<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Dag</title>
	<atom:link href="http://weblogs.nrc.nl/dag/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://weblogs.nrc.nl/dag</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Tue, 21 Dec 2010 10:34:48 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.1.3</generator>
		<item>
		<title>Bent u op zoek naar de columns van Frits Abrahams?</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/21/bent-u-op-zoek-naar-de-columns-van-frits-abrahams/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/21/bent-u-op-zoek-naar-de-columns-van-frits-abrahams/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 21 Dec 2010 10:34:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/dag/?p=1486</guid>
		<description><![CDATA[Abonnees kunnen deze vinden in de digitale editie en het krantenarchief. U kunt hier (digitaal) abonnee worden.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Abonnees kunnen deze vinden in de <a href="http://nrc.nl/digitaleeditie">digitale editie</a> en het <a href="http://archief.nrc.nl/">krantenarchief</a>. U kunt <a href="http://digitaal.nrc.nl/">hier</a> (digitaal) abonnee worden.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/21/bent-u-op-zoek-naar-de-columns-van-frits-abrahams/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Op ijzers door  de sneeuw</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/20/op-ijzers-door-de-sneeuw/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/20/op-ijzers-door-de-sneeuw/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 19 Dec 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frits Abrahams</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/20/op-ijzers-door-de-sneeuw/</guid>
		<description><![CDATA[Volgens de Zweedse media gaan we de strengste winter sinds 1850 meemaken, en dat wil ik graag geloven als ik in de vroege morgen naar buiten kijk. De wereld ligt er onbeweeglijk wit bij, alles lijkt tot eeuwige stilstand gekomen, iedereen heeft besloten nooit meer wakker te worden. Het leven op aarde, het is voorbij. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Volgens de Zweedse media gaan we de strengste winter sinds 1850 meemaken, en dat wil ik graag geloven als ik in de vroege morgen naar buiten kijk. De wereld ligt er onbeweeglijk wit bij, alles lijkt tot eeuwige stilstand gekomen, iedereen heeft besloten nooit meer wakker te worden. Het leven op aarde, het is voorbij.</p>
<p>Dat is maar goed ook, want dan hoef je nooit meer die vreselijke dagen mee te maken waarop alles en iedereen zich tegen je lijkt te keren. </p>
<p>De winter is de gretige leverancier van zulke dagen. </p>
<p><span id="more-1485"></span></p>
<p>Je klost ’s morgens naar de brievenbus voor de krant die er niet is en vermoedelijk ook niet meer zal komen („Wegens de winterse omstandigheden willen wij de eerste drie weken niet meer verschijnen”), je merkt dat je vergeten hebt het brood voor het ontbijt te ontdooien (er moet al zoveel ontdooid worden), uit het plafond vallen druppels van een lekkende bovenbuurman (alles bevriest, behalve zijn fonteintje) en in het ontbijtprogramma op tv verschijnt de zoveelste <em>Telegraaf</em>journalist in schaatstrui (nog bedankt Ronald Plasterk).</p>
<p>Op zeker moment breekt het moment aan – momenten wachten op momenten – dat je naar buiten moet. Hoe doe je dat?</p>
<p>Onlangs meldde ik met enige trots  dat ik antiglij-ijzers had gekocht. </p>
<p>Mij kon op de bevroren stoep niets meer overkomen. Mijn schoenmaker verkocht me voor zeven euro twee ijzers, terwijl hij me bijna feliciteerde met mijn verstandige besluit.</p>
<p> Zijn toonbank was bedolven onder de ijzers die hij nog moest verkopen en hij wilde niet graag de geschiedenis ingaan als de hoofdpersoon uit Willem Elsschots <em>Kaas</em>, die met een kelder vol onverkochte kazen bleef zitten. </p>
<p>Een antiglij-ijzer is een rechthoekig ijzertje ter grootte van een lucifersdoosje dat aan weerszijden getande randen bevat. Er zit een riempje aan dat je over de bovenkant van je schoen schuift, zodat het ijzertje tegen de hak onder de schoen belandt. Wie dit zaakje met enig hangen en wurgen aan de schoen heeft bevestigd, kan zich zonder gevaar voor eigen leven op de beijsde straten wagen. Althans, dat is de bedoeling.</p>
<p>De eerste stappen leverden meteen een eigenaardige gewaarwording op. </p>
<p>Het voelde alsof twee machtig grote, bevroren hondendrollen onder mijn zolen kleefden. Ik liep als een aangeschoten pinguïn op drijfijs, maar ik kwam wel vooruit, zij het uiterst langzaam.</p>
<p> Af en toe werd ik gepasseerd door een andere schaarse wandelaar, die nogal meewarig omkeek terwijl hij zich betrekkelijk snel van mij verwijderde.</p>
<p>Na een paar honderd meter moest ik halt houden.</p>
<p> Het linkerijzer was om onverklaarbare redenen van mijn schoen geschoven. Op één been in de sneeuwmassa staand moest ik het ding herbevestigen. De hele situatie smeekte om een smadelijke val, maar ik hield me knap staande.</p>
