vrijdag 19 maart 2010 door Frits Abrahams
Nu de moord op Milly is opgelost – niet door de politie maar door de dader zelf – blijf ik achter met twee lastige vragen.
Vraag een: hoe crisisbestendig is onze politie?
Vraag twee: waarschuwen we onze kinderen indringend genoeg voor potentieel onheil?
Op de politie in Dordrecht leek weer eens de Wet van Edward A. Murphy van toepassing. Die wet luidt: „Als er meer dan één manier is om een taak te doen en één van die manieren zal in een ramp resulteren, dan zal iemand het zo doen.” Vervang in de vorige zin ‘ramp’ door ‘blunder(s)’ en we zien de politie in Dordrecht aarzelend aan het werk.
Lees verder »
donderdag 18 maart 2010 door Frits Abrahams
In de Rotterdamse metro stapten bij station Rijnhaven drie Marokkaans-Nederlandse jongens van een jaar of vijftien, zestien naar binnen.
Waarom ik hun afkomst noem, zal uit het verdere verloop van de gebeurtenissen blijken. Het was halverwege de middag en stil in dit gedeelte van het treinstel.
Op sommige plaatsen staan in de Rotterdamse metrovoertuigen twee rijen stoelen tegenover elkaar met het middenpad als tussenruimte. Ik zat er als enige, de schaarse andere reizigers bevonden zich op zeker dertig meter afstand. De jongens marcheerden snel over het middenpad, voorop de jongen die later ook de leider bleek te zijn. Hij droeg een lichte bloes over zijn broek en had kortgeknipt haar.
Lees verder »
woensdag 17 maart 2010 door Frits Abrahams
Ontdaan wankelde de kleine, oudere dame naar een van de laatste lege plaatsen van het treincompartiment.
„Gosje, wat me nou toch is overkomen”, zei ze tegen een ongeveer even oude man die op de stoel tegenover haar zat. Hij had geen krant om zich achter te verschuilen – met die tabloids wordt dat trouwens steeds lastiger, lees ook daarom NRC Handelsblad!
De dame hield uiterst voorzichtig een koffiebeker vast, alsof het een handgranaat was die elk moment kon ontploffen. Ze zette de beker op het tafeltje bij het raam. Daarna pelde ze zichzelf met trage gebaren uit haar grijze lange jas, die aan de voorkant vreemde, grote vochtplekken vertoonde.
Lees verder »
dinsdag 16 maart 2010 door Frits Abrahams
Mythes grijpen razendsnel om zich heen in het moderne mediatijdperk en de nieuwste mythe is dat Job Cohen niet zo’n goed debater zou zijn. Vreemd.
Als nou iemand de afgelopen jaren met name in het integratiedebat, zoals dat op de televisie gevoerd werd, zijn mannetje stond, dan was het Cohen wel.
Op hoffelijke, maar besliste wijze zette hij iedereen op zijn plaats, of het nou Paul Cliteur of Ayaan Hirsi Ali was. Dat was juist het eerste dat mij aan hem opviel: de alerte onverstoorbaarheid waarmee hij zich de tegenstanders van het lijf hield.
Lees verder »
maandag 15 maart 2010 door Frits Abrahams
‘Mis je ’m al?” Ik vroeg het zo achteloos mogelijk, omdat ik weet dat je met deze vraag bij sommige trouwe PvdA-leden dezer dagen een uiterst gevoelige zenuw kunt raken.
„Wie bedoel je?” vroeg mijn vrouw.
„Wie denk je? We hebben jarenlang regelmatig over hem gepraat.”
Ze glimlachte. Ze had mijn vraag heus wel begrepen, maar ze wilde tijd winnen voor het antwoord. „Missen is het woord niet”, zei ze. „Ik vond het altijd een nette, sympathieke man, maar ook iemand die als leider iets te weinig ruggegraat had. In dat opzicht heb ik in Cohen meer vertrouwen.”
