AIVD is niet tegen persvrijheid
Door Ruben Praster (freelance journalist en gespecialiseerd in terreurbestrijding)
De AIVD heeft juridisch gelijk in de zaak tegen de Telegraaf. De journaliste had haar bron beter kunnen beschermen en geheime informatie moeten vernietigen.
Als journalist is de persvrijheid ongelooflijk belangrijk voor mij, het is logisch om mij te scharen achter de Telegraaf en de kritiek op de AIVD. Aan de andere kant overdrijft de krant. En ook de NVJ en het Genootschap van Hoofdredacteuren slaan de plank mis wanneer ze het hebben over de aantasting van de persvrijheid.




dinsdag 21 juli 2009, 15:13 uur
Natuurlijk is de AIVD niet tegen persvrijheid.
Indien ze als geheime dienst wel tegen persvrijheid zou zijn, dan zou ze dat in alle toonaarden dienen te ontkennen. Anders is ze als geheime dienst geen cent waard. Dus waarom doet de heer Ruben Praster deze moeite? Misschien is hij een AIVD-kandidaat die zich moet bewijzen? Misschien is hij net vrijgelaten van Guantánamo Bay en zo gehersenspoeld dat hij niet meer weet wie hij was, of maakt ook dit deel uit van de standaard AIVD-desinformatie? Wie zal het zeggen.
Dat er geen reacties op het stuk van meneer Praster zijn, lijkt een veeg teken. Of gelooft gewoon niemand wat hij beweert en vindt niemand het daarom de moeite waard om te reageren.
Bij de column van mevrouw Elsbeth Etty (NRC dinsdag 14 juli 2009:
Publiek staatsgeheim versus persvrijheid) elders op deze site, staan wel reacties.
Wat ik alleen vreemd (???) vond, was de plotselinge radiostilte na de lichtvoetige bijdrage van Jerry Mager op vrijdag 17 juli 2009, 12:32 uur.
Ik kreeg die bijdrage gemaild van mijn schoonzus en hij was al vrij rap in het samizdat-circuit, heb ik inmiddels gemerkt.
Vandaag stond Magers bijdrage weer op de site. Wat ik van dit alles denken moet, weet ik eerlijk gezegd niet meer precies.
Een geheime dienst is misschien een onontkoombaar gegeven. Dat de mensen die bij zo’n dienst werken intussen misschien nog meer dan vroeger gebrand zullen zijn op het verstevigen en uitbreiden van hun winkeltje, vind ik ook niet zo gek. Iedereen is immers tot “entrepreneur” bevorderd, en er wordt “afgerekend” tot je scheel ziet.
Het gestaag slechter wordende Nederlandse onderwijs gedurende de afgelopen dertig jaar werpt inmiddels zijn zure vruchten af. Dat zal ook bij de AIVD te merken zijn, want daar moeten ze ook nieuwe krachten aannemen die dat onderwijs genoten hebben. Dat dunne onderwijs kun je wel hardnekkig blijven ontkennen, zoals mevr. Van Bijsterveldt (CDA) vooral doet door enthousiaste loze praatjes uit te blijven slaan, maar je krijgt er toch mee van doen.
Als ze in de bouw constructiefouten (vooral veroorzaakt door slecht onderwijs!) alleen anoniem durven melden, hoeveel meer zal dit opgaan voor dingen die met de AIVD van doen hebben?
Dus misschien kan Ruben Praster zich maar beter een nieuwe identiteit (laten) aanmeten en emigreren naar IJsland of zo’n oord? Bij een grote bank gaan werken lijkt me nog beter, want daar kun je ongestoord schimmig blijven en dingetjes uithalen die het daglicht niet kunnen verdragen, zonder dat iemand je iets kan maken.
woensdag 29 juli 2009, 16:17 uur
Mevr. Geulinkx vraagt zich af of het negeren – qua reacties; ik weet niet hoe vaak het stuk is aangeklikt en gelezen – van het stuk van Ruben Praster toe te schrijven is aan ongeloof ten aanzien van zijn betoog. Ik denk dat deze blog wat te achteraf ligt om direct de aandacht te trekken en dat deze onopvallendheid de voornaamste oorzaak is van de weinige reacties. Aan de andere kant acht ik het even waarschijnlijk dat burgers niet graag openlijk uitkomen voor hun mening omtrent de AIVD; je weet immers maar nooit. Nogmaals: alleen de redactie kan weten hoe vaak het stuk van de heer Praster werd gelezen.
