Moeten we stoppen met het geven van ontwikkelingshulp?
Nederland vindt het prachtig: gratis onderwijs en gratis gezondheidszorg in Oeganda. Zo kan het Afrikaanse land mooi de Millenium Doelen halen die we in Schokland hebben uitgeroepen tot de Tomtom van onze hulp. Dat Nederland met de hulp aan Oeganda het traditionele patronagesysteem financiert en dat schoolverlaters analfabeet zijn en dokters zonder medicijnen zitten, hadden we kennelijk niet bedacht, schrijft Marcia Luyten vandaag in NRC Handelsblad.
Want dat is het gevolg van de Nederlandse hulp. Oeganda, nee heel Afrika verkeert in een mentaliteitscrisis. Door de hulp. Want waarom zou je je kind laten doorleren als banen worden verdeeld onder de kliek die aan de macht is? “Dat op het Oegandese platteland mannen ophouden met werken, komt onder meer door het Nederlandse beleid.” En het is niet verwonderlijk dat we denken dat onze hulp helpt: “We zien verkiezingen en denken dat dit een democratie is. We maken geld over naar de regering en denken dat de alleramsten daar beter van worden.”
Alleen kijken we door de bril van een liberaal-democratische, open samenleving. Maar Oeganda is een min of meer gesloten samenleving. Een samenleving die haar stabiliteit ontleent aan de mogelijkheid van een kleine groep om zich te goed te doen aan de vruchten van de staat. En dat is helemaal niet erg: “Het voorkomen van een burgeroorlog kan een goede reden zijn.”
Moeten we met de hulp stoppen? “Zeker niet. De meer dan een miljard allerarmsten verdienen onze inspanning om hun lijden te helpen verlichten,” aldus Luyten. De vraag is alleen hoe we onze euro’s moeten besteden om in de goede richting een verschil te maken.
Een aantal voorwaarden: Afrikaanse landen moeten optimale kansen krijgen om hun spullen te exporteren naar het Westen, zonder de eigen markten meteen open te stellen voor westerse producten. Subsidies aan Amerikaanse katoenboeren moeten stopgezet worden. De katoenboer in Mali heeft namelijk geen alternatief. En als laatste: aansluiten bij bestaande (kiemen van) verandering. Geen grote plannen uit westerse hoofdsteden opleggen, maar uitproberend in het land zelf te werk gaan.
Wat denkt u? Heeft de Nederlandse ontwikkelingshulp een negatief effect op de ontwikkeling van Afrikaanse landen? Hoe zouden we het anders kunnen doen? Moet het Westen, zoals de Zambiaanse Moyo betoogt, stoppen met het geven van ontwikkelingshulp omdat het slechts een fooi is in ruil voor oneerlijke handel? En is vrijhandel de oplossing?
Marcia Luyten zal vrijdag 27 maart reageren op de bijdragen. Reacties worden alleen geplaatst voorzien van de volledige naam van de auteur.






zaterdag 21 maart 2009, 10:49 uur
Ja.
zaterdag 21 maart 2009, 12:16 uur
Ja, ontwikkelingshulp heeft in het algemeen een negatief effect wanneer het afhankelijk maakt. Linda Polman beschrijft in haar boek “de crisiskaravaan” op doordringende wijze de gevolgen van de afhankelijkheid en de invloed van en op de lokale overheden.
Hulp geven aan een zwakkere past in onze christelijke traditie. De humanistische insteek zou zijn om de zwakkere te doen groeien tot gelijkwaardig, even sterk.
Het alternatief is de westerse landen faciliteren dat de landen zichzelf kunnen ontwikkelen op een duurzame manier. Maak gebruik van de “the invisible hand” van vrije handel en markwerking waarbij de 1e wereldlanden de verantwoordelijkheid houden dat de ontwikkeling duurzaam is. Dit kan door bijvoorbeeld kwaliteitskeurmerken. Doe dit lokaal. Door het laten groeien van een middenstand ontstaat een kritische massa die de misstanden aan de kaak kan stellen. Zo is het uiteindelijk Zuid Amerika ook gelukt om uit de greep van dictaturen te komen.
zaterdag 21 maart 2009, 13:22 uur
Als je wilt begrijpen hoe ontwikkeling werkt, moet je beginnen met de economische grondprincipes te doordenken vanaf het meest primitieve niveau. Begin dus niet met modieuze kreten als ‘open grenzen voor Afrikaanse export’ en dergelijke hypes. Hoe hebben trouwens China en India het aangepakt? Niet door te wachten op hulpgeld.
Een poging de economie van ontwikkeling van de grond af te schetsen vindt men in DEVELOPMENT. Zie http://www.essentiae.nl
zaterdag 21 maart 2009, 13:53 uur
Ontwikkelingshulp zie ik zelf als een van de merkwaardigste relicten van de 20ste eeuw. Toen ik me er ooit serieus in verdiepte en er tentamen in deed was ik aanvankelijk gegrepen door de problematiek, al riep de voorgestelde aanpak vanaf het begin veel vragen bij me op. Wat mijns inziens ontbrak in alle betogen was de vraag om hulp. Die vraag kwam namelijk niet uit de ontwikkelingslanden, maar was geformuleerd door de westerse landen zelf. In het geval waarvan ik weet dat die vraag wel uit een ontwikkelingsland kwam, werd door onze economen het advies gegeven (en met succes overgenomen) dat gebaseerd was op onze eigen (naoorlogse) ervaring. Niet op een derde wereld theorie. Mogelijk is daarbij ook de Marshallhulp aan de orde gekomen, maar deze stond in het advies zeker niet centraal. Hoewel wij zelf goed gebruik gemaakt hebben van de Marshallhulp, was er bijvoorbeeld ook een Europees land, dat er veel minder mee deed. Toch is dat land op ‘eigen kracht’ uiteindelijk goed ontwikkeld. Wellicht dat de Marshallhulp bij ons het idee heeft doen postvatten, dat hulp onmisbaar was voor ontwikkeling en zelfs de enige voorwaarde er voor is. Het elementaire mechanisme voor ontwikkeling is echter ‘eigen kracht’. Jammer genoeg is daar weinig tot geen onderzoek naar gedaan. Waarschijnlijk zouden we uit dat onderzoek moeten concluderen, dat onze hulp nogal eens afbreuk aan deze ‘eigen kracht’ heeft gedaan, in plaats van dat mechanisme te ondersteunen.
zaterdag 21 maart 2009, 16:36 uur
Ontwikkelingshulp moet vanaf rijke landen, zoals Nederland (ook in een tijd van Beurscrisis) niet worden stopgezet. Wel mag men hier in het westen beter nadenken over ‘hoe een Afrikaans land zichzelf zou helpen, als het veel geld tot zijn beschikking heeft.’
Het is mooi dat er vaak vanuit het westen wordt gedacht naar oplossingen, maar de oplossingen zijn te westers en komen voort uit het westers denken. Alsof het westen zelf geen interne economische problemen kent, neem een Beurscrisis alleen al en tóch blijven we denken hier, dat we met geld weten om te gaan wel raad weten. Manier van denken moet hier in het westen drastisch worden bijgeschaafd en mag iets meer Afrikaans gericht zijn (in de context van dit ondewerp)
Oplossing: ontwikkelingshulp niet stopzetten, samenwerking verlenen aan lokale (bekwame en eerlijke) mensen én, een soort van commissie aanstellen om te controleren of het geld daadwerkelijk daar aankomt waar het behoort. (het laatste, het liefst plaatselijk en niet controleren vanuit NL zelf. Dát loopt al bij voorbaat vast)
zaterdag 21 maart 2009, 16:45 uur
Ontwikkelingsgeld stelt de donorlanden in staat eisen te stellen. Met welke eisen is een ontwikkelingsland het meest geholpen? (1) De opbouw van cooperaties voor ontwikkeling van de landbouw. Zo is het hier 100 jaar geleden ook gegaan. (2) Prijsstabiliteit door beheersing van de geldpers. (3) Eigen kapitaalvorming voor investeringen: vervanging en uitbreiding. Laten we hier eens mee beginnen, bijvoorbeeld in Afrika. Hulp aan een regering is maar al te vaak hulp aan de upper class. Daar moeten we niet te veel aan doen.
zaterdag 21 maart 2009, 17:53 uur
Het kernpunt van ontwikkelingshulp is de gedachte ‘de Afrikanen hebben onze hulp nodig, wij weten wat goed voor hen is’, kortom, een misplaatst superioriteitsgevoel van het Westen. Dan is het goed dat Marcia Luyten er kritische noten bij plaatst, maar teleurstellend dat zij toch nog mogelijkheden voor een zinnige manier van hulp voor Afrika ziet. We houden er afhankelijkheid en corruptie mee in stand, we houden zo elites aan de macht, dus ontwikkelingshulp moet echt afgeschaft worden. Natuurlijk moet er een budget voor noodhulp blijven. Met de rest van het budget van ontwikkelingshulp hoeven we ons niet rijk te rekenen, want we kunnen ons geld ruimschoots kwijt aan militaire vredesmissies in Afrika. Daar vragen de Afrikaanse landen ons wèl regelmatig naar. En we moeten natuurlijk onmiddelijk stoppen met de ontwikkelingstegenwerking van de landbouwexportsubsidies.
zaterdag 21 maart 2009, 18:12 uur
Behandel je mensen alsof ze niet in staat zijn voor zichzelf te zorgen, dan hou je dat gedragspatroon ook in stand. Dus ophouden met paternalistische ontwikkelingshulp, en in plaats daarvan volwassen en wederzijdse economische betrekkingen met de betrokken landen stimuleren.
zaterdag 21 maart 2009, 18:29 uur
We geven ontwikkelingshulp in de hoogt van miljarden Euros terwijl hier mensen door de overheid onder de armoedegrens worden gedrukt door de belastingen die daarna aan ontwikkelingshulp worden besteed.
We zien dagelijks televisiereclame waarin “arme zwarte kindjes” met gruwelijke ziekten worden getoond die we “kunnen helpen voor maar een paar Euro per dag”, terwijl hier mensen overlijden op de maandenlange wachtlijsten voor zelfs de simpelste medische behandeling (als die al uitgevoerd mag worden onder de regeltjes die Den Haag opstelt).
We kopen limousines en privejets voor Afrikaanse dictators terwijl we zelf maar met de trein moeten want dat is “beter voor het millieu”.
We ondersteunen Hamas met miljoenen aan explosieven en wapens zodat ze “hun politie kunnen uitrusten”, een “politie” die niks anders doet dan raketaanvallen op Israel lanceren en tegenstanders van Hamas uitmoorden.
We geven ontwikkelingshulp aan communistisch China, een land met ondertussen een levensstandaard die (gemiddeld) hoger is dan onze eigen.
Stop met die onzin. Hef dat hele ministerie op en de “goede doelen” die er door worden gefinancierd.
Het enige gevolg zal zijn dat er een paar honderd minder hotelkamers in tropische toeristenresorts in Cancun en Rio worden verkocht voor “conferenties”.
zaterdag 21 maart 2009, 18:43 uur
@ 3
Beste Mathieu,
Je beschrijft een oud westers model als oplossing voor een ontwikkelingsland. Het lijkt alsof je eigen bril aan een slechtziende geeft met de mededeling: “Ik kan met deze bril beter zien, dus zal de bril ook wel goed zijn voor jou”.
Mijn punt is dat de landen het zelf moeten doen maar dan zonder verstoringen op marktwerking zoals ontwikkelingswerk. Daarmee kan in één klap een locale fragiele economie om zeep geholpen met afhankelijkheid tot gevolg. Terug naar moraalfilosofie van Adam Smith waarbij overigens regulering belangrijk is, terug naar het begin van het economisch denken.
Overigens vind ik het opvallend dat veel Afrikanen bewust kiezen voor de eigen levensstandaard boven die van de in onze ogen beschaafde medelanders. Soms vraag ik me af of ons model de juiste is. Per slot van rekening is welvaart het vermogen om in je behoefte te kunnen voorzien. De mate van je eigen behoefte bepaald je welvaart.
zaterdag 21 maart 2009, 19:20 uur
Nu ontwikkelingshulp stoppen is een blunder van jewelste. Eerder intensiveren. Maar misschien de komende 3 jaar nu eens uitsluitend in goederen en de daarbij benodigde kennis en de huidige aanpak op een laag pitje.
Het doel moet zijn, dat de ontwikkelingslanden nu snel tot onze toekomstige hofleveranciers moeten worden ontwikkeld. Wanneer dit doel niet door gever zowel als ontvanger wordt onderschreven, dan heeft ontwikkelingshulp verder geen zin.
zaterdag 21 maart 2009, 20:41 uur
Ja. Stop ermee, direct. Geef per heden geen geld meer aan de NGO’s. Sluit de ambassades die alleen bestaan voor de ontwikkelings- “hulp”.
Ontwikkelings-”hulp” is geen hulp. Het is corruptie, een beerput, huichelarij, arrogantie, een schande, pure smeerlapperij. Onder het mom van “liefdadigheid” hebben allerlei goed-doeners zich verrijkt, en toegestaan dat dictators in de derde wereld zich eveneens verrijkten.
Jan Pronk liet ooit eens de trein waarin hij reisde stoppen midden op Java. Om met de “arme boeren” aldaar te praten; zijn “image” eiste immers dat hij met hun lot bijzonder begaan was. Hij kwam nooit op het idee dat de gewone Indonesiërs in de treinen die achter hem kwamen het misschien niet zo leuk zouden vinden dat het spoor door een ontwikkelings-”helper” geblokkeerd was. De arrogantie van Pronk was adembenemend, maar misschien wel tekenend voor de ontwikkelingshulp-”mindset”.
Toen mij dit verteld werd, hoorde ik ook over de (gesubsidieerde) organistie FMO (die nog steeds bestaat). Dit was (en helaas is) een soort ontwikkelingsbank, gefinancierd door de Nederlandse overheid, die de opdracht had om kleine en middelgrote bedrijven in ontwikkelingslanden zoals Indonesië van geld te voorzien. Maar in de praktijk, vertelde een FMO vertegenwoordiger, was het moeilijk om kredietwaardig MKB in Indonesië te vinden. En omdat het geld toch uitgegeven moest worden, ging het maar naar Kodak en Shell.
Die hele wereld van de ontwikkelingshulp is niets anders dan een schurkenbende. Er wordt een beroep gedaan op de humanitaire gevoelens van de bevolking; consultants en derde-wereld toeristen strijken het grootste deel van het geld op; de rest komt op de Zwitserse bankrekeningen van de derde-wereld dictators. De quasi-”kwaliteitskrant” NRC heeft grotelijks gefaald bij het aan het licht brengen van deze misstanden. Het enige dat de NRC nog kan redden — financieel, maar vooral moreel — is serieus “investigative journalism”.
zaterdag 21 maart 2009, 22:59 uur
Dit is een werkelijk boeiend probleem maar een pasklare oplossing heb ik natuurlijk niet. Ik neig ernaar om in ieder geval afhankelijkheid te voorkomen. Verder weet ik uit ervaring dat de situatie ter plaatse complex is en betwijfel ik(hoewel weinig onderbouwd) dat een gemiddelde planmaker weet waar hij of zij mee bezig is. De culturele verschillen zijn absoluut een factor en een realistische en niet naive houding zijn van belang. Oftewel, diegene die erover gaan waar ontwikkelingsgelden aan besteed worden zouden bij voorkeur zelf een lange (met nadruk op lange) periode in het zuiden moeten doorbrengen. En dan ook in dusdanige omstandigheden dat er geen sprake is van een vrijblijvend verblijf. Probeer zelf maar eens iets gedaan te krijgen in een derde wereld land gedurende een periode langer dan je gemiddelde vakantie of sabbatical. Als je daarna nog in staat bent om de situatie positief te bezien ‘than you’re cut out for the job’.
Stoppen met het geven van hulp is wat kort door de bocht maar de manier waarop het heden ten dage wordt besteed lijkt mij weinig zinvol.
zondag 22 maart 2009, 0:52 uur
Ruil in Oost Congo 100 blauwhelmen per jaar in voor Community based Sociotherapy projecten
Door Cora Dekker
Marcia Luyten schrijft in de Opinie & Debat bijlage van NRC op 21 maart 2009 dat gratis onderwijs en gezondheidszorg slecht zijn voor Oeganda omdat gratis voorzieningen mensen achterover laten zitten. Er wordt bij het geven van begrotingssteun aan Oeganda volgens Luyten met de bril van de open Westerse samenleving gekeken naar een gesloten samenleving. Luyten legt een relatie tussen Nederlandse begrotingssteun, toenemend huiselijk en seksueel geweld, ondermijning van het proces van democratie van binnen uit. Begrotingssteun betekent volgens Luyten in feite de financiering van het traditionele patronagesysteem van de elite en ze wijst op ons grootste probleem; te weinig begrijpen van wezenlijk andere samenlevingen die we de moderniteit in willen loodsen.
Na haar analyse, die begon met de gevolgen van de wereldwijde recessie die nu ook het Afrikaanse continent treft, betoogt Luyten dat, als de samenwerking opnieuw vormgegeven zou moeten worden, het meer van belang is hoe we de hulp euro zouden moeten besteden om een verschil te maken dan hoeveel hulp euro’s we geven. Ze bepleit dan het principe do no harm toe te passen. Hoe de hulp er precies uit zou moeten zien is op voorhand moeilijk te zeggen volgens Luyten
Voor die hulpeuro heb ik wel een begin van een idee want vanaf 2004 reis ik Rwanda en Oost Congo in en uit, uitgenodigd door lokale kerkleiders en lokale NGO’s. Hun hulpvraag betrof geen geld, wel steun in hun tot dan vergeefse poging het sociale lijden van de mensen te verlichten. We trainden de community based sociotherapy methode. Een methode die pas werkt als deelnemers; te trainen facilitators (allen vrijwilligers) en later deelnemers aan de sociotherapie groepen participatief zijn. Bij die methode gelden een aantal principes (interesse, gelijkheid, democratie, leren door te doen, qua onderwerp blijven in het hier en nu) die, zo leert de ervaring, naadloos aansluiten bij die wezenlijk andere samenleving. Daarnaast geldt de factor tijd die nodig is om te herstellen van de verwarrende gevoelens ten gevolge van onbegrijpelijk veel meegemaakt geweld. Tijd wordt in sociotherapie ingedeeld in fasen. Er wordt geparticipeerd aan het actief creëren van veiligheid, vertrouwen, zorg voor elkaar, respect, het maken van regels. Emotionele herinneringen worden in genoemde principes en fasen wel erkend, niet met community based sociotherapy behandeld. Met de vooral vragende systeem methode waaraan deelnemers telkens 15 weken mee kunnen doen, brengen we lokale mensen naar inzichten en besluiten die voor hen betekenisvol waren en zijn en krijgen wij steeds meer zicht in wat zich in de haarvaten van die wezenlijk andere samenlevingen afspeelt.
Dat wil ik illustreren met een voorbeeld uit Oost Congo, waar ik vorig jaar met mijn collega van de hogeschool Leiden een vervolg bezoek bracht aan het tweede sociotherapie project (eerste en derde project zijn in Rwanda) om te luisteren naar hoe de getrainde mensen de sociotherapie sinds januari 2008 hebben geïmplementeerd en hoe de gemeenschap de benadering en methode heeft ontvangen. We bezochten de eerste week 5 gebieden waar 33 groepen (346 beneficiaire) de eerste cyclus van 15 weken sociotherapie net had afgesloten en een tweede cyclus met 33 groepen was begonnen. (nog eens 350 beneficiaire) De omvang gaf een zeer onverwacht beeld van het resultaat van alleen maar 4 maanden sociotherapie. Wat het resultaat boven verwachting maakte is de post conflict cultuur die de samenleving had gefragmenteerd en die een ongekende en daarom moeilijk te hanteren ‘ieder voor zich’ mentaliteit had bewerkstelligd. In de chaos van die nieuwe cultuur, konden dagelijkse problemen over land (oorlog en geweld hebben daarover veel onduidelijkheid achtergelaten), daaraan gerelateerde problemen in families en tussen buren niet meer onderling opgelost worden. Problemen in soorten en maten werden regelmatig voorgelegd aan locale autoriteiten zoals locale chefs (niet altijd even geschoold) aan politie, aan commandanten van het leger ter plaatse of ze werden naar een rechtbank gebracht. Overal moest (smeer)geld voor worden betaald aan de lokale patronage en het resultaat was niet zelden nog meer verwarring.
Het klinkt ongelooflijk maar sinds sociotherapie in januari 2008 begonnen is, worden de onenigheden en conflicten zonder het schuiven van geld opgelost, is er nog maar 1 zaak voor de rechtbank geweest en vraagt de politie wat er gaande is. Er zijn heel veel lokale chefs mee gaan doen aan sociotherapie en ze zeggen dat ze hun mensen niet meer arresteren, dat ze de mensen in het verleden verkeerd benaderd hebben en dat ze geen geld meer vragen. Als dominostenen lijkt een, voor lokale mensen geld verslindende patronage praktijk te zijn omgeslagen.
Naast de 33 sociotherapie groepen zijn er met instemming van Chef Nyangezi ook veel lokale comités van telkens 15 deelnemers opgericht die meestal ook de lagere locale chef tot lid hebben. Die comités willen ook allemaal in sociotherapie getraind worden, Die comités zien toe op de handhaving van nieuwe afspraken over land en op den duur moeten deze comités gezien worden als ontwikkel comités, een soort deelraden onder Chef Nyangezi.
Organisatorisch hebben we ook een prestatie gezien waar velen in Nederland nog een voorbeeld aan kunnen nemen. Er was een organigram, er was een organisatie plan, er waren afspraken wat ieder geacht werd te doen, er was een compleet overzicht van dag en plaats waar de 33 groepen in de komende maanden bijeen komen, er waren behoorlijk complete rapportages, er waren al samenvattingen, er was gecheckt of het geschrevene ook echt waar was en tot slot was ons bezoek van de eerste tot de laatste dag prima verzorgd.
