Het nieuwe leren, een vloek of zegen?
Het Nederlandse onderwijs is het onderwerp van een felle polemiek. Centraal in het debat staat ‘het nieuwe leren’. Dat is een onderwijsvorm waarbij leerlingen en studenten meer zelf verantwoordelijk worden gesteld voor hun lesprogramma. Leraren geven minder klassikale uitleg dan vroeger, ze treden meer op als coach die leerlingen begeleidt.
Is de positie van de leraar in het onderwijs ondergesneeuwd geraakt? Moet de nieuwe minister van Onderwijs ingrijpen om het nieuwe leren een halt toe te roepen? Of is er weinig mis met het onderwijsniveau van het nieuwe leren.
Uitslag stelling: 83 procent vindt het nieuwe leren geen zegen voor leerlingen. (322 stemmen)






vrijdag 16 februari 2007, 15:59 uur
Ik begrijp niet hoe dit systeem ooit is doorgedrongen. Een 14-jarige die zelfstandig leert? Misschien enkele hoogbegaafde kinderen, maar niet een doorsnee Nederlands kind. Het argument dat het bestaande systeem verouderd is, en waar kinderen zich vervelen heeft niets te maken met al dan niet zelfstandig werken of verantwoordelijkheid.
Als een kind zich verveelt, is er kennelijk iets mis met de aansluiting op het niveau. Het is een gebrek aan prikkels. Het is in mijn ogen bijna onmogelijk om een kind zelf die prikkels te laten creëren.
Het is vreemd dat een puber deels verantwoordelijk wordt gesteld voor het lesprogramma als hij of zij niet weet wat er te leren valt. Een 40-jarige kun je dit wel aanrekenen.
Als ik mijn kind naar Iederwijs wil sturen of naar een Vrije School dan wil ik daar zelf voor kunnen kiezen.
vrijdag 16 februari 2007, 16:05 uur
Het zogenaamde nieuwe leren heeft veel goede kenmerken, maar de implementatie in de praktijk is erg moeilijk.
De bedenkers hebben daar zelf te weinig benul van en ook geen oplossingen. Zij verdedigen dan hun gedachtegoed op een kwalijk te noemen fanatieke manier. Dat is mijn persoonlijke ervaring als leraar in het Surinaamse onderwijs met Nederlanders die bij komen als “missionarissen” van het nieuwe leren.
vrijdag 16 februari 2007, 16:47 uur
Er zou naast het nieuwe leren ook tijd besteed mioeten worden aan het op peil brengen/hpuden van kennis. Bijvoorbeeld geregeld klassikale lessen nederlandse spelling etc.. en rekenen zonder mesjientjes.
Ook andere vakgebieden zouden mogelijk een al/dan niet verplichte “paralelweg” moeten hebben, om basiskennis op peil te houden.
Mogelijk op vrijwillige basis of adv resultaten van studenten bij het nieuwe leren.
vrijdag 16 februari 2007, 17:31 uur
Ik zou het een slechte zaak vinden als het nieuwe leren verder wordt doorgevoerd. Ik zie het als een verlengstuk van de Tweede fase, omdat het enigzins van dezelfde beginselen uitgaat (nadruk op zelfstandig werken).
Ik zit nu in vwo 5 en dit jaar merk ik minder van het voortdurend zelfstandig moeten zijn (waarschijnlijk omdat dan de relatief grote hoeveelheid stof die dit jaar behandeld moet worden dan niet behandeld zou kunnen worden), maar vorig jaar, toen ik bijvoorbeeld nog anw (algemene natuurwetenschappen) had, ergerde ik me er aan.
Alle opdrachten worden zo gemaakt dat ze aansluiten op onze ‘belevingswereld’, waardoor je doodgegooid wordt met allemaal ‘leuke’, gelikte onderwerpen als interviews met jongeren over uitgaan en hun zakgeld en hun liefdesleven (nu heb ik het uiteraard niet over anw). De inhoud is steeds meer ver te zoeken.
Waarom is klassikaal lesgeven een vies woord geworden? Waarom moet alles met behulp van flitsende multimedia gebeuren? Ik word nu gelijk conservatief gevonden als ik dit zeg, tegen alle vernieuwingen, het hele computertijdperk en noem maar op, maar je zult toch een basis nodig hebben.
Er is helemaal niks mis met theorie leren, als de link met de praktijk maar heel nadrukkelijk wordt gelegd. Eigenlijk nog actiever: een leraar moet steeds laten zien wat je eraan hebt, dat wat je aan het stampen bent, en je moet het ook echt gaan toepassen in een veel breder kader, anders zal niemand het nut ervan inzien. Ik geloof echt dat elk vak heel erg leuk kan zijn, het probleem is alleen dat lesmethode makers voordat ze beginnen met het ontwikkelen van een methode er al van uit gaan dat het vak niet leuk is en dat leerlingen het niet leuk zullen vinden, dat we het saai zullen vinden en dus worden we in krampachtige turbo taal aangesproken. Doe je leerlingen daar niet enorm mee tekort? Geef ons bij Duits bijvoorbeeld teksten over maatschappelijk interessante dingen, cultuurverschillen, reportages uit Duitse kranten over verschijnselen naar aanleiding van nieuw beleid in Duitsland, noem maar op. Maak het tot een soort ‘Duitslandkunde’ en leer ons onderweg de taal, waarbij er aandacht is voor de grammatica. Wij zullen niet schrikken van inhoud. En houvast door goede kennis van theorie is ook geen misdaad. Dat is een van de grootste misverstanden die er leven bij onderwijskundigen, als je het mij vraagt.
vrijdag 16 februari 2007, 18:23 uur
Het nieuwe leren. Wat houd het nou precies in? Ik hoor veel klachten, maar vaak klachten die ik ook hoor over klassikaal leren. Er valt niet aan te ontkomen dat het leren verandert. Internet en automatisering maken leren anders en de veranderde verhoudingen in de maatschappij maken leren anders.
Maar ja, hoe moet het dan? Ik heb zelf op Montessori scholen gezeten die leerlingen al sinds jaar en dag heel veel vrijheid geven in leren. Mij is dat heel goed bevallen. Zodanig dat ik de universiteit in het begin erg teleurstellend vond. Veel te schools nog.
Het probleem is dat scholing meer is dan uit je hoofd leren en doen wat de leraar zegt. Als iedereen ook zo op de werkvloer komt dan kunnen we sowieso niet meer met China concurreren. Een leerling moet dus wel een aantal dingen echt op eigen kracht kunnen. Het doen van een kunstje alleen is niet voldoende.
Dat betekent dan wel dat leraren de kwaliteiten in huis moeten hebben om dat te kunnen begeleiden. Daarnaast moet bij velen het besef inzinken dat leerlingen nu met kennis leren werken in plaats dat zij met kennis worden gevuld.
Leren moet niet zoeits zijn als “Iedereen kan schilderen.” Alleen maar leren binnen de lijntjes te blijven en de juiste kleuren gebruiken is niet voldoende om een goede schilder te worden. En al helemaal niet om een echte kunstenaar te worden.
Het nieuwe leren is dus nodig om te voorkomen dat er steeds eenzelfde grijze middelmaat aan leerligen wordt uitgedraaid. Zij zijn onze toekomst en verdienen daarom een leermethode die hen dwingt om zelf te ondernemen en te denken niet een leermethode die nog berust op een soort van massaproductieproces.
vrijdag 16 februari 2007, 18:24 uur
In mijn opinie is een kind niet toe aan zelfstandig leren.
op de HBO werden we in 1998 geconfronteerd met leren leren en we begrepen er weinig van. )ik was toen 48 )
Een kind heeft in mijn visie klassikaal onderwijs nodig van leraren die zelf goed met taal omgaan )svp geen hun hebben) en daarnaast dan nog een coach extra voor wie dat nodig heeft.
Benka
vrijdag 16 februari 2007, 18:40 uur
Het “nieuwe leren” is bedacht door onderwijskundigen.
Toen in in 1984 MO Maatschappijleer studeerde zat ik samen met studenten MO aardrijkskunde, MO Economie en MO onderwijskunde in een groep. Ikzelf studeerde MO geschiedenis. De eenjarige cursus bestond uit onderdelen vanuit de vier verschillende vakgebieden.
Het bleek dat de studenten onderwijskunde betrekkelijk weinig wisten van aardrijkskunde, economie en geschiedenis.
De docenten onderwijskunde konden de studenten uit de andere vakgebieden buitengewoon weinig bijbrengen.
Ik vermoed onderwijskundigen hebben de didaktiek van “nieuwe leren” bedacht. Zij hebben zelf nauwelijks ergens verstand van en vinden dat waarschijnlijk ook voor anderen niet nodig.
Wanneer dit “nieuwe leren” verder wordt doorgevoerd dan zullen toekomstige hoogopgeleiden niet zo goed spellen en rekenen (gaat om gevoel voor getallen), ze hebben ook betrekkelijk weinig verstand van geschiedenis, aardrijkskunde, natuurkunde, economie, biologie en ga zo maar verder.
vrijdag 16 februari 2007, 18:42 uur
Als het nieuwe leren in het mbo wil slagen, dan is het belangrijk dat leerlingen begeleid worden op hun weg naar zelfstandigheid. Mijn mbo-ers zijn vaak op het vmbo aan het handje gehouden en kunnen niet direct overschakelen naar een zelfstandige manier van leren. Door te helpen bij het plannen en het stimuleren om aan de studie te gaan groeien ze naar zelfstandigheid.
Met uitdagend studiemateriaal en een goede manier van coachen kunnen leerlingen in hun eigen tempo en meer leren dan bij klassikaal onderwijs, vooral waar het gaat om toepassen van het geleerde en het verwerven van inzicht. Bij een goed geformuleerde casus komen de vragen bij veel leerlingen heus wel. Maar de docent moet niet verwachten dat een zestienjarige zijn eigen leervragen bedenkt zonder enige vorm van instructie en begeleiding.
Wat zich wreekt is dat docenten over het algemeen zonder veel training geacht worden de draai van lesgeven naar coachen te maken. Ik mag graag uitleggen, maar heb moeten leren op een socratische manier vragen te stellen, zodat de leerling geprikkeld wordt naar antwoorden te zoeken.
Wat mij het meeste stoort is dat er weinig geschikt studiemateriaal is. Ik heb zelf casussen voor economie ontwikkeld en krijg daar dit schooljaar 20 uren voor. Het kost vele malen meer tijd om materiaal te bedenken en bij te stellen.
Smullen de leerlingen van dit nieuwe studiemateriaal? Misschien is dat te sterk uitgedrukt, maar ze zijn intensiever met economie bezig dan in het oude systeem. Het is duidelijk: ik ben bekeerd.
vrijdag 16 februari 2007, 18:49 uur
Ik wil hier vooral reageren op de stelling dat het onderwijsniveau niet te meten is, zie het artikel van 16 februari van Japke Bouma. Het doet denken aan economische indexcijfers. Je kunt zeggen dat de koopkracht de laatste tien jaar met x-procent is gestegen, maar het boodschappenmandje van vandaag ziet er heel anders uit dan dat van tien jaar geleden. Tien jaar geleden waren er amper dvd’s bijvoorbeeld. Met onderwijs is dat ook zo. Toen ik op school zat leerden we evenveel Frans, Duits als Engels. Nu zijn Frans en Duits bijna verdwenen. Maar daarmee kun je wel zeggen dat er sprake is van een culturele verarming. Mijn stelling is dat het huidige onderwijs eenzijdiger is geworden, het is vooral gericht op de arbeidsmarkt. Een mens is echter meer dan een productiemiddel, of beter gezegd, een mens is in de eerste plaats mens en dan pas o.a. productiemiddel. Ik pleit voor een humanistische opvoeding die erop is gericht is om volwassen te kweken die in moreel, spiritueel en cultureel-artistiek opzicht mens zijn! Sinds het no-nonsense kabinet van Lubbers is het onderwijs alleen nog maar gericht op het verbeteren van de economische concurrentiepositie van BV Nederland.
vrijdag 16 februari 2007, 18:58 uur
bij dit hele herzieningen verhaal lijkt me de meest logische stap, dat mensen vanuit de hoge torens van het ministerie afdalen en gaan kijken wat redelijk is.
Want ‘tweede fase’, ‘het nieuwe leren’, het is allemaal prachtig. Maar heeft zich iemand van tevoren ook op de hoogte gesteld wat je van leerlingen uit de bovenbouw kunt verwachten en mag verwachten?
We hebben het hier over leerlingen in een bepaalde fase van hun ontwikkeling. In de eisen die je stelt zul je hiermee toch rekening moeten houden. Struktuur en veiligheid zijn wellicht belangrijker. En zelfstandig werken is vrees ik een onredelijke eis. Een beetje hoger niveau in voorbereiding zou wel aarig zijn.
Niet in de laatste plaats omdat op deze manier docenten in het voortgezet onderwijs worden opgezadeld met de uitvoering van een in beginsel onredelijk voorstel.
Leerlingen geven dit overigens zelf ook aan. Zij zijn prima in staat te verwoorden wat hun grenzen zijn en wat wel van ze geeist kan en mag worden.
Misschien is overleg met de werkelijk experts in dit gebied, dus leerlingen en docenten voor de verandering eens een aardig begin.
vrijdag 16 februari 2007, 19:10 uur
Bon vindt vooral weerklank bij angstige en conservatieve mensen, zegt emeritus hoogleraar orthopedagogiek professor Luc Stevens.
Klopt.
Angstig voor geleerden als Stevens, die geen wetenschap beoefenen, maar progressieve fantasietjes ongevraagd aan anderen opdringen.
vrijdag 16 februari 2007, 20:01 uur
Het komt ook bij klassikaal onderwijs heel vaak voor dat docenten wanhopig proberen orde te houden, dat 25 van de 30 pubers lamlendig in de bankjes hangen en aan het einde van de les geen steek wijzer geworden zijn.
Geef docenten gewoon meer vrijheid om werkvormen te gebruiken die aansluiten bij de kwaliteiten van de docenten en van de leerlingen.
Ik heb nu drie kinderen op de middelbare school en als ik had kunnen kiezen zou ik liever nu op school zitten dan 25 jaar geleden.
Wat ik een groot minpunt vind in het moderne onderwijs is het grote aantal vakken. Ik geloof er niet in om een vak als Frans verplicht te stellen voor kinderen die het echt niet willen en kunnen.
vrijdag 16 februari 2007, 20:18 uur
Waar leraren rebels door worden is dat ze omringd worden door een legertje onderwijskundigen die in allerlei instituten – met te veel tijd en te veel geld- bezig zijn om hun onderwijsfilosofie tot het absurde door te denken. Tot voor kort hadden ze nog weinig invloed. Toen ik vakdidacticus was (achtereenvolgens aan drie universiteiten), vonden mijn collega’s en ik ze storend, ze hielden onze studenten van de echt belangrijke zaken af, maar ze waren voornamelijk om hun theoretietjes te ontwikkelen. Nu zijn ze opgedoken in instanties als het KPC, in dure instellingen als de SLO, en zijn ze doorgedrongen tot het beleid. Je ziet in de publicaties van instanties als de VO-Raad en de Inspectie die obscure theorieën opduiken. Daar wordt steeds bijgezegd dat het nog niet werkt en dat er meer tijd en geld moet worden ingestoken. Hun theorieën zijn de norm geworden. Dat is levensgevaarlijk voor het onderwijs.
vrijdag 16 februari 2007, 20:20 uur
Ik behoor tot wat Stevens noemt de “angstige, conservatieve” mensch…
Typisch een uitdrukking van iemand die niet op basis van argumenten, maar op basis van kwalificaties debatteert. Als mijn leerlingen dergelijke bewoordingen gebruiken in hun PTA discussie, weten ze nu al dat ze geen voldoende kunnen scoren. Stevens heeft ooit bij ons op school een lezing gehouden. Hoon van het overgrote deel van de collega;s was zijn deel. Datzelfde gold mevrouw Visser ‘t Hooft, zij was iets als projectmanager Tweede Fase. De tegengeluiden uit de zaal werden door haar weggewoven. Ook bij haar is een gewetensvol docent die zijn leerlingen wat tracht bij te brengen een fossiel dat in een museum thuishoort. Al die prietpraat van onderwijskundigen, hun “leuke” projectjes, met altijd dezelfde voorbeelden (uit de biologielespraktijk vooral), de bijval die ze krijgen van docenten die geen orde kunnen houden (want bij zelfstandig leren kan je de verantwoordelijkheid bij de leerling leggen!), het is mij al jaren een doorn in het oog.
Moet alles dan bij het oude blijven? Is er geen plaats voor vernieuwingen? Natuurlijk wel. Maar niet ten koste van de leerlingen. En dat is wat er nu gebeurt. De leerlingen van de Tweede Fase worden opgeofferd voor een idee. Een idee dat niet voldoende is getest.
