*

Discussie » Microkrediet oplichting of oplossing? :: nrc.nl

Microkrediet oplichting of oplossing?

Ontwikkelingshulp is  een zwart gat en microkrediet leek een zinvol alternatief. Maar nu blijken ook daar oplichters actief. Wat is waar? Wie helpt mij?, vraagt Gijsbert van Es, redacteur van NRC Handelsblad, zich af.

En nú wil ik het weten. Is microkrediet nu wel of geen goed middel om armoede te bestrijden in ontwikkelingslanden?
Bankier Muhammad Yunus uit Bangladesh kreeg gisteren in Oslo de Nobelprijs voor de Vrede. Hij geldt als de aartsvader van het microkrediet, dat miljoenen mensen een beter bestaan zou hebben bezorgd. Ik ben tegen ontwikkelingshulp. Ik overdrijf, ik bedoel: ik heb er weinig vertrouwen in. Doktersposten bouwen in Benin, drinkwaterputten slaan in Mali, kinderen uit slavernij bedrijven in India – geen weldenkend mens kan ertegen zijn. Maar wat lost het op?

René van Slooten, een briefschrijver in deze krant, gaf onlangs een scherpe samenvatting van mijn somberheid: „Het invoeren van basisvoorzieningen, zoals schoon drinkwater, brengt weliswaar binnen korte tijd de sterftecijfers omlaag, maar veroorzaakt ook toenemende armoede als niet gelijktijdig wordt geïnvesteerd in economische ontwikkeling. De bevolking groeit immers wel, maar de economie groeit niet mee. (…) Ontwikkelingshulp heeft in dat opzicht de zaken alleen maar erger gemaakt. Geen wonder dus dat Afrika weinig dankbaar is (…) [voor dat] neo-koloniale, moralistische en paternalistische gedrag waarvan Europeanen last hebben.”

Maar mijn scepsis steekt dieper. Afgelopen zomer stuurde minister Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) een onthutsende brief naar de Tweede Kamer. Strekking: het ontbreekt aan goede methoden om vast te stellen wat de effecten van ontwikkelingshulp zijn. De Nederlandse overheid besteedt jaarlijks 4,6 miljard euro aan arme landen. Helpt de hulp? Eh, moeilijke vraag.

Eén lichtpunt zag ik de afgelopen jaren in deze duistere wereld van goede werken en kwalijke bijwerkingen: microkrediet. Het stimuleert economische ontwikkeling van onderop, via plaatselijke banken, via leningen voor kleine boeren, handwerkers, straatventers en winkeliers, zodat ze hun éigen bestaan kunnen opbouwen zonder de ontwrichtende inmenging van westerse hulpbrigades. Zou er, geachte minister Van Ardenne, dan toch een effectief instrument bestaan voor armoedebestrijding in de wereld?

Toen eind oktober bekend werd dat Muhammad Yunus en zijn Grameen Bank de Nobelprijs voor de Vrede hadden gewonnen, kwam een nieuwe stroom van welwillende publiciteit los over microkrediet, na de aandacht die prinses Máxima hiervoor in 2005 had weten te trekken in het VN-jaar voor microfinanciering. Maar direct volgden ook weer de kritische stukken. Achter het lieve woord microkrediet zou een wereld schuilgaan van dubieuze zakenlui die woekerrentes vragen, die weerloze, straatarme vrouwen uitbuiten (‘feminization of debt’), die voor regeringen een smoes vormen om zelf geen economische hervormingen door te voeren.

Zo gaat dat. In het kielzog van succes en goede bedoelingen reist altijd een bonte karavaan van charlatans en oplichters. De keerzijde van humaan asielbeleid is een keiharde wereld van mensensmokkelaars. De schaduwkant van microkrediet zal zijn dat goede bankiers te lijden kunnen hebben van vuile uitzuigers die zichzelf als nette geldschieters verkleden.

De vraag moet daarom zijn: wanneer, onder welke voorwaarden en omstandigheden, kan microkrediet een goed middel zijn voor armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling? Die vraag heb ik in de hele discussie over kleine leningen nog niet beantwoord gezien.

Ik heb het antwoord gezocht – en ik zoek het nog steeds. Ik geef toe: ik zocht tot dusver alleen op internet. Er bestaat, zo heb ik geleerd, een ‘Netherlands Platform for Microfinance’. Vijftien instanties werken hierin samen, waaronder vijf gevestigde banken (zoals ABN Amro en de Rabobank), flink wat hulporganisaties (Oxfam Novib, Cordaid, etc.) en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ze hebben een gezamenlijke website, www.microfinance.nl, van waar het hele microveld zich makkelijk laat afgrazen. Maar het is vrijwel allemaal vergader- en rapportentaal. Bedroevend weinig informatie voor mij, als goedwillende wereldburger.

Vandaar mijn vragen. Veel liever dan in grootkapitaal zou ik mijn spaargeld, via een Nederlandse bank of hulporganisatie, steken in microkredieten, maar hoe kan ik nagaan of mijn geld deugdelijk wordt geïnvesteerd? Is er een kwaliteitskeur voor banken die microkrediet verstrekken? Zijn er criteria om vast te stellen welke kredieten wel en welke niet het gewenste armoedebestrijdende en milieusparende effect hebben? 

Help mij – en ik zal helpen.

Weet jij antwoord op Gijsbert van Es zijn vragen? Reageer hieronder!


Dit bericht heeft 33 reacties op “Microkrediet oplichting of oplossing?”

  1. Jos van der Sterren zegt:

    Microkrediet, oplichting of oplossing?

    Gijsbert: heb je je wel eens afgevraagd wat ABN Amro doet met je spaarcentjes of betaalde hypotheekrente? Of ING? Of zelfs de RABO, met Jochem de Bruin? Een retorische vraag die wat mij betreft de kern van het probleem raakt.

    Het woord krediet stamt af van credere, vertrouwen. Je leent geld aan mensen die je vertrouwt en gaat ervan uit dat ze het besteden zoals afgesproken. Dat moet je ook wel, want je kunt er weinig aan veranderen als de klant (ook al is het een arme sloeber in Nairobi), zo snel het geld binnen is, een fles drank koopt bij de plaatselijke slijterij.
    Microkrediet bestaat natuurlijk al honderden jaren. Yunus en met hem velen, werden succesvol omdat ze een organisatie opbouwden die de miljoenen door donoren in Bangladesh gedumpte middelen eens op een professionele bancaire manier investeerden (en dat was pas nieuw!). Ze gaven vertrouwen aan mensen die dat nog nooit hadden gehad. Met name vrouwen die niet van drank houden maar hun kinderen naar school willen sturen van de winst die ze maken op hun winkeltje.

    Daar waar meer vraag is dan aanbod, blijft de prijs (te) hoog. Zo werkt dat helaas ook met microkrediet. Het dubbelzinnige van lenen aan armen is dat microkredietorganisaties hun winst realiseren door gebruik te maken van dezelfde technieken als de geldwoekeraars: altijd klanten accepteren, geen zekerheden vragen, niet vragen waar het voor wordt besteed en (iets minder)hoge rente berekenen. Het enige echt werkzame controlemiddel dat overblijft is vertrouwen. En dat wordt natuurlijk ook wel eens geschonden. Ook armen zijn mensen. Maar dan is er altijd nog de sociale controle van de buurvouw die helpt om dat weer op te lossen.