<p> Dapper probeerde ik mijn tocht te vervolgen, maar na een minuut of tien moest ik definitief opgeven. </p>
<p>Beide ijzers waren onder mijn voeten uitgegleden, de kleine verraders. Ik raapte ze op en bekeek de onderkant. De ijzeren plaatjes tussen de tanden bleken volgelopen met bevroren sneeuw. </p>
<p>De antiglij-ijzers waren proglij-ijzers geworden; als je de riempjes achter je hiel bevestigde, zou je een nieuw soort schaats hebben. </p>
<p>Ik zal mijn schoenmaker vragen of hij niet beter ijsmeester kan worden.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/20/op-ijzers-door-de-sneeuw/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Alweer die jaren dertig</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/17/alweer-die-jaren-dertig/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/17/alweer-die-jaren-dertig/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 16 Dec 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frits Abrahams</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/17/alweer-die-jaren-dertig/</guid>
		<description><![CDATA[In korte tijd is zowel Frits Bolkestein als Job Cohen in opspraak gekomen door uitlatingen waarin ze, min of meer expliciet, naar de Tweede Wereldoorlog verwezen. Bolkestein raadde herkenbare Joden aan uit Nederland weg te gaan; als ze dat niet deden, suggereerde hij daarmee, zou hun hetzelfde lot wachten als de Nederlandse Joden in de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>In korte tijd is zowel Frits Bolkestein als Job Cohen in opspraak gekomen door uitlatingen waarin ze, min of meer expliciet, naar de Tweede Wereldoorlog verwezen. </p>
<p>Bolkestein raadde herkenbare Joden aan uit Nederland weg te gaan; als ze dat niet deden, suggereerde hij daarmee, zou hun hetzelfde lot wachten als de Nederlandse Joden in de Tweede Wereldoorlog.</p>
<p>Interviewers van <em>Vrij Nederland</em> vragen deze week aan Cohen: „Gebeurt nu weer wat in de jaren dertig gebeurde: dat mensen worden buitengesloten?” </p>
<p><span id="more-1484"></span></p>
<p>„Ja”, zegt Cohen. „Praat met de mensen en je hoort het. (…) De PVV zegt gewoon tegen de moslims: we willen liever dat jullie weggaan. Maar je kunt de dé islam niet de schuld geven van het extremisme.”</p>
<p>Als de interviewer die ‘jaren dertig’ in zijn vraag had weggelaten, zou er nauwelijks reden voor tumult zijn geweest. </p>
<p>Alles wat Cohen over dit onderwerp in VN verder zegt, daar is wat mij betreft geen speld tussen te krijgen. </p>
<p>Toch wordt hij nu scherp aangevallen, scherper dan Bolkestein, hoewel beiden in feite twee kanten van dezelfde medaille laten zien: Cohen wijst op de uitsluiting in Nederland van moslims door de PVV en haar aanhang, Bolkestein op de uitsluiting van Joden door moslims.</p>
<p>Vanwaar die furieuzere reacties op Cohen? </p>
<p>Dat heeft alles te maken met de tijdgeest en het feit dat Cohens traditionele tegenstanders het niet eens zijn met zijn analyse van de situatie in Nederland: ze vinden zijn klachten over uitsluiting van moslims irrelevant politiek-correct gezeur.</p>
<p> Daarmee moet het maar eens afgelopen zijn. Weg met die Cohen.</p>
<p>„Dat Cohen de moslims voorhoudt dat PVV-leider Wilders – nu hij dit kabinet gedoogt – een potentieel gevaar voor hen is, slaat kant noch wal. Het riekt zelfs naar hitserij.” Dat schreef <em>De Telegraaf</em> in een commentaar. </p>
<p>Behalve dat het slecht Nederlands is, is het ook een typerende passage. </p>
<p>Hier staat in feite: Wilders is in orde, al die kritiek op hem „slaat kant noch wal”.  </p>
<p>Dit sentiment proef ik bij alle (neo)rechtse tegenstanders van Cohen: Job moet onder de zoden, want hij zegt alsmaar nare dingen over de manier waarop wij met onze moslims omgaan.</p>
<p> En hij zegt nooit wat over die rotzakken van Marokkanen. </p>
<p>Maar is dat wel zo?</p>
<p> Ik heb Cohen nooit de problematiek van  discriminerende, criminele Marokkanen horen ontkennen.</p>
<p> In een filmpje op nu.nl waarin hij zijn recente uitlatingen toelicht, heeft hij het over „een niet te onderschatten aantal” dat vooral aangepakt moet worden.</p>
<p>Maar dat hoort rechts Nederland liever niet van hem, want dat maakt het minder makkelijk om hem als een slappe theedrinker weg te zetten.</p>
<p>Zowel Cohen als Bolkestein zou ik willen aanraden: laat die jaren dertig voortaan maar weg, het leidt alleen maar tot nodeloos tumult. </p>
<p>En áls je die jaren noemt, dan liever op de manier van historicus prof. H.W. von der Dunk, die onlangs in deze krant schreef: „Maar er is één opmerkelijke overeenkomst met de situatie in de vroege jaren dertig: het snelle afkalven van weerzin en kritiek op wat door een groot deel van beschaafde bevolkingslagen, politici en media eerst als onfatsoenlijk was genegeerd (…) We hebben degenen nodig die neen tegen dit soort tijdgeest durven zeggen en daarmee voor een andere tijdgeest zorgen.”</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/17/alweer-die-jaren-dertig/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Drie (film)rolletjes</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/16/drie-filmrolletjes/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/16/drie-filmrolletjes/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 15 Dec 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frits Abrahams</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/16/drie-filmrolletjes/</guid>
