Slapeloze kinderen

Mijn dochter kon slecht inslapen toen ze kind en tiener was, uren lag ze wakker. We gingen naar de kinderarts. Die zei: „Een kind  kun je niet tot slapen dwingen. Laat haar tóch op tijd naar bed gaan, zodat ze in ieder geval haar rust krijgt.”
Dat was 25 jaar geleden. Sindsdien heeft de kindergeneeskunde niet stilgezeten. Onlangs, op de ‘Nationale Slaapdag’, schreef ik over slaapstoornissen bij volwassenen. Daarop kreeg een uitnodiging van psycholoog Lia Timmer van bureau Xalia, dat voorlichting en trainingen geeft op het gebied van slaapstoornissen, met name bij kinderen. Zij gaf een lezing in het Slotervaartziekenhuis, dat zich de laatste jaren ook op de gestoorde slaap heeft gestort. Slaap is kennelijk in de medische mode, en misschien niet ten onrechte.
Ik trof in het Slotervaartziekenhuis een aantal medische professionals en enkele ouders. Bovendien waren er mieren in het zaaltje waar we zaten.
Ze liepen nijver heen en weer in een baan bij mijn voeten. Mieren lijken me diertjes die weinig slaap nodig hebben. Ik denk dat een mier al gauw naar de mierenpsycholoog moet als hij te vaak uitslaapt. Hun aanwezigheid hier leek dan ook een soort stille demonstratie: al dat mensengeklets over slapeloosheid, wees blij dat je weinig slaap nodig hebt!
Helaas moest ik spoedig afscheid nemen van mijn mieren omdat de beamer in het zaaltje niet werkte. We verkasten naar een hogere verdieping, waar de fauteuils diep en gevaarlijk behaaglijk waren: in slaap vallen bij een saaie lezing over slaappoblemen behoort tot de reële mogelijkheden.
Zover hoefde het gelukkig niet te komen. Eerst vertelde kinderarts Ines von Rosenstiel ons dat er in het Slotervaartziekenhuis ook hypnose wordt toegepast op kinderen met slaapproblemen. Hypnose zou positieve effecten hebben.
Dat was nieuw voor mij, omdat ik bij hypnose altijd aan door de tv geheiligde oplichters moet denken. Von Rosenstiel heeft in haar ziekenhuis ‘integratieve geneeskunde’ geïntroduceerd, een holistische benadering die gericht is op „de persoon als geheel”. Ik hoor de Vereniging tegen de Kwakzalverij nu brommen.
Daarna hield Lia Timmer ons wakker met een interessant verhaal dat de nodige reacties opriep. Slaapstoornissen bij kinderen worden onderschat, vertelde ze. Ze kunnen vreselijke nachtmerries hebben. Neem die nachtmerries serieus, zeg niet dat fantasieën over monsters onzin zijn omdat zulke monsters niet bestaan („Die spin zit in je hoofd”, had een vader gezegd), maar ga tot op zekere hoogte mee in de fantasie en probeer het monster samen weg te krijgen. En laat zulke kinderen niet tot vlak voor het slapen gaan tv kijken en computerspelletjes doen. „De dag moet afgebouwd worden.”
Toen vroeg Timmer ons of we ons een droom uit onze jeugd konden herinneren. Ik wist niets, maar een vrouw achter me zei: „Ik loop door een bos en er zit een vos achter me aan.” Was er misschien iets ingrijpends gebeurd, wilde Timmer weten. „Ik had een broertje gekregen”, zei de vrouw.
Met dat antwoord was iedereen tevreden, maar ik zag mijn oudere broertje voor me, sterk en rustig, en ik dacht met spijt: hád hij maar eens van een vos gedroomd.
Ik kan positief afsluiten. Mijn slapeloze dochter van vroeger slaapt tegenwoordig diepe gaten in de dag.