Markt en Staat
Wie bij de winkel op de hoek een vers pak halfvolle melk uit de koelvitrine pakt, staat er nauwelijks bij stil welke organisatie- en coördinatievraagstukken er zijn opgelost om dat pak daar te krijgen. En het gaat om meer dan alleen melk. De economische orde is de manier waarop in een land de beslissingen van miljoenen consumenten en producenten, de overheid en de belangenorganisaties op elkaar zijn afgestemd. Er zijn geen twee landen op de wereld waar dat op precies dezelfde manier gebeurt. Steeds blijken het mengvormen van het marktmechanisme en het budgetmechanisme. Dit laatste kent een bureaucratische variant – het planmechanisme – en een democratische variant – de parlementaire besluitvorming.
De ‘markt’ gooit de laatste jaren hoge ogen. De voormalige Sovjet-Unie en China hebben het planmechanisme vaarwel gezegd. En ook in Westerse landen is privatisering aan de orde van de dag. Het marktmechanisme is ook iets prachtigs: onder bepaalde voorwaarden zorgt het voor optimale allocatie: via prijssignalen wordt de produktie van goederen en diensten geheel volgens de wensen van de consumenten ingericht. Voldoende reden dus om het allemaal maar aan de markt over te laten? Helaas, het marktmechanisme heeft een fors aantal tekortkomingen. Een van de ernstigste is dat de markt het verdelingsvraagstuk niet oplost. Laat je de markt zijn gang gaan dan kan er een heel scheve verdeling van inkomen en vermogen tot stand komen. Nog een misser van de markt: laat je het aan de markt over dan worden er geen collectieve goederen( geproduceerd.
Collectieve goederen zijn goederen zoals straatverlichting, dijken, defensie, rechtszekerheid, een leefbaar milieu en algemeen bestuur. Die hebben geen prijs en kunnen dus niet via de markt geleverd worden. De kleinst mogelijke overheid zou die zijn die alleen collectieve goederen levert. Toch levert de overheid ook individuele goederen. Goederen die wel splitsbaar zijn in individueel leverbare eenheden, waardoor de leverancier een individuele afnemer naar de mate van zijn gebruik kan laten betalen. Voorbeelden: onderwijs, kunst, openbaar vervoer. De overheid subsidieert deze bemoeigoederen omdat ze positieve externe effecten hebben. Zonder subsidie zou er te weinig van geproduceerd worden of zou de prijs te hoog zijn.
De tekortkomingen van het marktmechanisme kunnen alleen door ingrijpen van de overheid worden gerepareerd. Overheidsingrijpen is dus noodzakelijk om de tekortkomingen van de markt te herstellen. De mate waarin de overheid zich met de markt moet bemoeien is een politieke afweging.In ons land zijn we bezig een te ver doorgeschoten oveheidsbemoeienis in te perken. (RS)
Economie voor jou, 2 maart 1996