		<description><![CDATA[Wat wij toeval noemen kan ook een of andere boven ons gestelde macht zijn die het leuk vindt spelletjes met ons te spelen. Ze vinden zichzelf daar beneden reuze rationeel, meesmuilt deze machthebber, en vooral die eigenwijze columnisten, dus laat ik er eens eentje af en toe flink in verwarring brengen. Zo kan er met [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Wat wij toeval noemen kan ook een of andere boven ons gestelde macht zijn die het leuk vindt spelletjes met ons te spelen. Ze vinden zichzelf daar beneden reuze rationeel, meesmuilt deze machthebber, en vooral die eigenwijze columnisten, dus laat ik er eens eentje af en toe flink in verwarring brengen. Zo kan er met een zekere wetmatigheid iets in je leven gebeuren dat je niet helemaal kunt verklaren – een soort running gag van het lot.</p>
<p>Een zomer of zes geleden zat ik op een mooie zondagmiddag in ijssalon Tofani aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam een ijsje te eten toen een echtpaar met kind binnenkwam. In de vader herkende ik de fameuze Belgische acteur Jan Decleir, een man met een markante, krachtige kop die zich ooit uitstekend zal lenen voor een borstbeeld in een lommerrijk stadspark. Ik had hem nooit op toneel gezien, wel in enkele speelfilms en op tv. </p>
<p><span id="more-1482"></span></p>
<p>Ze gingen achter mij in de winkel van hun ijsje genieten, een klein gezin, verder door niemand opgemerkt. Vreemd, dacht ik nog, iemand die je alleen als filmbeeld kent is plotseling een mens van vlees en bloed.</p>
<p>Drie jaar later liep ik tijdens het Boekenbal in de Amsterdamse Stadsschouwburg naar een hogere verdieping waar gedanst werd. </p>
<p>Het was al na middernacht, drank en hormonen begonnen grondig hun werk te doen. Midden op de dansvloer zag ik een man van minstens zestig die zich met grote intensiteit overgaf aan het strakke ritme van keiharde dancemuziek. Bij hem telden niet de jaren, maar de haren, waarvan hij er nog voldoende op zijn hoofd had. </p>
<p>Jan Decleir. Veruit de oudste op de vloer en daarom een voorbeeld voor de jongsten.</p>
<p>Afgelopen zondag was ik in Antwerpen. U voorvoelt nu al als lezer wie u in dit stukje opnieuw gaat tegenkomen, maar ik hield daar helemaal geen rekening mee. </p>
<p>Ik had een poosje in restaurant Rubenshof op de Groenplaats gezeten, een zaak die door Elsschot en andere schrijvers vroeger veel bezocht werd. Het bleek een wat verlepte zaak, waar alleen een fraai glas-in-loodraam met Elsschots beeltenis nog aan de literaire tijden van weleer herinnerde. </p>
<p>Twee oudere mannen zaten tegen de muur nogal allenig een krant te lezen, gescheiden door een leeg tafeltje. Ze begonnen pas tegen elkaar te praten toen een van hen opstond om weg te gaan. </p>
<p>Ik hield het ook voor gezien, rekende het broodje af waarop een tonijn zou hebben gelegen en liep weg over de Groenplaats. Om de hoek bij het Hilton, waar de Eiermarkt begint, is een stuk voetgangersgebied dat er als een straatje uitziet.</p>
<p> Ik zag een man lopen die van achteren plotseling gepasseerd en gesneden werd door een auto, die daar helemaal niet hoorde te rijden. De man stapte snel opzij en boog zich, verwensingen roepend, woedend naar de auto die snel doorreed. </p>
<p>Ja, Jan Decleir.</p>
<p>Als ik die automobilist was geweest, zou ik ook zijn doorgereden, want deze voetganger was allerminst iemand die boosheid <em>acteerde</em>, hoewel hij dat ook voortreffelijk zou hebben gekund.</p>
<p>Nog altijd heb ik hem niet op toneel gezien, alleen op het toneel van het leven. Drie prima rolletjes, ik kan niet anders zeggen. Cameorollen noemen ze dat in de filmwereld. </p>
<p>Wie het ook bedacht heeft – bedankt, het was leuk. Maar bij een vierde keer zal ik mijn ogen niet meer geloven.    </p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/16/drie-filmrolletjes/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoe Hofland zijn columns begint</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/15/hoe-hofland-zijn-columns-begint/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/15/hoe-hofland-zijn-columns-begint/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 14 Dec 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frits Abrahams</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/15/hoe-hofland-zijn-columns-begint/</guid>
		<description><![CDATA[De jury van de P.C. Hooftprijs prees H.J.A. Hofland onder meer om „de souplesse van zijn virtuoze omgang met het woord”. Laat de woorden voor zichzelf spreken. Ik trok mijn stapel Hoflandboeken uit de kast en toetste het compliment van de jury aan een aantal beginzinnen en beginalinea’s, die tevens typerend zijn voor dit oeuvre: [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>De jury van de P.C. Hooftprijs prees H.J.A. Hofland onder meer om „de souplesse van zijn virtuoze omgang met het woord”. Laat de woorden voor zichzelf spreken.</p>