    Helaas zit het probleem niet bij de microkredietinstelling maar bij het ontbreken van wereldwijde transparante financiële markten waar jouw geld heel gemakkelijk , tja en dat geldt niet alleen voor ontwikkelingslanden. Een goedgeldlabel? Ach, geld is fungibel en de slijterij altijd in de buurt…

    Jos van der Sterren is docent aan NHTV Internationale Hogeschool Breda en was voorheen werkzaam als fondsmanager bij Cordaid

    Het probleem is niet dat
    Natuurlijk lopen er schurken rond in deze wereld. , maar raakt de kern

  2. paul de koning zegt:

    Onlangs las ik het boek “Het einde van de armoede” van ontwikkelingseconoom Jeffrey Sachs met een voorwoord van Bono. In dit boek beschrijft Sachs hoe het mogelijk is om, door een gecoordineerde aanpak van de problemen, extreme armoede uit te bannen voor het jaar 2025.
    Onderzoek wordt verricht en projecten opgezet door het Earth Institute van de Columbia Universiteit in New York.
    De Millenium Villages zijn een aansprekend voorbeeld hiervan: zie hiervoor: http://www.millenniumpromise.org/site/PageServer?pagename=about.
    Je kunt er ook storten.
    Hartelijke groet,
    Paul de Koning

  3. Riet Dumont zegt:

    Hallo Gijsbert,

    Helaas heb ik ook geen antwoord, maar jouw vraag is mij uit het hart gegrepen. Lijkt er een goede manier te zijn om mensen in hun waarde te laten en hun eigen initiatieven te ontplooien, lees je vervolgens over woekerwinsten en dwang. Ook ik zou graag het verlenen van microkrediet ondersteunen, maar dan wel vanuit een redelijke zekerheid dat het ook echt bijdraagt aan vooruitgang voor de mensen zelf en hun leefomgeving. Daar hoort wat mij betreft wèl bij dat we niet onze westerse maatstaven en aanpak opdringen. Laat mensen dat op hun eigen manier doen die past binnen hun eigen cultuur. Gun ze de tijd om op hun eigen manier invulling tegeven aan een rechtvaardige samenleving.
    Laat je in Next weten als je bruikbare antwoorden hebt gekregen?

    Groet, Riet Dumont, Nijmegen

  4. Inge van Dam zegt:

    Hallo Gijsbert,
    Ik vond het heel toevallig je interessante stukje te lezen omdat ik zaterdag het decemberblad van de ASNbank in de bus kreeg.
    Daarin staat een artikel over het ASN-Novib Fonds dat investeert in microkredieten. Het klinkt allemaal prima en ik was van plan om wat in dat fonds te beleggen, maar nu heb je me aan het twijfelen gebracht. Er staat letterlijk in dat het fonds kredieten verstrekt tegen eerlijke voorwaarden via lokale financiële organisaties. Hoe eerlijk zijn die voorwaarden en hoe betrouwbaar die lokale organisaties?

  5. Jos de Boer zegt:

    Laat ik beginnen me aan te sluiten bij Riet Dumont en Gijsbert van Es. Ook ik heb mijn twijfels bij ontwikkelingshulp en zag in microkrediet een goed alternatief. Ik hoop dus ook dat het lukt om antwoorden om de vragen van dhr. van Es te vinden.
    Maar om in te gaan op iets wat Jos v.d. Sterren zegt: “altijd klanten accepteren, geen zekerheden vragen, niet vragen waar het voor wordt besteed en (iets minder)hoge rente berekenen.”
    Is bovenstaande voor een microkredietorganisatie per se nodig of is dit gemakzucht? Hoge rente zou ik nog kunnen begrijpen om het hogere risico af te dekken, maar waarom kan er niet naar zekerheden worden gevraagd? Meer nog geld dit voor vragen naar de reden voor aanvraag van de lening. Dit doet toch elke bank, dus waarom niet als het gaat om microkrediet?
    Deze vragen wierp de reactie van dhr. v.d. Sterren bij mij op. Ik wens Gijsbert van Es veel succes met het vinden van zijn antwoorden en zal dit zeker blijven volgen.

    Vriendelijke groet,
    Jos de Boer
    Utrecht

  6. Jeannette Stegeman zegt:

    De heer van Es zou eens contact kunnen opnemen met Oikocredit Nederland, een organisatie voor ontwikkelingssamenwerking die óók betrokken is bij het verstrekken van microkredieten.
    Oikocredit valt onder de fiscaal-vriendelijke regelingen voor sociaal-ethisch beleggen.
    Bezoekadres: Herculesplein 207a
    Postbus 85015; 3584 AA Utrecht
    Tel. 030-2341069
    http://www.oikocreditnederland.nl
    E-mail: nederland@oikocredit.org

  7. Marije van Vlaanderen zegt:

    Hoe kun je om zekerheden vragen bij een groep klanten dat geen zekerheden heeft?! Dat is juist de reden waarom microkredieten bestaan. Deze groep mensen heeft geen zekerheden, geen onderpand, een microkrediet moet dit juist bewerkstelligen.

    Verder wordt er bij de meeste microkredietinstellingen juist wél gevraagd waar het geld aan besteed gaat worden. Mensen worden vaak zelfs begeleid in hun keuze voor een bepaalde activiteit en soms zelfs tijdens het eerste jaar na het opzetten van dit bedrijf. Deze begeleiding werkt dan ook meteen als controlemiddel. Ook lenen klanten in derde-wereld landen bijna altijd in groepen, waarin leden via sociale controle elkaar in de gaten houden en zonodig samen opdraaien voor een niet goed terugbetalend groepslid. Door dit soort arbeidsintensieve methoden, die microkredietinstellingen gebruiken is de rente vrij hoog (al stelt niet niets voor in vergelijking met de rente die woekeraars vragen) Trouwens in veel tweede-wereld landen stellen overheden een maximum aan de rente, die microkredietinstellinge mogen vragen.

  8. kees blokland zegt:

    Het is zo apart dat men voor ontwikkelingssamenwerking verwacht dat er één oplossing zou zijn. Microkrediet is niet eens één van de oplossingen. Het is gewoon één van de manieren waarop er contact is met de arme bevolking van deze wereld. In dit geval gaat het om een contact dat commercieel is en voor velen zal dat een aspect van uitbuiting hebben. Maar in deze geldt de uitspraak van de econoom Marx: “er is één ding erger dan uitgebuit worden en dat is niet uitgebuit worden”. Immers uitbuiting biedt de mogelijkheid tegen die uitbuiting te rebelleren, je uitbuiter in de ogen te kijken en andere verhoudingen te zoeken. Microkrediet biedt contact met de markt, met de maatschappij. Geen vetpot, maar een stap weg uit het ergste leed.

  9. Margot Quaegebeur zegt:

    Erg interessant om jullie twijfels te lezen. Mijn eerste reactie: wanhoop niet! Microfinance is een goede manier om je geld ten goede te laten komen aan ontwikkelingslanden. Het mooie van microfinance is dat het direct terecht komt bij de mensen die het nodig hebben. Van geld dat via overheden aan ontwikkelingslanden wordt gegeven of geleend, weet je maar nooit welk deel er doorsijpelt en uiteindelijk bij de gewone burger terecht komt. Begrijp me niet verkeerd: beide benaderingen, top-down and bottom-up, hebben hun eigen doelen, en sommige doelen worden beter gediend met een top-down benadering.

