De lege catechismus van geweldloosheid
De post-oorlogse romantiek rondom burgerlijke ongehoorzaamheid verspreidde zich via de universiteiten in de westerse wereld. Zelfs Job Cohen is erdoor aangeraakt. Maarten van Poelgeest, wethouder van Amsterdam, wees, in tegenstelling tot Femke Halsema, de illegale en buitenparlementaire acties van de jaren tachtig niet categorisch af. Cohen verdedigde Van Poelgeest met het argument dat deze acties niet los moeten worden gezien van hun historische context, ofwel: beoordeel de acties van toen niet met de criteria van nu.
Goed, laten we dat doen: wat wás toen de historische context? Werden in Nederland geen vrije en open verkiezingen gehouden? Was er geen toegang tot de rechter? Werden de mensenrechten buiten toepassing verklaard? Zoals velen deed Cohen een beroep op Kees Schuyts proefschrift uit 1972.
De burgerlijke ongehoorzaamheid in een democratische rechtsorde is uiteraard problematischer dan die onder een tiranniek regime, waar de geldigheid van de aanspraken van verzet op waarheid en gerechtigheid nooit en te nimmer in twijfel kunnen worden getrokken. Maar de opvattingen ten aanzien van de concrete daden van verzetsplegers zijn veranderd. Dit is een grote omwenteling. Het vraagt om enorme verantwoordelijkheid van degenen die verzet willen plegen. Met een enkele verwijzing naar historisch verzet kunnen zij niet zomaar hun concrete daden legitimeren. Hoe zit het nu met de burgerlijke ongehoorzaamheid onder een democratisch regime?
In een democratische rechtsorde moet zelfs aan de geldigheid van de aanspraken op waarheid en rechtvaardigheid van de burgerlijk ongehoorzame activisten ernstig worden getwijfeld.
Neem bijvoorbeeld het debat over kernenergie. Het is nog steeds een open debat. Misschien is onder bepaalde voorwaarden kernenergie niet alleen goed, maar ook noodzakelijk. Dit is precies het probleem van de kinderen van de romantische orde van Kees Schuyt: in een open samenleving moeten ze met een beroep op de rede anderen overtuigen van de geldigheid van hun aanspraak op de waarheid. Wanneer ze daarin niet slagen, gaan ze acties voeren. Wat vaak vergeten wordt, is dat ook in de jaren tachtig een aantal rechten bestond: recht op vrije pers, recht op demonstraties, recht op verenigingen, et cetera. Waarom moest men dan de uiterste grenzen van de rechtsorde opzoeken?
De burgerlijk ongehoorzamen waren niet in staat de geldigheid van hun aanspraken aan te tonen en daarmee een meerderheid te overtuigen van de juistheid van hun opvattingen. Zodoende moest de meerderheid gedwongen worden om hun waarheidsclaim te aanvaarden. De uiterste consequentie hiervan is tirannie. In de eerste plaats gaat het niet om de methoden die de ongehoorzamen hanteren, maar om de geldigheid van hun waarheidsclaim. Omdat ze geen overtuigingskracht hebben, grijpen ze naar semi-religieuze terminologieën om in naam van de mensheid te handelen. Wat loste Schuyt met zijn (methodische) voorwaarden voor de burgerlijke gehoorzaamheid op? Eigenlijk niets.
Schuyt formuleert zijn voorwaarden in Trouw van 23 augustus als volgt: „De wetsovertreding komt voort uit het geweten, is weloverwogen, men heeft eerst andere wettelijke middelen gebruikt, de handeling geschiedt openlijk, er moet een symbolische samenhang bestaan tussen daad en de te overtreden wet, men werkt vrijwillig mee aan arrestatie en vervolging, men aanvaardt het risico van straf, de rechten van anderen worden zoveel mogelijk geëerbiedigd. En vooral: de actie is geweldloos.”
Al die serieuze actievoerders die teleurgesteld zijn in het redelijk vermogen van de medemens, handelen gewetensvol.
Ook Volkert van der G. en Mohammed B. waren gewetensvolle personen. Waarom zou hun geweten slechter zijn dan het geweten van Kees Schuyt? Ze hanteren alleen andere maatstaven voor waarheid en gerechtigheid als grondslag van hun geweten. Geweten, buiten een tiranniek regime, is een lege politieke formule. Een weloverwogen wetsovertreding legitimeert die wetsovertreding niet. Voor wie een rationele overtuiging van de medemens onmogelijk is, raken de legale middelen heel snel op.
