Balkenende-Bos: 10 miljard extra in een hoogconjunctuur!

File0145_1.jpgIn een eerdere bijdrage lieten we zien dat de conjunctuur in de open Nederlandse economie sterk parallel loopt aan – en misschien wel bepaald wordt door – de ontwikkeling van de wereldhandel (Conjunctuurbeleid in een open economie hoeft niet, 8 januari 2007). Als je dit eenmaal hebt vastgesteld, bestaat er eigenlijk geen reden meer om je druk te maken over een kabinet dat op de top van de hoogconjunctuur de economie een impuls van 10 miljard euro toedient. Maar het blijft interessant er even bij stil te staan.

12 juni stuurde de Raad van Economisch Adviseurs (REA) een advies aan de Tweede Kamer over de Voorjaarsnota. De REA is in 2005 ingesteld door de Tweede Kamer en bestaat uit een groepje Nederlandse topeconomen. De Tweede Kamer heeft behoefte aan onafhankelijk financieel en economisch advies om de regering beter te kunnen controleren. De REA schrijft dat ‘het regeerakkoord veel initiatieven noemt die bij ongeremd beleid tot grote budgetoverschrijdingen kunnen leiden. Moeilijke dossiers, waarin gevestigde belangen een hoofdrol spelen – de woningmarkt, de arbeidsmarkt, de AOW-leeftijd en pensioenen – blijven onaangeroerd. Hierdoor dreigt de beheersing van de overheidsfinanciën in een tijd van economische hoogconjunctuur uit de hand te lopen.’

Hoe is het zo ver gekomen? Nadat formateur Wijffels met grote voortvarendheid een regering van CDA, PvdA en ChristenUnie in elkaar had gezet, waren de heren blijkbaar zo confuus dat ze nog eens 100 dagen moesten uittrekken om aan elkaar te wennen. 100 dagen het land in met als resultaat een boekwerkje dat zoals kamerlid Agnes Kant (SP) snedig opmerkte niet veel meer is dan de regeringsverklaring, maar dan nu met plaatjes. Met grote blijdschap werd aangekondigd dat er voor zo’n 10 miljard aan nieuw beleid was geformuleerd. Terwijl toch voor iedereen duidelijk is dat onze economie de grenzen van haar capaciteit met rasse schreden aan het naderen is. De figuur kan een en ander verduidelijken.

overbesteding_1.JPG

De grafiek meet langs de verticale as het algemeen prijsniveau en langs de horizontale as de waarde van de nationale productie. De verticale groene lijn geeft aan hoeveel er maximaal, dus bij inschakeling van alle productiefactoren, kan worden geproduceerd. Het punt QN laat de normale bezettingsgraad van de economie zien, deze ligt bij zo’80 procent van de maximale productie. Het horizontale gedeelte van de gekromde zwarte lijn laat zien dat de nationale productie tot aan dit punt QN kan worden uitgebreid zonder dat de prijzen stijgen. Er is nog voldoende capaciteit beschikbaar. In het gekromde gedeelte neemt bij naar rechts verschuivende macrovraaglijn niet alleen de productie toe, maar begint ook het prijsniveau te stijgen. Er komt een fase waarin het macroaanbod verticaal verloopt: uitbreiding van de vraag vertaalt zich dan uitsluitend in hogere prijzen.

De Nederlandse economie bevindt zich momenteel in het kromme deel van de macroaanbodlijn. Bij toenemende vraag stijgt niet alleen de productie, maar gaan ook de prijzen omhoog. Men verwacht dit jaar een inflatie van 2% en volgend jaar 2,5 procent. Bij een krap blijvende arbeidsmarkt kan dit cijfer hoger uitvallen.

Het kabinet had er dus beter aan gedaan direct na haar aantreden een aantal maatregelen te nemen die het consumentenvertrouwen wat temperen en de bestedingen afremmen. Plus aan de aanbodkant structurele maatregelen zoals vergroting van de arbeidsparticipatie en maatregelen die de arbeidsmarkt flexibeler maken, zoals de versoepeling van het ontslagrecht. In plaats daarvan is er 100 dagen met de burger gepraat en is een lastig dossier als het ontslagrecht naar een participatietop doorgeschoven. Intussen is besloten dat deze top op 27 juni plaats vindt. FNV en PvdA liggen al op voorhand dwars.

Wat mogen we bij dit gebrek aan doortastend beleid verwachten? De economie raakt oververhit, de krapte op de arbeidsmarkt leidt tot forse loonsverhogingen. Een loonexplosie is niet denkbeeldig. Ondernemers kunnen de gestegen arbeidskosten per eenheid product niet voldoende in hun verkoopprijzen doorberekenen, vanwege de scherpe concurrentie op de internationale markten. Hun winsten komen onder druk te staan. Er is geen lust en geen geld om te investeren. De vanouds bekende aanzet tot een recessie. Het hangt van de ontwikkeling van de wereldeconomie af of het een matige of een diepe recessie wordt.

Als dit het beleid is, kan de regering misschien beter nog eens een dagje of 100 op pad.

artikelen

Samen werken, samen leven, Beleidsprogramma 2007-2011, juni 2007
Bos noemt kritiek van REA onterecht, 13 juni 2007

Oude problemen van een nieuw kabinet, REA over Voorjaarsnota, 12 juni

Zonde van het geld, 12 juni 2007

De puf om te hervormen is eruit bij kabinet, 12 juni 2007

Geef kamer eigen onderzoeksbureau, 28 maart 2007

Arbeidsmarkt bijna even krap als in 1970, 27 januari 2007