    Met microfinanciering geef je mensen een kans. In plaats van dat je mensen geld geeft, geef je een lening (of een spaarrekening, of een verzekering), waarmee je hun de verantwoordelijkheid en de kans geeft om zelf hun leven te verbeteren, op de manier die ze zelf goed achten. Het ‘paternalistische’, wat vaak ontwikkelingshulp wordt verweten, ontbreekt daardoor.

    Je moet niet verwachten dat microfinanceklanten rijk worden. Sommige klanten krijgen het voor elkaar om een zeer succesvolle business neer te zetten. Dit zijn de echte ondernemers. De meesten worden echter geholpen doordat ze hun inkomen zien groeien en daarmee hun levensbehoeften kunnen bekostigen en eventuele inkomensfluctuaties beter aankunnen. Het mooie van een hoger inkomen is dat dat vaak een lange termijn effect met zich meebrengt: klanten gebruiken hun groeiende inkomen om hun kinderen naar school te sturen en goede voeding te kopen. Hiermee worden de toekomstkansen van volgende generaties verbeterd.

    In de stukjes hieronder heb ik wat uitleg geschreven over de vragen die waren gerezen:

    1. Microkredieten en microfinanciering

    Het valt me op dat in discussies over microfinanciering vaak alleen over microkredieten wordt gesproken. Microfinanciering houdt echter meer in dan kredieten alleen: het is het verschaffen van allerlei financiele diensten aan mensen die geen toegang hebben tot traditionele banken. Dus niet alleen leningen, maar ook spaarrekeningen, verzekeringen en geld transfers. Wij denken vaak dat arme mensen niet sparen, maar niets is minder waar: zelfs de allerarmsten proberen altijd wat geld achter de hand te houden voor het geval ze in nog slechtere financiele tijden komen te verkeren.

    Microkredieten worden verschaft aan ondernemende mensen die geen toegang hebben tot traditionele banken. Let op: ik schrijf bewust ‘ondernemende mensen’, want microkredieten bieden niet voor iedereen een oplossing. Sommige mensen zijn niet in de gelegenheid om een lening succesvol te gebruiken (zij worden in het engels vaak de ‘destitute poor’ genoemd). Deze mensen zijn beter af met ontwikkelingshulp, in de vorm van onderdak, gezondheidszorg en voedsel.

    2. De rente tarieven van microfinance instellingen (MFIs)

    Microfinanciering wordt op dit moment door een breed scala aan instellingen op de markt gebracht. Deze instellingen hebben verschillende wettelijke structuren en uiteenlopende doelen. Het grootste deel van de MFIs zijn NGOs. Deze NGOs zijn niet-gereguleerde financiele instellingen en mogen daarom geen spaargelden van klanten aannemen. Zij moeten dus op een andere manier aan het kapitaal zien te komen waarmee ze (nieuwe) leningen kunnen uitgeven. Vaak komt dit kapitaal van donoren.

    De Consultative Group to Assist the Poor (CGAP) heeft expliciete richtlijnen voor de microfinance sector opgesteld (zie ww.cgap.org). De belangrijkste richtlijn is dat ‘microfinance zichzelf kan financieren’. Dat wil zeggen: MFIs dienen hun operationele kosten te kunnen dekken met hun inkomsten, dat wil zeggen met hun rente-inkomsten. Doen ze dat niet, dan zijn hun operaties afhankelijk van donorgeld en dat is niet duurzaam.

    Omdat de kosten voor het afsluiten van 100 kleine leningen (vaak in een agragische omgeving waar mensen ver uit elkaar wonen en moeilijk zijn te bereiken) hoger zijn dan de kosten voor het afsluiten van 1 grote lening (doorgaans aan iemand die voor het afsluiten van zijn/haar lening naar het bankfiliaal komt) rekenen MFIs meestal een hogere rente dan traditionele banken doen. Doen zij dit niet, dan kunnen ze hun werkzaamheden niet financieren en daarmee komt hun duurzaamheid in gevaar. Gelukkig worden veel MFIs steeds efficienter (mede dankzij allerlei technische innovaties), waardoor kosten voor de operaties omlaag gaan, wat tot gevolg heeft dat de MFIs lagere rentes kunnen rekenen.

    Sommige MFIs kiezen er bewust voor om lage rentes aan hun klanten te berekenen. Deze lage rentes worden gefinancierd door donorgelden. Dit is echter in strijd met ‘best practices’ en kan tot gevol hebben dat andere, wel duurzame, MFIs uit de markt worden geconcurreerd.

    Sommige overheden hebben inderdaad een maximum rente-tarief ingevoerd. Dat lijkt heel nobel en juist, maar het kan ook erg nadelig zijn. Een te laag renteplafond zorgt er namelijk voor dat MFIs de kosten van hun werkzaamheden niet kunnen dekken met hun rente-inkomsten, waardoor ze over de kop gaan. Dit is niet alleen nadelig voor de MFIs zelf, maar vooral voor de klanten die afhankelijk zijn van deze MFIs.

    Dan zijn er ook MFIs die zichzelf hebben getransformeerd naar een gereguleerde financiele instelling. Deze MFIs kunnen spaargelden van klanten aannemen en deze gebruiken voor nieuwe leningen. Ook hebben deze MFIs toegang tot de internationale kapitaalmarkten waar ze leningen en investeringen vandaan kunnen halen om hun groei mee te financieren. Deze MFIs zijn vaak in staat om niet alleen hun operationele kosten te dekken maar ook hun financieringskosten (de kosten die ze maken voor de leningen die ze verkrijgen op de kapitaalmarkten). Met andere woorden: deze MFIs zijn duurzaam.

    Er zijn ook MFIs die naast financiele diensten, niet-financiele diensten leveren. Dit zijn meestal traniningen (business planning, finance, marketing, etc). Soms is het meer gericht op voorlichting, bijvoorbeeld over HIV/AIDS preventie. Kosten hiervoor kunnen worden gedekt met inkomsten uit hun financiele diensten, of door donorgelden.

    2. Keuze voor MFI

    Je keuze voor een MFI hangt af van wat jij zelf belangrijk vindt, bijvoorbeeld:
    •Als jij het belangrijk vindt dat de klanten een lage rente betalen, dan moet je kiezen voor een MFI met een sociale missie die een lage rente rekent.
    •Als jij het belangrijkt vindt, dat een klant naast een lening ook andere vormen van ondersteuning ontvangt (bijvoorbeeld business training), dan kun je kiezen voor MFIs die dat soort extra diensten verzorgen.
    •Als je het belangrijk vindt dat MFIs hun operationele kosten en financieringskosten kunnen dekken en daardoor op een duurzame manier hun diensten kunnen blijven aanbieden, dan zou je moeten kiezen voor een duurzame MFI.
    •Sommige MFIs zouden graag de transitie naar een reguleerde instelling willen maken, maar daarvoor is behoorlijk wat geld nodig. Een goede manier om bij te dragen aan de MF sector is daarom om dit soort MFIs te steunen.
    •Als je het belangrijk vindt dat een MFI vooral aan vrouwen leent, dan moet je een MFI steunen die vooral vrouwen in hun klantenbestand heeft.
    •Als je het belangrijk vindt dat vooral de armsten worden bereikt, dan moet je een MFI steunen wiens ‘gemiddeld lening bedrag’ laag is.

    Op http://www.mixmarket.org kan je een overzicht vinden van allerlei MFIs over de hele wereld, inclusief hun performance, financiele data, info over hun klanten, etc.
    Op http://www.microcapital.org kan je een overzicht (en veel nieuws en ontwikkelingen) vinden van alle microfinance investeringsfondsen.