Een andere lege, nietszeggende formule van Schuyt is: de symbolische samenhang tussen de overtreding en de wet. Niemand is er beter in geslaagd om met symbolen te werken dan de actievoerder die zich buiten de reële orde plaatst. Waarom zou iemand die oprecht, gewetensvol gelooft in naam van de mensheid of de dieren te handelen, en die oprecht en gewetensvol gelooft dat de overheid tegen hem ten onrechte geweld gebruikt, geweldloos handelen? Ik vrees dat Schuyt aan zijn actievoerende kinderen meer heeft uit te leggen dan zijn lege catechismus van geweldloosheid.
Illegale, buitenparlementaire handelingen zijn per definitie gewelddadig. Immers, wie willens en wetens, zonder individuele rechtvaardiging, de wetten schendt, past al enige mate van geweld toe om de wet te ontkrachten.
Schuyt eindigt met een merkwaardige zin waarmee hij de legitieme voorwaarden voor buitenparlementaire acties omschrijft: „Of als heilige boeken bij wet worden verboden.” Mogen van Schuyt ‘niet heilige’ boeken wel worden verboden?
Dan zijn we waar we moeten zijn: bij Kamerlid Geert Wilders. Als Wilders het lukt om de Koran te verbieden, dan is het volgens Schuyt afgelopen met de democratie. Wat een apocalyptische onzin. Doet het parlement dat, dan stappen we naar de rechter. De rechter zal uiteindelijk een beroep moeten doen op mensenrechtenverdragen.
En mochten de rechter en de mensenrechten ook niet meer functioneren, dan zijn we al lang in een vorm van anarchie terechtgekomen waar we niets hebben aan de nietszeggende criteria voor burgerlijke ongehoorzaamheid.
Wantrouwen in de democratie is datgene wat de theoreticus van burgerlijke ongehoorzaamheid met zijn actievoerders verbindt. Dit wantrouwen kan de oorzaak zijn van politiek geweld – van links of rechts.
Lees de reactie van Kees Schuyt: ‘Afshin Ellians absolute gehoorzaamheidsplicht‘



zaterdag 13 september 2008, 14:36 uur
Well done, Afshin! En het was ook hoog tijd dat iemand Schuyt’s in lettterlijke zin verderfelijke proefschrift over “Burgerlijke ongehoorzaamheid” en zijn herhaaldelijke terugverwijzingen naar de misvattingen van dit boek eens tot de grond toe afbrak. ‘Hoog tijd’, omdat de auteur, die zijn ondemocratische principes nimmer heeft verloochend en ze zelfs meerdere keren nog met een ‘linksig’ ethisch sausje heeft trachten te rechtvaardigen, als minister van staat volop in de gelegenheid is om ze hun kwalijke uitwerking te laten uitoefenen. Als vriend van Spinoza heb ik mij er steeds over verwonderd dat de heer Schuyt coquetteerde met Spinoza en zelfs een tiental jaren de voorzitter moest zijn van de Vereniging Het Spinozahuis. Zijn ‘filosofie’ is immers mijlenver verwijderd van het ‘staatsdenken’ van Spinoza, die overigens wel degelijk oog had voor de oorlog als horizon van de menselijke geschiedenis en in heldere taal beschreef hoe burgerlijke opstanden voortkomen uit collectieve verontwaardiging. Maar dat is iets totaal anders dan ongehoorzaamheid op voorhand onder ‘nietszeggende criteria’ (Ellian) te legitimeren of zelfs als heilzaam aan te prijzen. Vanwege het grote belang van de kwestie in de huidige politieke context acht ik het zinvol om hier een wat langer citaat uit Spinoza’s meesterwerk weer te geven, waarin in feite de minister van staat tot staatsvijand verklaard;
“Hieruit volgt dat de soevereine politieke macht (summam potestatem) door geen wet is gebonden, maar dat allen haar in alles moeten gehoorzamen. Dit hebben allen namelijk stilzwijgend of uitdrukkelijk moeten overeenkomen, toen zij al hun macht tot zelfverdediging, dat wil zeggen al hun recht, op haar overdroegen. Als zij immers een voorbehoud hadden willen maken, hadden zij er tegelijkertijd voor moeten waken om dat veilig te kunnen verdedigen. Aangezien ze dat echter niet hebben gedaan noch ook zonder gevaar voor opsplitsing en ondergang van het rijk hebben kunnen doen, hebben zij zich daaardoor onvoorwaardelijk (absolute) onderworpen aan het soevereine gezag. Omdat zij dit onvoorwaardelijk hebben gedaan en wel, zoals aangetoond, zowel genoodzaakt als op aanraden van de rede, volgt hieruit dat, als we tenminste geen vijanden willen zijn van de staat en niet willen handelen tegen de rede die ons voorhoudt om de staat met alle krachten te verdedigen, gehouden zijn om alle bevelen van de overheid uit te voeren, ook al beveelt zij de meest absurde dingen. Ook de rede immers gebiedt ons die absurde bevelen uit te voeren opdat wij van twee kwaden het ergste voorkomen (“Tractatus theologo-politicus”, hoofdstuk 16).
