Landbouwsubsidies, geen goed idee

koeien_1.jpg‘Leve de subsidies voor de landbouw’. Onder dat motto schreef Herman Versteijlen* vorige maand een vlammend betoog om de Europese landbouwpolitiek te verdedigen. In deze rubriek hebben wij het landbouwbeleid herhaaldelijk op de korrel genomen. Vandaar dat wij een reactie op zijn betoog niet achterwege kunnen laten.

Versteijlen gebruikt een aantal argumenten om zijn stelling te verdedigen. De belangrijkste daarvan laten we de revue passeren. In de eerste plaats stelt hij dat de Europeaan een lage prijs betaalt voor zijn voedsel. Hij onderbouwt dat met de mededeling dat een gemiddeld gezin maar 11,2 procent uitgeeft aan voeding, En dat de prijzen voor landbouwproducten tientallen jarenlang nauwelijks zijn gestegen. Bovendien wijst hij erop dat de gemiddelde Nederlandse belastingbetaler maar 0,5 à 1 procent meebetaalt aan de Europese landbouwbegroting.

De cijfers die Versteijlen noemt zijn op het eerste oog geruststellend. Maar de schijn bedriegt. De OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) schat dat het beleid van de Europese Unie leidt tot 15 à 20 procent hogere voedselprijzen in Europa. Die cijfers zijn van vier jaar geleden, maar de situatie in 2006 wijkt niet veel daarvan af. De Europese burger betaalt niet alleen als voedselconsument mee aan de landbouwpolitiek. Ook nog eens als belastingbetaler. Ruim 40 procent van de EU-begroting gaat op aan landbouwsteun. Dat is dan wel aanmerkelijk minder dan 20 jaar geleden. Toen eiste de landbouw nog 70 procent van het budget op. Maar als je bedenkt dat maar 2 procent van de Europese beroepsbevolking in die sector werkt, is ook 4 procent nog erg veel. Het landbouwbeleid kost een gemiddeld Europees gezin alles bij elkaar zo’n 1200 euro per jaar.

Een tweede argument van hem is dat een gemiddeld Nederlands gezinsbedrijf in de landbouw inclusief alle subsidies het moet doen met 1650 euro per maand aan inkomen. Hieraan verbindt hij de conclusie dat die boer een idealist is, een liefhebber. Maar als het zo doorgaat met het verminderen van de steun verwacht hij dat steeds meer boeren het voor gezien gaan houden. Zij stoppen ermee. Bovendien stelt Versteijlen dat een dergelijke ontwikkeling rampzalige gevolgen gaat hebben voor ons landschap. ‘Waar moeten we in Europa met vakantie gaan als die schitterende graanvelden, wijngaarden, olijfboomgaarden en zonnebloemvelden verdwijnen’, vraagt hij zich af. Volgens Versteijlen moeten we de melkveehouders blijven subsidiëren omdat die zo’n belangrijke functie hebben als ‘cultuurlandondernemer’

Zeker, 1650 euro per maand is geen vetpot voor een ondernemer die 7 dagen per week in touw is. Maar hierbij moet wel worden bedacht dat de landbouwsteun in Europa voor 80 procent terecht komt bij de 20 procent meestverdienende boeren, die heel wat meer inkomen hebben dan die 1650 euro per maand. We hebben het dan over zeer grote bedrijven waar het beeld van de idealistische, natuurliefhebbende agrariër ver te zoeken is. Een subsidiestelsel dat de middelen op een dergelijke verkwistende manier verdeelt is niet in het belang van de ambachtelijke boer die ook nog eens een rol als landschapsbeheerder moet vervullen. Als boeren die taak op zich nemen, prima. En daar mag dan ook best een behoorlijke vergoeding tegenover staan. Maar zorg er dan wel voor dat de subsidiegelden op de juiste plaats terecht komen.

In de derde plaats zal vermindering van de Europese subsidies de boeren er volgens Versteijlen toe brengen over te gaan tot schaalvergroting en rationalisering. Lagere prijzen zullen hem immers dwingen tot kostenbesparing. Dat betekent volgens hem dat we productiemethoden moeten accepteren die tot dusver in Europa verboden zijn. Hij heeft het hier vooral over de melkveehouderij waar in de Verenigde Staten en Latijns Amerika koeien hormoonbehandelingen krijgen om de melkproductie op te schroeven.