<p> Ik trok mijn stapel Hoflandboeken uit de kast en toetste het compliment van de jury aan een aantal beginzinnen en beginalinea’s, die tevens typerend zijn voor dit oeuvre:</p>
<p>Dit is de wordingsgeschiedenis van een verbazing; de verklaring waarom de meeste mensen, massa’s en bewindvoerders, mij door brutale (onbeschaamde, naakte, grijnzende) domheid hoe langer hoe meer afschuw bezorgen, en waarom ik tegelijkertijd moedelozer word als ik denk dat ik er iets aan zou moeten of kunnen doen. (<em>Tegels lichten</em>, 1972.)</p>
<p><span id="more-1481"></span></p>
<p>Van tijd tot tijd gebeurt het, dat we rustig bijeen zitten, en zonder plan of doel een grote hoeveelheid onderwerpen door elkaar bespreken en dat opeens iemands blik valt op de kromme pink aan mijn rechterhand. <em>Heb jij een kromme pink?</em> (<em>Overpeinzingen</em>, 1976.)</p>
<p>Een peepshow is een instelling waar de ene mens tegen officiële betaling met vermakelijkheidsbelasting stiekem de andere kan bekijken. (<em>Uitzichtloze situaties</em>, 1978.) </p>
<p>Montag, vroeg een lezer mij onlangs, waarom schrijft u toch zoveel over de <em>dingen</em> en zo weinig over de <em>mensen</em>? Zou het antwoord kunnen zijn dat het niet nodig is de dingen te sparen, dat je je met woorden praktisch alles tegen de dingen kunt veroorloven, maar dat je daarentegen met mensen de grootste voorzichtigheid moet bewaren? (<em>Een oplettende voorbijganger</em>, 1979.) </p>
<p>’t Was schemer toen we afvoeren. Schemer: dat is in een zee vol ijsschotsen nog erger dan nacht, nog reddelozer, nog beter om de verbeeldingskracht in de somberste van alle richtingen ter sturen. (<em>Boven en onder de grond op Schiermonnikoog</em>, 1979.) </p>
<p>Er zijn gedachten die zoveel sterker zijn dan jezelf, dat ze in staat zijn zich onder je schedeldak te gedragen alsof ze je hebben gekaapt. (<em>Over de afwas, de doodstraf, dienstmeisjes, Dinky Toys en nog het een en ander</em>, 1981.)</p>
<p>Vanmorgen weer eens een anonieme brief gekregen. Daar verheug ik me soms op. Ik denk ongeveer zoals een anatoom in een goed humeur raakt bij de aanblik van een ingewikkelde vergroeiing of zoals de dag van een plaatwerker niet meer te bederven valt als hij een interessant gedeukt voertuig onder handen krijgt. (<em>Het gevoel van Columbus en andere overpeinzingen</em>, 1982.) </p>
<p>Het was de zondag van het vertrek. Mijn coupé in de trein van Moskou naar Warschau had twee opgemaakte bedden, dat voorspelde niet veel goeds, maar voorlopig kwam er niemand opdagen. Ik begon al voorzichtig hoop te koesteren dat ik weer het rijk alleen zou hebben, tot werkelijk op het laatste ogenblik de deur werd opengerukt. Daar stond een dikke vrouw van een jaar of vijftig met twee koffers en een borstelkuifje. (<em>Het kruiend wereldbeeld</em>, 1987.)</p>
<p>Er zijn twee vragen in het Nederlandse sociale leven die complementair zijn als hoeken in de meetkunde: Waar doen ze het van en Waar laten ze het. Beide worden geïnspireerd door de geheime kwaadaardigheid die de buurten van stad en land regeert. (<em>De Zippo van ’14-’18</em>, 1991.)</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/15/hoe-hofland-zijn-columns-begint/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wat een vader zijn zoons aandeed</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/14/wat-een-vader-zijn-zoons-aandeed/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/14/wat-een-vader-zijn-zoons-aandeed/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 13 Dec 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frits Abrahams</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/14/wat-een-vader-zijn-zoons-aandeed/</guid>
		<description><![CDATA[Een poos geleden kreeg ik een mailtje van een jonge man die mij een bijzonder verhaal wilde vertellen over zijn vader. Ik nam telefonisch contact met hem op. Zijn vader was een oplichter, vertelde hij, geen grote, maar wel een van de ongeneselijke soort: hij deed niets liever dan mensen belazeren. Hij verdiende er soms [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Een poos geleden kreeg ik een mailtje van een jonge man die mij een bijzonder verhaal wilde vertellen over zijn vader. Ik nam telefonisch contact met hem op. Zijn vader was een oplichter, vertelde hij, geen grote, maar wel een van de ongeneselijke soort: hij deed niets liever dan mensen belazeren. Hij verdiende er soms aan, maar hij deed het vooral ‘voor de sport’; hij genoot ervan om te zien hoe zijn slachtoffers er steeds weer intuinden.</p>
<p>Wilde ik daar niet eens over schrijven? Liefst met naam en toenaam, want hij was het als zoon spuugzat steeds de praktijken van zijn vader van nabij te moeten meemaken.</p>
<p><span id="more-1480"></span></p>
