De kunstsector moet zelf eens geld gaan genereren

kunstensectorDe kunstsector genereert gemiddeld 70 procent aan inkomsten uit subsidie, 10 procent uit fondsen en 20 procent via eigen inkomsten. Tot 2012 zijn de instellingen verzekerd van inkomsten, aangezien de subsidies per jaar verstrekt worden.

Op korte termijn zal de sector de bezuinigingsdans ontspringen, schrijven Pim van Klink (initiatiefnemer Arts&Culture MBA bij Nijenrode) en Arjen van Witteloostuijn (gasthoogleraar economie). Maar op de lange termijn is niets zeker, waarschuwen de auteurs vandaag in NRC Handelsblad. “Zo bezien lijkt de kunstwereld op het konijn dat starend in de koplamp zijn ondergang op zich af ziet komen. Maar gelukkig is dit doemscenario niet onontkoombaar.”

De auteurs vinden dat het kabinet de kunstsector aan moet sporen meer op eigen benen te staan. “Minister Plasterk (Cultuur, PvdA) schuift de problemen vooral voor zich uit. Zijn verre voorganger Hedy d’Ancona heeft, al twintig jaar geleden, het onderwerp van een subsidieverslaafde kunstsector politiek geagendeerd. ondanks felle weerstand felle weerstand trotserend, heeft zij een subsidievoorwaarde van 15 procent eigen inkomsten geïntroduceerd. Plasterk lijkt deze bestuurlijke moed niet op te kunnen brengen.

Wat vindt u? Denkt u dat de kunstsector in staat is meer inkomsten te genereren? Zou het erg zijn als bij falen daarvan bepaalde instellingen verdwijnen?


Dit bericht heeft 17 reacties op “De kunstsector moet zelf eens geld gaan genereren”

  1. willem van dulmen zegt:

    De 15% van mevrouw d’Ancona was het hoogst haalbare percentage dat met creatief boekhoudkundig knip- en plakwerk en veel mitsen, maren en uitzonderingen nog enigszins geloofwaardig bij elkaar te sprokkelen was. Als meneer Plasterk dit percentage wil verhogen verdwijnen er een groot aantal instellingen. Laat de minister snijden in al die commissie’s en ambtenaren die een groot deel van het budget opsouperen…

  2. Sjoerd Ophoven zegt:

    Dat minister Plasterk alleen aan cosmetische politiek en schijnbeleid doet, maar geen vrolijk partijtje overslaat noch een borrel mist, is inmiddels genoegzaam bekend. Hij is daarmee overigens niet de enige minister die zich strategisch staande houdt met kunst- en vliegwerk in het luchtledige – ja dat kan in Den Haag!!
    Kijk maar naar mw. Van der Hoeven. Een minister van EZ die helemaal niets doet; waar kàn dat nog? En staatssecretaris mw. Tineke Huizinga, die voorgeeft keihard te onderhandelen met Duitsers en Denen en blijkt de kluit gewoon te belazeren. Wat een heerlijk land is dit toch. Ik bedoel maar: Plasterk bevindt zich in gepast gezelschap.

    Wanneer deze twee heren schrijven:

    “Van de eigen inkomsten vormen de kaartverkopen het leeuwendeel. Vooralsnog ontbreken tekenen dat het publiek het aankomende seizoen in grote mate zal wegblijven. Kunstconsumenten zijn door de bank genomen hoger opgeleid, beter verdienend en opvallend toegewijd aan de kunsten.”

    ….. dan vind ik dat de toegangsprijzen inderdaad fors omhoog moeten.
    Immers voor de laagbetaalden – ook de hoogopgeleide laagbetaalden, met veel gevoel voor kunst – is de toegang tot musea nu ook al te duur. Over een kaartje voor de opera of het toneel heb ik het dan nog niet eens; noch van de treinkosten om er te komen.

    Dus indien geldt:

    “Geert Wilders heeft al laten weten korte metten te willen maken met kunstsubsidies omdat kunst een linkse hobby zou zijn. Dat de PVV hiermee wederom trefzeker inspeelt op latente gevoelens in de samenleving, blijkt uit onderzoeken van het SCP uit 1984 en 2008. Kunst wordt daarin, na defensie, als goede tweede genoemd op de ranglijst van beleidsterreinen waarop de overheid bij voorkeur kan bezuinigen.”

    . …………. vind ik dat prima. Wanneer de kunstsubsidies zouden worden gebruikt om de museumdrempel voor de laagbetaalden lager te maken (lage entreeprijzen, of liever nog: toegang tot onze musea gratis …), zou dat uitstekend zijn. Maar zoals nu, de rijken ook nog eens te matsen via de subsidies, dat is een RECHTSE hobby en geen linkse.

    Tenslotte, het onderwijs:

    “In het Verenigd Koninkrijk zijn daarvoor hoogwaardige opleidingsmogelijkheden gecreëerd in de vorm van drie Arts & Culture MBAs en enkele leiderschapprogramma’s.”

