Buitenlandse journalisten die me deze dagen bellen, willen allemaal ongeveer hetzelfde weten.
Ian Traynor van The Guardian, Dominika Pszczolkowska van het Poolse dagblad Gazeta Wyborcza, Sabine Cessou van de Franse zakenkrant La Tribune, Chris (sorry, achternaam vergeten) van de BBC-televisie, en Julia Barton van de BBC-radio vragen:
* Wat is er in hemelsnaam met Europees aartsvader Nederland gebeurd?
* Welke parlementariër heeft dat – rare – consultatieve referendum plus voorwaarden bedacht?
*Hoe doet Geert Wilders het tot nu toe?
*Wat is er over van de erfenis van Pim Fortuyn?
In mijn antwoorden leg ik de nadruk op…
-..de euroscepsis die getuige de Eurobarometer al sinds begin jaren negentig langzaam maar gestaag aan het groeien is na het trauma over het Verdrag van Maastricht (einde van federalistische droom), Bolkesteins aanhoudende Europakritiek, Lubbers EU-voorzitters-debacle, de switch van netto-ontvanger naar netto betaler, de uitbreiding van mei vorig jaar die Nederland een van de kleintjes maakt, het vertrek van Wim Duisenberg als ECB-president, de versoepeling van het Stabiliteitspact, en de weerstand onder de bevolking tegen de Turkse toetreding.
-..het feit dat dit het eerste nationale referendum voor Nederland in bijna twee eeuwen is, hetgeen misschien rare maar ook spannende wetgeving oplevert, spannender dan Franse: Daar is een nee op zondag straks echt nee, maar in Nederland is dat niet zeker.
-..dat Wilders veel aandacht en aanhankelijkheidsbetuigingen van burgers krijgt, maar het qua media-aandacht uiteindelijk verliest van de SP.
-.. dat sinds de dood van Fortuyn Nederland op zoek is naar een nieuwe balans tussen representatieve en directe democratie. Het referendum staat niet op zichzelf. Directe verkiezingen voor politieke leiders, burgemeesters en formateurs waar de VVD dit weekend weer over praat, zijn onderdeel van die evenwichtsoefening.
Gelukkig zijn de stukken die uit de gesprekken voortkomen, niet slecht, als dat van Ian Traynor in The Guardian representatief mag heten. Ze suggereren tenminste niet dat Nederland momenteel alleen maar over Turkije, de dure euro, of het impopulaire kabinet-Balkenende praat, zoals met name tegenstanders van het referendum enigszins doen voorkomen.