De sociotherapie methode wordt als veilig en eigen ervaren omdat hij de traditie respecteert én moderniseert. De besluiten in de groepen werden door de bijna 8000 deelnemende mannen en vrouwen in de afgelopen drie jaar in Oost Congo en Rwanda zelf genomen. Na 15 weken besloten veel groepen het aangename met het nuttige te verenigen en samen een sociaal economisch initiatief te beginnen. Ze legden daarvoor zelf kleine bedragen in waarmee ze trots genereerden in plaats van passiviteit.
Deze praktijk bracht me op een idee voor andere besteding van hulpgelden; onderhandel met de UN over het terugtrekken van 100 blauwhelmen per jaar in dat Oost Congolese gebied en maak daarvoor in de plaats een of meer van deze sociotherapie projecten mogelijk. Zeer effectief en veel goedkoper.
Cora Dekker
Windroosplein 154
1018 ZW. Amsterdam
Docent Hogeschool Leiden en Sociotherapie trainer AMC/de Meren in Grote Meren gebied.
zondag 22 maart 2009, 2:13 uur
Zolang we met de kapitalistische productiewijze te maken hebben (met als motor winstmaximalisatie door economische en financiële machtsgroepen) blijven grote contradicties bestaan.
In de eerste fase van het imperialisme (19e eeuw) hebben westerse landen, aangestuurd door hun economische en politieke elites, gebieden in andere continenten veroverd en uitgebuit door grondstoffen te roven, monocultuur te doen ontstaan, goedkoop arbeid te doen verrichten en producten (soms zeer geforceerd, zoals opium in China) af te zetten. Na de dekolonisatie (officiële politieke verzelfstandiging van voormalige koloniën na de Tweede Wereldoorlog) is het uitbuitingsproces feitelijk doorgegaan.
“Ontwikkelingshulp” heeft -zowel op basis van westers eigenbelang als idealistische motieven- binnen deze constellatie vorm gekregen, waarbij organisaties als het IMF en de Wereldbank de kapitalistische belangen dienen door het opleggen van bepaalde financieel-economische voorwaarden aan landen die hulp vragen. (Althans de elites daarvan, die veelal a.h.w. worden omgekocht en maar al te vaak vooral hun eigen belangen dienen, en niet die van de gehele bevolking). Zo blijven in westerse landen tariefmuren voor goedkope producten uit de “derde wereld” in stand en worden eigen producenten gesubsidieerd, terwijl aan de andere kant allerlei producten -ook sterk milieuvervuilende- in de “derde wereld” worden gedumpt.
Problemen met “ontwikkelingshulp” zullen in de huidige situatie blijven. Toch zal een of andere vorm hiervan moeten blijven bestaan om desondanks meer evenwichtige verhoudingen in de wereld te kunnen ontwikkelen. Het meeste perspectief biedt een aanpak die zo veel mogelijk langs de politieke elites heengaat en gericht is op het grootste, arme deel van de bevolking in de betrokken landen. Micro-kredieten, lokale ontwikkelingsprojecten (o.a. op de gebieden van gezondheidszorg en duurzaamheid), en vooral de overdracht van kennis waarmee de bevolking zichzelf beter zal kunnen ontwikkelen. Want dit laatste blijft een kernpunt.
Geheel stoppen met “ontwikkelingshulp” is geen goed alternatief: dat verandert niets aan de onevenwichtigheid in de internationale economische en sociale verhoudingen. Het komt er op aan haar anders en beter te organiseren. In grote lijnen ben ik het al met al met Marcia Luyten eens.
zondag 22 maart 2009, 6:26 uur
Bijzonder goedkoop om nu onder het mom van de kwaliteit en de gevolgen van ontwikkelingshulp, die al jaren zo niet decennia bekend zijn, de hulp te staken of te korten. Als een individueel mens zoiets doet noemen we dat hypocriete zelfrechtvaardiging. Gebruik de crisis om broodnodige veranderingen door te voeren die al jaren doorgevoerd hadden moeten worden, maar stoppen? Bijzonder goedkoop, laf, egoistisch en al helemaal geen norm of waarde om als voorbeeld neer te zetten.
Bovendien laten we vooral niet vergeten hoe onze ontwikkelingshulp ook in elkaar zit, zoveel mogelijk opdrachten voor ons bedrijfsleven. Dat principe is mede verantwoordelijk voor het mislukken van de hulp en het besteden van het geld onder de genoemde oomstandigheden.
Als laatste het excuuus de eigen verantwoordelijkheid. Daar zit natuurlijk een kern van waarheid in. Echter zo’n argument gebruiken terwijl je als land juist bezig bent om zoveel mogelijk verantwoordelijkheid bij je eigen overheid neer te donderen is wederom zo hypocriet als de neten. Elke keer weer als het om zwakkeren gaat dan halen we dat argument naar voren, maar als we het hebben over hypotheekrenteaftrek, schoolboeken, creches, kinderbijslag en vele subsidies meer, dan incasseert de middenstand en de rijke elite graag en wordt er niet geluld over eigen verantwoordelijkheid. Nee, elke keer dat argument van “zelf verantwoordelijk” geldt alleen bij de zwakkeren. Walgelijk.
Ongetwijfeld kan het ontwikkelingsgeld beter besteed worden en veel van die fouten liggen hier. Pak dat aan, maar 1 cent bezuinigen is hypocriete, egoistische zelfrachtvaardiging op macro niveau vergelijkbaar met de bankiers op micro-niveau. Hoe besmettelijk is dat egoisme eigenlijk?
zondag 22 maart 2009, 10:16 uur
Het grootste kwaad is reeds geschied: door voedsel- en medische hulp is er een bevolkingsexplosie ontstaan, waardoor de gehele maatschappij in ontwikkelingslanden door onze vrijgevigheid ontregeld is. Ieder gered kind betekende later een mond extra te voeden; de extra voeding gaf weer mogelijkheden zich voort te planten.
Nu staan we voor een moeilijk oplosbaar dilemma: geven bevordert de overbevolking, niet geven betekent waarschijnlijk, dat er een volksverhuizing op gigantische schaal op gang komt op weg naar voedsel. Voedsel en rijkdom zullen in het westen gezocht worden, waarbij de medische kennis en de sociale uitkeringen ook zullen lokken.
Sedert de zestiger jaren van de vorige eeuw heb ik dan ook aan alle artsen op weg naar ontwikkelingslanden gevraagd, of ze hun abortus- en sterilisatiekoffertje bij zich hadden. Deze discussie werd niet op prijs gesteld. Hun opgave was levens te redden; over de gevolgen moesten anderen zich maar druk maken. Mijn stelling was: als je de mensen de mogelijkheid geeft door de medische kennis gered te worden, dwing je ze eigenlijk om deze mogelijkheid te grijpen. Van individuen kan niet verwacht worden deze mogelijkheid af te slaan.
Maar nu? Ik denk, dat de enige mogelijkheid is om te blijven geven, maar wel onder strikte voorwaarden, waardoor de mogelijkheden van een land en de grootte van de bevolking beter in evenwicht komen en uiteindelijk zorgt voor een zichzelf bedruipende maatschappij. Hoe onsympathiek ook: tegenover hulp zal een actieve bevolkingspolitiek gevraagd worden. Tegenover voedsel en medische hulp zal een (per land verschillend) aantal sterilisaties van mannen en vrouwen moeten staan. Alleen zo zal de geboden hulp niet destabiliseren, maar juist stabiliteit kunnen bevorderen. Immers door het afnemende aantal monden, zal de behoefte aan hulp af nemen. Ondertussen zijn ook de gestelde voorwaarden (sterilisaties) voor hulp een prikkel om een eind te maken aan de hulp.
Overigens zal ook Nederland er (als immigratieland met een steeds toenemende bevolking) op een gegeven moment ook niet aan ontkomen om een actieve bevolkingspolitiek te voeren. Misschien een idee voor de toekomst: verblijfsvergunning alleen als na één kind een sterilisatie wordt uitgevoerd? Of een generaal pardon met verplichte sterilisatie? Onsympathieke ideeën, maar ook in Nederland kan de bevolking uiteindelijk niet blijven toenemen of zal zelfs moeten afnemen. Het is tenslotte ook onethisch, om van ontwikkelingslanden een bevolkingspolitiek gericht op afname van de bevolking te eisen, terwijl we zelf er een potje van maken.
zondag 22 maart 2009, 10:19 uur
Gisteren op de BBC:
Kofi Anan die het merendeel Afrikaanse regeringen/leiders verweet dat die nadat zij gekozen waren, dit slechts zagen om zichzelf te verrijken.
Afrikaanse auteur Megebe (?):
‘Op het Afrikaans continent verdwijnt geld alsof het nooit bestaan heeft’.
“Een aantal voorwaarden: Afrikaanse landen moeten optimale kansen krijgen om hun spullen te exporteren naar het Westen, zonder de eigen markten meteen open te stellen voor westerse producten.”
Dit is eenzijdige idiotie wat betreft ‘Fair Trade’ – voor het Westen; en bovendien móeten wij niks, zouden dit kunnen doen, maar dat slechts ten koste van het Westen want o.a. onze boeren gaan eraan, zoals een aantal van onze grote industrieën al overgenomen werden door o.a. Taiwan en China, India.
Bovendien: ’100% in het nadeel van het Westen, maar 100% voordeel voor ontwikkelingslanden’is ook niet nodig omdat bv Afrikaanse landen niet naar het Westen maar naar naar enorme markten in Afrika, en daarbuiten kunnen exporteren met min of meer gelijkwaardige valuta.
Wat hier voorgesteld wordt is:’Afrikanen zijn arm, kunnen daarom goedkoper produceren dan Nederland, waarom het Afrikaanse landen vrij moet staan vrijelijk Afrikaanse produkten te importeren in Nederland, maar Nederland die produkten niet meer kan verbouwen als ‘te duur’ door die goedkopere Afrikaanse competitie waardoor Nederlanders hun boerderijen en andere banen verliezen, en bovendien Nederland haar ‘dure produkten niet naar Afrika mag exporteren’.
Wie kon deze zotheid bedenken?
Afrikaanse landen hebben het Westen niet nodig omdat die binnen Afrika, en buiten Afrika hun produkten kunnen verkopen aan miljoenen + mensen in ook arme, derdewereldlanden met gelijkwaardige valuta – en slechts dat is Fair Trade.
Uitzonderingen zijn natuurlijk o.a. exotische Afrikaanse landbouwprodukten die wij hier niet kunnen verbouwen.
Bovendien zijn aantallen landen in Afrika onmetelijk rijker in land, flora, fauna, en grondstoffen. Duizenden Afrikanen hebben bovendien in het Westen goede opleidingen ontvangen – maar verkiezen daar te blijven i.p.v. ‘Ontwikkelingshulp’ in hun eigen Afrikaanse landen te verschaffen.
Er zijn ontelbare miljarden aan ontwikkelingshulp gewoon verdwenen – al jarenlang – en waarom ‘export naar het Westen’ niet de oplossing is maar Afrikanen eindelijk verantwoording geven voor wat er mis gegaan is en nog mis gaat in Afrika; en geef in ieder geval slechts ontwikkelingshulp aan bepaalde projekten onder controle van de donoren in het Westen – en niet meer aan regeringen.
zondag 22 maart 2009, 10:25 uur
Het artikel spreekt mij geweldig aan. Niet alleen de boodschap maar juist de onderliggende filosofie. De antropologische benadering is m.i. de enige juiste, niet alleen voor ontwikkelingshulp, maar ook voor internationaal zakendoen! Graag wil ik met de auteur contact hebben om te kijken of ik een deel van haar publicatie mag gebruiken en om eens te discussieren over een breder toepassingsgebied!
zondag 22 maart 2009, 11:10 uur
Ik ben daar gauw klaar mee! Laat het VOLK zelf, op basis van vrijwilligheid en afhankelijk van nuttigheid, vrijwillig haar bijdrage bepalen, als bijv. bij calamiteiten!
zondag 22 maart 2009, 11:23 uur
Shockerend dat zoveel mensen dat het beter is om ontwikkelingshulp af te schaffen!
Het is duidelijk dat vele arme landen zelf niet de mogelijkheden hebben om hun bevolking de noodzakelijke hulp te bieden om een beter leven op te bouwen.
Ontwikkelingshulp dient echter wel goed doordacht plaats te vinden.
Kennisoverdracht, technologie te beschikking stellen, micro-kredieten verschaffen, medicijnen etc.
Initiatieven om positieve ontwikkelingen te steunen zijn een morele verplichting. Het Westen heeft in de geschiedenis actief bijgedragen aan het ontwrichten van de wereld.
Het weggooien van geld in een bodemloze put, nee, daar kan niemand het mee eens zijn.
Het leeghoofdige gepraat over marktwerking, en het misplaatste westers superioriteitsgevoel zijn de achterhaalde verkooppraatjes van een economisch denken dat de afgelopen maanden midden in het gezicht van de voorstanders ervan is ontploft.
Ontwikkelingshulp dient m.i. concreet de problemen aan te pakken waarvoor westerse kennis onontbeerlijk is: drinkwater, energievoorziening, voedselproductie, gezondheidszorg, communicatie en onderwijs.
En nee, nogmaals, ik stel niet dat we geld moet geven. Hulp in de vorm van concrete projecten op die plaatsen waar dat een reële kans van slagen heeft.
De wens om zomaar de ontwikkelingshulp te stoppen is weer zo’n nieuwe Zeitgeist.
zondag 22 maart 2009, 11:37 uur
Wat me opvalt is de schijnbare desinteresse van een aantal mensen uit de derde wereld voor waar ze vandaan komen. Dat koekhappen is wel een vernedering.
Maitreya, die erg begaan is met de derde wereld, maar die telkens zijn verschijning uitstelt, terwijl er een ´verwachting´ moet zijn, doet daar in zekere zin ook aan mee: je bent net een hond die achter een worst aanloopt, terwijl je in feite dat karretje zelf trekt.
zondag 22 maart 2009, 12:34 uur
@ 23
Beste Joke,
Die zotheid heet wereldhandel. Kun je je voorstellen dat Nederland “verstandig” zou zijn geweest door de grenzen gesloten te houden? Ik ben bang dat we dan nu ontwikkelingshulp zouden hebben gekregen omdat we ons gas niet wilden verkopen maar nodig hebben voor het warm houden van onze sinasappelbomen. Helaas ook geen staalindustrie, doorvoerhaven enz enz. en .. geen werkgelegenheid.
De Afrikaanse producten hebben nu eenmaal meer toegevoegde waarde in het land van productie van het eindproduct. Die toegevoegde waarde moet dan wel betaald worden zodat de leverende landen ook voordeel ondervinden. Helaas is dat niet altijd het geval.
Ter aanvulling op je quote van Kofi Annan en Megebe: Mo Ibrahim, rijk geworden door de verkoop van zijn telecom bedrijf Celtel stelt jaarlijks een index samen waarin de sub Sahara landen worden vergeleken. Kofi Annan is voorzitter. Die ontwikkeling komt van binnen uit en daarmee geen met belangen verstrengelde beoordeling door bijvoorbeeld de Wereldbank of het IMF.
Mijn pleidooi zou zijn dat we goede initiatieven moeten aanmoedigen in plaats van ontmoedigen door verstorende importheffingen van onze kant.
zondag 22 maart 2009, 14:13 uur
Marcia Luyten durft in haar bericht niet klip en klaar te zeggen dat de ontwikkelingshulp gewoon moet worden gestopt.”moet de conclusie zijn dat we met de hulp moeten kappen? zeker niet”" zegt ze. Ze durft het hoge woord er niet uit te gooien. Durfde ik zelf ook niet te zeggeen in mijn intervieuw met de plaatselijke krant, na mijn reis door Zambia verleden dec/januari, waar ik projecten bezocht die ik zelf in 1968-1969 daar gerealiseerd heb, als SNV vrijwilliger.De kleine ziekenhuisjes die ik bouwde staan er nog en zijn nog in gebruik.Na 40 jaar! Hield er een goed gevoel aan over dat mijn inspanningen niet voor niets zijn geweest. Gebouwen voor een landbouwkundig proefstion staan er ook nog.
Het artikel van het intervieuw zal ik apart mailen. De SNV zit er nog steeds,”connecting peoples capacities”. hoe lang nog?? nog 40 jaar, nog 60 jaar, nog 100 jaar? Dat de donor landen ( 25% van de begroting van Zambia wordt door donoren gevoed) hun toezeggingen gestand deden ondanks de credit crisis, was er groot nieuws. De landen worden nu gerund door henzelf. De koloniale mensen zijn weg. Het is heel moeilijk om een afgewogen en allesomvattende visie te geven, want allles wat er over gezegd wordt en gevoeld is wel een beetje waar. Mijn gevoel is dat er en ik ben blij dat het nu door een Zambiaanse zelf gezegd wordt, dat er radicaal mee gekapt moet worden. Al is het maaar om eens te zien wat er dan gaat gebeuren en hoe de mensen er op reageren.We kunnen zo niet doorgan, hoezeer 1.000.000.000 mensen het verdienen dat we ons inspannen om leed te verzachten en om iedereen een decent life te gunnen.Kan er nog veel meer over zeggen, maar laat het hierbij.Lees ook mijn intervieuw in Noord-Hollands dagblad van 21 januari 2009
zondag 22 maart 2009, 14:36 uur
@20 Olav Meijer.
Olav je slaat de plank raak, zover ik de situatie goed kan inschatten, in dien zin er is een gigantische wereldgeschiedenis hieraan vooraf gegaan. Je moet teruggaan naar de 16e eeuw of eigenlijk nog eerder toen de Europeaan op zoek ging naar gebieden in de wereld om te koloniseren zoals Noord en Zuid Amerika, Azië, Australië Nieuw Zeeland en Zuid Afrika een heel interessante geschiedenis. Waar de Europeaan echt niet trots op moet zijn, de slachtoffers waren de kanibalen, untermenschen en noem maar op, één land zijn ze vergeten en dat is die grote zandbak Afrika en zijn oerwouden rond de evenaar daar viel geen eer te behalen uitgezonderd een paar kustgebieden.
Er heeft daar nooit een ontwikkeling plaats gevonden ook niet in de Belgische Kongo allen onderdrukking.
Het inpompen van geld heeft totaal geen zin, dat blijft aan de strijkstok hangen bij de machthebbers van die gebieden van nu. Die kopen luxe auto’s en God weet wat nog meer voor luxe rommel en het volk kan verrekken. Als je iets voor die mensen wilt doen dan moet je daadwerkelijke hulp verlenen in ontwikkeling en studie, wat kan ik betekenen voor het Volk. Ik denk dat je onder die voorwaarden er niet binnen komt of in de kortste tijd eruit geschopt wordt. Op deze web-site kun je wat meer lezen daar ik maar een leek ben, maar wel een leek met kennis van geschiedenis.
http://www.hetvrijevolk.com/print.php?pagina=6887
zondag 22 maart 2009, 16:16 uur
Het artikel van Marcia Luyten helpt bij het nieuwe denken over ontwikkelingssamenwerking. Jammer dat het opent met een gesloten vraag. Zo’n vraag roept ook populistische reacties op. Ik had liever een aanhef gezien die de kern van haar betoog raakt. Dus niet de vraag over wel of niet ontwikkelingshulp, maar stimuleren van de kernwaarden van de locale gemeenschap. Gelukkig gaat een aantal reacties daar wel op in. Zelf ben ik nauw betrokken bij locale initiatieven op het gebied van microverzekeren, onder andere ook in Oeganda. De locale plattelandsgemeenschappen zijn hecht en goed in staat kennis op te nemen en te implementeren. Vooral daar waar vrouwen in cooperatieve structuren de bindende factor zijn. De westerse bijdrage moet intensief blijven en vooral gericht zijn op kennis delen. Kortom een warm pleidooi om de ideeen van Marta te omarmen.
zondag 22 maart 2009, 17:53 uur
Ontwikkelingssamenwerking zoals ontwikkelingshulp tegenwoordig heet is een Bermuda Triangle waarin al 50 jaar miljarden Euros/Dollars verdwijnen zonder dat de nagestreefde ontwikkeling tot stand komt. Dit heeft meer te maken met het feit dat hulp een politiek instrument is en een verlengstuk van buitenlandse zaken(geo-politiek). Daarom is Europa ook zo boos dat China ze de laatste jaren in de wielen rijdt in Afrika. Voor China is hulp handel en door dat openlijk na te streven heeft China het westen ontmaskert, want het westen heeft dezelfde doelen, maar meer versluierd. Beter luisteren naar mensen met verstand van zaken in de 3e wereld zoals antropologen zou betekenen dat veel expat specialisten en ambtenaren op het departement van ontwikkelingssamenwerking/buitenlandse zaken hun baan zouden kwijtraken – wat zij begrijpelijkerwijs niet willen. De Wereldbank doet hetzelfde als nationale ministeries van ontwikkelingssamenwerking vanuit het perspectief van de ‘Washington Consensus’(de G7). De mode verandert elk decennium naar gelang de ideologie in het westen. Afrikanen/Aziaten/Latijns Amerikanen kunnen beter hun eigen pad trekken(wat ze meer en meer doen tot frustratie van het westen) en een internationaal exportgericht ontwikkelingsmodel à la Taiwan/Singapore/Korea/China/Maleisië volgen of zichzelf richten op zelfvoorziening/regionale handel als ze grondstoffen hebben(de Golfstaten doen dit, Angola en Brazilië ook). Daarvoor is wel de combinatie nodig van integer bezield leiderschap dat nationale ambities op de eerste plaats heeft i.p.v. persoonlijke verrijking. Oeganda/Roeanda/Botwana doen dat in Afrika, Brazilie/Argentinië in Zuid Amerika, India/Vietnam in Azië. Noodhulp valt buiten ontwikkelingshulp, die blijft nodig, maar moet wel streng gemonitord worden omdat Europa/VS graag agrarische overschotten dumpen via deze weg. De huidige crisis biedt mogelijkheden voor een andere politiek omdat de VS en Europa nu even de weg kwijt zijn.
zondag 22 maart 2009, 18:17 uur
Na 50 jaar ontwikkelingshulp mag je je weleens afvragen wat de winst is. Volgens mij nihil. Iedereen, op een paar dieven( regeringsleiders) na , is arm. De suiker hier beschermt onze boeren . De EEG beschermt met hoge importmaatregelen de veel goedkopere producten uit ontwikkelingslanden en die geven wij dan weer geld en goederen. We betalen dus 2 maal.
