Paradijs te koop
Soms lijkt het wel of heel Bulgarije te koop is. Vooral Britse en Ierse onroerendgoedbureaus doen uitstekende zaken, en als je
de prijzen ziet – boerderijtjes vanaf 9.000 euro, landhuizen vanaf 30.000 euro – dan begrijp je
waarom. Het ligt niet naast de deur, maar het weer is bijna altijd goed en alom vind je er paradijselijke, ongerepte oorden. Bovendien, zo adverteren de makelaars, is het fiscale klimaat hier buitengewoon gunstig.
Blijf wel uit de buurt van de skigebieden! Daar ligt soms erg weinig sneeuw en de architectuur spreekt weinig tot de verbeelding. Bovendien is de plaatselijke economie weinig gebaat bij massatoerisme, zoals dat de door de georganiseerde misdaad gedomineerde Zwarte-Zeekust ook heeft geruïneerd.
Midden in het noorden van het land ligt Veliko Tarnovo, van 1185 tot 1396 onder de naam Tarnovgrad hoofdstad van het door de bojaren gestichte Bulgaarse Keizerrijk. Van hun citadel, het zogeheten Tsarevets, staat weinig meer overeind, en
wat er staat is onlangs herbouwd. Op zondagmiddag, de laatste van twee grijze dagen in een
zondoorstoofd voorjaar, loopt er een handjevol dagjesmensen rond.
Voor de Bulgaren van nu is Veliko Tarnovo, waar ook in 1879 de grondwet van het herstelde land werd ondertekend, een symbool van een glorieus verleden. In de straatjes van het toeristenstadje vind je galeries met veelal monsterlijke ‘kunst’, maar de verbeeldingen van hoe Tarnovgrad er moet hebben
uitgezien, als een soort van hemelse burcht, zijn ontwapenend door hun vermogen te dromen in een nationalistische toonsoort.
Aardiger dan Veliko Tarnovo (maar dat kan komen doordat de volgende dag de zon weer scheen) vonden wij Arbanassi, drie kilometer verderop. Dit voormalige kloosterdorp is vrijwel geheel verkocht aan kapitaalkrachtige huizenbezitters. Uitverkoop van nationaal bezit dus, zou je kunnen zeggen, maar de werkelijkheid is ook historisch gezien gecompliceerder. Niet alleen behoeden de investeringen van buiten het wonderlijk mooie dorpje voor verval, het is ook een herhaling van de oorsprong van Arbanassi’s groei en bloei in het verleden.
Begin zestiende eeuw, dus nadat de Turken Bulgarije hadden veroverd,
werd Arbanassi gesticht door vreemdelingen: Albanezen, Grieken of, daar heb je ze weer, Vlachs (zie voor een uitgebreid verhaal over de Vlachs onze eerdere post uit het Noord-Griekse Metsovo). Het dorpje werd door sultan Suleyman I in 1538 geschonken aan zijn schoonzoon, die ervoor zorgde dat de inwoners van Arbanassi geen belasting hoefden te betalen. Dat trok nog meer welvarende kooplieden aan, zodat het dorp een centrum werd van handel en cultuur. Men mocht van de Turken het orthodox-christelijke geloof belijden, mits niet te opzichtig.
In Arbanassi zijn enkele sublieme kerken te bezichtigen, die er van buiten niet als kerk uitzien. De Aartsengelenkerk van de H. Michael en Gabriël lijkt meer op een boerderijtje, omringd door bloesem en goudenregen. Een mevrouw met een rode pet komt toegelopen en opent de kerkdeur met een grote sleutel. Van onder tot boven is de hele kerk bedekt
met fresco’s uit de 17de en 18de eeuw. Je mag ze niet fotograferen, behalve als je de mevrouw anderhalve euro toestopt, die ze snel als fotobelasting in haar zak steekt.
In de kerk van de Heilige Geboorte herhaalt zich een dergelijk tafereel, maar dit keer biedt een andere mevrouw zich als gids aan. Ze wijst ons onder meer op een wonderlijk fresco, dat niet alleen de vier seizoenen uitbeeldt, maar ook de twaalf tekens van de dierenriem. In Arbanassi werd niet alleen God aanbeden, maar ook in de kerk bij meer praktische en wereldse benaderingen van het universum stilgestaan.
