Welkom in Albanië

Tot nu toe was de ontvangst aan de grens nergens zo hartelijk als bij het betreden van 20070108_2425weggebruiker2.jpghet tiende land dat Expeditie Europa aandoet. De raadgevingen die ons tevoren over Albanië bereikten spraken elkaar voortdurend tegen. Verlaat in het noorden de hoofdweg niet wegens struikroverij, maar de mensen zijn vriendelijk en behulpzaam. Je moet aan de grens een visum kopen, maar een visum is niet nodig. Niemand glimlacht, maar men is wel gastvrij.

20070108_2410grensroute.jpgDe douanier bij grenspost Han i Hotit was de eerste die ons expliciet welkom heette in zijn land. We moesten tien euro per persoon toegang betalen, maar een visum kwam er niet aan te pas, wel een formulier met stempels voor de invoer van de Mercedes. Niemand wilde weten wat we kwamen doen of wat we bij ons hadden. Men leek te verbouwereerd dat midden in de winter (koel, vochtig weer) toeristen hun land zouden willen bezoeken.

Ook in het eerste stadje Toplik, waar de bank al gesloten had moeten zijn, begroetten de 20070108_2420natuurpark.jpgtwee meisjes achter de balie me blozend met een glimlach van oor tot oor, en wilden alles weten, hoe ik hun land vond en waar we nu vandaan kwamen. Onderweg groetten boerenvrouwen, een man op straat stak zijn hand uit, toen we parkeerden.

20070108_2416tegenliggers.jpgDe weg naar Albanië was minder eenvoudig. De E762 wordt vanuit Podgorica nauwelijks bewegwijzerd, alleen in de richting van het laatste dorp in Montenegro, Tuzi. Daarna kronkelt de weg omhoog langs granaatappelbomen, met soms adembenemend uitzicht op het meer van Shkodar. Op een tien kilometer voor de grens houdt een politieman ons aan. Waar we naar toe willen? Tirana? Dan moet je steeds maar rechtdoor rijden, niet linksaf en niet rechtsaf. Succes!

De weg wordt steeds smaller. Er komt ook vrachtverkeer van de andere kant dat ons 20070108_2417ruimteover.jpgmaar net kan passeren, als we allebei een beetje de berm induiken. De spiegels raken elkaar bijna. Na de grens wordt de weg wat breder, maar veel slechter. Het enige waar alle reisgidsen het over eens zijn en dat ook helemaal klopt, zijn de diepe gaten in de Albanese wegen. Sneller dan veertig kilometer per uur is ondenkbaar, meestal is het twintig, laverend tussen onpeilbaar diepe kuilen. Af en toe zijn er ook charmanter hindernissen, zoals een enkele koe, charmante langharige schapen en ander agrarisch verkeer.

20070108_2424weggebruiker1.jpgOns einddoel van vandaag is Shkodar, met 93.000 inwoners de20070108_2427weggebruik3.jpg vierde stad van Albanië. Het is moeilijk vast te stellen wat het centrum is, want er zijn overal winkeltjes en bars. In de meeste bars zitten alleen mannen, op z’n Turks koffie te drinken. In enkele, meer Italiaans georiënteerde pasticceria’s, zie je ook vrouwen; daar staat op de deur: ‘familjare’. Dat is ook de eerste indruk: een land van Turken die proberen op Italianen te lijken.

20070108_2429generator.jpgToch voelen we er ons meteen thuis, en dat geldt zeker voor de Mercedes. Een ander merk auto vind je er nauwelijks, maar ook in andere opzichten zijn de problemen die je hier tegenkomt ons op deze reis al heel lang vertrouwd. Op de hoofdboulevard van Shkodar, waar we voor de zekerheid hebben geparkeerd voor een bank met bewaking, in het licht, staat vlak voor de auto een kraan. Reuze handig, goede service aan reizigers, is dan je eerste reactie, tot je je realiseert dat iedereen die kraan moet gebruiken, omdat Shkodar nog verre van volledig op een waterleiding is aangesloten. ’s Avonds hoor je overal de generatoren ronken. Ook wij hebben er een bij ons, die je vanwege het lawaai meestal niet in de bebouwde kom durft te gebruiken. Hier is het standaardgebruik: tussen zeven en acht viel de elektriciteit volledig uit in het centrum van de stad, behalve bij de winkels en restaurants die hun eigen stroom hebben geregeld. Dat zijn er veel, dus zal het eerder regel dan uitzondering zijn.

 Ook internetcafés zijn alom aanwezig; er lijkt zelfs verbinding mogelijk met onze eigen Vodafone-umts-kaart, al doet hij er wel verdacht lang over om zich op het netwerk aan te melden. We hadden even geen zin in fast food, na drie avonden achter elkaar in hetzelfde, zo ongeveer enige restaurant van Podgorica te hebben gegeten. Dus stappen we Grand Hotel Europa binnen (vijf sterren) en positioneren ons naast een de benedenetage 20070108_2428licht.jpgbeschijnende gigantische kroonluchter, die kennelijk geen last heeft van stroomtekort. We bestellen een super de luxe meergangen maaltijd, die ons uiteindelijk met z’n tweeën 24 euro zal blijken te kosten. Welkom in Albanië!