<p> Ik vroeg hem naar bewijzen en of hij besefte dat zijn vader hem als bron zou kunnen herkennen. Daar leek hij niet zo goed over nagedacht te hebben. Ik raadde hem aan dat alsnog te doen en mij dan terug te bellen.</p>
<p>Dat telefoontje is nooit gekomen en ik heb er ook niet mijn best voor gedaan. Als iemand zijn vader wil verraden, moet hij volledig overtuigd zijn van de noodzaak. De daden van zijn vader leken me bovendien, hoe onsympathiek ook, niet ernstig genoeg om ze aan de grote klok te hangen.</p>
<p>Deze ervaring kwam sterk bij me boven toen ik gisteren las over de zelfmoord van Mark Madoff, de oudste zoon van Bernard, ’s werelds grootste oplichter aller tijden. De 46-jarige Mark pleegde precies twee jaar na de arrestatie van zijn vader zelfmoord. </p>
<p>Samen met zijn broer Andrew had hij zijn vader destijds bij de politie aangegeven. Sindsdien hadden ze geen contact meer met hem gehad. En evenmin met hun moeder. </p>
<p>Hoe wanhopig kan een mens worden? De feiten van deze zelfmoord spreken voor zich. Het lichaam van Mark werd door zijn schoonvader gevonden in Marks appartement in Soho, New York. Hij had zich opgehangen met de riem van zijn hond. De hond zat samen met 2-jarig zoontje Nick in een aangrenzende kamer ongedeerd opgesloten. </p>
<p>Kort voor zijn dood had Mark drie mails verzonden.</p>
<p> Twee aan zijn in Florida verblijvende vrouw: „Please send someone to take care of Nick” en „I love you”. En een aan zijn advocaat: „Nobody wants to believe the truth. Please take care of my family.” </p>
<p>Nobody wants to believe the truth. In die zes woorden zit de wanhoop van Mark Madoff samengebald. Sinds hij zijn vader had aangegeven, zat hij tussen twee vuren. </p>
<p>Zijn ouders zouden hem deze stap nooit vergeven en de buitenwereld bleef geloven dat hij en zijn broer veel langer van de wanpraktijken van zijn vader hadden geweten en dus medeplichtig waren. </p>
<p>Advocaten van de slachtoffers eisten zijn spaargelden en ook die van de kleinkinderen op. </p>
<p>„Dit is een verschrikkelijke en onnodige tragedie”, zei zijn advocaat in <em>The Wall Street Journal</em>. „Mark was een onschuldig slachtoffer van de monsterlijke misdaad van zijn vader. Hij is bezweken onder de onophoudelijke, twee jaar durende druk van valse beschuldigingen.” </p>
<p>Een dag nadat Bernard Madoff destijds zijn zoons bekende dat zijn zaken ‘one big lie’’ waren, stapten ze naar de politie. Volgens een vriend van Mark heeft hij nooit kunnen begrijpen „hoe een vader dit zijn zoons kon aandoen”.</p>
<p>Misschien was de zelfmoord ook een vorm van wraak op zijn vader. Net als dat mailtje van de zoon van die veel kleinere oplichter uit Nederland.  </p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/14/wat-een-vader-zijn-zoons-aandeed/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een volle trein naar Antwerpen</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/13/een-volle-trein-naar-antwerpen/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/13/een-volle-trein-naar-antwerpen/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 12 Dec 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frits Abrahams</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/13/een-volle-trein-naar-antwerpen/</guid>
		<description><![CDATA[Lang niet meer in Antwerpen geweest en wat me, vergeleken met Amsterdam, gauw opviel: 1. De vele orthodoxe joden die zich daar nog met hele families in volle uitrusting door de stad durven begeven. 2. Het geringe aantal gestalde fietsen, nog geen tien procent van de hoeveelheid in Amsterdam. 3. De lange rijen van voetgangers [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Lang niet meer in Antwerpen geweest en wat me, vergeleken met Amsterdam, gauw opviel: 1. De vele orthodoxe joden die zich daar nog met hele families in volle uitrusting door de stad durven begeven. 2. Het geringe aantal gestalde fietsen, nog geen tien procent van de hoeveelheid in Amsterdam. 3. De lange rijen van voetgangers voor de verkeerslichten op de Meir, waar je extreem lang op ‘groen’ moet wachten. </p>
<p>De trein naar Antwerpen puilde zaterdagmorgen uit. Op het perron van Roosendaal stonden zoveel reizigers te wachten dat het de vraag was of ze wel allemaal mee konden. Waarheen en waartoe? De kerstsfeer in Antwerpen, of net als ik, de Willem Elsschot-tentoonstelling in het Letterenhuis aan de Minderbroedersstraat? Die tentoonstelling loopt op haar laatste benen en ik begon daarover ernstige schuldgevoelens te krijgen. </p>
<p><span id="more-1479"></span></p>
<p>Het was nogal stil in het Letterenhuis, duizenden liefhebbers lagen nu tevreden in hun warme huizen Elsschot te herlezen, zij hadden hun plicht hier al gedaan.  Ruim twee uur drentelde ik langs de vele originele manuscripten en brieven in vitrines, door de matige belichting vaak moeilijk leesbaar. Wie minder geduldig is, kan zich die moeite besparen door de tentoonstellingsgids <em>Dicht bij Elsschot</em> van Wieneke ’t Hoen te kopen: daarin staat een groot aantal belangrijke documenten afgedrukt. </p>