Natuurlijk kan ik als 59-jarige denken “Het zal mijn tijd wel duren”, maar als je al 38 jaar met de “poten in de modder staat” en je je leerlingen en je vak een warm hart toedraagt, doet het pijn dat een mooi vak als leraar zo door zich “onderwijskundigen” noemende lieden wordt verkwanseld.
vrijdag 16 februari 2007, 20:21 uur
Vanaf de kleuterschool tot en met de HBS heb ik Montessori onderwijs genoten. Dat wij geen vrijheid hadden om vakken te kiezen heb ik nooit als een nadeel ondervonden want daar stond de geweldige vrijheid van tijdsbesteding tegenover. Ik hoor veel over ADS (Attention Deficit Syndrome). Dat is het gemakkelijkst te genezen syndroom in scholen. Leraar/Onderwijzer vraag niet om attentie als dat niet absoluut nodig is.
Esther heeft ongelijk als zij zegt dat een 14-jarige niet zelfstandig kan leren. Als je “zelfstandig” leert leren vanaf je vijfde levensjaar dan kunnen de meeste kinderen dat ook als ze 14 zijn. En dat is precies het probleem van het “nieuwe leren”. Dat moet je vanaf de kleuterschool doen en er niet pas veel later mee beginnen. Je stuurt toch ook niet iemand die nog nooit heeft gezeild aleen met een zeilboot de zee op!
Tenslotte: de beste manier om te weten of een bepaalde school “het goed doet” is om na te trekken wat de leerlingen van die school later “in het leven” geworden zijn en niet van eindexamen cijfers.
vrijdag 16 februari 2007, 20:54 uur
Elementen uit het nieuwe leren zijn zeker bruikbaar binnen de lessen. Dat heb ik ook in mijn natuurkundelessen steeds gedaan, zeker omdat de natuurwetenschappelijke methode goed aansluit bij de gedachten van het constructivisme. De onderliggende gedachte van het nieuwe leren. Al deze vernieuwingen zijn echter grondig de nek omgedraaid door de tweede fase. Een halvering van het aantal contacturen met het idee dat de leerlingen dit zelfstandig wel aanvullen. De goede VWO leerlingen doen dit. De rest niet. De praktijk is verder dat de contacturen(lessen dus) volledig gevuld zijn met het uitleggen van zaken waar de leerlingen zelfstandig niet uitkomen. Van afwisseling van werkvorm is nauwelijks nog sprake en ik ben eigenlijk onverantwoord lang aan het woord. Het niveau van de leerlingen is verder (aantoonbaar) gedaald. Dit ten gunste van een bredere algemene ontwikkeling. Is dit goed voor een kenniseconomie?
De vernieuwing van de tweede fase brengt op sommige punten verbetering maar op het oude niveau komen we niet meer terug. Met NLT zijn scholen nog heel voorzichtig met de invoering en kijken eerst de kat uit de boom. We moeten alle zeilen bijzetten om mee te kunnen doen op de wereldmarkt. Verder zijn er veel problemen die moeten worden opgelost in de toekomst. We moeten het dan hebben van mensen met goeie ideëen op een hoog niveau. De kans dat die mensen tot z’n recht komen is door de tweede fase een stuk kleiner geworden.
vrijdag 16 februari 2007, 21:09 uur
Dat het onderwijsniveau, óók bij wiskunde, fors gedaald heeft is héél eenvoudig te meten. Mijn neef, 6e klas Gymnasium, krijgt “wiskunde 1″ les uit hetzelfde leerboek (Getal en Ruimte”) als ik 30 jaar geleden. Van cosinus, sinus en tangens heeft hij nog nooit gehoord. De stelling van l’Hopital hetzelfde laken een pak. Integraalrekening behoort ook niet meer tot het examenpakket. Differentiaalrekening krijgt mijn neef alleen met de allereenvoudigste functies, met d/dx(x^3)=3x^2 is’t wel gebeurd). De afgeleide d/dx(ln(x)) = 1/x leert hij nog net wel, maar bewijzen kan hij niet. Het laatste wiskundige bewijs dat mijn neef heeft geleerd is de Stelling van Pythagoras. Ondanks dat mijn neef voor het eindexamen maar 3 boeken Engels hoeft te lezen (ik destijds 17) zijn de resultaten slecht. Volgens zijn leraar is er sprake van “een blokkade”. Volgens mij zijn de slechte resultaten te wijten aan dat het vorig jaar driekwart van de lesuren Engels zijn uitgevallen. Plus dat hem op school niet geleerd is hoe te “blokken” voor een goed resultaat in een vak waar hij slecht in is.
vrijdag 16 februari 2007, 22:14 uur
Ik ben bijna 40 jaar bezig met computerkunst en deaarbij heb ik vooral wiskunde nodig, maar niet meer dan wat ik heb meegekregen op HBS-niveau. Veel verstand van het huidige onderwijs heb ik niet, maar als academiedocent kon ik al in de jaren ’70 niets kwijt over mijn specialiteit. Wanneer ik probeerde iets uit te leggen van mijn werkwijze gingen mijn studenten – ook met VWO vooropleiding – heel wazig kijken. Ze hadden er geen flauw benul van waarover ik het had. Ik kon even goed Chinees praten. Vervolgens is er steeds nmeer bezuinigd in het onderwijs en mij is wel duidelijk dat je niet voor een dubbeltje op de eerste rij kunt zitten. Op mijn website http://www.confrontaal.org is te zien wat mijn resultaten zijn. Waar kun je zoiets nog leren? Ik zou het niet weten. Wat andere kunstenaars met computers doen zal dus altijd slap geklungel blijven. Een diploma helpt niet. In samenwerking met andere nitwits ligt de oplossing ook niet. Het debiliseringsoffensief, dat door de politiek is ingezet, heeft tot een geweldige triomf van gelijkschakeling geleid. Je kunt een stommeling niet slimmer maken, maar je kunt wel voorkomen dat een slimmerik meer leert dan wat de domste leerling kan bevatten. Uiteindelijk heeft iedereen dan een gelijke kans op werkloosheid.
vrijdag 16 februari 2007, 22:27 uur
De discussie spits zich zo toe op de leerstof die we leerlingen aanbieden. Maar het aanbieden van leerstof is voor iedere docent het kleinste probleem ( of hij nou tradioneel of moderne didaktiek toepast ), al gaat dat met ervaring wel beter dan zonder.
Bij het nieuwe leren is het niet de aanbieding van kennis en of vaardigheden, maar het geven van feed-back waar het helemaal mis gaat.
Ik ben van mening dat een docent werk van leerlingen zeer zorgvuldig moet lezen, deskundig moet corrigeren en transparant moet beoordelen.
Dit wordt echter heel erg lastig als men meer dan 10 leerlingen per dag individueel moet begeleiden of coachen. Een van de kenmerken van het ‘ nieuwe leren’ is dat leerlingen heel veel schriftelijk werk maken. ( werkstukken, verslagen, powerpoint presentaties, port-folio)Bedenk dat een leerling bijna net zo snel kan schrijven dan een docent kan nakijken.
Een leerkracht in het VO ziet misschien wel meer dan 80 leerlingen per week. Nieuw leren kan dan dus nooit lukken.
Conclusie: of veel minder leerlingen per docent of een klassikale aanpak.
Afgezien van bovenstaand. Prof Stevens meent dat leerlingen zich vervelen in een klassikale les. Ze vervelen zich ook bij al dat geschrijf.
vrijdag 16 februari 2007, 23:56 uur
Of je nu de term ‘nieuw leren’ hanteert of competentiegercht onderwijs, doet wienig ter zake. Feit is dat mbo-leerlingen al sinds jaren geen grote theoretisch blokken aan kunnen. De examens aan het eind van drie jaar opleiding werden niet voor niets afgeschaft. Daarvoor in de plaats kwam door overleg van onderwijs en bedrijfsleven een meer op de praktijk gericht onderwijspakket. Mbo-ers worden opgeleid tot beginnende beroepsbeoefenaren. Daartoe worden zij bekwaamd in kennis en vaardigheden die in de diverse werkprocessen nodig zijn.
Door de jarenlange ontwikkeling waarbij scholen voor voortgezet onderwijs leerlingen het liefst in eigen huis hielden na mavo of havo, stroomden leerlingen die minder theoretisch begaafd zijn, naar het mbo. Na die opleiding gaat ongeveer de helft van de leerlingen werken en de andere helft doorstuderen.
Die combinatie van leerstijl en vraag uit het bedrijfsleven heeft geleid tot het competentiegericht onderwijs voor het mbo. Dat scholen daar nu uitstel voor vragen heeft twee oorzaken. Allereerst zijn de kwalificatieprofielen nnog steeds niet definitief. De laaste aanpassing van de concepten is gaande. Een grote tekortkoming van hogerhand.
Daarnaast zijn allerlei mbo-scholen nog steeds niet bekomen van de fusieperikelen die de RCO-vorming tot gevolg had. Veel (voormalige) directieleden zijn binnen de roc’s nog steeds bezig met het verwerven van een optimale positie.
Daarbij zijn diensten, bijvoorbeeld voor systeembeheer en onderwijskunde, als gevolg van die fusies ontstaan. De locatie van die diensten is niet in de scholen zelf, maar bij de centrale directies. Die diensten gaan een leven leiden ten gunste van zichzelf en niet meer ten dienste van het onderwijsproces.
Door deze ontwikkelingen gaat een steeds groter deel van de lump sum niet naar het primaire proces, het onderwijs.
Er is geen geld (?) voor scholing in coaching, docenten moeten naast hun lessen competentiegricht materiaal ontwerpen, daartoe aaangemoedigd door directies die vinden dat zoiets tot de normale taak van docenten behoort.
Docenten die door de (bijna) opheffing van de taalscholen en het volwassenenonderwijs heen en weer geschoven worden. Docenten die als zij ziek zijn, niet of pas na weken vervangen worden. Docentfuncties die steeds lager ingeschaald worden (van 12 naar 11 naar 10!) Allemaal ingredienten die ontevredenheid en verzet oproepen.
En wat doe je als je je verzet? Dan is niets meer goed. Dan was vroeger alles beter.
Onder dit gesternte is het moeilijk de positieve kant van competentiegericht onderwijs in te zien. En dat is erg jammer, want leerlingen willen niet meer terug naar het oude onderwijs. Mbo-leerlingen zijn niet lui (ze hebben bijna allemaal een baantje) maar ze hebben een hekel aan ouderwets onderwijs. Ze willen best hard werken op school als zij daartoe door de leerstof worden uitgenodigd. Maar leerlingen willen, als dat nodig is, ook instructie of uitleg krijgen over theorie die zij nodgi hebben bij het vervullen van (gesimuleerde) werkzaamheden.
En dan komt de schoolorganisatie weer om de hoek kijken. CGO vraagt een goed geoutilleerde school, goed op hun taak voorbereide docenten en goed lesmateriaal. Lesmateriaal dat uitnodigt tot (zelf)werkzaamheid en tot leergierigheid. Dat betekent lesmateriaal met taken die voorbereiden op de beroepspraktijk en met theorie die ondersteunend is voor die beroepspraktijk. Lesmateriaal waarin zowel een beroep wordt gedaan op inhoudelijke kwaliteiten als op communicatieve kwaliteiten van studenten.
Dat vraagt om gerichte investeringen van scholen in mensen die bij het directe onderwijsproces betrokken zijn, in leraren dus en niet in diensten of mooie bestuursgebouwen.
zaterdag 17 februari 2007, 0:10 uur
Wat ik nog te weinig in deze discussie lees is dat de maatschappij verandert. Leraren zullen mee moeten gaan in het ontwikkelingstraject dat leerlingen-studenten nu doormaken in hun prive-tijd. Mediagebruik door jongeren is multi-tasking (alles te gelijk). Het is bijna niet bij te houden hoe je aan alle kanten word ingehaald door de realiteit. De grote uitdaging voor onderwijzend Nederland is naar mijn mening om een manier te vinden waarop het onderwijs weer uitdagende elementen in zich krijgt. Veel meer aansluiten bij de belevingswerelden van leerlingen en studenten. De uitgangspunten (leerdoelen) kunnen vaak overeind blijven staan, het is de VORM van de lessen waarin wij op het moment zwaar tekort schieten om de aandacht vast weten te houden. Het belang van spelenderwijs leren wordt nauwelijks opepakt. Vertaal de talen Frans, Duits, Spaans naar de belevingswerelden van jongeren. Daar ligt voor uitgevers een creatieve rol die onvoldoende wordt opgepakt. Laat leerlingen er eerder achter komen waarvoor kennis en vaardigheden nodig zijn. Zodat zijzelf de koppeling ook sneller kunnen maken. Het onderwijs loopt zwaar achter op de belevingswereld van jongeren. Als wij niet in staat zijn dit gat wat te dichten, krijgen we steeds meer problemen wat we ook doen.
zaterdag 17 februari 2007, 0:32 uur
Volgens mij is de enige methode om kinderen uit deze tijd adequaat onderwijs aan te bieden ze een mix te geven van wat “het nieuwe leren” wordt genoemd en onderwijs in klassen of groepen.
In sommige gevallen zijn kinderen heel goed in staat hun eigen weg te kiezen en gaan met die vrijheid heel consciëntieus om, andere kinderen hebben meer (bege)leiding nodig en zullen als ze de kans krijgen “gezellig” zelfstandig gaan werken, waarbij het rendement veel te klein is.
Bovendien is het in mijn optiek zó belangrijk het groepsverband te waarborgen, omdat kinderen het nodig hebben zich, onder leiding van een leerkracht, te spiegelen aan een referentiekader, waar het bv. gaat om maatschappelijke issues als geweld, omgang met ouders, eerlijk zijn – noem maar op.
Kortom: we moeten zeker blijven ontwikkelen, maar niet meteen al het goede, waarmee we tot nu toe gewerkt hebben overboord zetten.
zaterdag 17 februari 2007, 2:16 uur
Voor de discussie over het nieuwe leren denk ik, dat het onderscheid tussen het aanleren van vaardigheden (dingen kunnen) en het bijbrengen van kennis (dingen weten)een belangrijk punt is. Onlangs woonde ik een debat over VMBO en HBO bij en kreeg ik de indruk, dat in het VMBO, waar de leerlingen over het algemeen weinig aanleg en animo voor theoretisch onderwijs hebben, de theoretische kennis tegenwoordig meestal aan praktische opdrachten wordt gekoppeld, waarbij de leerling ziet dat die onmisbaar en handig is. Deze werkwijze is daar uitstekend.
Er zijn echter, vooral in het HBO, veel vakopleidingen die zich met meer complexe technische of abstracte, immateriële zaken bezig houden; denk bijv. eens aan instrumentenbouw of sociaal-cultureel werk. Daarbij is het bepaald onhandig, als je de benodigde theoretische kennis nog – soms zelfs zelfstandig, zonder gids – bij elkaar moet gaan zoeken, terwijl de opdracht al voor je neus ligt. Dan ben je onvoldoende toegerust. Bij zulke opleidingen moet m.i. de benodigde theoretische kennis van te voren aangereikt, opgenomen en verwerkt zijn.
Voor de natuurwetenschappelijke, sociale en culturele studies – bijv. natuurkunde, psychologie en talen – aan universiteiten, geldt dit nog veel meer. Daar zijn theoretische voorkennis, aanleg en interesse nog van veel groter belang. Als die in het VWO onvoldoende gevoed zijn, wreekt zich dat. Voor zover het nieuwe leren betekent ‘de benodigde kennis zelf maar bij elkaar harken, deelnemen aan omslachtig en richtingloos groepswerk, met aan de zijlijn een leraar als toeziend voogd (coach)’ moet het voor deze sector als ongeschikt aangemerkt worden.
zaterdag 17 februari 2007, 3:00 uur
Een categorisch oordeel over het niveau van het Ned. onderwijs is gemakkelijk te geven ( ‘het is maar niks en het wordt steeds minder’)maar onmogelijk te onderbouwen. Het Ned. onderwijs is nog veelvormiger dan het Belgische of het Duitse, en dat wil wat zeggen. De doelstellingen lopen zozeer uiteen dat ze niet te toetsen zijn dan door de armoedige Citotoetsen en het CS.
Mijn indruk ( en niet meer dan dat) als ex-docent, grootvader van engelse en belgische kleinkinderen, bijlesser van immigrantenleerlingen van VMBO en Havo, is dat het basisonderwijs erg goed en kindvriendelijk is, het VMBO in een staat van onverantwoorde verwarring, het havo-studiehuis een prachtig instrument voor de verheffing van brave gemotiveerde middenklasseleerlingen en vernedering van allen daaronder, en het mbo een volstrekte chaos.
De d’s en dt’s en de procentsommen zeggen me weinig, al schijnt van het Ned. onderwijs daaraan afgemeten te moeten worden, maar het feit dat eerstejaars geen idee hebben van wat een wiskundig bewijs is noch van welke tekst dan ook in het Frans of Duits noch van de geschiedenis voor 1940 ( ‘archeologie’) noch van Gezelle of Leopold zegt wel iets.
