De grens over voor gezondheidszorg?
In de Europese Unie is er breed verzet tegen plannen van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, om grensoverschrijdende gezondheidszorg in Europa te versoepelen. Met een beroep op het recht van patiënten om de grens over te gaan, zoals het Europees Hof van Justitie al een aantal keer heeft bepaald, werkt eurocommissaris Kyprianou (Volksgezondheid) aan een serie voorstellen. Maar die zijn volgens veel lidstaten, europarlementariërs, zorgverzekeraars en zorginstellingen veel te ingrijpend.
Door de plannen zouden ook zorgaanbieders als ziekenhuizen en behandelcentra de grens over mogen. Dit zou de concurrentie in de EU vergroten en de kwaliteit en transparantie van de zorg ten goede komen, is de gedachte. Lidstaten als Groot-Brittannië vrezen de kosten voor rekeningen van inwoners uit Franse ziekenhuizen. Ook Nederland is tegen bemoeienis vanuit Brussel. Zo zouden patiënten met een in Duitsland verkregen recept in Nederland medicijnen kunnen opvragen, terwijl die nog niet zijn toegestaan. Lidstaten regelen dat namelijk apart.
De Europaredactie stelde aan vier leden van het Europapanel de vraag: Zou de gezondheidszorg Europees moeten worden of moeten lidstaten de baas blijven over hun zorgstelsel? Heeft u (of iemand in uw gezin) wel eens zorg gekregen over de grens?
Pascal Segers, Venlo, Nederland: Ik ben voor het voorstel van eurocommissaris Kyprianou. Jaren geleden stond ik voor de keuze, om voor een medische behandeling al dan niet naar Duitsland te gaan. In Nederland bestond er destijds een wachttijd van drie tot vier maanden voor de behandeling. In Duitsland bedroeg deze wachttijd twee tot vier weken.
Door de administratieve barrières van het toenmalige systeem (het maken van een afspraak met de specialist in Duitsland, het laten opstellen van een behandelplan met bijbehorende offerte, het doorsturen van dit behandelplan en offerte naar de zorgverzekeraar ter goedkeuring, na goedkeuring van de zorgverzekeraar aanmelding bij de Duitse behandelaar, datum plannen om de behandeling te starten etc.) bleek de werkelijke tijdwinst uiteindelijk niet op te wegen tegen de hele rompslomp van het regelen van de goedkeuring. Nu merk ik dat vaker van buitenlandse zorgverleners gebruikt wordt gemaakt vanwege kortere wachttijden en evt. andere behandelmethoden. Vooral door werkgevers wordt buitenlandse zorgbemiddeling bij lange wachttijden ondersteunt.
Het argument dat een betere concurrentie leidt tot een betere zorg is nog maar de vraag. Zeker gelet de conclusies van het huidige kabinet ten aanzien van de concurrentie in de Nederlandse thuiszorg. Hier blijkt dat de toegenomen concurrentie weliswaar heeft geleid tot minder kosten, maar dat deze gedaalde kosten voordelig zijn voor de gemeenten (die nu verantwoordelijk zijn voor de organisatorische uitvoering van de thuiszorg). Voor de patiënt en de werknemer in de thuiszorg blijkt de toegenomen concurrentie funest en leidt dit tot een versobering van het zorgaanbod en een versobering van arbeidsvoorwaarden.
Voor mij is het standpunt van een betere concurrentie geen punt om te kiezen voor een grensoverschrijdende zorg. Een beter en adequater zorgaanbod vind ik wel een argument voor grensoverschrijdende zorg.
Radu Florea, Boekarest, Roemenië: Er is een oud gezegde in Roemenië: als je een gelukkig leven wilt
leiden, zorg er dan voor dat je niet voor de rechter of in een ziekenhuis belandt. Tegenwoordig heeft dit gezegde nog steeds dezelfde betekenis, maar een andere dimensie, omdat de volksgezondheidszorg in Roemenië – ondanks alle hervormingspogingen – in doodsstrijd verkeert, als het systeem al niet helemaal dood is.
De voornaamste oorzaak daarvan is dat de artsen lange tijd onderbetaald zijn geweest, waardoor een groot deel van hen nu niets meer doet tenzij ze genoeg geld van hun patiënten krijgen. Meestal hoeven ze daar niet eens om te vragen, de patiënten geven het al uit zichzelf. Aan de andere kant gaat iedereen ervan uit dat ze niet goed of zelfs helemaal niet behandeld worden, als ze geen smeergeld betalen.
