‘Yeah, I love these photo’s’

foto-dutch-dok1,,Ik hou er erg van om mooie dingen bijeen te brengen, weet je, zodat het ene mooie ding volgt op het andere. Ik ben zo verliefd op deze foto’s. Ik heb ze niet genomen, maar mijn ziel wel. Ik zou dit altijd kunnen doen. Ik wou dat iemand me huurde.” 


Met deze woorden opende Lou Reed, die gisteravond aanwezig was op de persbijeenkomst van het New York Photo Festival in New York, de slideshow die hij vertoonde in St Ann’s Warehouse, een van de oude fabriekspanden in DUMBO in Brooklyn waar het festival dit jaar voor de derde keer wordt georganiseerd. Nadat er op een groot scherm een mix van voornamelijk sombere beelden, afkomstig van fotografen als Carl de Keyzer, Ed van der Elsken en Osama Kanemura was langs gegleden,  richtte de oprichter van de Velvet Underground , die dit jaar een van de curators van het festival is, zich voor vragen tot het publiek.

Maar afgezien van de claim dat hij al ‘forever’ met fotografie bezig is, kwam er weinig zinnigs uit de mond van Reed. Ook het publiek wist niet goed wat het aanmoest met de sombere beeldencompilatie van de New Yorkse muzikant. Dus werd er  een enkele vraag gesteld over de neerslachtige, gruizige synthesizerklanken die Reed zelf  bij zijn selectie had gecomponeerd en besloot hij vervolgens weer van het podium af te gaan, al mompelend: ‘Yeah, the factory was a great place to land’.  

De fotokeuze van Reed was ook te bewonderen in de zaal ernaast waar alle fotoboeken, die hij speciaal had geselecteerd voor het festival, in zwarte kisjes lagen uitgesteld. Fijn om door te bladeren, dat wel, maar ook hier was het onduidelijk wat de reden van de begrafenisstemming was.

Wel interessant waren de foto’s die in de aangrenzende ruimte waren opgehangen door curator Fred Ritchin, hoogleraar Photography & Imaging aan de New York University. Voor zijn tentoonstelling Bodies in Question , waarbij hij kwesties als identiteit en integriteit onder de loep neemt, koos hij voor foto’s van Algerijnse vrouwen die in de jaren zestig voor het eerst zonder hoofddoek werden gefotografeerd door Marc Garanger.

Deze Franse fotograaf, die dit jaar op het fotofestival de First Annual Lifetime Achievement Award krijgt uitgereikt,  werkte destijds in opdracht van het Franse leger en maakte prachtige, contrastrijke zwart-witportretten van vrouwen met felopgemaakte ogen die verweesd de camera in kijken. Een sterke keuze, net als de beelden die kunstenaar Michael Wolf van Google Street View haalde en opblies en waarop mensen te zien zijn die nietsvermoedend zijn gefotografeerd.

Met name Nederland blijkt goed vertegenwoordigd op NYPH. Vlakbij St Ann’s Warehouse is de DutchDoc!Space, opgesteld door Marga Rotteveel en Annelies Kuiper, waar, door middel van printjes, de fotoboeken van jonge Nederlandse fotografen als Wytske van Keulen en Willem Popelier te zien zijn. Niet ver daarvandaan is de expositie Use Me, Abuse Me van de Nederlandse curator Erik Kessels.  Galerie Smack Mellon, blijkt een grote, creatieve speelplek. Kessels vroeg verschillende kunstenaars beelden opnieuw te gebruiken of te herinterpreteren. Het resultaat is afwisselend:  fotograaf Paul Kooier koos ervoor om zijn serie afdrukken van zwanensnavels en -nekken in kleurige printjes aan de muur te hangen en de Franse multimediakunstenaar Thomas Mailaender plakte internetafbeeldingen op zijn eigengemaakte keramiek. 

Vooral de levensgrote beelden, samengesteld uit kleine fotootjes, van de Zuid-Koreaan Osang Gwon doen het goed in deze oude kolenfabriek. Maar luchtig blijft het, en dat is dan ook het woord dat uiteindelijk dit gehele  festival het beste samenvat. In vergelijking met de jaarlijkse fotofestivals in Arles of Perpignan staat de NYPH duidelijk nog in de kinderschoenen. Maar de geweldige omgeving van DUMBO, met het prachtige uitzicht vanaf de straat op de Manhattan Bridge, maakt veel goed.

New York Photo Festival, t/m 16 mei in DUMBO, New York