De erotische pater
Op een aantal katholieke Duitse gymnasia en andere scholen zijn in de jaren zeventig en tachtig leerlingen door jezuïeten misbruikt, zo werd deze week bekend.
Het nieuws haalde in Nederland niet alle kranten, omdat het daarvoor kennelijk te gewoon is geworden. Toen ik het las, moest ik onmiddellijk denken aan het boek De pater en het meisje van de journalist Gerard van Westerloo, dat volgende week verschijnt.
Een opmerkelijk boek omdat Van Westerloo hier het ontleedmes van de onderzoekende reporter kan combineren met eigen ervaringen, ontleend aan een schrijnend stukje familiegeschiedenis. Van Westerloo komt uit een streng katholiek gezin met vier kinderen uit de Amsterdamse Pijp. Zijn zus Tineke kreeg in jaren vijftig op 13-jarige leeftijd een relatie met de 32-jarige ‘pater Frits’ (zijn echte voornaam), een huisvriend van de familie. Enkele jaren later werd pater Frits plotseling overgeplaatst. Zijn orde, die van de Maristen, had ingegrepen, maar deed er verder het zwijgen toe.
Vijftig jaar later duikt Van Westerloo in de zaak, hij spreekt met zoveel mogelijk betrokkenen, zijn zus en pater Frits voorop. Vooral zijn ontmoetingen met de pater zijn fascinerend, omdat hij hem elke keer, als een quasi-achteloze inspecteur Columbo, brokjes belastende informatie ontfutselt die een steeds scherper licht op deze geschiedenis werpen.
De pater probeert zich, zuchtend en draaiend, uit de nesten te wurmen, maar bij elke nieuwe hypocriete wending in zijn smoezen wordt duidelijker hoe kwalijk zijn rol is geweest.
Pater Frits had niet alleen een verhouding met Tineke, hij onderhield allerlei erotische contacten met meisjes, jongens en ook een getrouwde vrouw. Toch bleef hij priester, later in Duitsland samenwonend met een huishoudster.
De pater en het meisje is een boek dat doortrokken is van een zekere machteloze boosheid, met name bij Van Westerloo en zijn zus. Het mondt uit in een indrukwekkend slothoofdstuk waarin zij samen bij de pater op bezoek gaan om hem alsnog tot enig kritisch zelfinzicht te bewegen. Maar de pater ontkent weer eens dat er echte erotiek tussen hem en Tineke was, het was maar ‘vertrouwelijkheid’. „Waarin je te ver ging”, zegt Tineke. „Ik heb dat gek genoeg nooit ondervonden als iets verkeerds”, zegt de pater.
Halverwege zijn boek toont Van Westerloo ook enig begrip voor de man: „Wat hij Tineke aangedaan heeft, dat heeft de Kerk hem aangedaan. Die heeft van hem een dubbelhartig mens met een geheim gemaakt.”
Met haar dubbele moraal heeft de Kerk tal van gelovigen destijds misvormd, maakt Van Westerloo duidelijk. „Ik weet wel zeker”, zegt hij tegen de pater, „dat ik met een vrijere en minder rigide moraal als die u ons indertijd oplegde, ook een beter en minder geremd seksleven gekend zou hebben.”
Nu alles achter de rug is, verwacht Van Westerloo dat de pater op zijn minst zijn eigen verantwoordelijkheid erkent. „Heeft hij zich ooit afgevraagd welke schade hij Tineke daarmee berokkende? Ik denk het niet.”
Nee, want paters als deze Frits hoefden zich dat nooit af te vragen zolang zij in de rug werden gedekt door een zwijgende, katholieke kerk. „Hij is wat hij altijd gebleven is”, zegt Tineke aan het slot tegen haar broer.
„Hopeloos. Een priester.”