Om bij lagere prijzen, gedicteerd door de wereldmarkt, te kunnen overleven zullen boeren hun kosten moeten verlagen. Producenten die dit niet kunnen, zullen moeten uitkijken naar andere activiteiten om hun brood te verdienen. Het is niet anders. In andere sectoren van de economie is men sinds jaar en dag vertrouwd met dit verschijnsel. Maar dit hoeft niet te leiden tot productiemethoden die wij in Europa niet willen. Wetgeving kan ervoor zorgen dat dergelijke praktijken niet zijn toegestaan. Daarbij moet er vanzelfsprekend ook voor worden gezorgd dat buitenlandse producenten die zich er aan bezondigen geweerd worden van onze markt.

Kortom, de argumenten van Versteijlen kloppen niet. Het Europees landbouwbeleid is in de afgelopen jaren gelukkig op een aantal punten in positieve zin veranderd. De meerderheid van de productgebonden subsidies -die de oorzaak waren van de beruchte boterbergen en wijnplassen- is gelukkig vervangen door inkomensgebonden subsidies. Maar nog steeds dumpt Europa zijn voedseloverschotten met behulp van exportsubsidies op de wereldmarkt. En nog steeds beschermt Europa zijn boeren met hoge invoerrechten tegen de buitenlandse concurrentie. Kind van de rekening zijn vooral veel ontwikkelingslanden. Geen wonder daarom dat de hervorming van het Europese landbouwbeleid een van de voornaamste voorwaarden is voor een nieuw handelsakkoord binnen de WTO. Pleidooien als die van Herman Versteijlen wekken bij de Europese boeren valse verwachtingen.

*Herman Versteijlen is directeur van de Directie Directe Betalingen, Marktregelingen en Promotie van landbouwproducten bij de Europese Commissie

Artikelen

· Veilig en goed voedsel, een mooi landschap- leve de subsidies voor de landbouw, 8 augustus 2006

· Is er nog hoop voor de WTO, Economie voor jou, 3 juli 2006

· Biet of riet?, Economie voor jou, 27 juni 2005

· Nieuwe kansen voor de Doha-ronde, Economie voor jou, 17 mei 2004

· Verslaafd aan steun, Economie voor jou, 23 juni 2003


Dit bericht heeft 8 reacties op “Landbouwsubsidies, geen goed idee”

  1. Peter Hoopman zegt:

    Het feit dat een basisprioriteit (voedsel – landbouw) kunstmatig in leven wordt gehouden door “subsidies” geeft aan dat er iets chronisch mis is in onze samenleving.

  2. T. Kuzio zegt:

    Dat al die agrarische ondernemers deze miljarden-steun van de staat genieten en na tientallen jaren nog altijd niet hun eigen broek kunnen ophouden is te danken aan maar één partij: het CDA. De hyprocrisie is vooral dat deze partij altijd de mond vol heeft over “eigen verantwoordelijkheid”. Dat dragen van eigen verantwoordelijkheid geldt zeker niet voor mw Schreier-Pierik (boerin en hoog op de CDA-lijst).

  3. Ciara Clerx zegt:

    Eindelijk een artikel met goede argumenten van iemand die doorheeft hoe het zit! Als mensen niet kunnen worden overtuigd van het feit dat er iets moet gebeuren om een handelsakoord in de WTO te krijgen om de allerarmste landen op weg te helpen naar een beter bestaan door middel van de harde cijfers over de armoede, en het feit dat veel landen in Afrika en Latijns-Amerika producten van een betere kwaliteit en lagere prijs produceren, dan lukt het misschien met de cijfers over hoeveel het de gewone burger in zijn eigen portemonnee per jaar kost om dit beleid in stand te houden. Minder belasting betalen en minder betalen in de supermarkt voor dezelfde producten van hogere kwaliteit, dat zou toch overtuigend genoeg moeten zijn?
    Laten we iets van die 40 procent subsidies die we dan overhouden investeren in omscholing van de 2 procent boeren die misschien last hebben van het afschaffen van de landbouwsubsidies. Dan is iedereen beter en goedkoper uit, en dan kunnen de armste mensen ter wereld misschien een eerlijk bestaan opbouwen, toch?