Het is menselijk om iets wat je voor niets krijgt te koesteren
In ieder geval ga je niet zelf aan de slag om het te verdienen.
Derhalve zou het gehele ontwikkelingswerk -idee eens aan een evaluatie toe zijn. En kijk dan hoe je kan helpen zonder er zelf ook nog eens beter aan te willen worden.
En al die bureautjes in Den Haag NOVIB, CORDAID etc die een goede boterham verdienen met ontwikkelingswerk zouden ook eens onderzocht moeten worden op salarishoogte en doelmatigheid. Maar dan wel door professionals uit het bedrijfsleven en niet door een overheidscommissie.
Kortom: ontwikkelingswerk, Ja ; maar dan eerst een gedegen onderzoek na 50 jaar geld weggooien.
zondag 22 maart 2009, 18:36 uur
In de papieren NRC staat dit artikel iets uitgebreider, en daarin wordt terecht het net verschenen boek van de Zambiaanse econome Dambisa Moyo vermeld: Dead Aid (22, 180 blz.). 13/8 komt dit jaar de Nederlandse vertaling “Doodlopende hulp” uit. Een aanrader voor iedereen die in dit onderwerp geïnteresseerd is.
zondag 22 maart 2009, 19:14 uur
@29 Een foute zin corrigeren:
De EEG beschermt met hoge suikerimportrestricties onze boeren waardoor wij 2x zoveel voor de suiker betalen als nodig is.
zondag 22 maart 2009, 19:17 uur
–> Martinus de Borst (14), en andere voorstanders van “hulp”:
“Nu ontwikkelingshulp stoppen is een blunder van jewelste. Eerder intensiveren.”
Een beleid “intensiveren” waarvan al tientallen jaren bekend is dat het averechts werkt — dat is ontkenning van iedere logica.
zondag 22 maart 2009, 19:58 uur
De stelling is een beetje onmogelijk. Het gaat er niet om dat we de geldkraan dichtdraaien. Maar mijns inziens is het nodig te investeren in nuttige projecten in plaats van een blanco cheque op te sturen.
Gelukkig is die verandering op komst: er zijn steeds meer winstgerichte consultancy firmas die op concurrerende wijze zeer doelgerichte projecten kunnen realiseren. Als de Nederlandse overheid investeert in zulke projecten, slaan ze twee vliegen in een klap: gemotiveerde experts ontwikkelen programma’s gericht op verbetering van specifieke sectoren in ontwikkelingsregio’s, en een deel van het geld komt via de firma weer terug in de schatkist. Goedkoop en veel doeltreffender dan een smak geld op de limietloze creditcard van de Derde Wereld storten.
zondag 22 maart 2009, 20:07 uur
Ik sluit me aan bij J.Grimbos. Nu meteen ophouden met die farce. Er is genoeg geld aan verdiend door corrupte staatshoofden en door, gemiddellijk tamelijk onbegaafde, bemiddelings samenwerkers.
Daar zal trouwens weinig aanzet voor nodig zijn want met de enorme geldelijke verantwoordelijkheden voor werkeloze Nederlanders zal er geen geld over zijn om een leger ontwikkelings samenwerkers in stand te houden, die rapporten schrijven en verre reizen maken.
Het zal neerkomen op het stimuleren van de micro
economie. Geef een vrouw of man mocht hij te vinden zijn, een handvol geld om zaken mee te doen, onder duidelijke afspraken en men staat te kijken wat mogelijk is.
Hun werkterrein is waarschijnlijk niet groter dan een cirkel van 4 KM.
Daarvan zal het toch moeten komen.
zondag 22 maart 2009, 22:49 uur
Begrotingssteun aan Afrikaanse staten levert stabiliteit op. Dichtdraaien van de geldkraan leidt tot instorting van het staatsapparaat in een land als Oeganda (voor 50% afhankelijk van donorstaten). De menselijke ellende op korte termijn is dan niet te overzien. Geen probleem voor mevrouw Luyten; ruim voordat de pleuris uitbreekt zit zij weer veilig in Nederland. Maar je zult maar een eenvoudige Oegandees zijn; fort Europa kom je in ieder geval niet in.
De kraan moet dus open blijven, maar niet eindeloos. Luyten wijst op het opheffen van de schandelijke subsidies voor export van westers landbouwsurplus naar Afrika. Natuurlijk moet dit perverse beleid veranderen, maar zet het ook zoden aan de dijk? Misschien kan Luyten daar haar licht nog eens op laten schijnen. Het zou fijn zijn als ze dat ook deed met het begrip ‘change agents’. Voor haar ligt hier het beginpunt van een ander soort hulp maar concreet is dit allesbehalve.
zondag 22 maart 2009, 23:30 uur
Er zijn vele methoden van hulp aan landen, die achterlopen bij de denkbare – en uitvoerbare – mogelijkheden.
De centra van hulp kunnen het beste locaal worden gevestigd.
Dat heeft vele voordelen, waarvan de voornaamste wel zijn dat de stimulansen kunnen uitgaan van ‘eigen mensen’ die bekend zijn met de mentaliteit, de tekortkomingen bij de bevolking, de prioriteiten zien, en de doelgroepen het beste kunnen overtuigen.
De VN zouden de krachten moeten bundelen, en dergelijke centra opzetten in veilige gebieden, waar een aantal van de slimste mensen uit de omgeving worden samengebracht en opgeleid tot het vestigen en leiden van de vooruitgang in de diverse culturen van het continent.
Zij moeten het vermogen hebben, neutraal te staan t.o.v. stammenverschillen e.d.
De leden storten wat ze kunnen missen in de gezamenlijke pot.
Het eerste doel moet zijn dat het werelddeel zichzelf leert redden.
Belangrijke voorwaarden zijn infrastructuur, landbouw/veeteelt, sanitair en gezondheidszorg.
Vrijhandel is een mooie gedachte, maar of dat grosso modo de gewenste effecten sorteert is zeer de vraag.
Het odium van afhankelijkheid blijft er in vele gevallen aan kleven, er kan een hausse ontstaan in zee- en luchttransport, en de waardebepaling van de goederen kan een voortdurende bron van geschillen worden.
De hulp mag ook niet bestaan uit een ruil van ontwikkeling met de bodemschatten!
Deze vormen een bron van werkelijke soevereiniteit van de staten, en moeten dienen als exportgoederen ter verdere ontwikkeling en vooruitgang.
Paternalisme is uit den boze, maar de wijze van handelen moet verdachte heersers duidelijk maken dat er voor hen in de nieuwe geest geen plaats is.
Boycot is daartoe een middel, zoals dat in meerdere kwesties het geval is, maar veel te weinig wordt aangewend…
In de bedoelde structuur kan en moet de eigenheid van landen en volken worden gerespecteerd!
maandag 23 maart 2009, 8:00 uur
@ 38 Veronica Cramer
Daar heeft zo’n persoon geen zak geld voor nodig. Daar heeft die persoon een functionerend staatsapparaat voor nodig dat garandeert dat de handelscontracten die zij sluit worden nageleefd. Het begint niet met geld, het begint met ingrijpende institutionele veranderingen.
maandag 23 maart 2009, 8:49 uur
Beste Marcia, in uw kranten artikel lees ik dat u heel duidelijk onderscheid maakt, tussen de organisatiestructuren alhier; in het westen en aldaar in het zuiden; Afrika.
U gaat voor mij te makkelijk om met het stellen van die andere organisatiestructuren tussen aldaar en alhier. Zouden er werkelijk zoveel verschillen zijn?
(Ook hier malle m.i. doorslaande mensen in mateloos hebzucht gedrag… aan de orde van de dag…, zelfs zo, dat ik die mateloosheid in religie-houvast-zoeken of geld-hebzucht-houvast-zoeken, als hetzelfde blauwdruk gedrag ben gaan zien.)
Waarom dan toch hogere organisatie- en consumeerpatronen tussen alhier en aldaar?
Vakbonduitvinding?
Moeten we hen aan vakbonden helpen?
Onzin consumeerwensen opjagen? Moeten we ze daar meer aan opdienen van ‘leuke’ soaps, die hebzuchtgedrag prikkelen helpen?
(Ooit ‘Dynasty’ etc.?)
Minder bewegende mensen..lui? Of een klimaat waar veel bewegen met hartklachten beantwoord wordt?
Vrouwen, die werken omwille van kinderenmondjes en mannen niet? Paus tegen pil en condoom invloed?
China met :”Geef mij je bos, geef ik jou een voetbalstadion.” ruilhandel?
Komt men daar gelden of wetten tekort?
Kan geld zonder intelligente doelen zinnig besteed worden?
Ik heb vragen meer dan antwoorden en zie uw boek met belangstelling tegemoet.
De vraag over de ontwikkelingsgelden kan ik niet beantwoorden, ik weet te weinig over de geldstromen, maar dat de ontwikkelingsgeldstromingen, onderzoek en herziening behoeven, lijkt me wel duidelijk.
De hebzucht religieuzen mogen niet de kans krijgen, want némen zullen de hebzuchtreligieuzen de kans, indien aangeboden, om zich aan belastingcentjes te vergrijpen. Dus wetten niet alleen om bonussen met 90% belasting te belasten volstrekt logish en eerlijk, maar ook wetten om ontwikkelingsgelden te reguleren… (richting wetten en waardigheids verhaal) wel naar fundamentele opbouw structuren (pas op, niet alleen stenen bedoeld hier, stof én geest.. na overleg met bevolking en vanuit bevolking; wetboeken???) en niet naar hebzuchtberoerlingen.
PS Een normaal houvast zoeken in religie of geldbezit, acht ik, mits MAAT gehouden, normaal; niet beklagenswaardig of met minachting, afwijzen of jaloezie te bezien.. dat mag, de Maat is gewoon zoek. Ook in ontwikkelingsgeldstromingen dus?
maandag 23 maart 2009, 8:49 uur
@ Harm-Jan Kruizenga
Ik schreef: “is ook niet nodig omdat bv Afrikaanse landen niet naar het Westen maar naar naar enorme markten in Afrika, en daarbuiten kunnen exporteren met min of meer gelijkwaardige valuta.”
Na dit en ook op de BBC, een rapport waarin dat ‘India nog niet zoveel handel drijft als China met Afrika maar aardig opweg is’ – en wat ik bedoelde; en pas op er zijn zeker Afrikanen (niet alleen regeringen daar) die huilebalken opdát de geldstroom aan ontwikkelingshulp niet stopt en het Westen als een ezeltje scheit zien; en ‘kolonisatie’ als chantage op ons hanteren – opdat zij op hun handen kunnen blijven zitten terwijl zij ons geld innen.
In hetzelfde rapport zei een Afrikaan echter dat ‘Afrikanen zélf intiatief moeten tonen zoals in India gedaan wordt want er zijn 900 miljoen Afrikanen die daar een goede basis voor zijn’ – en zo moet dat en niet anders.
‘Kun je je voorstellen dat Nederland “verstandig” zou zijn geweest door de grenzen gesloten te houden?’
Ik zei al dat de uitzondering ‘exotische producten zijn’- w.o. uw “sinasappelen’ – en bovendien kunnen die uit Spanje geimporteerd worden met gelijke valuta/levensstandaard. Ik koop o.a. geen wijn meer uit Australië, Afrika, Zuid Amerika …. uit overweging van overmatig misbruikte energie voor mijn fles wijn -want Frankrijk, Spanje, Italië zijn dichter bij. Het is gewoon kolder om bv sinasappelen uit Afrika te importeren maar niet uit Spanje ‘omdat Afrika goedkoper is’ – maar vergeten dat door die sinasappel enorm veel brandstof voor vervoer nodig is – en wat wij ons a) niet meer kunnen permiteren omdat brandstof opraakt en b) voor vervuiling zorgt en c) transportenergie voor opwarming van de aarde zorgt.
De mensheid staat op een keerpunt waarin of héftig en onmiddellijk consumptie, energiegebruik, en overbevolking teruggedraaid worden, óf het zal te laat zijn en goed fout gaan omdat tenminste heel veel meer miljoenen mensen zullen sterven (w.o. zeer goed mogelijk miljoenen Nederlanders) door natuurrampen veroorzaakt door opwarming van de aarde dan nu ‘in derdewereldlanden door armoede’.
Kwantiteit is geen garantie voor een welvarende economie; waarom 11 miljoen in Nederland al meer dan genoeg mensen zijn; maar men is ‘greedy’ en wil steeds meer en meer en steeds meer ‘groei’ maar waarom want – kwalitieit- wordt er niet beter op en zelfs slechter want op vele plaatsen is Nederland goed verloederd door bevolkingsdruk zoals niet voorheen onze steden en de natuur.
WIJ verkeren in gevaar want Nederland hád grote “staalindustrie/ën”, grote scheepsbouw, grote textielindustrie … als ‘werkgelegenheid’ maar die juist verdwenen zijn omdat derdewereldlanden goedkoper kunnen produceren; er aantallen ooit specifiek Nederlandse grootbedrijven w.o. KLM nu gedeeltelijk of geheel bezit zijn geworden van buitenlanders; en waarom wij zelf een derdewereldland kunnen worden omdat wij niets hebben aan grondstoffen; en niets aan kunnen bieden dat nog beter is dan wat ook (w.o. tulpen, rozenkweek en al in Zuid Afrika), en ‘kennisindustrie’, en die derdewereldlanden al overnemen w.o. China, Taiwan, en India; en bovendien zitten wij niet alleen zelf in een financiële crisis; en ‘moeten langer doorwerken’ want het geld is op; en er bestaat wel degelijk armoede in Nederland en mocht de crisis erger worden en door massa banenverlies toeslaan dan zal armoede zich grootschalig in Nederland verbreiden – en waarom wij weer (!) zunig moeten worden – waar onze voorouders om bekend stonden want in de Gouden Jaren werd het geld over de balk gesméten door regeringen – en waarvoor wij nu het gelag betalen.
Overbevolking is echter hét probleem juist in ontwikkelingslanden krijgen doodarme mensen 10 tot 12 en meer kinderen; en waar niet lang geleden 20.000 mensen woonden wonen er nu 3 miljoen (zo iets) op hetzelfde land met ‘limited resources’ , mensen gaan daarom o.a. steeds meer bossen verwoesten (w.o. in Indonesië, Thailand en in Colombia, Nieuw Guinea) waar binnenkort alle oer/regenwouden grotendeels verdwenen zullen zijn (ramp voor opwarming van de aarde) – en dat geldt zeer zeker voor water want voor 20.000 was er genoeg maar niet voor 3 miljoen; en de zeeën en oceanen zijn bijna leeggevist; en diersoorten verdwijnen welhaast elke dag.
Natuurlijk draait mijn hart om als ik die arme mensen zie in Afrika/waar ook – maar ja die krijgen te veel kinderen; en het is nu eenmaal onmogelijk uit een hoop dor zand te trekken wat er niet in zit aan gewassen -dus ga daar niet wonen.
Ik kijk o.a. met afgrijzen naar Darfur vluchtelingen – maar dat is wel de fout van ‘Afrika’ namelijk van de Sudanese regering/Djanjaweed – waardoor ook Jan Pronk voor zijn leven moest vluchten en aantallen hulpverleners Sudan uitgezet worden (geen protesten gehoord van ‘gezamelijke moslimlanden’ noch over dat moorden noch over dat uitzetten van hulpvrleners) en het Mugabe is die het voorheen welvarend Mugabeland ten gronde gericht heeft – maar nu zijn hand ophoudt ‘help Mugabeland’.
Kijk ook naar Afghanistan waar miljóenen aan hulp verdwijnen – in zakken – maar niet in die van de doodarme Afghaanse bevolking. Schandalig!
Ik erger mij aan het (zeker in Nederland) ‘mea culpa alles is onze schuld’ en aan de andere kant: ‘onze onderontwikkeling is de schuld van het Westen’, want als de EU (including ‘Britain’) zou gaan berekenen wat er aan ontwikkelingshulp gegeven werd en wordt dan zou dat tot over de triljoenen Euros zijn – w.o. miljarden + die immigranten naar hun thuislanden verschepen zónder dat dit de economie noch de belasting in de EU ten goede kwam noch komt. De Pakistaanse economie drijft grotendeels op inkomsten gratis ontvangen uit het buitenland overgemaakt door Pakistanen; én krijgt miljarden aan ontwikkelingshulp – maar ja doet het niet goed, en dit ondanks dat daar een vrij grote, goed geschoolde, middenklasse bestaat. Geef ontwikkelingshulp aan Somalië, Congo, Nigeria ….. en dat verdwijnt door corruptie en door onderlinge oorlogen.
maandag 23 maart 2009, 9:12 uur
“Ik ben daar gauw klaar mee! Laat het VOLK zelf, op basis van vrijwilligheid en afhankelijk van nuttigheid, vrijwillig haar bijdrage bepalen, als bijv. bij calamiteiten!”
Had ik vergeten want inderdaad schenken o.a. Nederlanders privé miljoenen aan allerlei ‘calamiteiten’ en door vrijwillige ontwikkelingshulpverleners w.o. Nederlandse artsen in ‘Afrika’; en donaties gegeven aan o.a.’Artsen zonder Grenzen’.
In India is het Hindu kastensysteem en ‘karma’ schuldig aan sociale en religieus geinspireerde armoede en discrimineren van ontelbare miljoenen mensen; daar worden wel ‘aalmoezen’ gegeven – maar slechts om de eigen Hindoeziel een nog beter ‘karma’ te geven voor ‘mijn volgende reincarnatie’. Pas nu wordt het kastensysteem doorbroken; en bestaat er, door eigen initiatief, een steeds grotere middenklasse waardoor de onderklasse meer ‘kruimels van de tafel van de rijken kunnen eten’.
Christendom staat al eeuwenlang en wereldwijd voorop in ‘Charitas’ – want moslims zorgen slechts voor andere moslims.
maandag 23 maart 2009, 10:42 uur
Met ontwikkelingshulp houden we zelf de ellende in stand. Zie de overlevingsdrang in de natuur, de allerzwakste, zieke en in slechte conditie verkerende dieren vallen ten prooi aan moeder natuur en dienen als voedsel van gezond en sterk leven. Het is eten of gegeten worden die de natuurlijke selectie op gang houd. Zo zou het ook gaan in de landen zoals Afrika waar het probleem in stand wordt gehouden door zachte heelmeesters die stinkende wonden veroorzaken.
Stop met het subsidiëren van van groepen die te zwak, ziek en misslijk zijn en het probleem lost zichzelf op. Het zijn de overwegend linkse regeringen van rijkere landen die deze ellende in stand houden. Als we allemaal stoppen met ontwikkelingssamenwerking waarvan 80% in de zakken van de verkeerden verdwijnd en voor het overgrote deel wapens worden gekocht waarmee bende oorlogjes worden uitgevochten en we zijn binnen 10 jaar van de ellende verlost.
Het heeft geen zin te proberen een bodemloze put te dempen, laat de natuur zijn werk doen zodat door natuurlijke selectie de sterkste overblijven en Afrika weer op eigen benen kan staan zonder het corruptmakende geld uit het westen.
maandag 23 maart 2009, 11:25 uur
In haar artikel verwijst Marcia Luyten naar ‘victim- en system blaming’. De waarheid ligt waarschijnlijk, zoals gewoonlijk, ergens in het midden. Afrika’s onderontwikkeling is het gevolg van zowel interne als externe factoren. Luyten spreekt van een Afrikaanse mentaliteitscrisis, tot uitdrukking komend in o.a. luiheid, dronkenschap en ‘rent-seeking elites’. Dat komt inderdaad veel voor, maar een meer genuanceerde visie op dit soort ongewenst gedrag en de onderliggende oorzaken is te vinden in mijn boek over ‘Ontwikkeling en Arbeidsethos in Sub-Sahara Afrika’ (2007, KIT).
Luyten zegt dat 1) onze frustratie over ontwikkelingssamenwerking het kind is van verkeerde verwachtingen en 2) dat Afrikaanse samenlevingen geleidelijk van binnenuit zullen moeten transformeren. Beide beweringen zijn correct, maar wat is de juiste gevolgtrekking hieruit? Beide beweringen verwijzen naar de illusie van de maakbare samenleving. Maar samenlevingen zijn opgebouwd uit en door individuen. Uiteindelijk zullen dus individuele personen van binnenuit moeten transformeren, of althans een bepaald percentage van de bevolking alvorens maatschappelijke veranderingen tot stand komen.
Luyten voelt duidelijk meer voor de benadering van de ‘searchers’ van William Easterly dan de ‘planners’ van Jeffrey Sachs. Maar de door haar vermelde ‘change agents’ (bestaande kiemen van verandering) zijn in Afrika schaars, of althans te gering in aantal om grootschalig effect te sorteren. Dan wordt de hamvraag dus: kan conventionele ontwikkelingssamenwerking meer en betere ‘change agents’ genereren?