    In Nederland is het onderwijs, welk onderwijs dan ook, in handen van een opleidingsmaffia. Dus zal een eventueel hoogwaardiger kunstonderwijs niet van de grond kunnen komen, zoals in Groot Brittannië. Hier gaat de uitholling van middelbaar en hoger onderwijs nog steeds door, dus waar praten we over?

  3. ronald veldman zegt:

    Kunst lijkt mij nu juist iets wat prima aan de markt kan worden overgelaten. Een ambtenaar (of een leraar in overheidsdienst) is mijns inziens niet de meest geschikte persoon om te bepalen of iets kunst is. Volgens mij zou de markt daar veel beter in zijn. Welke potentiele kunstenaars zullen hierdoor niet tot wasdom komen? Mijns inziens de slechtere, minder gemotiveerde. Als iemand niet een baan of sponsor kan vinden ter financiering van zijn droom/passie dan zou ik niet degene willen zijn die hem financiert. Momenteel is er veel te veel “subsidiekunst”, van ongeinspireerde luiwammessen waar eigenlijk niemand op zit te wachten. Waarbij je door een “expert” verteld wordt dat er toch echt een diepere betekenis achter zit, ook al doet het pijn aan je ogen. Echte kunst draait mijn insziens om schoonheid, datgene wat mensen positief(!) beroerd. Echte kunst is niet iets wat je uitkiest als menig ander beroep, voor naar school gaat en vervolgens met een subsidie beroepsmatig kunt gaan produceren. Dat is een passie, een roeping, waarbij een stukje financiele opstart moeilijkheden mijns inzien de beste manier zijn om het kaf van het koren te scheiden. Dat betekent wellicht dat we kwantitatief achteruit zullen gaan, maar kwalitatief vooruit. De kunstsubsidies lijken mij een van de minst schadelijke manieren om de broodnodige bezuinigingen te realiseren.

  4. Arjen Pels Rijcken zegt:

    De kunstsector zou inderdaad gebaat zijn bij meer ondernemerschap. Een beetje meer lef en initiatieven nemen zal deze sector geen windeieren leggen. Ik zou mij zelf een progressief subsisiestelsel kunnen voorstellen: hoe meer ondernemerschap, des te meer subsidie!

  5. Michael van Dillen zegt:

    Een land kan niet onbeperkt meer geld uitgeven dan het ontvangt. Ooit zal al het geleende geld terugbetaald moeten worden. De zorgkosten zullen verder oplopen etc. In dit perspectief is het onhoudbaar dat er geld gaat naar een sector die aan vaagheden aan elkaar hangt. Wat is kunst? Onze grootste kunstenaar Rembrandt was gewoon een zelfstandige ondernemer. Om te beginnen zou een verdien model van 50% de minimale eis moeten zijn voor subsidie.

  6. Jan Muters zegt:

    De heren schrijvers zijn dus weer eens economen danwel hoogopgeleide apparatsjik ( managers) uit de economische sector.
    Heren als jullie een beetje jullie best hadden gedaan dan hadden jullie deze economische crisis al een paar jaar geleden moeten zien aankomen. En dan hadden jullie niet hoeven te schrijven over allerlei zaken waar je nog minder verstand van hebt als van economie.
    Een stelletje tabellenpoepende apparatsjik moet mijnsinziens ver weg blijven van zaken als kunst en filosofie.
    Probeer het eigen vak maar eerst onder de knie te krijgen!
    Bijvoorbeeld door de eigen incompetentie op economisch gebied naar waarde in te schatten door een behoorlijke loonsverlaging aan te vragen. Principes en zo!

  7. Robbert van Heuven zegt:

    Hoewel de sector best wel eens wat meer initiatief mag tonen om publiek aan zich te binden, sluipen ook hier (zoals altijd als het over kunstsubsidies gaat) weer wat hardnekkige misverstanden in de discussie. Ten eerste dat kunst het in de markt net zo goed zou doen. Kunst is, anders dan de entertainmentmarkt, aanbod- en niet vraag gericht. Dat zouden de heren economen toch moeten snappen. De kunstenaar maakt wat hij vindt dat hij moet maken als kunstenaar, niet dat wat hij denkt dat het publiek wil hebben. Dat is nu juist het principe van de kunstenaar en daarom kan hij kritisch zijn. Daarin heeft kunst ook een democratische waarde. In andere tijden, zoals in die van Rembrandt, was dat anders, dat klopt. Een kunstenaar moet vrij kunnen zijn in wat hij maakt en tegen de haren van zijn publiek in kunnen strijken. Niet iedereen vindt dat leuk en daarom houdt niet iedereen van kunst. Hier komt misverstand twee om de hoek kijken. We geven kunstsubisidie niet TERWIJL er maar zo weinig mensen gebruik van maken, maar juist OMDAT er (helaas) maar zo weinig mensen gebruik van maken, maar we het wel belangrijk vinden dat er kunstenaars zijn die buiten de markt om ons verrassen, verbazen of verwonderen met dingen waar niet iedereen altijd op zit te wachten.
    Het derde, net zo hardnekkige, misverstand is dat kunst een hobby voor rijke mensen is. Dat is misschien voor ballet en opera zo (al betwijfel ik dat zelfs), maar wie wel eens in de theaters van de NES heeft rondgekeken of in een willekeurig museum heeft rondgelopen, beseft dat dat volslagen lariekoek is. Wat wel zo is, is dat liefhebbers van kunst vaker hoogopgeleid zijn. Dat is jammer, want kunst is helemaal niet moeilijk of ingewikkeld. Het vraagt alleen om een open instelling, die je kinderen al op school kunt meegeven.
    Het grootste probleem van de kunsten is dat ze hun meerwaarde zo moeilijk kunnen laten zien aan hun publiek. Dat is inderdaad een groot probleem, maar dat los je niet op door de boel maar aan de markt over laten. Zoals Raoul Heertje, voorzitter van de jury van het Theaterfestival vorig jaar treffend zei: “De drempel van de kunsten moet niet omlaag, de drempel voor het publiek moet omlaag.”

