Waarom herdenken?

Wandelend langs de IJssel van Zutphen naar Deventer, door een van de mooiste Nederlandse rivierlandschappen, kom je bij Wilp langs een eenvoudige gedenksteen aan het water: 12-4-1945 oversteek geallieerde troepen gemeente Voorst. Er lagen twee verse boeketten.
Thuis nagezocht. Dit was de operatie ‘Canonshot’. Daarbij sneuvelde als eerste de commandant van het regiment 48th Highlanders of Canada, Lt. Col. MacKenzie, daarna nog zeventien Highlanders. Zij liggen op de Canadese Begraafplaats in Holten.
Boos en verdrietig over het bericht dat opnieuw twee Nederlandse militairen in Uruzgan waren omgekomen, dacht ik aan de bloemen bij de steen aan de dijk. Primitieve reactie, ik erken het. Iedereen is demagoog in eigen hoofd. De Telegraaf drukte zondag reacties van lezers op het nieuws uit Uruzgan af op de voorpagina: „Sorry voor de militairen die zijn gesneuveld, maar zij horen daar niet te zijn.” En: „In de oorlog heette dat kanonnenvlees; is ook niemand beter van geworden. Terug met die jongens!”
Maar wat hadden de Canadese jongens te zoeken aan de IJssel?
De vergelijking, ik geef het dadelijk toe, levert géén argument op voor de zin en de effectiviteit van de Nederlandse missie in Uruzgan, die zich afspeelt in een andere tijd en een andere wereld. De vergelijking is politiek, militair, strategisch ongerijmd. Wat Nederlandse militairen te zoeken hebben in Afghanistan, is een vraag die op haar eigen merites moet worden beoordeeld en het lijkt alleen maar banaal daar de Tweede Wereldoorlog bij te slepen. Tóch gingen mijn gedachten uit naar de Canadezen die in april 1945 tussen Gorssel en Wilp een rivier in Nederland overstaken en daarbij het leven lieten – dat kwam alleen door die lentewandeling, die steen en die bloemen.
Op één essentieel punt meen ik niettemin dat er aan mijn emotionele, misschien in de ogen van onthechte analisten sentimentele, reactie wel degelijk een rationele parallel ten grondslag ligt tussen toen en nu gebrachte offers. De vergelijking is legitiem als de premisse juist is, dat de Nederlandse militaire betrokkenheid bij de strijd in Afghanistan (los van het oordeel over de contingentie of utiliteit) in beginsel bijdraagt aan het bevorderen van de internationale rechtsorde, zoals de eis luidt van artikel 100 van de Grondwet. Met andere woorden: als de krijgsmacht in Afghanistan universele waarden verdedigt, evenals de geallieerden aan de IJssel in 1945, is een verwijzing naar de gesneuvelde bevrijders betekenisvol. Waarom anders herdenken wij hen?
Als wij, onder de erkenning dat de geschiedenis zich nooit op dezelfde wijze herhaalt, afzien van de mogelijkheid parallellen te trekken met het verleden en daar waarschuwingen aan te ontlenen voor de toekomst, nemen wij een collectief geheugenverlies voor lief. En als ons het recht wordt ontzegd in actuele politieke debatten te verwijzen naar de ervaringen voorafgaande aan en tijdens de Tweede Wereldoorlog, dan is ook elke verwijzing naar de Universele verklaring van de rechten van de mens, het anti-discriminatiebeginsel of de godsdienstvrijheid verdacht. Dat is de