Dambisa Moyo zegt in haar boek ‘Dead Aid’ (p.143) dat Afrika af moet van de ‘aid-dependency’ die ‘good governance’ op het continent zolang gehinderd heeft. Meer en betere ‘change agents’ verminderen de ‘aid-dependency’, dwingen ‘good governance’ af en maken ontwikkelingssamenwerking overbodig, maar dat vereist politieke wil (zowel hier als daar). Meer non-conformistisch gedrag is nodig en dat vereist interne transformatie. Op de laatste pagina van haar boek zegt Moyo dat Afrika een ‘new level of consciousness’ nodig heeft. Zij bedoelt daarmee waarschijnlijk meer zelfbewustzijn en het politieke lef om ongebruikelijke stappen te nemen. Maar dat vereist weer interne transformatie van politieke leiders, die uiteindelijk aangestuurd worden door het bewustzijnsniveau van de bevolking. Om meer effectieve ‘change agents’ te krijgen is ‘consciousness development’ nodig in de zin van persoonlijke interne transformatie.
maandag 23 maart 2009, 14:01 uur
Een verfrissend artikel van mw. Luyten, maar er staat weer vooral in hoe het niet moet. Gelukkig geeft ze twee zaken aan hoe het wel kan. Voor Rwanda gaf ze aan dat de methode Pauk Kagame, een soort moderne dictator die corruptie heeft uitgebannen. In veel landen blijkt dit te werken. Een goede ‘dictator’ kan een zegen voor het land zijn. In Nigeria in de jaren zeventig was generaal Yakubu Gowon aan de macht en het ging goed met Nigeria. Hij haalde het land uit de Biafra recessie en leidde het naar het rijkste land van (zwart) Afrika, totdat hij ook werd ingehaald door de corruptie, nodig om aan de macht te blijven. Uiteindelijk raakte dit land weer aan de bedelstaf.
Een aantal landen in ZO Azië, zoals Vietnam, hebben een ‘één partij’ systeem en een zogenaamd gekozen leider, echter de landen lopen goed en de mensen zijn tevreden. Ik denk dat wij niet zo moeten hameren op die democratie.
Ook haar ‘do no harm’ principe is een goed uitgangspunt, alleen haar voorbeelden zijn wat sleets, die hoor ik al zo vaak. Wat die kippen betreft, Senegal stopte twee jaar geleden de import van kippen (zogenaamd) vanwege de bird flu. Ik was er afgelopen jaar om boeren te adviseren over het mesten van kippen, met als resultaat dezelfde biokippen als bij ons, maar dat terzijde.
Haar oproep om niet via de overheid maar via ‘change agents’ te werken, dat doen de Novib’s en de Cordaid’s al, maar daar verander je geen systeem mee. Pas als de overheid achter je methodieken staat, pas dan komt er verandering op macroschaal, die waterpompen is micro heel goed, maar het resultaat is zo gering.
In Vietnam hebben we er meer dan een jaar over gedaan om de overheid (Ministerie van Onderwijs) ervan te overtuigen dat ons HBO onderwijs nuttig en noodzakelijk was om afgestudeerden af te leveren die ook een baan konden krijgen. Pas toen de overheid dat inzag ging het project goed lopen. Als dat niet was gebeurd, dan waren we niet verder gekomen dan het verbeteren van een paar afdelingen van universiteiten.
Als de overheid niet achter je ideeën staat, verdwijn dan, ook al heb je genoeg geld om het project door te drukken en de mensen om te kopen met reisjes naar Nederland, extra toelagen en mooie project auto’s.
Tot slot, zeker, het is een mentaliteitscrisis, en daar zijn geen pasklare oplossingen voor. En dat komt niet zoals Dambisa Moyo schrijft door de ontwikkelingshulp, want waarom zijn Nairobi en Kuala Lumpur, die beiden in 1960 arm waren toen ze onafhankelijk werden, nu zo verschillend?
Zou dat toch die mentaliteit zijn zoals de brommertaxi Moses in Kaberamaido, die eigenlijk wel tevreden is.
Ik denk dat Marcia Luyten goed in de ‘denktank’ van Louise Fresco zal passen (nrc column 03-03-09)
Willem Brinckman, Diepenveen
maandag 23 maart 2009, 15:46 uur
Ook Marcia Luyten kan het niet laten een overigens heel kritisch artikel over ontwikkelingshulp toch nog een positief slot te geven.
Ik herken dat van de tientallen televisiefilms die ik ooit zelf over ontwikkelingsprojecten heb gemaakt.
Maar ontwikkelingswerkers die willen aansluiten bij kiemen van verandering zijn er altijd al geweest en kunnen – net zo min als de nu opgevoerde change agents – de basis van een oplossing worden voor de problemen van Afrika.
Want in een besloten samenleving behoort ook het hoofd van een dorpsschool al snel tot de elite die zich ten koste van nog armere mensen wil verrijken. Dus als het schoolgeld wegvalt als bron van extra inkomsten is er de change agent als nieuwe mogelijkheid.
En de goedbedoelende ontwikkelingswerker blijft onderdeel van een ontwikkelingscircuit dat zich voortdurend op nieuwe ideeën werpt zonder van gemaakte fouten te willen leren.
Voorbeeld: mijn laatste activiteit voor dat ontwikkelingscircuit was het experimentele gebruik van video als evaluatie-instrument voor een in 2001 door de IOB te evalueren armoedebestrijdingprogramma in Tanzania.
Iedereen, dus ook de Tanzaniaanse overheid was er gemakshalve van uitgegaan dat de bevolking ook dit keer de gewenste dankbaarheid zou betonen.
Toen die bevolking dat niet deed en zelfs met een lijst van corrupte ambtenaren inclusief de gestolen bedragen kwam aanzetten, merkte de Nederlandse ambassadeur op dat Tanzanianen nou eenmaal geboren klagers waren; de felle kritiek van de bevolking werd weggemoffeld in een zoveelste lijvig en natuurlijk kritisch rapport en de toenmalige minister van ontwikkelingssamenwerking vroeg zich in de Tweede Kamer af of de gemaakte video wel een juist beeld gaf.
Of de bereidheid tot verandering ooit tot verbetering gaat leiden blijft de vraag
maandag 23 maart 2009, 15:51 uur
Geachte redactie
Bij het vergroten van de welvaart in Afrika kunnen de voorstellen in genoemd artikel zeker helpen.
1. Het openstellen van de handelsbarrieres, die de EU en Amerika opwerpen.
2. De arme landen de gelegenheid geven om hun grenzen tijdelijk te sluiten om in een aflopende periode een betere concurrentie positie op te bouwen.
Daaraan toegevoegd zou moeten worden ; dat 5% van de ontwikkelingshulp voor noodhulp intact moet blijven. De overige 95% kan dan gebruikt worden om degene in de wsterse wereld die daar inkomensderving van ondervinden een aflopende compensatie voor te geven. Als de vakbonden werkelijk solidair zijn met de minst draagkrachtige dan zullen ze daar zeker mee instemmen.
Een welvarend Afrika met geboorte beperking is ook van belang om de vreemdelingen stroom richting Europa te verminderen.
De betreffend landen moeten hun eigen regeringsvorm kunnen bepalen. Naarmate er meer mensen zijn die van de welvaart genieten zullen ze ook iets te zeggen willen hebben over de besteding van de gelden. Op deze wijze zal er een bepaalde vorm van medezeggenschap ontstaan op het moment dat ze er rijp voor zijn. In dat geval zijn er geen antropologen nodig die een eigen institutie vormen die moeilijk af te bouwen is.
In de afgelopen tijd hebben we gezien dat als de grenzen van grote landen open gaan voor een aantal producten en de betreffende mensen in ontwikkelingslanden bereid zijn hard te werken dat ongekende resultaten oplevert.
De groeiende welvaart van de VS tot 2007 heeft landen als China en India de kans gegeven om goedkope producten aan de VS en Europa te leveren. Het resultaat is een enorme welvaartsgroei voor die landen. Dat is de beste ontwikkelingshulp, het enige is dat we daar nu wel iets voor over moeten hebben
Kees Maris
maandag 23 maart 2009, 16:35 uur
Ik woonde en werkte van 1967 tot 1976 in Ethiopië en Tanzania, en heb sindsdien een warme belangstelling voor Afrika gehouden. Helaas heb ik moeten zien hoe de landbouw, de primaire drager van de economie in alle Afrikaanse landen, door de ‘deskundige’ westerse ontwikkelingsorganisaties stelselmatig werd verwaarloosd en door het landbouwbeleid van Europa en de USA even stelselmatig werd geruïneerd.
Geen wonder dus dat landen in Afrika nu hun vele tientallen miljoenen hectares aan braakliggende landbouwgronden verpachten aan landen in het Midden Oosten en Azië, om nieuwe inkomsten te verwerven en moderne grootschalige landbouwmethoden te kunnen introduceren. Dat hierdoor de invloed van niet-westerse landen in Afrika sterk zal toenemen, en die van westerse landen en NGO’s navenant zal dalen, is vanzelfsprekend en volkomen terecht. Maar daar hebben we het dan ook naar gemaakt! En hopelijk zullen daardoor steeds méér mensen ook eens gaan beseffen hoe ongelooflijk belangrijk Afrika altijd is geweest voor ‘buurcontinent’ Europa. Zonder Afrika zouden de geschiedenis en ontwikkeling van Europa namelijk dramatisch veel slechter en langzamer zijn verlopen.
maandag 23 maart 2009, 17:24 uur
JA, helaas stoppen met ontwikkelingswerk,onder voorwaarde.
Het is zeer spijtig dat ontwikkelingshulp op vele manieren verkeerd wordt ingevuld. De laatste zes jaar heb ik meerere malen in een aantal ontwikkelingslanden gereisd en met hulpverleners gesproken. Mijn mening en de mening van vele veldwerkers komt neer op de noodzaak om het gehele systeem volledig op de schop te doen. Duizende grote en kleinere groepen zijn bezig met te veel volledig onzinnige projecten omdat er geen follow op is, geen onderdelen nakomen en geen kennis is bij de locale bevolking om zaken te behouden.Vele honderden zoniet duizenden projecten liggen als verlaten en verroeste puisten all over.En vaak is de bevolking zo gewend aan hulp dat men wacht (verwacht) dat wederom een delegatie hulpverleners komt opdraven.
Ik erger mij mateloos aan de beeldvorming die met behulp van BNN,rs op TV wordt verspreid. Welke omroep durft het aan om alle kanten van het leefklimaat in de diverse landen te tonen. Nederland schudt regelmatig de portemonnee leeg als er weer een uitgehongerd kind ( vaak het zelfde kind) tot op het bot en met uitpuilende ogen wordt getoond. Nog meer erger ik mij aan de honoraria die organisatoren en presentatoren van een tranen trekkende TV aktie verdienen. ” Geef mensen, doe het nu, het is voor dat arme kind, het is echt voor een goed doel”…
over zakkenvullers gesproken.
Het moet anders en kan veel beter en efficienter als wij het echt willen en alle nutteloze en dure BNN-reisjes af schaffen en alle duurbetaalde managers, in binnen en buitenlaand de laan uit sturen en te vervangen door mensen die wel bereid zijn met andere organisaties samen te werken. Tot die tijd stoppen met ontwikkelingswerk met uitzondering van voedsel verstrekken waar nodig.
maandag 23 maart 2009, 19:53 uur
Investeer in mensen!
Ik ben het in grote lijnen eens met het artikel. “Hoe de hulp er precies moet uitzien, is op voorhand moeilijk te zeggen” en “Ons grootste probleem is dat we te weinig begrijpen van de wezenlijk andere samenlevingen die we de moderniteit willen binnenloodsen”. Citaten die ik zou willen onderstrepen. Te vaak wordt vergeten dat het uiteindelijke resultaat van investeringen in allerlei projecten wordt bepaald of beperkt door maatschappelijke, sociale, culturele en economische factoren in het land. Behalve noodhulp heeft het zenden van geld of het aangaan van projecten gedefinieerd vanuit onze context dan ook weinig effect.
“Daarbij kan het herkennen van zogeheten change agents een beginpunt zijn”. Dat vind ik een wezenlijk idee, waar we hulp aan op kunnen hangen: investeer in mensen! Uit ervaring weet ik dat je in ieder tradioneel project (ook met een ongelukkige afloop) enkele mensen bereikt die het niet alleen waard zijn, maar die ook in staat zijn om in eigen land zelf grenzen te verleggen. Zonder zelfverrijking als eerste motief zijn zij in staat om de brug tussen eerste en derde wereld een vorm te geven. Laten zij bepalen hoe de hulp er precies uit moet zien! Om dat te bereiken is eerste hulp van lange adem nodig, die niet duur hoeft te zijn. In een bescheiden setting langdurig goede voorbeelden geven door vakmensen is een manier om change agents te bereiken.
Conclusie: hulp heeft zeker zin, maar vanuit een bescheiden standpunt. Anders dan vanuit grote, vaak bureaucratische, projecten waar het om veel geld gaat. Projecten die op voet van gelijkheid zijn aangegaan. Wij zijn niet gelijk: wij zijn rijk en hebben andere belangen dan zij, zij moeten eerst zien te overleven. Een moeizaam te overbruggen contrast.
maandag 23 maart 2009, 20:05 uur
Johan de Blijker(@40),
Natuurlijk is te allen tijde de vraag of en -indien daadwerkelijk- hoe ontwikkelingshulp moet worden gegeven, gerechtvaardigd: maar uw reactie is daarop geen zinvol antwoord, want keihard en onmenselijk!
Eeuwen van westerse, christelijke (inderdaad ja!) moreelethische cultuurvorming zijn aan u kennelijk niet besteed
Ondanks al het vaak redeloze en agressieve gescheld op religie, waarin (deels heel begrijpelijk…) vooral christendom het moet ontgelden, kan in ieder geval het oorspronkelijk christelijk gedachtegoed hoogstaande moreelethische beginselen niet ontzegd worden:
Niet voor niets is veel daarvan voor heel veel mensen (ook veel z.g. “atheïsten”, maar dan kennelijk onbewust!) nog altijd leidraad bij hun dagelijkse doen en laten
Uw keiharde en harteloze vaststelling is een treffende demonstratie van wat er gebeurt als mensen letterlijk van “God los zijn”, dan krijgt de voornamelijk pragmatische ad hoc-“ethiek” de overhand.
Bij u gaat dat kennelijk zo ver dat puur Darwinistische (en let wel: nog altijd ONBEWEZEN!) wetenschap maatgevend en normen -en waardenstellend wordt voor uw “ethiek”.
Walgelijk en feitelijk crimineel, nogmaals, om mensen gelijk te stellen met dieren en op hen “het recht van de sterkste” los te laten
Harrie V.
maandag 23 maart 2009, 20:44 uur
Ontwikkelings HULP-verleners – de èchte oudere Nederlanders mèt vakkennis, ervaring en inzicht en zónder dure Landrovers – hebben een tiental jaren geleden al aangetoond dat het GELD grotendeels terechtkomt bij de criminele toplaag, zoals bij ons de sociale hulp meestal bij de MEEST draagkrachtigen komt; maar dat blijkt veelal ook de bedoeling van de politici.
In rapporten van PUM-uitzendkrachten wordt regelmatig geconstateerd dat op regionale schaal in Afrika veel dorpseconomieën (Katoen) werden ontwricht door import van gratis AFGEDANKTE kleding uit Holland.
Hetzelfde lot trof de dorpsschoen-maker die zijn BROODwinnig zag verdwijnen door import van AFGEDANKTE schoenen uit Nederland.
Ook mevrouw Moyen en vele anderen protesteren tegen die Widerguttmachung van Westerse “hulp”verleners. Totnogtoe zonder resultaat.
Toch geweldig, dat doorzettingsvermogen van Links Nederland om de ARMEN in Nederland te blijven bestelen ten behoeve eigen “geweten” en voor de rijken in Afrika.
maandag 23 maart 2009, 20:59 uur
Na het doorlezen van 48 reacties.
Ja, laten we stoppen met ontwikkelingshulp.
maandag 23 maart 2009, 22:19 uur
#48 – Harrie Vrijmans
De openingszin van de bijdrage van Johan de Blijker kan ik ten dele onderschrijven. In zoverre als ontwikkelingshulp profijtelijk is voor onze economie. Voor het overige geeft hij alleen een denkwijze weer die in dit forum zeer herkenbaar is. Vriendelijk geformuleerd als een “terug naar de natuur”. De heer Blijker zou zichzelf waarschijnlijk niet lang op deze wijze in leven weten te houden. Maar daar wilde ik het niet over hebben.
Het misdadige, waar u het over heeft schuilt m.i. nou precies in dat christelijk denken. Het behoort ongetwijfeld tot de grootste misdaden van de kolonisatie: de missionering en “bekering” van de inheemse bevolking door het Christendom. Bepaalt u zich eens tot de Congo. “Onze Kongo” (de titel van een plaatjesalbum uit de vijftiger jaren) is op de meest afgrijselijke manier geplunderd in opdracht van de werkelijk barbaarse (ook volgens toenmalige begrippen) koning Leopold II na eerst het evangelie gebracht te hebben onder leiding van Pater De Deken. Het voorwerk zogezegd. Vervolgens aanleg spoorwegen, rubber, Union Minière etc. Dat hele proces heeft miljoenen mensen het leven gekost (ook een vorm van survival of the fittest) waarvoor de RK Kerk de nodige hand- en spandiensten verleende om niet te zeggen volledig mee corrumpeerde.
Laat u zich leiden door een dergelijke immorele ethiek? Ik mag toch veronderstellen van niet. U gaat nu hopelijk niet beweren dat ik redeloos ben of agressief? U zet mensen weg aan de hand van “gelovig” en “van God los”. Kan dat met de gevolgtrekking, die u hierbij hanteert? En laten we de cultuurvorming maar buiten beschouwing, dat voert te ver. Vraagt u zich echt nooit af hoe de wereld er zou hebben uitgezien zonder de Christelijke Kerken? Als het Griekse polytheïsme overleefd had (waar overigens de christelijke kerken behoorlijk leentjebuur hebben gespeeld)? Waarschijnlijk veel kleurrijker en toleranter, zeker niet dogmatisch. Als… Helaas is dit niet zo en zitten we opgescheept met een geloof dat de voorloper van de guillotine tot symbool heeft verheven en in naam van dat symbool maasamoorden op zijn geweten heeft. Daar reken ik ook de gevolgen van de sexuele moraal van de RK Kerk onder. Zie de paus in Afrika!
maandag 23 maart 2009, 23:28 uur
Waar blijft de jaarrekening en analyse van onze miljardenhulp de afgelopen 50 jaar?
Ontwikkelingshulp wordt zelfs met geweld ingezet of verdedigd ( Afghanistan, Tjaad, Irak en vast op nog meer plekken )
Ik kan mij ondanks de goede bedoelingen niet ontrekken aan de verdenking van koloniale ambities en gevolgen, eigen gewin, Heilige Missie van de kerk en handel van de NGO’s en onderaannemers.
Te vaak lees ik dat hulp slecht terecht komt door corruptie of dat juist gewapende milities van de hulp profiteren. De coördinatie en evaluatie ontbreken.
Zolang er geen onafhankelijke kosten en baten analyse is zou ik zeggen als belasting betalende leek op dit dossier, probeer het eens anders:
Vrijhandel. Hef eens wat ( landbouw )importbeperkingen op en importeer meer uit ontwikkelingslanden.
Moeilijk om te oordelen over een onderwerp waar geen harde cijfers en toezicht op is.
maandag 23 maart 2009, 23:29 uur
Geachte mevrouw Marcia Luyten,
Hoe vergaat het u daar in het verre Oeganda? Hopelijk goed. Of zou ik zeggen god? Als centrum van de aandacht kinderen die u willen aanraken, westerse televisieprogramma’s die elke van uw witte stappen in de rimboe willen volgen. Ik heb met heel veel aandacht uw “antropologische” waarnemingen in Oeganda gelezen. Ik hoop voor u dat u niet verliefd bent geworden op een luie Oegandees, anders zou ik moeten vrezen, met uw omschrijving van een gemiddelde man aldaar, voor uw intellectuele en fysieke gesteldheid daar in de Oegandese jungle.
Uw artikel in NRC van afgelopen zaterdag verdient een serieus antwoord van de Afrikaanse gemeenschap in Nederland maar waar te beginnen? De clichés over corrupte regimes en andere luie mannen als reden voor de absentie van ontwikkeling in Oeganda proberen te verlegen? Of direct ingaan op uw conclusie dat er met hulp in de huidige vorm gestopt moet worden? Met het Afrikaanse discours wordt gegarandeerd het antwoord van zulke lengte dat de opiniepagina hier te klein voor zou worden. En toch een poging.
Ik ben het met u eens dat ontwikkelingssamenwerking aan Afrika zou moeten stoppen. Maar ik deel niet uw mening dat de reden voor de afwezigheid van ontwikkeling aldaar alleen in Afrika (de sprong van Oeganda naar Afrika is snel gemaakt in uw artikel) te zoeken en te vinden is. De een miljoen euro vraag zou dan moeten zijn: “wie van de (westerse) gever en de (Afrikaanse) ontvanger de meeste pijn zou leiden als er een eind aan ontwikkelingshulp zou komen?”
Hulp, het is nu wetenschappelijk bewezen, helpt meer de gever dan de ontvanger. De verhouding van 80/20 en soms 90/10 moet u nu inmiddels bekend zijn. Voor één aan Afrika gedoneerde euro bereikt 10 à 20 eurocent de “arme” Afrikaan. De rest zorgt voor ‘werkgelegenheid’ in het donorland. Dit laat niet onverlet dat het gebrek aan accountancy bij de ontvanger ook bijdraagt aan de absentie van ontwikkeling op het Afrikaanse continent. En nog blijf ik bij de stelling dat zelfs met volle pond en met een verantwoorde accountancy zou Afrika geen millimeter richting ontwikkeling à la hollandaise maken. En het zou zeker niet aan de “Afrikaanse mentaliteit” liggen. De meeste regimes in Afrika zijn sinds de onafhankelijkheid bemenst door figuren die hun curriculum in het westen hebben gevolgd of duidelijk van de westerse steun genieten of hebben genoten, mensen met duidelijk “een andere mentaliteit”.
