De psycho-analyticus en de zangeres
![]()
“Ik zoek het geluk in de waarheid”, schrijft de Franse zangeres Yvette Guilbert (1865-1944) in een brief aan Sigmund Freud (1856-1939), ergens in de jaren dertig van de vorige eeuw. Vriendschappen zijn soms vreemd, zoals deze tussen een van de grote Franse zangeressen in het mondaine genre, en de uitvinder van het onderbewuste en de psychoanalyse.
Toch heeft deze vriendschap bestaan, en duurde tot aan Freuds dood in Londen in 1939. Brieven, bloemen, foto’s met opdracht gingen heen en weer, en af en toe was er een ontmoeting, wanneer de destijds internationaal bekende Guilbert op tournee Wenen aandeed, waar Freud woonde tot de komst van de Duitse troepen in 1938.
Freud had Yvette Guilbert zien optreden toe hij in 1885 in Parijs stage liep bij de neuroloog Jean Martin Charcot. Het persoonlijk contact werd evenwel pas later gelegd, door bemiddeling van een vriendin van Freuds dochter Anna. De hedendaagse Franse zangeres Nathalie Joly heeft uit de brieven, en succesnummers van Guilbert een programma samengesteld, Je ne sais quoi, dat tot 25 april te zien is in het Parijse theater Le Lucernaire. Hieronder een stukje uit dat programma, met een van de grote levenslange succesnummers van Guilbert: Dites moi que je suis belle.
Uit fragmenten van de brieven die te horen zijn op de site van het Franse weekblad Télérama valt op te maken dat Guilbert de nodige bezwaren had tegen de theorieën van de Weense geleerde, die van mening was dat kunstenaars deels creëren vanuit hun onbewuste gevoelens, en dat kunst in zekere zin uiting geeft aan gevoelens en gedachten die in het leven van alledag verdrongen moeten worden. Guilbert verzet zich tegen zulke gedachten – al lokt de gedachte dat zij al optredend de sociale conventies en schone schijn laat vallen haar wel aan: “ik ben vaak naakt op het toneel, ontdaan van al mijn schijn en vooroordelen”. Ook Guilberts echtgenoot Max Schiller mengt zich in de discussie. Zijn vrouw, schrijft hij, speelt op een avond vaak 25 à 30 verschillende typen vrouwen, dus hoe zouden die allemaal uit dat ene onderbewustzijn kunnen voortkomen?
Dat Freud belangstelling opvatte voor Guilbert laat zich inmiddels wel een beetje begrijpen: het repertoire van de zangeres kenmerkte zich door een zware emotionele lading. Veel liedjes gaan over vrouwelijk gevoelsleven, en met name over vrouwelijke lust, meestal in combinatie met de zware prijs die vrouwen daarvoor in sociale zin vaak moeten betalen. Ze komen voor hedendaagse oren vaak zeer cynisch over, omdat de impliciete boodschap is dat er voor de vrouw geen emotionele vervulling kan bestaan in de liefde. Guilberts repertoire gold op het hoogtepunt van haar carrière, het laatste decennium van de 19de eeuw, overigens als gewaagd. Hier een opname, uit 1930, van een van de galante successen van Yvette Guilbert, Le fiacre.
Guilbert was van zeer eenvoudige, Normandische komaf. Zij wilde aan een leven als arbeidster in naai-ateliers ontsnappen, en slaagde erin op haar 16de werk te vinden als verkoopster in een Parijs warenhuis. Tevens volgde zij toneellessen.
Vanaf 1886 trad zij op in kleinere theaters, maar in 1891 kwam haar doorbraak door een engagement in de destijds zojuist geopende Moulin Rouge. Haar act contrasteerde nogal met de rest van het wufte programma van dit varieté-theater: in een eenvoudige jurk en niet noemenswaardig gemaquilleerd zong zij min of meer roerloos haar gewaagde en heftige teksten.
De schilder Henri de Toulouse-Lautrec heeft haar meerdere malen geportretteerd, Marcel Proust heeft over haar geschreven. In deze tijd, voordat grammofoonplaten en film iemands optreden wereldwijd konden verspreiden, was het wel degelijk mogelijk om vanuit Parijs wereldberoemd te worden: Guilbert maakte nog in de 19de eeuw buitenlandse tournees tot in de Verenigde Staten.
Hieronder nog een succesnummer van Guilbert, Madame Arthur, in een opname van 1934. Wat er aan opnamen en foto’s van Yvette Guilbert bewaard is gebleven, maakt helaas maar weinig invoelbaar waarop haar enorme succes ten tijde van de Belle Époque berustte. Maar Freud, die haar voor het eerst gezien had in de jaren vóór haar grote roem, wist het.