slechtst denkbare uitkomst van wat we gevoeglijk het ‘demoniseringsdebat’ mogen noemen.
Joost Zwagerman heeft bij de uitreiking van de Gouden Ganzenveer een aanklacht uitgesproken tegen „een politieke en journalistieke elite die in de loop van de jaren niet schroomde om andere, eerdere politici te etiketteren met het label van extreem-rechts, racistisch en nazistisch”. Als afgezaagd voorbeeld noemde hij een column uit 1984 van Hugo Brandt Corstius waarin (CDA-minister) Ruding ‘de Eichmann van onze tijd’ is genoemd. Een actueler voorbeeld betrof de advertentie van Harry de Winter in de Volkskrant waarin stond: „Als Wilders hetzelfde over Joden (en het Oude Testament) gezegd zou hebben als wat hij nu over moslims (en de Koran) uitkraamt, dan was hij allang afgeserveerd en veroordeeld wegens antisemitisme.”
Het is niet duidelijk wat deze twee uitspraken te maken hebben met „een politieke en journalistieke elite”, in deze krant door Zwagerman nader aangeduid als „lelieblanke elite”. Uit structuralistische taalanalyses van de Franse filosoof Alain Badiou zou blijken dat deze elite zich opwerpt als ‘de benoemers van het Kwaad’ met het doel zichzelf tegen iedere prijs te positioneren als Goede Nederlander. De leden van de politieke en journalistieke elite, minus Joost Zwagerman, hebben volgens hem de moslims nodig voor hun rol als Goede Nederlander, „zoals de nazi’s hun monstrueuze identiteit onderstreepten door de Jodenvernietiging”.
Dus als ik het goed begrijp zijn elitemensen die Wilders extreem-rechts noemen de eigenlijke nazi’s van deze tijd. Je mag de vergelijking blijkbaar gerust maken, alleen niet in verband met extreem-rechts. Wél in verband met die duistere ‘elite’ die zich bezondigt aan ‘morele chantage’, ‘valse projectie’ en ‘valse wisseltaal’. Met dit laatste doelt Zwagerman op vergelijkingen tussen de positie van moslims en joden. Nu is ieder denkend mens zich er sinds jaar en dag van bewust dat het een valkuil is om te onpas naar Auschwitz te verwijzen, omdat dit rituele argument ook een vorm van intimidatie inhoudt. Op dat punt ben ik het met Zwagerman eens, al komt hij er nogal laat mee. Maar hij schiet door en brengt elke parallel met het verleden in diskrediet als vorm van intellectuele zelfverheerlijking.
Ik doe het toch, beste Joost. Neem de ervaring uit de jaren 30 toen de nazi’s begonnen met boekverbrandingen. Daar protesteerde in Nederland vrijwel niemand tegen. Vrijwel niemand! Is het dan morele chantage op deze ervaring te wijzen, als een politicus het verbranden of verscheuren van de Koran aanbeveelt? Mag je dan alsjeblieft vertellen dat er wel eens eerder een boek verbrand is?
Waarom zoekt Zwagerman zulke verwrongen excuses om zich níét tegen de hetze van Wilders te hoeven uitspreken? Waarom verschuilt hij zich achter de taalanalyse van Badiou om het populisme te vrijwaren van historische kritiek? Waarom bezondigt hij zich zelf aan populisme door een imaginaire elite als chanteurs te brandmerken? Ik zou wensen dat Zwagerman overwoog dat er echt redenen zijn om de rechten van het individu te verdedigen tegen nationalistische en xenofobe aanvallen. Nogmaals, waarom anders herdenken wij?