Als u het over de mentaliteit van de meerderheid heeft, dan is mijn antwoord simpel. Wist u dat de enige bedrijfstaak die het voor en na de afhankelijkheid van meerdere Afrikaanse landen in Afrika goed doet alcohol fabricage was? Bedrijven als ‘ons’ eigen Heineken hebben, met hun VOC mentaliteit, altijd goede zaken gedaan. Onder alle regimes en onder welke mentaliteit dan ook. Voor uw informatie zijn alle grondstoffen voor het gecriminaliseerde bier bijna altijd uit het rijke westen geïmporteerd.
Ja, “we” (tel ik mee?) moeten stoppen met ontwikkelingssamenwerking. Omdat deze elke verzelfstandiging van Afrika in de weg staat. Afrika zal de weg naar een harmonieuze toekomst moeten vinden wanneer het continent zijn eigen keuzes uit eigen mentaliteit ten uitvoering zal brengen. Kopiëren mag maar er hoeft geen verplichting er aan verbonden worden. Afrika zou zijn eigen geschiedenis moeten gaan schrijven, eigenaar moeten worden van de eigen keuzes. En die keuzes kunnen betekenen met rust gelaten worden. Zich niet verplicht voelen om mee te doen aan de canoniseerde terminologieën als democratie, groei of andere markt. Omdat Afrika zich tot nu toe heeft laten assimileren met verschillende geïmporteerde begrippen is het excuus voor elk gebrek aan ontwikkeling snel gevonden: het zijn de anderen die het hebben gedaan. Het wordt tijd dat Afrika eigenaar wordt van de eigen successen en mislukkingen. Dan, pas dan zal uw omschrijving over luiheid en dronkenschap van Oegandese (of Afrikaanse) mannen voor een groot deel kloppen. Tot die tijd moeten ze de medaille delen de ontwikkelingssamenwerkers van deze wereld.
Met hartelijke groet,
Paul Mbikayi
dinsdag 24 maart 2009, 0:30 uur
Harrie Vrijmans (@48.)
Zoals u terecht opmerkt sta ik de Darwinistische leer voor. Elk normaal denkend mens kan niet anders dan toegeven aan wat Darwin heeft blootgelegd, dat zie je, dat is tastbaar. Dat het christenen niet welgevallig is weet iedereen zo langzaamaan wel. U rept over “keihard en onmenselijk” terwijl ik niet anders kan concluderen dat de mens niets anders is dan een dier. Uw God theorie is net zo ONBEWEZEN als het erop aankomt, een onterechte opmerking uwerzijds dus.
De eeuwen van westerse, christelijke moreelethische cultuurvorming heeft dus ook in al die tijd het probleem niet kunnen oplossen, nogmaals zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Honderden jaren van bangmakerij, zieltjes winnen en onderdrukking van het Afrikaanse ras door u en uw christelijke broeders hebben niet kunnen verhinderen dat er alleen maar meer van hulp afhankelijke bevolkingsgroepen zijn bijgekomen. Dit vraagstuk los je niet op door hosties uit te delen en kerkjes bouwen.
Zolang de R.K. voorman in Afrika gaat roepen dat condooms uit den boze zijn en je dus maar aan onthouding moet doen zal het probleem alleen maar groter worden. Of bent u werkelijk zo naiëf te geloven in deze onzin waar niemand iets mee kan. Net als de dieren is er een drang tot voortplanting die zich niet laat stoppen door een man met een gouden puntmuts.
Het zoals u noemd “Het walgelijke en criminele” gedachtengoed om de mens gelijk te stellen aan het beest is al je echt de intentie hebt er over na te denken helemaal niet zo walgelijk en / of crimineel. Het is de dagelijkse realiteit en al van honderde jaren terug waar de christelijke kruisvaarders al dood en verderf zaaiden om een niets zeggen perkamenten document (de bijbel). Hoe crimineel was en is dat? Ook hier geld het recht van de sterkste, want de ongelovige moet onderdrukt en gehoorzaam zijn aan uw bijbel, pas dan mag ie mee eten onder uw tafel wat kruimels van de grond want aan tafel is toch iets te dichtbij.
FEIT: Er zijn velen malen meer mensen vermoord door de overtuiging van de juistheid van het sprookje uit bovenstaand document. Dan er sterven als deel van de natuurlijke selectie. Natuurlijke selectie komt alleen van de grond wanneer kwakzalvers zoals u stoppen met water naar de zee dragen. In ieder mens schuild een beest als je de juiste snaar weet te raken zal je ermee kennis maken (wie schiet het eerst als hij tegenover zijn vijand komt te staan?).
Johan
dinsdag 24 maart 2009, 6:31 uur
Rwanda is corrupt
In haar artikel Gratis onderwijs…slecht voor Oeganda, opinie & debatbijlage van zaterdag 21 maart 2009, stelt Marcia Luyten dat Rwanda geen corruptie kent. De realiteit is echter een andere. De overheid erkent die realiteit ook, maar neemt ‘papieren’ maatregelen zoals de instelling van een anti-corruptie adviesraad. Ook de Rwandese ombudsman (rapport 2008) schetst een somber beeld; er zijn talloze ambtenaren die zich verrijken, met als topper de voormalig secretaris generaal van het ministerie van Verkeer die 3,6 miljoen dollar in zijn zakken stak. Corruptie vindt plaats op ministeries, bij de rechtbanken, bij de politie, kortom in alle geledingen van de Rwandese maatschappij. Wie snel een vergunning wil, een identiteitsbewijs of een kapvergunning en geen geduld heeft om te wachten tot de gebruikelijke termijn is verstreken, koopt de betreffende ambtenaar om. Treurig is ook dat de lokale rechtspraak corrupt is. Veel Gacaca- rechters doen hun werk onbetaald en kunnen niet anders dan geld aannemen, omdat zij anders niet rondkomen.
Met één conclusie van de journaliste ben ik het eens: dat het regime van Paul Kagame slecht is voor de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting. Daarom wordt het tijd dat hij de macht overgeeft en hoop ik dat hij de verkiezingen verliest in 2010. Ik zal daar zeker mijn uiterste best voor doen, door stevig campagne te voeren. Tenminste, als ik daar de kans voor krijg. Want Kagame zal zijn macht niet zonder slag of stoot overgeven: de kans is groot dat hij de verkiezingen manipuleert. Het is mede aan de politici in de Europese Unie en de Verenigde Staten erop toe te zien dat die verkiezingen open en eerlijk verlopen en dat iedereen die zich aanmeldt als presidentskandidaat tijdens de campagne net zoveel kansen krijgt als de zittende president.
Victoire Ingabire Umuhoza
Voorzitter UDF-Inkingi, de verenigde Rwandese oppositie in ballingschap
dinsdag 24 maart 2009, 12:15 uur
Prima artikel van Marcia Luyten. Ik ken me wel vinden in haar conclsuies, maar toch eerst enige nuancering. Toen ik in 1985 in een dorp in Noord Uganda woonde en werkte (in Aboke, waar de RLA later zoveel meisje roofde) was ik verbaasd over het aantal mannen dat s’ ochtend al lazerus was. Er was toen in geen velden of wegen hulp te bekennen. Het jaar daarop zat ik in Ivoorkust, bij cacao boeren die door de hoge wereldmarktprijzen opeens veel meer geld kregen. Ze wisten niet goed hoe dat geld te investeren. Dus veel verdween in de palmwijn en naar de hoeren. Ik zie dus geen direct verband tussen ons hulp geld en asociaal gedrag van de mannen. Het is m.i. ingewikkelder.
Het probleem lijkt mij dat we wel voor gratis overheidsvoorzieningen kunnen zorgen, maar niet voor een echt lange termijn economisch perspectief. Mannen in Noord Uganda weten donders goed dat er niet zo veel voor hen in het vat zit; zeker niet zolang de problemen met de LRA niet zijn opgelost en zolang de Museveni kliek nog aan de macht is. Asociaal gedrag heeft dus niet zoveel met de hulp te maken. Mensen zien gewoon niet goed in hoe hard werken hen naar een wezenlijk beter welzijnsniveau kan brengen. Hetzelfde geldt voor Afghanistan: onze politici willen ons doen geloven dat we de ‘hearts and minds’ kunnen winnen door schootlejs te bouwen. dat is maar zeer ter dele waar. Afghanen weten heel goed dat hun echte perspectief afhangt van geo-politieke ontwikkelingen (Pakistan, India, Kashmir, etc.)
Ik ben het met Luyten eens. Hulp is maar een druppel op een gloeiende plaat, alle opgeklopte verwachtingen (m.n. van NGOs en de VN) ten spijt. Hulp kan slechts helpen, als katalysator. MDGs en dergelijke dienen vooral voor de westerse bunhe, maar hebben in Afrika al snel paradoxale gevolgen. UNESCO heeft bijvoorbeeld al vastgesteld dat de kwaliteit van het onderwijs in Afrika daalt. En het was al niet erg best….
Toch is het mogelijk Afrikanen effectief te helpen. Maar dan moet je volstrekt onbaatzuchtig zijn en professioneel. Of, anders gezegd, je moet je vak goed verstaan en je moet geen enkele bijbedoeling hebben; dus geen zieltjes willen winnen, niet vinden dat micro-krediet zo’n geweldig idee is, of dat onderwijs het allerbelangrijkste is, of dat de private sector alles op moet lossen, of dat de bio-diversiteit nodig moet worden gered, etc. Als je de mensen in hun eigen situatie onbevooroordeeld tegemoet treed kun je als buitenstaander een handje helpen. Met vakkennis, met connecties, met extra financiele middelen, met een onafhankelijke blik, etc. Ik heb dat mogen doen in Afrika en elders en ik kan uit eigen ervaring melden dat het werkt. Dus stoppen met de hulp? Nee. Wel hervormen: versnippering en amateurisme tegen gaan(vooral bij NGOs). Er zijn meer professionals nodig (gewoon marktconform betaald) die de ruimte krijgen om echt naast de mensen te gaan staan die ze moeten helpen (zowel bij overheden als NGOs). Dit raakt wel aan een taboe in de OS-wereld: er zijn nl. m.i. meer ‘witten’ nodig. Witten die het Afrikaanse dorps-perspectief snappen. Hoer slaat Luyten de spijker echt op z’n kop: alleen als je de situatie goed kent en snapt hoe een ‘limited access society’ werkt, kun je er voor zorgen dat er ‘ownership’ ontstaan bij de juiste mensen. De manier waarop ‘ownership’ nu vaak wordt geinterpreteerd leidt alleen maar tot het versterken van de elite, zoals Luytens ook aan geeft.
Helaas rust er een soort taboe op ‘witten’. Het zou koloniaal zijn (heb ik nooit van gewone Afrikanen gehoord, wel van de elite). Ze worden ook nauwelijks meer opgeleid. Vroeger was je eerst 4 jaar assistentdeskundige voor je zelfstandig aan het werk kon. Nu moet je zorgen dat je een werkgever hebt die meedoet aan de Schokland akkoorden of aan een progamma van Economische zaken. Dan kun je als expert zo aan de slag. Want het NL-se bedrijfsleven is de nieuwe redder in nood. Als dat niet lukt, moet je wachten tot je pensioen, dan kun je als PUM-er aan de slag. Als vrijwillger, dus goed (ook al heeft SNV dergelijke praktijken als decennia lang afgezworen).
Al met al: een prima verhaal van Marcia Luyten. Laten we er op voortborduren. Hopelijk krijgt ze dezelfde aandacht van politici als Linda Polman, met haar eenzijdige en simplistiche verhaal van de Crisiskaravaan.
dinsdag 24 maart 2009, 14:19 uur
Er zijn rationeel natuurlijk wagonladingen vol argumenten te geven waarom ontwikkelingshulp zou moeten stoppen, corruptie, het helpt niet, het komt alleen de westerse bedrijven ten goede, medewerkers van NGO’s hebben een vorstelijk salaris en noem maar op. Net zo goed zijn er wagonladingen argumenten te bedenken waarom het gewoon door moet gaan.
De essentie is doodsimpel. Waar het niet helpt stoppen en waar het wel helpt doorgaan.
Maar bedenk daarbij dan wel dat de westerse wereld, via haar kolonisatie in het verleden en de op winstbejag gerichte goedkope landen strategie, immens veel gejat, gestolen, verduisterd, (in)gepikt, verdonkeremaand, uitgebuit en zich toegeëigend heeft. Het is werkelijk te bizar voor woorden en de hypocrisie ten top dat men discussie over ontwikkelingshulp voert. Voer dán een discussie over de manier waarop en niet over het fenomeen op zich.
dinsdag 24 maart 2009, 14:58 uur
Reactie op het artikel op de Opinie pagina van Marcia Luyten
“Dankzij hulp is alles gratis en werken alleen de vrouwen nog “
Dd 21-3-2009.
Ik heb het artikel met interesse gelezen en ik ben het ermee eens dat er geen ontwikkelingshulp in de vorm van financiële overheidshulp naar corrupte regimes moet gaan. Ik ken de situatie in Uganda niet goed genoeg om daar een oordeel over te vellen. Wel kan ik iets zeggen over Zimbabwe. Ik ben het grondig met de Auteur eens dat er geen overheidssteun naar Zimbabwe moet zolang Mugabe daar nog aan de touwtjes trekt. Er gaat hier vauit Nederland geen overheidssteun naar Zimbabwe. Ik vind het artikel wel goed maar te generaliserend alsof alle Afrikaanse landen een ernstig corrupte regering hebben. Corruptie bestaat in alle landen maar licht in ontwikkelingslanden meer aan de oppervlak. Het bestaat er in verschillende gradaties. Corruptie is een deel van onszelf.
Het artikel begint met een beschrijving van een beeld in een dorp in Uganda. Mannen onder een boom zonder werk en vrouwen werkend op het land. Hij spreekt van een mentaliteitscrisis in het dorp en springt dan naar een macroscopisch economische analyse.
Ik heb 8 jaar gewerkt als tropenarts in Cambodja, voor artsen zonder grenzen, 3 jaar in Zambia en 2,5 jaar in Zimbabwe. Ik ken dus het beeld wat geschetst wordt van veel mannen onder een boom en hardwerkende vrouwen op het land.
Dit beeld roept bij mij niet het beeld op van een mentaliteitscrisis (Ik weet niet precies wat de schrijver hiermee bedoelt). Mijn analyse van dit beeld is dat van een bevolking in depressieve staat. Zimbabwe was een land in ontwikkeling,totdat Mugabe met zijn landhervormingen kwam. Ik heb angst zien groeien. Politie en rechtstaat functioneren niet meer. Vrijheid van meningsuiting verdwijnt. De mensen hebben geen werk meer, geen uitdaging, zien geen toekomst meer voor hun kinderen. Cynisme viert hoogtij en de bevolking voelt onmacht om iets aan de situatie te kunnen doen. Ik beschouw dit dus niet als een mentaliteitscrisis maar een nationale staat van depressie.
Marcia Luyten verwacht veel van macro-economische oplossingen in Afrika, en ze verwacht een verandering van bovenaf met onder andere handelsakkoorden. Ik ben het daar mee eens, maar zie tevens de absolute noodzaak van financiële steun aan lokale organisaties die in hun directe omgeving veranderingen kunnen bewerkstelligen.
Voor Artsen zonder Grenzen zat ik een jaar in Cambodje, in het dorp Tuk Meas, waar ik ook een beeld zag van mannen onder een boom en vrouwen die aan het werk waren voor de eerste levensbehoeften van hun gezinnen. Er was een leeg ziekenhuis, personeel kreeg nog wel salaris maar waren maar beperkte tijd van de dag op hun werk te vinden. Met wat gedoneerd geld werd het gebouw opgeknapt, het ministerie van volksgezondheid betaalde de salarissen. Medicijnen werden aangevoerd en zonder dat we het personeel hoefde te motiveren kwamen ze zelf onder de boom vandaan en van het land. Ze besteedden steeds meer tijd aan hun werk. Ze konden weer wat doen voor hun dorpsgenoten en we konden weer Malaria en TB behandelen. Financieel werden ze er niet direct beter van. Personeel kwam uit zijn depressieve staat. Ze kregen weer zicht op een waardige toekomst. Samen met de overheidssteun dus maar ook met financiële steun op lokaal niveau geeft mensen weer zicht op een betere toekomst. Dezelfde ervaring had ik in Zambia en Zimbabwe waar ik voor de lokale overheid werkte in een ziekenhuis. We bliezen samen de bestaande organisatie weer nieuw leven in, met onze inzet, overheidsgelden en lokale financiële steun. En eens per jaar hadden we een feest waar we heerlijk dansten. Er was trots op datgene dat we bereikt hadden.
Zowel in Cambodja, Zambia en Zimbabwe vroegen wij aan de patiënten een user fee, een bescheiden user-fee, meer konden ze echt niet betalen. Van de opbrengst hiervan konden we de dieseltank van de gedoneerde Ambulance van Simavi een paar keer vullen per maand. De user-fees zetten op de ballans echt geen zoden aan de dijk kan ik je verzekeren.
Inderdaad, dus geen overheidssteun aan de erg corrupte regimes in ontwikkelingslanden. Ik wil hier pleitten voor wel meer ontwikkelingshulp op lokaal niveau. Ik denk aan microkredieten en financiële steun aan lokale groepen die van onderuit de situatie kunnen verbeteren op schoolniveau, gezondheidszorg en mensenrechten. Dat geeft mensen weer hoop op een menswaardig bestaan en zicht op kansen voor hun kinderen. Ze moeten uit die depressieve staat geholpen worden.
Ik wil besluiten met een kleine anekdote die ik meemaakte aan het einde van mijn 3 jarig arbeidscontract in Zambia. Ik ging mijn geloofsbrieven ophalen op een kantoor in het ministerie van gezondheidszorg in Lusaka, de hoofdstad. Een klein ongeordend kantoor met files niet in kasten maar opgestapeld tot aan het plafond. Ik moest even wachten want de overheidsfunctionaris moest nog even vis kopen van een vrouwtje dat met verse vis naar zijn kantoor kwam. Tijdens deze wachttijd viel mij een spreuk op de muur geprikt , met de volgende opschrift : “Due to financial constrains, light at the end of the tunnel has been switched off”
We moeten lokale initiatieven ondersteunen om de mensen weer een gevoel te geven dat het licht aan het einde van de tunnel wel brandt !
S.F.Berntsen, huisarts
Lankforst 11-21
6538 GA Nijmegen
Tel : 06-28845632
dinsdag 24 maart 2009, 16:30 uur
@54 Johan de Blijker
U kunt alles over dat verdomde christendom zeggen en ik beaam dat als christen!
Haalt u de hele geschiedenis boven water en overlaadt u dit onderwerp met al de christelijke schandalen en tekortkomingen en ik beaam dat als christen!
Hoe ontwikkelingshulp de afkoop van zonden zoekt en mensen klein houdt en ik beaam dat als christen!
Maar hebben ‘we’ niet met z’n allen ( gelovigen/ongelovigen) de wereld verbouwd tot wat ie nu is? Ook u wijst gemakzuchtig met de vinger naar de ander en zolang het christendom bestaat kunnen de atheïsten zich veilig verbergen achter deze ‘zondebok’, waar bovenal de paus en rooms-katholieke kerk prooi zijn van velerlei frustraties.
Weerspiegelt de kerk niet eenvoudig ‘de mens’ in al zijn imperfectie? Je hier tegen afzetten is je afzetten tegen jezelf. Zolang u blijft wijzen verandert er niets in uzelf; vergetende dat de wereld niet verandert zonder u!
Hoe zou de wereld eruit zien met overwegend atheïstische gelovigen? Het recht van de sterkste natuurlijke selectie. Gewoon af laten sterven die zwakkeren van onze wereldsamenleving?
De mens als dier moet zich maar eens gedragen, want zó werkt het niet in de dierenwereld! Schuld, emotie, barmhartigheid, mededogen kom op zeg! Stel je niet aan!! Wees gewoon dier, mens!
Sorry, maar uw dierlijke wereld wijs ik af. Niet in de laatste plaats door Jezus Christus die nou juist als MENS vrijwillig zijn leven heeft gegeven voor de verlossing van de totale mensheid! Dát zie ik een dier niet zo gauw doen. Weliswaar een mens ook niet. Maar dat God de mens NIET opgaf en zijn Recht van de Sterkste NIET inzette, maar koos voor vergeving en genade precies! Daar moet je dus God voor zijn!!
Wie heeft geen ontwikkelingshulp nodig? Zolang u denkt dat u tot de sterkere klasse behoort dan de zwakkere zie ik nog geen ontwikkeling. Hoe kan het ook? Alsof de mens meer wordt van zichzelf? In uw eigen atheïstische ‘prut’ ronddraaien is zichtbaar in uw reacties hier. Het mist nou precies dat ‘goddelijke’ en die ‘nederigheid’ als mens te beseffen dat ontwikkeling niet uit de mens zelf voortkomt want laat hem in zijn ‘natuurlijke wildgroei’ zijn menselijke gang gaan en hij gaat over lijken! De een zijn brood, de ander zijn dood!
Wat is het dan toch een genot om in God te geloven! Met Hem te geloven in ‘de mens’ in al zijn imperfectie. Te geloven dat financiële ontwikkelingshulp ten MINSTE mensen niet eerder het leven beneemt dan nodig is. Te geloven dat we ALLEN zwakke schakels zijn in de levensketting en troost en hulp MUST is om elkaar te helpen overleven. Mensen in o.a. Afrika onze medebroeders- en zusters zijn. En die laat je niet VERROTTEN als je nog iets menselijks in je hebt! Dus is het bittere noodzaak deze mensen te helpen waar kan! Ook al zou dit anders moeten, beter Maar altijd beter dan uw dierlijke optie: natuurlijke selectie door (on)recht van de sterkste!