  8. Jonathan Knibbe zegt:

    Waarom wordt een minimale verhoging van de eigen bijdrage van de sector betoogd? waarom geven we uberhaupt subsidie? ik zie geen enkel argument waarom de overheid de overgebleven 66% aan inkomsten zou moeten bijleggen..

  9. Robbert van Heuven zegt:

    Hoewel de kunstensector inderdaad wel eens de blik iets meer op zichzelf kan richten om te kijken hoe zichzelf beter te profileren bij een groter publiek, sluipen er alweer enkele hardnekkige misverstanden in discussie, die altijd opduiken als het over kunstsubsidies gaat.
    De eerste is dat kunst marktgerichter zou moeten (of kunnen) zijn. Maar anders dan de gewone markt, is kunst aanbod en niet vraag gericht. Kunstenaars maken wat zij willen of moeten maken. En juist niet wat het (grote) publiek wil zien. Daarom kan een kunstenaar zijn fantasie of maatschappijkritiek de vrije loop laten en ons verbazen, verrassen, verwonderen, maar ons ook irriteren of choqueren zonder zich vooraf in een verkopend format te hoeven persen. Daar zit inderdaad misschien niet iedereen op te wachten, maar het is ook niet de taak van de kunstenaar om het iedereen naar de zin te maken en daar zit precies het fundamentele verschil tussen Toneelgroep Amsterdam en Joop van den Ende. Kunst laat iets zien wat we nog niet kennen en waar we nog niet eerder over na gedacht hadden, de markt geeft precies wat we al kennen en speelt op die herkenning in. Daarom lijken zoveel Hollywoodfilms ook op elkaar.
    Overigens moeten alle markt-adepten ook nog eens eventjes “Niemand regeert” van Mark Chavannes lezen. Volgens mij moet inmiddels toch wel duidelijk zijn dat de markt ook niet zaligmakend is.
    Het tweede misverstand (gerelateerd aan het eerste) is dat er kunstsubsidies zijn TERWIJL er maar zo weinig mensen van kunst gebruik maken. Dat klopt niet: we geven kunstsubsidies OMDAT er (helaas) maar zo weinig mensen gebruik van maken. Maar we het wel belangrijk vinden dat er mensen zijn die onze maatschappij kunnen verrijken door nieuwe ideeën of gedachtes die (nog) niet voor iedereen zijn weggelegd of waar (nog) niet iedereen geinteresseerd in is. Iemand heeft kunst wel eens beschreven als de research and development afdeling van de samenleving. Dat vind ik wel een aardige vergelijking.
    Het derde misverstand is dat kunst een speeltje voor de rijken is. Dat is misschien waar voor opera en dans (al betwijfel ik ook dat), maar wie wel eens in de NES-theaters in Amsterdam heeft rondgelopen, of eens heeft rondgekeken in een willekeurig museum, weet dat dat grote lariekoek is. Daaraan gerelateerd is de misvatting dat kunst duur is. Ook onzin, door subsidie blijven de prijzen laag en kunnen ook minder bedeelden van kunst genieten. Joop van den Ende, die is pas duur. Wat wel zo is, is dat kunst vaak wordt genoten door hoger opgeleiden. En dat is jammer, want kunst is vaak helemaal niet zo elitair en moeilijk als mensen denken. Meer aandacht voor kunst in het onderwijs zou dat misverstand weg kunnen nemen. Uit eigen ervaring weet ik dat je MBO-studenten voor de meest experimentele theatervoorstelling kunt interesseren, als je ze een handje helpt.
    En daar zit het grote probleem voor de kunsten: in het imagoprobleem. Dat het moeilijk, duur en alleen voor rijke mensen zou zijn. En daaraan zou de kunstensector inderdaad wel eens mogen trekken. Raoul Heertje, vorig jaar voorzitter van de jury van het Theaterfestival zij het vorig jaar erg mooi: de drempel van de kunst hoeft niet omlaag, de drempel van het publiek moet omlaag. Daar sluit ik me helemaal bij aan.