Dit bericht heeft 7 reacties op “Welkom in Albanië”

  1. Gerda Mulder zegt:

    Dag Hans en Janine,

    Volg jullie reis vanaf het begin maar met toenemende belangstelling sinds jullie de oversteek maakten van Italie naar de Balkan. En vooral sinds jullie Albanie binnengetrokken zijn.
    Dertig jaar geleden was ik ook in Podgorica (toen heette dat stadje trouwens nog Titograd), passeerde de grens bij Han i Hotit en reisde via Koplik naar Shkoder en verbleef in Albturist hotel Rozafat.
    Na het einde van het communisme ben ik er nog vaak teruggeweest.

    Ik zou jullie aanraden om een bezoek te brengen aan de prachtige Marubi fotocollectie in Skhoder die met Unesco geld is gerestaureerd en gedigitalisserd. Geeft een heel goed beeld van Albanie aan het eind van de 19e, begin 20e eeuw. De collectie heeft unieke glasplaten met beelden van Nederlandse militairen die in 1914 in Albanie op vredesmissie waren.

    Groeten,

    Gerda Mulder

  2. Joost en Marjan van den Buijs zegt:

    Mooi verslag van een wel erg onbekend deel van Europa. Is het toeval of ligt in Albanië overal zo veel troep langs de weg?

  3. Marc zegt:

    Leuk om te lezen!
    Ik ben twee jaar geleden eventjes in Albanië geweest (op doortocht van Macedonië naar Italië) en het klinkt allemaal erg herkenbaar. Ik kwam destijds om 8 uur ’s morgens lopend met mijn backpack de grens over. Het leek mij zelf vrij ongebruikelijk, maar de douanebeambte verstrekte me stoïcijns mijn stempels (inderdaad: geen glimlach). Vervolgens had ik binnen 2 minuten ongevraagd een lift naar het eerste dorp, 7 kilometer verderop (inderdaad: vriendelijk en behulpzaam).

    Ik ben er uiteindelijk maar twee dagen geweest, maar het land heeft een onuitwisbare indruk op me gemaakt. Veel plezier en een goede reis gewenst!

  4. rp zegt:

    Skhoder is in bijzonder indrukwekkende stad. Er is niet zoveel te zien, maar gewoon indrukwekkend in zijn gewoonheid. Ik heb er het voetbalstation van Vllaznia bezocht, een Albanese subtopper, wat gewinkeld, en en enkele traditionele muzikanten ontmoet met een trommel en een Geiga (een soort Albanese doedelzak). Om jullie even gerust te stellen: na Skhoder wordt de weg veel beter (behalve in Tirana, daar is rijden echt een ramp). Succes verder, leuke verhalen.

  5. Ernst zegt:

    Hoi Janine en Hans,

    Mooi verhaal, veel herkenning! Zijn de wegen al klaar?

    In 1968 viel het wel mee (maar toen reisde ik liftend mee met die grijze eenheidstrucks, die nu uit het straatbeeld verdwenen zijn). In 2004 waren ze het oude plaveisel aan het weghakken om het te vernieuwen. Daarvoor hadden ze van de EU een heel stel gigantische machines gekregen. Probleem was dat ze óveral tegelijk aan het hakken waren geslagen en dat de asfaltmachines nog niet in zicht waren… De gaten in de weg waren soms moeilijk te zien door de stofwolken. We hebben een paar uur achter een BMW met vijf (!) Kosovaren gereden en die BMW werd steeds wat lichter, een uitlaatpijpje, een voorschijnwerper, de demper, de trekhaak, de achterbumper, alles zagen we onder ons door verdwijnen…
    Onze conclusie was dat een 608 veel beter is voor Albanië dan een 316i!

    Onze ervaring m.b.t. de gastvrijheid, althans aan de grens, was dezelfde. Wij werden “geholpen” door een alleraardigste chef van middelbare leeftijd, die als leider van een groep filatelisten 20 jaar geleden naar Londen was geweest en daarvoor verplicht was geweest Engels te leren. En om dat op peil te houden “deed” hij de toeristen :-)

    Goede reis verder!

  6. Jacob Vossestein zegt:

    Even een dankwoord voor de mooie sfeertekening, mede door de foto’s, en een blijk van herkenning van mij, die een vergelijkbare autoreis (maar dan met 3 mens in een VW Polo!) maakte, zomer 2005. Dat was via binnenland van o.a. Bosnië en Kosovo naar Albanië.
    De cultuurverschillen waar Janine in Montenegro over peinst, heb ik geprobeerd te duiden in mijn boek Werken met Oost-Europa. Veel groeten en een heel goede reis ook verder! Jacob

  7. Axel zegt:

    Wat een mooi verslag. Inderdaad heel herkenbaar. Ik ben afgelopen zomer twee weken in Albanië geweest.

    Echt een geweldig land. Overal vriendelijke mensen! Mensen die op straat naar je roepen: Welcome to Albania! Welcome, but what the hell are you doing here! Zodra ik een paar woorden shqip sprak, werd de gemiddelde lach steeds groter. Geen enkele nare ervaring in het land, behalve de wegen die nog steeds dramatisch slecht zijn. Een paar verbindingswegen zoals van Shkodra naar Tirana en Tirana naar Dürres en verder naar het zuiden zijn goed, de rest abominabel slecht. Nauwe bergpassages waar je met een te grote bus doorheen scheurt, respect voor de chauffeurs daar! Het gehele land is een bezoek waard, maar alleen een grote boog om het trieste, smerige, stinkende Dürres!

    Vooral Gjirokaster, Berat, Blue eyed spring, Butrint en Korca vond ik zeer de moeite waard! Ik heb nog lang niet genoeg gezien & hoop snel weer terug te keren!

Reageren: