Theologie van terreurmacht
Het stalinorgel speelt de achtergrondmuziek van een langgekoesterde oorlog. De plaats van het front was al geruime tijd zorgvuldig uitgekozen. De kinderen die voor deze oorlog ter wereld waren gebracht, mogen nu hun lijkwade aantrekken.
Het zou als een ramp worden ervaren, als deze oorlog van korte duur zou zijn. Dan moet naar een goddelijke reden worden gezocht. In dit geval zouden eventueel de theologische waarzeggers tot de conclusie komen dat Allah het te druk heeft met de moordpartijen in Irak en Afghanistan.
De engelen des doods hebben ook hun eigen prioriteiten. Wat een theologische pech! Om de politieke theologie te laten zegevieren moeten immers meer doden vallen aan de zijde van het leger van Allah. Maar in Zijn voorzienigheid liet Allah al een paar eeuwen geleden, de soerat al-maida bij de afscheidsbedevaart neerdalen. Daarin schrijft Allah als secretaris-generaal van zijn eigen partij : „Wie zich aansluit bij Allah, Zijn gezant en hen die geloven – Allah’s partij (Hezbollah) – zij zijn de overwinnaars!” (de koran 6:56). Maar op welke wijze zijn ze de overwinnaars?
In soerat al-bakara zegt Allah tegen de leden van Zijn partij: „En zegt niet van hen die op Allah’s weg (fi sabil allah) gedood worden dat zij dood zijn; zij zijn juist levend, maar jullie beseffen het niet” (koran 2:155).
Met shahid, de martelaar, loopt het goed af. De martelaar is de overwinnaar in beide werelden: als hij de mensen van onze wereld doodt, is hij de overwinnaar; en als hij door de mensen van onze wereld wordt gedood, komt hij in de andere wereld (paradijs).
Hoe ziet het nou met de overlevenden, die de pech hadden niet te zijn gedood of niet hebben kunnen doden? Zijn zij ook te beschouwen als overwinnaars? Het antwoord van de Alwetende is: „Wij zullen jullie op de proef stellen met iets van vrees, honger en tekort aan bezittingen, levens en vruchten, maar verkondig het goede nieuws aan hen die geduldig volharden, die, als het onheil hun treft zeggen: ‘Wij behoren aan Allah toe en tot Hem zullen wij terugkeren’ (de koran 2:156, 157).”
Een perfecte compositie. Alles komt goed zolang men zich op Allah’s weg (fi sabil allah) bevindt en zich onderwerpt aan Allah’s wil: doden, gedood worden, lijden en laten lijden. Hier ziet u de theologische aspecten van de oorlogvoering van Hezbollah, maar ook die van de Hofstadgroep in Nederland.
Met deze theologische redenering kunnen de westerse commentatoren niks. De theologische oorlogen horen immers niet langer in de reële wereld thuis, ze zijn alleen in musea te bezichtigen. Terecht snapt collega Hofland niks van de grondslagen van dit conflict.
Al in de jaren zeventig van de vorige eeuw verbleven enkele invloedrijke religieuze Iraniërs in het zuiden van Libanon. Deze mannen hadden nauwe contacten met imam Khomeiny, de oprichter van het islamitische Iran. Een van deze mannen was dr. Mustafa Chamran (1932-1981). Hij was betrokken bij de oprichting van de Zuid-Libanese shi’itische organisatie Amal onder leiding van imam Musa as Sadr van Iraanse afkomst en een familielid van Chamran. Plotseling verdween Sadr na een bezoek aan Libië in 1976. Chamran organiseerde in die tijd trainingskampen voor de jihadisten uit verschillende landen. Chamran en zijn vrienden raakten later, na het verdwijnen van Sadr, teleurgesteld in de Amal-organisatie.
Tijdens de Iraanse revolutie keerde Chamran naar huis. Hij werd de contactpersoon van Khomeiny met een aantal militairen. Kort na de Iraanse revolutie richtte Chamran met zijn geestverwanten de beruchte Revolutionaire Garde (de Pasdaran) op. Naar analogie van de radicale aanhangers van Khomeiny, die zich Hezbollah noemden, vormden de fundamentalisten onder de regie van Pasdaran de Zuid-Libanese, Afghaanse, Turkse, en ook Iraakse Hezbollah die later opging in verschillende groeperingen die nu in Irak aan de macht zijn.
De Zuid-Libanese Hezbollah (1982) was de allerbelangrijkste groepering voor Iran, die sterk was beïnvloed door Chamran en zijn vrienden. Waarom was Zuid-Libanon zo belangrijk voor Khomeiny? Omdat men daar in staat was om „rechtstreeks uitvoering te geven aan het bevel van Khomeiny om het kankergezwel (Israël) aan het lijf van de islam te verwijderen”. De Libanese Hezbollah koos voor een Iraans organisatiemodel: een geestelijk leider en de militarisering van alle gelovigen. Voor de gewapende, meer specialistische vleugel van Hezbollah ontwierp men symbolen en strijdmethoden die veel overeenkomsten vertonen met die van de Iraanse Pasdaran.
Iran financiert en bewapent Hezbollah. Daarom hangen overal de foto’s van Khomeiny en Khamenei. Hassan Nasrallah, de leider van Hezbollah is regelmatig te zien in Teheran. Een paar weken geleden was een generaal van de Pasdaran in Damascus en in Zuid-Libanon.
Hezbollah helpt Iran ook met het uitschakelen van de Iraanse oppositie. Er zijn enkele Libanezen in Parijs en Berlijn gearresteerd, die betrokken waren bij het beramen dan wel uitvoeren van aanslagen op de Iraanse oppositiefiguren zoals de Iraanse Koerdische leiders in Duitsland.
De terreurmacht van Hezbollah wil zich, ondanks de uitdrukkelijke wens van de Veiligheidsraad van de VN, niet laten ontwapenen. Dit is ook begrijpelijk: ze staan niet voor de Libanese belangen, ze staan in de eerste plaats voor de belangen van de politieke islam. En dat laatste overstijgt de Libanese belangen: de verwijdering van de staat Israël.
De politieke islam ziet elke vorm van vredesverdrag of wapenstilstand als een ruimte waarin de jihadisten zich kunnen herbewapenen en reorganiseren. Want de doelen van de politieke islam, te weten de heerschappij van Allah en Zijn wetten op de aarde, zijn niet te realiseren met een verdrag. Zo ging ook de profeet Mohammed om met verdragen: hij sloot verdragen en hij schond ze, allebei met een beroep op de wil van Allah.

AEX: 338,65 