Daar staat tegenover dat alle powerpoint-presentaties uiterst vermakelijk en communicatief zijn, en dat men alles afweet van kwaliteitsverbetering en innovatie en competentententies. Dat heet vooruitgang, denk ik, vrees ik.
zaterdag 17 februari 2007, 3:52 uur
Meer dan 20 eeuwen geleden waarschuwde Euclides zijn koning reeds “Hoogheid, er is geen koninklijke weg naar de meetkunde”. Euclides had het bij het rechte eind. Alle didaktische argumenten ten spijt, het enige dat telt is het resultaat: Leerlingen die hun vak beheersen. De voorspelbare uitkomst van “het nieuwe leren” is een overschot aan competente coaches, samenwerkers en PowerPoint-presentatoren, waarvan er niet één de cosinusregel weet toe te passen of zich zonder spel- en grammaticafouten in de eigen of een vreemde taal weet uit te drukken.
Incompetente danwel niet te motiveren leerlingen waren in mijn tijd geen probleem: De ouders werd vriendelijk doch dwingend verzocht hen naar een beter bij hun niveau passende vorm van voortgezet onderwijs te sturen. En geen ouder die het gezag van onze rector durfde aan te vechten…
zaterdag 17 februari 2007, 4:19 uur
Nieuwe leren, ouwe leren, leren.
Ik ben zelf leerling geweest … lange uren,dagen,weken, maanden, jaren.
Ik was me nooit bewust van welk onderwijs systeem of filosofie ik nu precies het slachtoffer was. Maar ik vond ‘t vreemd dat de enige persoon die nooit iets leerde voor de klas stond. En hier is m.i. het enige verschil met bijv. de Montessori of de Steiner filosofie… waarbij de leerkracht achter in de klas staat, of wat ronddrijft door het lokaal.
Wat dan ook, ik vond het merkwaardig, en een slecht voorbeeld. Nu weet ik dat ‘t een paradox is. Maar dat heeft niemand me ooit onderwezen. Ja, boeien.
zaterdag 17 februari 2007, 9:46 uur
Misschien is het wenselijk om scholen zelf te laten kiezen welke vorm van leren zij aanbieden.Dan kun je als ouder een keuze maken waarvan je denkt dat die voor je eigen kind geschikt is.Wij laten dat in ieder geval momenteel meespelen bij de keuze voor een HAVO voor onze zoon die examen VMBO-T doet.Het blijkt dat scholen zelf meer of minder nadruk leggen op het nieuwe leren.
Grote flauwekul vind ik wel dat je met je leerlingen naar een modeatelier gaat om te laten zien dat een spijkerbroek twee pijpen heeft, teneinde uit te leggen waarom de Engelse taal het over trousers heeft.Als dat het nieuwe leren is…
Wat ook niet echt helpt in een goed begrip van de voor en nadelen van het nieuwe leren zijn de tegenstrijdige meningen van de deskundigen, zowel van mensen uit het onderwijs als leer en gedragpsychologen.
Hoe dan ook, welke vorm van leren je ook hanteert voorwaarde nummer 1 is een voldoende aantal lesuren en daar ontbreekt het al aan. Los dat eerst maar eens op.
Twee volledige lesdagen opofferen in het eindexamenjaar tbv leuke dingen op twee evenementendagen (waaronder ‘snachts film kijken op school)
zaterdag 17 februari 2007, 11:41 uur
Wie de reacties over dit onderwerp leest, zal waarschijnlijk opmerken dat het wel meevalt met het onderwijs. Hier wordt namelijk goed Nederlands geschreven. Allemaal intellectuelen die reageren. Maar kijkt u eens bij de reacties over energie (besparen) op deze site! Het rammelt van de taalfouten, zelfs hele knullige. Dat betekent dat het onderwijs hopeloos tekort schiet. Wanneer burgers in een maatschappij hun eigen taal niet eens behoorlijk kunnen schrijven, is dat de fout van het onderwijs. En ik heb het hier niet over typefouten… Conclusie: weg met het nieuwe leren. Onlangs liet een universiteitsdocent mij een scriptie lezen van een afstudeerprojekt. Per bladzijde meer dan vijftien taalfouten. En dat was dan een VWO gediplomeerde met vijf jaar Universiteit. Hopeloos toch? En de student was geboren Nederlander zonder dyslectie o.i.d.
zaterdag 17 februari 2007, 11:51 uur
Het niveau van onderwijs is prima te meten. Dat doen is waarschijnlijk vrij pijnlijk voor voorstanders van het nieuwe leren. Vandaar dat de tegenstanders van het meetbaar maken van onderwijs kwaliteit ook voornamelijk daar te vinden zijn.
Meten is een cruciaal middel in het bepalen van maatregelen om geconstatteerde/gemeten problemen op te lossen.
Een probleem is bijvoorbeeld dat ik recent een klasje 4e jaars informatici studenten had (universiteit!) die niet in staat bleken een grammaticaal correcte pagina tekst te produceren in hun eigen taal (op een handvol na). Ik heb het hier niet eens over d’s en t’s maar echt grove zins constructie en stijl fouten. Ik ben blij u mede te kunnen delen dat deze mensen zich nu drs/master of science. kunnen noemen, zonder dat dit probleem is opgelost.
Blijkbaar is in de niet al te lange periode tussen mijn eindexamen en hun eindexamen (ruwweg voor en na invoering van de hervormingen midden jaren 90) de eis dat vwo studenten hun eigen taal op aanvaardbaar niveau kunnen spreken en schrijven, gesneuveld. Blijkbaar is dit ook een probleem aan de pabo opleidingen waar studenten nog even bijgespijkerd moeten worden op het gebied van taal en rekenen. Dat zijn dus mensen die een HAVO opleiding afronden zonder te kunnen rekenen of schrijven op een aanvaardbaar niveau en enkele jaren later voor de klas staan.
Ik vind dat diep triest. Het is ook zeker meetbaar en ik denk dat de meeste mensen in Nederland dit probleem graag opgelost zouden zien. Overigens is het probleem niet beperkt tot taal en rekenen. In feite zijn de exameneisen voor alle vakken waar ik eindexamen in heb gedaan drastisch terug gebracht. Dat is eenvoudig meetbaar (contacturen + lengte v.d. lijst met exameneisen per vak) en de gevolgen zijn ook meetbaar. Met name in de exacte vakken (een onderwerp dat de meeste onderwijsdeskundigen boven de pet gaat) is er veel te veel weggesloopt.
Mocht u spel en taalfouten vinden in bovenstaande tekst, verwijs ik u graag naar Deetman en zijn opvolgers die in hoofdlijnen verantwoordelijk zijn voor mijn onderwijskundige opvoeding.
zaterdag 17 februari 2007, 13:03 uur
Het hedendaagse onderwijs is ontwikkeld vanuit een ideologie waarbij kennelijk alle kinderen leergierig zijn (zolang leerkrachten hen nog prikkelen). Behoudens enkele hoogbegaafde vertonen de meeste kinderen (VMBO, HAVO en VWO) toch een vergelijkbare eigenschap te weten, intensieve interesses in allerlei zaken behorende bij hun leeftijd (puberen) opgroeien met en tussen leeftijdgenoten waarbij verplicht onderwijs bij lange na niet in de top 5 staat. Dit in gedachten, betekent dat de vermeende zelfstandigheid die aanzet tot studie veel lager moet worden ingeschat dan nu wordt verwacht.
Met een gecontroleerd classroom concept (behoeft echt niet ouderwets te zijn) kan een aantal voordelen worden bereikt, denk aan meer sturing aan de leerling en klas en een grotere betrokkenheid van de leerkracht. Misschien is het zelfs wel mogelijk om de reeks aan leerlarenvergaderingen (cultuurverschijnsel) iets te verkleinen wat weer ten goede kan komen aan de krijtjes-uren voor de klas.
NB. het verloop in leerkrachten, het ziekteverzuim en de beperkte motivatie bij leerkrachten is tevens een signaal dat er schijnbaar minder arbeidsvreugde in dit beroep bestaat dan voorheen.
zaterdag 17 februari 2007, 13:08 uur
Mijn zoon kon ‘makelijk’ het gymasium doen maar hij vond de leraren incompetent, te-jong, te-onervaren en met een hooggehalte aan plankenvrees. Coache deden ze al helemaal niet en het kontakt leraar(res) leerling student was er ook niet. Leerlingen die dit bestreden waren blokkers, werden na schooltijd geholpen door opa of oma, gingen om zo te zeggen al over lijken en moesten heel wat dingen ontzien om goede cijfers te halen. Deze kinderen kunnen nog steeds niet, straks niet, opkomen voor zich zelf of zonder hulp van,…verder leren. Mijn zoon en de andere leerlingen, zullen het nog moeilijker krijgen:nog meer naschoolse bijles of afhaken.
De oplosing is: dat je een type school hebt die bepaalde type leerlingen heeft. Een voor blokkers die over lijken gaat en een voor leerlingen die écht kontakt willen met leraren en leraressen.(In Amerika is een rapport verschenen dat verteld dat leerlingen die al vroeg over lijken gaan beter terecht komen in de maatschappij dan echte denkers. Zal maar voor de klas staan)
zaterdag 17 februari 2007, 13:26 uur
Het hart van elk leren wordt gevormd door het oefenen met de leerstof en vervolgens feedback krijgen van een leerkracht of medeleerlingen in welke mate iemand na dat geoefen de leerstof beheerst. Sommige zullen dan wat langer moeten oefenen om tenslotte een voldoende of goed cijfer te kunnen krijgen bij de beoordeling van een proefwerk of tentamen. Zolang die kern van het leren in aantal uren en didactiek maar recht overeind blijft zit het wel goed met de resultaten van het leren.
Een groot manco van het onderwijs is trouwens altijd al geweest dat tentamen doen meer op hordenlopen lijkt. Als je een horde achter je gelaten hebt, word je er meestal nooit meer mee lastig gevallen. Veel kennis en vaardigheden ( spelling, rekenen) zullen ook onderhouden moeten worden.
Het idee dat we het in competentiegericht onderwijs zonder kennis en vaardigheden zouden kunnen doen is volstrekte onzin. Elke definitie van competenties geeft aan dat het gaat om integratie van kennis, vaardigheden en attitude. Aan alle drie onderdelen zal voldoende aandacht besteed moeten worden willen we kunnen spreken over competentiegericht leren.
zaterdag 17 februari 2007, 13:41 uur
Onderwijs is te complex om goed te meten. De vooruitgang of gebrek aan vooruitgang van leerlingen laat zich niet goed meten aangezien bij sociaal wetenschappeljk onderzoek slechts significantie centraal staat alorens van een daadwerkelijk effect kan worden gesproken. Het gevolg hiervan is dat er slechts een zeer klein deel van het onderwijskundig onderzoek wordt gepubliceerd. Daarnaast is het noodzakelijk om de onderwijsvernieuwing op correcte wijze beschouwen en te evalueren, dus op een valide wetenschappelijke manier. Op grond van een grondige analyse is te concluderen dat er niets veranderd is aan het onderwijs qua kwaliteit. De vernieuwingen zijn in 95% van de gevallen van onderaf, dus de scholen zelf, gekomen. In het publieke debat inzake onderwijs en het nieuwe leren wordt structureel de fout gemaakt dat er met de emotie wordt gekeken naar onderwijs en dat er een analyse wordt gepleegd middels de onderbuikgevoelens.Een weinig wetenschappelijke benadering zou De Groot ( psychometricus) dit hebben genoemd.
Een goede analyse moet gebaseerd zijn op een conceptueel eenduidig beeld conform de operationalisatie van het concepte zelve. Het debat wordt nog steeds overschaduwd door discussie op grond van een onjuiste operationalisatie van het concept “nieuwe leren”, “leren leren” etc. Het zijn vooral docenten en ouders die zich laten meeslepen door angst en ongegronde conservatieve gedachten. Verandering is onderdeel van de samenleving, dus ook van onderwijs en het gedrag en de behoeften van de leerlingen; dus verandert ten gevolge hiervan. Docenten klagen primair over innovaties die zij nooit kritisch, objectief beschouwd hebben. Het oordeel ten aanzien van het nieuwe leren was al bepaald voordat de uitwerking bestendigd was. Het contrast tussen het onjuiste beeld van docenten van het nieuwe leren en de daadwerkelijke operationalisatie leidt ertoe dat er een onzinnige weinig wetenschappelijk verantwoorde discussie wordt gevoerd. Dit komt bij de discussie op dit forum ook bij de meeste reacties sterk naar voren.
In een artikel in Onderwijs Innovatie door Marens is reeds vastgesteld dat de vernieuwingen in het onderwijs zich niet in groot tempo hebben opengestapeld en dat er geen enkele sprake is van verschil tussen onderwijs van begin jaren 70 en nu. Het zijn slechts de onderbuikgevoelens die willen ingeven dat dit wel het geval zou zijn. Er is in concreto een veranderde samenleving en een veranderd eisenpakket voor docenten en leerlingen. Het zijn deze veranderde eisen waar de voornoemde groepen en ouders etc. zich over opwinden. Het zijn, mijn inziens, slechts stuiptrekkingen omdat men niet wil accepteren dat de leerlingen centraal staan en de docent een andere rol krijgt door het nieuwe leren. Het primair vasthouden aan de oude manier van handelen en vervolgens dit op kleine schaal combineren met de nieuwe manier in combinatie met veel emoties en onderbuikgevoelens leidt tot de ongefundeerde kritiek en opmerkingen van docenten en aanverwante groepen.
Een van de problemen is het opleidingsniveau van docenten. Het gebrek aan nascholing en gebrek aan openheid en reflectie. Het zijn groepen zoals docenten die zich moeten afvragen of zij wel reflectief, open en betrouwbaar zijn. Zijn zij wel zo goed opgeleid en zo betrouwbaar als beoordelaar als zij de ouders et al. willen doen laten voorkomen c.q geloven? De mate van kritisch denken in het onderwijs door docenten, ouders en leerlingen/studenten laat ernstig te wensen over waardoor de discussie zelden gaat over de daadwerkelijke problemen.
De problemen die er zijn raken ondergesneeuwd door de emotionele en door onderbuikgevoelens bepaalde discussie vanuit groepen zoals docenten, ouders, studenten/leerlingen , filosofen etc. Het debat zou op geldige en conceptueel correcte basis op grond van wetenschappelijke principes gevoerd moeten worden om enige zin te kunnen geven aan de teneur van de discussie. Dit ontbreekt helaas nog steeds.
De enige manier om een goed beeld te krijgen van de huidige stand van zaken in het onderwijs is middels een objectieve, onafhankelijke neutrale wtenschapelijke benadering. Docenten in het HBO , PO, VO en het BVE zouden zich hieraan moeten speiegelen in plaats van ongefundeerde meningen te verspreiden op grond waarvan reacties worden getriggered die kant noch wal raken en geen wetenschappelijk verantwoord debat doen laten ontstaan.
zaterdag 17 februari 2007, 14:27 uur
Dat het niveau van het HBO onderwijs is gedaald valt simpel aan te tonen door te kijken naar de situatie op de HvA. Daar kampt men met een miljoenenschuld door onderwijsfraude en z.g. status verhogende maatregelen. Dit laatste uit zich in (veel te) hoge salarissen in de top en de staven daaronder, maar ook door status verhogende? nieuwbouwplannen, terwijl er zoveel leeg staat in Amsterdam.
Zelfs de vakbonden spraken hun verbazing over de slariëring uit in het formeel overleg HvA-Vakbonden op 21 september 2005, waar zij constateerden dat de hogere functies vooral in de staven zaten en niet bij het onderwijs. Helaas is het bij deze opmerking gebleven.
De HvA heeft veel, heel veel,geld nodig om m.i. niet realistische nieuwbouw te realiseren en de boete op de Hogeschoolfraude te betalen. Hiertoe worden draconische maatregelen genomen.
Bij de laatste fusie die de HvA heeft doorgevoerd met de HES is op eenvoudige wijze a.d.h.v. de cijfers van de zelfstandige HES tot en met 2004 en de HvA-HES cijfers daarna te zien wat de HvA met de onderwijsgelden van het Ministerie doet.
De HES liet vanaf 2005 jaarlijks een studentenaanwas zien van 25%.
Tegelijk legde de HvA de HES een bezuiniging op van 25%.
Dit betekende voor het onderwijs: grotere klassen, vervanging van academische geschoolde docenten door HBO-ers en zelfs incidenteel MBO-ers en het laten vervallen van lessen.
De HES Amsterdam gaf veel klassikaal onderwijs en projectbegeleiding. Studenten komen al met achterstanden het HBO onderwijs binnen. Taal- en rekenvaardigheden zijn mager tot slecht. Algemene ontwikkeling mager, ondanks alle projecten in het middelbaar onderwijs.
Studenten aan de HES zagen in de eerste 2 studiejaren gemiddeld 24 uur per week een gekwalificeerde docent, die voor de hoofdvakken tevens beroepservaring had.
Door de extra bestuurslagen en de veel te grote staven van de HvA moest de HES meer bijdragen aan de HvA dan ze zelf ooit aan overheadkosten had betaald. Van managers zou je mogen verwachten dat ze toch minstens zelf ooit onderwijs genoten hebben. Helaas dat valt in hun optreden niet op, laat staan dat ze enige affiniteit met het huidige onderwijs hebben. Ze worden door stafdirecteuren genadeloos aangezet tot het aansturen m.b.v. cijfers. Het gaat niet over onderwijs, maar over zo min mogelijk geld aan onderwijs uitgeven. Vakken schrappen is dan heel populair en er komt niets voor in de plaats. De toekomstige beroepsbeoefenaar wordt niet volledig opgeleid. N.B. het schrappen van het vak boekhouden op een HEAO in het 1e jaar is een voorbeeld dat managers niet begrijpen welke impact dit vak heeft op andere economische vakken binnen de studie en in de toekomstige beroepsuitoefening.