Dit bericht heeft 8 reacties op “Waarom herdenken?”

  1. J. Honders zegt:

    Pleiten voor het verscheuren van de Koran houdt natuurlijk niet in dat je dan voorstander bent van boekverbrandingen. Ik ben ook sterk voorstander van het verscheuren van boeken als de bijbel of de koran, maar ik zal pal staan voor ieders recht van die boeken kennis te nemen. Dat zal ook voor Wilders gelden. Etty moet eens ophouden die man te demoniseren en vergelijkingen met de oorlog te maken.

  2. onno bosma zegt:

    Vrijwel niemand protesteerde in Nederland tegen de boekverbrandingen in Duitsland, schrijf je. Twee kanttekeningen. Citaat uit ‘de Toestand’ in de NRC (!) van 11 mei 1933: ‘Het verbranden van werken van wetenschap, kunst en humaniteit, al dan niet door Joden geschreven is een botvieren van de uiterste geestelijke verwildering geweest die menigeen onder de Duitschers voorgoed de oogen zal hebben geopend.’
    Op 15 mei besloot de Algemeene Raad uit SDAP en NVV een boycot van Duitse artikelen af te kondigen.

  3. Peter Kamstra zegt:

    Elsbeth Etty begint haar column “Waarom herdenken” met een sfeerbeeld en vergelijkt de bevrijding van Nederland in de Tweede Wereldoorlog met de aanwezigheid van Nederlandse soldaten in Uruzgan. Ze worstelt met haar eigen oordeel over de wenselijkheid van het laatste en komt tot de conclusie dat het allemaal moreel verantwoord is als we artikel 100 van de Grondwet toepassen. Tenminste, als ik het allemaal goed begrepen heb.
    Via een tussenstap waarin ze oproept van het verleden te leren en een oproep geen collectief geheugenverlies te lijden komt het tot een stijlbreuk en gaat ze om mij onverklaarbare reden over op een betoog van Joost Zwagerman die de intellectuele (linkse) moraal in Nederland op de hak neemt. Vervolgens wordt de conclusie getrokken, hopelijk spottend want ze neemt zichzelf en haar denkbeelden erg serieus dat elitemensen eigenlijk de nazi’s zijn van deze tijd. Dat is een interessante gevolgtrekking, waarvan de verklaring moelijk tot niet te volgen is, althans uit haar betoog.
    Het einde van de column is al helemaal niet meer te volgen als er een opeenstapeling volgt van min of meer actuele gebeurtenissen uit de arena van het openbare debat. Dan schiet ze plotseling in een oninvoelbare verontwaardiging alsof haar iets wordt afgenomen of wordt opgedrongen. Daar was het waarschijnlijk allemaal om te doen, om die heilige verontwaardiging tot uiting te brengen. Heeft Zwagerman dan toch een beetje gelijk?
    Waar komt haar angst vandaan? Collectief geheugenverlies misschien?

    Ik weet nog steeds niet of we nu wel of niet moeten herdenken.

  4. H.A.Th. Carp zegt:

    Met Uw artikel in de NRC ben ik het qua strekking geheel eens.
    Al die mensen, die nu zeggen”wat hebben wij daar mee te maken , het is ver weg” moeten zich eens realiseren wanneer de omze geallieerde vrienden dat zouden hebben gezegd en wij nu nog onder het duitse juk zouden leven.
    Overigens, dat is wel dicht bij huis, maar onze verzetsmensen hechtten meer aan het trachten de bezetter te verdrijven dan aan hun eigen leven. Het 6e couplet van ons Wilhelmus betekent veel voor mij: de tirannie verdrijven die mij mijn hert doorwondt.
    Onlangs was er op TV een film over het handelen van de Taliban in Afghanistan (ik weet de titel niet meer). Maar als je dat ziet en daarbij stilstaat, dan kun je toch niet hier rustig leven terwijl die mensen onder dat juk gebukt gaan.
    Petje af voor onze jongens die zich daar voor inzetten.

    Ik vraag me wel af of er -zeker na enige tijd – voldoende gebeurt met de gewonden en de nabestaanden. Ik probeer aan een geval wat te doen, maar je krijgt er moeilijk grip op.

    In ieder geval ik ben blij met Uw artikel.
    Gegroet
    H.A.Th. Carp

  5. Bart Haers zegt:

    Het herdenken? Lopen we ons stilaan niet de voeten vanonder het lijf om geen enkele herdenking te missen. Maar als het om een vreugdevole aangelegenheid gaat, zoals Expo’58 in Brussel, zelfs dan zitten er haken en ogen aan.

    In het Westen van Vlaanderen en in Frankrijk liggen er nog vele sporen van een oorlog, die vandaag heel vaak herdacht, en eerlang 100 jaar geleden begonnen en vervolgens beëindigd zijn.

    Wat zal men ervan herdenken? De vele doden, maar zal men dan ook Dinant, Leuven, Dendermonde, Temse herdenken? Zal men zich ook de vraag stellen waarom een generaal die professioneel met zijn troepen omsprong zoals Plummer minder aanzien in de herdenking geniet dan zijn collega Haig, die met kanonnenvlees woekerde

    Wat opvalt en waar mevrouw Etty wel naar verwijst is het hybride van de herdenking. Als nu eens zou blijken dat het artikel over de houding van de Taliban juist zou zijn, dat Nederland en bij Uitbreiding Europa te weinig mensen veil heeft voor de “zege”, dan wordt het wel erg link. Hoe kan men dan succesvol opereren en bereiken wat voor ogen stond: een vreedzaam samenleven mogelijk maken, waar de rechten van de mens gelden en waar mensen zich kunnen ontplooien?