zaterdag 13 september 2008, 14:49 uur
Een lastig probleem. Onze democratie werkt verre van volmaakt. Af en toe komen onder druk van lobbygroepen, partijpolitieke machinaties of – steeds vaker – opgelegd vanuit Brussel, wetten tot stand die als zodanig negatief uitpakken voor de samenleving als geheel.
Af en toe komt de situatie voor dat een wet noopt tot gedrag dat tegen het persoonlijke geweten ingaat.
Ik denk dat het geoorloofd is om wetten te overtreden die niet op democratisch gecontroleerde wijze tot stand zijn gekomen, indien het alternatief leidt tot aantoonbare, objectieve schade die groter is dan de schade die ontstaat door het overtreden van de wet.
zaterdag 13 september 2008, 18:38 uur
Deze column van Ellian vind ik indrukwekkend scherp.
Eindelijk een kritisch denker in de nrc. We hebben ons al jarenlang geërgerd aan het zoodje cryptoanarchisten als Rosenmuller, Duivendak, Sèveke, c.s. dat ónze – overigens niet de beste – democratische rechtsorde ondermijnt. De grootste stompzinnigheid manifesteerde zich 3-jaarlijks bij Generaal Pardons want als je via de openbare orde met democratische verkiezingen gevolgd door Maatregelen van Bestuur niet je zin krijgt, spreek je over “burgerlijke ongehoorzamheid” om met een stoere blik te refereren aan de burgerlijke ongehoorzaamheid van onze ouders in de jaren 1940 tot 1945 en daarbij zónder enig risico medemensen ná 1945 te (laten) bedreigen. Onze ouders gingen er aan kapot want Dachau was geen vakantiekolonie. Daarom word ik altijd razend wanneer (linkse) lieden die zich trots als “burgerlijk ongehoorzaam” op een voetstuk afficheren, desondanks meedoen aan die lachwekkende 4-mei “herdenkingen”. Want volgens de nieuwe ‘ongehoorzamen” is er géén verschil met de jaren ’40 – ’45.
zondag 14 september 2008, 11:12 uur
Beste Afshin Ellian,
Het is zeker een interessante analyse, en ik kan er ver in meegaan.
Alleen waarom ben ik dan toch dankbaar voor diegenen die verhinderd hebben dat de Jordaan, de Nieuwmarktbuurt en vele oude panden in Amsterdam behouden zijn gebleven. We zouden nu een saaie stad hebben gehad!? (Hoewel ook bij deze mensen het nimby principe niet ver te zoeken zal zijn geweest.)
Zou het nog zo kunnen zijn dat er een gebied bestaat waarin het niet voldoende is dat er een rechtstaat/democratie is, maar dat deze democratie toch (tijdelijk) “op hol geslagen” kan zijn, waartegen het wel weer onderbouwbaar kan zijn om burgelijk ongehoorzaam te zijn? En waar zouden de grenzen dan liggen?
met vriendelijke groet,
Frank Nijhoff
zondag 14 september 2008, 23:03 uur
Het betoog van Elian is mij uit het hart gegrepen. Hij heeft met name groot gelijk wanneer hij ‘verzet’ uit de jaren ’80 van de romantiek ontdoet, met als argument dat er ook in de jaren ’80 in dit land sprake was van een rechtstaat en een behoorlijk werkende democratie; daarmee is de legitimiteit van ‘verzet’ grotendeels van geloofwaardigheid ontdaan.
