De thuiskomst

Er wachtte Jan Peter Balkenende een lastig weerzien met zijn echtgenote, toen zijn chauffeur de dienstauto voor de woning in Capelle aan den IJssel had geparkeerd.

Je kon niet zeggen dat ze hem stralend stond op te wachten, al deed ze haar uiterste best.

Pas toen de auto weer vertrokken was en ze met Jan Peter in de vestibule stond, liet ze zich gaan. „Ik vind het zó rot voor je”, zei ze met een korte snik, terwijl ze hem door zijn haar streek.

Hij week met zijn bovenlichaam iets terug en keek haar effen aan. „Hoezo?”

Lees verder »

Paul Wilders

Een fascinerende, nieuwe verschijning in de Nederlandse openbaarheid was voor mij deze week Paul Wilders, de negen jaar oudere broer van Geert, bij Pauw & Witteman. Je constateert, ‘als je het weet’, eerst de overeenkomsten – vooral een zeer vage uiterlijke gelijkenis – maar de verschillen sprongen al snel meer in het oog.

Vooral het verschil in spreektrant was zo groot dat je bijna ging denken dat Paul het erom deed. Waar Geert zijn boodschap als een scheurende pizzakoerier uitvent, bediende Paul zich nog van de postkoets. Trage, meanderende zinnen vergden het uiterste van het geduld van de presentatoren en vermoedelijk ook van de kijkers.

Lees verder »

Placentavocht

Als alles goed is verlopen, lag Robin van Persie dezer dagen op een behandeltafel in Belgrado, waar een vrouwelijke wonderdokter, genaamd Mariana Kovacevic, zijn gescheurde enkelbanden inwreef met het vocht van een, mogelijk uit een paard afkomstige, placenta.

Ook tijdens het optikken van deze lange beginzin voel ik weer die lichte verbijstering opkomen die me al overviel toen ik er Van Persie zondagavond telefonisch over hoorde praten in Studio Voetbal. Een voetballer wiens lichaam zo’n 30 miljoen euro waard is, zegt doodleuk dat hij naar een Servische kwakzalver gaat om zich aan een zware blessure te laten behandelen.

Lees verder »

Tjitske en Lydia

Dichteres Tjitske Jansen kreeg de Anna Bijnsprijs voor een poëziebundel die geen poëzie, maar proza bevat, maar wat geeft het: verwarring moet er zijn. De bundel heet Koerikoeloem en telt vijftig pagina’s met ultrakorte prozafragmenten over haar niet altijd even gelukkig verlopen leven (vroeg uit huis, pleeggezinnen, ongelukkige liefdes). De stukjes zijn zeer wisselend van kwaliteit, zoals gebruikelijk bij dit genre.

Ik moest bij het lezen soms aan een andere schrijfster denken, ook van prozafragmenten: de Amerikaanse Lydia Davis. Zij is in Nederland nog onbekend, ook al publiceert ze al vanaf de jaren tachtig en wordt ze in eigen land geprezen door collega’s als Jonathan Franzen en Dave Eggers. Onlangs verscheen The Collected Stories of Lydia Davis, een pil van ruim 700 pagina’s met stukken die variëren van enkele regels tot tientallen pagina’s. De beste vond ik de wrange, verkapt autobiografische stukken over mislukkende en mislukte relaties en vrouwen die daarna hun draai niet meer kunnen vinden. Insiders herkenden haar beëindigde relatie met schrijver Paul Auster. De allerkortste stukjes zijn ook bij Davis wisselvallig: soms mooi, soms gekunsteld.

Lees verder »

Gedwongen ontslag

Afscheid nemen van columnisten, cartoonisten en ander loslopend publicitair wild doet vaak veel pijn. De publicist voelt zich afgedankt, zijn fans wenen woeste tranen en de verantwoordelijke hoofdredactie volhardt, zich onbegrepen voelend, zwijgzaam in haar beslissing.