    Anderzijds kan men zich afvragen wat de Canadese soldaten uit Saschawan of Alberta wisten van deze oorlog. Ook Eisenhower en vooral Roosevelt hadden het lang moeilijk de juiste oorlogsdoelen aannemelijk te maken.

    Blijft de vraag of het geheugenverlies niet vanzelf toeslaat als we gaan herdenken om bepaalde negatieve evoluties tegen te gaan. Duidelijk is men burgers en jongeren aanspoort om naar de Kampen te gaan, naar Auswitch of Buchenwald, Dachau of naar Amsterdam, naar het Achterhuis. Wat zij daar behoren te leren is dat het nazisme slecht is en dat de kern van het Nazisme besloten lag in de Endlösung, de Holocaust als doel van de Nazi’s.

    Was het maar zo eenvoudig! Uiteraard getuigen de kampen, getuigen de miljoenen doden van de niets ontziende bezieling van de Nazi’s om het grote doel te bereiken: een duizendjarig rijk te vestigen en vooral de heerschappij van het Herrenvolk. Dat is met ieders welnemen het doel van alles geweest en de uitroeiing van de Joden waren een noodzakelijk offer.

    Dat is dan ook wat we met deze reactie te berde willen brengen: der herinnering op zich brengt weinig lering, hoogstens wat aangename tijdkorting – cfr. enacted history – maar pas bij het dieper graven in de beschikbare informatie, kan men zich een beeld vormen van een ander heden. Dan zal men zien dat elites plegen te doen wat ze doen en anderen ook hun deel van het verhaal realiseren, ten goede of ten kwade. De houding van Johannes Fest, die geen lid wilde zijn van de NSDAP. Toch wordt dat aspect van het leven in Duitsland toen zelden te berde gebracht. De film “Sophie Scholl, de laatste dagen” kreeg ook weinig aandacht.

    Met de herinnering aan de biografie over Henriette Roland Holst, besef ik dat mevrouw Elsbeth Etty inderdaad haar kunde heeft laten blijken een toenmalig heden te doorwroeten en een mens voor de lezer tot leven te roepen. Daarom denk ik dat haar opwerpingen over de herinnering, de herdenking en de discussies die nu al te verhit verwijten doen rondslingeren best aannemelijk zijn. Maar we zitten in de storm en dus zal het nog wel even duren voor we opnieuw helder en duidelijk objectieve visies kunnen presenteren, al moeten we beseffen dat dat een contradictio in terminis is. Want juist dit inzicht brengt ons ertoe die herdenkingen nader te bekijken

  6. Ellen ten Bruggencate zegt:

    Ik ben het helemaal met Zwagerman eens………maar hij vergat in zijn opsomming van namen die van Wilders te noemen. Wilders vergeleek de profeet immers met Hitler.
    Te pas en te onpas wordt de 2e WO erbij gehaald. Daarmee wordt het debat geblokkeerd. Het gaat niet meer over de kwestie. Nee, het gaat erover of de vergelijking opgaat en of dat gepast is. En dat laatste zie ik als een zwaktebod. Men kan een standpunt niet beargumenteren, dus grijpt men naar de oorlog. Daarmee gaat de discussie een verkeerde kant op.

  7. Harm zegt:

    Het probleem is juist dat velen (waaronder ondergetekende) vinden dat de premisse niet juist is, dat de Nederlandse militaire betrokkenheid bij de strijd in Afghanistan bijdraagt aan het bevorderen van de internationale rechtsorde.

    Elsbeth Etty gebruikt de term “in beginsel”, Juist daar begint de grote twijfel. Dat beginsel realiseer je niet door een verklaring, want verklaringen afleggen is mooi, maar makkelijk. Het was nooit echt geloofwaardig dat de oorlog in Afghanistan wordt gevoerd als bijdrage aan de internationale rechtsorde. En mochten sommigen dat geloofd hebben, dan nog zouden ze al lang van dat geloof genezen moeten zijn.

    Op het moment dat je constateert dat het beginsel niet waar gemaakt wordt of zelfs kan worden, dan is er nog maar een mogelijk optie: wegwezen.