Een onderwijsfusie kost geld en levert geen enkele besparing of meerwaarde op. De enigen die profiteren, letterlijk profiteren van fusies zijn de managers die zich een steeds hoger salaris toekennen naarmate de HBO instelling groeit. Uiteindelijk blijken er dan meer managers te zijn dan de individuele Hogescholen ooit tesamen hadden.
Resultaat van de fusie: geen enkele verbetering, alleen maar meer managementlagen en minder geld voor onderwijs.
De tekorten zijn inmiddels zo hoog opgelopen bij de HvA dat op alle mogelijke manieren geld gevonden moet worden.
Terwijl de HES een nieuw gebouw liet neerzetten en daar aan eigen middelen voor 18 miljoen instopte, verwacht de HvA een bijdrage aan gebouwen per m2. De typische bouw van de HES leidde ertoe dat er veel m2 zijn die voor een ruimtelijk effect moesten zorgewn, geen onderwijs- of andere functie hebben en waarvoor ook geen W.O.Z. belasting wordt betaald. Niet gehinderd door deze kennis rekent de HvA alle m2′s en dwingt de HES opnieuw tot grotere klassen, het niet vervangen van vacatures en het aannemen van laag gekwalificeerd of zelfs niet gekwalificeerd personeel voor onderwijstaken.En opnieuw worden er lessen geschrapt. Uiteraard onder het motto van het nieuwe leren; de student kan het beter zelf.
Studenten klagen dat ze nog maar 3 dagen per week lessen of projecten hebben en het eind is nog niet in zicht.
Zes jaar geleden is een nieuwe Opleiding aan de HES gestart:”Trade Management gericht op Azië”. Nog onder de HES als zelfstandig instituut groeide deze Opleiding van 1 naar 5 klassen in het 1e jaar.
Naast een Aziatische taal krijgen de studenten vakken als Aziatische Geschiedenis en Aziatische Economie en Politiek. Ook wordt in projecten veel aandacht besteed aan Aziatische cultuur.
Studenten worden zo voorbereid op 1 jaar studie en stage in Azië tijdens hun 4 jarige studie.
De HvA ziet liever zoveel mogelijk studenten bij elkaar in de klas, ook al zijn ze van verschillende Opleidingen en zo zijn de vakken als Aziatische Geschiedenis en Aziatische Economie en Aziatische Geschiedenis geschrapt.
Ook de Aziatische talen moesten uren inleveren.De ouderjaar spreken nu dan ook al van het complete verziekrn van de Opleiding TMA en noemen hun Opleiding:”International Management met een Aziatische taal”. Opleiden voor een beroep betekent dat vakken op het beroep moeten zijn afgestemd. De HvA prbeert zoveel mogelijk vakken älgemeen” te maken die dan tegelijkertijd door zoveel mogelijk studenten gevolgd kunnen worden. Minder docenten nodig, van beroepsvaardigheden aanleren komt niets terecht.
Waar liggen de verantwoordelijkheden? Bij een College van Bestuur met veel te hoge salarissen? Bij de Raad van Toezicht? Waar zien zij eigenlijk op toe? Bij het Ministerie? Bij de HBO-Raad? Bij de Vakbonden?
Op de HES gaat 20% van het geld dat een zelftsandige HES van het Ministerie zou krijgen naar Onderwijs. De rest “verdwijnt” in Management-en en andere bijdragen aan de HvA.
Het kan niet anders dan dat de HBO instellingen zo spoedig mogelijk worden ontmanteld en er nieuwe HBO clusters worden opgericht die met minder geld en minder managementlagen de niet-onderwijstaken aankunnen om op die manier meer geld voor onderwijs te hebben.
Dit geld dient aangewend te worden voor klassen van maximaal 25 studenten (voor economie onderwijs), gekwalificeerde docenten in schaal 12 en 13 en overige onderwijs ondersteunend personeel die tesamen de student met lessen kennis bijbrengt en met projecten vaardigeden en toepassingen aanleren toetsen.
Het “eerst kennen en dan kunnen” moet weer terug in het beroepsonderwijs (zowel MBO als HBO. Student en docent staan daarbij centraal.
zaterdag 17 februari 2007, 15:03 uur
(citaat) Centraal in het debat staat ‘het nieuwe leren’. Dat is een onderwijsvorm waarbij leerlingen en studenten meer zelf verantwoordelijk worden gesteld voor hun lesprogramma (einde citaat)
Dit heeft het onderwijs gekend en nu is gebleken, dat het niet de juiste methode was/is en zal zijn. Misschien moeten we ook eens nadenken over ‘hoeveel verantwoordelijkheden willen we de scholieren (kinderen in het algemeen) meegeven’ en dus waar ze voorlopig als basis wel genoeg aan zullen hebben, om deze tijd door te komen al groeiende naar de periode na het kind-zijn en/of puberen
Onderwijs wordt écht niet aantrekkelijker als een scholier erbij betrokken wordt op deze manier, dat is wel gebleken. Het enige wat eruit voort is gekomen is een goede mondigheid, wat in de praktijk zich uit naar de gedachtengang: ‘ik als leerling mag mijn soort lesmateriaal bepalen en dus als ik dat mag dan mag ik vast wel meer, want dát wordt mij ook meegegeven’ en gaat het dus in veel gevallen tkv prestaties op school. Zeggende: teveel verantwoording meegeven aan jongeren/scholieren zal gevolgen hebben en dat merken we nu op. Hadden we dit écht niet voorzien?
Elke volwassene is jong en scholier geweest. Welke waanzin hebben we opeens ontwikkeld door de tijd heen, om te mogen denken; ‘de jongeren van nu (en later na nu) zijn veel verder dan de jongeren van toen’ (qua algemene ontwikkeling) en dus trekken we de conclusie ‘ze zijn klaar om nu al klaargestoomd te worden voor de grote wereld’. Waarom moest het soort leren mee met de tijd?
Hoe leeft het kind het privé-leven? Waarom is het zo van belang vandaag de dag, om een kind al op jeugdige leeftijd mee te geven dat het zelf al heel veel kan bepalen?
Een kind, hoe ontwikkeld ook, blíjft een kind en kan je niet meegeven iets te leven wat niet bij het kind-zijn hoort en dus het meegeven van verantwoording, waar het niet mee overweg kan. Dit zal zo blijven, zolang we blijven denken dat het kind de verantwoording wel aan kan.
Het is ironie ten top, dat we nu zitten met dit probleem. Maar wie verzon ook ‘het nieuwe leren passen we toe op heel het onderwijs in dit land?’ Hoeveel kinderen kunnen het zelfstandig leren aan? Een kind, hoe meer algemeen ontwikkeld ook in vergelijking met het kind van toen, blijft nog altijd een kind en dat moet je niet teveel verantwoording meegeven, want elke volwassene van nu weet dat weinig kinderen dat aankunnen. Maar we blijven met de oogkleppen oplopen ipv in te zien, dat we allemaal als volwassenen die met jongeren te maken hebben op welke manier dan ook gigantisch de mist in zijn gegaan en dus allemaal tkv het kind zelf vandaag de dag. Een hele generatie hebben we daarvoor opgeofferd en alleen maar, omdat we dáchten te denken ‘nee, vandaag de dag kunnen ze veel meer aan dan vroeger het geval was’. Ironie en dus 100% waanzin om dit voort te leven ipv in te zien, we (volwassenen) hebben een grote inschattingsfout gemaakt en dát mag een kind ons vandaag de dag kwalijk nemen ook!
Mensen die in de sector onderwijs werken zullen als geen ander weten hóe ze het weer terug moeten draaien en ik mag hopen dat het ze ook lukt! Zodat we iig iets terug kunnen geven aan de generatie wat nu moet presteren en wat leeft met een te hoge druk op school
zaterdag 17 februari 2007, 16:38 uur
Deze discussie gaat volledig voorbij aan de werkelijke oorzaken van de teloorgang van het onderwijs. En dat zijn de schaalvergroting, en de imcompetentie van de huidige generatie docenten.
Om met het laatste te beginnen: Lieden die zelf niet over de capaciteiten beschikten om toegelaten te worden tot het VWO, geven daar nu les. Zo iemand zal misschien nog net geschikt zijn om een hoofdstuk of soms wel een heel boek “vooruit te blijven” op zijn studenten, en zo “kennis” over te dragen, maar aan de capaciteiten om leerstof inspirerend over te brengen, laat staan daar op speelse wijze mee om te gaan of op intrigerende wijze ook de op het eerste oog minder geinteresseerde leerling warm voor te laten gaan lopen, ontbreekt het deze lieden. Als eerste zullen derhalve de eisen die aan docenten, hun kennisniveau, en hun inspirerend vermogen gesteld worden, aanzienlijk te worden opgeschroefd.
Daarnaast is de – eveneens door bezuinigingsmotieven tot stand gekomen – schaalvergroting funest gebleken voor de
onderlinge inspriratie van studenten, en het herkenbaar zijn – en dus ook het je bekeken en beoordeeld weten – van de individuele student. Laat staan dat nog enige leerling van bijvoorbeeld een VWO in zijn huidige consumptie-fabriek de mogelijkheid heeft zijn “maatschappijtje-in-het-klein” te helpen opbouwen, te leren wat het is deel daarvan te zijn, te leren wat het is bestuurstaken op zich te nemen.
Een goede docent weet exact wanneer hij frontaal dient te onderwijzen, en wanneer hij het niveau bij zijn studenten heeft bereikt, en hen voldoende heeft geinspireerd, om hen te laten freewheelen, te laten spelen met de vergaarde kennis, en zelf te laten ontdekken. Hij zal het laatste dan ook geen “het nieuwe leren noemen”, hooguit oude wijn in nieuwe zakken.
Pak de zaken dus aan waar zij aangepakt dienen te worden: zorg voor competente docenten, en kleinschaliger scholen. En lach iedereen die het voor “het nieuwe leren” pleit gerust hartelijk uit: zijn incompetentie staat bij voorbaat vast.
Gelske (oud-docente)
zaterdag 17 februari 2007, 17:24 uur
Nieuw leren of oud leren? Je krijgt niets voor niets, er zal toch hard gewerkt moeten worden?
Ik ben docent in het Havo/VWO. Wat ik mis in de discussie over het onderwijs is het feit dat er van kinderen slechts een minimale inzet gevraagd wordt. Van het management horen wij voortdurend dat onze lessen vooral ‘leuk’ moeten zijn en verpakt in ‘projecten’ e.d. Wij, de docenten moeten ons aanpassen, en voortdurend onze creativiteit tonen. Aan de leerlingen worden geen eisen gesteld. De realiteit is dat onze leerlingen(vaak de jongens)niet of nauwelijks leren. Voor een proefwerk kijken ze even de stof door en als ze daarmee een 5,5 halen is dat een voldoende en kunnen ze weer opgelucht ademhalen. In onze vak-sectie wordt de norm elk jaar ‘bijgesteld’ oftewel: de eisen verlaagd. (ik ben een van de weinigen die weigeren hieraan mee te doen.)
Maar waarom heeft niemand het over de opvoeding van tegenwoordig? Over het voetstuk waar kinderen op staan? Over het commentaar van ouders als je een 1 geeft omdat hun kind proefwerken weigert in te halen? Over de ouders die klagen dat de docent in de les Frans spreekt?
Bij ouders constateer ik vaak de angst of de aarzeling om eisen te stellen of iets te verbieden. (bijvoorbeeld om het oeverloze MSN-nen of ‘computeren’ van hun kind te beperken). Huiswerk wordt gezien als de verantwoordelijkheid van het kind zelf. Ouders hebben ook nauwelijks meer tijd om het huiswerk te controleren, bovendien accepteert het kind dat vaak niet.
Ik ben nog steeds dol op mijn leerlingen, op hun humor bijvoorbeeld. Maar ik ben bang dat er veel zijn die, door de zorgeloosheid en de welvaart waarin zij (kunnen!) leven, niet meer leren dat je voor dingen moeite moet doen, dat het soms afzien is. Het gevolg is dat zij ook niet leren dat hard werken loont en grote voldoening kan geven. Waarschijnlijk komen zij daar achter als ze veel ouder zijn en met spijt terugdenken aan de kansen die ze hebben laten liggen. Met dank aan hun ‘ouder en wijzer geachte’ ouders!
zaterdag 17 februari 2007, 17:25 uur
Reactie op ymz37:
Bij veel leraren (vooral bij exacte vakken) word je ook geschokt aangekeken als je eens een vraag stelt. Als ik bij wiskunde een vraag stel, waarom die formule gebruikt wordt bijvoorbeeld, of iets van die strekking, wordt me altijd op het hart gedrukt niet alles te willen weten, en dat ik het maar gewoon moet doen. Bij scheikunde krijg je vaak te horen dat je dat in de zesde misschien nog wel krijgt. Zo wordt het natuurlijk nooit wat.
Ik heb dit jaar ook wiskunde uit ‘Getal en ruimte’, en die is in 2006 uitgegeven, en inderdaad niet overal met veel diepgang, maar zeker niet slecht.
zaterdag 17 februari 2007, 17:49 uur
Ik werk met studenten op het HBO in het Derde Jaar, als instructeur. Wat ik hoor van studenten is dat ze in hun eerste twee jaar worden zoetgehouden met klasjes onder leiding van Tutoren, in groepjes werken (waarbij er altijd een paar afwezig zijn, een paar niets doen en een paar echt het werk doen). Dat werken in groepjes hebben ze geleerd op Havo en Athenaeum, waar de goeden ook last hebben van de luie leerlingen. De Tutoren zijn soms buitenlanders (zaten verlegen om een baantje, moesten van de multi culti maffia hier het imago van de school kleurtjes geven) die het Werkveld in ons land absoluut niet kennen, of theoretici met het zelfde gebrek…
zaterdag 17 februari 2007, 18:33 uur
Een groot probleem van de discussie vind ik dat verschillende zaken door elkaar lopen. ‘Het nieuwe leren’ en de bezuinigingen in het onderwijs zijn twee volstrekt verschillende zaken die op allerlei manieren met elkaar verweven zijn (geraakt). De politiek heeft daar in hoge mate aan bijgedragen door – nu en in het verleden – onderwijsverbeteringen en -hervormingen te koppelen aan bezuinigingen en bezuinigingen te presenteren als verbeteringen.
Ik ben niet tegen het nieuwe leren, ik heb op de universiteit steeds meer plezier van het feit dat ik heb leren presenteren en ik merk ook dat het makkelijker en beter gaat naarmate ik het vaker doe. Maar als leerlingen èn kennis èn vaardigheden moet gaan leren in minder dan de helft van de tijd die vroeger voor het aanleren van kennis stond, kun je op je tien vingers natellen dat de vernieuwing een verslechtering zal blijken. Dat zijn echter twee verschillende zaken die door sommigen als één casus gezien worden.
Als je een probleem wilt oplossen zul je eerst moeten uitvinden wat het probleem nu precies is en daarom zou het ministerie moeten gaan luisteren naar de geluiden uit het veld: kleinere klassen, meer mogelijkheden om flexibel te werken, betere (bij)scholing van docenten, etc., etc. Als dat niet gebeurd is het nieuwe leren inderdaad gedoemd te mislukken, maar iedere andere vorm van onderwijs eveneens.
zaterdag 17 februari 2007, 18:53 uur
Twee dochters hebben het VWO gevolgd en studeren nu in Leiden. Als het niet van die sterke persoonlijkheden waren, hadden ze het niet gered. Hoe minder je mensen, in dit geval leraren /docenten, te doen geeft, hoe minder ze doen. Wiskunde bijles heb ik,na herhaaldelijk verzoek, zelf betaald etc, etc. Ik was altijd bang, als ik te veel zou klagen,dat mijn dochters de dupe zouden worden. Coach, laat mij niet lachen. Alleen als ze de zak krijgen als ze niets doen. Net als in het bedrijfsleven, waar ik werk.
zaterdag 17 februari 2007, 21:56 uur
Sluit de huidige lesmethode aan op de ‘leereigenschap’ van de leerling, past het bij de soort school, of klas?
Ja? Dan doorgaan met de huidige methode…
Nee? Lespatroon aanpassen…
We willen een kennis economie, dus niet bezuinigen op de lesomgeving. Da’s natuurlijk “not done”.
zaterdag 17 februari 2007, 23:09 uur
Toske Andreoli, je hebt helemaal gelijk en beschikt over een gezonde nieuwsgierigheid. Stuur je eventuele vragen naar ymz372000@yahoo.com In de hoop dat de redactie dit bericht laat staan, bij deze een elegant voorbeeld van wat er met eenvoudige “Getal en Ruimte” wiskunde van de middelbare school mogelijk is.