  10. Robbert van Heuven zegt:

    Hoewel de kunstensector inderdaad wel eens de blik iets meer op zichzelf kan richten om te kijken hoe zichzelf beter te profileren bij een groter publiek, sluipen er alweer enkele hardnekkige misverstanden in discussie, die altijd opduiken als het over kunstsubsidies gaat.
    De eerste is dat kunst marktgerichter zou moeten (of kunnen) zijn. Maar anders dan de gewone markt, is kunst aanbod en niet vraag gericht. Kunstenaars maken wat zij willen of moeten maken. En juist niet wat het (grote) publiek wil zien. Daarom kan een kunstenaar zijn fantasie of maatschappijkritiek de vrije loop laten en ons verbazen, verrassen, verwonderen, maar ons ook irriteren of choqueren. Daar zit inderdaad misschien niet iedereen op te wachten, maar het is ook niet de taak van de kunstenaar om het iedereen naar de zin te maken en daar zit precies het fundamentele verschil tussen Toneelgroep Amsterdam en Joop van den Ende. Kunst laat iets zien wat we nog niet kennen en waar we nog niet eerder over na gedacht hadden, de markt geeft precies wat we al kennen en speelt op die herkenning in. Daarom lijken zoveel Hollywoodfilms ook op elkaar.
    Overigens moeten alle markt-adepten ook nog eens eventjes “Niemand regeert” van Mark Chavannes lezen. Volgens mij moet inmiddels toch wel duidelijk zijn dat de markt ook niet zaligmakend is.
    Het tweede misverstand (gerelateerd aan het eerste) is dat er kunstsubsidies zijn TERWIJL er maar zo weinig mensen van kunst gebruik maken. Dat klopt niet: we geven kunstsubsidies OMDAT er (helaas) maar zo weinig mensen gebruik van maken. Maar we het wel belangrijk vinden dat er mensen zijn die onze maatschappij kunnen verrijken door nieuwe ideeën of gedachtes die (nog) niet voor iedereen zijn weggelegd of waar (nog) niet iedereen geinteresseerd in is. Iemand heeft kunst wel eens beschreven als de research and development afdeling van de samenleving. Dat vind ik wel een aardige vergelijking.
    Het derde misverstand is dat kunst een speeltje voor de rijken is. Dat is misschien waar voor opera en dans (al betwijfel ik ook dat), maar wie wel eens in de NES-theaters in Amsterdam heeft rondgelopen, of eens heeft rondgekeken in een willekeurig museum, weet dat dat grote lariekoek is. Daaraan gerelateerd is de misvatting dat kunst duur is. Ook onzin, door subsidie blijven de prijzen laag en kunnen ook minder bedeelden van kunst genieten. Joop van den Ende, die is pas duur. Wat wel zo is, is dat kunst vaak wordt genoten door hoger opgeleiden. En dat is jammer, want kunst is vaak helemaal niet zo elitair en moeilijk als mensen denken. Meer aandacht voor kunst in het onderwijs zou dat misverstand weg kunnen nemen. Uit eigen ervaring weet ik dat je MBO-studenten voor de meest experimentele theatervoorstelling kunt interesseren, als je ze een handje helpt.
    En daar zit het grote probleem voor de kunsten: in het imagoprobleem. Dat het moeilijk, duur en alleen voor rijke mensen zou zijn. En daaraan zou de kunstensector inderdaad wel eens mogen trekken. Raoul Heertje, vorig jaar voorzitter van de jury van het Theaterfestival zij het vorig jaar erg mooi: de drempel van de kunst hoeft niet omlaag, de drempel van het publiek moet omlaag. Daar sluit ik me helemaal bij aan.

  11. I. Duiker zegt:

    Ik citeer: “Welke potentiele kunstenaars zullen hierdoor niet tot wasdom komen? Mijns inziens de slechtere, minder gemotiveerde. Als iemand niet een baan of sponsor kan vinden ter financiering van zijn droom/passie dan zou ik niet degene willen zijn die hem financiert. Momenteel is er veel te veel “subsidiekunst”, van ongeinspireerde luiwammessen waar eigenlijk niemand op zit te wachten.”

    ….. Wat een ondoordacht, kortzichtig vooroordeel!
    Ik zelf heb kunstacademie gedaan, vorig jaar subsidie aangevraagt en afgewezen, want van al kunstenaars zijn het er heus niet zo verdomd veel als u misschien denkt die subsidie krijgen. Nu werk ik fulltime om mijn geld te verdienen en studieschuld a.s.a.p. af te betalen want helaas krijg nog niet genoeg opdrachten om te zeggen dat ik er van kan leven, maar ik ben wel al een heel eind op weg. En zelfs als ik subsidie zou krijgen, en mijn aanvraag gaat binnenkort weer op de post, dan zal ik blijven werken, hetzij parttime. Op die manier kan ik misschien ook aan die 50% verdienmodel komen ja, maar dat zal pas kunnen wanneer ik genoeg ervaring heb als ontwerper om parttime in mijn functie te staan en daarnaast jarenlang al aan mijn portfolio heb gewerkt, naast die fulltime baan nu, om freelance mijn inkomen te kunnen aanvullen. Maar dan is het al mijn bedoeling op eigen benen te staan en heeft die hele subsidie geen toegevoegde waarde meer.
    Het is voor starters bedoeld!!!!