    Het verhaal van Zwagerman is eigenlijk een heel ander hoofdstuk.

    1) Wilders en Verdonk voeren een beweging aan, een politiek instituut dat niet gebaseerd is op democratische deelname.
    2) Verdonk stelt dat ze geen partijprogramma heeft, omdat de burgers maar al te goed weten waar ze voor staat. Je kiest dus niet langer voor de inhoud, maar voor een leider.
    3) Het vijandschapsbeeld tegen een bepaalde bevolkingsgroep wordt tot een van de voornaamste gespreksthema’s gemaakt en
    4) er wordt ingespeeld op de afkeer van de gevestigde politiek, die het er overigens zelf naar gemaakt heeft.
    5) Benito Mussolini verklaarde ooit: ‘Het zou passender zijn om fascisme corporatisme te noemen, omdat het een fusie is tussen de macht van de staat en die van de grote ondernemingen”. Dat is inderdaad de onderliggende stroming van het sociaal-maatschappelijk gebeuren. Het is juist dat Wilders en Verdonk niet verantwoordelijk zijn voor deze ontwikkeling, maar ze zijn degenen die er van profiteren, die surfen op de golf.

    De mening van de massa ontevreden burgers moet worden gekanaliseerd en om dit proces mogelijk te maken wordt de pers gebruikt. Zij is verantwoordelijk voor het fabriceren van consensus. Alle woorden die gebruikt worden hebben al een associatie gekregen. Anarchisme = chaos, communisme = dictatuur, fascisme = Hitler. Het etiket dekt niet de achterliggende idee en in het geval van het fascisme zitten we met het probleem dat de link wordt gelegd naar Hitler en NIET naar een idee. En wie wil nou in alle ernst Verdonk vergelijken met Hitler?

    Er is alle reden om ons los maken van bepaalde beelden die in het verleden gevormd zijn, omdat je alleen op die manier weer in staat bent om de dingen bij hun naam te noemen. Doe je dat niet, dan verval je in “Newspeak”, aangezien er geen woorden meer beschikbaar zijn voor hetgeen je wilt zeggen.

    Laten we wel zijn, die schreeuwende jochies met hun kale koppies en te grote schoenen, die met hakenkruisjes lopen, dat zijn puberale relschoppertjes die je weliswaar moet aanpakken, maar die je ideologisch gezien niet voor vol kunt aanzien. Om die fascisten te noemen is teveel eer.

    Je mag geen kritiek leveren op Israel, want dan ben je anti-semiet. Je mag niemand meer fascist noemen, omdat je hem dan vergelijkt met Hitler. Feitelijk gaat het om een retorische truuk om aan gefundeerde kritiek te ontsnappen. En het is duidelijk dat extreem-rechts ons maar al te graag van die woorden wil beroven, omdat ze op die manier ontsnappen aan de definitie van hun daden en hun bedoelingen. Fascisten zullen alles doen om te zorgen dat ze niet als zodanig geindentificeerd worden. Newspeak is hun sterkste wapen.

    Maar als kip een vogel is van ca 50 cm hoogte, die niet kan vliegen, een kam heeft en gele poten, kakelt en veel eieren legt en je komt ooit zo’n vogel tegen, dan is er een goede kans dat het inderdaad om een kip gaat.

  8. Hans Citroen zegt:

    Mevrouw Etty.

    Ik lees uw stukken graag. U gaat geen zaken uit de weg die tot nadenken stemmen. Ook in het stuk “waarom herdenken” was dat het geval. Er is iets in dat stuk dat me dwars zit. U ziet een parallel van een monument voor omgekomen Canadezen met het sneuvelen van twee militairen in Uruzgan. In uw overpeinzing laat u iets essentieels buiten beschouwing. Het monument voor de Canadezen is door dankbare Nederlanders opgericht. Pas wanneer de bevolking van Afghanistan uit dankbaarheid voor de Nederlandse militaire heldhaftigheid een monument hebben opgericht kan die parallel worden getrokken.
    Of dat monument er zal komen is de vraag. Nu lijkt het alsof de dankbaarheid van de Afghanen voor het optreden van de Nederlandse soldaat een onomstotelijk gegeven is.

    Vriendelijk groet van
    Hans Citroen

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.