Duitsland trekt als vanouds de Europese kar
Paul Kapteyn is voorzitter van Vereniging Democratisch Europa.
Het nieuwe Europees verdrag bevat geen verrassingen. Het ging zoals was te verwachten. Slechts de versierselen van een grondwet zijn verwijderd. Toch mag Europa de Duitse Bondskanselier Angela Merkel dankbaar zijn. Zij hield alle kippen in een mandje. Duitsland is vaker van groot belang voor de Unie. Zo betaalt het land jarenlang de enorme landbouwsubsidies die de andere lidstaten ontvangen. Het is een nauwelijks verkapte oorlogsschuld, eerst voor West-Europa en nu ook voor Midden-Europa.
Steeds weer is het Duitsland dat het proces gaande houdt en soms voor een versnelling zorgt met de euro als bekendste voorbeeld. Het economisch meest sterke land is het meest bereid om te doen waar het in de statencoöperatie omgaat: overdracht van soevereiniteit. Dat is zo, omdat de Duitse politieke identiteit onzeker is wat op zijn beurt voortkomt uit het steeds weer gebroken proces van staatsvorming, niet alleen in de 20ste eeuw maar over de eeuwen heen.
En Nederland? Ons land is het tegendeel. We hebben een vanzelfsprekende nationale identiteit, geworteld in een eeuwenlange politieke continuïteit die nooit met blijvend succes werd geschonden. Bovendien is die identiteit burgerlijk van snit. Nederland is van oorsprong een statenbond van steden, een internationaal georiënteerde, economisch sterke maar territoriaal-militair zwakke republiek. Die staat was dus aangewezen, niet op dwang, maar op samenwerking en dus op de bereidheid soevereiniteit te delen. Vooral na WO II groeide die interstatelijke samenwerking sterk, met Nederland in de voorste rij van de Navo en van wat later de EU werd. Deze uitholling van de staat leidde niet tot grote verdeeldheid. De noodzaak van de meest ingrijpende besluiten is vaak zo evident dat er weinig woorden aan hoeven te worden gewijd. Lees verder »

