Mussolini’s jachthuis
Dat veel Albanezen redelijk goed Italiaans spreken komt voornamelijk door de populariteit van de commerciële televisie van de overkant. Ook onder Hoxha’s schrikbewind (1946-1985) werd er veel gekeken en leverde de Italiaanse televisie een beslissende bijdrage aan het beeld van de rest van de wereld. Maar vorige eeuw werd het land ook een tijdlang gekoloniseerd door de overburen.
Vlakbij het stadje Lezhe, slechts door een moeras gescheiden van de zee, liet Mussolini’s
schoonzoon – graaf Ciano – in de jaren dertig een jachthuis bouwen, waar il Duce soms kwam om vogeltjes te schieten. Het is nu een hotel, van natuursteen en hout, waar we besluiten deze nacht door te brengen. Het is geen luxe oord, want de elektriciteit stopt om half zes en het is nog even afwachten of we vanavond met warm water kunnen douchen.
Toen we aankwamen leek alles dicht, maar al snel kwamen de jongens die hier de scepter zwaaien toegesneld om ons te verzekeren dat ze het hotel en het restaurant wel voor ons wilden openen, Nog maar een paar dagen geleden waren hier andere gasten geweest, ook al uit Nederland. Nog een vriendelijk verzoek: kunnen we de foto van de banken bij de
haard zo uitsnijden dat een lelijk rafelig kussen niet zichtbaar is? Natuurlijk, elke uitsnede is een keuze, en deze maken we graag.
Een wandeling in de omgeving van het jachthuis is een bezoek aan het einde van de wereld. Een modderweggetje met diepe plassen leidt naar zee, twee kilometer verderop. Zover zijn we niet gekomen, want de zon ging al bijna onder en de schapen werden eveneens net weer naar de stal gebracht. Het haardvuur ging aan in het restaurant en Mentor, de bedrijfsleider, en zijn vrienden willen alles weten van onze computers. Ze kijken mee hoe Janine het beeld van vandaag bewerkt en hoe ik vergeefs probeer contact te leggen met het gprs-netwerk van Vodafone.
Het zegt beschikbaar te zijn, maar het aanmelden lukt evenmin als gisteren in Shqodra, waar uiteindelijk een intetrnetcafé uitkomst bracht, met een wonderlijk snelle verbinding. We zitten nu te ver van Lezhe om vanavond nog te kunnen zenden, dus dat zal wel morgenochtend worden. Het stadje Lezhe biedt verder weinig aanleiding tot nadere verkenning. Alleen het museum gewijd aan Skanderbeg, de legendarische Albanese vrijheidsstrijder uit de vijftiende eeuw, zou materiaal op kunnen leveren, maar ook dat maakt een uitgesproken gesloten indruk.
Zeer interessant was vanmorgen in Shqodra wel het ‘museum’ gewijd aan de Marubi-fotocollectie. Vanaf 1858 fotografeerde Pjeter Marubi, en later zijn zoon Kel, alles wat hij in het noordelijk deel van Albanië de moeite waard vond. In de gang van een moeilijk te vinden flatgebouw, dat voor museum doorgaat, zijn de schitterende prints te vinden. Je ziet mannen en vrouwen in traditionele klederdracht, koning Zog en zijn echtgenote, rebellen en boeren, grootgrondbezitters en herderinnen. Er zijn ook wat foto’s van gesluierde vrouwen, onder wie ook enkele rooms-katholieke. Vanaf de zestiende eeuw hebben de Turken, die hier toen heersten, geprobeerd de sluier in te voeren, maar volgens de fotobijschriften heeft dat gebruik in Albanië nooit veel ingang gevonden. In de jaren twintig verbood koning Zog de sluier, en
nu zie je wel veel spiksplinternieuwe moskeeën, maar slechts een enkele hoofddoek. We mogen onder geen enkele voorwaarde zelf foto’s maken van de Marubi-collectie, maar kunnen wel wat ansichten en een kalender kopen.
De allergrootste verrassing van vandaag was de kwaliteit van de weg van Shqodra naar Lezhe: onberispelijk asfalt, waar je wel met zeventig kilometer per uur over kunt rijden. Volgens Mentor blijft het zo tot Tirana, met dank aan de Europese Unie.

AEX: 339,26 