U mag denken wat u wilt, want ook u bent met vrije wil uitgerust. Zo ik ook. En dit is wat ik ervan denk: met u en de uwen verandert de wereld wel degelijk – gezuiverd van de ‘zwaksten’ en versterkt met de ‘sterksten’- tot een onleefbare wereld omdat die verstoken is van God’s medemenselijkheid en Liefde. U zult dan ook verstijfd staan van schrik, omdat u geen idee had hoeveel uitwerking er desondanks van gelovigen uitging die samen met God bouwen aan een leefbare wereld.
U bent voor mij het zoveelste bewijs dat atheïsme een grotere bedreiging vormt voor een humane wereld dan theïsme. Omdat Godsgelovigen niet de idee hebben te bouwen aan een perfecte wereld waar de zwakkeren geen plaats krijgen, maar aan een wereld die LEEFBAAR is voor iedereen! Hoe ongelukkig zij dit ook doen en vaak meer verzieken dan verhelpen maar altijd nog beter dan te handelen uit niets waardoor het stuurloze ego zich alles waant.
Verdiept u zich beter in Darwin en zie hoe wijselijk hij zich agnost noemde. Dat is tenminste de wijsheid van een mens die niet afwijst wat hij niet zeker weet.
Dat de dierenwereld de zwakkeren van zich afschudt, wil in het geheel niet zeggen dat dit de werkwijze van de mensenwereld moet zijn. Er is, hoe u het ook draait of keert, wel degelijk verschil. Omdat ‘de mens’ met meer is uitgerust dan ‘het dier’. En geloof maar dat dit niet toevallig is!
dinsdag 24 maart 2009, 18:16 uur
Citaat Dhr Mbikayi: “Afrika zou zijn eigen geschiedenis moeten gaan schrijven, eigenaar moeten worden van eigen keuzes”….Helaas een abstract academische wens. Dus weltfremd want: de laatste vijf eeuwen is Afrika met Europa “verknüpft und verknotet”
en voelen veel Europeanen (die het erg goed hebben) zich enigszins verantwoordelijk voor de mislukte Evangelisatiegeschiedenis, nog afgezien van de misdaden tegen de menselijjkheid.
Inderdaad Gloria v.d.S.: “ook de kerk weerspiegelt de MENS in al zijn imperfektie” en de Paus demonstreert dat met idiote Fatwa’s namens ons dagelijks.
We moeten dus niet stoppen met Ontwikkelingshulp – zeik niet mierenneukerig over de JUISTE term: Ontwikkelingshulp of Samenwerking – maar steun slechts LOKALE initiatieven.
Niet met onverantwoorde shows en geldsmijterij van de PVDA – één miljoen in een ouwe door die PVDA zo gehate Kerk (op Schokland) en een criminele bende Tweede Kamerleden die in de NIMD extra bijverdienen (belastingvrij !) ten koste en ten laste van miljarden hulp; maar help met kleinschalige directe hulp, zoals via de PUM e.a.
Stop met NOVIB, Cordaid e.a. christelijke clubjes die alleen zelf “voorbeeldig” bezig willen zijn.
Schakel ook Mevrouw Moyo, Hirsi Ali en hier aanwezige Afrikanen in.
Want die weten waarover ze spreken.
dinsdag 24 maart 2009, 18:30 uur
Mea culpa Marcia, leiden in mijn verhaal moest lijden zijn! Een batterij vrienden hebben mijn reactie gelezen en hebben me hierop gettendeerd. <De een miljoen euro vraag zou dan moeten zijn: “wie van de (westerse) gever en de (Afrikaanse) ontvanger de meeste pijn zou LIJDEN als er een eind aan ontwikkelingshulp zou komen?”
Trouwens, deze vraag heb ik ooit aan “onze” minister van ontwikkelingssamenwerking, Bert Konders, voorgelegd. Raad eens het antwoord…
We blijven lachen!
Paul Mbikayi
dinsdag 24 maart 2009, 19:16 uur
Fouten in ontwikkelingssamenwerking
Peter van der Werff
Marcia Luyten schrijft een behartigenswaardige kritiek op ontwikkelingssamenwerking in Oeganda (Opinie 21-22.3.2009) en pleit ervoor meer antropologische expertise in te huren. Zij bevindt zich in het goede gezelschap van mensen die de afgelopen vijftig jaar soortgelijke analyses over ontwikkelingswerk publiceerden en het is te verwachten dat haar in de toekomst nog velen zullen volgen. De centrale vraag is waarom al die kritieken niet helpen. Waarschijnlijk komt de taaie voortzetting van fouten voort uit het samenvallen van een hele reeks problemen. Ik noem er hier een viertal.
Antropologie
De hulpverlening is voor een groot deel in handen van professionals die hun doelen nastreven zonder dieper inzicht in de complexiteit van andere samenlevingen dan waar zijzelf uit voortkomen of in opgeleid zijn. Het is een situatie die overeenkomst heeft met het verven van een kerncentrale door een schildersbedrijf dat weinig van kernenergie weet. Omdat het bedrijf de reputatie heeft goed schilderwerk af te leveren, mogen de schilders vrij hun gang gaan in de centrale. Als je in de buurt woonde zou je dat levensgevaarlijk vinden en maken dat je heel ver weg wegkwam. Maar ingenieurs, agronomen, geografen, aardwetenschappers, biologen, artsen, verpleegkundigen, economen, IT-ers en juristen begeven zich direct en indirect in ontwikkelingshulp zonder te kunnen of te willen doorgronden welke gevolgen hun werk zal hebben voor de samenlevingen waarin ze werken en niemand die groot alarm slaat.
Antropologen zijn welkom mee te doen als zij niet te veel vragen stellen maar een ´praktische´ instelling hebben en helpen in het overkomen van obstakels bij de hulp. Als ze eerst willen nadenken over verdere consequenties van geplande ingrepen krijgen zij al gauw het stempel opgedrukt vaag te zijn of de boel te vertragen. ´Het bootje moet varen´ en antropologen dienen als matrozen mee te reizen of direct te zeggen waar het bootje heen moet. Als doordenkers zijn zij niet welkom in kringen waar al zestig jaar lang de korte afstand favoriet is. Woorden als ´denken´ en ‘theoretisch’ hebben een verwerpelijke klank hetgeen een comfortabel ontwijken van bezinning dient. Zelfs het wijzen op fundamentele verschillen en interacties tussen culturen van moderne industriële maatschappijen en tribale culturen van stamvolken zoals in Afrika of complexe landbouwsamenlevingen zoals in Azië is in sommige kringen al niet welkom. Hier en daar is zelfs het woord cultuur is taboe.
Toegegeven, het gaat om een zeer moeilijke materie. Individuele mensen zijn buitengewoon complex en als je daar de patronen van hun onderlinge interacties bijneemt is het extreem lastig om de gang van zaken in kaart te brengen. De sociale wetenschap is eigenlijk nog niet ver genoeg ontwikkeld om verantwoorde handelingsperspectieven te geven. Het besef van grote sociale complexiteit zou moeten leiden tot veel grotere voorzichtigheid bij de doeners en veel harder denken bij de denkers. De uitdaging voor antropologen is tweeledig. Zij dienen preciezer preciezer te kijken naar de vertakkende gevolgen van ingrepen in samenlevingen, voor zover er systeemmechanismen van kracht zijn, en zij moeten beter leren om hun inzichten te vertalen in bruikbare handelingsperspectieven. Het is hoog tijd om die doelen met harde en intelligente arbeid na te streven en daar bijvoorbeeld de computer nog meer bij te gebruiken dan nu het geval is.
Systemen, actoren en het onbewuste
Intussen heeft het denken over systeemmechanismen steeds meer afwijzing gekregen omdat het de handelingsvrijheid van individuele actoren zou ontkennen, terwijl overwegen van systemen en patronen toch nodig is voor het beter begrijpen en eventueel voorspellen van beleidsgevolgen. Sociale systemen zijn geen waterdichte eenheden maar laten ook ruimte voor individuele actie waardoor er voortdurend dynamische interacties ontstaan tussen systeem en actor, structure and agency in het Engels. Het systeemdenken heeft ook al gauw de naam de status quo te bevestigen en emancipatie of ontwikkeling tegen te gaan maar systemen kennen, zoals de realiteit laat zien, ook juist veel verandering.
Om meer zich te krijgen op veroorzaking van menselijk gedrag is het eveneens van belang om rekening te houden met de werking van ons onbewuste. Hier te lande betoogt Ab Dijksterhuis met zijn boek Het slimme onbewuste niet voor niets dat wij de kracht van het onbewuste meer op waarde moeten leren schatten. Ons onbewuste bestuurt immers het allergrootste deel van het individuele denken en doen. Die onbewuste activiteit kleurt ook het zenden en ontvangen van signalen tussen mensen en draagt door aanpassing of imitatie bij aan de vorming van onderlinge overeenkomsten in gedrag. Het moeilijk bereikbare karakter van onbewuste veroorzaking en verankering belemmert snelle wijziging van individuele gedragingen en van gedragsovereenkomsten tussen mensen en laat oppervlakkige pogingen tot maatschappelijke verandering vaak stuklopen. Die pogingen zullen meer succes hebben bij technieken die mensen bewustmaken van hun onbewuste mechanismen. Overigens leidt diezelfde onbewuste dynamiek ook tot sociale vernieuwingen, maar wel op eigen manieren en in eigen tempo.
Overfinanciering
Terwijl de vakkennis in ontwikkelingswerk zeker toeneemt, ondervindt de goede toepassing van die kennis problemen door de ziekte van de overfinanciering. Die ontstaat bij donoren met een vermogen om veel geld aan te trekken, een onvermogen om dat geld verantwoord uit te geven en een angst de jaarbudgetten niet op te maken. Dat levert de beruchte bestedingsdruk op die nogal eens uitmondt in overfunding van lokale ontwikkelingsorganisaties die op hun beurt het geld wel incasseren maar niet of onjuist besteden.
Het zou op zich niet slecht zijn om ontwikkelingsbudgetten van donorlanden in te perken. Er is op de ministeries eerder teveel dan te weinig geld beschikbaar. Ook kan het wijs zijn te stoppen met donaties aan particuliere organisaties zodat die een sterker beroep gaan doen op betrokken overheden met budgetoverschotten, zowel in donorlanden als in ontwikkelingslanden, en daarmee die overheden minder ruimte geven voor overbodige projecten. Bovendien zijn brede geldstromen vaak, om één van de vele eufemismen voor corruptie te gebruiken, even zo vele bronnen voor verdikking van strijkstokken.
Een argument tegen meer steun aan een groter aantal particuliere organisaties is dat de transactiekosten voor steun aan al die kleine clubs te hoog zijn. Het is makkelijker om grote bedragen over te maken aan nog grotere internationale organisaties of regeringen van ontwikkelingslanden, maar zulke financiering gaat met regelmaat in tegen de belangen van de armste bevolkingsgroepen of het fysieke milieu. Het is dan beter om meer geld en menskracht aan transactiekosten te besteden. Bezuinigingen hoeven evenmin ten koste van antropologische bijdragen te gaan die bij elkaar aanzienlijk minder kosten dan één schadelijke stuwdam. Het belastinggeld van de burger is er zuiverder en effectiever mee besteed.
Openbaarheid
Het gebrek aan regelmatige en openbare verantwoordingplicht is eveneens een probleem. Niet alleen dienen ´doelgroepen´, belastingbetalers en donateurs goed te kunnen nagaan wat er gebeurt, maar ook zal die verantwoording het ontwikkelingsdenken verhelderen. Natuurlijk kun je bij het niet halen van gestelde doelen altijd wijzen op grote cultuurverschillen: ´Het gaat daar nu eenmaal anders dan bij ons.´ Maar er ontstaat wel noodzaak om preciezer over die verschillen na te denken en ze in kaart te brengen. Ook is meer precisie te bereiken door metingen van input en output per project het invoeren. Daar zijn redelijk goede technieken voor beschikbaar en rapportages zullen er sterk aan waarde door winnen. Periodiek controleren in het veld is noodzakelijke toevoeging.
Systematische verantwoording kan bijdragen aan het institutioneel geheugen en lerend vermogen van donoren en veldorganisaties. Ook de verspreiding en accumulatie van kennis en inzicht tussen donoren onderling en met het onderzoek en onderwijs zal daarvan profiteren. Het donoroverleg dat hier en daar wel plaatsvindt maar vaak lijdt onder angstige afscherming zal er ook baat bij hebben. Op internationaal niveau zal er uiteindelijk een toezichthoudende instantie moeten komen die in staat is sancties uit te voeren. Overleg daarover is wellicht beter dan Millenniumdoelen af te spreken die onhaalbaar zijn, of een ontwikkelingsbank in stand te houden die onverantwoord met belastinggeld omgaat.
Dr P.E. van der Werff is antropoloog en adviseur inzake armoedebestrijding en milieubeleid sinds de jaren zeventig.
dinsdag 24 maart 2009, 19:28 uur
Ja onmiddelijk stoppen met hulp. 1* het heeft niets geholpen en ten 2* wij zijn nu zelf arm, en helpen liever onze eigen mensen, die in moeilijk heden zijn gekomen.
dinsdag 24 maart 2009, 20:37 uur
Dank voor dit mooie artikel. Met mooie voorbeelden wordt een duidelijk probleem geschetst. Over de oplossing heb ik een vraag:
De oplossing begint met het kiezen van het uitgangspunt om niet met ‘thuis’ gemaakte grote plannen te beginnen, maar om “Aan te sluiten bij bestaande kiemen van verandering en van daaruit uitproberend te werk gaan” spreekt mij erg aan. En “Het herkennen van change agents kan een begin zijn.”
Ik ben erg nieuwsgierig naar de vaardigheden en/of instelling die deze manier van werken van de ontwikkelingswerker vraagt. En hoe de organisatie of het systeem om hem heen eruit moet zien.
Is er misschien iets te leren van de Nederlandse pater die Moses lesgaf? Zijn er andere voorbeelden die een indicatie hierover kunnen geven?
Ik hoop dat u in uw reactie op dit punt in wilt gaan.
dinsdag 24 maart 2009, 21:42 uur
Heel Afrika in een mentaliteitscrisis?
Of staat het aan de voet van ontwikkeling?
Hier wil ik dus als eerste even op inhaken, het valt mij op dat het beeld wat ‘wij westerlingen’ hebben van Afrika, niet zo rooskleurig is.
Dit beeld is door de media gecreeërd en men (tot hoever valt ‘men’ te definiëren) gelooft wat hij ziet. Wat hij ziet is armoede en ellende.
Wat er wél goed gaat in Afrika en waar wel successen behaald zijn, daar wordt niet over gesproken. Dit levert het westen namelijk niks op, slecht nieuws sells (en geen nieuws is goed nieuws).
‘Dat wat aandacht krijgt groeit’, vind ik hierbij een gepaste spreuk.
Dat de Oegandees gedemotiveerd is, is m.i. niet geheel te wijden aan verkeerd ingezette ontwikkelingshulp. Ik denk dat de Afrikaan een gezonde reactie laat zien na decennia lang niet gebruik hebben kunnen maken van eigen benutbare mogelijkheden/capaciteiten. Het lijkt mij dat de oorzaken dus veel breder liggen en oorsprongen ervan relateren aan een proces wat al vanaf de 17e eeuw plaatsvindt.
Ontwikkelingshulp stoppen, nee.
Het verloop van de afgelopen decennia ontwikkelingshulp grondig analyseren lijkt mij op zijn minst een begin. Dit door mensen die (benutbare) kennis hebben en weten waar knelpunten liggen én successen. Wat heeft er plaatsgevonden? Hoeveel is er financieel ingestoken en in hoeverre is dit op de juiste plek belandt? Zijn er follow-ups? Is er uitbreiding geweest of stagneerde de ontwikkeling? Zo ja, waardoor?
Herstructurering en actualisatie van het totale beleid lijkt mij dan een volgende stap.
Ik ben geen voorstander van de werkwijze van de grotere ontwikkelingshulporganisaties. Ontwikkelingsorganisaties komen vooral in beeld op het moment dat ze aan fondsenwerving doen. Dat doen ze niet door te zeggen hoe de werkelijkheid is, maar met maken van reclame, een onbetrouwbare vorm van informatie. Gooi weer wat beeldmateriaal van zieke, ontheemde en hongerende kindertjes op de beeldbuis en het westen houdt massaal het beeld in stand van een zielig Afrika.. en als men dan ook nog wat geld doneert, is de hele handel weer rond en wordt er gespekt door de mensen die uit eigenbelang handelen, denken en aannemen. Vanuit deze optiek ben ik het er mee eens dat ontwikkelingshulp de afkoop van zonden zoekt en mensen klein houdt.
Afrika moet het hebben van die 1 op de 100 Afrikanen die nog wel gemotiveerd is en nog wel over een ‘aanpak-mentaliteit’ beschikt.
Tot slot wil ik nog even benaderen dat ik het frappant vind dat er hier discussies ontstaan over geloof. De Eeuwige Issue..
Wanneer kan men (weer dat ‘men’) accepteren dat ieder individu het op zijn manier doet en dat het toch echt de bedoeling is om ondanks die manieren van de ander, lief te hebben zonder te veel oordelen. Ik ben het ook niet eens met wat Dhr Blijker (.40) te melden heeft, maar wat is het nut hier energie in te steken?
Ten slotte geeft de mededeling geen oplossing, zo ook niet van de personen die het tegenspreken. Nodeloze energie stekend in nodeloze discussies. Ikzelf ben niks, niet gelovig, geen atheist, ik zie de dingen op mijn manier en als men wil noemt men dat (een) religie. So be it..
Ik ben voor zuiverheid, voor respect, openheid, eerlijkheid en compassie..
woensdag 25 maart 2009, 8:26 uur
Verhelderend om eens een geluid van buiten de ontwikkelingssamenwerkingwereld te horen. Zelf heb ik drie jaar in ruraal Tanzania gewoond. Daar ontdekte ik een averechts effect van ontwikkelingshulp dat u in uw artikel niet vermeldde.
Een zeer groot deel van ontwikkelingshulp bestaat uit het geven van trainingen en seminars aan lokale professionals. De organisaties die deze bijeenkomsten organiseren lezen hun succes af aan een goede opkomst (i.p.v. outcome indicators). Aanvankelijk waren opkomsten laag. Toen is besloten de deelnemers onkostenvergoeding te geven indien zij trainingen bijwonen.
De vergoedingen voor een dag training die ik zag waren ongeveer 1/6 tot 1/4 maandsalaris. Omdat organisaties onderling slecht afstemmen wat hun training en seminar aanbod in een bepaald gebied is, waren er zeer frequent bijeenkomsten. Dit leidde ertoe dat van de 50 man personeel in het ziekenhuis waar ik werkte vrijwel continu 10 tot 30 man naar een training waren.
Ongetwijfeld neemt het kennisniveau van de deelnemende professionals over de meest gangbare onderwerpen hiv/AIDS en safe motherhood toe. Maar intussen sterven er ten gevolge van deze trainingen en seminars patienten aan eenvoudig te behandelen ziekten als diarree en malaria.
woensdag 25 maart 2009, 10:33 uur
Reactie op artikel van Marcia Luyten Gratis onderwijs en gezondheidszorg zijn slecht voor Oeganda
Het artikel van Luyten bevestigt de resultaten van eerder onderzoek. Een vorig jaar uitgebracht rapport van de Inspectie van het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking concludeert dat begrotingssteun niet effectief is. In een essay uit 2005 betoogt de Indonesische sociologe Francisca Seda dat het Soeharto regime zo corrupt kon zijn omdat het de eigen bevolking niet nodig had. Ze kreeg immers haar inkomsten uit de opbrengsten van natuurlijke hulpbronnen en buitenlandse directe investeringen. Hierdoor had men geen aandacht voor de noden van de eigen bevolking.
Deze bevindingen hebben ertoe geleid dat de Nederlandse medefinancieringsorganisaties steeds meer hulp geven die gericht is op het bevorderen van de positie van de burger ten opzichte van de eigen regering. Een voorbeeld is een project waarbij in Oeganda bleek dat de toegezegde medische middelen niet bij de dorpen kwamen. Men heeft toen burgercomités opgericht die controleerden of de lokale autoriteiten wel datgene deden wat ze volgens de hogere autoriteiten zouden moeten doen. Toen kwam het merendeel van de goederen wel aan. Ook het ondersteunen van microkrediet en boerencoöperaties bij het betreden van Westerse markten zijn nuttig.
Ten slotte een woord over de ‘mentaliteitscrisis’. Bij oppervlakkige waarneming lijkt inderdaad dat de mensen de mentaliteit niet hebben om hard te werken en succes te bereiken. Ik wil er echter op wijzen dat dit geen causale relatie is. Verschillende historische studies laten zien dat een situatie van armoede inderdaad gepaard gaat met een berustende mentaliteit. Maar dat deze mentaliteit is niet de oorzaak van de armoede maar eerder een gevolg en belemmert niet de groei in een latere periode. Zo werden voor de industriële revolutie de Duitsers als lui gekarakteriseerd, en aan het einde van de negentiende eeuw de Japanners. Beide landen hebben later een hoge groei meegemaakt en dienden toen als voorbeeld. Vooral de op groei gerichte waarden (Aziatisch waarden) werden geroemd.
Prof.dr. Eelke de Jong
Hoogleraar Internationale Economie
Radboud Universiteit Nijmegen
Het artikel van Seda is gepubliceerd als F. Seda, Qua vadis Indonesië? Enkele gedachten over paradoxale sociale veranderingen en sociale gerechtigheid, in M. Buijsen en E. de Jong (red.) Solidariteit onder druk?: Over de grens tussen individuele en collectieve verantwoordelijkheid, Nijmegen: Valkhof Pers, 2005, blz. 168-181.