Overal in het dorp wordt nu gebouwd en hersteld. Een aantal straten is nog onverhard, zodat de plattelandsidylle onaangetast is gebleven. Vooral in dit schitterende vroege lenteweer zie je gemakkelijk heen over die paar nieuwbouwvilla’s die de slechte smaak van sommige nieuwe rijken weerspiegelen. Je
denkt vooral aan de continuïteit van de zegenrijke invloed van kooplieden van nu en weleer op de Vechtstreek, Wassenaar, Metsovo of Arbanassi. Je zou bijna vergeten dat die welvaart hier een jaar of veertig totaal verwaarloosd en gestagneerd moet zijn geweest. Er is bijna niets meer van terug te vinden, op de belachelijk lage prijzen na. En in het hele dorp is geen openbare internetvoorziening te vinden, zodat we gedwongen waren deze post via een zeer langzame verbinding te verzenden, met dus kleine foto’s.
Janine hecht eraan ook een foto op te nemen van een buitenwijk van Veliko Tarnovo, van het weinig paradijselijke soort waar de meeste Bulgaren in wonen: ,,Als je last hebt van schuldgevoel, en niet tegen een diepe kloof tussen arm en rijk kunt, dan moet je hier vooral geen huis kopen. Het is logisch dat de Britten hier veel opereren, want die hebben daar inderdaad geen last van.”



woensdag 14 maart 2007, 23:34 uur
Grappig, ik heb de laatste twee jaar kennis gemaakt met Bulgarije, dwz 2x in de krokusvakantie met kinderen naar Bansko. Mij trof dezelfde sfeer als uit jullie reisverslag blijkt. Het land doet me erg aan Turkije denken. Verder maakt transitie naar een vrije markt maakt het land op een naieve manier hoopvol en idyllisch. De mensen hebben het gevoel dat er na een paar jaar stilstand of misschien zelfs wel terugval vooruitgang mogelijk is, iets van zo dat was dat, maar nu zullen we het misschiens wel redden. Maar de houding in winkeltjes in de dorpen is nog steeds van, wat jammer dat we niet hebben wat u zoekt, maar ze komen nog niet op het idee door te vragen en je op een of andere manier te helpen en ter wille te zijn. Het is geen onwil, maar een restant van elk initiatief dodend communisme. Een vreemde mengeling van de geest van de bazar met gebrek aan koopmanschap. mvg
maandag 19 maart 2007, 11:59 uur
Ik ben 2 x in Bulgarije geweest voor m’n werk. Ik was in Sofia, Plovdiv en Varna. Het is waar, de contrasten zijn enorm. Ook de Zwarte zee kust is totaal verpest, althans die indruk maakte het ook op mij. Ik had ook ontdekt dat de Ieren en Engelsen er investeren en ik verbaasde me erover. Grote complexen aan zee zijn er gebouwd, maar zodra je eruit stapt sta je oog in oog met haveloze flats. Ik kan me ook niet voorstellen dat je je daarover heen kan zetten, zo in je vakantie. Er heerst nog een armoede die echt niet pittoresk is, zoals een aantal jaren terug nog wel in Ierland.
Wat wel heel erg bijzonder is in Bulgarije, dat zijn de middelbare scholen. Die zijn van een verbluffend hoog niveau. In de zgn. taalscholen leren ze zelfs in een moderne vreemde taal alle vakken. De scholen zijn basic ingericht, maar de hersens werken volop. Er zijn soms fotogalerijen van laureaten van internationale wiskunde concoursen. Ik ga in mei waarschijnlijk weer, ik zou dan graag een beetje van het door Hans Beerekamp, zo mooi beschreven binnenland willen zien. Plovdiv is al een eindje op weg, maar het is wel een heel grote stad nog steeds. De Romeinse theaters komen letterlijk uit de grond rijzen op allerlei plekken. Er is zelfs een ondergronds Romeins badhuis, met hele mooie fresco’s tot concertzaal gerestaureerd. Er bovenop een spiksplinter nieuw winkelcentrum. Echt de moeite waard om te bezoeken, liefst met een mooi klassiek concert.
