Archief voor: juli 2010


Nieuwe mythes

De babyboomers worden wel eens een bevoorrechte generatie genoemd, maar misschien mag daar vanaf 11 juli 2010 eindelijk een fiks vraagteken achter worden gezet.

Drie verloren WK-finales! Hoezo bevoorrecht? Je zult maar met zo’n loodzware last aan trauma’s je kist in moeten – dan kun je de kans op welke vorm van verrijzenis dan ook voorgoed vergeten.

De babyboomers werden door jongeren altijd nogal meewarig aangestaard als ze „weer eens over 1974” of „over de bal op de paal van Rensenbrink in 1978” begonnen. Dat wisten ze nou wel. Maar ze wisten niks. Tot gisteravond.

Lees verder »

Nieuwe dingen

Sinds kort heb ik een nieuwe laptop. Dat is geen mededeling waarmee ik de wereld aan het schokken krijg, maar voor mij is het een ontoelaatbare aantasting van mijn laatste zekerheden. Op mijn oude laptop vond ik blindelings mijn weg, fluitend schreef ik mijn stukjes, ach, eigenlijk hoefde ik ze niet meer zelf te schrijven, mijn laptop nam het al van me over als ik eens een mindere dag had.

Nu wachten me elke morgen onaangename verrassingen. Opeens blijkt het lettertype of de breedte van mijn schermpagina ’s nachts door een duistere hand veranderd en moet ik weer vloekend aan de slag om de schade te herstellen. Ik ben de tuinder die ’s morgens moedeloos de gewassen inspecteert die door een onverhoedse storm zijn verwoest.

Lees verder »

„En zo, luisteraars”

In de ontwikkeling van Jan Blokker als columnist zit een duidelijke breuk, zag ik toen ik zijn oude bundels doornam. Vanaf 1954 schrijft hij voor het Algemeen Handelsblad zijn eerste cursiefjes, twee jaar later gebundeld in Knollen en citroenen. Het zijn nog tamelijk milde observaties van verschijnselen uit het dagelijks leven, dichter bij Carmiggelt en Bomans dan bij de Blokker die zich later vooral in de Volkskrant zal ontpoppen als een grimmig scepticus.

Voor het Handelsblad gaat Blokker er veel op uit. Hij bezoekt en beschrijft Limburg, de Afsluitdijk, Berlijn, de Franse zuidkust.

Lees verder »

„En nou genieten!”

Uiteraard wil ik liever geen roet in de feestvreugde gooien, maar toch bleef er ook gisteravond na afloop van ‘de wedstrijd’ vooral één vraag door mijn hoofd spoken: wanneer gaat het Nederlands elftal nou verdomme eindelijk eens behoorlijk voetballen?

Ik geef toe dat het een beetje een ongepaste vraag is, zeker tegen de achtergrond van alle euforische gevoelens, die op de tv zelfs culmineerden in de onvergetelijke aanblik van een speler (Wesley Sneijder) die giechelend langdurig plaatsnam op de knie van een NOS-journalist (Jack van Gelder) – leve de vrijende nieuwsgaring.

Lees verder »

Bij de Eiger

Het zien van de Duitse speelfilm Nordwand is niet de beste manier om je hoogtevrees te overwinnen. Toch ging ik erheen, op advies van Arnon Grunberg, die in zijn column in de Volkskrant schreef dat de film veel indruk op hem had gemaakt.

Ik kreeg geen spijt. De film gaat over topsport (bergbeklimmen) en de waarde daarvan voor staat en media op het gebied van propaganda en commercie. Vier klimmers in dit ‘waargebeurde verhaal’, twee Duitsers contra twee Oostenrijkers, proberen in 1936 de levensgevaarlijke Nordwand van de Zwitserse Eiger te bedwingen. Op de achtergrond dreunen de nazilaarzen steeds luider.

Lees verder »

De kaalkop

Andere tijden, ander haar. De mannelijke kaalkop is in de mode. Weg met al die toupetjes en haartransplantaties, kom rustig voor je kaalheid uit en bewondering zal je deel zijn.

Er zijn onverwachte inkijkjes in het nabije verleden nodig om je opeens bewust te worden van zulke merkwaardige ontwikkelingen. Laatst kreeg ik een nummer in handen van het literaire tijdschrift Tirade.

Het was van maart 1979 en op de voorkant prijkte een foto van de Belgische dichter Herman de Coninck, toen 35 jaar oud. De Coninck had kennelijk vroeg last van kaalhoofdigheid. Aan de zijkanten was zijn hoofd nog enigszins begroeid, maar bovenop prijkten slechts enkele slierten haar, die zorgvuldig schuin naar voren waren gekamd.

Lees verder »

Vaderlandsliefde

Voetbal is dezer dagen in de eerste plaats nationalisme. Ik hoef maar op mijn eigen kijkgedrag af te gaan om dat te concluderen. Alle wedstrijden van het Nederlands elftal op het WK noteer ik weken tevoren in mijn agenda, de andere wedstrijden zijn facultatief. In de praktijk komt het erop neer dat ik maar weinig van die andere wedstrijden heb gezien.

Zo zal het menigeen vergaan, vermoed ik. In het begin van zo’n toernooi ben je geneigd naar wat meer andere wedstrijden te kijken, maar al spoedig raak je verzadigd, ook door het dit keer teleurstellende niveau. Maar voor het eigen nationale elftal is vrijwel iedere liefhebber bereid midden in de nacht op te staan als dat nodig is.

Lees verder »

De tv-Bomans

Dat Godfried Bomans volgend jaar alweer veertig jaar dood is, kan ik nauwelijks bevatten. Veertig jaar! Dat is een andere tijd en een andere generatie. Toch zie ik hem altijd onmiddellijk voor me als zijn naam valt, alsof het mijn eigen vader is. Als hij in een drukke winkelstraat achter me zou lopen en ik hoorde zijn stem, zou ik niet om hoeven kijken om te weten: Bomans.

Dat is de macht van de televisie, waarop Bomans een gevierde verschijning werd in een tijd dat er nog maar een, twee netten waren. Op een onlangs geopende tentoonstelling over Bomans in De Hallen in Haarlem neemt de tv-Bomans dan ook terecht een belangrijke plaats in. Natuurlijk was hij in de eerste plaats schrijver, maar als schrijver kon hij pas dankzij de tv tot een publieke persoon uitgroeien, een van de bekendste Nederlanders van zijn tijd.

Lees verder »