    En er zijn ook mensen die een subsidie krijgen toegekend en ook zij willen uiteindelijk zelfstandig worden! Let wel; ik heb nog geluk dat mijn agent 30 tot 35 % fee berekend, in tegenstelling tot een gallery waar ze 50% of meer vangen voor elk verkocht werk. En van de opbrengst die voor de kunstenaar zelf over blijft, afhankelijk van welke discipline hij/zij uitoefent, gaat bijna de helft ook weer naar de belastingdienst. Denkt u nu werkelijk dat men daar veel geld voor vangt de eerste pakweg 10 jaar? De gemiddelde kunstenaar waarschijnlijk niet, daarvoor moet hij/zij voornamelijk nevenfuncties blijven doen.

    Nog een ontzettend ondoordachte opmerking, waaruit blijkt dat meneer Veldman zich bar slecht heeft laten voorlichten, of slechts zijn mening heeft gegeven op niet bevestigde vooroordelen: ” Echte kunst is niet iets wat je uitkiest als menig ander beroep, voor naar school gaat en vervolgens met een subsidie beroepsmatig kunt gaan produceren. Dat is een passie, een roeping, waarbij een stukje financiele opstart moeilijkheden mijns inzien de beste manier zijn om het kaf van het koren te scheiden.”

    Meneer Veldman; pak uw kunstgeschiedenisboek, ik raad u aan Hugh Honour & John Fleming, en doe eens onderzoek naar wat er precies is gebeurt in de kunst al die eeuwen. Let vooral op de 19e eeuw waar o.a. de camera en de naaimachine in zijn uitgevonden. Eind 19e eeuw, de tijd van Van Gogh die ook geen rooie cent had, waar impressionisme als verzet tegen de gevestigde orde, de academici want ja; ook toen kunst nog voor de kerk en het koninkrijk/adel diende, was er een kunst academie. De algemene beschouwing van wat kunst is begon toen te veranderen. En na de dood van Van Gogh zijn anderen er mooi grof geld mee gaan verdienen.

    Daarnaast is de academie goed om jezelf en je eigen handschrift sterk te ontwikkelen en nieuwe technieken te leren. Reken maar dat daar ook hard gewerkt wordt, juist omdat een kunstenaar niet lui KAN zijn!
    Ik heb vele, vele nachten doorgewerkt om alles op tijd en goed af te krijgen. Daar kunt u zich absoluut geen voorstelling van maken.

    Doe eerst eens wat onderzoek voordat u een oordeel velt.

  12. w.j. v.d straat zegt:

    Vermoedelijk is de variatie aan reacties hier representatief voor de bevolking. Het heeft mij altijd verbaasd, hoe veel misverstanden er over ‘kunst’ bestaan, met name doordat er weinig wordt nagedacht over de enorme historische en maatschappelijke, die het met zich meebrengt.

    Op politiek-economisch gebied schijnt het gebruik van ‘uitruil’ (AOW voor HRA e.g.) steeds meer opgeld te doen, dus stel ik het volgende voor in ‘ruil’ voor verlaging van overheidsbijdragen voor kunst:

    Omdat ik weinig op heb met bravigheid en nog nooit slachtoffer ben geweest van criminaliteit, kan de overheidsbijdrage voor politie met een kwart omlaag. Deze organisatie kan zich door een betere oriëntatie op de markt namelijk best van meer eigen inkomsten voorzien. Een betere ondernemersgeest zou kunnen zorgen voor meer creativiteit, met bij voorbeeld het differentiëren van verkeersboetes, door middel van een factor kg/voertuig.

  13. Renee Middelkoop zegt:

    Kunstenaar zijn zit in je genen.
    Het is naast je passie een manier van leven en een uitdaging.

    Het vraagt creativiteit, hard werken, commercieel zijn en een enorm uithoudingsvermogen. (Een hoge “omschakel frequentie”.)

    Ook ik krijg geen subsidie waardoor ik kan zeggen dat ik “vrij man” ben.
    Ik ben me bewust van het feit dat het slechts voor enkelen is weggelegd om tijdens hun leven een bekend en goed betaald kunstenaar te worden.

    Toch blijf ik er steeds (op eigen kracht) voor gaan!

    Fijne dag verder,

    Een eigenwijze kunstenaar die kunst maakt op eigen wijze.