<p>Laat ik één markant briefje dat niet in de gids staat, aan de vergetelheid ontrukken. Het is geschreven door Gerard Walschap, collega van Elsschot. Zij woonden beiden in de Lemméstraat te Antwerpen, maar spraken elkaar nauwelijks omdat ze elkaar niet erg mochten. Toen Elsschot in 1951 voor zijn gehele oeuvre de Constantijn Huygensprijs kreeg, feliciteerde Walschap hem met deze grootse woorden: „Natuurlijk hoop ik dat ze hem de volgende keer aan mij geven, om hem zo lang mogelijk in de Lemméstraat te houden, maar ik ben niet gepresseerd en vind dat als iemand hem verdient, gij het zijt.”</p>
<p>Wat heeft de niet-bezoeker van deze tentoonstelling vooral gemist? Ik zou zeggen: de amateurfilmpjes. Elsschot te midden van zijn familie en bekenden, bij zijn vakantiehuisje in Sint-Idesbald aan zee (ook in de winter, muts op, samen met zijn vrouw in de ligstoel), tijdens uitstapjes, bij een bruiloft, tijdens een polonaise in een weiland. Op al die beelden lijkt Elsschot een gemoedelijke pater familias, maar in hoeverre was hij dat ook in werkelijkheid? Zijn dochters hebben zich daar nogal grimmig over uitgelaten: pa was twintig jaar lang van vijf uur ’s middags tot half negen ’s avonds afwezig, en na zijn thuiskomst nauwelijks aanspreekbaar. Waar was hij met zijn gedachten?</p>
<p>De sleutel ligt misschien in <em>Het dwaallicht</em>, de novelle over de onvervulbaarheid van het verlangen, gesymboliseerd door het meisje Maria van Dam, naar wie de ik-figuur Laarmans samen met drie zwarte Afghaanse vrienden op zoek gaat. Elsschot, pardon Laarmans, denkt haar te kunnen vinden op nummer 71 van de Lange Ridderstraat, maar hij loopt door, „dan wordt u wellicht de geilheid niet aangerekend die bij deze nachtelijke klopjacht uw stut is geweest.”</p>
<p>Nummer 71 is nu een lelijk huis waar appartementen te huur zijn. Op een balk tegen de gevel staat: „Woont Maria van Dam hier dan toch?” Terwijl ik er stond te kijken, kwamen vijf jonge zwarte mensen het huis inspecteren. Zoals bekend verzin ik nooit iets.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/13/een-volle-trein-naar-antwerpen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Aspirine alsof het drop was</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/10/aspirine-alsof-het-drop-was/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/10/aspirine-alsof-het-drop-was/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 09 Dec 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frits Abrahams</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/10/aspirine-alsof-het-drop-was/</guid>
		<description><![CDATA[Ieder mens is blij als hij zich als ervaringsdeskundige kan melden, het is het enige terrein van deskundigheid waarop hij zelf de baas kan blijven. Ik veerde dan ook verheugd op bij het artikel dat Wim Köhler gisteren in deze krant over aspirine en kanker schreef. Ha! Eindelijk kon ik mijn bescheiden medische ervaring inzetten [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Ieder mens is blij als hij zich als ervaringsdeskundige kan melden, het is het  enige terrein van deskundigheid waarop hij zelf de baas kan blijven. Ik veerde dan ook verheugd op bij het artikel dat Wim Köhler gisteren in deze krant over aspirine en kanker schreef. Ha! Eindelijk kon ik mijn bescheiden medische ervaring inzetten voor een goed doel: voorlichting.</p>
<p>Niet dat ik eigen ervaring met kanker heb – gelukkig maar. Maar aspirine, ja, daar heb ik een tijdje wel pap van gelust. Achteraf mag ik dat als een van de grote zegeningen van mijn leven beschouwen, begrijp ik nu. Britse artsen zouden hebben aangetoond dat de kans op kanker met zeker 20 procent afneemt als je langer dan vier jaar achtereen dagelijks een aspirine met 80 milligram acetylsalicylzuur slikt. Het beschermende effect zou nog twintig jaar duren. Aspirine beschermt vooral tegen kankers in het spijsverteringskanaal. </p>
<p><span id="more-1478"></span></p>
<p>„Hoe langer iemand aspirine slikt, hoe beter hij tegen kanker is beschermd”, schrijft Köhler. De onderzoeker Peter Rothwell slikt al een paar jaar iedere dag een aspirine.</p>
<p>Ach, had mijn moeder dit nog mogen meemaken. Zij strooide met aspirine (‘aspro’s’) alsof het Engelse drop was. Voor elk pijntje een asprootje. Niemand hoefde onnodig te lijden, vond ze, en zeker kinderen niet. Het was geen gemakzucht, maar bezorgdheid. Omdat ik in mijn jeugd veel last van hoofdpijn had, gaf ze me enkele keren per week aspirine. Andere kinderen keken me verbaasd aan als ik dat vertelde. Bij hen thuis was in die tijd vaak helemaal geen aspirine voorradig.</p>
<p>Het behoort tot mijn prettigere jeugdherinneringen: op bed met de zure smaak van het opgeloste aspirientje op je tong en dan in de schemer van de slaapkamer afwachten tot de koppijn in korte tijd tot capitulatie gedwongen wordt. De aspirine als nooit falende bondgenoot tegen het kwaad. Ik ben mijn moeder er altijd dankbaar om gebleven, al rees in de loop van de jaren wel de vraag of het medisch zo verstandig was geweest. </p>
<p>Had veelvuldig gebruik niet bepaalde gevolgen, vooral voor de maag?</p>