    Als je echt precies wil weten waar je geld blijft, dan kan je eens kijken naar KIVA (www.kiva.org). Via deze MFI kan je direct geld lenen aan een micro-ondernemer van jouw keuze. Op de website vind je een overzicht van al hun klanten, hun bijbehorende business en het bedrag dat ze nodig hebben. Je kan de ondernemer geld lenen en volgen wat hij/zij doet met je geld (via updates en webcams!).

    Het aantal microfinance investeringsfonds groeit enorm, nu microfinance heeft bewezen dat het zichzelf inderdaad kan terugbetalen. Fondsen van instellingen als de NOVIB, Triodos Bank, Stichting Doen en vele anderen investeren vaak alleen maar in duurzame MFIs of in MFIs die de transitie naar een gereguleerde instelling willen maken. Dit soort fondsen doet vaak een uitgebreide ‘due dilligence’ om geschikte MFIs te selecteren.

    3. Zekerheden

    De meeste MFIs vragen geen zekerheden aan hun klanten. De belangrijkste reden is dat hun klanten vaak niks waardevols bezitten. En mochten ze iets waardevols bezitten en ze betalen hun lening niet terug en ze zouden als gevolg daarvan hun bezittingen moeten inleveren, dan heeft microfinance precies het verkeerde effect. Het doel van microfinance is om het leven van arme mensen te verbeteren. Het innemen van hun enige bezittingen (die vaak toch niet echt veel opleveren) verslechtert hun situatie juist!
    Los daarvan zijn eigendomsrechten vaak niet of slecht geregeld in ontwikkelingslanden, dus geeft een onderpand vaak niet de zekerheden die in westerse landen bestaan.

    De belangrijkste zekerheid die MFIs hebben, zijn de ‘incentives’ die ze hun klanten geven. Als ze hun lening (op tijd) terug betalen, komen ze vervolgens in aanmerking voor een nieuwe lening (vaak een grotere lening, of bijvoorbeeld een lening tegen een lagere rente). Na deze tweede lening, kunnen ze doorgroeien naar een derde lening, etc. Betalen ze de lening niet af, dan kunnen ze niet meer bij de MFI terecht.

    Een andere zekerheid die MFIs vaak gebruiken is het idee van ‘peer pressure’. Klanten vormen een groep (meestal van rond de 5 personen). Als iemand binnen die groep de lening niet afbetaalt, dan is de rest van de groep aansprakelijk voor de lening.

  10. Isabel Agterberg zegt:

    Vanavond (23.50) op Nederland 2 komt er een uitzending over microkredieten. Misschien interressant in het kader van dit thema.
    MvG

  11. Don Op den Camp zegt:

    Natuurlijk moet er enige zekerheid bestaan dat microkredieten efficient zijn en bijdragen aan positieve plaatselijke ontwikkelingen. Met de beleggingen in het Triodos Groenfonds worden o.a. microkredieten verstrekt in diverse landen en projecten. De beleggers in dit fonds krijgen via de halfjaarlijkse verslagen en overzichten van de Triodos Bank regelmatig concrete informatie over projecten die in dit kader door de bank ontwikkeld en uitgevoerd zijn, met vaak ook verslagen over de duidelijke resultaten die hiermee bereikt zijn. Een concreet voorbeeld uit een van die beschreven projecten vond ik op http://www.triodos.nl/nl/whats_new/latest_news/column/
    190615?lang=

  12. marijke smit zegt:

    Ik vind het goed dat er kritisch wordt gekeken naar welke vorm van ontwikkelingshulp dan ook. Wat mij wel opvalt is de media elkaar weer zo napraten. Overal verschijnen opeens artikelen over dit onderwerp. En iedere journalist doet alsof hij het als eerste aan de kaak stelt. Een soortgelijk verhaal als dit verhaal heb ik namelijk op 8 december al in de HP-de Tijd geschreven. Jammer dat journalisten onderwerpen zo makkelijk van elkaar overnemen en dat er zo weinig ‘eigens’ aan wordt toegevoegd.

  13. marijke smit zegt:

    In mijn vorige reactie zeg ik ‘heb ik namelijk op 8 december al in de HP-de Tijd geschreven’ ik bedoel natuurlijk ‘gelezen’.

  14. Thomas Steiner zegt:

    Luie journalistiek of geen budget?

    Beste Gijsbert van Es,
    Er kunnen twee redenen zijn waarom een journalist afdaalt tot het niveau waarop de lezer de journalist van informatie moet voorzien in plaats van andersom: Of hij heeft gewoon geen zin om zijn werk te doen of de krant stelt hem geen (tijd)budget ter beschikking.

    Over microkrediet is zeer veel bekend. Talloze publicaties van gerenommeerde instituten en mensen met positieve conclusies en uiteraard ook kritische kanttekeningen zijn inmiddels verschenen. De taak van de journalistiek is om deze kritisch op hun merites te schatten en de lezer een indruk te geven van de balans tussen positief en negatief. Vertwijfeld uitroepen dat je het zelf niet weet, is voor de lezer niet relevant. Daarvoor lees je geen kwaliteitskrant.

    Een ander belangrijk aspect is de afweging tussen hoofd en bijzaken. Microkrediet is een relatief jong en zeer succesvol fenomeen. En natuurlijk gaat er wel eens wat fout. Door die fout eenzijdig uit te vergroten krijg je als lezer de indruk dat er waarschijnlijk meer fout dan goed gaat. Wat je als lezer natuurlijk ook wilt weten of dat relatief vaak het geval is. Je wilt je immers een beeld vormen van de werkelijkheid.

    Triodos Bank is al meer dan 10 jaar een actieve investeerder in deze sector. We zijn betrokken als aandeelhouder of financier bij tientallen microkredietinstellingen wereldwijd. Wij staan bekend als zeer kritisch op de inhoud en impact. Het gaat ons om de concrete bijdrage aan ontwikkeling van mensen en niet om het maken van zoveel mogelijk winst. De insinuatie dat de sector overspoeld wordt door charlatans is volstrekt misplaatst. We kunnen daarbij uit eigen ervaring putten en zijn (gelukkig) niet afhankelijk van wat daarover in de krant staat. We hadden die ervaring graag met u willen delen maar zijn door u nooit benaderd. Blijkbaar was het plegen van een telefoontje voor meer informatie al teveel moeite.

    De geïnteresseerde lezer kan meer lezen over onze activiteiten op dit gebied op http://www.triodos.com en http://www.triodos.nl.
    De meest recente algemene achtergrond informatie over microfinanciering staat op http://www.cgap.org

    Met vriendelijke groet,
    Thomas Steiner
    Hoofd Corporate Communicatie Triodos Bank

  15. Dirk Timan zegt:

    Beste Gijsbert!
    In ieder geval een artikel dat mensen aan het denken zet;
    als adviseur, trainer en coach van (startende) migrant ondernemers heb ik inmiddels ook de microkrediet verlenende wereld mogen ontmoeten…!
    Waarom niet op korte termijn een ontmoeting georganiseerd, waarin ik uitgebreid je kan vertellen van/over mijn wederwaardigheden binnen
    de MFI wereld.
    Hartelijke groet
    Dirk Timan.

  16. Peter van Dijk zegt:

    Beste Gijsbert,

    Micro-krediet kan zeker een belangrijk instrument in de ontwikkeling van arme mensen en landen zijn, maar alleen als men twee principes respecteert.

