Breipret in het Rijksmuseum
Nog één week en dan is het weer definitief afgelopen met de ijspret in het Rijksmuseum: op maandag 15 februari om 18.00 uur sluit de tentoonstelling De winters van Hendrick Avercamp. Zijn ijsgezichten verhuizen dan naar de National Gallery of Art in Washington waar ze onder de titel Hendrick Avercamp, The little Ice Age vanaf 21 maart worden geëxposeerd.
In de Verenigde Staten waar niet zo’n schaats- en ijsprettraditie bestaat als hier, zullen de winterse schaatstaferelen van Avercamp(1585-1634) ongetwijfeld verbazing wekken bij het publiek. Al die mensen met hun priksleeën, karren en paarden op het ijs, en dan nog in de meest wonderlijke uitdossingen. Avercamps schilderijen laten zich niet alleen bekijken als levendige en dichtbevolkte winterlandschappen, het lijken soms meer carnavaleske kostuumstukken.
Schaatsende vrouwen met hoogopstaande, witkanten kragen, met zwarte maskertjes rond hun ogen (tegen de kou), roze bontmofjes, gekleurde repen stof door hun torenhoge kapsels, of – helemaal opzienbarend – met een zogeheten huik: een zwart fluwelen hoedje waaraan een zwarte cape hangt die ze om zich heen konden slaan en die weliswaar hun gezicht niet helemaal bedekte, maar die ons toch meteen aan burka’s doen denken. Die huiken waren door de Moren uit Noord-Afrika meegenomen naar Spanje, rukten op naar het noorden en kwamen zo ook hier in de mode. Avercamp schilderde ook vrouwen in klederdracht, zoals de vrouwen van Schokland, die enorme cilindervormige hoeden droegen. Of Amsterdamse weeskinderen in hun clowneske half rode half zwarte pakjes. En dan de mannen op het ijs, soms in een knaloranje jak, kniebroek en kousen, en op hun hoofd een hoge hoed met verentooi.
De armelui bewogen zich minder exuberant gekleed over het ijs, maar al die bizarre en kleurige kapsels, hoeden, jurken en pakken geven toch de indruk van een feestelijk en buitenissig volkje.
Er gebeuren ook rare dingen op het ijs van Avercamp, zoals de voorovergevallen vrouw van wie de rok is opgewaaid zodat we recht in haar blote billen kijken. Voor de kostuumconservator van het Rijksmuseum, Bianca du Mortier, riepen de blote billen van die gevallen vrouw de vraag op of vrouwen in de zeventiende eeuw eigenlijk gewend waren onderbroeken te dragen. Op een kunsthistorisch congres tijdens de Avercamp-expositie hield ze daar een hilarische lezing over (waarin ze overigens geen duidelijk antwoord kon geven op die onderbroekvraag).
Naast al die opvallende kledij zijn op de schilderijen van Avercamp ook gewone warme wollen mutsen, wanten en hosen (een soort leggings die vrouwen onder hun rokken droegen) te zien, meestal gebreid. Dat breigoed op zijn schilderijen bracht drie stafmedewerkers van het Rijksmuseum op het idee om de breicommunity van Nederland (verenigd in breiforums als stitchnbitch.nl, (‘pak je breipennen en wol en doe mee’) of ravelry.com, uit te nodigen voor een breimiddag in het restauratiegebouw bij het museum.
Geertje Jacobs, (projectleider digitalisering), Cécile van der Harten, (hoofd Afdeling Beeld) en Iris Labeur (medewerker Afdeling Beeld), alle drie fervente breisters, begonnen vorige maand het blog www.brijksmuseum.blogspot.com waarop de middag werd aangekondigd. Het was de bedoeling dat breifanaten op zaterdag 6 februari tussen 13 en 17 uur een zeventiende eeuwse walvisvaardersmuts zouden breien, zoals ook op de schilderijen van Avercamp te zien is. De deelnemers moesten zelf vijf breinaalden en wol meenemen en kregen van het museum een door de bekende Britse breister Sally Pointer gemaakt breipatroon voor de muts (,,De muts wordt in het rond gebreid in tricotsteek, dat betekent dat alle rondes recht worden gebreid.”). Er kwamen zoveel reacties op de aankondiging – vele honderden – dat na een paar dagen al niet meer kon worden ingeschreven.
In totaal zaten zaterdagmiddag 140 vrouwen, van jong tot oud en uit alle delen van het land (en, jawel, ook een stuk of vier mannen) aan de lange tafels in de personeelskantine van het Rijksmuseum zeventiende eeuwse mutsen te breien. En natuurlijk te kwekken en te gieren van de breipret, vooral als er weer steken vallen of een verkeerde pen uit het breisel wordt getrokken, of andere breifouten worden gemaakt. De vrouw naast mij breide met twee woldraden tegelijk, maar is meer bezig met uithalen dan met breien zodat haar muts niet erg opschiet.
Er werd niet alleen gebreid, er werden ook twee lezingen gegeven: Jan de Hond, conservator Nederlandse geschiedenis vertelt over de walvisvaart, de Nederlandse expedities naar Spitsbergen en de mutsen die daar bij opgravingen zijn gevonden. En Bianca du Mortier over de kleding uit de tijd van Avercamp en dan vooral over de breisels: vanaf de zestiende eeuw werd in Nederland gebreid, maar dat was toen nog mannenwerk: breien was een ambacht en er waren dus beroepsbreiers. Ze breiden niet alleen met wol, maar ook met zijde-, goud- en zilverdraad.
De drie initiatiefnemers van het brei-evenement waren zaterdagmiddag beduusd van de enorme respons op hun oproep. Cécile van der Harten vertelde dat iedereen in het museum dit geweldig vindt: ,,De collega’s helpen belangeloos mee, ook de bewakers. Doordat de meeste breisters op internet zijn aangesloten bij breiforums, is het een makkelijk te bereiken doelgroep. Maar we hadden niet verwacht dat er zoveel enthousiasme voor zou zijn.” Of hun initiatief een vervolg krijgt, weten ze nog niet, maar ze zijn wel al voorzichtig aan het fantaseren: Iris Labeur: ,,Wij gaan hier niet over. Maar er zijn in het Rijksmuseum diverse historische, gebreide kledingstukken en accessoires die je zou kunnen nabreien. En we hebben veel antieke merklappen, dus je kunt ook denken aan borduren. Maar we gaan eerst genieten van dit succes, dit had niemand in het Rijksmuseum verwacht.” Op hun brijksmuseumblog staan intussen alweer nieuwe, aan de beeldende kunst ontleende breisuggesties.



donderdag 16 september 2010, 15:34 uur
Geachte mevrouw Lien Heyting,
Ik zag uw foto van Meerkeot op nest in de Spiegelgracht (NRC Weekblad 11 sept 2010 p. 26).
Kunt u nog nagaan wanneer u deze foto heeft gemaakt, en mij dat laten weten ?
Hij wordt nl. met het artikel opgenomen in het archief van de Vogelwerkgroep Amsterdam.
met vr. groet,
Ruud Vlek
Spuistr 302
Amsterdam
ruudvlek@gmail.com
020-6279024