In een rapport van het Open Society Institute uit 2002 staat dat de Roemeense volksgezondheidszorg “in de ogen van de burgers de meest corrupte instantie” was. Het woord ‘smeergeld’ geeft de werkelijkheid niet eens goed weer. Het systeem van de smeergelden laat zich het best omschrijven als ‘medisch terrorisme.’ De corruptie strekt zich ook uit naar grote contracten over medische apparatuur of zelfs farmaceutische producten. Geen wonder dat het systeem van de Roemeense volksgezondheidszorg vrijwel failliet is, nu veel ziekenhuizen zich zulke fundamentele zaken niet eens meer kunnen veroorloven.
Daarom is het medische systeem in mijn land in de praktijk een instrument van massaterreur geworden, en dat ook nog eens op een terrein waar de mens het meest kwetsbaar is. Het lidmaatschap van de Europese Unie, en de daardoor ontstane mogelijkheid om voor medische zorg in andere EU-landen te kiezen, biedt Roemenen de kans om te ontsnappen aan deze voortdurende aantasting van de integriteit en geloofwaardigheid van het medische beroep: artsen vluchten naar andere landen, op zoek naar fatsoenlijke salarissen; patiënten zoeken behandeling in buurlanden om het betalen van smeergeld te vermijden. Misschien kan dit op den duur ook uitmonden in een indirecte oplossing voor het beschreven probleem.
Evert Starink, Rotterdam, Nederland: Zelf heb ik in de jaren ’80 van de vorige eeuw als Nederlander een skiongeluk gehad in Duitsland. Ik ben daar toen uitstekend geholpen en mijn ziektekostenverzekering heeft bij mijn weten toen alles keurig betaald.
Ik begrijp dus niet goed wat het probleem is. De Britten schijnen rekeningen te vrezen van Franse ziekenhuizen. Dat kan. Er zijn immers nogal wat Britten met vakantiehuizen in Frankrijk. En wat is er tegen dat Duitsers in Nederland medicijnen komen kopen (als die er zijn)?
Ik vermoed dat de zorgaanbieders de Europese zorgmarkt willen verdelen langs nationale grenzen. Dat stamt nog uit ver in de vorige eeuw. Het zal toch niet zo worden dat ik voortaan uit lijfsbehoud alleen nog in Nederland kan skiën?
Hans-Christian Wirtz, Solingen, Duitsland: Mijn tandarts zit in Polen! De vergrijzende bevolking en de stijgende vraag naar een kwalitatief hoogwaardige zorg leiden ertoe dat de klassieke volksgezondheidsstelsels van de Europese landen steeds inefficiënter worden. Sinds enige jaren proberen Duitse politici, net als hun collega’s in andere EU-staten, het nationale systeem van de gezondheidszorg te hervormen. Een van de problemen daarbij is echter dat het in Duitsland, zoals dat zeker ook in andere EU-landen het geval is, duurder – maar niet zonder meer beter- zal worden om ziek te zijn. Er moet heel veel veranderen, wil het systeem op den duur overeind kunnen blijven.
Daarom is het bijvoorbeeld niet verrassend dat Berlijners liever naar een ongeveer tachtig kilometer verderop gelegen tandartspraktijk in Polen rijden om hun gebit te laten renoveren, als ze daarmee enige duizenden euro’s kunnen uitsparen. Of dat Duitse artsen hun praktijk liever sluiten om naar Engeland te gaan, waar ze wezenlijk meer kunnen verdienen. Of dat een vriend van mij een Poolse huishoudster in dienst heeft, zodat hij zijn bedlegerige vrouw kan laten verplegen.
Als je wat beter naar de EU-websites over het thema gezondheid kijkt, vind je ook verwijzingen naar begrippen als ‘patiëntenmobiliteit’ en ‘grensoverschrijdende verzorging.’ Dat zijn mooie doelstellingen, die vooral voor landen als Duitsland perspectieven op een interessante markt bieden, ook al waarschuwt de EU-commissaris volksgezondheid direct: “Het op elkaar aansluiten van complexe systemen als die in Europa is niet in een handomdraai te regelen.” De nagestreefde coördinatie op het gebied van de gezondheidszorg is zeker niet eenvoudig: de gezondheidszorgsystemen van de 27 lidstaten van de Europese Unie zijn zeer divers van karakter, zodat een snelle harmonisering onmogelijk is.
Maar eigenlijk hebben we helemaal geen tijd, want de globalisering dendert ongenadig voort. De Aziatische markten voor gezondheidszorg beginnen onze markten te veroveren. Ze zullen in de toekomst drie tot vier maal zo snel groeien als de markten in Europa en de VS, constateerde Pedro Lichtinger, een manager van Viagra-producent Pfizer, onlangs.

