Archief voor: maart 2010


Hoofddoek

Rond het middaguur nam ik de trein richting Amersfoort. Ik had beneden in de hal een krantje en een croissantje gekocht (niet omdat het rijmt) en zocht nu een rustige plek.

Meteen achter de deur van het compartiment van de eersteklas zat een vrouw van rond de dertig jaar met een grote, kleurige hoofddoek om. Het was het type hoofddoek, fors en royaal om het hoofd gewikkeld, dat je eerder bij Turkse dan Marokkaanse vrouwen ziet.

De vrouw hield een hand voor zich op het tafeltje en lakte haar nagels. Ze deed het traag en met grote toewijding, alsof ze aan een schilderij met eeuwigheidswaarde penseelde. Toch moest ze opschieten, want als de trein eenmaal reed werd het een lastiger karwei.

Lees verder »

De mooiste straat

In de Eerste Leliedwarsstraat in de Amsterdamse Jordaan staat een piepklein museum: het Theo Thijssen Museum, gevestigd in het herbouwde geboortehuis van Thijssen. Er loopt nu een piepkleine tentoonstelling: ‘de Jordaan in de literatuur’.

Of ze het erom gedaan hebben, weet ik niet, maar toen ik weer buiten stond dacht ik: de Jordaan in de literatuur is vooral Theo Thijssen. Het is een indruk die bijna niet te vermijden is. Van de dode schrijvers die veel over de Jordaan hebben geschreven, is hij met Multatuli de meest springlevende, vooral dankzij zijn nuchtere stijl. Jan Mens, Theun de Vries, Jan Ligthart, Justus van Maurik, Israël Querido, Sal Santen, G.P. Smis – wie leest ze nog?

Lees verder »

Haastig trekje

Mijn overbuurman van tweehoog verschijnt regelmatig op zijn kleine voorbalkon om een sigaretje te roken. Alleen al daaraan kan ik zien dat hij niet alleen woont. Hij moet een huisgenoot hebben die dringend tegen hem heeft gezegd: „In godsnaam, verlos me van die stank en ga buiten roken.”

Misschien heeft zijn partner er nog aan toegevoegd: „Ik trek het niet meer.” Vroeger zeiden we dat we het niet meer zagen zitten, of dat we er genoeg – misschien zelfs wel tabak – van hadden, maar tegenwoordig trekken we het niet langer. En we kijken erbij alsof we niet begrijpen dat we het nog zo lang hebben kúnnen trekken. We zijn werkelijk doodop.

Lees verder »

Moedermoord

We beseffen pas dat we van onze moeder hielden als ze er niet meer is, schijnt Guy de Maupassant ooit geschreven te hebben.

Het is het motto van de ongewoonste film die ik de laatste tijd zag: J’ai tué ma mère van de Canadese filmer Xavier Dolan. Geen film voor een groot publiek, ook uit Amsterdam is hij alweer verdwenen, maar wel een die nog dagen op mijn netvlies natrilde, al heb ik zelf nooit de neiging gehad mijn moeder te vermoorden. Het wonder van deze film is in de eerste plaats de maker zelf, Xavier Dolan, een jongen van twintig, die niet alleen de film schreef en regisseerde, maar ook de hoofdrol voor zijn rekening nam – en hoe.

Lees verder »

Herstel van vertrouwen

Copywriters maken tegenwoordig overuren om teksten te vervaardigen waarin bedrijven aankondigen dat ze hun leven zullen beteren. Ik lees zulke teksten altijd met veel plezier, ze verschaffen me een primitief soort genoegdoening. Als je tussen de regels door goed leest, proef je enig schuldbesef bij het bewuste bedrijf. De problemen zijn lang gebagatelliseerd, maar men heeft zijn maatregelen genomen en heus, beste mensen, dit zal niet meer gebeuren!

Zo ontving ik een sympathieke brief van de klantenservice van de Nederlandse Spoorwegen. „Geachte heer Abrahams”, schreef Boukje Bügel, commercieel directeur mij, „het winterweer heeft Nederland, en ook NS, in de maanden december en januari parten gespeeld. Een sterke ontregeling van het treinverkeer was het gevolg, met veel ongemak voor u.”