<p>Ja, dat had het. Ik merkte het pas toen ik als volwassene sterke drank begon te gebruiken. Borrel, cognac en whisky sneden door mijn maag als zaagmessen. Zelfs van wijn kreeg ik op den duur last; alleen bier kon ik zonder gevolgen drinken. Een poosje heb ik gedacht dat dit erbij hoorde, zoals geslachtsziekte bij onveilige seks, totdat ik bij andere drinkers merkte dat ze het verschijnsel niet of nauwelijks kenden.</p>
<p>Moeder Natuur had het van mijn moeder overgenomen en beschermde me nu preventief. Want je laat het snel uit je hoofd om sterke drank te drinken als je er zoveel last van krijgt. </p>
<p>Dankzij deze ervaring kijk ik met de nodige verbazing naar de adviezen van die Britse artsen. Beseffen ze dat die verlaagde kans op kanker afgewogen moet worden tegen schade aan de maag? Gelukkig kwam in het artikel van Köhler een Nederlandse arts, de epidemioloog Martijn van Oijen, aan het woord die de bevindingen van de Britse medicijnmannen relativeerde. Hij wees op het gevaar dat aspirine inderdaad maagbloedingen, maagzweren en andere maagklachten kan veroorzaken. „Ik ben dertig, ik begin echt nog niet aan de aspirine’’, zei hij.</p>
<p>Mijn respect voor deze arts gaat door mijn maag.</p>
<p />
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/10/aspirine-alsof-het-drop-was/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De brief heeft  iets heiligs</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/09/de-brief-heeft-iets-heiligs/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/09/de-brief-heeft-iets-heiligs/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 08 Dec 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frits Abrahams</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/09/de-brief-heeft-iets-heiligs/</guid>
		<description><![CDATA[In de sneeuwpap op straat lag een witte envelop. Van de Belastingdienst, zag ik, toen ik hem had opgeraapt. Ik kende alleen hun blauwe enveloppen – geen geliefde jongens, maar je was in ieder geval een gewaarschuwd mens zodra je ze zag. De envelop was nog gesloten. Ik veegde de modder eraf en las het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>In de sneeuwpap op straat lag een witte envelop. Van de Belastingdienst, zag ik, toen ik hem had opgeraapt. Ik kende alleen hun blauwe enveloppen – geen geliefde jongens, maar je was in ieder geval een gewaarschuwd mens zodra je ze zag. De envelop was nog gesloten. Ik veegde de modder eraf en las het adres: een van de flats aan mijn rechterhand.</p>
<p>Iemand had hem verloren, vermoedelijk de postbode zelf. Ik zocht met mijn ogen de lange straat af – geen postbode te zien. Zou ik hem dan maar zelf posten? Die postbodes hadden het tegenwoordig al moeilijk genoeg. Als ze pech hadden, liepen ze hun eigen ontslagbrief te bezorgen. Ik liep naar de flat, vond de naam van de geadresseerde en liet de brief in de bus glijden. </p>
<p><span id="more-1477"></span></p>
<p>Goede daad verricht, klopje op de eigen schouder, en maar weer verder. </p>
<p>Twee straten verderop zag ik een postbode van TNT lopen. </p>
<p>„Misschien hebt u net een envelop verloren”, zei ik tegen hem, „ik heb hem zelf maar even gepost.” Een mens wil erkenning voor zijn werk.</p>
<p>Hij keek me niet-begrijpend aan. Een tel later zag ik waarom: hij moest eerst de dopjes van de iPod uit zijn oren halen. Ik herhaalde mijn mededeling, maar weer was het alsof hij me niet begreep. Toen zei hij: „I don’t understand, I’m English.” </p>
<p>Blij dat ik ooit een beetje Engels had geleerd, zodat ik me ook in eigen land verstaanbaar kon maken tegenover de postbode, vertelde ik hem hoe hulpvaardig ik was geweest. De aardigheid was er nu wel af, maar keerde toch gedeeltelijk terug toen hij uitriep: „Wonderful! Thank you very much!”</p>
<p>Eindelijk weer een buitenlander die, geïnterviewd door een krant, over Nederland zal zeggen: „Nederlanders? Geweldige mensen. Ze staan altijd voor je klaar. Ik heb eens meegemaakt dat ik een envelop verloor en dat…”</p>
<p>Zo liep ik dagdromend verder, steeds meer vervuld van gedachten die met verloren enveloppen te maken hadden. Hoe rampzalig konden de gevolgen wel niet zijn wanneer een envelop niet of verkeerd bezorgd werd? </p>
<p>Je zat te wachten op de reactie op een sollicitatie. Zou het een uitnodiging  worden voor een gesprek of een afwijzing? Stel: een uitnodiging. Dan zou je dus niet meteen reageren en mogelijk een baan verspelen door vermeend gebrek aan interesse. Stel: een afwijzing. Dan zou je nog weken in onzekerheid verkeren en ten onrechte verzuimen op andere personeelsadvertenties te reflecteren.</p>
<p>Misschien had de envelop een rouwbrief bevat. Een bekende, met wie je weinig contact meer had, was overleden. Je reageerde niet en kwam er pas weken later achter dat er iets verschrikkelijks was gebeurd toen je aan de weduwe vroeg: „Hoe gaat het toch met Hans?”</p>
<p>Het had ook een liefdesbrief kunnen zijn, bestemd voor jou en geschreven door de vrouw van je overbuurman. De postbode verloor hem, de overbuurman vond hem op straat, herkende een bekend handschrift en vroeg zijn vrouw om uitleg.</p>