Toch leeft ook nu nog het romantische beeld van ‘verzet’. We zien dat aan Greenpeace, waarvan de voorzitter vorige week bij NOVA minister Verburg mocht anavallen en een andere medewerker vandaag in Buitenhof aan tafel mocht met de voorzitter van de Energieraad en een Groningse hoogleraar, alsof zij op enige wijze een autoriteit is. Echter, waarom vragen journalisten nu eens niet naar de legitimiteit van het optreden van Greenpeace? Het is immers een stichting en daarmee niet gehouden de donateurs (leden zijn er niet) verantwoording te geven. Wie er verder bij Greenpeace aan wie verantwoording verschuldig is, blijft onduidelijk. Wel duidelijk is dat Greenpeace met de arrogantie van mensen die menen een mooier gelijk te hebben dan anderen, ook al zijn die democratisch gekozen, niet aarzelt tot schadelijke en vaak zelfs gevaarlijke akties over te gaan. Het wordt tijd dat ook Greenpeace van romantiek wordt ontdaan en het een en ander gaat uitleggen.
maandag 15 september 2008, 08:05 uur
Maarten van Poelgeest….ach die Groen Linkse politici. Het is nooit zwart-wit in de dagelijkse politiek maar ik zit wèl te wachten op mensen die hun verantwoordelijkheid áán kunnen en dúrven te zeggen dat een demografische, een politieke ontwikkeling of een regiem misdadig is – ook al zitten er minder slechte kanten aan. Toen 30 jaar geleden Nederlandse gezinnen in de wijk Oosterwei in Gouda door nieuwkomers werden weggepest, vond de linkse politiek dat normaal. Het resultaat zag u deze week.
Dat burgermeester Cohen inzake de groeiende terreur in Amsterdam eíndelijk man en paard dúrft te noemen is moedig want gevaarlijk. In de tijd toen burgerlijke ongehoorzaamheid bittere noodzaak was en je leven zou kosten, vond een buurman van mijn ouders dat Hitler toch maar werkgelegenheid had geschapen…. En zijn Duise vrouw onthulde ná de arrestaties: “we gaan allemaal naar Duitsland, wij gaan te gast en jullie worden vergast”. Andere keuzes maken was toen vol risico.
maandag 15 september 2008, 15:37 uur
Persoonlijk beschouw ik Kees Schuyt als een verknipte figuur. Een met democratische meerderheid aangenomen wet is iets waar iedereen zich aan te houden heeft. Wie zich daar tegen verzet begrijpt de essentie van democratie niet. In onze huidige Tweede Kamer zit echter op diverse terreinen te weinig expertise. Bovendien gedragen de leden zich – om met Kaland te spreken – als stemvee. Wettelijk hebben zij de plicht “zonder last en ruggespraak” hun standpunt in te nemen en te verkondigen, een regel die met voeten getreden wordt bij vrijwel elke stemming. Dat, veroorzaakt door dichtgetimmerde regeerakkoorden en fractiediscipline, maakt dat ten onzent de democratie onvoldoende functioneert. En dat leidt, in tegenstelling tot mijn hierboven weergegeven principe, weer tot buitenparlementaire acties. We moeten af van die regeerakkoorden en die vermaledijde fractiediscipline. Als fractievoorzitters er niet in slagen alle neuzen van hun partijgenoten in dezelfde richting te krijgen zonder uitoefening van dwang, zijn ze ongeschikt voor die baan.
Overigens vind ik dat veel buitenparlementaire acties niet veel anders zijn dan vandalisme, dat op zijn beurt de poort is naar terrorisme. Het basaltblokken storten door Greenpeace vind ik een misdadig voorbeeld van vandalisme en Greenpeace zou met onmiddellijke ingang geen subsidie van de overheid meer moeten krijgen.
Summa summarum: Buitenparlementaire acties dienen onnodig te zijn en daarmee verboden te worden, maar onvoldoende functioneren van ons parlement leidt er toe dat het wel af en toe nodig is.
dinsdag 16 september 2008, 10:13 uur
Geachte heer Elian,
ik ben u dankbaar voor deze publieke analyse van het begrip “burgerlijke ongehoorzaamheid”.
Wel is het zo ,dat het begrip demokratie als statisch verschijnsel (de meerderheid beslist) voor het menselijk/politiek gedrag geen duidelijkheid geeft.
Het is naar mijn inzicht nodig om demokratie in een bepaalde ethische kontext te plaatsen om tot een politiek werkbare situatie te komen. Daar komen dan de levensbeschouwelijke verschillen, die in de discussie over demokratie aan de orde moeten komen aan het licht.
Ik denk aan het verloop van zaken destijds in Algerije, toen de FIS de meerderheid verkreeg maar geen erkenning, en ook laatst nog in de Palestijnse Gebieden waar de HAMAS-meerderheid niet werd erkend.
Tegen de achtergrond van deze opmerking zou het waardevol zijn dat u een aanvullende column schrijft, waarin de door u gehanteerde ethische kontekst geschetst wordt.
Inspirerend hierbij is de visie van de theologe Karen Armstrong op de kern van de drie monotheïstische wereldgodsdiensten. In de IKON/TV-uitzending van 14 september j.l.benoemde zij die kern als “de gouden regel” waarin gezegd wordt: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet”.
