*

Expertblog Europese Grondwet » 2005 » november :: nrc.nl

Archief voor: november 2005


Sub-si-di-a-ri-teit (1)

Sub-si-di-a-ri-teit (1)

Politici gebruiken de term alsof ze er hun dagelijks brood mee smeren, maar ik kan er zelf maar moeilijk aan wennen. Sub-si-di-a-ri-teit is dezer dagen het toverwoord in Den Haag. In vrijwel alle discussies over de nieuwe koers van de Europapolitiek na 1 juni duikt het zeslettergrepig woord wel een keer op. Vandaag zelfs ontelbaar keer in, jawel, de Brits-Nederlandse subsidiariteitsconferentie, gehouden in de Haagse Ridderzaal. Of te wel: The Hall of Knights. Ook premier Balkenende hield er een toespraak., net als minister Bot en staatssecretaris Nicolaï.

Het schijnt dat subsidiariteit voor het eerst voorname betekenis kreeg in de pauselijke encycliek Rerum Novarum uit 1891 van Paus Leo XIII. De Latijnse term subsedere (hurken; gaan zitten; bezinken, achterblijven) duidde een beginsel aan dat een uitweg moest bieden uit de toen onverzoenlijk lijkende tegenstelling tussen kapitalisme en (autoritair) nationalisme. Volgens het beginsel behoort de overheid pas initiatieven te nemen als echt duidelijk wordt dat individuen en private organisaties hun eigen boontjes niet kunnen doppen. De overheid als een soort laatste redmiddel.

Vervang de overheid door Europa en individuen en private organisaties door nationale lidstaten, en u bent gearriveerd in de wereld van het nieuwe subsidiariteitsdenken. Hoewel nieuw? Tien jaar geleden dook het al op in het Europese Verdrag van Maastricht (1991). Maar daarna bleef het begrip een dode letter.

Hoe kan dat nou, en is daar wat aan te doen? Dat waren de vragen die menig deskundige zich vandaag in de Ridderzaal stelde.

Hard oordeel in Foreign Affairs

Hard oordeel in Foreign Affairs

Europese politici moeten niet zeuren over een opstandig kiezersvolk, maar zelf beter presteren. Het dubbele nee tegen de Europese grondwet in Frankrijk en Nederland was vooral een streng oordeel over de in economisch, sociaal en politiek opzicht falende Unie.

Dat scherpe oordeel velt de Franse auteur Laurent Cohen-Tanugi in het laatste nummer van het gezaghebbende tijdschrift Foreign Affairs. Het Amerikaanse blad heeft een samenvatting van het artikel The End of Europe op zijn website geplaatst.

Cohen Tanugi, auteur van een boek over de Noord-Atlantische Alliantie, constateert dat de politici een grove inschattingsfout maakten toen ze een Constitutie voor Europa gingen schrijven zonder een daarbij behorend breed Europees debat te entameren. The text had been oversold to the European public before it was even presented to it.

Het was de zoveelste tragische epiode in de `deconstructie van Europa’, die volgens Cohen-Tanugi al sinds het Verdrag van Maastricht aan de gang is (1992). Sinds het begin van de jaren negentig hebben de twee supranationale instellingen Europese Commissie en Europees Hof ruimte verloren aan de nationale lidstaten (Raad van Ministers). Het gevolg: verlies aan focus, identiteit en Europees leiderschap. Het dubbele nee was daarvan slechts de bezegeling.

Opmerkelijke terugblik op de referendumcampagne

Opmerkelijke terugblik op de referendumcampagne

Elk gevecht dat een generaal op het slagveld verliest, wint hij alsnog in zijn memoires, schijnt de historicus Jan Romein ooit te hebben gezegd.

Het zou ook kunnen slaan op evaluatieverslagen van projectleiders, zo blijkt uit de rapportage van Jan Goeijenbier over de voor de overheid desastreus verlopen referendumstrijd voorafgaand aan 1 juni. Sinds gisteren is het verslag na te lezen op de site van Buitenlandse Zaken.