Van mijn hand verschijnt in april bij Routledge het boek Culture and Economics: On values, economics and international business.
woensdag 25 maart 2009, 11:47 uur
Vaak kom je bij dit soort discussies de mening tegen dat de boel maar moet uitzieken omdat er teveel mensen zijn. Hulp zou dan leiden tot meer kinderen en een vergroting van het probleem. Uit de geschiedenis blijkt steeds het tegenovergestelde. Armoede leidt tot grotere gezinnen. Als mensen welvarender worden worden de gezinnen kleiner. Het effect van ontwikkelingshulp is moeilijk in te schatten. Dat armoede en honger niet opgelost zijn kun je niet aan de ontwikkelingshulp toeschuiven. De bedragen die Afrika verliest aan oneerlijke handel zijn vijf tot tien keer de bedragen aan ontwikkelingshulp. Het is een ongelijke strijd: hulp tegenover handel. Het westen is heel dubbelzinnig: Afrika vinden we maar een minderwaardig geheel incl. de bevolking. Maar we vinden het wel nodig om ons er tegen te beschermen. Op onbewerkte koffie en cacao zit bijna geen invoerrechten, hoe verder het bewerkt is hoe hoger de invoerrechten (tariefescalatie). Het zelfde geldt voor landbouwproducten. Daarom kan ontwikkelingshulp alleen positief bijdragen als het in dezelfde richting werkt als het handelsbeleid. Voorbeeld: Malawi heeft zijn landbouwbeleid verandert. Het heeft de adviseurs van IMF/Wereldbank de deur gewezen met hun adviezen voor liberalisering (hoezo liberalisering als de rijke landen zich beschermen tegen de arme landen met exportrestituties en inkomenssteun?). In zo’n land heeft investeren in de landbouw zin.Het beleid pakt daar gunstig uit. Als je een hongerige een vis geeft kan hij een dag eten, met een hengel kan hij zelf vis vangen, is het gezegde. Maar wat als grote visserijschepen de vis wegvange onder de kust? En als je een arme een koe of geit geeft maarv tegelijkertijd zijn markten overspoelt met zuivel beneden kostprijs moet je niet raar staan kijken dat ontwikkelingshulp niet als bij toverslag de armoedeproblematiek oplost. Zelf ben ik boer, maar ik sta bij verwondering te kijken naar het wereldwijde landbouwsysteem. Tegelijk grote overschotten en hongerige mensen, honderden miljarden aan subsidies en boeren in rijke en arme landen die failliet gaan/het platteland ontvluchten. Dan doen wij (als boeren) iets niet goed. We moeten er juist voor zorgen dat boeren wat kunnen verdienen, met name de arme boeren. Dan kunnen zij geld uitgeven (investeren in hun eigen maatschappij). Dat is niet nadelig voor ons maar op termijn juist voordelig.
woensdag 25 maart 2009, 15:09 uur
Ja, in elk geval in Afrika, dit is een bodemloze put, waar de hulpverleners over elkaar heen vallen met geld. Onze minister moet er steeds heen, om te vragen of men altublieft nog geld wil, anders raakt z’n budget niet op en komt de zinloosheid van zijn ministerie aan het licht.
Het budget verlagen en bij economische zaken onderbrengen, zodat echt gekeken kan worden, waar het inzetten van hulp langdurige verbeteringen kan brengen.
Een deel van het budget moet bovendien naar ontwikkelingshulp in onze verpleeghuizen, daar zitten mensen die hard gewerkt hebben en recht hebben op een betere behandeling en bovendien ook echt dankbaar zullen zijn in tegenstelling tot….
woensdag 25 maart 2009, 21:31 uur
Een eenvoudig ja of nee is natuurlijk te simpel in deze materie. Het zou een glijdende schaal moeten zijn van ja naar nee met daar tussen in een ontwikkelingstraject dat misschien meer geld kost dan momenteel. Opeens blijkt er dus volop geld beschikbaar om de interne economie te stimuleren en 10 miljard om de gevolgen van de nog speculatieve werkloosheid te bestrijden. Als we daar nu eens een miljard van zouden investeren in buitenlandse economieën zou dat voor de mensen dàar bijdragen aan betere levensomstandigheden.
donderdag 26 maart 2009, 9:48 uur
Ref: NRC Zaterdag Bijlage Opinie & Debat, dd 22 maart 2009 – Marcia Luyten in:
”Gratis Onderwijs en Gezondheidszorg zijn slecht voor Oeganda.”
Als reactie op uw artikel deel ik u mede dat de observaties van de schrijfster helaas niet alleen voor Oeganda van toepassing zijn. Recentelijk ben ik na 2 jaar vrijwilligerswerk teruggekomen uit Papua Nieuw Guinea waar ik dezelfde ontwikkelingen heb waargenomen.
In de afgelopen jaren van grootschalige financiele injecties is door de heersende politieke macht op steeds grotere schaal geroofd uit de staatskas (corruptie), zijn de teruglopende overheidsinvesteringen in infra, onderwijs en gezondheidzorg vervangen door financiele injecties van NGOs, is de werkloosheid tot grote hoogte gestegen en zijn de meeste inspanningen voor het dagelijks (over)leven aan vrouwen overgelaten.
Voor de mannen is werk en de bescherming van de eigen gemeenschap (stamoorlog) voor een aanzienlijk deel vervangen door ledigheid, criminaliteit, alocohol- en drugs misbruik. Politieke steun wordt gekocht, geweld en verkrachting steeds gewoner en Hiv/Aids een groeiende zorg. Van veel misstanden krijgen vaak vrouwen de schuld en ze worden dan volgens de rituelen van het bijgloof gestraft (meestal doden).
Helaas zijn deze ontwikkelingen onomkeerbaar zolang onze politici ontwikkelings- hulp in de huidige vormen als onafwendbaar / noodzakelijk / moreel verantwoord achten en de ambtenaren voor de uitvoering ervan de partijpolitieke doelstellingen als richtsnoer aanhouden. Het gevolg is dat ondanks goede bedoelingen wij mede schuldig zijn geworden aan de ontwrichting van traditionele structuren, de verpaupering van miljoenen en de aftakeling van sociale structuren in ontwikkelingslanden zoals geschetst in het artikel. Mogelijk zijn we zelfs collectief schuldig aan de te vroege dood van miljoenen van de slachtoffers.
We worden voorgehouden dat de verstrekte ontwikkelingshulp efficient en doelmatig moet zijn, moet voldoen aan de behoeften ter plaatse en de besteding der gelden correct verantwoord moet worden. Doelmatigheid, efficientie, concentratie en verificatie zijn kernbegrppen. Hierdoor worden maximale geldbedragen voor ontwikkelingshulp overgeheveld naar multinationale agencies. Niet alleen is hiermee de bestemming en besteding geheel uit handen gegeven maar is ook het toezicht op uitvoering en de verificatie niet meer mogelijk.
We zijn op de verkeerde weg geraakt omdat onze ondersteuning averecht blijkt uit te werken. De multinationale agencies zijn in de praktijk de minst efficient en het kostbaarst. Ook delegeren zij de meeste inspanningen aan de kleinere / locale / religieuze / particuliere NGOs. Waar van een UN agencie zo’n 85 % aan eigen kosten opgaat (riante carrieres) is dit bij de kleinere NGO maar zo’n 50%. Schokkend.
Er is een nieuwe benadering nodig waarbij het erom moet gaan dat de beschikbare bedragen zo efficient mogelijk bij de meest behoeftigen terecht komt. Laat de locale bevolking zelf de meest urgente behoeften realeren. Geef ze mogelijkheid voldoende inkomsten hiervoor te generen door het subsidieren van locale inspanningen. Door op deze wijze geld te pompen in de locale economie komt het maximal haalbare bedrag bij de producent terecht. Natuurlijk zijn er in de hele handelstrein ook voldoende anderen die mee profiteren. De tussenhandel, de ambtenarij, de serviceverleners etc. Dit patroon is ook bij ons gewoon. Het kiezen van de juiste producten is dan van belang om de juiste doelgroep te steunen. Het nut van de te steunen producten voor ons behoort dan nauwelijks relevant te zijn. Met onze huidige mogelijkheden / beperkingen agv EU wetgeving hoeven we alleen rekening te houden indien we de verkregen producten ook daadwerkelijk willen afzetting.
Een nieuwe benadering is vereist waarbij kleinschaligheid, bieden van kansen, benutten van mogelijkheden en het stimuleren van plaatselijke initiatieven belangrijker drijfveren moeten gaan worden in plaats van onszelf als besteder, hulpverlener en begeleider te blijven zien.
donderdag 26 maart 2009, 11:48 uur
Ook uit de bijdrage van ontwikkelingswerker Joris van der Putten, blijkt dat ook Afrikanen “net gewone mensen zijn”. Indien wij in hun plaats in Afrika ook gratis en zonder zichtbare tegenprestatie (financiële) hulp zouden krijgen wed ik dat we er nòg meer gebruik van zouden maken……
Frappant dat dit fenomeen in de richting van Afrikanen wel bekend is en zeer negatief wordt benoemd, maar dat “Hulp(h)lobbyclubs er desondanks géén rekening mee houden.
Zie ook de Tsunami”hulp” waarbij je je NIET mocht afvragen óf wel iets ervan bij de slachtoffers terecht zou (kunnen) komen.
donderdag 26 maart 2009, 14:05 uur
Uit het artikel van Marcia Luyten komt naar voren dat de problematiek van “ontwikkeling”, net als klimaatverandering, een kwestie is van mondiaal balans. In de systeemtheorie spreekt men wel van “opkomende eigenschappen”: kenmerken die het resultaat zijn van een wisselwerking tussen systemen met eigen regels. Zo noemt Marcia er een aantal: de wereldmarkt, lokale gebruiken in rolverdeling tussen de seksen, het onderwijs, openbaar bestuur. Causale verbanden zijn daarom niet eenduidig, oplossingen dus ook niet.
Om systemen te laten schuiven in een andere richting, zullen we eerst vanzelfsprekendheden ter discussie moeten stellen. Zo stelt Dr. Frans van der Hoff, grondlegger van het Fairtrade model, vraagtekens bij het dogma van economische groei (“ontwikkeling”); hij signaleert dat dit de balans tussen mensen en klimaat verstoort.
Een beproefde methode om tot systeemverandering (transitie) te komen is het opzetten van projecten die, in afwijking van het gangbare, “iets nieuws” uitproberen in de richting van een alternatief wereldbeeld. Dit kan een technologie betreffen (marktinformatie via SMS), maar ook een andere wijze van samenwerken waardoor de regels van het spel veranderen. Zoals marktketens waarbij consument, toeleverancier en afnemer bedrijfsresultaten niet alleen beoordelen op economisch gewin, maar ook op lange termijn gevolgen voor sociale positie en klimaat.
Hoe te komen tot innovatieve samenwerking is een kernpunt binnen mijn werk. Bij het organiseren van kleinschalige boeren voor integratie in de markt, in Afrika, Azië of elders, worden de spelregels van het dorp verbonden met die van de wereldeconomie. Verandering vindt plaats wanneer het verbinden van netwerken tussen personen en organisaties / bedrijven grotere individuele keuzevrijheid creëert.
Het is de kunst om kiemen van verandering en “change-agents’” te herkennen; maar ook om deze tot bloei te laten komen door het scheppen van opties op systeemniveau. Wetenschappelijke kennis ten dienst stellen aan de dagelijkse werkelijkheid is hierbij voorwaarde. Zo ook inzicht in de gevolgen die de eigen positie heeft binnen (lokale) netwerken: hoe verschuiven daarmee de verhoudingen? Voor een “buitenstaander” geeft dit kansen om systemen te veranderen. Het beste resultaat is een netwerk dat verschillende systemen verbindt en kennis doorstroom garandeert, zonder dat de netwerkpositie of kennis van de “buitenstaander” hierbij (nog) een bindende voorwaarde is.
Olga van der Valk
Senior onderzoeker Markt en netwerken
LEI-Wageningen Universiteit
donderdag 26 maart 2009, 20:09 uur
Hulpsceptici, die in Dambisa Moyo een krachtige spreekbuis hebben gevonden, hebben drie kernbezwaren tegen hulp: het maakt Afrika armer en staat economische groei in de weg, het leidt tot meer corruptie, en het is ineffectief. Elk van deze punten zijn karikaturen en vragen om een weerwoord. Hetzelfde geldt voor de redenering van Marcia Luyten, dat hulp niet effectief is omdat Ugandese mannen werkloos en dronken in het gras liggen omdat dankzij hulp de zorg en het onderwijs gratis toegankelijk zijn.
Allereerst: hulp staat economische groei niet in de weg. Het draagt zelfs bij aan economische groei. In de afgelopen tien jaar – een periode waarin hulp gericht op armoedebestrijding flink is toegenomen – groeiden 18 niet-olieproducerende Afrikaanse economieën gemiddeld 5,5% per jaar. Een derde van alle Afrikanen leeft in deze landen. Ook het IMF benadrukt dat hulp economische groei niet in de weg staat (IMF World Economic Outlook 2008). Volgens Paul Collier is de groei in de armste landen 1% hoger dan het zonder hulp zou zijn geweest – zonder hulp zouden de ‘bottom billion’ dus nog veel armer zijn geweest.
Corruptie is in veel landen een groot probleem dat effectieve armoedebestrijding in de weg staat. Ook is het een probleem dat hulp nog te vaak wordt gegeven uit economische (olie!) of politiek-strategische motieven. Maar hulp leidt niet automatisch tot meer corruptie. Niet hulp, maar armoede en gebrek aan controlemechanismen zijn een belangrijke drijvende kracht achter corruptie. Het is te begrijpen dat een leraar, die onmogelijk kan rondkomen van zijn salaris, probeert illegaal bij te klussen.
Goede hulp kan juist helpen om corruptie te bestrijden. Directe begrotingssteun kan landen helpen om ambtenaren een fatsoenlijk salaris te betalen, zodat zij niet langer gedwongen zijn ‘bij te klussen’ om hun gezin te onderhouden. In 2005 bijvoorbeeld kon de regering van Malawi dankzij hulp de salarissen in de zorg met 52% verhogen. Dankzij begrotingssteun kan financieel bestuur verbeteren. In Tanzania bijvoorbeeld zijn onrechtmatigheden bij de Centrale Bank aangepakt dankzij protesten van parlement en donoren. Steun aan bijvoorbeeld een rekenkamer of anti-corruptie commissie helpt om de controle op de schatkist te versterken. Hulp zorgt er ook voor dat in steeds meer Afrikaanse landen burgers de instrumenten hebben om hun regering ter verantwoording roepen over de besteding van middelen. In Uganda bijvoorbeeld bereikte in de jaren 90 maar 20% van de hulp de scholen, zoals Moyo in haar boek ‘Dead Aid’ beschrijft. Maar mede dankzij hulp zijn burgers de uitgaven van de overheid gaan controleren, waardoor veel minder geld weglekt – in 2002 bereikte 80% van de middelen de scholen. Het versterken van controle en toezicht door burgers op overheidsuitgaven – via het versterken van het maatschappelijk middenveld en het parlement – helpt voorkomen dat elites een graai in de schatkist kunnen doen.
Hulp is niet ineffectief. Het feit dat in veel landen dankzij hulp mensen gratis toegang hebben tot onderwijs of zorg is geen probleem, zoals Marcia Luyten ons wil doen geloven, maar juist een belangrijke verdienste. Haar redenering dat Ugandese mannen dronken in het gras liggen omdat onderwijs en zorg gratis zijn, is onlogisch en karikaturaal. Voorheen gingen in Afrika miljoenen kinderen niet naar school, en stierven miljoenen vrouwen meer in het kraambed, omdat zij de eigen bijdrage (vaak verplicht ingevoerd onder druk van Wereldbank en IMF) niet konden opbrengen. Dankzij hulp is de toegang tot basisvoorzieningen toegenomen, en dat is winst. Dankzij hulp gaan in bijvoorbeeld Ghana een miljoen kinderen extra naar school en is in Mozambique de moedersterfte met 50% verminderd.
Hulp helpt ook om klassen kleiner te maken. In Uganda is mede dankzij hulp de gemiddelde klassengrootte gedaald van 108 leerlingen in 2000 tot 72 leerlingen in 2007. Natuurlijk moet er nog een slag gemaakt worden om de kwaliteit van onderwijs en zorg te verbeteren. Wat betekent dit voor bijvoorbeeld de onderwijssector in Uganda? Niet: ouders vragen geld op te hoesten, zoals Marcia Luyten suggereert. Want dat leidt weer tot uitsluiting van de armsten. Wat dan wel? Allereerst: meer sectorale begrotingssteun zodat het land meer onderwijzers kan opleiden en betalen. Daarnaast: steun blijven geven aan het maatschappelijk middenveld in Uganda, zodat er controle is op de bestedingen en het geld niet weglekt, en ouders motiveren om toe te zien op de kwaliteit van het onderwijs door hen te betrekken bij scholen, zoals bijvoorbeeld Oxfam Novib partners in Uganda doen.
Natuurlijk kan hulp alleen de problemen van Afrika niet oplossen. Iedereen beseft dat daar veel meer voor nodig is: eerlijke handel, meer buitenlandse investeringen, het terugdringen van kapitaalvlucht (ontwikkelingslanden lopen jaarlijks 160 miljard dollar aan belastinginkomsten mis omdat multinationals handig zijn in het ontwijken van belastingen), het opbouwen van sterke en verantwoordelijke overheden, en het terugdringen van corruptie.
Dat de kwaliteit van de hulp moet verbeteren, is zonder meer waar. Wereldwijd wordt hulp nog te vaak gegeven uit politiek-strategische motieven, niet in de eerste plaats om armoede te bestrijden. Veel hulp komt in de vorm van dure technische experts – een leuke bijverdienste voor het gevende land, maar geen effectieve of duurzame hulp voor het ontvangende land. Hulp is nog vaak verbonden aan economische beleidsvoorwaarden die soms armoedebestrijding ondermijnen. Het stoppen van steun aan Malinese katoenboeren – een voorwaarde voor hulp van de Wereldbank – zou de armoede in het land met ruim 4% doen stijgen. Donoren moeten beter samenwerken, meer vraaggericht werken, minder gebonden hulp geven, en daar waar publieke controle op de besteding van middelen mogelijk is, hulp in de vorm van begrotingssteun geven. Dat stelt landen in staat om zelf gemaakte armoedebestrijdingsplannen te financieren.
Ook wij zouden graag in een wereld leven waar hulp overbodig is. Maar zover is het nog niet. Dat scenario is dankzij de economische crisis nog verder weg – alternatieve geldstromen nemen door de wereldwijde crisis af: buitenlandse investeerders trekken zich terug, de exporten storten in, overboekingen van immigranten dalen, en het uitgeven van staatsobligaties (Moyo’s belangrijkste alternatieve geldstroom) wordt nog lastiger. Ghana, een van de weinige landen die staatsobligaties wilde gaan uitgeven, heeft dat plan in de koelkast moeten zetten.
Het experiment van Moyo doorvoeren – en hulp in vijf jaar afbouwen – betekent dat miljoenen vrouwen en kinderen geen toegang meer hebben tot gezondheidszorg, dat miljoenen mensen geen HIV AIDs behandeling meer kunnen krijgen, dat miljoenen kinderen niet meer naar school kunnen gaan en miljoenen kinderen meer zullen sterven aan eenvoudig te voorkomen ziektes zoals malaria. Dat wil zelfs een hulp scepticus niet op zijn geweten hebben.
Sasja Bökkerink en Suying Lai – beiden beleidsadviseur bij Oxfam Novib
donderdag 26 maart 2009, 20:50 uur
De conclusie van het artikel van Marcia Luyten laat zich in grote lijnen samenvatten als een pleidooi niet voor het stoppen of zelfs verminderen van ontwikkelingshulp, maar van het herstructureren ervan. Vele van de reacties ondersteunen dat standpunt.
Zelf ben ik vanaf 1993 (vanaf 2002 als PUM-mer) in Uganda actief op het gebied van de geneesmiddelvoorziening. Ik heb dat altijd met veel pleizier gedaan en doe dat nog steeds, ondanks dat er ook teleurstellingen waren. Mijn reactie is dan ook niet zozeer bedoeld als kritiek, maar meer als aanvulling.
Op de eerste plaats heeft deze betrekking op de analyse van de situatie en de factoren die daarnaar geleid hebben, omdat dat van belang is voor het vinden van oplossingen. Corruptie en gesloten samenleving zijn onlosmakelijk verbonden. Corruptie is de olie die de sociale machine in Uganda laat draaien; zonder corruptie loopt de machine op korte termijn vast. Anderszijds leidt deze corruptie tot een steeds verder gaande welvaart- en machtsconcentratie en verstarring bij een nomenclatura die associaties oproept met de nadagen van de Sovjet-unie; ook dit leidt uiteindelijk op langere termijn tot vastlopen. Dat is feitelijk de huidige situatie in Uganda. Het antwoord op de vraag wat de oorzaken hiervan zijn zoekt ML wat gemakkelijk in de luiheid van mannen op het platteland die indirect veroorzaakt wordt door het ontwikkelingshulpinfuus en gaat daarbij voorbij aan het feit dat ook vroeger Afrikaanse mannen nooit op het platteland werkten. Stoppen met ontwikkelingshulp zal dat niet zo gauw veranderen.
De kernvraag is feitelijk of ontwikkelingshulp überhaupt een bijdrage levert aan de ontwikkeling van Uganda c.q. aan de leefomstandigheden van de bevolking. Ik ben van mening dat met name begrotingssteun zich leent voor misbruik en corruptie en daarom beter afgeschaft kan worden. Dat geldt m.i. ook voor veel van de anti-AIDS programma’s, waar veel geld verdwenen is.