Hiermee wordt demokratie omgeven door een atmosfeer van compassie of mededogen, zodat er minder wantrouwen zal ontstaan. Maar omdat dit een persoonlijke realisering vraagt zal het nog veel tijd vergen om het in het politieke waar te maken.
Ik hoop dat u nog een vervolgcolumn zult schrijven om hier aan bij te dragen.
woensdag 17 september 2008, 14:47 uur
Geachte heer Ellians: Hebben al uw fans alleen de eerste 60% van uw betoog gelezen? Na het citaat van de voorwaarden van Schuyt komt uw suggestie dat Volkert van der G. en Mohammed B zich op Schuyt hadden kunnen beroepen. Die suggestie vind ik dom of kwaadaardig.
Even verder stelt u dat illegaal handelen per definitie gewelddadig is. Immers, wie de wet schendt past geweld toe. Dom geredeneerd. Ho,zegt u, het is geen geweld als je een individuele rechtvaardiging hebt. Maar dat past toch precies bij een van de voorwaarden van Schuyt?
U vertrouwt dat de rechter een wet tegen bepaalde boeken onwettig zal verklaren. Als de rechter dat niet zou doen, is ons land zo anarchistisch dat burgerlijke ongehoozaamheid nutteloos is. Tegen die tijd wilt u opnieuw naar elders vluchten?
Tot mijn genoegen las ik net in de Volkskrant over een uitspraak van de Hoge Raad over te rechtvaardigen onwettig handelen in casu het kweken van cannabis. De laatste 40% van uw column vind ik ook in dit licht wat ondoordacht.
woensdag 17 september 2008, 18:58 uur
Ja,ik ben uw mening toegedaan
woensdag 17 september 2008, 21:30 uur
In Schuuyt’s column vandaag herken ik niet wat Ellian schreef. Ellians kritiek op de terroristische wijze waarop een minderheid in voorgaande jaren háár subjectieve mening aan de meerderheid wilde opleggen, deel ik. Zóveel terreur past niet in een democratische rechtsorde die ook in die jaren niet slechter funktioneerde. De getoonde minderheidsterreur in Amsterdam behoort een capabel bewindspersoon dan ook niet te accepteren.
Overigens zijn er m.i. wel situaties in de geschiedenis die een (massaal) gefundeerd protest toestaan zo niet vereisen. De niet-blanke minderheden in de VS hadden zeer beperkte tot géén rechten in de democratische rechtsstaat. En M.L.King c.s. reageerde daarop met gepast en niet-gewelddadig protest, hoewel hij – volgens Schuyt c.s. – dus goede gronden had om met terreur te reageren. Idem het verzet van Ghandi. Maar hiermee valt de Linkse of Rechtse terreur in Europa, in het bijzonder in Nederland ná de oorlog, niet te vergelijken.
En als het lezen van Mein Kampf, de Joodse bijbelhistorie (O.T. met gruwelverhalen) of de Koran de naïeve lezers op grote schaal ophitst tot daden van o.m. Van der Graaf en Bouyeri, zal dat moeten worden verboden. Ook al levert dat op zijn beurt weer protesten van de opgehitsten op, tenminste zolang wij hier nog een leefbare (democratische) samenleving wensen.
donderdag 18 september 2008, 07:17 uur
In de fameuze 60-er jaren noemden allerlei demonstranten zich “geweldloos” en de media rapporteerden die kwalificatie; het was nieuws. Ik herinner mij dat het omspitten van iemands voortuin “geweldloos” heette. Dat kon niet o.k. zijn.
Waarom had ik het destijds te druk om Schuyt’s proefschrift te lezen? Weet je wat: nu ik met pensioen ben, ga ik het alsnog doen. Een poging om het slordig gebruik van “geweldloos” in te dammen is altijd de moeite waard. Eigenlijk geldt hetzelfde voor pogingen om een vage term tot nul te reduceren. Ik schrik dus niet van Afshin Elian: voer voor gepensioenneerden mag toch wel?
donderdag 18 september 2008, 12:13 uur
Het artikel van Kees Schuyt tegen Ellian is meer dan stuitend. Zijn refrentie naar de Neurenberger Rassenwetten is een vorm van bewuste misinformatie omdat Ellian in dat geval al spreekt van “een vorm van anarchie waar we niets hebben aan de nietszeggende criteria voor burgerlijke ongehoorzaamheid”. Over botheid gesproken: Wie hier is hier de botterik? Treurig voor Nederland dat zo iemand als Schuyt in de Raad van State zit.