Stel we hebben een perfect, wrijvingsloos bewegende treinwagon met massa M en lengte L, waar we vanaf de zijkant tegenaan kijken. Ter linkerzijde bevindt zich een lamp. Op tijdstip t = 0 zendt deze een lichtflits met energie E en lichtsnelheid c naar rechts uit. Door de terugslag gaat de wagon met een snelheid v naar links bewegen. De wet van behoud van impuls, schrijft voor dat de hoeveelheid beweging van de wagon (M v) gelijk is aan die van het licht (E / c):
M v = E / c
Hieruit volgt de snelheid van de treinwagon: v = E / (Mc)
Na een tijd t = L / c arriveert de lichtflits aan de rechterkant van de treinwagon en wordt daar geabsorbeerd. Hierdoor stoppen de treinwagon en het licht met bewegen. De door de treinwagon afgelegde afstand is:
x = v t = E / (Mc) * (L / c) = EL / (Mc^2)
Maar indien licht, evenals lucht en gestresste mensen, het vermogen tot duwen (krachtuitoefening) heeft, dan gedraagt het zich alsof het massa heeft. Stel deze equivalente massa gelijk aan m.
Aangezien aan het eind van het experiment de treinwagon en het licht beide gestopt zijn met bewegen, geldt dat het zwaartepunt niet verschoven is:
M x – m L = 0 ofwel M x = m L
Vul hierin de afstand x uit bovenstaande vergelijking in, dit geeft:
M * EL / (Mc^2 ) = m L
De eigenschappen (M en L) van de treinwagon vallen tegen elkaar weg en we krijgen:
E / (mc^2) = m ofwel E = mc^2
Dat licht inderdaad kracht, druk en duwvermogen uitoefent is experimenteel aangetoond door Lebedev (1900). Nichols en Hull (1901). De natuurkundige geldigheid van het bewijs is hiermee aangetoond. Voor moeilijkere klussen kon Albert Einstein rekenen op zijn boezemvriend Marcel Grossmann.
Indien dergelijke, eenvoudige doch inspirerende, tot de verbeelding sprekende bewijzen niet tot de leerstof horen, hoe kunnen we dan in vredesnaam van Nederland een kennismaatschappij maken?
zondag 18 februari 2007, 0:17 uur
Onderwijs en politiek gaan niet samen. Bij politiek gaat het om onderhandelen en het doen van concessies. Het gaat bij politiek om schuiven met geld, waar het onderwijs nu de dupe van is geworden. Nee niet het onderwijs wordt de dupe maar de leerlingen. Wie neemt nu verantwoordelijkheid voor de huidige schandalige situatie? In de politiek is niemand verantwoordelijk. Men zoekt een schaap en stuurt die met een extra dikke portemonnee weg. Onbegrijpelijk dat de burgers dit allemaal geaccepteerd hebben. Door je stemrecht te gebruiken geef je de politici volmacht. Niet voor niets dat de regering 1 miljoen uittrekt ( van ons geld) om reclame te maken om voor de provinciale staten te gaan stemmen. Belachelijk. Mijn advies stem niet. Niemand moet stemmen.
zondag 18 februari 2007, 3:03 uur
Een merkwaardige reactie van Cornelis Bergkamp lees ik in dit forum:
“Wie de reacties over dit onderwerp leest, zal waarschijnlijk opmerken dat het wel meevalt met het onderwijs. Hier wordt namelijk goed Nederlands geschreven.”
Nou, mooi niet. Ik zie schaamteloze spelfouten alom. Ten hemel schreiende grammatische en stilistische knulligheden voor het oprapen. En dat bij al die tegenstanders van het nieuwe leren!
Willem Frederik Hermans schreef al in 1974 dat leren gewoon een kwestie is van heel veel energie steken in het domweg uit het hoofd leren van kennis(zie “De taal van de elite” in “Boze brieven van Bijkaart”). Nieuw leren bestaat niet. Leren is gewoon leren, en verder niks.
Dat scholen proberen dat leren anders te organiseren is een buitengewoon positieve aangelegenheid.
Alle sectoren in de samenleving veranderen in ijltempo. De sector onderwijs hobbelt daar met veel moeite achteraan. Geinspireerde leraren met hart voor leerlingen nemen het voortouw.
En wie staan er allemaal op de rem?
Grote groepen ouders die als pover referentiekader hun eigen schooltijd hebben, maar, zo blijkt bijvoorbeeld uit de reacties over dit onderwerp, niet eens correct kunnen spellen.
Politici die geen flauw idee hebben van wat er leeft en gebeurt op scholen, zoals Jan Marijnissen die het ideaal van de oude ambachtsschool koestert, waarschijnlijk omdat de SP zich ook in de toekomst van een omvangrijk proletariaat verzekerd wil weten.
De vereniging BON met aan het hoofd goeroe Ad Verbrugge, zwart wit filosoof en intussen zo ongeveer de Geert Wilders van onderwijsland.
Nieuw leren bestaat niet. Leren is leren. Dat is echter geen enkel excuus om ons onderwijs niet beter te organiseren. Er is de laatste honderd jaar in wezen nauwelijks iets veranderd in ons onderwijs. En het is goed dat daar nu eindelijk een beetje beweging in komt.
zondag 18 februari 2007, 3:13 uur
Verhalen vertellen is een ambacht.
Vandaag stond in de NRC dat de docent geen mooie verhalen meer kan vertellen. De eerste reden stond erbij vermeld: leerlingen zijn wereldwijzer, ze weten alles al. En misschien durven onze leerlingen nu meer te laten zien en te laten blijken van wat zij vinden van hun docent.
De tweede reden, niet vermeld, is dat het vertellen van mooie verhalen een ambacht is. En geen makkelijke. Daar is heel wat meer voor nodig dan een vierjarige opleiding (waarin, ik ben afgestudeerd in 2001, wij dat ook niet hebben gehad). Of je bent een natuurtalent.
Ik werk nu vier jaar als docent maatschappijleer. In het eerste jaar koste het me vier uur om van de tekst in het lesboek een vermakelijk, lopend verhaal te maken. Pakkende voorbeelden bedenken koste altijd de meeste hersenkronkels.
Jeemig, daar kon ik ‘s nachts nog van wakker leggen. Na vier jaar oefenen klagen mijn leerlingen nog steeds dat ik teveel aan het woord ben. Ze willen meer zelfstandig werken, wat vaak betekend: dan zijn wij aan het woord, met elkaar.. Maar het gaat me wel steeds beter af. Ik heb er nu ook vaak een videootje bij. En stel tijdens mijn verhaal ook steeds betere vragen.
Ik geef onderwijsvernieuwers maar het voordeel van de twijfel dat elke vernieuwing eerlijk een poging doet het onderwijs te verbeteren. Bedenk dan wel dat coach zijn minstens net zo moeilijk is als een goed verhaal vertellen (volgens de vereniging BON is het een post-HBO opleiding..). Een cursusje van een paar dagdelen voldoet dan niet.
zondag 18 februari 2007, 3:35 uur
NRC-Handelsblad is een discussie begonnen over onderwijs, in combinatie met een lezenswaardige discussieblog.
In het artikel van zaterdag komen leraren aan bod:
“De verschuiving van kennis naar het aanleren van meer vaardigheden beoordelen docenten zeker niet alleen negatief. „De aandacht voor spreekvaardigheid en presentatie was goed”, vindt Margot de Wit, docent Nederlands in Den Bosch en voorzitter van de sectie Nederlands van de vereniging Levende Talen. „Zeker voor vwo-leerlingen. Daar zaten veel nerds bij. Ze kunnen zich nu zóveel beter uiten.” ”
Dat leidt, zoals bekend, op tot leerlingen die niet weten wat de hoofdstad van Zweden is, maar er wel een mooie presentatie over kunnen houden.
Je kan in het onderwijs twee kanten op. Je kiest voor het ontwikkelen van de sterke kanten (talenten, in de weer actuele Tale Kanaäns) van leerlingen, of voor het opvijzelen van de vaardigheden waar ze geen aanleg voor hebben. Als je voor dat laatste kiest, moet je consequent zijn: stel dan ook voor de alfa-begaafden natuurkunde en wiskunde B verplicht.
Dat laatste zal niet gebeuren, dus waarom dan wel kinderen die geen aanleg hebben voor presentaties, googelen in groepjes, kleien of afwassen daarmee lastig vallen? Als de nerd later iets leuks bedenkt, is er ongetwijfeld wel een PR-functionaris of een marketing manager die het voor hem of haar presenteert en weet te verkopen.
Leve de nerds, koester ze, zou ik zeggen. Er is een groot maatschappelijk tekort aan nerds, en het wordt alleen maar erger. We hebben behoefte aan een kenniseconomie, niet een vaardighedeneconomie. De mogelijkheid om slimme Chinese nerds te importeren is ook al weer op zijn retour. De Chinezen hebben inmiddels zelf hele goede universiteiten.
Er is nog iets mis met die vaardigheden: ze worden niet geleerd, maar moeten spontaan zijn ontstaan. Bijvoorbeeld: na drie jaar middelbare school-onderbouw in Engels, met woordjes, kleine uitdrukkinkjes en onregelmatige werkwoorden moeten leerlingen ineens een tekst uit de Sunday Times kunnen lezen en begrijpen. Telt acht keer mee. En het nieuws van de BBC kunnen verstaan. Telt vier keer mee.
Wie wil dat een leerling dat kan moet eerst een leermethode bedenken. Dat is niet zo moeilijk. Neem lezen. Een aantal woordjes op een rijtje vormen een zin. Het lijkt gek, maar dat inzicht is op de middelbare scholen nog niet doorgedrongen. Vervolgens ga je die zin vertalen. Ook dat lijkt logisch, maar aan vertalen wordt niet meer gedaan. Als je een groot aantal zinnen achter elkaar hebt, en vertaalt, heb je een vertaalde tekst. Dan kan je vervolgens proberen de tekst te begrijpen. Het aanleren van deze tussenstappen kost tijd, die is er niet, en dus noemen we het kunnen lezen van een tekst geen kennis maar een vaardigheid.
En waarom is die tijd er niet? Urentekort, zeggen de leraren:
„Het is toch logisch dat er vakinhoud verdwijnt als je van zeven naar dertien examenvakken gaat?”
Niet helemaal. Het aantal examenvakken ging met de mammoet van zestien naar zeven, en pas daarna weer omhoog. En waardoor komt dan het urentekort? Door, wat ik met enige overdrijving, de Netelenbos-vakken zou willen noemen. Enorme verplichte tijdsbestedingen aan flauwekul die niet op middelbare scholen thuis hoort. Gymastiek, maatschappijleer, culturele en kunstzinnige vorming, techniek en verzorging, ze staan het aanleren van (echte) geschiedenis, muziek, Frans, vertalen en wiskunde in de weg.
Godzijdank heeft, blijkbaar, de recente leerlingenopstand de invoering van de ‘algemene natuurwetenschappen’ voorlopig verhinderd. Dat zou het definitieve einde van de Nederlandse nerd, en daarmee van de kenniseconomie hebben betekend.
Nogmaals: De raadselachtige vernieting van het onderwijs.
Zie voor links mijn website.
zondag 18 februari 2007, 4:14 uur
Na het lezen van al deze reacties trof mij nummer 37 (Toske) recht in het hart. Ergens heb ik het gevoel dat een van de centrale elementen in ons mens-zijn bestaat uit een drang naar nieuwe dingen, uitdaging en verandering/(vooruitgang?). Het steeds minder vragen van leerlingen/studenten (en het in feite ninder serieus nemen als mens) negeert dit.
In al mijn contacten met leerlingen als wiskunde leraar en bijlesleraar, met studenten, stagiaires, afstudeerders, promvendi en medewerkers als toegepast onderzoeker, met mijn kinderen en hun vriendjes en vriendinnen, met sporters als coach en trainer, met medewijkbewoners als wijkraadbestuurder heb ik altijd het gevoel dat ieder mens ‘verder’ wil en altijd, ieder zijn eigen manier, een drang of behoefte heeft om zich te ontwikkelen. Dat dit soms diep verstopt zit, of zwaar gefrustreerd is geraakt, door allerlei historiche redenen doet hier niet veel aan af.
Een belangrijk aspect was hier altijd bij dat het stellen van eisen of uitdagingen gewenst werd door het slachtoffer, alsmede begeleiding, sturing en morivatie door een te vertrouwen ‘role model’ bij het slechten van deze uitdaging. Het continue naar beneden bijstellen van normen en ‘debilisering’ middels geforceerd uit een aangenomen uniforme beleving van alle leerlingen werken staat hier haaks op.
Ook de ‘veronicasering’ van studierichtingen in HNO en WO (breder in plaats van dieper, sexier in plaats van degelijk, meer zwaar overlappende varianten en voor alles anders dan op het concurrerende instituut) werkt hier wat mij betreft niet aan mee. Ik kan persoonlijk niets met een projectteam van 4 generalisten die ‘zo goed elkaars taal kunnen spreken’. Om de job geklaard te krijgen heb ik meer aan 4 vakmensen met een bereidheid tot samenwerken.
Het zal wel vloeken in de kerk zijn, maar ik vrees ook met bange vreze voor de Technasium – euforie.
Weer worden (blijkt in mijn stad letterlijk pas na het lezen van de kleine lettertjes) harde ‘natuurkunde’-uren opgeofferd aan gezellige projecten (en Frans, maar ‘wie heeft dat nu nodig’), waar zich massaal jongens voor inschrijven die anders toch al met plezier de ‘harde’ natuurkunde-uren hadden gevolgd, zodat ze later beter in staat geweest waren dergelijke projecten in hun werkbare leven degelijk uit te voeren. Het beoogde doel van populariseren van de beta-richting onder meisjes wordt mijns inziens echt niet gestimuleerd door het aaibaar maken van betazaken. Meer verwacht ik van wetenschapscompetities en andere uitdagende beta belevenissen zoals die in de States populair zijn geworden door onder andere Dean Kamen (First). Kamen is hiermee ook uitgegroeid als role model van het statuur sportheld voor een flinke generatie jonge uitgedaagde kids. Ook meisjes willen uitgedaagd worden (lees: serieus genomen worden) en hebben baat bij een deskudig ‘role model’.
En hiermee raken we het laatste punt: een moderne doecnt moet niet anders zijn dan vroeger, maar meer. Hij moet zijn oude vakmanschap niet afleggen voor mentorschap, maar hij moet kunne coachen naast het zijn van vakinhoudelijk role model.
Kortom: het gemiddelde inhoudelijk niveau van docenten moet weer terug op peil, extra training van docenten als cosch/mentor is nodig en dus moeten ook de klassen kleiner. Er is geen denken aan dat een dovent kan coachen op het gewentse inhoudelijke niveau dat kinderen zal inspireren onder handhaving of vergroting van de huidige klassengroottes.
zondag 18 februari 2007, 12:21 uur
Leerlingen en studenten klagen over aantal en niveau van de lessen/colleges. Zou de ideologie van het z.g. nieuwe leren niet hebben bewerkstelligd dat intelligente jonge mensen in het te geven onderwijs al lang geen uitdaging meer zien? Immers, ze worden geacht de leerlingen te begeleiden, maar ze zijn intelligent genoeg om te weten dat van enig niveau in de praktijk niet veel terecht kan komen, gegeven de beschikbare financiën. En hoe mooi een verzorgend beroep ook is, in het onderwijs mag de behoefte aan intellectuele bagage niet worden gebagatelliseerd. Een pleidooi voor meer universitair gevormde leraren in het onderwijs heeft m.i. dan ook weinig zin.
zondag 18 februari 2007, 13:24 uur
zondag 18 febr.
Ik zou leraren zoals Harm Houwing een hart onder de riem willen steken:Houd vol en verlaat je koers niet.Er komt maatschappelijk in Nederland steeds meer steun.
Dit blijkt mijns inziens ook uit de NRC discussie.Daarvoor is nodig dat leraren die hun vak met overtuiging hebben gekozen en uitoefenen enerzijds hun terechte eis om kwaliteit te leveren behouden en anderzijds de nieuwe eisen die aan leerlingen gesteld worden in hun lessen inbrengen.
Een geweldig goede suggestie vind ik om oudere zeer goede leerlingen bij het onderwijs te betrekken.Dat helpt in het tekort en deze leerlingen verstaan de taal van de leerlingen die iets jonger zijn.Een systeem dat in de Technische Universiteiten al jaren bestaat.
Ik hoop vurig dat het nieuwe kabinet zich zorgen maakt over het niveau van onze jongeren die straks moeten gaan werken.Laat mensen als Harm Houwing ook de vakinhoud niet “behouden”,maar “op kwaliteit houden voor de toekomst”.
Zoniet,dan keert de wal het schip en zal er sprake zijn van een lost generation, die niet kan voldoen aan de eisen,die welke baan dan ook, aan hen stelt.
