Theaterfestival TF: De witte pater die bleef
‘De Vlaamse pers is hysterisch over Missie,’ zei vooraf de persdame van het theaterfestival TF. Nu is de Vlaamse pers wel vaker laaiend over voorstellingen die Nederlanders niet veel zeggen, zeker als het gaat om zo’n typisch Belgisch onderwerp als de Witte Paters in de voormalige Belgische kolonie Congo. Bovendien klonk dit stuk van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg niet erg aantrekkelijk: een twee uur lange monoloog in de vorm van een lezing. Maar na gisteravond moet ik bekennen: ook ik ben hysterisch over Missie.
Een kalende man met een hoog voorhoof en een rode snor komt op en neemt achter het spreekgestoelte plaats. Hij gaat ons van de katholieke missie vertellen. Hij draagt geen traditionele witte habijt of priesterkleding. Hij draagt een gewoon pak. Dat wil hij ook uitdragen: hij is een gewone man van nu. Geen sjabloon uit ons beschamende koloniale verleden.
In de twee uur die volgen haalt hij alle ingesleten ideeën over missionarissen onderuit. Hij toont een dappere, onverschrokken, maar ook tragische man die werkt in gruwelijke omstandigheden. Geen dogmatische zielenherder, maar een pragmatische idealist die probeert te helpen, die een gemeenschap probeert op te bouwen, terwijl die aan alle kanten wordt afgebroken.
Schrijver David Van Reybrouck, regisseur Raven Ruëll, en de indrukwekkende acteur Bruno vanden Broecke maken een mens van de missionaris, misschien zelfs een held. Er zitten ongemakkelijke waarheden en meningen in de tekst, een wereldbeeld dat het mijne niet is. ‘Een idealist kent veel blinde vlekken’, zei de schrijver na afloop. Maar je kunt moeiteloos met deze missionaris meegaan, en zijn gezag erkennen. Van Reybroecks tekst klinkt buitengewoon authentiek – mede door de losse spreektaal en de verouderde West-Vlaamse woordenschat – en is dan ook gebaseerd op eigen interviews met Witte Paters die nu nog in Congo werken.
Van Reybroeck verweeft verschillende lijnen: de gruwelijke oorlogsverhalen; de verhalen over de botsing tussen het decadente leven hier en het Spartaanse leven in Congo; de verrassend pragmatische kijk van de missionaris op katholieke kwesties als de biecht en het celibaat; politieke opinies over Congo; en de verhalen over zijn werk daar.
Meesterlijk smeedt Van Reybroeck geestige, ontroerende, woedende, schokkende en wanhopige momenten aaneen. De pater vertelt bijvoorbeeld hoe hij Congolezen met Belgische voetbalspullen verleidde om een weg aan te leggen. Hij krijgt zijn weg, met als bij-effect een volledige voetbalcompetitie. Meteen daarna doet hij de lach verstommen door afgemeten te vertellen hoe het met zijn voetballende wegwerkers is afgelopen.
De pater eindigt in vertwijfeling, schreeuwt naar God, en laat ons verpletterd achter, vervuld van tegenstrijdige gevoelens en meningen. Zo eenvoudig kan goed theater dus zijn: een man achter een spreekgestoelte met een lap tekst. En gewoon in de schouwburg. Op dit festival, waar de theatergroepen je meenemen naar buiten, en je op allerlei opzienbarende manieren willen verrassen en prikkelen, en is dat een geruststellende gedachte.
Missie was alleen gisteravond te zien op het theaterfestival. Maar op 21 maart staat de voorstelling in Groningen, en in april nog een week in Brussel. Info: www.kvs.be.
(Foto’s Koen Broos. Eerder in België genomen, toen de acteur nog geen snor had.)