donderdag 18 september 2008, 18:08 uur
De meeste Nederlanders die kennis van de Islam ( praktijken/culturen) hebben genomen vinden die samenlevingen-op-basis-van-de Shari’a afgrijselijk, maar niet in àlle opzichten. Ze nemen kennis daarvan en accepteren dat als een achterhaalde middeleeuwse religie/cultuur die bij DIE mensen hoort. Vijfhonderd jaar geleden behoorde het tot ónze religie/cultuur dat de R.K.kerkleiders andersdenkende schaapjes ritueel liet afslachten via pijnbank, brandstapel en schavot. Op basis van het verzet van Europeanen-met-denkvermogen,Reformatoren èn humanisten) èn van moed ontstonden (simpel verwoord) protesten die leiden tot nieuwe religies en kerken. Er werd kritische theologie bedreven want “àlle spreken over Boven is van beneden”.
Stel dat er nù grote groepen nieuwkomers hier een Kalifaat willen en daarbij die beruchte Shari’a willen invoeren, terwijl de meerderheid van de bevolking nog Nederlands denkt. Dan is die invoering van de Shari’a volgens Schuyt dus legitiem INDIEN de eisers dat volgens hún (hoogstaande) ethische normen kunnen verdedigen.
Hiervan krijgt een normaal mens toch nachtmerries….
donderdag 18 september 2008, 23:22 uur
Ellian: democratische idealist
De grootste fout in het denken van Ellian over burgerlijke ongehoorzaamheid is zijn vooronderstelling van de onfeilbaarheid van de democratie. Hij schetst totalitaire regimes en stelt dat burgerlijke ongehoorzaamheid slechts daar een reden van bestaan heeft. Maar Nederland in de jaren ’80, vraagt hij zich af? Daar waren toch eerlijke of open verkiezingen? Toen werden de mensenrechter toch niet geschonden? Er was toch tot toegang tot de rechter? Dat is allemaal waar. Nederland was op vele andere gebieden een ‘best land’. En toch kan het nodig zijn je stem te verheffen, zoals de columnist zijn stem verheft.
Ellian is naïef als hij meent dat democratisch tot stand gekomen beslissingen daardoor de juiste zouden zijn, per se de juiste zouden zijn. Laat hij deze vraag eens beantwoorden: hoewel de politionele acties in voormalig Nederlandsch-Indië parlementair werden gesteund, was het daardoor toch niet een juiste beslissing? Ik ga voorbij aan de vraag of het slagen van deze oprisping van laat-koloniaal imperialisme voor het betreffende gebied zo desastreus zou zijn geweest, nu Indonesië bijna een halve eeuw lang economisch en qua mensenrechten geen voortreffelijk land is gebleken. Desondanks was de Nederlandse beslissing het een historische vergissing, omdat het verzet van de Indonesiërs niet anders was dan het verzet van de Nederlanders tegen de Spanjaarden en meer recent tegen de Duitsers. Iemand als Poncke Princen die dat destijds inzag, liep naar de republikeinen over en was daardoor een landverrader, terwijl decennia later de (eertijds) minister van buitenlandse zaken Van Mierloo Princen (ernstig ziek) een visum weigerde, omdat het Oud Strijders Legioen (OSL) had aangezegd Princen te grazen te zullen nemen en Van Mierloo de veiligheid van Princen niet kon waarborgen. De minister werd in het parlement niet teruggefloten en dus was het een democratische beslissing. Voor Ellian: een juiste beslissing. Burgerlijke ongehoorzaamheid bleef uit maar zou zeer terecht zijn geweest. Van Mierloo had het OSL de wacht moeten aanzeggen, en Princen een visum en bescherming geven.
Ellian mag ook niet het verzet tegen kernenergie bagatelliseren. Harrisburg en Tsjernobil bewezen het feitelijk gelijk van de actievoerders. Ook nu, een kwart eeuw later, zijn nog steeds de toen reeds overduidelijke problemen niet opgelost: vele (gelukkig vooral kleine) ongelukken en opslag van afval. Ik ga niet beweren dat de honderd duizenden die betoogden, de doorslag hebben gegeven maar wel dat de dreigende parlementaire beslissing, door het toeval van het ongeval van Tsjernobil, gelukkig werd afgewend. Tsjernobil leek het bewijs van de ‘waarheid’ van de actievoerders te zijn, hoewel, ik geef het toe, de centrale van Tsjernobil een achterhaald, onveilig Russisch ontwerp was. Harrisburg niet.