    Het eerste is dat de waarde van geld, en dus ook van kredieten, is gebaseerd op het vertrouwen van de mensen die het geld gebruiken. De prijs van goederen en diensten, zoals financiele diensten, is afhankelijk van hoe mensen in de samenleving de waarde ervan inschatten en zodanig aanbieden; een marktwerking dus, waarop de overheid invloed heeft. Als mensen kredieten geven vanuit sociaal-politieke doelstellingen, en het ook in belangrijke mate gefinancierd wordt door buitenlandse organisaties voor sociale motieven, wordt het zo ook geaccepteerd door de gebruikers. Sociaal-politieke doelstellingen ondergraven dus de waarde van geld, en dus ook van micro-krediet. Beeld u zich even in wat er met u zou gebeuren als u in Duitsland een organisatie zou openen dat geld uitleent voor sociaal-politieke motieven of dat u geld uitleent wat effectief de concurrentie en lokaal beleid ondergraaft? Grote kans dat u zich aan het eind van de openingsdag in een gevangenis bevindt.

    Het is momenteel een globale trend dat Europese banken en kollegas uit de VS fondsen hebben voor micro-krediet in ontwikkelingslanden. Deze fondsen worden aangemerkt als kommercieel en professioneel, maar zijn dat over het algemeen niet. Ik adviseer u de Nederlandse micro-krediet fondsen te onderzoeken of het werkelijk professionele investeringen betreft, of dat ze financiele sector ontwikkeling in de armste landen die zwakke kapitaalmarkten hebben, frustreren. Gemakkelijk te gebruiken kriteria en onderzoekswijze kan ik u aangeven.

    In mijn werk in vele landen waar Micro-Finance hoog aangeschreven staat, zijn de beste MF instellingen die die vrijwillige spaargelden van klanten aantrekken en mogen en kunnen transformeren in leningen aan (dezelfde) klanten. Micro-krediet moet uiteindelijk arme mensen helpen om meer geld te hebben en beter te managen, niet? De armsten zijn sterker van Cash afhankelijk dan wij, voor basis uitgaven voor eten, water, onderdak, gezondheid, scholing, transport enzovoort. Nu dan, zij zullen dat geld alleen opsparen (en niet consumeren) en uit hun onveilige “spaarpotjes” halen om in MFI/micro-bankjes te stoppen als ze die vertrouwen om hun professionaliteit. Een arme persoon heeft een bank nodig, geen “armen-bank”.

    Tenslotte, vraag uzelf af waarom de GrameenTrust zich in de VSA bevindt, waarom de belangrijkste MF konferenties in de rijkste landen plaatsvinden, en waarom “investeringen”, “leningen” en “giften” aan MFIs in US dollars of Euro’s, en niet in de lokale munt worden gemaakt? In een tijd van Mega rijkdom hebben de rijken deze vormen van Charity nodig om zich te justifieren in hun eigen samenlevingen, en ze hechten geen waarde (of vertrouwen) aan de duurzame economische ontwikkeling in de arme landen.

    Tenslotte, GrameenBank heeft geen bank licentie, maar een aparte micro-krediet licentie, zoals ook haar belangrijkste “concurrenten”, ONGs (BRAC, ASA) met sterke kontakten met de lokale regering en buitenlandse donoren.

    Alleen als Financiele Sector ontwikkeling door alle partners onderkent wordt als basis voor duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding, met een belangrijke rol voor Micro-Finance (sparen, betalingen, overwijzingen, kredieten) om armen te integreren in lokale financiele intermediatie, kan MF dus nuttig zijn. Dat betekent dus dat buitenlandse donoren het lokale proces moeten ondersteunen, door met lokale monetaire autoriteiten samen te werken, onderling effectief (vooral op lokaal niveau) te koordineren, en dat proces niet moeten frustreren.

    Groet, Peter van Dijk

  17. Sjef Smeets zegt:

    Gijsbert.

    Zoals altijd heeft een medaille drie kanten. Een voor -achter en zijkant. Het is een druppel op de gloeiende plaat maar wel een druppel en beter dat, dan niets. Zoals vele organisaties met goede bedoelingen blijft er vaak veel aan de strijkstok hangen van politici in de landen waar mensen worden geholpen. Zolang je die vorm van corruptie niet beteugeld is het eigenlijk weggegooid geld. Ik ken me nog een actie herinneren uit 1964 waarbij we kleren voor Angola hadden ingezameld. De spullen bleven in de boot omdat de Angolese overheid invoerrechten wilde hebben over de aangeleverde kleren t.b.v. haar inwoners. Ik geef niets meer aan dit soort doelen. Het blijkt ook dat van de miljarden hulp slechts drie procent daadwerkelijk bij de hulpbehoevenden terecht komen. Laatst heeft een hulpverlener daar nog een prachtig boek over geschreven. Het is huilen met de kraan open. Maar net zoals de vele instellingen die mensen in dit land aan het werk moeten krijgen CWI UWV etc is dat een hele industrie op zich geworden. Daar valt de ontwikkelingshulp ook onder. Velen profiteren ervan, maar de echte hulpbehoevende blijft verstoken van ondersteuning.

  18. Thomas Cool zegt:

    Beste Gijsbert van Es,

    Je vraag is voor mij sympathiek want rond 1980 studeerde ik econometrie en had ik eenzelfde vraag. Ik bestuurde de kwestie en schreef een opstel dat de ontwikkelingshulp op de verkeerde weg was. Ik zond het aan Jan Tinbergen en Jan Pronk, kreeg alleen van de eerste antwoord, en die luidde dat ik best wel gelijk kon hebben. Als ik het opstel terugvind kan ik er nu misschien een PDF van maken en op het web zetten.

    Mijn andere conclusie was dat de beste ontwikkelingshulp eruit bestond dat het rijke Westen de eigen economie op orde bracht, met volledige werkgelegenheid, zodanig dat handel konden gaan drijven zonder bang te zijn voor eigen werkloosheid. Vandaar dat mijn professionele leven na mijn afstuderen in 1982 zich heeft gericht op werkloosheid en armoede – en zie ook de oplossing die ik daarvoor voorstel op mijn website.

    Een beetje ontwikkelingssamenwerking kan nuttig zijn naast alleen handel, zoals bevorderen van vrije pers, communicatiemiddelen, onderwijs, tegengaan corruptie en dergelijke. Maar zolang de analyse niet goed is en de focus ontbreekt dan is het water naar de zee dragen.

    Zoals is het vermoedelijk ook met het micro-krediet. Locale omstandigheden zijn in het algemeen moeilijk te controleren, dat lukt ons in Nederland al slecht.

    Mijn advies is derhalve om je niet blind te staren op het ontwikkelingsvraagstuk, maar te kijken hoe het toch kan dat in Nederland werkloosheid en armoede blijven voortduren terwijl dat helemaal niet nodig is.

    Hartelijke groet,

    Thomas Cool
    http://www.dataweb.nl/~cool

  19. Peter Kooi zegt:

    1) Gijs: “De vraag moet daarom zijn: wanneer, onder welke voorwaarden en omstandigheden, kan microkrediet een goed middel zijn voor armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling? Die vraag heb ik in de hele discussie over kleine leningen nog niet beantwoord gezien.”

