Nederland was opmerkelijk bescheiden bij de onderhandelingen
Erik Meijer is lid van het Europees Parlement voor de SP
Toen ik in april en mei 2005 bijna elke avond in steeds drukker bevolkte zalen kwam uitleggen waarom de mensen beter tegen dan voor de EU-grondwet konden stemmen, werd vaak de vraag gesteld wat ik dacht te bereiken met een eventuele meerderheid voor ‘nee’. Mijn antwoord op de vraag over het nut van een tegenstem was dat die Grondwet in een te kleine kring is uitgedokterd, dat er niet alleen goede maar ook slechte punten in zitten, dat je beter niet ongezien zo’n koppelverkoop van goed en slecht kunt slikken en dat een verwerping van dit eerste probeersel de invloed van de kiezers op het eindresultaat sterk kan vergroten.
Ik sprak de hoop uit dat zo’n vijf jaar later na een brede maatschappelijke discussie in alle EU-landen een nieuw referendum zou plaatsvinden over een verkorte en sterk veranderde tekst. Het liefst natuurlijk een tekst die ook de steun van de SP kan krijgen.
Ligt die betere tekst nu op tafel ? Dat is slechts zeer gedeeltelijk het geval. De voorvechters van de op 1 juni 2005 door de Nederlandse kiezers verworpen eerste versie van de grondwet hebben laten zien hoe flexibel ze kunnen zijn. Vóór de stemming werd gewaarschuwd dat verwerping rampen kan opleveren. Ná de verpletterende uitslag leek niemand in Nederland dit project ooit te hebben verdedigd. Lees verder »