Lees verder »
vrijdag 12 maart 2010 door Frits Abrahams
Vroeger verdedigde ik in politieke discussies met mijn vader altijd Hans van Mierlo. Ik moet eraan denken nu in de necrologieën over Van Mierlo steeds aanduidingen als ‘woordkunstenaar’ en ‘meester van de paradox’ opduiken.
Mijn vader had wel sympathie voor Van Mierlo als persoon – wie eigenlijk niet – maar van de politicus Van Mierlo moest hij weinig hebben. Hij vond hem in zijn uitlatingen veel te vaag. Als Van Mierlo weer eens door een tv-interviewer langdurig welwillend was ondervraagd, zei mijn vader: „Wat heeft-ie nou eigenlijk gezégd? Hij is drie kwartier aan het woord geweest, maar ik heb nog steeds geen flauw idee wat hij met Nederland wil.”
Lees verder »
donderdag 11 maart 2010 door Frits Abrahams
Opeens duikt op internet overal het Amerikaanse filmpje Pink Glove Dance op. Mensen, nu ook in Nederland, sturen het elkaar enthousiast en ontroerd toe, alsof ze willen zeggen: „De wereld één grote familie – het kan!”
Een beetje het Obamagevoel van een jaar geleden.
Ik zat er eerst met een mengeling van verbazing en onwetendheid naar te kijken. Waar ging dit precies over? Het had met borstkanker te maken, begreep ik, maar waarom dansten al die mensen dan zo opgetogen met hun handen, gevat in roze, medische handschoentjes, in de lucht? Zó leuk was borstkanker nou ook weer niet.
Lees verder »
woensdag 10 maart 2010 door Frits Abrahams
De lezer staat aan het begin van de Boekenweek een cascade van nieuwe boeken te wachten. Wat te kiezen? Daarom kan het misschien geen kwaad te herinneren aan een idee van de Engelse schrijvercriticus Ford Madox Ford (1873-1939): „Open het boek op pagina 99 en lees, en de kwaliteit van het geheel zal u getoond worden.”
Zelf breng ik het in de winkel doorgaans niet verder dan de eerste pagina’s. Die lees ik vluchtig door en als ik dan niet geboeid ben door stijl of thematiek leg ik het boek terug.
Lees verder »
dinsdag 9 maart 2010 door Frits Abrahams
Annejet van der Zijl vermoedt dat haar biografie van prins Bernhard geen zware slag is voor zijn dochter, koningin Beatrix. „Ze zal denken: ik weet nu hoe het zo gekomen is.”
De biografe neemt aan dat de prins „thuis ook niet alles zal hebben gezegd”.
Dat denk ik ook. Als ik de prins was geweest, zou ik thuis zelfs helemaal niets hebben gezegd. Vijf vrouwen op je nek en jij maar al je buitenechtelijke affaires, gefinancierd met dubieus verkregen gelden, opbiechten? Ook van een held mag je niet te veel verwachten.
Lees verder »
maandag 8 maart 2010 door Frits Abrahams
Van J.J. Voskuil verscheen vorige week Jeugdherinneringen, een combinatie van twee al eerder verschenen verhalen: Alleen op de wereld en Mijn socialistische jeugd.
Het is een aardig boekje met onbekend fotomateriaal, maar verder durf ik er nauwelijks iets over te zeggen, want ik kreeg onlangs een brandmail van een van Voskuils collega-schrijvers. Ik moest nou eindelijk eens ophouden over die Voskuil.
„In de column van woensdag 18 november zag ik dat je weer eens Voskuil aanhaalde”, schreef hij. „Jammer genoeg weer met een door Voskuil gefantaseerd verhaal. Ik heb Voskuil goed gekend. Het was een lul van een vent. Hij zoog veel uit zijn duim. (…) Het was hem er alleen om te doen om mensen te kleineren of als achterlijken voor te stellen. Uit rancune. Uit zelfhaat, omdat hij een verkeerd beroep had gekozen.”
Lees verder »