*

Dag » Geloof :: nrc.nl

Geloof

Discussies over de islam hebben in Nederland doorgaans iets onvruchtbaars.
Aan de ene kant heb je de mensen die ervan overtuigd zijn dat wij naïeve Hollanders binnen afzienbare tijd door fundamentalistische baardmannen onder de voet zullen worden gelopen. Daarna blijft er niet veel meer van ons over dan een doorgesneden keel, die leegbloedt in het putje van een door onze overheid gefinancierde moskee.
Aan de andere kant zijn er optimisten zoals ik, die denken dat het allemaal wel goed komt als we rustig blijven en ‘vastberaden, maar soepel en met mate’ druk uitoefenen op de moslimgemeenschap om met verkeerde praktijken op te houden.
Wie heeft er gelijk?
Dat zullen de volgende generaties ons vertellen, als hun mobieltjes inmiddels voldoende bereik hebben voor het hiernamaals. (De ongelovige honden zullen altijd in het ongewisse blijven, en terecht.)
Deze tegenstelling schuilt onder de oppervlakte van elke discussie over dit onderwerp, ook gisteravond in De Rode Hoed in Amsterdam, waar een breed forum zich boog over geloofsvrijheid en geloofsafval. De emoties laaiden weer hoog op, vooral bij degenen die zich ernstig zorgen maken over die ‘baardmannen’, zoals ook PvdA-lid Ehsan Jami, lid van het forum, ze met de nodige gretigheid noemde.
Jami wil, zoals bekend, een comité voor ex-moslims oprichten en voelt zich daarbij onvoldoende gesteund door de PvdA. De media hopen op een nieuwe Ayaan Hirsi Ali en zwermen om hem heen als nijvere bijen om de honingraat. Kopij! Film! Jammer dat het een man is, maar wie weet.
Jami lijkt mij ijdel en vurig genoeg om de nieuwe Hirsi Ali te willen worden, de vraag is of hij intellectueel voldoende allure heeft. Ik twijfel. Hij zat gisteravond vooral boos te blazen in de richting van Mohammed Cheppih, ‘moslimdeskundige’, en Haci Karacaer, ex-directeur van Milli Görüs. Jami scheen niet te beseffen dat er een wereld van verschil bestaat tussen de orthodoxe moslim Cheppih en de gematigde moslim Karacaer.
Jami vond dat er een einde moet komen aan de sociale uitstoting van afvallige moslims, zoals door families. Hij sprak daar een ander forumlid, minister Plasterk van Onderwijs, op aan, maar die hield wijselijk de boot af – hij vond dat die families dat maar zelf moesten oplossen.
Mensen als Jami wekken steeds de indruk dat het taboe op geloofsafval een achterlijke, middeleeuwse moslimtraditie is. Hij vergeet dat wij er in het vrije westen nog geen vijftig jaar geleden volop aan meededen. Ik las een dezer dagen The Assistant, een roman van Bernard Malamud over joden in het naoorlogse Brooklyn. Daarin verbieden joodse ouders hun dochter met een goj, een niet-jood, om te gaan. „Hoe kan jij een goj kussen?” vraagt haar moeder.
Malamud publiceerde dat boek in 1957. Twaalf jaar later moest ik mijn katholieke schoonmoeder uitleggen dat haar dochter en ik niet voor de katholieke kerk zouden trouwen. Daar heb ik haar zoveel verdriet mee bezorgd, dat ik me wel eens heb afgevaagd of het dat allemaal waard was.
Nog geen veertig jaar geleden. In Nederland. Maar het is allemaal goed gekomen, zelfs zonder inmenging in mijn familie door de voorgangers van Plasterk.