Met vriendelijke groet, Jeannette van Geuns
woensdag 6 juni 2007, 13:30 uur
Als ik dat allemaal lees merk ik weer: Nederlanders zijn wel héél erg blij met zichzelf. Vormen van critische zelfbeschouwing gaan in die blijmoedigheid al snel ten onder en herinneringen aan een nabij verleden zijn totaal gekleurd door de ontwikkelingen erna. Daarbij merken ze niet meer bij zichzelf of andere Nederlanders hoe neerbuigend ze zijn ten opzichte van alles dat niet is als thuis; ze hebben er ook in twee weken vakantie, met een verblijf van twee dagen per plek en geen of weinig kennis van de plaatselijke taal, een grootse kijk op.
Ik ben al jaren beroepsmatig (componist van hedendaagse muziek, beeldenkunstenaar en tentoonstellingscurator van het Fries Grafisch Museum) en vriendschappelijk in contact met (o.a.) bovengenoemde Bulgaren, Engelsen en Ieren. Ik ben zelf half Nederlander en half Brit, zo heb ik wel enige ervaring met, idee over en inzicht in (bijvoorbeeld) die (door Jeannette van Geuns gemelde) ‘ tot voor kort nog wel pittoreske Ierse armoede’; ik ben bang dat je er wel erg snel langs gefietst moet zijn wil je er zoiets van hebben kunnen vinden; of de armoede die ik om me heen heb gezien (in de wijken die later de toekomst van de EU mochten smaken) was al weg toen het staartje voor haar zichtbaar werd. De stedelijke wijken en plattelands gemeenschappen waar het toch nog niet zo gelukt is mogen geloof ik toch nooit zo meebepalen wanneer het om ‘s-Lands Welvaren gaat.
De ervaringen tijdens de krokusvakanties van I. Sewandono in Bansko (één van de rijkste toeristenoorden van Bulgarije die door de, veelal spaarzame, gewone Bulgaren vermeden worden omdat ze erg veel economische goed doordachte dingen kunnen doen met de dubbele tarieven die ze daar voor alles kwijt zijn) doen me hem aanraden toch vooral niet veel door het land te gaan reizen en zeker niet naar de dorpen tegen de Servische grens – bij afwezigheid van winkels zal hij daar trouwens weinig teleurstellende ervaringen hebben. Overigens doet me zijn verhaal erg denken aan de houding van de ‘winkelvrouw’ in het dorp in Friesland waar ik nu toch al weer ruim dertig jaar mijn basis heb; ook zij probeerde nooit ‘door te vragen en me op een andere manier terwille te zijn’ Dat was niet doordat ze door enig communisme was murw gemaakt, maar toch vooral omdat ze eerst verkopen moest wat ze met moeizaam verkregen geld ingekocht had. Dat wil zeggen dat er haar veel aan gelegen lag zich van de domme te houden en mij te bewegen me in mijn onzekerheid daarover te laten overhalen maar gewoon te nemen wat ze wel had. Door die soort (mogelijk wat eenvoudige) economie waren de prijzen toen ook niet hoger dan noodzakelijk; het verlies dat door onverkochte voorraad veroorzaakt wordt moet de klant natuurlijk wel betalen anders gaat de winkel gewoon weg doordat ‘ie dat verlies niet kan financieren. Wie daar wat verder over nadenkt snapt misschien weer wat makkelijker dat er meer facetten zijn aan lagere prijzen in sommige landen.
Al met al heb ik heel positieve ervaringen in wat zo fijn ‘de nieuwe landen’ heet. Hoewel het niet zo eenvoudig is kan ik iedereen aanraden om, in tenminste een week, via Roemenië naar Bulgarije te rijden. Door die manier van reizen ervaar je wat makkelijker de langzame overgang van het ene naar het andere land. Het is verstandig om tijdens reizen toch vooral ‘thuis’ te laten waar het is en het niet steeds te willen terug hebben.
Grappig genoeg treft mij Bulgarije steeds als een soort Nederland; vol met hardwerkende, kritische en spaarzame Bulgaren. En ja, ook net als Nederland compleet met vastgoed-maffia.
maandag 16 mei 2011, 21:18 uur
Heimwee naar geboortestreek
Geschreven door B.Pen
Wij zitten als mens mooi in elkander, wat betreft onze nestgeur en dat laten wij dan ook merken , als wij op bezoek zijn of een bekende tegenkomen op ons pad. Ik heb wel eens in een gesprek gezegd; dat de een in een eksternest en de andere in een kraaiennest wordt geboren en grootgebracht…… tot hij uitvliegt.