  4. Hendrik J. Kaput zegt:

    Dat de schrijver van bovenstaand artikel door heeft hoe het zit betwijfel ik zeer. Bovenstaande mening over landbouwsubsidies is bij beleidsmakers en het journaille gemeengoed. De werkelijkheid is echter anders. Om hier in Nederland een beeld te geven van de agrarische ontwikkelingen in de VS had ik bij het NAV voorgesteld een artikel van Daryll E. Ray samen met anderen te vertalen.
    Het artikel geeft in het kort aan hoe productiebeheersing in de Amerikaanse landbouw omzeep werden gebracht.
    Zie: http://www.nav.nl/content/view/217/51/
    Dat de landbouwproductie nog goedkoper kan geloof ik niet. In ieder geval komt er van de minder dan 15% die wij van ons BNP aan voedsel uitgeven slechts 5% bij de boer terecht. De rest is “steeds minder voor steeds meer geld”, de mager producten bv. Wat wil je op die 5% nog bezuinigen. Wie enig idee wil hebben hoe het spel gepeeld wordt hoeft maar het boek “De laatste troef” van Annie Proulx te lezen om te bevroeden waar het op uitloopt. De uitroeiing van het boeren familiebedrijf ten gunste van grote industriële agrarische ondernemingen. Het familiebedrijf is geen partij in relatie tot de enorme agrarische conglomeraten die hier volledig de dienst uit maken. ADM, Bunge, Cargill om maar een paar te noemen. Bunge heeft zojuist een grote terminal in Letland aangelegd om daar de schaalvoordelen in de graanhandel opnieuw uit te baten. Ooit is Nederland daar rijk van geworden. De huidige prijsrace naar de bodem van agrarische producten (kan het nog goedkoper? ) kan ondanks het teruglopen van de voorraden (wat ernstig te denken moet geven) nog wel even doorgaan. Hoe denkt men dat de boertjes in de derde wereld in die concurrentieslag mee zouden kunnen? Ja, wij zijn verantwoordelijk voor die ellende op het Afrikaanse platteland. Hoe kom je uit die spagaat van structurele georganiseerde overproductie en de prijsrace naar de bodem? Dat zal de politiek moeten doen. Immers alleen zij kan het dilemma overproductie/lage prijzen doorbreken door een fatsoenlijke prijs voor de agrarische producten, zodat het produceren ver beneden kostprijs niet langer door het verstrekken van subsidies in stand zou moeten worden gehouden. Nee niet drie keer op vakantie met het vliegtuig, maar de buikriem aanhalen. De politiek zal ondanks de haast religieuze aanbidding van het neoliberale principe van de invisible hand moeten erkennen dat dit principe voor een groot deel van de agrarische productie niet werkt. Nu profiteert de vleesindustrie van de input van grondstoffen voor veel te lage prijzen en kan Socar de kippedelen die wij niet willen vreten; ruggetjes, nekjes, vleugeltjes en ‘s winters zelfs de pootjes die niet meer op de barbecue komen, voor een habbekrats verpatsen aan de westkust van Africa en daarmee de lokale markt daar verstieren. (Vrijhandel)

    Deze koersverlegging zal een hele kluif worden. Net nu de Nederlandse intelligentsia, haast kritiekloos met betrekking tot het neoliberale geloof, ( Zie bv lezing en boek van Rene Boomkens “De nieuwe wanorde” Heb ik net gelezen) heeft besloten dat de maakbare samenleving passé is, moet blijken dat dit niet waar kan zijn, willen we de hoop voor de toekomst althans niet opgeven. De Nederlandse politiek, van “links” tot rechts, doordesemt met de neoliberale ideologie zal andere wegen moeten inslaan. Valt er eigenlijk nog wel wat te kiezen?

