Archief voor: november 2009


Het kind vertrekt

De beste ideeën liggen zozeer voor de hand dat bijna niemand erop komt. Wat een goed idee, dacht ik dan ook, toen ik op het IDFA in Amsterdam de korte omschrijving las van de documentaire The Kids Grow Up van Doug Block: een filmmaker volgt zijn bijna 17-jarige dochter in het jaar voor ze het ouderlijk huis verlaat.

Lucy Block vertrekt van de oostkust van de Verenigde Staten, waar ze bij haar ouders woont, naar een universiteit in Californië. Ze is enig kind van Doug en Marjorie, die ook nog een zoon uit een eerder huwelijk heeft. Wat betekent het afscheid voor Lucy zelf, maar vooral voor haar ouders? De gevolgen blijken voor haar ouders uiteindelijk ingrijpender te zijn dan voor Lucy.

Lees verder »

Zo simpel

De situatie begon penibel te worden. We werden ’s nachts ruw uit onze slaap gehaald, elke nacht weer wat vroeger, en ook daarna bleef het nog lang hommeles. Met rode oogjes keken we elkaar de volgende ochtend aan: dit kon zo niet langer, wat te doen?

Nee, het was geen barbaarse buurman die tot in de vroege uurtjes liederlijke feesten vierde, het was ook geen naburig café dat zich slecht aan de sluitingstijden hield – het was maar een kat, nog wel onze eigen kat, officieel genaamd Anne Vondeling.

Lees verder »

Hollands stadje

De discussies in de Tweede Kamer tussen PVV’er Fritsma en minister Van der Laan stellen mij als vaderlandslievend Nederlander zelden teleur. Als er zoiets bestaat als een Nederlandse volksaard, dan wordt die door beide heren, elk op zijn eigen manier, volmaakt belichaamd.

Als zij elkaar het leven enigszins zuur maken, zoals de afgelopen dagen, is het alsof je naar een matige, nogal kluchtige Nederlandse speelfilm uit de jaren vijftig zit te kijken. Het speelt zich af in een Fries stadje, en Sietse Fritsma is er de enige drogist, een zelfgenoegzaam aangelegde man, die zijn monopoliepositie waakzaam koestert. Niets ontgaat hem, als hij even niets te doen heeft, kijkt hij spiedend de winkelstraat in, waar zich soms een of twee nog wat verlegen hangjongeren ophouden.

Lees verder »

Het Nieuwe Rijk

Een persiflage is geslaagd als je bij de eerste aanblik erin gelooft en pas na grondiger bestudering beseft dat je in de maling genomen wordt. Mijn petje dan ook af voor de bedenkers van de folder Nieuw reisdocument aangevraagd?, waarmee veel burgers gisteren aan het ontbijt werden verrast. Menigeen zal zich in zijn beschuitje hagelslag hebben verslikt.

Voor wie de folder niet heeft gekregen: daarin werd de burger op de mogelijkheid gewezen kosteloos zijn burgerservicenummer op zijn linkerarm te laten tatoeëren. Het kon ook op de rechterarm „indien het voor u fysiek onmogelijk is om de tatoeage op uw linkerarm te laten plaatsen’’. Dat was een geloofwaardige toevoeging, zoals het van de bedenkers ook slim was om de tatoeage ‘kosteloos’ te laten verrichten – daar zijn Nederlanders altijd gevoelig voor.

Lees verder »

Wild eten

Wij gingen eten in het ROC-restaurant in Hilversum, waar leerlingen van de horecaopleiding koken en serveren. Ik had mijn aantekenboekje bij me. Daardoor voelde ik me als zo’n inspecteur van de Michelingids, over wie ik net een boeiende reportage in The New Yorker had gelezen.

Een vreselijk beroep moet dat zijn. Michelin heeft nooit pottenkijkers toegestaan, maar omdat ze in de Verenigde Staten nog niet beroemd genoeg zijn, mocht voor één keer een verslaggever mee-eten met de inspecteur, een vrouw in dit geval. Voor een laag salaris moet zij vaak tweemaal per dag in alle eenzaamheid en anonimiteit aandachtig een maaltijd naar binnen slaan. Ze dient alle gangen te nemen en alles op haar bordje te verorberen.