    Antwoord: De vraag is of dit de juiste vraag is. In veel landen met een laag inkomen heeft minder dan 30% van de bevolking toegang tot de formele, gereguleerde financiele sector. De andere 70% zijn afhankelijk van “microfinanciering”.

    Stel dat in Nederland 70% van de bevolking geen toegang meer zou hebben tot de financiele sector. Welk gevolg zal dat hebben voor de armoede en duurzame ontwikkeling in Nederland? De economische gevolgen zouden zo desastreus zijn dat de vraag of een inclusive financiele sector wel of niet goed is voor armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling niet gesteld hoeft te worden.

    Beleidsmakers die ervoor zorg willen dragen dat er een betrouwbare, competatieve, en inclusieve financiele sector wordt ontwikkelt zullen zich daarom vooral afvragen onder welke voorwaarden en omstandigheden zo’n financiele sector ontwikkeld kan worden.

    De Verenigde Naties heeft om die reden een wereldwijd onderzoek gedaan in 2005 naar antwoorden op de vraag: Why are so many bankable people unbanked? De resultaten van dit onderzoek zijn te vinden in “The Blue Book: Building Inclusive Financial Sectors for Development” verkrijgbaar via http://www.uncdf.org

    2) Gijs: “Veel liever dan in grootkapitaal zou ik mijn spaargeld, via een Nederlandse bank of hulporganisatie, steken in microkredieten, maar hoe kan ik nagaan of mijn geld deugdelijk wordt geïnvesteerd?”

    Antwoord: Je kan eenvoudigweg dezelfde methodology gebruiken die je nu gebruikt by de bank waar je spaargeld werkzaam is.

    3) Gijs: “Is er een kwaliteitskeur voor banken die microkrediet verstrekken? “

    Antwoord: Er bestaat geen betrouwbare kwaliteitskeur specifiek voor financiele instellingen die gespecialiseerd zijn in microfinance. Er is echter een alternatieve manier om een zeker oordeel te vestigen. Ik neem aan dat de eerste prioriteit is dat je je spaargeld behoudt. In dat geval is het raadzaam om te zien of een microfinancierings bank een internationale rating (Moody’s, S&P etc) heeft. Een tweede stap kan zijn te onderzoeken of de bank respectable aandeelhouders heeft die een mandaat hebben die in lijn is met je eigen doelstellingen. In Nederland zijn bijvoorbeeld FMO and Triodos Bank wereldwijd actief als aandeelhouders in verschillende banken die gespecializeerd zijn in microfinanciering

    4) Gijs: “Zijn er criteria om vast te stellen welke kredieten wel en welke niet het gewenste armoedebestrijdende en milieusparende effect hebben?”

    Antwoord: Iedere goede bank die gespecialeerd is in de lagere segmenten van de markt heeft een strict financieel beleid om ervoor te waken dat financiele diensten op een juiste en ethische wijze verstrekt worden. Geen serieuze bank wil natuurlijk diensten verlenen die schade doet aan hun klanten, hun personeel of de omgeving.

    Peter Kooi
    Director
    ACLEDA Bank
    Cambodia

  20. Peter Kooi zegt:

    1) Gijsbert: “De vraag moet daarom zijn: wanneer, onder welke voorwaarden en omstandigheden, kan microkrediet een goed middel zijn voor armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling? Die vraag heb ik in de hele discussie over kleine leningen nog niet beantwoord gezien.”

    Antwoord: De vraag is of dit de juiste vraag is. In veel landen met een laag inkomen heeft minder dan 30% van de bevolking toegang tot de formele, gereguleerde financiele sector. De andere 70% zijn afhankelijk van “microfinanciering”.

    Stel dat in Nederland 70% van de bevolking geen toegang meer zou hebben tot de financiele sector. Welk gevolg zal dat hebben voor de armoede en duurzame ontwikkeling in Nederland? De economische gevolgen zouden zo desastreus zijn dat de vraag of een inclusive financiele sector wel of niet goed is voor armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling niet gesteld hoeft te worden.

    Beleidsmakers die ervoor zorg willen dragen dat er een betrouwbare, competatieve, en inclusieve financiele sector wordt ontwikkelt zullen zich daarom vooral afvragen onder welke voorwaarden en omstandigheden zo’n financiele sector ontwikkeld kan worden.

    De Verenigde Naties heeft om die reden een wereldwijd onderzoek gedaan in 2005 naar antwoorden op de vraag: Why are so many bankable people unbanked? De resultaten van dit onderzoek zijn te vinden in “The Blue Book: Building Inclusive Financial Sectors for Development” verkrijgbaar via http://www.uncdf.org

    2) Gijsbert: “Veel liever dan in grootkapitaal zou ik mijn spaargeld, via een Nederlandse bank of hulporganisatie, steken in microkredieten, maar hoe kan ik nagaan of mijn geld deugdelijk wordt geïnvesteerd?”

    Antwoord: Je kan eenvoudigweg dezelfde methodology gebruiken die je nu gebruikt by de bank waar je spaargeld werkzaam is.

    3) Gijsbert: “Is er een kwaliteitskeur voor banken die microkrediet verstrekken? “

    Antwoord: Er bestaat geen betrouwbare kwaliteitskeur specifiek voor financiele instellingen die gespecialiseerd zijn in microfinance. Er is echter een alternatieve manier om een zeker oordeel te vestigen. Ik neem aan dat de eerste prioriteit is dat je je spaargeld behoudt. In dat geval is het raadzaam om te zien of een microfinancierings bank een internationale rating (Moody’s, S&P etc) heeft. Een tweede stap kan zijn te onderzoeken of de bank respectable aandeelhouders heeft die een mandaat hebben die in lijn is met je eigen doelstellingen. In Nederland zijn bijvoorbeeld FMO and Triodos Bank wereldwijd actief als aandeelhouders in verschillende banken die gespecializeerd zijn in microfinanciering

    4) Gijsbert: “Zijn er criteria om vast te stellen welke kredieten wel en welke niet het gewenste armoedebestrijdende en milieusparende effect hebben?”

    Antwoord: Iedere goede bank die gespecialeerd is in de lagere segmenten van de markt heeft een strict financieel beleid om ervoor te waken dat financiele diensten op een juiste en ethische wijze verstrekt worden. Geen serieuze bank wil natuurlijk diensten verlenen die schade doet aan hun klanten, hun personeel of de omgeving.

    Peter Kooi
    Director
    ACLEDA Bank
    Cambodia

  21. LvV zegt:

    Hoi Gijsbert,

    C.K. Prahalad reageerde onlangs tijdens de viering van de 79 Dies Natalis/20th anniversary van TIAS op een vraag naar de uitbuiting van microkrediet verschaffers. Versus de lokale ‘moneysharks’ die 4 tot 5 honderd procent rente vragen, is de 14-18 procent van een Microkredietverschaffer redelijk. Als je verder van hem èn van Jeroo Billimoria (oprichter van Childline India) hoort dat het feit dat een instantie bereid is een lening te verstrekken een gevoel van erkenning geeft, de terugbetaling (98% succes rate!) een gevoel van overwinning en de gedachte niet terug te kunnen betalen het eergevoel zodanig aanjaagt dat economische succes bijna een gegeven is, dan denk ik dat microkrediet, mits legaal, een prima instrument is. Prahalad en Billimoria spreken, net als de VN bij monde van Diederik Laman Trip, overigens liever over microfinance. Mensen vinden het idee dat ze ook kunnen sparen een enorme stimulans hun economische inspanning op succes te richten. op de site van TiasNimbas vind je vast meer over dit onderwerp……..emancipating the bottom of the pyramid. Geweldig inspirerend! Sterkte verder…… :-)

  22. Hedwig Siewertsen zegt:

    Beste Gijsbert, alvast wat antwoorden die nog niet gegeven zijn:

    Gijsbert: wanneer, onder welke voorwaarden en omstandigheden, kan microkrediet een goed middel zijn voor armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling?