  14. Emil Havas zegt:

    Zulke geabbereerde klets kom je toch haast alleen in Nederland tegen. Een paar jaar nadat een of andere professor sociologie beweerde dat het Concertgebouworkest minder subsidie moest krijgen ten gunste van de poppodia komen deze barbaarse heren hun zegje doen.
    Ik zou de beide heren de vraag willen voorleggen: waarom leven we?
    Om te werken en geld te verdienen of om een mogelijk vol en interessant leven te leiden waarin we veel ervaringen opdoen? Ik om het laatste in elk geval.
    Kunst is voor veel mensen een geweldige manier om iets van het leven te ervaren op een andere dan de alledaagse manier. Bovendien vervult kunst een belangrijke sociale functie: Je spreekt met je vrienden of met je oude of nieuwe geliefde etc. af om samen naar een opera, toneelvoorstelling of tentoonstelling te gaan, bijvoorbeeld. Daarvoor of daarna ga je wat eten of drinken en praten.
    Kunst verdient zichzelf haast per definitie niet terug, want zij is geen Joop van den Ende, Efteling of Madame Tussaud. Maar wie een beetje verder kijkt dan zijn neus lang is ziet natuurlijk dat kunst zichzelf dubbel en dwars terugverdient, ook in zuiver economische zin. Een stad met een goed en gevarieerd kunstaanbod werkt als een magneet en wat de bewoners of bezoekers niet rechtstreeks aan kunst uitgeven, geven ze uit aan vervoer, restaurants, café’s, catalogi, programmaboekjes, literatuur, etc. etc.
    We kunnen niet verslaafd genoeg zijn aan kunst, doe er nog een flinke schep geld bovenop, dat is wat we nodig hebben vooral nu in de crisis.

  15. Wim STeep zegt:

    Een herstelplan voor de Nederlandsekunstsector zou in Nederland, waar het water aan de lippen staat bij de veelal ongesubsidieerde beeldende kunstenaars zou zeker geen kwaad kunnen.

    Dat zouden Pim en Arjan ook kunnen weten van Arts & Culture MBA bij Nyenrode etc. etc..

    De minister sprak recent zijn hoop uit ”dat hij verwacht dat het onderwijs voorziet in de behoefte aan topkunstenaars in alle disciplines, die zich internationaal kunnen manifesteren en dit zou hij kunnen doe door betere voorwaarden te scheppen om dit mogelijk te maken.”

    Arbeidsmarkt
    Oorzaken van verstoringen van de door minister Plasterk genoemde arbeidsmarkt , d.w.z. de kunstenaar moet zich manifesteren. Hij zelf noemt het arbeidsmarkt. Gezien mijn vakgebied wil ik dit beperken tot de professionele kunst en sluit hierbij de amateurskunst uit. Evenzeer als de gesubsidieerde kunst van activiteiten die strikt genomen niets met de kunstsector van doen hebben, dus in principe, daarvoor niet bedoeld zijn.

    Verdeling van gelden bij de grotere steden
    Ook blijkt dat gelden, die eerst landelijk en provinciaal beschikbaar waren nu, zij het een aanzienlijk minder bedrag, aan steden boven de 150.00 inwoners verstrekt worden. Dit geld komt niet bij de professionele kunstenaar maar wordt anders besteed veelal aan zaken zoals zoals gesubsidieerde kunst.
    Ook komt een groot deel van dat geld terecht bij instituten zoals musea, die voor expositie van hedendaagse kunst bestemd zijn, maar daar door allerlei redenen andere prioriteiten hebben anders dan het primair exposeren beeldende kunst zowel lokaal, nationaal als internationaal.

    Professionele versus niet professionele kunst en daarmee samenhangende image building.
    Vrij beroep. Dus niet onbeschermd, iedereen kan zich kunstenaar noemen en een academie oprichten. Zoals ook veel gebeurt, het publiek denkt met “echte” academies van doen te hebben met “echte” kunst i.p.v. veelal slechte tot zeer slechte imitaties van het originele kunstwerk. De professionele kunstenaar en zijn werk ondervindt daarvan imagobeschadiging.
    Het zou beter zijn dit niet, of in veel mindere mate, te faciliteren.

    Leeftijd discriminatie b.v. maximale leeftijd 35 jaar. Prix de Rome. In kunst mag leeftijd geen rol spelen. Oudere academieverlaters kunnen zich daardoor niet meten met gelijkwaardige jongere kunstenaars en de veelal daarbij behorende aandacht in de media.

    Verdeling geldstroom wordt voortdurend gewijzigd.
    Kunst afhankelijk van politieke luim. Dat wordt weer sterk beïnvloedt de waan van de dag en het populistisch denken.

    Kunst als hamerstuk en / of politiek ruilmiddel.
    Politieke partijen kunnen weinig electorale winst halen, maar uiten zich over deze sector veelal populistisch of weinig geïnformeerd of soms zelfs vijandig. Met de belangen van de kunstenaar wordt kortom gesold.
    De kunstenaars zouden zich beter aan kunnen sluiten bij een van de kunstenaarsbonden die iets voor hun zouden kunnen doen.