Volgens Jan Schaeffer kun je in gelul niet wonen,maar ook met een vlotte presentatie krijg je de stenen niet op elkaar.
zondag 18 februari 2007, 13:37 uur
Het nieuwe leren is zo nieuw nog niet. Alles draaid om verantwoordelijkheid. Nu, en we leven NU, dit een belangrijker gegeven. Vroeger(lang geleden?)was het vanzelfsprekender, invloeden van buitenaf motiveerde het zelf verantwoordelijk zijn. Het onderwijs leert het ons af. Ik zie nu nog steeds de gymdocenten de banken klaarzetten terwijl de leerlingen wachten langs de zijlijn van het sportlokaal. Waarom niet laten helpen klaar zetten? Verantwoording geven? waarom niet verantwoording geven over het resultaat van de lessen ? De docent van nu (algehele klacht) ik lijk wel een oppasser af en toe. Sorry, zelf gecreeerd heren en dames docenten, neem verantwoording geef onderwijs en ga mee met het zogenoemde nieuwe leren. Maak de leerlingen bewust van het resultaat dat ze willen behalen, maak de leerlingen weer verantwoordelijk, hoe jong dan ook. Laat ze vooral hun eigen voorbeeld zijn.
Zij willen slagen in het leven, jij bent het al? Onderwijs, neem verantwoording en verander mee met de tijd, schoolmeesters, sorry, een uitgestorven beroep aan het worden. Wordt coach en geniet van de mogelijkheden mensen die richting te geven die hen leidt naar hun doel.
Geef de ruimte aan het nieuwe leren, geef jezelf eens een nieuwe kans. O, ja als je echt gelukkig bent met het systeem van nu. Vooral niet veranderen, dat doet de omgeving om je heen wel voor je. Mijn inzien liggen er juist nu, internet, enz… kansen die onmetelijk groot zijn, je moet het even zien, maar dan… gaat er een wereld voor je open, een van vrijheid, een van geluk, docenten pak je ruimte en ga weer LEREN, neem verantwoording..
zondag 18 februari 2007, 15:06 uur
Kennis is een conditio sine qua non wil men over zaken nadenken, over zaken praten, onderwerpen presenteren of wat dan ook. Een uitbreiding van het vakkenpakket die ten koste gaat van vakken leidt automatisch tot minder kennis van zaken en dus ook tot minder niveau.
Als men dan ook nog het denken over verbeteren van onderwijs kamerbreed misbruikt om op onderwijs te bezuinigen, moet men nu niet komen jammeren dat het allemaal zo slecht gaat.
Kamerbreed heeft men daar willens en wetens voor gekozen. Los van de wijze waarop men onderwijs geeft past hier een mea culpa van de politiek richting ouders, leerlingen en niet in de laatste plaats de onderwijsgevenden.
Toch zijn er nog steeds mensen (bijvoorbeeld D. Terpstra van de HBO-Raad) die het onderwijs zoals dat op dit moment gegeven wordt (veel vakken en weinig uren, schrappen wat als moeilijk wordt ervaren, vakken opdelen, aanpassing van de normeringen aan het gemiddeld niveau van dat moment) verdedigen met de mededeling dat we internationaal de toets der vergelijking nog kunnen doorstaan. We zijn, met instemmend geknik van de politici, gespeend van elke kennis van dan wel affiniteit met onderwijs, afgegleden naar een soort internationaal gemiddelde, een gemiddelde dat niet bestaat, maar dat ze zelf hebben bedacht om het land gerust te stellen. Colijn herleeft anno 2007: slaap gerust, uw regering waakt!!
Is het u ook opgevallen dat we op vrijwel alle gebied nog weinig aan de weg timmeren en steeds meer aangewezen zijn op ontwikkelingen in het buitenland? We krijgen geen Nobelprijzen meer! Nederland was ooit trots op gemiddeld niveau van de MVT. Een buitenlander kon vrijwel altijd te woord gestaan worden. De zelfredzaamheid van de Nederlander in het buitenland was algemeen erkend en gekend. Tegenwoordig kan de jongere generatie nauwelijks een brood kopen zonder de “taalgids voor de vakantie” te gebruiken. Ze kunnen wel een rollenspel spelen over het kopen van brood op vakantie op school, in het Nederlands want dat andere is te moeilijk. School moet leuk blijven!
We dreigen een land geworden van verkopers, handelaars van zaken waarvan we zelf niet goed weten wat het is, maar het verkoopt goed. Gelukkig, dan kunnen we ook nog wat verdienen. Wat als men niet meer bij ons wil kopen?
Kennis is niet alleen macht, maar ook een conditio sine qua non al het andere mogelijk blijft.
zondag 18 februari 2007, 16:09 uur
Zelf ben ik leerling VWO-5. Als ik alle reacties lees sta ik er een beetje versteld van hoe het merendeel over het nieuwe leren denk. Hoewel het voorgeschreven staat dat leerlingen meer vrijheid door het nieuwe leren moeten hebben, is mijn eigen ervaring dat 75% van alle leraren zich hier niks van aantrekt. (Ik denk dat ik me hierbij nog voorzichtig uitdruk). Leraren met ervaring weten zelf wat het beste werkt en passen zich hieraan aan. Dat noem ik nu goede leraren. De mensen die dergelijke regels opstellen weten niet hoe iets in de praktijk werkt, wat naar mijn idee vaak zo is bij mensen die regels op mogen stellen. Althans dat is mijn ervaring.
zondag 18 februari 2007, 18:03 uur
Als eindexamenkandidaat VWO (N&G) en geslaagd Havo’er,
vind ik dat zelfstandig werken niet werkt!
Hoe vaak worden lessen gecontroleerd? Leraren die geen huiswerk hoeven opgeven, maar alleen vragen moeten bespreken. En wat te doen als er geen vragen zijn? Dan is het een gezellig uurtje praten.
Uit 14 vakken bestaat straks mijn diploma en het aantal verplicht uren les die hiervoor zijn gegeven zijn diep triest.
Ook het aantal bijles uren dat de toekomstige studenten volgen, is ontzettend hoog. Wat zegt dat?
zondag 18 februari 2007, 19:22 uur
“Het nieuwe leren” .. Maak een boot! Hoe? Zoek het uit.. Je geeft ll. dus niet de gereedschappen. Ik ben er niet voor om het eind product voor te schrijven. Maar het proces er naar toe mag je best beschrijven.
zondag 18 februari 2007, 20:58 uur
Waar veel mensen aan voorbij gaan is dat het er niet alleen om gaat dat je veel kennis hebt, maar ook dat je wordt uitgedaagd veel te leren. Een naief iemand denkt dat als je de spelling makkelijker maakt, leerlingen beter gaan spellen, maar het omgekeerde is het geval. Hoe moeilijker de spelling, hoe meer kinderen daardoor van taal leren en hoe meer ze aan het eind van hun schooltijd weten.
Leerlingen moeten moeite hebben met school, dat is een teken dat ze maximaal leren naar hun kunnen. In het huidige uitgenivelleerde schoolsysteem leert de helft van de leerlingen niks omdat het te makkelijk is voor ze, en de handere helft leert niks omdat het te moeilijk is.
Het samenvoegen van scholen is ook al zoiets. Hoe groter de scholen, hoe meer overhead en hoe minder leraren les geven. Laat leerkrachten weer 100% van hun tijd les geven, op kleinere scholen met meer diversificatie en meer betrokkenheid van zowel leerkrachten als leerlingen.
zondag 18 februari 2007, 21:18 uur
Iedereen heeft verstand van voetbal want iedereen heeft wel eens iemand een balletje zien trappen.
Iedereen heeft verstand van onderwijs, want bijna iedereen heeft onderwijs gehad.
Je kunt best een mening hebben zonder dat je een mening hebt gevormd.
Voetbal is oorlog en daarom is het nu oorlog in het onderwijs.
maandag 19 februari 2007, 13:02 uur
In Amerika is de trend begonnen van het zogenaamde ‘homeschooling’. ‘Vaardigheden’ gaan hier van moeder op dochter of van vader of zoon. Dat laatste zou tot daar aan toe zijn, ware het niet dat het wetenschappelijk onderwijs en de mensen die wetenschappelijk onderwijs hebben genoten ronduit belachelijk worden gemaakt omdat de vaardigheden van de ouders blijkbaar niet kunnen opwegen tegen hetgeen het officiële onderwijs te bieden heeft.
Een oorlog van religieuze fundamentalisten tegen de wetenschap lijkt uitgebroken.
Het één en ander was te zien in een uitzending van Tegenlicht.
http://www.vpro.nl/programma/tegenlicht/afleveringen/33054884/
De video is daar nog te bekijken. Ik vind het een huiveringwekkende ontwikkeling. Gaat men in Nederland een dergelijke trend volgen?
maandag 19 februari 2007, 13:18 uur
Als hoogleraar valt het me de laatste jaren op dat een groot aantal studenten vlak voor hun afstuderen zonder gene ‘a.a = 2a’ of ’1/2 + 1/3 = 1/5′ opschrijven. Bij taal- en sociale vaardigheid treft ik vaak soortgelijke fouten aan. Een email met de tekst “Hallo wanneer is het tentame” is heel gebruikelijk voor een persoon die zich een jaar later ‘master’ mag noemen. Omdat dit een relatief nieuw verschijnsel is neem ik aan dat dat het effect van onderwijsvernieuwingen is. Men is kennelijk zowel in haar vormende als haar opvoedende taak tekort geschoten. Ik neig tot de voorzichtige conclusie dat die vernieuwingen het onderwijs geen goed hebben gedaan.
maandag 19 februari 2007, 16:15 uur
Bedenkers en adviseurs hebben zich onmisbaar gemaakt.
Onzin om te denken dat onderwijs zo slecht was; zelfs dan zou er geen reden zijn veel overboord te gooien
Uitdagingen worden verminderd, “het moet leuk zijn”, maar dat kan juist ook met behoud van uitdagingen
Wat ik al decennia mis zijn twee zaken
1. onderzoek naar zwakke plekken en daar iets aan doen, dus ook in investeren
2. docenten helpen in hun lestaak en feed-back geven, dus ook daarin investeren; nu “mag de docent veel zelf uitzoeken en bedenken”
Niveauverlaging is onmiskenbaar en wat een smoezen erbij worden gehaald om de nieuwigheden en “adviezen” ingevoerd te krijgen, zeg maar door de strot te duwen
Als economie-docent pleit ik voor herinvoering van artistiek-creatieve vakken (naast de zopas ingevoerde communicatief-creatieve) en vooral ook sport en teambuilding voor leerlingen en voor leraren
Uit de VS kunnen we leren dat sport in vele opzichten van belang is.
Investeren is kost weliswaar aanvankelijk geld hoor, maar dit wordt terugverdiend
Thomas Schure
maandag 19 februari 2007, 16:35 uur
Deze mail kreeg ik laatst binnen n.a.v. een advertentie die ik op marktplaats had gezet: “Ik zou graag willen weten wat U voor die webcam zou willen hebben ,er doet zich niets op markplaats dus ik denk invormeer eens dan kan ik kijkken na een andere. Meschien is dit iets duidelijker graag een reactie. De groetjes”
Laten we vooral onze pubers zelf laten bepalen hoe ze moeten spellen!
maandag 19 februari 2007, 16:58 uur
Ik kan het lang of kort houden, maar ik vind dit wederom een verkapte onderwijsbezuiniging. Vakinhoudelijke kennis verdwijnt naar de achtergrond en zal het niveau van leerlingen en studenten niet ten goede komen en uiteindelijk zal het bedrijfsleven hierover gaan protesteren.
maandag 19 februari 2007, 17:14 uur
Citaat van raisa: “De huidige stand van zaken: Voor de huidige VWO-leerling is een MAVO-examen van pakweg 10 jaar geleden van menig vak te moeilijk.”
Ik weet niet waar u zich op baseert, maar de laatste keer dat ik (een vwo-leerling) een mavo examen van 1997 heb gemaakt was in de derde klas, wat gedaan wordt omdat het behalen van het jaar vwo-3 gelijk staat aan een vmbo diploma. Ik kan me niet herinneren dat daar grote problemen mee waren. Zó slecht is het gelukkig nog niet gesteld met het onderwijs.
maandag 19 februari 2007, 19:22 uur
Ik kan helaas uit eigen ervaring vertellen dat sommige scholen het onwijs slecht aanpakken. Ik doe vormgeven op het DaVinci College en ik leer niks! Ik moet zelf a/h begin van het jaar gaan bedenken wat ik later moet kunnen en moet dan alles erbij gaan zoeken. De docenten weten niet eens waar het over gaat. Mijn ouders hebben al geklaagd maar het helpt niets. Dan moet je maar een andere school zoeken zeggen ze. Zodra het kan stap ik over naar het grafisch lyceum. Maar dan heb ik al veel tijd verspild.
maandag 19 februari 2007, 22:10 uur
Na jaren lang gelezen te hebben over ‘onderwijs verbetering’ ben ik tot de
conclusie gekomendat het onderwijs zo langzamerhand onverbeterlijk is.
maandag 19 februari 2007, 22:31 uur
Ik zie met grote verbazing de uitslag van de enquete over ‘het nieuwe leren’: hoe is het mogelijk dat zoveel mensen daar voor zouden zijn, terwijl ik in de reacties alleen maar bijtende spot over de intellectuele verloedering van ons land aantref? en die enkele voorstander kan men ook onmiddellijk detecteren aan de vele spelfouten in de gegeven reactie….Hoe dan ook: ‘het nieuwe leren’ is geen leren, maar een angstaanjagende valkuil voor de intellectuele toekomst van onze natie. Ik heb mijn zoon zelf de grammaticaregels geleerd, omdat dat op school nauwelijks bleek te gebeuren. Ik heb als overblijfvader soms se moed gevat om evidente taalfouten van juf op het bord even te omcirkelen met een vraagtekentje er bij. Ik werd daar ook wel verdrietig van. Maar ik vrees dat enkele contribuanten aan deze discussie geheel gelijk hebben: de gang van zaken in het onderwijs is symptomatisch voor een morele en mentale verwording van de samenleving en dus van de opvoeding. Kwaliteit in gedrag, in moraal, studie en levenshouding is zo langzamerhand elitair aan het worden en een schaars goed.
maandag 19 februari 2007, 22:45 uur
Laten we een deel van het extra geld voor onderwijs besteden aan het afvloeien van beleidsambtenaren op het ministerie. Het onderwijs is als een mammoettanker. Het duurt jaren voordat de gevolgen van wijzigingen in de aanpak naar boven komen. Daarom moet er behoedzaam (bij)gestuurd worden met het onderwijssysteem. We zouden goed opgeleide leerkrachten de kans moeten geven het systeem fijn te slijpen binnen zijn marges. De rest van het extra geld, plus de besparingen op alle adviesburos voor het invoeren van nieuwe methodes, kunnen we besteden aan kleinere klassen, ofwel meer individuele aandacht voor de leerlingen. Als we scholen dan nog de kans geven op eigen wijze uitvoering te geven aan het systeem (meer eigen verantwoordelijkheid bij de leerlingen of juist meer begeleiding/discipline) dan kunnen wij als ouders wel kiezen wat bij onze kinderen past.
Mijn keuze zou dan zijn voor een school met ervaring en voldoende begeleiding. Ik betaal onder meer belasting voor goed onderwijs voor mijn kinderen en niet om ‘savonds zelf nog bijles te moeten geven omdat de school zijn werk niet doet.
maandag 19 februari 2007, 22:50 uur
Als docent in het havo/vwo heb ik de laatste jaren allerlei onderwijsvernieuwingen aan mij voorbij zien trekken. de leerlingen kiezen op onze school elk jaar de beste docent. Die docent staat volgens de leerlingen garant voor goed voorbereide lessen, orde in de klas en is een beetje saai. Leerlingen hebben de indruk dat ze bij die docent het meeste “waar voor hun geld” krijgen. Zolang scholen niet zelf diplomas mogen uitgeven regeert het Cito.
De PvdA heeft, door de jaren heen zich enorm in negative zin met het onderwijs bemoeid, (wet HOS die docenten alle kans op een carrière ontnam, basisvorming, studiehuis en de vmbo)nu hebben ze de kans om het allemaal goed te gaan maken. Alleen de staatsecretaris heeft zelf haar opleiding niet afgemaakt…..wat een voorbeeld.
dinsdag 20 februari 2007, 12:13 uur
Antwoord aan raisa:
U dekt zich wel mooi in; “Er staat namelijk “menig vak” en niet “ieder vak”.”
Maar ik moet me toch aansluiten bij Toske Andreoli, in de derde klas van het VWO moesten wij voor menig vak MAVO examens maken en dit ging ons echt gemakkelijk af. Ik ben ook van mening dat het onderwijs op dit moment idioot in elkaar zit maar het argument dat VWO-leerlingen niet eens in staat zijn MAVO examens te maken is toch echt nergens op gebaseerd, zelfs uw 25 jaar ervaring is niet ondersteunend genoeg.
dinsdag 20 februari 2007, 13:56 uur
Lees ik dit goed ?
“Uitslag stelling: 83 procent vindt het nieuwe leren een zegen voor leerlingen. (322 stemmen) ”
????
dinsdag 20 februari 2007, 14:47 uur
Ik ben een relatief jonge biologiedocent, die, naast het gebruik van moderne middelen, niet vies is van het regelmatig gebruiken van “ouderwetse” technieken. Daarom kan ik het niet laten om het “ouderwetse” rode “potlood” eens digitaal (lees: met behulp van Photoshop) ter hand te nemen om de basis van het probleem van het nieuwe leren aan te geven.