    Hedwig: Het nemen van een microkrediet is een vrije keuze van iedere klant. Is het feit dat 100 miljoen mensen wereldwijd de keuze maken (of gemaakt hebben) een kleine lening te nemen om hun leven te verbeteren niet een voldoende overtuigend antwoord? Het is natuurlijk wel belangrijk dat zij vooraf goede informatie krijgen over de voorwaarden en betrouwbaarheid van de instelling. Daarom is er in veel landen inmiddels speciale microfinancieringswetgeving waarin de eisen staan waaraan de instellingen die microkrediet verstrekken moeten voldoen. De wetgeving en handhaving daarvan is heel belangrijk voor een gezonde ontwikkeling van de sector en daar wordt hard aan gewerkt!

    Gijsbert:Hoe kan ik nagaan of mijn geld deugdelijk wordt geïnvesteerd?

    Hedwig: de in NL actieve en voor het publiek toegankelijke fondsen (ASN Novib, Triodos Fair Share en Oikocredit Nederland) vallen onder de regeling sociaal ethisch beleggen. Het ministerie van buitenlandse zaken controleert dat minimaal 70% van het ingelegde geld terecht komt bij microfinancieringinstellingen. Verder kun je in de jaarlijkse aandeelhoudersvergaderingen van deze fondsen alle vragen stellen die je hebt over je investering en je zou natuurlijk ook de jaarverslagen kunnen lezen.

    Gijsbert: Is er een kwaliteitskeur voor banken die microkrediet verstrekken? Zijn er criteria om vast te stellen welke kredieten wel en welke niet het gewenste armoedebestrijdende en milieusparende effect hebben?

    Hedwig:Er zijn inmiddels een aantal microkredietbanken die rapporteren volgens de internationale GRI richtlijnen (zie artikel hierover in vice versa van deze maand). Deze richtlijnen gaan over sociale en milieu impact van microkrediet. Meer informatie kan je krijgen bij Geert Jan Schuite: gj.schuite@facetbv.nl. Daarnaast zijn er de eerdergenoemde ratings die je kunt nalezen op http://www.mixmarket.org of opvragen bij de microkredietinstellingen. Het is natuurlijk wel zo dat hoe meer er gemeten moet worden, hoe duurder het krediet wordt en dat willen we nou toch ook weer niet. Dus informatievoorziening is belangrijk maar het moet niet te kostbaar worden om de informatie te verzamelen!

    Tot slot: je mag me altijd bellen voor meer vragen, ik stel ze namelijk zelf ook al 10 jaar aan de mensen die microkrediet instellingen managen of financieren. Ik wil hun antwoorden graag met je delen.

    Hedwig Siewertsen, ik werk bij FACET een internationaal werkend adviesburo voor kleinbedrijfontwikkeling dat zich ook bezig houdt met de microfinanciering (h.siewertsen@facetbv.nl)

  23. Roos Kowalec zegt:

    hallo,

    Ik ben een studente internationale communicatie en ik heb dit jaar 5 maanden onderzoek gedaan naar het microkrediet in Kenia. Ik heb daar in Kitui gezeten en de verschillende microkrediet instanties onder de loep genomen. Ik ben erg geschrokken van mijn resultaten. Bijna alle mensen die ik daar heb geinterviewd (die dus een microkrediet lening hadden) waren hier armer door geworden???
    als je nagaat dat sommige instanties 26% rente durven te vragen op een lening van 200 euro? deze rente moet al na 1 week worden afgelost (geen tijd om het geld goed te investeren, ramp in droge gebieden waar niks groeit) ook wordt er helemaal niet gecontroleerd wat er met dit geld gebeurt. Voor een keniaan is 200 euro veel geld, zo koopt de een koe (status) of een telefoon en wat heel vaak gebeurt is dat het geld wordt besteed voor ziektenkosten of schoolgeld. Zo heb ik met een vrouw gepraat die 3 kinderen heeft en hun schoolgeld niet kon betalen. Zij zag in het microkrediet een ideale oplossing. Ze nam een lening om het schoolgeld te betalen, nam nog een lening (andere microkrediet bank) om de 1e lening te betalen, nam nog een lening om de 2e leing af te betalen en nu heeft ze 8 leningen, ze moest haar winkeltje (kraampje met een paar spullen) sluiten en ze moet vechten om wat te eten te vinden. Haar kinderen zitten trouwens nu ook niet meer op school maar verdienen wat bij door pinda’s op straat te verkopen. Zij is een van de slachtoffers van het microkrediet!

    Zo heb ik nog heel wat andere verhalen en hiermee wil ik het systeem van het microkrediet niet zwart maken, integendeel ik geloof best dat het heel goed kan werken; kijk maar naar India. Maar in kenia is het een puinhoop een corrupte handel!
    Iedereen daar kan ik microkrediet instelling beginnen zo laten kleine beddrijfjes mensen doen geloven dat ze de goedkoopste zijn met maar 0,5% rente. Alleen vertellen ze hier niet bij dat die 0,5% per week is en dat dit op jaarbasis 26% is (erg veel)!

    Dit onderwerp heeft mij heel erg geraakt! Nu ben ik weer in Nederland en ik zit in mijn laatste jaar (HBO) en wil graag met dit onderwerp afstuderen. Alleen gek genoeg kan ik geen bedrijf vinden die mijn opdrachtgever zou willen zijn bij een vervolgonderzoek. Zo vindt iedereen het onderwerp zeer inrteressant maar het staat bij iedereen te ver van zn bed af.

    Terwijl ik heel graag verder onderzoek zou willen doen naar hoe dit mogelijk is. Waarom gaat het in India zo goed en in Kenia zo slecht?

    Ik zou heel graag een keurmerk willen ontwikkelen voor microkrediet instanties met regels om een microkrediet instantie te mogen beginnen.

    Wie kan mij hierbij helpen? ik zou daar graag zo snel mogelijk mee willen beginnen en ik sta voor alle opties open!

    bedankt,

    Roos

  24. Ramon zegt:

    Beste Gijsbert,

    Ik zie microkrediet als een goed alternatief voor kleine, individuele schenkingen. Geld dat door een “kleinhandelaar” terugbetaald moet worden, wordt in het algemeen veel duurzamer besteed dan geld dat geschonken is.

    Desalniettemin, het verstrekken van microkrediet kan niet gezien worden als de enige oplossing van het ontwikkelingsvraagstuk. Er zal ook voor scholing, infrastructuur, eigendomsrechten (“title to property”, a-la Hernando de Soto), governability, anti-corruptie, etc. gezorgd moeten worden waardoor de economie van de grond op kan groeien zodat het marktbereik van de “micro-enterpreneur” steeds groter wordt.