    Financiële middelen
    Geldprobleem omdat het een groep waarvan de meesten volgens onderzoek vrijwel geen financiële middelen hebben. Hierbij de kanttekening dat een bijbaan geen overbodige luxe zou zijn, en ook niet hoeft te zijn, zoals bijvoorbeeld in het kunstonderwijs. Helaas blijken ook deze mogelijkheden beperkt zijn in tegenstelling tot het buitenland zoals Duitsland.

    Toptalenten.
    De minister stelt dat er vraag is naar toptalent, Nederlands of internationaal? Voor toptalent, zijn er nationaal in de huidige optiek honderden en daaraan te voldoen is geen probleem.
    Echter voordat men toptalent wordt moet er wel hard en lang gewerkt worden en veel talent hebben. Bij de reguliere academies werkt deze zeef volop via zware selectie criteria blijven er per academie circa 10 per studierichting per jaar over. Om nog verder te kunnen selecteren is er bv. de Rijksacademie en deze kunststudenten worden beschouwd als toptalent. Hier blijkt het toptalent internationaal te zijn. Ik spreek de hoop uit dat er geen sprake is van positieve discriminatie. Buitenlanders die de tentoonstellingen bezoeken verbazen zich daar wel over als zij op zoek zijn naar Nederlands toptalent.

    Financiering of inkomen
    Heikele zaken zoals hang en staangeld, vergoedingen voor huur en bestrijding van kosten.
    Diensten kosten immers geld, net als bij de dokter of advocaat of andere specialistische diensten. Hang en staangeld is al lang geleden afgeschaft. Sterker nog veelal moet men geld meebrengen om het werk geëxposeerd te krijgen. En lukt het iets te verkopen dan blijft er vaak minder dan de helft over na aftrek van de BTW belasting 19%! en bemiddelingskosten met soms daaraan gerelateerde verplichtingen.

    Volgrecht
    Onder bepaalde uiterst gekunstelde voorwaarden en in Nederland extreme drempelbedragen t.o.v. andere socialere landen kan men als levend kunstenaar volgrecht tegemoet zien. Zie artikel in BBK krant Ten opzichte van het veilingbedrag een fractie, maar daar wordt in Nederland zeer moeilijk over gedaan en schermt met allemaal makkelijk door prikken argumenten, ingebracht door de “kunst”handel die zich nauwelijks bekommert om de huidige generatie beeldende kunstenaars. Uiteindelijk blijkt dat de vergoedingen vrijwel geheel ten goede te komen aan de topkunstenaars. Goed bedacht dan zou je denken. Maar het principe, en daar waren de internationale kunstenaars in Wenen het allemaal over eens bij invoering van het volgrecht, was dat het ten goede moest komen aan de kunstenaar met juist minder inkomen.
    Zou dit grensbedrag, bij de eerstvolgende evaluatie van volgrecht (en dat is begin 2010 meldt Justitie) verlaagd worden en nog meer beperkingen worden weggenomen dan zou de kunstenaar inderdaad naar wens van velen beter in zijn onderhoud kunnen voorzien.

    Het scheppen van inkomen of elimineren van de beperkingen de volgende punten:
    Pamflet VOLGRECHT Wim Streep Participerend kunstenaar,verbeterpunten aankomende evaluatie 2010. (Min.v.Jus.) waarin tal van punten worden opgenoemd die de uitvoering en mogelijke opbrengsten, daar allerlei beperkingen en uitsluitingen tot een onwerkzaam iets hebben gemaakt en alleen een handjevol topkunstenaars profiteren. Dit in tegenspraak met de goedbedoelende internationale kunstenaars waaronder Karel Appel en Jan Dibbets. Zie wimstreep etc.
    .

    Kunstenaars m.b.t. politiek
    Oudere kunstenaars waren veelal door extreme opstellingen en hun kunstenaarsgeest veelal actief bij politieke partijen waar zij hun denkbeelden kwijt konden. Denk hierbij aan kunstenaars als Picasso.
    De huidige politiek heeft het niet zo op met dit soort extreme ideeën zo lijkt het. En de kunstenaars niet zo met de huidige politiek zo schijnt het. Dus schurken zo nu en dan politici tegen de kunstenaars aan.

    Kunst en politiek
    Zodra er economische belangen in het geding zijn, zoals oude goed lopende kunst van bekende, veelal overleden kunstenaars, is men bereid de belangen van de kunsthandel te verdedigen, vaak zelfs tegen het belang van de levende kunstenaars in.

    Hierbij pleit ik goede voorwaarden te scheppen voor de huidige kunstenaars door hun inkomen positie te verbeteren, de slechtste van alle beroepsgroepen in Nederland, Zij kunnen dan uitgroeien tot topkunstenaars en iedereen zou daar trots op kunnen zijn. Dat is onder andere wat Nederland groot maakt.

