Sub-si-di-a-ri-teit (1)
Politici gebruiken de term alsof ze er hun dagelijks brood mee smeren, maar ik kan er zelf maar moeilijk aan wennen. Sub-si-di-a-ri-teit is dezer dagen het toverwoord in Den Haag. In vrijwel alle discussies over de nieuwe koers van de Europapolitiek na 1 juni duikt het zeslettergrepig woord wel een keer op. Vandaag zelfs ontelbaar keer in, jawel, de Brits-Nederlandse subsidiariteitsconferentie, gehouden in de Haagse Ridderzaal. Of te wel: The Hall of Knights. Ook premier Balkenende hield er een toespraak., net als minister Bot en staatssecretaris Nicolaï.
Het schijnt dat subsidiariteit voor het eerst voorname betekenis kreeg in de pauselijke encycliek Rerum Novarum uit 1891 van Paus Leo XIII. De Latijnse term subsedere (hurken; gaan zitten; bezinken, achterblijven) duidde een beginsel aan dat een uitweg moest bieden uit de toen onverzoenlijk lijkende tegenstelling tussen kapitalisme en (autoritair) nationalisme. Volgens het beginsel behoort de overheid pas initiatieven te nemen als echt duidelijk wordt dat individuen en private organisaties hun eigen boontjes niet kunnen doppen. De overheid als een soort laatste redmiddel.
Vervang de overheid door Europa en individuen en private organisaties door nationale lidstaten, en u bent gearriveerd in de wereld van het nieuwe subsidiariteitsdenken. Hoewel nieuw? Tien jaar geleden dook het al op in het Europese Verdrag van Maastricht (1991). Maar daarna bleef het begrip een dode letter.
Hoe kan dat nou, en is daar wat aan te doen? Dat waren de vragen die menig deskundige zich vandaag in de Ridderzaal stelde.