    Zo schreef ik aan Louise Fresco naar aanleiding van haar interview in de Volkskrant: “U wilt genuanceerd overkomen! Hoe genuanceerd? “Je moet vragen stellen zonder taboes. Zo staan uitbreiding van de landbouw om de wereldbevolking te voeden en behoud van biodiversiteit op gespannen voet. Maar hoe belangrijk is biodiversiteit eigenlijk? Hoe erg is het als een vlindertje in Nederland uitsterft als het nog in Duitsland rondvliegt? Hoeveel geld hebben we voor biodiversiteit over, en wat krijgen we terug in ruil voor verlies aan biodiversiteit? Is dat de moeite waard?” Nu heb ik gedurende vakantie net het boek “The revenge of Gaia” van James Lovelock gelezen. Ik hou mij al ruim 35 jaar bezig met de Arctis en was nieuwsgierig wat het toekomstige klimaat ons zou brengen. Niet veel soeps dus! Tot mijn grote verbazing geeft Lovelock een analyse van de landbouw (hoewel soms gebaseerd op dezelfde romantische gevoelens van die tijd van weleer als die van mij) die precies de spijker op de kop slaat. Ging het maar om dat ene vlindertje. Daarmee zou je inderdaad wel kunnen leven. Maar als je ook Tim Flannery “The Weathermakers” en Elisabeth Kolbert “Field notes of a catastrophe” hebt gelezen en dat alles inpast in wat je al wist, aan tafel hebt gezeten bij een onderzoeker naar Arctische kusterosie van het Alfred Wegener instituut, dan lijkt het mij dat ook u uit een ander vaatje zou moeten tappen. U met uw aanstelling om les te geven, om een voorbeeld te zijn.”

    Geen antwoord natuurlijk.

    reactie van jan pleus:

    Geachte Hendrik Kaput,

    Uit uw betoog krijg ik sterk de indruk dat u het vrijwel volledig eens bent met mijn stellingname tegen het huidige Europese stelsel van agrarische subsidieverstrekking.

    Zo wijst u erop dat het boeren familiebedrijf ten gunste van grote industriële agrarische ondernemingen dreigt te worden uitgeroeid. Een juiste opmerking. Zoals de landpolitiek nu is georganiseerd komt het overgrote deel van de subsidiegelden terecht bij dergelijke grote ondernemingen. Subsidies zouden zinvol kunnen worden verstrekt aan boeren die zich verdienstelijk maken als landschapsbeheerder of een rol spelen bij het handhaven of vergroten van de biodiversiteit. Prima! Opnieuw, we zijn het eens.

    Verder vraagt u zich af hoe we uit de spagaat moeten komen van structurele georganiseerde overproductie en de prijsrace naar de bodem. Daar verschillen wij van mening. Naar mijn opvatting valt de overproductie te verklaren uit de (te hoge) aan de boeren gegarandeerde prijzen. Die nodigden uit tot het opvoeren van de productie zonder rekening te houden met de markt. De overschotten werden vervolgens met exportsubsidies gedumpt op de wereldmarkt. Onder meer ten koste van ontwikkelingslanden. Meer marktwerking en dus lagere prijzen zijn nodig om de overproductie te beëindigen. Gelukkig is men daar enige jaren geleden al mee begonnen.

  5. Hendrik J. Kaput zegt:

    Wat betreft uw stelling:”Lagere prijzen beeindigen de agrarische overproduktie.”
    Ik heb nog eens bij het LEI en de WUR nagevraagd. Mijn vraag aan hen was: Lagere prijzen beeindigen de agrarische overproduktie. Is hier onderzoek naar gedaan?
    Het antwoord was: JA EN HET BELANGRIJKSTE RESULTAAT IS DAT DE DOOR U GEPONEERDE STELLING NIET ECHT BLIJKT OP TE GAAN. HET AANBOD REAGEERT NAUWELIJKS OP LAGERE PRIJZEN, HET NEEMT DAAR NIET ECHT DOOR AF

    Reactie van Jan Pleus 

    Afschaffing van productgebonden subsidies (samen met andere maatregelen) heeft onvermijdelijk een beperkend effect op de productie. Zou de productie zich niet aanpassen, dan zou de prijsdruk blijven bestaan. Dat geldt voor elke markt, ook voor de landbouwsector.