Het jongste incident doet zich bij Het Parool voor. Ik constateer dit zonder leedvermaak, want elke krant heeft op dit gebied zijn verleden. Het betreft de cartoonist Joep Bertrams, „ook bekend van de tv (Nova)”, die al ruim twintig jaar voor Het Parool politieke prenten maakt.

Lees verder »

Videocide

Deze week moest ik een ware slachting aanrichten in mijn verzameling videobanden. Weet u nog wat het zijn, videobanden?

Ja, die lelijke zwarte, van kunststof vervaardigde doosjes die zoveel plaats in beslag nemen – vooral als je er te veel van hebt (had) zoals ik.

In bewaren ben ik beter dan in opruimen, en dus dijde die verzameling de afgelopen decennia alsmaar uit. De doosjes kwamen in dozen terecht en de dozen in kasten. Elke keer dat ik zo’n kast opendeed, staarden die dozen mij levenloos aan, een neerdrukkend gezelschap van verwaarloosde herinneringen.

Lees verder »

Zegeningen tellen

De middag eindigde met twee doodstijdingen. De eerste betrof een Duitse voetbalkeeper die zich voor de trein had gegooid, de tweede ging over Marijke, een vriendin van mijn vrouw. De tegenstelling tussen deze twee sterfgevallen had niet groter kunnen zijn.

Robert Enke had kennelijk al jaren genoeg van het leven, hij werd in het geheim behandeld voor zijn depressies. In de voetbalwereld mochten ze er niets van weten. Ze houden daar niet van depressies, in gezonde lichamen horen gezonde geesten.

Lees verder »

Pijnlijke snee

Het jongeheertje van Hidde moest dagelijks duchtig ingevet worden.

Dat was een van de belangrijkste opdrachten waarmee zijn moeder ons achterliet. Zij ging een onbezorgd etmaal tegemoet, wij moesten ons nu het grootouderschap waardig tonen.

Aan de achterkant van het jongeheertje zat een pijnlijke snee waarop zalf diende te worden aangebracht. Mijn dochter haalde een potje uit een tas en zette die op een plank in de slaapkamer.

Ze pakte ook nog een ander potje, maar deed dat weer terug in de tas met overige spullen. Ondertussen praatten de dames druk door over schone luiers, schone rompertjes en schone sokken.

Lees verder »

Antichrist

Van de geruchtmakende film Antichrist van Lars von Trier wist ik tevoren alleen dat er tegen het einde een gruwelijke, gewelddadige scène in zat. Die scène zou je leven voorgoed veranderen, begreep ik, als je het al mentaal overleefde. Ik besloot onmiddellijk alle recensies te mijden, want als je weet wat er gaat komen is de aardigheid eraf.

Niemand in mijn omgeving durfde met mij mee naar deze film, uit angst voor latere nachtmerries.

Daar zat ik dan in een nogal lege zaal van Pathé Tuschinski, waar de sfeer er niet beter op werd toen een dronken man binnen waggelde. Hij hield zich overeind door staande met zijn rug tegen een wand te leunen, terwijl hij een fles bier uit een plastic zak haalde en aan zijn mond zette. Af en toe maakte hij mompelend aanstalten om naar een van de hogere rijen te verhuizen, maar telkens riep een man achter mij: „Je blijft daar! Ik wil je hier niet hebben!”

Lees verder »

Laatste busreis

‘Neem even binnen een kijkje, zoiets heeft u nog nooit gezien.”

Woorden die we van de kermis kenden, maar met zoveel charmante overtuigingskracht uitgesproken dat we toch even bleven staan. Het was op een zaterdagmiddag in Eindhoven. Aan de rand van het winkelcentrum stond een keurige man van in de veertig voor een nogal vierkant uitziende vervoersbus, grijs en donkerrood gekleurd. Wat was er zo bijzonder aan een bus, vroegen wij.

„Het is een uitvaartbus”, zei hij trots.

Ik stapte met enkele familieleden naar binnen. We waren van een leeftijd waarop de uitvaartbus een vanzelfsprekender vervoermiddel wordt dan de kinderwagen, en toch hadden we er nog nooit van gehoord.

Lees verder »