maar: alle aangebrachte verschillen dienen doelen. Zelfs die buiten ons menselijke beheer zoals in huidskleur. Vervallen de doelen, dan vervallen de verschillen. En ontstaan met nieuwe doelen nieuwe verschillen.

    Dat is het leven van de mens.

    Zelf geniet ik nu van elke dag in de gediscrimineerde groep ouderen boven de 65. Met mijn vrouw en veel familieleden en vrienden. Dat hopen we lang vol te houden want het leven is wonderbaarlijk.

  3. Egbert Talens zegt:

    Het zoveelste commentaar op Roel Schrijvers’ Opinie-artikel. Meteen al een foutieve opening, want met elkaar in strijd zijnde openingszinnen. Gevolg van de dubbele negatieve insteek: géén nationaliteitswet die níet discrimineert. ofwel: álle nationaliteitswetten discrimineren. Er had dus moeten staan: Geen enkele nationaliteitswet is niet-discriminerend, dus ook de Israëlische niet. Duidelijker is de formulering: álle nationaliteitswetten discrimineren, óók de Israëlische.

    Het is niet zó verwonderlijk dat rond het politiek-zionistische project ‘Jóódse staat’ formuleringen en vaststellingen en meningen naar voren worden gebracht, waarbij het schort aan duidelijkheid. Dat dit samenhangt met de onhaalbaarheid en de onhoudbaarheid van dit hoogstmerkwaardige product zal niet voor iedereen even duidelijk zijn. En alleen de toekomst zal uitwijzen in hoeverre ik gelijk heb met de term ‘onhaalbaarheid’. Intussen zitten wij dus opgescheept met dit politiek-zionistische project dat ca. 1860 in Europa aan zijn opmars begon. Ja, wij, want deze onderneming kon het niet stellen zonder de steun van de (westerse) mogendheden, omdat publieksrechtelijke garanties niet mochten ontbreken.

    In de derde alinea raakt Florimond Wassenaar heel voorzichtig het punt aan van de rechtvaardigheid van een staat voor de joden, waartegen Schrijvers zich volgens haar niet verzet. Dan leest zij meer in zijn artikel dan er volgens mij in zit, maar om de discussie niet te laten verwateren, ga ik hier niet verder op in.
    Volgens Wassenaar kreeg in 1950 eenieder die zich op dat moment op het grondgebied van de staat Israël bevond, de Israëlische nationaliteit, zowel joden als Arabieren. Zij wil daar nog een ruimhartige betekenis aan koppelen. Maar uit niets wordt duidelijk dat er enorme haken en ogen zitten aan de wijze waarop binnen de Israëlische samenleving wordt omgesprongen met de nationaliteitswáárde van elke onderscheiden Israëlische onderdaan. Anders gezegd: er liggen enorme verschillen tussen de inwoners van Israël, op godsdienstig, cultureel, maar vooral op politiek gebied. In de praktijk komen die verschillen op gezette tijden duidelijker aan het licht, dan menigeen die het goed meent met de staat Israël voor waar wil hebben. En niet alleen komt dit tot uiting tussen Joodse en niet-joodse Israëliërs, maar ook tussen Joodse Israëliërs onderling, namelijk in de verhoudingen tussen Ashkenazische en Sefardische c.q. Mizrahi Joden. Oren Yiftahel, een Israëlische medewerker aan de Universiteit van Be’ersheba, spreekt in dit kader van een etno-cratische maatschappij-vorm.
    Wassenaar merkt dan wel tussen neus en lippen op dat het niet deugt dat de joodse staat zijn nationalen discrimineert al naar gelang hun joodse of Arabische afkomst, maar daarbij laat ze het dan ook. En misschien is dit ook de enige manier om er op te reageren, want het betreft een binnenlandse Israëlische aangelegenheid, wat niet wegneemt dat de Westerse verantwoordelijkheid voor de rancuneuze gevolgen van het politiek-zionistische project voor (de) niet-joodse gemeenschappen in (het voormalige Britse mandaatgebied) Palestina huizenhoog op het programma blijft staan…