<p>Allemaal rampen die een mens kunnen overkomen omdat een brief per ongeluk niet aankomt. Maar ik troost me met de gedachte dat het vermoedelijk weinig voorkomt. De brief heeft nog iets heiligs en onschendbaars. Dat besefte ik toen ik hem zo weerloos op straat zag liggen. Er bestaat nog steeds zoiets als briefgeheim. Wat je iemand anders schrijft, blijft in principe geheim. Kom daar nu eens om in het tijdperk van e-mail en WikiLeaks. <em>Alles</em> ligt op straat.  </p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/09/de-brief-heeft-iets-heiligs/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoe waren ze binnengekomen?</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/08/hoe-waren-ze-binnengekomen/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/08/hoe-waren-ze-binnengekomen/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 07 Dec 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frits Abrahams</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/08/hoe-waren-ze-binnengekomen/</guid>
		<description><![CDATA[Op de dag dat John Lennon dertig jaar geleden werd vermoord, moet ik me over een ander type moord buigen. Ik kan het ook niet helpen. Het gebeurde toevallig deze week en het was, net als in het geval van Lennon maar wel om een andere reden, een aangrijpende ervaring. „Een vlo!” riep mijn vrouw. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Op de dag dat John Lennon dertig jaar geleden werd vermoord, moet ik me over een ander type moord buigen. Ik kan het ook niet helpen. Het gebeurde toevallig deze week en het was, net als in het geval van Lennon maar wel om een andere reden, een aangrijpende ervaring.</p>
<p>„Een vlo!” riep mijn vrouw. </p>
<p>Ze zat op haar knieën over onze kat gebogen, die loom op een tapijt lag uitgestrekt als een, als een…als een kat. Als ze ‘een bom!’ had uitgeroepen, zou onze verbijstering niet groter zijn geweest. De laatste keer dat een vlo bij ons huisvredebreuk pleegde, was een jaar of tien geleden. Die heeft er niet lang van mogen genieten. Wij maakten verbeten jacht op hem en executeerden hem standrechtelijk.   Waarom destijds zoveel haast? Het had te maken met een trauma uit het begin van ons huwelijk. We hadden voor het eerst een kat, zonder enig benul van mogelijke gevolgen. Dat vlooien graag tussen de haren van (huis)dieren leven, was ons onbekend. Dagelijks kammen, regelmatig antivlomiddelen toedienen? Wisten wij veel.  We kwamen er na een vakantie vanzelf achter toen de vlooien ons, gastvrij als ze zijn, uitbundig begroetten door op onze blote benen te springen.„Welkom!” riepen ze, „kom mee naar zolder, daar hebben we in de biezen matten een heel wooncomplex ingericht, inclusief crèche en eiermarkt.” We gingen mee en hebben boven heel wat afgejeukt. Gelukkig moesten we kort daarna verhuizen. Nog altijd vraag ik me af waarom de nieuwe eigenaar later geen juridische procedure tegen ons begonnen is. Als je een huis niet met een verborgen gebrek mag verkopen, dan zal het ook wel niet met verborgen vlooien mogen. Daarna hebben we onze grenzen hermetisch voor vlooien afgesloten. Er is nooit meer een vlo door de bewaking geslipt, behalve die ene, vermoedelijk meegenomen door een bezoeker. En nu dus weer een. </p>
<p><span id="more-1476"></span></p>
<p>Mijn vrouw liet hem zien: een zwarte stip, gevangen tussen de spijlen van een plastic vlooienkammetje. „Een wijfje”, zei ze deskundig, „die zijn groter dan het mannetje.”Dit wijfje hoefde niet op vrouwelijke solidariteit te rekenen. Mijn vrouw zette haar duimnagels tegen elkaar en plette het beestje zonder pardon. Knáp! Ik zou het geen moordlust willen noemen, maar met eerbied voor het leven zoals God het vermoedelijk gewild heeft, had het ook weinig te maken. Hiermee was het jachtseizoen officieel geopend, want een vlo is een gezelschapsdier en je moet dus altijd kijken wie hij of zij voor de gezelligheid heeft meegenomen. Het waren er drie, telden we in de daaropvolgende dagen. Dat viel nog te overzien, maar je weet nooit wat er allemaal nog wordt uitgebroed achter plinten en tussen naden. Onderschat de vlo nooit. „Het zijn zwaar gepantserde dieren die in volwassen toestand uitsluitend van bloed leven”, staat in mijn <em>Prisma kattenboek</em>.   Hoe waren ze binnengekomen? Dat was een groot, verontrustend raadsel. Onze kat komt al jaren niet meer buiten, zij was dus onschuldig. Zij moest het hebben opgelopen bij een besmette bezoeker, maar het was ook mogelijk dat wij de vlooien zelf hadden meegenomen van een bezoek. Met het oog op de bestrijding zou het goed zijn om te weten waar die vlooien vandaan kwamen, maar je kunt moeilijk je familie en vrienden opbellen met de vraag: „Hebben jullie misschien vlooien?”  Stel je voor dat ze zeggen: „Sinds jullie geweest zijn – ja.”</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/dag/2010/12/08/hoe-waren-ze-binnengekomen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