Daarvoor leent de bijdrage van Koos van Raalte, een kennelijk wat rigide voorstander van het nieuwe leren, zich uitstekend. Zijn bijdrage is doorspekt van spellingsfouten en een verkeerd gebruik van spaties, interpunctie en hoofdletters. Dat schreeuwt om een “ouderwetse” correctie.
Als het een “ouderwets” dictee zou zijn, zou het er zo uitzien:
http://corbulocollege.nl/kwaliteit/DiscussieNieuweLeren.gif
Wat moet ik hier nog aan toevoegen? Is dat dan het resultaat van het nieuwe leren? Sommige “ouderwetse” methoden zijn gewoon uiterst efficiënt om een bepaalde basis te leggen, zoals de beheersing van een correcte spelling, maar sluiten niet meteen moderne methoden uit. De waarheid ligt, zoals altijd, ergens in het midden: wees niet vies van ouderwetse technieken en schuw de moderne ook niet. Combineer ze gewoon, dan haal je de beste en meest efficiënte resultaten.
dinsdag 20 februari 2007, 16:21 uur
De wijze waarop de discussie hier en in de krant gevoerd wordt verbaast me. Het ´oude´ en het ´nieuwe´ leren worden gepresenteerd als de enige twee mogelijkheden (bovendien zijn beide mogelijkheden niet zo eenduidig als weleens gepresenteerd wordt). Bovendien mis ik in de discussie de achtergronden van bepaalde onderwijsvisies. We kiezen tenslotte voor een bepaalde manier van lesgeven vanuit principes die de school / samenleving / ouders dragen.
Bovendien halen we in de discussie de wijze van invoeren van de onderwijsverandering en de onderwijsverandering zelf door elkaar. Dat een nieuwe lesmethode niet juist is ingevoerd wil niet zeggen dat de lesmethode zelf opzich geen verbetering is.
dinsdag 20 februari 2007, 17:19 uur
Eenenzeventig reacties heb ik gezien. Slechts één heeft de kern van het probleem: de reactie met nummer 53 van Henny Jellema. Ik wil er het volgende aan toevoegen. Wanneer het gaat om vaardigheden moet de leerkracht meer doen dan beoordelen en feedback geven. Hij of zij moet de leerling opdragen het werk vanuit de beoordeling te verbeteren en aan te vullen. Anders neemt de leerling uit beleefdheid de beoordeling voor kennisgeving aan, en beklijft de aan te leren vaardigheid niet. De leerling moet leren door te doen. Vervolgens moet de leerkracht de verbeterde versie nakijken, en misschien nog daarop volgende versies, totdat het werk in orde is. De onderwijsideologie doet er hierbij niet toe. Het gaat om noeste, eentonige arbeid, die weinig flitsend is en veel geld (arbeidsuren) kost. Daarom hoor je hier noch onderwijskundigen, noch politici noch docenten over.
Paul de Jong, leraar Nederlands (taalvaardigheid en een beetje letterkunde)
dinsdag 20 februari 2007, 18:34 uur
Het nieuwe leren is een vreselijk geloof dat iedereen door de strot wordt geduwd
Je leert pas kritisch denken wanneer je informatie kunt ordenen, plaatsen en zin van onzin weet te onderscheiden. Dat leer je door kennis te hebben van de inhoud en daar helpen geen trucjes en handigheidjes bij die je ook thuis in je vrije tijd jezelf kunt aanleren. Hoe kan je nu zelf iets uitzoeken als je nergens van weet?
Wat ook niet onderschat moet worden is de ‘vaardigheid’ an sich van het leren. De discipline om je langer te kunnen concentreren, iets door te nemen en het te herhalen totdat je het weet en begrijpt is een van de belangrijkste die een leerling op de middelbare school opdoet. Deze ‘vaardigheid’ wordt ondergesneeuwd in het nieuwe leren.
In het buitenland, van Belgie tot Duitsland en Engeland wordt hier wel veel aandacht aan besteed. Als leerlingen die zijn opgeleid in het nieuwe leren in het buitenland willen gaan studeren zijn ze totaal niet voorbereid op de vaardigheid van het leren zelf. Het je kennis eigen maken.
Ouders willen dat hun kinderen goed zijn voorbereid op hun vervolgopleiding en hun werkzame leven erna. Met een cursus Word, Powerpoint en Excel hebben intelligente leerlingen de competenties waar het bedrijfsleven op zit te wachten. En dan ook nog verstand van zaken!
Voor mijn dochter moet ik een middelbare school kiezen. Wat ik tijdens voorlichtingsdagen om mij heen hoor is de vraag van ouders naar een goede school voor hun kinderen waar ze gedegen onderwijs krijgen. Ouders vragen tijdens de voorlichting gericht aan docenten of ze niet met het nieuwe leren aan de gang zijn. Ik ben zelf een ouder die het beste wil voor haar kinderen en dat is in mijn ogen niet het nieuwe leren. Wat moet je straks op de universiteit wanneer je als VWO leerling onvoldoende kennis in je bagage hebt maar je wel allerlei vaardigheden, competenties en andere trucjes en disciplines hebt aangeleerd?
dinsdag 20 februari 2007, 19:57 uur
Ook ik kan mij goeddeels vinden in de reactie van Lau Kanen. Voor praktijkgericht onderwijs is het aanleren van vaardigheden per definitie een goede zaak. Jammer vind ik het dat er een arbitrair onderscheid wordt gemaakt tussen het aanleren van vaardigheden en het opnemen van kennis. Leren denken bijvoorbeeld. Waar valt dat onder? Het lijkt alsof dit een vaardigheid is die je in het onderwijs niet leert. Ook jammer van het nieuwe leren is dat de ervaringen die leerlingen er tot nu toe mee hebben opgedaan niet serieus worden genomen door de voorstanders. Ik herinner me een ‘Rondom Tien’ van ongeveer een half jaar geleden waar leerlingen zaten die actie voerden om onderwijs te mogen ontvangen van een docent. Klinkt erg vanzelfsprekend voor de ouderen onder ons maar deze leerlingen mochten het op school voor 99% zelf uitzoeken. Ze waren ten einde raad. Welbeschouwd is deze vorm van onderwijs een volgende fase in de culturele aftakeling. Leerlingen aan elkaar en aan de computer overleveren is in het gunstigste geval een zwaktebod. In een erger geval is het cynisme. Degenen die in hun middelbare schooltijd een of meerdere leraren hebben gehad die enthousiasme voor hun vak wisten over te brengen op hun leerlingen weten dat klassikaal onderwijs van zo’n leraar voor een opgroeiend mens even onmisbaar is als water voor planten. In de overdracht van kennis door een docent op leerlingen gebeurt iets dat onvervangbaar is. Omdat met die kennisoverdracht onder andere het morele gehalte, het gewicht, het belang, in het beste geval de liefde voor het onderwerp bestanddeel vormen van de communicatie. Heel iets anders dus dan via Google wat teksten oproepen en al of niet samen met je medeleerlingen de zoveelste skriptie maken.
dinsdag 20 februari 2007, 20:46 uur
Waarom toch wordt het debat voor / tegen het zogenaamde nieuwe leren zo scherp, zo ideologisch gevoerd? Het mag zijn dat de voorstanders van vernieuwing minder wetenschappelijk c.q. meer politiek gedreven zijn dan zij wensen toe te geven. Maar dat geldt evengoed voor de tegenstanders van ´edutainment´: alleen door beter -klassikaal- onderwijs kan de verloedering van onze samenleving en halt worden toegeroepen… Waar de ´nieuwe leerders´ soms inderdaad teveel verwachten van de intrinsieke motivatie van kinderen, dichten hun tegenstanders de school een macht toe die zij sowieso maar heel beperkt, door concurrentie op de ´kennismarkt´ook steeds minder bezit.
Onderwijs is een complexe praktijk, die niet of maar heel beperkt in theorieèn te vangen is. Voor de echte experts – de docenten- is het debat zoals dat tot dusverre is gevoerd daarom ook niet bijzonder relevant. Afhankelijk van de klas, het weer, m´n humeur, de tijd om voor te bereiden geef ik nu eens ´nieuw´ en dan weer eens ´oud´ les. Voor sommige leerlingen werkt namelijk het ene soms wel, voor anderen het andere vaak ook. En gelukkig heb ik ook zelf, op basis van mijn inzicht en expertise, in de lijn ook met de mens die ik ben, de vrijheid soms te kiezen…
Niemand, noch de onderwijskundigeen, noch de BON en ook zeker de inspectie niet, heeft de waarheid in pacht. Goddank behelst de befaamde ´vrijheid van onderwijs´ in Nederland niet alleen de richting maar ook de inrichting ervan: geef scholen, geef hun personeel de ruimte te doen wat en hoe hen dat goeddunkt – oud leren, nieuw leren, een of andere creatieve mix. Geef goed opgeleide en -wie weet- goed betaalde professionals het vertrouwen dat zij dat efficient op hun doelgroepen af kunnen stemmen. Dan kunnen de deskundologen en alle anderen hun energieèn verder richten op de dingen die er wel echt toe doen – de schrikbarende uitval, bijvoorbeeld, uit VMBO en MBO, en de gedurige reproductie van een allochtone onderklasse, de schandalige effecten van Artikel 23….
dinsdag 20 februari 2007, 21:32 uur
Het Nieuwe Leren? Ik houd me maar vast aan de gevleugelde woorden van Arthur Schopenhauer: ‘Het nieuwe is slechts zelden goed, omdat het goede slechts zelden nieuw is.’
dinsdag 20 februari 2007, 22:19 uur
Onderwijs is volgens van Dale:het systematisch overbrengen van kennis en kunde. Het nieuwe leren is dus per definitie geen onderwijs. De invoering is een dankbaar werkgelegenheidsproject voor verwarde onderwijskundigen. Daarvan hebben we er te veel. Daarnaast een bezuinigingsmaatregel waar MBO en HBO maar al te graag ( soms noodgedwongen )gebruik van maken. Leren kost veel inspanning, kan niet overgelaten worden aan de zelfstandigheid van de leerling en behoort meer te bieden dan praktijkgerichtheid. Dat betekent niet dat alle tegenstanders van het nieuwe leren terug willen naar het klassikale onderwijs van veertig jaar geleden.
woensdag 21 februari 2007, 9:27 uur
Toen het nieuwe leren werd ingevoerd was ik, na de nodige jaren werkzaam te zijn geweest in het onderwijs (VHMO)allang met pensioen en toen ik er voor het eerst van hoorde wist ik binnen tien seconden (en nu overdrijf ik niet) dat dit op een enorme mislukking zou uitlopen en dat weer eens de nodige miljoenen over de balk gegooid zouden worden. Ik ben het volkomen eens met Alderik Visser, N.Anderson, Lisette de Jongh en alle anderen die een soortgelijke mening zijn toegedaan.Wij zouden al een heel eind op weg naar verbetering zijn als leraren zouden mogen lesgeven zoals zij denken dat het moet en als de ambtenaren op het Ministerie van Onderwijs, die geen idee schijnen te hebben van wat lesgeven nu eigenlijk inhoudt, zich daar ook niet mee zouden willen bemoeien.
woensdag 21 februari 2007, 12:11 uur
Onderwijs heeft tot taak om kennis over te dragen. Het Be-
hoort tot de taak van de ouders in het gezin de kinderen
sociaal vaardig te maken en dat kan alleen met een door
veel liefde gedragen consquente opvoeding mee te geven,
Geef in godsnaam de leraar zijn ouderwetse taak terug en
laat hij les kunnen geven zonder inmenging van management-
lagen op mammoetscholen.Weg met mammoets en terug naar
kleinschalige scholen met strenge leraren die
volledig hun uren kunnen geven.
woensdag 21 februari 2007, 20:54 uur
ik ben zelf een leerling op HAVO bij ons op school blijven de laatste jaren meer mensen dan ooit te voren zitten. zelf ben ik ook blijven zitten omdat ik gewoonweg niks deed. het probleem is ook dat het gewoon heel makkenlijk. in plaats van lesuren plannen ze zogenaamde werkuren in deze uren moet je zelfstandig aan iets werken. ik denk dat er maar weinig mensen die echt wat doen in die uren. het makkenlijk om daar weg te blijven dus meestal gaan de meeste ook niet. ik vind dat we terug moeten gaan naar het ouden leren.
donderdag 22 februari 2007, 2:32 uur
In onze tijd waren er geen “keuzevakken”. Er was gewoon geen “keuze”. Duits, Engels en Frans waren verplicht. Nederlands ook trouwens.
Nederlands lijkt nu niet meer verplicht te zijn, gezien de vele taalfouten die overal gemaakt worden.
Om maar niet te spreken van het onbeholpen gestuntel als er wisselgeld teruggegeven moet worden in de supermarkt.
donderdag 22 februari 2007, 20:27 uur
Inhoudelijke reacties van deskundigen gelezen. Mijn dank, het onderwerp wordt me duidelijker. Ik ontmoet de ‘kinderen/leerlingen’ op straat en in het parkje achter mijn huis. Daar roken ze samen hun hasjies. Ze spreken af via SMS, een telefoonberichtje. Ze komen van verschillende scholen uit de buurt. Eén meisje is van alle scholen af en doet thuis iets van het LOI..mode-ontwerp. De jongens en andere meisjes zijn van VMBO tot Atheneum. Er zijn veel tussenuren, ik zie ze vaak samen ‘bankje hangen’. Ze komen zelf met een gespreksonderwerp. “Hoe kan dat nou, man, die hond is de zoon van die ouwe en toch bespringtie der. A bah.” Na een ruim half uurtje wisselwerking hadden we samen het oij-die-hond-complex uitgevonden. Van Herodotos, via penveer, gehoorzaamheid en boekdrukkunst tot het hier en nu. “Ik heb meer geleerd van dit gesprekje, dan van een hele week school.”
Jammer, hartstikke jammer, maar dat jongetje meldde het toch maar even. Waar is de zin om onze kinderen bij de hand te nemen en in de geest tuin van onze cultuur rond te leiden? Ze willen wel, ze kunnen wel, en wij? Willen en kunnen wij het ook? Gooi die troep van regels en pegels toch ver van je af en herneem je recht om via wisselwerken te geven. Doe het gewoon, docent. Doceer docent. Een mama.
vrijdag 23 februari 2007, 11:33 uur
Ik heb naar aanleiding van de discussie hier een bijdrage geschreven met als titel: De dagelijks praktijk in het huidige onderwijs; oorzaak en gevolg
Is Het Nieuwe Leren een vloek of een zegen? De titel van de discussie geëntameerd door NRC Handelsblad doet vermoeden dat je of tegen het Nieuwe Leren dient te zijn of er voor?Ik bewandel er toch een middenweg in. Ik ben meer dan 25 jaar als historicus werkzaam op een Vwo/Havo school en doceer zowel in de onderbouw als bovenbouw inclusief eindexamenklassen. Ik spreek dus vanuit mijn eigen ervaring als geschiedenisdocent. Maar ook als oud voorzitter van de GMR van Ons Middelbaar Onderwijs. Het is goed in de discussie eerst duidelijk te maken waar we eigenlijk over praten. Er lopen wat dat betreft eigenlijk drie zaken door elkaar heen. Zie voor mijn uiteenzetting: De dagelijkse praktijk in het huidige onderwijs; Oorzaak en gevolg. Zie voor de tekst: http://www.blikopdewereld.nl/Onderwijs/de_dagelijkse_praktijk_in_het_huidige%20onderwijs.htm zie ook De Staat van het Onderwijs: http://www.blikopdewereld.nl/Onderwijs/inhoudsopgave%20Staat%20van%20het.htm
vrijdag 23 februari 2007, 12:00 uur
Wat is dit een ongelofelijke discussie. Iedereen weet het altijd beter en niemand luistert naar elkaar. En dat terwijl het zo simpel is. Je hebt goede docenten en slechte docenten. Goede docenten geven goed les, en slechte docenten geven slecht les. De slechte docenten zijn al eeuwen in de meerderheid. Daar kun je niets aan doen. Lesgeven kun je leren, maar dat is een lang proces van vallen en opstaan en het kan niet zonder talent. De lerarenopleiding kan niet beter, omdat het vak niet via lessen kan worden aangeleerd. Het onderwijssysteem (welke dit ook is) frustreert en verlengt het toch al moeilijke leerproces. Iedere docent ontwikkelt uiteindelijk toch zijn eigen stijl, die het beste bij hem past. Er zit dus maar één ding op. We moeten het onderwijs aan de docenten overlaten en op de koop toenemen dat onze kinderen aan een groep merendeels idioten wordt overgeleverd. LANG LEVE DIE ENE DOCENT, die we allemaal gehad hebben en waar we nog steeds aan terug denken.
Met groet,
Robin Mobron (docent middelbaar onderwijs)
vrijdag 23 februari 2007, 20:11 uur
Deze leerstijl is vooral populair binnen het VMBO, opzich is dit een goede methode voor de leerlingen die het niveau Theoretisch volgen. Deze staat gelijk aan de oude mavo/deels havo. Deze leerlingen zijn in staat zelf informatie te vergaren om over de nodige kennis te beschikken die vereist is voor de toetsen.