Ellian stelt een ideaalbeeld van democratie tegenover de praktijk van actievoeren. Dat is een valse vergelijking. Ideaalbeelden kan je niet met de praktijk vergelijken. Neem de oorlog in Irak. De PvdA was tot de deelname in het kabinet Balkenende IV een voorstander van een gedegen parlementair onderzoek hoe Nederland erin geluisd was. Die regeringsdeelname was helaas echter afhankelijk van het laten vallen van die eis. De PvdA ging door de knieën, op het pluche. Er kwam dus geen onderzoek. Was het besluit om die betrokkenheid niet te onderzoeken een juiste parlementaire beslissing of was dat een beslissing zijn waartegen buitenparlementaire oppositie en zelfs burgerlijke ongehoorzaamheid geboden was? Powell heeft ruiterlijk toegegeven dat hij in de Veiligheidsraad over de gepretendeerde aanwezigheid van massavernietigingswapens heeft gelogen. Dat maakt het onderzoek naar de Nederlandse betrokkenheid beslist relevant. En wat nu als een paar beroepsmilitairen, ondanks hun dienstopdracht naar Irak te gaan, openlijk zouden weigeren, op het Malieveld, totdat een legitieme grondslag voor deze inzet zou blijken? Het zou in elk geval burgerlijk ongehoorzaam zijn.
Ik geef nog één voorbeeld: de AWAC’s die zo graag uit Duitsland over Nederland opstijgen. De kap van de bomen was een democratische beslissing. Actievoerders, burgerlijk ongehoorzaam, probeerden dat te voorkomen. Zij werden verwijderd en het bos werd gekapt. En later, veel later, oordeelde de Raad van State dat de kap onrechtmatig was. Helaas waren de bomen al grotendeels gerooid. Is dan het ideealbeeld van Ellian niet behoorlijk utopisch?
Alleen door het ideaalbeeld van de democratie te benadrukken: de onfeilbaarheid van de democratie, kan Ellian doen alsof geweldloosheid een lege catechismus zou zijn. De democratische besluitvorming kan echter falen terwijl de rechterlijke toetsing te laat kan komen. Asielzoekers, uitgezet en vervolgens spoorloos verdwenen, kunnen daarvan niet getuigen maar onderstrepen mijn stelling. Ellian, kijk ook eens naar de praktijk en niet alleen naar de ideaalbeelden die jij je zo goed hebt eigengemaakt.
Dr mr N.F. van Manen
Bloemendaal
vrijdag 19 september 2008, 21:59 uur
Geachte heer Elian,
In mijn reactie (nr. 8 op deze site) is helaas een nogal storende drukfout geslopen. Ik schreef over demokratie als “een statisch verschijnsel”, dit moest zijn “statistisch verschijnsel”;of eigenlijk nog preciezer een “rekenkundig verschijnsel”. Want meerderheid of minderheid vaststellen is slechts een kwestie van rekenen.
Zo gesteld is het voor iedereen duidelijk dat de kwalificatie “Demokratisch” op zich niet toereikend is om een toestand of besluit te rechtvaardigen.
Daar hoort vanzelfsprekend een ethische kontekst bij, die ik hier kortheidshalve zal aanduiden met “respekt voor de mensenrechten”.
Omdat het “moreel esperanto”nog niet voldoende is ontwikkeld om de “UNIVERSELE rechten van de mens”te formuleren, laat ik het in dit kader hierbij.
P.W.J.M. Thissen.
vrijdag 19 september 2008, 22:14 uur
Geachte heer Elian,
Inmiddels ben ik erachter gekomen dat in mijn reaktie (nr.8 deze site) een ernstige drukfout is geslopen. Ik sprak n.l. van demokratie als een “statisch verschijnsel”; dit moest zijn een “statistisch verschijnsel”, maar nog preciezer is een “rekenkundig verschijnsel”.
Want meerderheid of minderheid vaststellen is slechts een kwestie van tellen.
Zogesteld is het duidelijk dat de kwalifikatie “demokratisch” op zich niet voldoende is om een toestand of maatregel te rechtvaardigen. Hier hoort een ethische kontekst bij, die ik kortheidshalve aanduid met “Respekt voor de mensenrechten”.
Omdat het “Moreel Esperanto” nog in ontwikkeling is laat ik het in dit verband hierbij en ik hoop,dat ik op deze manier mijn punt heb duidelijk gemaakt.