  6. H. Schilt zegt:

    De prijzen in de landbouw zijn inelastisch. Als er meer aardappelen geoogst worden zakt de prijs omdat de consumptie hiervan niet toeneemt. Ieder economie boek heeft dit als apart hoofdstuk vermeld.

    In Europa hebben we maar één gemeenschappelijk beleid, het landbouw beleid. Na de ondertekening van het verdrag van Rome heeft het 4 jaar hersenkraken gekost om in 1962 met een gemeenschappelijk beleid te komen. Toen het er was werkte het in het begin fantastisch. Europa, toen nog niet zelfvoorzienend wat betreft voedsel, dus afhankelijk van ander landen werd in enkele decennia onafhankelijke van andere landen. Sterker, half jaren ’80 was er een enorme overproductie. Dankzij maatregelen als MacSharry, Agenda 2000 en de Midterm review is deze overproductie bijgesteld. Er is een trend ingezet die over enkele tientallen jaren bewerkstelligd dat Europese landbouwproducten op wereldmarktprijs niveau komen te liggen. Er is dan zeker geen sprake meer van teveel betalen voor overproductie.

    Momenteel is 90% van de Europese oppervlakte plattelandsgebied, oftewel “Rural Area”. Nagenoeg 95% van deze oppervlakte wordt door Agrariërs bewerkt. Deze boeren krijgen eisen en verplichtingen gedicteerd door de Europese overheid en voor een klein deel door de nationale overheid. De laatste heeft toezicht op de naleving. Agrariërs die zich niet aan de regels houden krijgen korting op hun subsidie. Dit geldt zowel voor de vormen van productie als voor het onderhoud van het landschap.

    Op 19 september is de miljoenennota gepresenteerd. Hieruit blijkt dat Nederland slechts 1,5% uitgeeft aan Natuur en Landbouw. In totaal 2,3 Miljard Euro (op een totaal van bijna 160 miljard).
    Hiervan komt een groot deel ten goede aan herstel- en nieuw te vormen natuur.
    Het totale Europese budget is ongeveer 100 miljard Euro. Hiervan wordt 43 miljard Euro aan de agrarische sector besteed. Van dat bedrag gaat voor de periode 2007-2013 ongeveer 20% naar onderhoud van het platteland. Dit is breder dan de agrarische sector alleen.

    De 43 miljard deel ik voor het gemak maar even door 25 lidstaten. Dit betekent dat Nederland 1,7 miljard Euro aan EU bijdrage voor natuur en de agrarische sector ontvangt. in totaal dus 2,3 + 1,7 is ± 4 miljard Euro. De defensie uitgaven van Nederland allen zijn al groter!

    Voor een prikkie hebben we dus een goedkoop voedselpakket, dat ook nog eens milieuvriendelijk wordt geproduceerd, tezamen met een gedegen onderhoud van het platteland. Dit platteland beslaat in Nederland 75% van de oppervlakte.

    Als het onderhoud door particuliere partijen en commerciële instellingen zou moeten worden uitgevoerd zouden we meer als het tienvoud kwijt zijn.

    Het is dus bijzonder profijtelijk voor de Europese burger dat er tenminste op één terrein een gemeenschappelijk beleid is, namelijk de landbouw. Daarom kan ik het ook alleen maar eens zijn met de aanhef die dhr. Versteijlen gebruikte voor zijn artikel.

    Hermann Schilt
    Docent Management Landelijk Gebied
    Christelijke Agrarische Hogeschool
    Dronten

  7. Cara Wakelin zegt:

    daryll…

    Interesting post. I came across this blog by accident, but it was a good accident. I have now bookmarked your blog for future use. Best wishes. Cara Wakelin….

  8. W. Bos zegt:

    Wat moet er veranderd worden aan het beleid dat de EU nu voert? Niet op het beleid wat het heeft gevoerd, maar wat het nu voert. Alles aan de markt overlaten werkt niet, in welke mate en hoe dan wel? Wat is het beste voor ons (Nederland, Europa), wat is het beste voor de ontwikkelingslanden, wat is het beste voor de wereld? Wat moet er veranderen wat ervoor zorgt dat iedereen er beter uitkomt? Is dit mogelijk? In hoeverre is dit mogelijk?

    Ik ben geïnteresseerd naar jullie “oplossingen”.

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.