De tijd vreet aan The Brown Sisters
1975. Vier meisjes poseren in luchtige zomerkleding, aan de rand van een bos, voor de camera. Het zijn Amerikaanse schoonheden, met gezonde sproetenkoppen en dikke haardossen. Met een zelfverzekerde blik staren ze alle vier in de lens.
2009. Dezelfde vrouwen staan naast elkaar. Opnieuw kijken ze alle vier recht in de camera. Fijne lijntjes lopen langs hun ogen en mond, diepe denkrimpels doorgroeven hun voorhoofd, de huid van hun nek is slap.
Tijd vreet aan een mens, knaagt aan het lichaam, doet de huid verzakken, maakt het haar bleek en weerbarstig en de blik in het oog intenser. Dit gegeven maakt de expositie The Brown Sisters in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam tot een indrukwekkende ervaring. Vijfendertig zwart-wit foto’s hangen er: van dezelfde vier zussen, ieder jaar opnieuw samen, poserend in dezelfde volgorde, iedere keer een jaar ouder.
In 1974 maakte de Amerikaanse fotograaf Nicholas Nixon (1947), geïnspireerd door de foto’s van Edward Weston en Walker Evans, voor het eerst met grootformaat camera een portret van zijn vrouw Bebe (Beverly) en haar drie zussen. Het resultaat beviel hem niet en Nixon dankte het negatief af.
In 1975 maakte hij opnieuw een groepsportret. Die foto vormde de aanleiding voor een jaarlijks terugkerend gebruik: ieder jaar kwamen vanaf dat moment de gezusters Brown bijeen om te poseren. Nu, ruim drie decennia later, blijkt het succes van dit eenvoudige idee.
Wie langs de 35 haarscherpe portretten wandelt, wordt alle ruimte geboden om vooral te kijken naar de vrouwen. Bij iedere foto staat een jaartal. Verder niks. Wat zich in ieders leven, maar ook tussen de vrouwen onderling, afspeelt, is niet duidelijk. In 1992 is Mimi zichtbaar zwanger; in 1999 draait het beeld om Bebe die stevig wordt vastgehouden door Laurie.
Je weet nauwelijks iets over deze vrouwen en toch is het ontroerend om te zien hoe ze veranderen, zich aan elkaar vasthouden of juist los van elkaar staan.
Nixon, die voor zijn carrière als fotograaf Amerikaanse literatuur studeerde, raakt met de fotoserie aan een van de kernthema’s binnen de literatuur: vergankelijkheid. In The Dying Animal , een korte roman van de Amerikaanse schrijver Philip Roth uit 2001, staat een treffende overpeinzing van David Kepesh, een literatuurprofessor op leeftijd.
Oog in oog met de dood en gekweld door zijn aanhoudende lusten voor de jonge, wulpse Consuela, mijmert de professor over de onmacht van de mens om zijn eigen eindigheid te bevatten. „Niemand kan zich een ander stadium van het leven voorstellen dan het stadium waarin hij of zij zich bevindt. En het eindstadium? Interessant genoeg is dat de eerste keer in het leven dat je er geheel buiten staat terwijl je er in staat. (…) De felheid van die objectiviteit is wreed.”
In het geval van The Brown Sisters is het Nixon die als een buitenstaander naar het leven van zijn vrouw en haar zussen kijkt. Ieder jaar opnieuw biedt hij de objectieve blik die nodig is om vergankelijkheid te kunnen vastleggen. Net als David Kepesh aanschouwt hij het leven vanuit een eenzame positie.
Het hele artikel is vandaag te lezen in NRC Handelsblad of in de digitale editie.



zondag 6 februari 2011, 20:21 uur
Kan me nog herinneren dat mijn toen 3 of 4 jarige zoontje bij het bezoek van een dame van wie de vriend net overleden was de hele tijd luguber grappig dooooooohoooood dooooooooooooooohoooood galmde. Ik schaamde me toen en ben hem maar een paar keer in lucht gaan gooien. Achteraf moest ik erom lachen, dat 3 jarige knaapje, dat hij het wist verbaasde me al en dan van die kennis zo gebruik of misbruik maken.
Wim de bie leest bijzonder graag de overlijdensadvertenties. Mevrouw Hollak doet vergankelijkheid, eindigheid, de dood hierboven zo zwaar overkomen, maar dat kan hineininterpretatie zijn. Vond het overlijden van mijn vader (godfiguur) heel zwaar, duister en donker. Maar toch is er ook zoiets als light stranger, verlossing, the green mile waarin gezegd wordt dat lang doorleven een straf is, dood is bevrijding uit dit aardse tranendal. En dan wil ik nog even afsluiten met de connotatie dood en sex. Nog steeds fascinerend als ik daarover mijmer.