    Ja, natuurlijk, in deze wereld zijn er oplichters overal waar er goede bedoelingen zijn. Het risico om in de val te lopen wordt kleiner door een goed onderzoek, zowel van de MFI zelf, als van de micro-enterpreneur door de MFI. Mixmarket helpt, maar ook de publicatie van gevallen waarmee het niet goed ging helpt. Ik las bijvoorbeeld dat in bepaalde delen van Bangladesh het “group loan” systeem foutging, omdat de groep hun collectieve onderhandelingsmacht gebruikte om nieuwe leningen af te dingen die onder normale omstandigheden misschien niet gemaakt zouden zijn. Maar is daarom het hele systeem “stuk”? Ik denk het niet. Er zouden anders geen micro-investeringsfondsen zijn die zaken willen doen met de derde wereld.

    Ik ben geen microkrediet-expert, maar ik ben wel enthousiast geworden door kiva.org (klik op mijn naam in de aanhef van deze reactie). Het geeft je een gevoel dat je kunt bepalen waar je geld gaat, dat je zelf het risico van je lening kunt bepalen. Ik ben ook begonnen om Kiva te helpen met het opbouwen van contacten in Peru zodat meer MFI’s zich aansluiten. Hopelijk wordt het wat…

  25. Hedwig Siewertsen zegt:

    Beste Roos,

    In Kenia is er pas sinds juli 2006 een microfinancieringswet die het begin vormt van een ‘keurmerk’ voor de microkredietinstellingen in Kenia. Het is de centrale bank die licenties geeft aan en toezicht houdt op, de microkrediet instellingen. Het kost natuurlijk wat tijd voordat deze wet in het veld resultaat oplevert. Het is volgens mij dus niet nodig dat jij een keurmerk ontwikkelt voor Kenia. Je kunt de verschillende wet en regelgeving voor microkrediet in vele ontwikkelingslanden er op naslaan als je wilt weten hoe zo’n ‘keurmerk’ eruit ziet.(zie ook http://www.microfinancegateway.org)

    Trouwens ik vind niet dat je op basis van 1 onderzoek in 1 plaats kunt zeggen dat ‘microkrediet in Kenia een puinhoop en corrupte handel is’. Net zo min kun je zeggen dat in India alles goed gaat. Niet transparante microkredietinstellingen heb je helaas overal maar de beste manier om daar een eind aan te maken is:
    1. het maken en handhaven van goede wetgeving
    2. goede informatie en communicatie met de (potentiele) klanten.

    Je zou af kunnen studeren op de informatie en communicatie die microkredietinstellingen leveren aan hun klanten (vergelijk met zorg- en informatieplicht voor NL banken!! De beleggingshypotheken en legio lease affaires zijn niet wezenlijk anders dan jouw ervaringen in Kenia).

    Ik kan op basis van mijn werk op het gebied van informatie, educatie en communicatie voor microkrediet in Madagascar je misschien een beetje verder op weg helpen.

    Succes verder, Hedwig (h.siewertsen@facetbv.nl)

  26. TJ zegt:

    Twee belangrijke nadelen van Microkrediet die ik nog niet echt gehoord heb:
    1. De allerarmsten, die het het meest nodig hebben, hebben er geen toegang toe. Ook al wordt gezegd van niet, er wordt altijd om bepaalde zekerheden gevraagd. Ook al is dit alleen symbolisch en zal een tv of koelkast nooit echt weggehaald worden, degenen die geen tv of koelkast hebben krijgen echt geen microkrediet. Van een kale kip kun je toch niet plukken, dus wat is het motief van mensen die niets hebben om geld terug te betalen?
    2. Als het motief om terug te betalen peer pressure of groepsdruk is, is dit geen goede methode. Het heeft dorpen in vijandige kampen verdeeld en families verscheurd. Deze druk werkt vaak benauwend, en is tegenstrijdig aan belangrijke (westerse?) waarden als individuele vrijheid en recht op privacy waar ook arme mensen recht op hebben (hoe zou jij het vinden als je buurvrouw zich ermee gaat bemoeien of je je flatscreen wel maandelijks aflost?). Op hebben mensen in ontwikkelingslanden deze rechten weer niet?
    Dit zijn twee nadelen waar zeker naar gekeken moet worden. Microkrediet is niet de oplossing voor alle problemen in ontwikkelingslanden!

  27. R Krijnen-Hendrikx zegt:

    Microkrediet in Afrika? 19 Jaar geleden ben ik er mee begonnen in Kenia. Via een bevriende missionaris.Het geleende geld werd door 30 vrouwen terugbetaald in de pot; zonder rente. Op verzoek van de vrouwen en om redenen (o.a. teveel mensen kwamen schooien omdat het gezin er beter uit ging zien) kwam de vraag naar cooperatieve bedrijven…. Inmiddels zijn ruim 1100 vrouwen in 8 dorpen (43 subgroepen) in business. Van de winst worden nieuwe projecten opgezet zoals kippen, geiten, groentenvelden, mandenmakerij enz.
    Net met 5 bezoekers weer teruggekeerd en we zijn nog steeds enthousiast hoe de vrouwen werken.”Geef ons de kansen; wij maken er werk van” werkt!

  28. hans van schaijk zegt:

    Hallo ik heb zelf goede ervaringen met Kiva.org.Je kan er ook met kleine bedragen andere mensen helpen.En er wordt stipt terug betaald(zonder rente)
    ,maar al vanaf 25 dollar kun je helpen.Je kunt er daarna voor kiezen om je 25 dollar te herinvesteren of terug te laten storten.

  29. Piet Roskam zegt:

    Hallo,
    Ik ben al meer dan 12 jaar actief in Kenia als vrijwilliger.
    Voordat het microkrediet als zaligmakend werd gebracht heb ik als prive persoon getracht om leningen zonder rente te geven aan diverse Kenianen.
    Voorbeeld: persoon kwam met het idee om een pakjes besteldienst op te gaan zetten 1999. Kapitaal nodig voor auto Fl 1.500 (het gulden tijdperk)
    Ik zou iedere maand Fl 40 ontvangen als aflossing. Resultaat eerste afbetaling moet nog komen en auto is inmiddels uitgebrand
    Diverse winkeltjes gefinancierd alles is op niets uitgelopen.
    dus

    ik weet het niet meer

  30. Roëll zegt:

    Momenteel zit ik in 6VWO en ben bezig met een Profielwerkstuk over Microkrediet. Als iemand naast de geplaatste berichten nog interessante informatie weet hoor ik het graag.

    M.v.g.
    Roëll

  31. Fenne zegt:

    Momenteel zit ik ook in 6VWO en ben ik ook bezig met een profielwekstuk over Microkrediet. Voor mij dezelfde vraag als Roëll. eventueel zouden wij ook informatie kunnen uitwisselen?
    M.v.g
    Fenne

  32. Zoey zegt:

    @ Fenne en Roell..
    Ook ik ben bezig met een profielwerkstuk over Microkrediet (6vwo). Ik zou graag informatie met jullie willen uitwisselen. Jullie kunnen me mailen op : zoeyplanjer@live.nl.
    M.v.g,

    Zoey Planjer

  33. m.hirs zegt:

    Beste Gijsbert van Es,
    Ik kwam nu pas deze discussie tegen nadat de wereldwinkels mijn krediet niet meer nodig hebben en ik het geld terugkrijg. Ik wil het nu aan een andere organisatie uitlenen.
    Ik kom wat om in de informatie op internet hierover. Weet jij ondertussen of microcredit of micro-financiering een goed initiatief is en welke organisaties het goed aanpakken?
    Je kunt via mijn e-mailadres reageren. Ik ben bang dat ik deze site niet meer terugvindt na al mijn gezoek.

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.