    Eindconclusie Paradisodebat georganiseerd door Kunsten 92, 30 aug. 2009 :”Politiek moet niet oordelen over de inhoud, maar mag wel eisen stellen. Kunst moet ook niet door politiek gebruikt worden om maatschappelijke doelstellingen te realiseren.

    Wim Streep, participerend beeldend kunstenaar.

    Bronnen
    BBK Krant okt. 2009-10-29
    1 Antwoord van minister Plasterk op vragen kamerleden maart 2009
    2 Artikel Volgrecht

    3 Anne Berk kunstrecensent
    4 http://www.wimstreep.nl zie volgrecht
    5 http://zonderkunstenaarsgeenkunst.wordpress.com/

  16. Willij Vanderlinden zegt:

    Beeldend kunstenaar ben je.
    Dat begon al als kind toen ik Zadkine”s De Verwoeste Stad, echt moest aanraken, toen ik het zag vanuit het mooie Art Deco pand Gerzon in Rotterdam,waar we een winterjas kregen.
    Toen het voelen en kikken me niet meer los liet, ging ik zelf aan de slag.
    Won prijzen met tenten bouwen, bloemschikken,sporten en werd een goed vormgever.

    Mijn werk kan helaas nooit rekenen op subsidie.
    Wel werden mijn plannen vaak uitgevoerd toen ik ze aan een wethouder gaf.
    Vanaf de tijd dat mijn Tovertunnel ontstond, kwam ik ook dichter bij de Snoeppot.
    Maar steeds ging het financieel mis.
    Ze jatten mijn plannen.
    Had nooit gedacht dat wethouders dat zouden doen.
    Daarna stoten ze je af als zijnde een ziek dier en 5 jaar maar weer gaan schilderen.
    Toen kwam er een grote pot langs.
    600.000 beschikbaar om 10 tunnels in Rotterdam onderhanden te gaan nemen.
    Ik wist niks van dat geld maar hoorde het toevallig van een secretaresse.
    Moest helaas in dienst bij een of ander bureau Initio dat even binnen 1 week de opdracht binnenhaalde ,die deed een Quick Scan die ik allang vanwege mijn onderzoek had verricht.
    Ze vroegen veel geld vanwege een duur pand en daar was ik: weer terug bij af.
    Ondanks mijn lijst met mede kunstenaars om mee samen te werken, een advocaat die duur was, bleef Culturele Hoofdstad stram.
    Zij gingen het zonder mij doen en vergaten afspraken door te geven en meer van die shit.
    Er kwamen posters in de tunnels.
    Ook lekker leuk!
    Ik ging maar naar zee met mijn kleintje want tegen die beunhazen kan je toch niet op.
    Het maffe is dat ik de laatste keer met van der Laan mee ben gaan wandelen in het Oude Westen en Delfshaven en zag wie er wel uitgenodigd was om zijn waar te verkopen aan de minister.
    Dat waren twee corporaties die ineens Creatief wilden doen en een moskee die moslima”s wilde Empoweren.
    Ik ging naar huis, roerde in mijn potje en mailde mijn advies aan van der Laan en wethouders.

    Had beter net als een Pamela Andersson mijn rokje op kunnen trekken of een pijpje kunnen doen. Helaas: ik ben een hardwerkende vrouw met een tiener op de universiteit in Amsterdam.
    Ons laten ze liever verhongeren, omdat we hoog opgeleid zijn.
    We willen onszelf niet laten beledigen en niet op onze knieën gaan.
    Dan maar slank, veel fietsen en geen ruzies.
    Zie wel dat de CDA wethouder andere kunstenaarskantoren inhuurt om mijn ideeën uit te voeren.
    Heb geen zin meer in advocaten, maar zie de wethouder wel schrikken als hij me ziet.

    Eerst werd ik er kwaad om maar nu vind ik het ook wel een luxe droom.
    Gewoon verzinnen ,laten stelen en dan ook nog kool blijven, is wel een heel hoge graad voor mijn karma.
    Tenslotte ben ik een vrouw.
    Daar ga je nu zo mee om.

  17. Leonard van Goudoever zegt:

    ‘Henk en Ingrid eisen nu hun deel op’ stelt kunsteconoom Pim van Klink in zijn betoog over bezuinigingen op kunst. (NRC 2 oktober 2010)
    Hoewel ik mij kan voorstellen dat bijvoorbeeld commissies van de Raad voor Cultuur op een andere manier kunnen worden samengesteld krijg ik toch bij het lezen van Pim van Klinks opvattingen een angstig déjà vu.
    Als deze opvattingen kern van een toekomstig overheidsbeleid m.b.t. kunst gaat worden gaan we eenzelfde drama meemaken als met de programmering bij de publieke omroep. Kort geformuleerd: dan zullen we als nieuwsgierigen naar bijzondere vormen van theater en muziek ons ‘s avonds laat op weg begeven naar een enkel theater dat de durf heeft die nieuwsgierigheid te programmeren. Een bijzonder perspectief.

    Leonard van Goudoever
    Musicus – theatermaker

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.