Ieder mens heeft zijn nestgeur bij zich en je kunt dan ook snel bemerken, waar zij of hij is geboren en dan meestal ook zijn eigen gewoontes met zich brengt. Als je wat ouder wordt en je woond een heel eind van je geboortestreek, dan heb je zo nu en dan de gewoonte om even langs te rijden en te kijken, als het nog steeds het zelfde is, of dat er wat is verandert, wat je niet altijd leuk vind.
Zo reed ik over de Nieuweweg, Scherpenzeel in en stond even stil bij het Apostolisch gebouw, waar nu een winkelier zijn brood verdient met de verkoop van zijn spullen. Het was deze dag Kerkepad, en daar ik al op mij vierde jaar orgel speelde in
Scherpenzeel, ging ik verderop naar de Hervormde Kerk, waar mensen je opwachten en vroegen, als je een kopje koffie wilde.
Het intrieur van de Kerk en vooral het orgel, zagen er bijzonder mooi uit en toen wij aan de koffie zaten, en zei mij vroegen; waar ik weg kwam, vertelde ik dat dat dit mijn geboortegrond was. Er was een jonge man, een “De Weert”, die zei dat hij mij wel kende van de verhalen van Jan Schokker en toe ik hem vroeg om te spelen op het prachtige orgel, was dat direct goed.
Na diverse kerkliederen te hebben gespeeld, voor de mensen die ook het Kerkepad aandeden, ging ik richting Joure, waar ik al diverse jaren woon. Toch vond ik het jammer, dat er geen Apostolische gebouwen meer in de buurt waren, waar ik vroeger als kind op het orgel kon spelen oa. Leeuwarden, Sneek, Rotsterhaule, Scherpenzeel en Wolvega, waar ik heel wat ritjes met Scheper naar toe ben geweest.
maandag 16 mei 2011, 21:21 uur
Open museumdagen
Geschreven door B.Pen
Ieder jaar is er een museumdag en staan oude gebouwen en kerken ter beschikking van mensen , die een beetje drempelvrees hebben of te weinig willen besteden aan geschiedenis. Op deze bijzondere dag kun je niet alleen kerken van binnen bezichtigen , maar ook is er gelegenheid om in zo’n oude kerk op het pijporgel te spelen, indien je dit machtig bent. Vorig jaar gingen mijn vrouw en ik al vroeg op pad, en kwamen eerst in de Kerk te Langweer, waar Tante Anne haar graf heeft en troffen daar een bijzondere Koster aan, die liefde heeft voor zijn parochie en kerk. Ook mocht ik daar op het mooie orgel spelen en hoorde al snel dat de akoestiek bijzonder was en de mensen, die in de banken zaten genoten van het eenvoudige orgelspel, want toen ik wilde stoppen, vroegen ze mij nog even door te willen spelen.
Daarna gingen wij naar de Kerk in Sintnicolaasga ,waar vanuit Murk van Triensje is begraven en mocht daar ook op het orgel spelen, wat dan een bijzondere indruk op je maakt. Vandaar gingen wij naar het kerkje in Echten, waar vanuit Ids van Annie is begraven en heb ook daar op verzoek van bezoekers en mijn vrouw liederen gespeeld en gingen nog meer kerken in de omgeving binnen, waar ook gespeeld mocht worden.
Dit jaar kregen wij vanuit Ousterhaule een telefoontje, wat het moest kosten om te willen komen spelen op het orgel aldaar, waar wij uiteraard géén geld voor wilden en toezegden dat ik zou spelen, maar een dag later zouden zij het nog beter vinden als ik wilde spelen op het orgel in Scharsterbrug ,waar helemaal geen organist aanwezig kon zijn. Natuurlijk heb ik ook in Scharterbrug ruim een uur gespeeld op het bijzonder oude orgel, wat erg zwaar aansloeg en toen er kramp kwam in de handen, wilde ik weggaan ,maar kreeg eerst een lekker kopje koffie en daarbij nog een prachtig bloemstuk , met een leuk kaartje waar op stond , bedankt voor het mooie orgelspel. Als zelf niet kerkelijk bent aangesloten , kun je toch nog wel iets doen voor een ander, al is het alleen maar te spelen op een Kerkorgel.