Lees verder »

Lege restaurants

Ik liep door de Plantagebuurt in Amsterdam. Een zachte avond, lente, het leven was weer begonnen. Voorbijgangers die hun jas lieten openhangen, jonge mensen op een terrasje, lachende stemmen.

Het was zeven uur, etenstijd. In de Plantage Kerklaan keek ik wat restaurants binnen. Aan de ene kant waren er vier naast elkaar, een Indonesiër, een Japanner, een Italiaan en een Chinees. Aan de overkant was één zaak, een pizzeria. Pas toen ik ze allemaal gepasseerd was, drong het tot me door dat er vrijwel niemand zat te eten. Ik maakte een ommetje en keerde een half uur later naar deze plek terug. Nog steeds hetzelfde beeld: weinig eters.

Lees verder »

Zeehondje

Een groot mensenliefhebber was hij niet, Nescio.

„Over drieën was ik in Vlissingen, nix an. Een dom casino, dan die domme scheepsbouw met die malle balansen, nix an. Klootjesvolk bij den weg. Ik den trein naar Middelburg gepakt. Daar in de Abdij een bieffi gegeten om half zes, criant vervelend. De domme menschen hielden hun domme smoelen, den heelen dag heb ik niet met smaak gegeten.”

Het staat in Brieven uit Veere, een fraai boekje met twee nooit eerder verschenen brieven van Nescio aan zijn vrouw, uitgegeven door Van Oorschot en van een verhelderende toelichting voorzien door Lieneke Frerichs.

Lees verder »

Mao Obama

Amerika wordt een ‘Europese knuffelstaat’, hoorde ik een teleurgestelde Republikein zeggen. Waarom? Omdat dertig miljoen onverzekerde Amerikanen nu een verplichte ziekteverzekering krijgen. ,,Mao Obama!’’ riepen demonstranten. Daar kijken wij, in het communistische Europa, toch wel even van op.

,,This is what change looks like’’, zei Obama op ingetogen toon, want hij weet dat retoriek niet altijd uitbundig hoeft te zijn. Triomfalisme past niet bij hem en zou onder de huidige omstandigheden ook onverstandig zijn. Politieke commentatoren vragen zich nu al af of hij geen Pyrrusoverwinning heeft behaald, omdat de Republikeinen zich met verdubbelde afkeer tegen hem zullen keren. Te pessimistisch gedacht?

Lees verder »

Twee vragen

Nu de moord op Milly is opgelost – niet door de politie maar door de dader zelf – blijf ik achter met twee lastige vragen.

Vraag een: hoe crisisbestendig is onze politie?

Vraag twee: waarschuwen we onze kinderen indringend genoeg voor potentieel onheil?

Op de politie in Dordrecht leek weer eens de Wet van Edward A. Murphy van toepassing. Die wet luidt: „Als er meer dan één manier is om een taak te doen en één van die manieren zal in een ramp resulteren, dan zal iemand het zo doen.” Vervang in de vorige zin ‘ramp’ door ‘blunder(s)’ en we zien de politie in Dordrecht aarzelend aan het werk.

Lees verder »

Uitgestoken hand

In de Rotterdamse metro stapten bij station Rijnhaven drie Marokkaans-Nederlandse jongens van een jaar of vijftien, zestien naar binnen.

Waarom ik hun afkomst noem, zal uit het verdere verloop van de gebeurtenissen blijken. Het was halverwege de middag en stil in dit gedeelte van het treinstel.

Op sommige plaatsen staan in de Rotterdamse metrovoertuigen twee rijen stoelen tegenover elkaar met het middenpad als tussenruimte. Ik zat er als enige, de schaarse andere reizigers bevonden zich op zeker dertig meter afstand. De jongens marcheerden snel over het middenpad, voorop de jongen die later ook de leider bleek te zijn. Hij droeg een lichte bloes over zijn broek en had kortgeknipt haar.

Lees verder »