Tirana ruimt op
Je weet vaak niet of wat je ziet en hoort wel klopt. Neem nu Tirana, de volgens vele bronnen ‘booming’ hoofdstad van Albanie. Zeker is dat de stad snel groeit in inwoneraantal, van ruim een half naar over de drie kwart miljoen in een paar jaar tijd.
Ook is duidelijk dat het gemeentebestuur onder leiding van burgemeester Edi Rama, een met de socialistische partij verbonden beeldend kunstenaar, opruiming heeft gehouden in het centrum. Nijvere ambtenaren van
stadsreiniging verwijderen elk takje van de looppaden in een tweetal parken nabij de centrale boulevard, in de jaren dertig aangelegd door de Italianen als paradeplaats. Drugs en prostitutie zijn verjaagd naar de buitenwijken, net als de bewoners van allerlei illegale bouwsels op de ‘terrains vagues’ rond het centrale Skanderbegplein.
Het Riniapark heeft een bijna Engels lijkend groen gazon, en een entertainmentpaviljoen met terras en gekleurde fontein, dat door de Tiranezen ‘Taiwan’ wordt genoemd: een eiland en een Fremdkörper.
Het kunstenaarschap van de burgemeester uit zich in andere
kosmetische ingrepen. In Tirana, maar ook in andere Albanese steden, zie je soms fel gekleurde flats, die opzettelijk de grauwe monotonie van het communistisch-realisme moeten doorbreken. Het werkt, je wordt er een beetje vrolijk van.
Deze ook internationaal bejubelde burgervader doet dus precies wat hij hoort te doen: stadsplanning en ander beleid met als resultaat een schoner, veiliger en aantrekkelijker stad. Wat valt daar nu op af te dingen? Nou, bij voorbeeld dat de hopen vuilnis zich nu opstapelen in de straten
naast de parken. Dat in een drukke winkelstraat kartonnen autootjes
zijn opgehangen aan de bomen met een oproep tegen luchtvervuiling, terwijl de prullenbakken daaronder niet geleegd worden door stadsreiniging. En dat de periferie van Tirana is verworden tot een soort van ring van onafzichtbare armoede, ellende, vuiligheid en menselijk leed. Op de middenstreep van een van de drukste toegangswegen tot de stad zagen we een breed lachende man zonder benen zitten bedelen.
Aan de andere kant: je moet ergens beginnen en misschien vormt symboolpolitiek onder extreme omstandigheden geen slechte aanpak, zoals het wellicht een lekker gevoel is om op hoge hakken door een modderpoel te lopen.
Tirana imiteert de buitenkant van West-Europa. Dit weekeinde treedt in het Congrespaleis de Zweedse popgroep Europe op, een bij ons alweer bijna vergeten pompeus hitbandje uit de jaren negentig, met als grootste succes ‘The Final Countdown’. Vrijdagavond aten we in een restaurant dat ‘Villa Amsterdam’ heet, alleen maar omdat het toevallig recht tegenover de Nederlandse ambassade ligt. Het eten is er redelijk, maar aan de prijs, de cliëntèle en de bediening roepen associaties op met makelaars en aannemers van het ergste soort. Met Amsterdam heeft het uitsluitend een oranje zonnescherm gemeen. Even verderop, onderin het
Congrespaleis, bevindt zich een in alle opzichten behendig vormgegeven kloon van McDonald’s, luisterend naar de naam Kolonat. Als je voor de deur je auto wilt parkeren komt een agent in burger met naamplaatje op zijn revers je beleefd mededelen dat zulks niet is toegestaan, ook al staat er geen enkel bord dat daarop wijst. Er zijn dingen die je ook in de Albanese democratie nu eenmaal moet aanvoelen, zoals dat je in de buurt van regeringsgebouwen niet parkeert, en dat een bord dat een stopverbod aangeeft betekent dat het daar juist heel aantrekkelijk is om je auto neer te zetten.
Het is ook een aardige eigenschap van Albanië dat niets is wat het lijkt. De Europese Culturele Stichting raadde ons aan contact te zoeken met Edi Muka, de directeur van het in
de nog door Hoxha gebouwde Piramide gevestigde centrum voor moderne kunst. Edi Muka, niet te verwarren met maar wel een bloedbroeder van burgemeester Edi Rama, blijkt ruim zes jaar geleden – onder protest van de spraakmakende internationale kunstgemeenschap – al te zijn ontslagen bij het Tirana Institute for Contemporary Art en nu rond te zwerven tussen Tirana en Stockholm. De Piramide staat min of meer leeg, op een hip terras na, dat Mumja heet. Daar ontmoeten we een ander aangeraden contact, dat iets anders blijkt te zijn dan ons voorgespiegeld. Ilion Trebicka is geen 19-jarige student van de Marubi Filmschool, maar
een 17-jarige middelbare scholier uit Durrës die wel eens geholpen heeft bij een internationaal filmproject en volgend jaar graag naar een Duitse filmacademie zou gaan. Als je daar eenmaal bent aangenomen, dan kun je wel een visum krijgen voor West-Europa, nu mag je er niet eens op vakantie naar toe. Albanezen mogen alleen naar Macedonië, Montenegro, Turkije en tot voor kort Roemenië reizen zonder visum. De rest van de wereld houdt de grenzen dicht en klaagt dan dat de Albanezen zo op zichzelf zijn.
Geen wonder dat je je restaurants dan naar Europese hoofdsteden vernoemt en denkt dat de PC-Hooftstraatachtige nieuwe-rijkendeftigheid van de Blloka, de straatblokken waar vroeger de communistische nomenklatoera resideerde, vergeleken kan worden met ‘Greenwich Village’ of ‘Rive gauche’. Maar leuk is het er wel, tussen de zonnebrillen en de hakken.



zondag 14 januari 2007, 03:10 uur
Hallo Hans,
Filmmakers die je wel kent van Rotterdam: Artan Minaroli en Fatmir Koçi, wonen op een steenworp afstand van Skanderbeg plein. Mail eventueel voor de telefoonnummers.
Richard van den Brink
maandag 15 januari 2007, 21:16 uur
Hallo Hans en Janine,
In juni wil ik met 5 medestudenten journalistiek afreizen naar Albanië en ik ben op zoek naar een autoverhuurbedrijf dat mij Albanië in laat trekken. Hoe zijn jullie in Albanië gekomen?
Vriendelijke groet,
Henk Jan
dinsdag 16 januari 2007, 23:37 uur
Prachtige sfeerbeschrijvingen van een totaal onbekend en vergeten land.
zondag 21 januari 2007, 20:47 uur
Hartelijk dank voor de mooie beschrijvingen en de prachtige foto’s over en van Albanië en vooral van Tirana.
In 1989 bezocht ik dit land, en nog steeds verzamel ik alles, wat er maar wordt aangereikt, zowel in NRC-Handelsblad als digitaal!
Toen wij DAAR waren,was de ENVER-HOXA piramide héél interessant en ook schitterend mooi. (Ik zeg dus niet dat ik het er mee eens was,maar het was schitterend toen).
Hopelijk kan ik nog veel genieten ,dankzij uw expeditie.