Nederland leest Oeroeg
‘Oeroeg was mijn vriend’, luidt de eerste zin van Oeroeg, de novelle van Hella S. Haasse die de afgelopen weken in bijna een miljoen exemplaren is verspreid. Een sterk begin, het nodigt onmiddellijk uit tot verder lezen. De verleden tijd betekent dat de vriendschap over is. Wat is er gebeurd: een ruzie? En waarover dan wel? Of erger: is Oeroeg dood? Niet zelden beginnen necrologieën met: Die of die wás mijn vriend.
Om Oeroeg te begrijpen is het niet nodig de context te kennen, het Nederlandse koloniale verleden en de Indonesische revolutie. De teloorgang van de vriendschap tussen de Javaanse Oeroeg en de Nederlandse planterszoon Johan is algemeen menselijk, het verhaal is van alle tijden en culturen. Onmogelijke vriendschappen, evenals onmogelijke liefdes, zijn universele thema’s, denk maar aan Romeo en Julia. In de Indische koloniale samenleving is de vriendschap tussen Oeroeg en Johan alleen al onmogelijk wegens de verschillen in afkomst, stand, ras, geloof. De verwijdering is onvermijdelijk. Johan voelt aan dat hij in Oeroegs ogen dood is. De laatste woorden die zijn boezemvriend met wie hij, in zijn beleving als een tweelingbroer opgroeide, tot hem spreekt luiden: ‘Ga weg. Je hebt hier niets te maken’.