Lees verder »

Genie in de fout

Personen en verschijnselen belichten waar je niet of nauwelijks van gehoord had – het is een van de voornaamste missies van het IDFA, het jaarlijkse documentairefestival in Amsterdam.

Dit jaar verraste het IDFA mij met The Genius and the Boys, een film van de Zweed Bosse Lindquist over de arts-natuurkundige en Nobelprijswinnaar Daniel Carleton Gajdusek (1923-2008). Enkele jaren geleden liep Gajdusek nog zelf op het festival rond, als bezoeker die anoniem in het centrum van Amsterdam woonde. Hij was op de vlucht voor de publieke opinie in de Verenigde Staten die schande van hem sprak. Hij had er een gevangenisstraf van twaalf maanden uitgezeten.

Lees verder »

De thuiskomst

Er wachtte Jan Peter Balkenende een lastig weerzien met zijn echtgenote, toen zijn chauffeur de dienstauto voor de woning in Capelle aan den IJssel had geparkeerd.

Je kon niet zeggen dat ze hem stralend stond op te wachten, al deed ze haar uiterste best.

Pas toen de auto weer vertrokken was en ze met Jan Peter in de vestibule stond, liet ze zich gaan. „Ik vind het zó rot voor je”, zei ze met een korte snik, terwijl ze hem door zijn haar streek.

Hij week met zijn bovenlichaam iets terug en keek haar effen aan. „Hoezo?”

Lees verder »

Paul Wilders

Een fascinerende, nieuwe verschijning in de Nederlandse openbaarheid was voor mij deze week Paul Wilders, de negen jaar oudere broer van Geert, bij Pauw & Witteman. Je constateert, ‘als je het weet’, eerst de overeenkomsten – vooral een zeer vage uiterlijke gelijkenis – maar de verschillen sprongen al snel meer in het oog.

Vooral het verschil in spreektrant was zo groot dat je bijna ging denken dat Paul het erom deed. Waar Geert zijn boodschap als een scheurende pizzakoerier uitvent, bediende Paul zich nog van de postkoets. Trage, meanderende zinnen vergden het uiterste van het geduld van de presentatoren en vermoedelijk ook van de kijkers.

Lees verder »

Placentavocht

Als alles goed is verlopen, lag Robin van Persie dezer dagen op een behandeltafel in Belgrado, waar een vrouwelijke wonderdokter, genaamd Mariana Kovacevic, zijn gescheurde enkelbanden inwreef met het vocht van een, mogelijk uit een paard afkomstige, placenta.

Ook tijdens het optikken van deze lange beginzin voel ik weer die lichte verbijstering opkomen die me al overviel toen ik er Van Persie zondagavond telefonisch over hoorde praten in Studio Voetbal. Een voetballer wiens lichaam zo’n 30 miljoen euro waard is, zegt doodleuk dat hij naar een Servische kwakzalver gaat om zich aan een zware blessure te laten behandelen.

Lees verder »

Tjitske en Lydia

Dichteres Tjitske Jansen kreeg de Anna Bijnsprijs voor een poëziebundel die geen poëzie, maar proza bevat, maar wat geeft het: verwarring moet er zijn. De bundel heet Koerikoeloem en telt vijftig pagina’s met ultrakorte prozafragmenten over haar niet altijd even gelukkig verlopen leven (vroeg uit huis, pleeggezinnen, ongelukkige liefdes). De stukjes zijn zeer wisselend van kwaliteit, zoals gebruikelijk bij dit genre.

Ik moest bij het lezen soms aan een andere schrijfster denken, ook van prozafragmenten: de Amerikaanse Lydia Davis. Zij is in Nederland nog onbekend, ook al publiceert ze al vanaf de jaren tachtig en wordt ze in eigen land geprezen door collega’s als Jonathan Franzen en Dave Eggers. Onlangs verscheen The Collected Stories of Lydia Davis, een pil van ruim 700 pagina’s met stukken die variëren van enkele regels tot tientallen pagina’s. De beste vond ik de wrange, verkapt autobiografische stukken over mislukkende en mislukte relaties en vrouwen die daarna hun draai niet meer kunnen vinden. Insiders herkenden haar beëindigde relatie met schrijver Paul Auster. De allerkortste stukjes zijn ook bij Davis wisselvallig: soms mooi, soms gekunsteld.

Lees verder »