    Het is dan ook een uitstekende opvatting van Wassenaar dat zij wil ijveren voor een grondgebied voor de Palestijnse natie. Zij noemt daarnaast nog twee zaken, maar het lijkt mij nuttiger en vooral wenselijker dat voor de ‘onafhankelijke’ Palestijnse staat, volgens de VN-aanbeveling van 1947 (AV-resolutie 181-II), alle krachten — de Westerse democratieën — die maar te mobiliseren zijn voor het verwezenlijken ván die staat, er aan hun haren worden bijgesleept.

    Haar slotalinea is, zoals vaker voorkomt bij dit soort uiteenzettingen, een afzwakking van haar voorafgaande betoog. Het verduisterd het debat of de discussie. Zij had moeten afsluiten met een oproep tot het expliciet én impliciet behandelen van alles wat samenhangt met het politiek-zionistische project Jóódse staat, ten koste van (de) niet-joodse gemeenschappen in Palestina. Het gaat daarbij niet alleen om de civiele en godsdienstige rechten van deze gemeenschappen, maar bovenal om hun politiéke rechten. [Zie de tweede clausule van de Balfour Declaration van 2nd November 1917.]

  4. Annemiek van Helden zegt:

    Grappig om te lezen dat iemand zich blijkbaar tot het zionisme kan/moet “converteren”, oftewel bekeren. De schrijver denkt blijkbaar dat zionisme een religie is. En nog meer kronkels die verraden dat de schrijver misschien wel veel weet over migratiewetten, maar geen kaas gegeten heeft van de geschiedenis van Israël. Zo lees ik “In 1950 is in Israël een nationaliteitswet aangenomen die bepaalde dat eenieder die zich op dat moment op het grondgebied van de staat Israël bevond, de Israëlische nationaliteit verkreeg, zowel joden als Arabieren.” Maar hoeveel Palestijnen werden er in de jaren daarvoor door Israëlische terreurgroepen als de Irgun weggejaagd? Maar goied, er zijn nu eenmaal twee soorten advocaten. de ene verdedigd het recht, en de ander zoekt naar mazen in de wet om onrecht te verdedigen.

  5. Mario Bergen zegt:

    Heden kibbelen partijen nog steeds over het “verplicht” of “vrijwillig” vertrek van Joden uit de Arabische wereld. Historisch bewijsmateriaal toont aan dat de Joodse gemeenschappen meer dan 3.000 jaar hebben geleefd in wat nu de Arabisch-sprekende landen zijn. Vóór deopkomst van het 20ste eeuws Arabisch nationalisme, leefden de Joden over het algemeen in vrede naast hun moslim en christelijke tegenhangers en hun gemeenschappen werden grotendeels verlaten alleen om in vrede te aanbidden en handel te drijven. Vele Mizrahi Joden bereikten rijkdom en status door zaken en academische posities over vele Arabische landen. De factoren die hun vertrek van hun voorouderlijke Arabische geboortelanden motiveren zijn minder gemakkelijk om met het gebruik van historische boeken en gegevens te bepalen en te bewijzen. De verdeling van 1947 van Palestina en de verdere verwezenlijking van Israël in 1948 veranderden dramatisch de bestemming van Joden in Arabische landen. Omdat de meeste Arabische landen of oorlog tegen Israël verklaarden of de oorlog steunden om de nieuwe staat te vernietigen, kregen de inheemse Joodse gemeenschappen vaak het stempel van verdenking en af en toe geweld. Maar toch tezelfdertijd – iets waar de Arabische critici vaak op wijzen – opteerden vele Joden ook vrij om naar Israël om godsdienstige redenen te emigreren, die de eeuwenoude Joodse droom vervullen om naar een onafhankelijke Joodse staat terug te keren en te herbouwen.

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.