Goeijenbier was leider van de 16-koppige task force op het departement van Buitenlandse Zaken die de ja-campagne moest coördineren. In die hoedanigheid kwam hij drie keer in het nieuws: vanwege zijn hoge vergoeding (100.000 euro voor vier maanden werk); vanwege zijn verspreking dat het referendum in Nederland wel eens niet zou kunnen doorgaan als Frankrijk op 29 mei nee zou zeggen (zie ook weblog Toch maar geen volksraadpleging? 5/4/2005), en vanwege zijn mislukte presentatie op 18 maart voor het kabinet van zijn plannen.

Aanwezige bewindslieden zeiden daarover op 4 juni in NRC Handelsblad: ,,Het leek helemaal nergens op. Het was een schreeuwerig juichverhaal zonder enige achtergrond of relativering. Op kritische vragen had hij geen antwoord, en een week later nog steeds niet.”

Goeijenbier schrijft over dezelfde bijeenkomst in zijn verslag: ,,Deze presentatie viel goed.” Op de andere twee zaken (vergoeding en uitglijder) komt hij niet terug.

Goeijenbiers algemene conclusie luidt dat ook bij een vlekkeloos verlopen overheidscampagne er op 1 juni een nee uit de bus was gerold. Daarvoor was het nee in de onderstroom van de samenleving te sterk – positief leiderschap en visie ontbreken in veel geledingen van politiek en maatschappij; nee was een veilige stem omdat men zich dan niet met het (impopulaire) kabinet hoefde te associëren; het ongenoegen sinds 2002 duurt voort.

Hoe zich deze conclusie verhoudt tot een (nog) beter organiseren en communiceren bij een eventueel volgend referendum, blijft enigszins onduidelijk.

Opmerkelijk is verder dat Buitenlandse Zaken blijkens een krom geformuleerde zin in het verslag 800.000 euro heeft overgehouden aan de informatievoorziening over het Europees Grondwettelijk Verdrag (,,In totaal treed op het gehele budget een onderuitputting optreden van ongeveer ? 800.000.” sic ) Elders in het verslag wordt juist een grote informatiehonger van het publiek gesignaleerd.

Staatssecretaris Nicolaï schrijft in de begeleidende brief bij het verslag: ,,Het verslag van dhr. Goeijenbier bevat persoonlijke beleidsopvattingen die voor rekening komen van de projectleider.”

Goeijenbier ging overigens na zijn klus voor Buitenlandse Zaken aan de slag als communicatieadviseur voor PCM Uitgevers, onder meer uitgever van NRC Handelsblad.

De doorzeurende Turkse kwestie

De doorzeurende Turkse kwestie

Opvallend toch hoe de kwestie-Turkije blijft doorzeuren. Voorzitters van politieke jongerenorganisaties zijn negatief over het Europees besluit, een maand geleden, om de onderhandelingen te openen. Dat bleek gisterenuit een artikel van Lotte de Wit gisteren in de krant CDJA-voorzitter van Bruchem vertelde daar in over een ,,knallende ruzie” die hij met premier Erdogan had gehad over de mensenrechten. Nederland moest eerst maar eens ophouden met moskeëen platbranden, had Erdogan geantwoord op de kritiek, aldus het verslag van Van Bruchem.

Vandaag ontving ik de volgende spontane reactie van J.J. van de Gullik op de Turkse kwestie.

Geachte heer,

Het toelaten van Turkije tot de EU kan het einde van de Europese beschaving betekenen. Ex-premier Erbakan, mentor van premier Erdogan, zei zelf al, dat de islam Rome (Europa) gaat veroveren. Toetreding van Turkije is iets, waar Nederlanders met voldoende onderscheidingsvermogen en ruggengraat zich op alle mogelijke manieren tegen mogen weren.
Ik heb overigens geen bezwaar tegen de toetreding van Roemenie en Bulgarije, als voldaan wordt aan bepaalde criteria. In het geval van Tukije zijn die criteria niet van belang, want die zijn na toetreding toch niet te handhaven. Turkije kan dan ook zelf een belangrijke stempel op de normen gaan drukken. Turkije tekent alles blindelings. Dat doen ze al sinds de vijftiger jaren. Mensen, die denken met een stuk papier en criteria de schiedenis van Turkije te kunnen doorstrepen, tonen een gevaarlijke en lichtzinnige kortzichtigheid. Bot en Balkenende hebben nu al moeite met een populatie van nog geen miljoen moslims. Merkwaardig dan, dat ze de deur openzetten voor 80 miljoen Turkse moslims.

Mr.drs. J.J. v.d. Gulik.