Maria Barnas: kruipruimte

aui_barnas_m_35472Ik droom regelmatig dat Obama zich schuilhoudt in een kelder onder mijn huis. Toen hij meer dan honderd doodsbedreigingen per dag kreeg, hield hij zijn openbare functie voor gezien. Ik ben de enige die weet dat hij hier is. Ik heb hem bij toeval ontdekt, toen ik probeerde te achterhalen waar de muizen mijn huis binnen komen. Eerst zag ik alleen de bovenkant van zijn hoofd. Ik was opgelucht toen het hoofd bewoog, dat het geen dode man was die iemand in mijn kelder had kwijt proberen te raken.
Ik slaap onrustig sinds ik verantwoordelijk ben voor Obama. Ik droom dat ik vergeet hem water te brengen. Badend in het zweet schrik ik wakker.
Toen ik op de middelbare school zat, droomde ik dat Salman Rushdie vlak om de hoek in een kippenhok leefde. Ik was de enige die wist dat hij daar was.
Rushdie was net iets te lang om gestrekt in het kippenhok te kunnen liggen. Wanneer ik hem bezocht met eten of een stapel boeken, lag hij op zijn zij te lezen, met zijn voorhoofd tegen het gaas gedrukt. Hij keek verschrikt op wanneer hij me hoorde aankomen. Hij droeg een bril met erg dikke glazen die de angst in zijn ogen groter maar ook waziger maakten. De ogen hadden geen focus, alsof ze niet wisten waar ze hun angst op moesten richten. Ze dreven als dode vissen in een kom.

De fatwa was toen nog maar net over hem uitgesproken. Ik dacht dat Rushdie zich nooit meer ergens zou kunnen vertonen.
In de – inmiddels verfilmde – roman Incendiary uit 2005 komt Rushdie voor in een enkele regel, wanneer een journalist opschept met wie ze een cocktail heeft gedronken. Over Rushdie maak ik me inmiddels geen zorgen meer. De dood boven zijn hoofd maakt hem een felbegeerde gesprekspartner, een graag geziene gast. Over het lot van Obama kan ik nog niet gerust zijn. In het Londen dat Chris Cleave in Incendiary neerzet hangt de dood boven het hoofd van iedereen. Angst voor terrorisme beheerst de stemming en de politiek. Er is een avondklok ingesteld. ’s Nachts mag niemand zich meer vertonen op straat. Moslims komen moeilijk aan werk. Japanners die foto’s maken van helikopters worden aangehouden. Men beweegt zich door de stad als door een kruipruimte.

De roman is een lange aanklacht tegen Osama bin Laden. Aan het woord is een jonge vrouw die haar man en zoontje heeft verloren bij een bomaanslag. Terwijl zij een voetbalwedstrijd bezochten, liet ze haar overbuurman binnen – nu ik haar naam wil noemen, realiseer ik me dat ik niet weet hoe ze heet. Ik heb meer dan driehonderd pagina’s haar stem ‘gehoord’, ik meen haar door en door te kennen. Maar ik weet niet hoe ze heet – terwijl ze de liefde bedrijft, of afleiding zoekt, wordt het stadion van Arsenal opgeblazen door een elftal suicide bombers. In het Nederlands is er (nog) geen woord voor suicide bombers. ‘Daders van zelfmoordaanslagen’ lees ik in de krant, ‘zelfmoord bombers’ of ‘zelfmoord bommers’ lees ik op internet. Onze taal weigert te stroken met de werkelijkheid.

Op de dag dat Incendiary werd gepubliceerd, 7 juli 2005, vonden er bomaanslagen plaats in Londen.
Het enge is dat je niet helemaal kunt ontwaken uit de wereld die door Cleave is neergezet.

Dit artikel verscheen eerder in het vrijdagse Cultureel Supplement van NRC Handelsblad.


Dit bericht heeft 1 reactie op “Maria Barnas: kruipruimte”

  1. Nicolas Severyns » Blog Archive » Ш – Шахидка – Daadster van een zelfmoordaanslag zegt:

    [...] Sjachidka (шахидка), is een daadster van een zelfmoordaanslag. Korter kan het niet: “In het Nederlands is er (nog) geen woord voor suicide bombers. ‘Daders van zelfmoordaanslagen’ lees ik in de krant, ‘zelfmoord bombers’ of ‘zelfmoord bommers’ lees ik op internet. Onze taal weigert te stroken met de werkelijkheid.” (http://weblogs.nrc.nl/cultuurblog/2010/02/14/maria-barnas-kruipruimte/) [...]

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.