Dat geldt in veel mindere mate voor hulpprogramma’s die gericht zijn op capacity-building, dwz investeringen in de verwerving van kennis- en vaardigheden, die relevant zijn in het ontwikkelingsstadium waarin het land zich bevindt. Voor mijn sector geldt bv dat het aantal apothekers in Uganda zeer gering is, dat ze een wetenschappelijk georiënteerde opleiding hebben genoten, hun werkkring zoeken in de hoofdstad, maar geen enkele vaardigheid hebben op het fysieke proces: de wetenschappelijke opleiding heeft geen nut als er geen geneesmiddelen zijn. Het is “like learning to cook where there is no food”. Ontwikkelingsprogramma’s dienen kleinschalig te zijn en gericht te op het verwerven van kennis en vaardigheden (waaronder psychosociale), die aansluiten bij het bestaande ontwikkelingsstadium en de werkelijke behoeften en waarvan de effecten ook meetbaar zijn. Maar al te vaak wordt er (en dat niet alleen door BuZa) geld gestoken in niet levensvatbare projecten, die ofwel niet van de grond komen of al snel instorten
Daarbij moet eindelijk ook de vraag gesteld worden, of wij in het Westen voldoende rekening houden met de mogelijkheid dat het falen van bepaalde ontwikkelingsprogramma’s ook te maken kan hebben met een andere mind-set van de locale bevolking, die niet alleen cultureel bepaald is.. Deze vraag ligt helaas in de taboesfeer; maar in de loop van de jaren ben ik er echter van overtuigd geraakt dat dergelijke verschillen bestaan en dat er rekening mee gehouden moet worden.
Over de effecten van verandering van marktpolitiek wil ik me niet uitlaten omdat ik daarvoor de competentie mis.
Kortom: ik deel het standpunt van ML dat ontwikkelingshulp moet, maar dat de wijze waarop aan een grondige herziening toe is.
donderdag 26 maart 2009, 20:59 uur
EEN HEEL ANDER SOORT HULP KAN AFRIKA OP WEG HELPEN
L.J.H. Janssen, internationaal consultant, en sinds 2003 promovendus aan de Universiteit Twente op het gebied van het management van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking
Luyten heeft gelijk, de hulp maakt in Afrika minstens zoveel kapot als ze opbouwt. Afrika stagneert al jaren, maar om te komen tot een betere aanpak moeten we begrijpen waarom de samenleving in Afrika is zoals hij is. Luyten wijst als oorzaak van de stagnatie het patronagesysteem aan, maar dat heb je in alle ontwikkelingslanden. Dat is ook logisch, want er is geen alternatief. Er is geen betrouwbare overheid en geen onpartijdig rechtssysteem. Wie een probleem heeft of iets geregeld wil hebben gaat daarom naar iemand met de vereiste invloed. Daar moet dan wel iets tegenover staan: een geschenk, een geldbedrag, steun bij de volgende verkiezingen etc. Het komt op alle niveaus voor, niet alleen onder politici. Een bedelaar die wil bedelen op een goede plek waar het eigenlijk niet mag, betaalt de wijkagent een deel van zijn aalmoezen om er toch te mogen staan. De consequentie van het systeem is dat de corruptie in alle ontwikkelingslanden welig tiert. Uit mijn onderzoek en ook uit andere bronnen (onder andere Berkman, een topman van de Wereld Bank) blijkt dat ruwweg een derde van het overheidsbudget verdwijnt, en ook van de hulp. Maar volgens de index van Transparency International is de corruptie in Azië en Zuid-Amerika precies even erg, terwijl daar wel ontwikkeling is. Het patronagesysteem en de corruptie verklaren Afrika’s stagnatie dus niet. Overigens is Koenders’ slogan ‘geen cent aan corrupte regimes’ natuurlijk onzinnig. Ook van de Nederlandse hulp verdwijnt grofweg een derde deel, zo’n anderhalf miljard Euro dus. Luyten wijst tevens op de droevige kwaliteit van het bestuur, als gevolg van het patronagesysteem. Maar ook op dat gebied doen Afrikaanse landen het (volgens de gebruikelijke criteria) niet duidelijk slechter dan vergelijkbare ontwikkelingslanden elders in de wereld. Ook het niveau van het bestuur biedt dus geen verklaring voor het achterblijven van Afrika.
Volgens de meeste deskundigen zit het verschil in ontwikkeling hem in het zogenaamde ‘sociale kapitaal’ in de samenleving. Sociaal kapitaal is het geheel van onderling vertrouwen, sociale normen, instituties, sociale netwerken en organisaties, op allerlei niveaus. De Afrikaanse landen beschikken over minder sociaal kapitaal dan b.v. de Aziatische. Een politicus in bijvoorbeeld Vietnam gedraagt zich in het algemeen meer verantwoordelijk dan zijn collega in, zeg, Zambia. Een voorbeeld: in een watervoorzieningsproject in kleine steden in Nigeria in 2006 bleken van de in de afgelopen tien jaar geïnstalleerde pompsystemen 80% kapot. In Vietnam zijn als gevolg van de corruptie de voorzieningen wel duurder dan nodig, maar ze werken over het algemeen wel. Verschillende auteurs verklaren de beperkte hoeveelheid sociaal kapitaal in Afrika door de korte periode van staatsvorming. De opbouw van een georganiseerde samenleving begon pas na de dekolonisatie in de zestiger jaren. In Azië bestonden duizenden jaren geleden al grote bevolkingsconcentraties en goed georganiseerde samenlevingen in de rivierdelta’s. Landen als China en India waren daarom beter in staat hun ontwikkeling ter hand te nemen. De opbouw van het benodigde sociale kapitaal is een proces dat decennia, of misschien zelfs wel eeuwen in beslag neemt. Een snelle ontwikkeling van Afrika is dus voorlopig niet te verwachten.
Grote hoeveelheden geld werken alleen maar verstorend op de acumulatie van sociaal capitaal. Economen verbonden aan de Wereld Bank hebben vastgesteld dat als in een ontwikkelingsland de internationale hulp 10 – 15% van het nationaal inkomen overschrijdt, de verantwoordelijkheid van de regering i.h.a. afneemt en de kwaliteit van het bestuur zodanig achteruit gaat dat de ontwikkeling er onder lijdt. Nederland doet er ijverig aan mee. In 2006 ontvingen een kwart van de Nederlandse partnerlanden hulp, terwijl de totale internationale steun boven de 15% grens uitkwam. De totale hulp aan Mozambique bedroeg bijvoorbeeld 26% van het eigen nationaal inkomen.
Luyten’s verklaring waarom de Oegandese mannen zo weinig uitvoeren is niet overtuigend, want in landen buiten Afrika die veel hulp ontvangen, bijvoorbeeld Vietnam, sloven de mannen zich wel uit. Er speelt in Afrika nog iets anders. Niet alleen is de kwaliteit van het lager onderwijs er dramatisch slecht, maar het onderwijs is ook weinig relevant. De meeste kinderen, vooral de armen krijgen geen vervolgonderwijs, hun ouders kunnen dat niet opbrengen, ze leren dus hoogstens een klein beetje lezen en schrijven. Maar ook in Afrika zijn er bijna geen banen voor mensen die alleen een klein beetje kunnen lezen en schrijven. Beroepsonderwijs is er nauwelijks, en het is niet gericht op de vraag in de markt. Het onderwijs helpt dus nauwelijks om de armen een inkomen te bezorgen. De Afrikaanse mannen zijn niet alleen maar lui, ze kunnen gewoon geen werk vinden dat echt iets oplevert, en wel om de simpele reden dat ze niet beschikken over de vereiste kennis en kunde.
De Nederlandse hulp zou zich daarom moeten richten op onderwijs en cursussen die kinderen en jongvolwassenen in staat stellen om een inkomen te verwerven, als kleine ondernemer als ook in loondienst. Het onderwijs moet gericht zijn op het creëren van producten en diensten waar een ander goed voor wil betalen. Mensen die een inkomen verdienen kunnen ook betalen voor gezondheidszorg, water, etc. Dat stimuleert de overheid dan weer om voor die voorzieningen zorg te dragen, in plaats van te wachten tot de donoren dat doen. En ouders zullen hun kinderen maar wat graag naar school sturen als ze er van uit kunnen gaan dat die kinderen vervolgens geld kunnen verdienen. Kinderen zijn in Afrika tenslotte ook een oudedagsvoorziening. Nederland zou moeten stoppen met begrotingssteun en andere vormen van financiële hulp. In plaats daarvan zouden Nederlandse deskundigen met Afrika ervaring een voortrekkersrol moeten spelen in het maken en uitvoeren van goede onderwijsplannen. Wij hebben de plicht om hulp te geven die werkelijk helpt. Laten we het gaan doen.
vrijdag 27 maart 2009, 10:20 uur
Democratie: lessen uit Afrika
In haar vlammend betoog over ontwikkelingshulp, overheid en democratie in Africa (Opinie & Debat, 21 maart) constateert Marcia Luyten dat westerse weldoeners vaak het tegengestelde bereiken van wat ze beogen. Gebrek aan inzicht in de complexe Afrikaanse werkelijkheid is daarbij naar haar oordeel de belangrijkste oorzaak van het falen. Eén van de inzichten waaraan het volgens haar ontbreekt is dat in Afrika politiek anders functioneert. Macht wordt niet verkregen op basis van concurrentie, zoals in democratie, maar door patronage. Meerpartijendemocratie zou volgens mw. Luyten in Afrika zelfs instabiliteit met zich meebrengen.
Veel van wat mw. Luyten stelt kan ik onderschrijven, maar met betrekking tot haar opvatting van democratie zou ik er nadrukkelijk voor willen pleiten om Afrika niet over één kam te scheren.
In tegenstelling tot wat zij suggereert kan juist meerpartijendemocratie zorgen dat burgers hun regeringen kritisch gaan bevragen over wat er gebeurt met de staatsmiddelen. Ook in Afrika. Terecht stelt mw. Luyten daarbij dat die vragen indringender gesteld worden als het om belastinggeld gaat dan om bijdragen uit een donorwereld waar de burgers volstrekt geen inzicht in hebben.
Democratie is heel veel meer dan het organiseren van verkiezingen. De tijd dat westerse landen in een automatische reflex een democratisch stempel zetten op een land dat verkiezingen organiseerde behoort nu toch echt tot het verleden. Democratie vergt functionerende politieke partijen, vergt een onafhankelijke verkiezingsautoriteit, vergt een grondwet die aangepast is aan de politieke en maatschappelijke verhoudingen in het land, en vergt goede onderlinge afspraken tussen politieke partijen.
Van geen enkel land in Afrika of elders kan gesteld worden dat er sprake is van een ideale democratie. Veel Afrikaanse landen hebben als deel van de koloniale erfenis een kiesstelsel waarin een partij in een gebied een meerderheid moet behalen om zetels te veroveren (meerderheidsstelsel). De winnaar krijgt de zetel(s). Dit sluit minderheden uit van de macht, hetgeen destabiliserend kan werken in etnisch diverse samenlevingen. In een aantal Afrikaanse landen wordt juist daarom gewerkt aan hervorming van het kiesstelsel.
Evenmin kan dus gesteld worden dat een democratisch systeem op zeker moment ‘af’ is. Een democratie die nog volop in ontwikkeling is kan veel goeds brengen, kan conflicten voorkomen of reduceren, kan zorgen voor respect voor de mensenrechten en kan burgers meer controle geven over hun bestuurders.
Steun aan democratisering in Afrika vergt zelfs meer dan alle expertiseterreinen die Marcia Luyten in haar bijdrage noemt. Politieke macht is een veelkoppig verschijnsel en de politieke logica die wij in Nederland kennen is vaak niet van toepassing in Afrikaanse landen. Toch ligt hier een grote en uitdagende taak in het licht van de voorkeur voor democratie die de meeste Afrikanen hebben uitgesproken. Democratie biedt geen garantie dat mannen niet meer dronken worden, dat kinderen een ontbijt krijgen en dat scholen niet meer overbevolkt zullen zijn. Een democratie in wording biedt evenmin garantie op politieke rust, maar onrust in een democratisch systeem is wat anders dan gewelddadig conflict. Goed functionerende democratische systemen vergroten daarentegen wel de kans dat mensen gelukkiger en welvarender worden, ook in Afrika.
Roel von Meijenfeldt
Directeur, Nederlands Instituut voor Meerpartijendemocratie (NIMD)
vrijdag 27 maart 2009, 23:32 uur
Wiens brood men eet…..Sasja Bökkerink en anderen: Niemand beweert dat àlle Afrikaanse mannen dronken in het gras liggen anders zou er minder oorlog zijn. Maar het is zonneklaar dat u samen met de geldverslindende VN c.s., IMF etc, als veel van mijn kennissen, er een groot privébelang bij heeft dat Afrika als bodemloze put moet BLIJVEN !
Hoe moet u anders uw goed belegde boterham verdienen in dit overbevolkte kikkerlandje? Wat u en andere hulpverleners betreft: een volwassen Afrika dat – als veel Aziatische landen – eigen boontjes dopt, zou voor u en duizenden hulpverleners een grote RAMP zijn.
Daartoe dienen al die kwasi-academische overwegingen, soms met wat positieve feiten vermengd. U wilt waarschijnlijk ook niet weten dat waardevolle onderdelen uit infrastructurele projecten (watersystemen, etc) worden gestolen voor de (z…..) markt ?
vrijdag 27 maart 2009, 23:42 uur
Dat NIMD ( Nederlands Instituut voor Meerpartijendemocratie ) ach je verzint het niet. Ontstellend brutaal van politici om ónze “democratie ” plus de Ontwikkelingshulp te bestelen met hun nutteloze hobbies. Na het miljoenen kostende schandaal op Schokland, geinitïeerd door de PVDA om Eigen jong Volk te bevoordelen zijn Tweede Kamerleden bezig hun inkomen belastingvrij aan te vullen ten koste van Ontwikkelingshulp en ten laste van de minder draagkrachtige Nederlander.
Het gaat dus niet om Afrika en Afrikanen maar om werkverschaffing voor de heer Von Meijenfeldt c.s.
zaterdag 28 maart 2009, 7:59 uur
Twee zaken die me opvielen waren dat onderwijs niet op waarde geschat wordt als het gratis is en dat ons westerse idee van democratie niet hetzelfde is in Afrika.
Ik denk dat wij zelf als westerlingen en mogelijk als ontwikkelings-organisaties bepaalde waarden en normen hebben ontwikkeld die we zien als universeel. In dat respect is bijvoorbeeld de Conventie van de Rechten van het Kind (CRC) een document dat door bijna iedere regering (behalve Somalie en de USA)is getekend en geratificeerd. Dit laatste betekent dat het een wettelijke “obligation” is voor iedere regering om de gedachte achter de CRC (het is a normative frame-work)om te zetten en in te passen in nationale wetten en “policies”. Er wordt vaak geklaagd door ontwikkelings landen dat de CRC ook te westers is (net als het idee van democratie zoals wij dat kennen), maar alle landen zijn zeer actief betrokken geweest bij de opstelling van de CRC en net als bij het concept van democratie, zijn het meestal allen de rijken en invloedrijke politici die zeggen dat deze ideeen niet passen in Afrika (of in dit geval in Uganda). Dat is dus maar helemaal de vraag en ik zou daar heel voorzichtig mee omgaan.
Dat gratis onderwijs niet wordt gewaardeerd verdient ook enige nuancering. Basis onderwijs wordt doorgaans gezien als een “human right” en terecht. Veel landen hebben dit erkend in het afschaffen van school-geld, we weten echter ook dat de overgebleven “hidden and opportunity costs” voor veel families nog steeds een groot struikel-blok zijn. Afgezien daar van is het waarschijnlijk meer een kwestie van regeringen en onderwijs ministeries die hun verantwoordelijkheden niet na komen om relevant kwaliteits onderwijs beschikbaar stellen voor ieder kind dan geen waarde hechten aan gratis onderwijs. Goed (en relevant) onderwijs adverteert zich zelf en families willen dan dat hun kinderen zulk onderwijs volgen, beter nog – kinderen zelf geven aan dat ze naar school willen. Het heeft dus meer met de kwaliteit te maken dan met het feit dat het gratis is of niet.
zondag 29 maart 2009, 0:10 uur
“A thundering protest”
Le Monde wordt opgeroepen zijn fout te herstellen uit liefde voor God, de Katholieke Kerk en de moraal. Wat is gebeurd? Plantu, cartoonist, had op zijn manier de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging in beeld gebracht, een Christus condooms verdelend, n.a.v. het bezoek en de uitspraken van de paus in Afrika. Een stortvloed van protesten heeft die krant ondertussen over zich heen gekregen, in hoofdzaak afkomstig uit de USA. Gelukkig blijft het bij vervloeken aangezien de katholieken geen fatwa kennen, merkt de krant laconiek op.
M. van Boom #65 vroeg zich verontrust af: “Wanneer kan men accepteren dat ieder individu het op zijn manier doet en dat het toch echt de bedoeling is om ondanks die manieren van de ander, lief te hebben zonder te veel oordelen.” En welk nut het heeft hier nodeloze energie in te steken. Uit wat Plantu heeft losgemaakt onder de christelijke gemeenschap in de USA blijkt het tegendeel. Vergeet niet de vele hulporganisaties die zich tooien met een christelijk adjectief en daar veelal naar handelen. Zie ook de houding van Bush inzake de aids in Afrika.
Als we praten over ontwikkelingshulp hebben we het over een voortzetting met andere middelen uit de koloniale tijd. Ook en met name over onderwijs, gezondheidszorg, sociale structuren, rol van de vrouw en cultuur. Vanaf het begin van de kolonisatie heeft de kerk de vrije hand gehad op onderwijsgebied. De kerk had tevens te zorgen voor een sociale samenhang in alle nederigheid. De toekomst lag in het hiernamaals. En de duivel was en is zwart. Betalen deden de Afrikanen, kerken, scholen tot het levensonderhoud van missionarissen toe. Zelf gefinancierde ontwikkelingshulp zo gezegd. Niet veel anders dan de huidige dus.
In hoeverre kan de houding van veel Afrikanen geweten worden aan het gif wat onze christelijke kerken hebben verspreid in Afrika. Waarom wordt momenteel zeer actief gemissioneerd door Amerikaanse zendelingen in Afrika? Welke hulp hebben zij te bieden? Mogen we veronderstellen dat het gedachtegoed van deze braaf christelijke Amerikanen die protesteren tegen een cartoon in het geheel niet verschilt van de opvattingen die door hun kerken in Afrika verkondigd worden? Le Monde publiceerde een lijst van karakteristieke brieven, waarvan hier enkele voorbeelden:
Apocalyptique : ” Ne réalisez-vous pas que vous attirez la colère de Dieu – the Wrath of God – sur le monde “, (Rita Reber, Floride).
Réactionnaire : ” La France ne s’est pas remise de l’ignominie et de l’infamie de la Révolution ” (Frank L. Sharkozy, Wisconsin).
Prêcheur : ” Un jour, vous paraîtrez devant le Christ et vous affronterez votre avenir d’obscurité éternelle. Que Dieu ait pitié de votre âme ” (Diacre Kenn Finn, Californie).
Dissident (un seul, sur des milliers) : ” Le groupe américain America needs Fatima me demande de protester contre ton dessin. Mais j’adore ton dessin et je veux une copie.”
De christelijke beschaving doet haar onvolprezen werk, helaas. Is er een grotere bedreiging denkbaar voor de menselijke cultuur, op de eerste plaats in de “onderontwikkelde” landen, dan de zegeningen van het christendom? De kerk stond en staat nog altijd aan de kant van de sterkste. Dat te ontkennen is de meest grove leugen. In God we trust..!
vrijdag 3 april 2009, 18:38 uur
Na zoveel decennia ontwikkelingshulp is het resultaat nog steeds bijzonder slecht. We moeten stoppen naar mijn smaak omdat de schijn ontstaat dat we de zelfstandige ontwikkeling in de weg staan.
woensdag 15 april 2009, 3:49 uur
Ontwikkelingshulp moet niet gestopt worden, maar beter gecontroleerd en gepubliceerd door de overheid.
Wij overwinteren bijvoorbeeld jaarlijks in de Filippijnen; dit land leeft voor >70% van ontvangen
ontwikkelingshulp uit allerlei bronnen…gevolg; zakkenvullerij, corruptie welke elk jaar meer wordt; weinig aandacht mbt educatieve ontwikkeling waardoor de bevolking slecht ontwikkeld is en deels lui; hoge criminaliteit etc.etc. Uiterlijk lijkt het land wel wat, maar achter de schermen ziet men dat ontwikkelings steun met geld en heel dure projecten alleen maar negatieve gevolgen heeft voor de mentaliteit,innovatie,normen en waarden.
zaterdag 2 mei 2009, 10:48 uur
Ik vind dat zo’n belagrijk vraag kan niet geen eenvoudig antwoord ja of nee hebben. In uw artikel, u zegt, “…in een land zo vruchtbaar als Oeganda de gedachte op da Afrika’s crisis ook een mentalitietcrisis is. Op Oeganda’s platteland neemt de dronkenschap en luidheid toe”. Hoe komt u tot zo’n generalisatie?
Kortom, uw argument is “Ja, Afrikanen zijn lui en terecht zijn ze arm”. Weet u dat voor dat Japan and Chine wereldmachten werden, dachten men (voornamelijk in Europa) dat ze arm waren door hun ‘Asiatic values’ (bijv. luieheid). Nu dat Japan een rijk land is, denken men dat hun ‘Asian values’ (harde werk en studie) de redenen zijn voor hun succes. Hmmm, sounds familiar?