Maar wanneer we het hebben over de groep Kader tot Gemend Theoretisch moeten we ons afvragen of dit de juiste leermethode is. Als student weet ik van mijzelf dat ik meer heb aan colleges gelijk aan lessen dan dat ik het gros van de kennis zelfstandig moet vergaren. Ik pleit voor een differentiatie binnen het VMBO, deels zelfstandigleren en deels klassikale lessen.
Wat nu ook veel voorkomt is dat de oude Mavo weer wordt ingevoerd waardoor het VMBO probleem meteen opgelost is voor die scholen. Dit gebeurt op het Bogerman in Sneek, wellicht zullen meer scholen volgen in de toekomst.
Ik ben blij met mijn middelbare schooltijd, gelukkig was het toen nog lekker ouderwets, ook al is dat nog maar 3 jaar geleden.
Ik wens de beleidsmakers van het ministerie voor Onderwijs veel wijsheid toe!!!
zaterdag 24 februari 2007, 19:39 uur
Geachte hr/mw ymz37 (zaterdag 17 februari 2007, 23:09 uur ),
Hoe komt u, of hoe komen leerlingen, aan p=E/c? Dan moet men toch al het een en ander weten van de relativiteitstheorie (o.a. E=mc^2). Dus wat leren leerlingen hier precies?
zondag 25 februari 2007, 18:16 uur
Waarom zouden hoogbegaafden wel zelfstandig kunnen leren en 14-jarigen die niet hoogbegaafd zijn niet?
maandag 26 februari 2007, 14:17 uur
Geachte medebelangstellenden,
het doel van communicatie is volgens mij het overbrengen van een boodschap, zonder ruis van a naar b. Ik ben benieuwd of menigeen die deelneemt aan deze discussie dit lukt.
Ik zie namelijk een duidelijk verschil tussen het overbrengen van een boodschap op de oude leermethode en de nieuwe.
De oude methode brengt de boodschap met veel proza, volzinnen, logica en argumentatie. De nieuwe lezer leest niet meer dan 10 volzinnen(hiermee is deze reactie dus ook meteen waardeloos). Volledigheid en compleetheid staan hier centraal. De boodschap wordt met name vanuit het oogpunt van de schrijver geschreven en niet vanuit het uitgangspunt van de lezer. Oordelend. Ik denk dat het favoriete communicatiemedium de “brief” is.
De nieuwe methode brengt de boodschap met weinig woorden, afkortingen, speels en voortschreidend (maximaal 10 zinnen en versturen maar, we wachten wel op de reactie en gaan hierop door). Hier wordt de boodschap versnipperd weergegeven, zelfs onduidelijk. Voortscheidend inzicht leidt niet altijd tot voortschreidend resultaat. Nieuwe methode heeft te weinig inhoudt en communiceert het liefst per sms.
Hoe komen we ooit dichter bij een oplossing als ik naar deze discussie kijk.
Veel plezier.
maandag 26 februari 2007, 15:22 uur
reactie op Hans Boelens
er staat:
83 procent vindt het nieuwe leren géén zegen voor leerlingen. (322 stemmen)
woensdag 28 februari 2007, 21:28 uur
Het is een open deur te zeggen dat ‘het nieuwe leren’ een aanduiding is voor een breed palet aan onderwijsbenaderingen, maar de oorsprong ervan ligt voornamelijk in het sociaal-constructivisme, dat is gericht op de vorming van het individu, het kritisch leren denken, betekenis vormen uit de wereld om zich heen en verbanden leren zien teneinde mondige burgers te vormen. Dat daar in het huidige klimaat, dat wordt geregeerd door economische waarden, niets van terecht komt is niet de schuld van ‘het nieuwe leren’ — als dat in zijn bedoelde vorm ooit al een kans heeft gekregen — maar van schoolbesturen die de term misbruiken om kostenbesparingen te verdoezelen.
Als het in het onderwijs momenteel aan iets ontbreekt dan is het wel een betekenisvolle manier waarop leerlingen zich als individu kunnen ontwikkelen en zich laten horen, en betrokken worden bij hun eigen leerproces (dat overigens goed gestructureerd moet worden door goed opgeleide docenten). Het sociaal-constructivisme is een onderwijskundige ontwikkeling in reactie op deze behoefte aan zelfexpressie die, zoals mensen met visie destijds onderkenden, de afgelopen 50 jaar steeds sterker is geworden en die tot op heden nog nergens op enige schaal van betekenis (of in de oorspronkelijke betekenis) is ingevoerd.
Dat deze onderwijsvernieuwing echter de hoogste prioriteit moet krijgen, wordt wel duidelijk als je hoort dat het nieuw gevormde kabinet een Europese grondwet wil doordrukken zonder referendum, gewoon doorgaat met de miljardenverslindende deelname aan de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter ten behoeve van Amerikaanse defensiecontracten, en vooral geen lastige vragen wil beantwoorden over de onrechtmatige steun van de voorgaande kabinetten aan de illegale oorlog om grondstoffen in Irak.
maandag 5 maart 2007, 18:42 uur
Ik(leerkracht basisonderwijs)kreeg ongevraagd op een studiedag 2 maanden geleden, een filmpje voorgeschoteld, waarin het nieuwe leren werd gepromoot. Het was een oppervlakkig geheel, waarin jonge leerkrachten hun mening gaven en de huidige lesvormen oudertets en niet van deze tijd werden genoemd.
Op vragen hoe dat georganiseerd werd en hoe getoetst werd, bleef de schoolbegeleider het antwoord schuldig. Hij meldde wel dat er onderzoeken waren waaruit bleek dat de leerresultaten door het nieuwe leren verbeterden. Welke onderzoeken dat zijn en waar we dat kunnen zien/lezen/meer info erover kon hij ons niet vertellen.
Ik kreeg hierdoor het gevoel dat er een Jehovah aan de deur stond en dat je het maar moest ‘geloven’. Kritische vragen werden niet gewaardeerd, het was een poging om dit maar weer door de strot te duwen, zoals zo vaak. Dikke banen bij de onderwijsbegeleidingsdiensten verdienen er weer kapitalen mee en ik moet elk dubbeltje omdraaien om een nieuwe puntenslijper te mogen bestellen. Respectloos wordt er met mijn onderwijservaring(34 jaar) omgesprongen door deze mensen. Gelukkig heb ik een leuke groep kinderen (en ouders) waar ik wel waardering van krijg. Ik word er niet vrolijk van…. van het nieuwe leren….
dinsdag 13 maart 2007, 10:22 uur
Laat men ten eerste eindelijk eens hoge scholen en universiteiten financieren naar rato van het aantal afgestudeerden dat binnen het verlengde van de opleiding werk weet te vinden. Als dat betekent dat er instituten of faculteiten gesloten moeten worden, dan moet dat maar; dan zijn we tenminste af van al die werkelozenfabrieken. Het is namelijk een schande dat jonge mensen mooie maar niet meer bestaande banen worden voorgehouden door rekenmeesters die er alleen op uit zijn om de inkomsten uit het collegegeld op peil te houden. Het zou ook wat eerlijker zijn tegenover al die onervaren ouders die vaak hun laatste spaargeld bij elkaar schrapen om hun kind een veilige toekomst te geven.
Vooral oud-minister Jo Ritzen was zo’n rekenmeester: studenten moesten zoveel mogelijk naadloos doorsluizen, want zitten blijven of tentamens overdoen kostte alleen maar geld. En bij honderd procent inschrijvingen met collegegeld, gevolgd door negentig diploma’s binnen vier jaar en zeventig doctorandussen aan het werk (in de plantsoenendient of de horeca, dat wel) was de bedrijfsnorm gehaald. En een docent die drie klassen tegelijk op afstand ‘begeleidt’ in plaats van één klas actief kennis bijbrengt, scheelt weer twee salarissen.
De prijs: scholieren en studenten klagen inmiddels zelf over niet bestaande lessen en uitgekleed onderwijs. Bedrijven en universiteiten moeten inhalen wat de middelbare scholen zelf niet meer mogen of kunnen betalen. Het doet warempel denken aan de oude Sovjet-Unie, waar het halen van aantallen producten belangrijker werd gevonden dan de vraag of die producten voldoende kwaliteit hadden om in de dagelijkse practijk iets op te leveren.
Nog steeds voel ik mij bekocht als ik terugdenk aan al die nutteloze kennis die ik heb moeten leren. Neem maatschappijleer: je zou toch zeggen dat zo’n vak je iets bijbrengt over machtsverhoudingen in het staatsbestel, concurrentiegedrag, sociale rechten, belastingstelsels, verzekeringsmaatschappijen en de verschillen tussen banken en beleggingsfondsen. Maar nee hoor: in plaats daarvan werd er een heel jaar gezeurd dat we als Gymnasiumklantjes moesten zorgen niet het contact met de arbeiders te verliezen.
Hetzelfde gold voor vakdidactiek op de universiteit: niets over het aapjesgedrag dat kinderen en volwassenen binnen een groep vertonen, niets over beoordelingscriteria bij zwak- en hoogbegaafde kinderen, of over goed leren luisteren, niets over onderhoudend en duidelijk spreken tijdens het lesgeven, niets over de voorgeschiedenis van het onderwijsbestel en de rol van het ministerie daarin. Nee, maar wel een abstract en heel technisch verhaal over de leerfasen van Piaget en (jawel hoor) de vraag hoe je de verschillen in leren tussen burger- en arbeiderskinderen kon opheffen.
En dan die bestuurlijke verwatenheid, dat cosmetica-achtige lonken naar buitenlandse genieën in plaats van het beetje extra geld te besteden aan het creëren van een voortreffelijk product van eigen bodem, het is om gek van te worden.
Minister Plasterk, laat zien dat je niet zo’n dode apparatsjik bent als je voorgangers van de laatste twintig jaar: wees niet bang om honderd mensen voortreffelijk op te leiden in plaats van duizend half: zij zullen hun kennis en hun talenten weer overdragen op een nieuwe generatie die niet meer in de steek mag worden gelaten.
dinsdag 13 maart 2007, 14:43 uur
Als ik in de kranten lees over Het Nieuwe Leren – dan zie ik niets anders dat wat leraren en leerlingen al meer dan twintig jaar zien: de zoveelste verdoezeling om nóg meer salarissen te kunnen wegbezuinigen, ofwel de beste kans om als manager over de rug van je eigen achterban carrière te maken.
De leraar als afstandelijke begeleider? Een onrijpe puber die zelf niet eens spellen en vertellen kan? Geef mij maar die inspirerende pater Franciscaan, die mijn klas vroeger ademloos stil wist te houden met alle jaloezieën van de Griekse godenwereld; of mijn leraar Duits die mij keer op keer op Pruisische maat voornaamwoorden bij de derde en vierde naamval liet stampen, zodat ik nu nog complimenten van Duitsers krijg voor mijn beheersing van hun moedertaal.
Ja ik ben kwaad, ja ik ben razend en ik vergeet mijn fatsoen: wanneer schuiven we ze eens aan de kant, die kaste van parasieten en centralistische roosterschuivers die de portefeuilles van de leraren al jaren leegroven om zichzelf kunstmatig aan het werk te houden? Laten zij het bepalen van normen teruggeven aan de werkvloer waar het thuishoort. Wat een leerling kan, weet immers enkel degene die hem of haar dagelijks aan het werk ziet: de leraar dus, en niet een verre ambtenaar die met stapels statistieken en steeds weer vernieuwende leerdoelen vooral zijn directeur en zijn PR-manager tevreden moet houden.
Weg ook met dat moordende egalitaire denken. Mensen zijn helemaal niet gelijk; ze zijn gelijkwaardig, en juist daarom moet het lesprogramma zoveel mogelijk recht doen aan ieder verschillend individu afzonderlijk. Maak zwak- en hoogbegaafden niet langer depressief door ze te dwingen zich aan de middelmaat aan te passen. Maak klassen nooit groter dan achttien tot twintig leerlingen, zodat ze allemaal de persoonlijke aandacht krijgen waar ze recht op hebben. Voer de selectie weer in, durf onvoldoendes te geven; dan ben je eerlijk bezig met het belang van de leerlingen in plaats van dat van de manager. Weg vooral met die levensgevaarlijke eenheidsworst naar Amerikaans model, die steeds meer mensen oplevert die niet meer in staat zijn om door de schijnheiligheid van reclame, makkelijke leningen en welingelichte machthebbers heen te kijken.
En tenslotte: geef zelf het goede voorbeeld door eisen aan de docenten te stellen. Maak de generatie die het ten tijde van de Kweekschool nog wèl goed geleerd heeft vrij om hun ervaringen aan jonge leraren door te geven. Neem in het hoger onderwijs geen docenten meer aan die niet eerst vijf jaren in het middelbaar onderwijs les hebben gegeven. En zorg ervoor dat in het moderne Europa geen studenten en docenten rondlopen die buiten Engels geen Frans en Duits meer kunnen spreken: internationale kranten als de Neue Zürcher Zeitung en Le Monde zijn nu eenmaal de beste toegang tot de rijkdom en de achtergronden van de Europese cultuurverschijnselen en de politiek.
Kom op, minister Plasterk: hoog tijd om het mes erin te zetten!
zaterdag 17 maart 2007, 18:35 uur
De teloorgang van het onderwijs is een van de zure vruchten van het tactisch altruïsme van de PvdA. De PvdA is een partij waarvan 80% van de leden deel uitmaken van de ambtenaren en managerskorst die op onze verzorgingstaat is gegroeid en die haar positie probeert te handhaven met politiek correcte indoctrinatie via media en onderwijs. Gewone mensen zien, door de onderwijsvernieuwingen hun kinderen als halve analfabeten van school komen, door de multculti-ideologie worden hun buurten worden overstroomd met geweldadige Berbers, de politie is alleen nog bezig zichzelf te beschermen en parkeerbonnen uit te delen, artsen en docenten besteden dagelijks uren aan het bezighouden van managers en bureaucraten en met het beperken van de schade die door hen wordt aangericht. Het wordt tijd voor een echte socialistische partij. Een partij die de gewone Nederlander weer opheft tot een fatsoenlijk en een menswaardig bestaan zoals de NSDAP dat ooit deed. We hebben niets aan socialisten en liberalen die de arbeidersklasse vol mededogen laten wegzinken in een gedemoraliseerde onderklasse van vaderlozen, druggebruikers en agressieve asos. Dat is misschien goed voor de zaken van de PvdA leden maar mensen met hart voor de medemens doen er beter aan op de SP te stemmen.
dinsdag 11 maart 2008, 17:22 uur
Los van alle politieke heisa rondom het nieuwe leren speelt natuurlijk ook de ontwikkeling van de leerling een grote (zo niet de grootste!) rol in deze discussie. Ondanks de weldoordachte theorie achter dit concept (want zelfstandigheid, vrijheid en begeleiding zijn mooie idealen) denk ik dat leerlingen beter af zijn in het traditionele onderwijs. Dit om de simpele reden, dat in wetenschappelijk onderzoek is aangetoond dat het deel van de hersenen dat zelfstandigheid en verantwoording bevordert, pas na de tienerjaren echt begint te ontwikkelen. Met andere woorden, puberale breinen zijn niet opgewassen tegen de verantwoordelijkheid die Het Nieuwe Leren met zich meebrengt.
woensdag 12 maart 2008, 20:11 uur
Ik vind dat het nieuwe leren absoluut niet goed is. Uit onderzoek van onderwijspsychologen en neurologen Jelle Jolles en Evelien Crone is gebleken dat het nieuwe leren een te groot beroep doet op de zelfstandigheid van de leerlingen. De voorste hersendelen (hierin bevinden zich de cognitieve functies) van jonge leerlingen komen pas laat in de puberteit in actie. Hierdoor zijn jonge leerlingen niet in staat om zelfstandig te werken. Daarnaast is het nieuwe leren niet geschikt voor kinderen met psychische of gedragsstoornissen. Deze kinderen komen, door bezuinigingen in het speciaal onderwijs, in het regulier onderwijs terecht. Dit betekent dat ook zij zelfstandigheid moeten tonen. Het probleem is alleen dat deze kinderen zich vaak slecht kunnen concentreren tijdens het werken in groepen en dat ze snel afgeleid zijn. Deze leerlingen kunnen de zelfstandigheid dus al helemaal niet aan.
donderdag 4 december 2008, 8:47 uur
Het nieuwe leren, dat ook wel competentiegericht genoemd wordt, kan goed werken, mits de docenten goed kunnen functioneren als coach. Helaas ontbreekt dat laatste er vaak aan. Een groter gevaar is, dat wegens bezuinigingen het aantal kontakturen zwaar onder druk ligt. Competentiegericht onderwijs c.q. activerend leren kent in zo’n situatie het reusachtige en helaas ook waargeworden risico, dat de leerlingen naar b.v. een zgn. Open Leercentrum gestuurd worden en zich zelf daar maar moeten redden. ‘Voordeel’: je bent van de leerlingen af, minder docenten nodig. Nadeel: de leerling verdrinkt volledig. Ergo: het nieuwe leren vereist juist MEER vaardigheden van de docent (maar nu OOK als coach) en MEER geld. Geen competente docenten aanwezig? Geen geld beschikbaar? Niet doen!