Op de dag dat John Lennon dertig jaar geleden werd vermoord, moet ik me over een ander type moord buigen. Ik kan het ook niet helpen. Het gebeurde toevallig deze week en het was, net als in het geval van Lennon maar wel om een andere reden, een aangrijpende ervaring.
„Een vlo!” riep mijn vrouw.
Ze zat op haar knieën over onze kat gebogen, die loom op een tapijt lag uitgestrekt als een, als een…als een kat. Als ze ‘een bom!’ had uitgeroepen, zou onze verbijstering niet groter zijn geweest. De laatste keer dat een vlo bij ons huisvredebreuk pleegde, was een jaar of tien geleden. Die heeft er niet lang van mogen genieten. Wij maakten verbeten jacht op hem en executeerden hem standrechtelijk. Waarom destijds zoveel haast? Het had te maken met een trauma uit het begin van ons huwelijk. We hadden voor het eerst een kat, zonder enig benul van mogelijke gevolgen. Dat vlooien graag tussen de haren van (huis)dieren leven, was ons onbekend. Dagelijks kammen, regelmatig antivlomiddelen toedienen? Wisten wij veel. We kwamen er na een vakantie vanzelf achter toen de vlooien ons, gastvrij als ze zijn, uitbundig begroetten door op onze blote benen te springen.„Welkom!” riepen ze, „kom mee naar zolder, daar hebben we in de biezen matten een heel wooncomplex ingericht, inclusief crèche en eiermarkt.” We gingen mee en hebben boven heel wat afgejeukt. Gelukkig moesten we kort daarna verhuizen. Nog altijd vraag ik me af waarom de nieuwe eigenaar later geen juridische procedure tegen ons begonnen is. Als je een huis niet met een verborgen gebrek mag verkopen, dan zal het ook wel niet met verborgen vlooien mogen. Daarna hebben we onze grenzen hermetisch voor vlooien afgesloten. Er is nooit meer een vlo door de bewaking geslipt, behalve die ene, vermoedelijk meegenomen door een bezoeker. En nu dus weer een.
Lees verder »