P.W.J.M. Thissen.
dinsdag 23 september 2008, 19:06 uur
Ik ben het oneens met de stelling dat “illegale, buitenparlementaire handelingen per definitie gewelddadig” zijn. Neem bijvoorbeeld het openlijk en bewust niet betalen van het deel van de belasting dat door de overheid gebruikt wordt voor het bombarderen van (op dit moment) Afghaanse burgers. In de jaren tachtig was er de Beweging Weigering Defensiebelasting (BWD) die zulke belastingweigeraars bij stond. De weigeraars hielden het geld overigens niet zelf maar maar stortten het in een vredesfonds waar de overheid dan bijvoorbeeld de oorlogsslachtoffers in andere landen mee kon steunen. Desondanks werden deze mensen aangepakt voor ‘belastingontduiking’.
Het mag dan zo zijn dat mensen in Nederland hun overheid mogen kiezen – maar ze worden wel gedwongen mee te betalen aan het vermoorden van onschuldige burgers in het buitenland. Of het in opsluiten van mensen die niets hebben misdaan (in kamp zeist).
Ik zou nog een serie voorbeelden kunnen noemen. We leven dan wel in een parlementaire democratie maar dat sluit niet uit dat de aldus verkozen regering zich onder andere bezig houdt met het schenden van mensenrechten. Er bestaan weliswaar legale wegen om daar tegen je stem te laten horen maar geen legale wegen om je (bijvoorbeeld belastingtechnisch) te onttrekken aan het ondersteunen van dergelijk onrecht.
Wie hierdoor in gewetensnood komt kan tot de conclusie komen dat de wet overtreden moet worden. Volgens Ellian is dit een vorm van geweld. Volgens mij bestaan er ook of misschien wel juist in deze tijd omstandigheden waarin burgers die zich keurig aan de wet houden, mensenrechtenschendingen (geweld) onder wettelijke dwang mede mogelijk maken.
woensdag 24 september 2008, 08:37 uur
By the way: de heer Van Manen haalt Poncke Princen (bedreigd door Nederlandse ex-dienstplichtige militairen) aan, als voorbeeld van fout beleid in een democratische rechtstaat.
Dit voorbeeld in Van Manen’s betoog is fout. De keuze van P.Princen was terecht – hij moest vanwege gewetensbezwaren niet blijven vechten en overlopen was acceptabel, althans verdedigbaar. Maar om daarna op je eigen mensen te gaan schieten, althans op Nederlandse dienstplichtigen die géén kans zagen om onder de Dienstplicht uit te komen, dàt is pas misdadig en laf. Princen was niet welkom omdat hij mede-dienstplichtigen heeft vermoord.
De onmogelijkheid voor dienstplichtigen tot dienstweigering is ook de reden dat ik de voorstellen van burocraten als Cohen c.s. om opnieuw die militaire dienstplicht in te voeren – voor oorlogvoering tegen wilde stammen en bloeddorstige Islamieten – puur misdadig vind.
woensdag 24 september 2008, 11:53 uur
Afshan Ellian en de respondenten die hem steunen houden denk ik onvoldoende rekening met de onvolkomenheden van de mens en dus van menselijke systemen.
Ook in een democratie kan de overheid, kunnen overheidsdienaren kwaad bedrijven. Ook in een democratie is het mogelijk dat kwaad te verbergen en kan men zich zo onttrekken aan de correctiemechanismen van de democratische rechtsorde.
Buitenparlementaire actie en soms het overtreden van de wet kan dan ook niet categorisch worden verworpen.
Ik ben het er mee eens dat men bij overtreding van de wet een gevaarlijk gebied betreedt. Illegale acties moeten een ultimum remedium zijn.
vrijdag 26 september 2008, 15:31 uur
Afshin zegt:
Illegale, buitenparlementaire handelingen zijn per definitie gewelddadig. Immers, wie willens en wetens, zonder individuele rechtvaardiging, de wetten schendt, past al enige mate van geweld toe om de wet te ontkrachten.
Wie is het hiermee eens?
Een voltrekt ongefundeerde redenering die ook nog eens niet op schuyt slaat (er staat “zonder individuele rechtvaardiging”) Hij gebruikt dit om schuyt op een lijn te krijgen met moordenaars, terwijl schuyt duidelijk geweld wil uitsluiten.
maandag 29 september 2008, 15:28 uur
Fijn zo’n tiranieke uitleg. De redenaties van Ellian zijn wonderbaarlijk ondeugdelijk. Om wetsschennis per definitie als geweld te bestempelen is uiteraard hillarisch. Ik vermoed dat Ellian dit zelf ook wel weet, dus waarom dit onzinnige standpunt nog door sommigen wordt geadoreerd is mij geheel een raadsel.