Omdat veiligheidsdiensten per definitie weinig van hun activiteiten aan de openbaarheid prijsgeven, is indirecte informatie de enige bron die ons als publiek ter beschikking staat. Zo’n fragment informatie staat in de Trouw van vandaag: “De BVD luisterde echt mee.” Een stukje van Irene van Wijhe over de belangstelling van de Nederlandse veiligheidsdienst (BVD, AIVD – what’s in a name?) voor ex-provo kabouter Roel van Duijn.
Van Duijn vroeg en kreeg inzage in een deel van het dossier dat de BVD over hem had; de periode 1962 – 1982. Gisteren diende hij een bezwaarschrift in waardoor hij om inzage van zijn hele dossier vroeg.
Hetgeen mij in dit soort zaken vooral boeit, is de enorme hoeveelheid tijd, mankracht en geld die blijkbaar gestoken wordt in activiteiten waarvan ik als profaan en leek mij – reeds in een vroeg stadium van zo’n operatie – afvraag wat de legitimering daarvan in hemelsnaam moge zijn. Geen wonder dat de AIVD waarschijnlijk alerter is op onthullingen die haar peperdure ondoelmatige en ondoeltreffende opereren aan de kaak stellen, dan dat ze wakker zou liggen indien het om “echte” staatsgeheimen zou gaan. Vermoed ik althans.
Hierbij suggereer ik de heer Geert Wilders om, desnoods via de Algemene Rekenkamer, uitgebreid inzicht te eisen in een gedetailleerd kosten- en batenplaatje van de AIVD: hoeveel geld wordt waaraan besteed, met welke oogmerken en met welke resultaten. Zo’n exercitie is me dunkt profijtelijk voor ons allemaal.
Mevrouw Geulinkx snijdt heel terecht en ad rem ook ons onderwijs aan.
Ik herinner mij van jaren geleden – eveneens tijdens de komkommertijd meen ik – een krantenartikel over BVD- / AIVD-medewerkers die een inval deden bij een scheikundeleraar thuis, omdat de man via internet stoffen had besteld waarmee je explosieven kon maken. Hetgeen natuurlijk klopte. Immers, indien je wilt dat het niet klopt, bestel je om te beginnen die ingrediënten niet via internet – zou zelfs ik verzinnen. De veiligheidsdienst denkt anders.
De bewuste leraar vertelde zijn verhaal met besmuikt plezier; hij had zich inwendig bescheurd vanwege de chemische ongeletterdheid van de betreffende geheimagenten. Zo vertelde hij proestend dat zij niet wisten waar H2O voor staat. Kijk, dat vind ik nu staatsgevaarlijk.: minkukels die zelfs niet worden gehinderd door ook maar de meest rudimentaire algemene ontwikkeling, op zaken zetten waarvan ze geen grein domeinkennis hebben. Ik acht dit verhaal te onwaarschijnlijk om te kunnen worden gerangschikt onder het hoofdje: misleiding van de tegenstander door je stommer voor te doen dan je bent.
In ieder geval is mij gemeld dat Sjuul Paradijs inmiddels terug is uit Gitmo en dat hij het is, in levende lijve op de foto hierbij, die vraagt om vrijlating van zijn ex-medegevangenen in Guantánamo: allen medeslachtoffers van krakkemikkige geheime diensten die door roeien en ruiten gaan om hun eigen falen en feilen te maskeren.