Archief voor: mei 2008


Van boerka tot bruidssluier 9

Op het gymnasium leerde je vooral dat de oude Grieken de democratie en de filosofie hebben uitgevonden. Mooie beschaving, die van de Grieken. Dat die democratie maar voor heel weinig mensen gold, dat er slaven waren, dat meisjes vlak na hun geboorte wel eens vermoord werden, daar hoorde je veel minder over. Over zulke dingen werd misschien wel verteld, maar dat er nou veel aandacht aan werd besteed, nee. Het kan zijn dat zulke misstanden door de leraren normaal werden gevonden, in de zin dat ze toen overal voorkwamen en de oude Grieken er tenminste iets goeds aan hadden toegevoegd. Of zouden zulke gebruiken toch een beetje verdoezeld zijn om geen afbreuk te doen aan de grootsheid van de bakermat van onze beschaving?
Ik heb ook nooit opgemerkt dat de vrouwen in het oude Griekenland gesluierd gingen, de echte vrouwen, de verzonnen vrouwen en zelfs de godinnen. En toch staat in de Ilias dat Andromache haar sluier verscheurt als ze vanaf de muren van Troje haar dode Hector ziet, houdt Penelope in de Odyssee een sluier voor haar gezicht telkens als ze met de vrijers praat en krijgt Helena’s sluier van Homerus het prachtige epitheton ‘sneeuwachtig’.
Ik moet er altijd overheen gelezen hebben. Ziende blind. Tot ik het boek Aphrodite’s tortoise (2003) van de Britse classicus Lloyd Llewellyn-Jones  in handen kreeg, waarin hij beweert dat veel Griekse vrouwen gesluierd gingen. In de inleiding betoogt hij dat de meeste geleerden niet geassocieerd willen worden met een kledingstuk dat in het Westen zo’n slechte naam heeft gekregen. Volgens Llewellyn-Jones wordt het woord sluier in vertalingen uit het Oudgrieks zelfs zoveel mogelijk omzeild, vervangen door mantel, omslagdoek of sjaal, laat staan dat vrouwen in chadors of boerka’s door het Athene van de vierde eeuw wandelen, de eeuw dat daar de gezichtssluier mode werd.
Llewelleyn-Jones baseert zich op allerlei geschreven bronnen. De visuele bronnen zijn voor zijn stelling minder overtuigend. Want er zijn juist uit het oude Griekenland allerlei standbeelden van naakte vrouwen overgeleverd. De Venus van Milo heeft geen sluier om. Maar goed, dat vele naakte vrouwen als allegorieën van recht, overvloed of overwinning nu nog de gevels van belangrijke gebouwen sieren, betekent ook niet dat vrouwen in Adamskostuum door Londen of Amsterdam lopen. Echte vrouwen mogen altijd minder dan allegorieën.
Bianca Stigter

Van boerka tot bruidssluier 8

Kaal, pruik, of hoofddoek

Was Lady Godiva naakt? Het hangt nu onder meer van je geloof af hoe je die vraag beantwoordt.
Godiva is niet alleen een bonbon, maar ook een Engelse gravin die haar man in de tiende eeuw vroeg om de burgers van de stad Coventry geen zware belasting op te leggen. De graaf antwoordde dat hij de belasting zou verlagen als Godiva naakt op een paard door de stad zou rijden. Met Sint Juttemis dus. Maar Godiva deed het wel. Tijdens de rit bedekte ze haar lichaam met haar lange haar.
Was ze daarom naakt of niet naakt? Voor mij niet. Haar is tegenwoordig eerder een kledingstuk dan een lichaamsdeel. Je zou kunnen zeggen dat Godiva haar lange lokken als een sluier gebruikte. Maar deze interpretatie van de legende is vast niet die van iedereen. Want het is in veel culturen en geloven juist het haar dat door sluiers bedekt wordt. Of het nu een chador, een boerka of een een haik is, of hij nu de ogen vrijlaat of juist de kin bedekt, in alle gevallen blijft het haar uit het zicht. Het haar is onder alle doeken de grootste gemene deler.
Wat is er met haar aan de hand? Is haar het belangrijkste sieraad van de vrouw, nog mooier dan ogen, neus, mond, wang? Misschien is haar ook uitverkoren om verstopt te worden, omdat het relatief makkelijk is. Van een hoofddoekje heeft niemand praktische hinder. Het tonen van het haar is niet zo wijd verspreid taboe omdat het moeilijk in stand te houden is, maar juist omdat het zo eenvoudig is.
Orthodox-joodse vrouwen bedachten een variant die het doel van de hoofddoek lijkt te logenstraffen. Nadat ze getrouwd zijn, scheren ze hun hoofd kaal en gaan een pruik dragen. Het is een gebruik dat uit de pruikentijd schijnt te stammen. Het lijkt de wet eerder naar de letter dan de geest te volgen. Want het is niet uit te sluiten dat zo’n pruik van mensenhaar mooier is dan het eigen haar. Zou pronken met andermans veren minder ijdel zijn dan met die van jezelf?
Een paar jaar geleden botsten twee godsdiensten op elkaar wegens haar. In New York werd toen een groot aantal van deze pruiken in het openbaar verbrand. Het haar van deze pruiken was afkomstig van Indiase vrouwen en bleek te zijn afgeknipt tijdens een hindoeïstisch ritueel. Volgens een aantal orthodoxe rabbi’s was het haar daardoor niet koosjer.
Voor mensen die Lady Godiva naakt vinden, is haar misschien eigenlijk altijd schaamhaar. De manier waarop zij vrouwen zien, wordt wellicht het best weergegeven door het schilderij De verkrachting van René Magritte.
 

Bianca Stigter

Van boerka tot bruidssluier 7

Omwille van de engelen

Het leuke van uitdrukkingen is dat je ze niet hoeft te begrijpen om ze te kunnen gebruiken. Wie was Jan Salie eigenlijk? Je kunt best iemand op zijn falie geven zonder te weten dat een falie een sluier is. Zou dat voor meer soorten taal gelden? Volgens de Britse bioloog Richard Dawkins is alle taal eigenlijk dode metafoor en wie een etymologisch woordenboek inkijkt is geneigd hem (of degene van wie hij dit idee weer heeft) gelijk te geven.
De taal in heilige boeken is vaak net zo onbegrijpelijk als die in spreekwoorden. In de Bijbel staat een passage die door sommige christenen wordt uitgelegd als een gebod voor vrouwen om in de kerk of zelfs overal een hoofddoek te dragen. In 1 Korintiërs 11 staat onder meer geschreven: ‘Een man mag zijn hoofd niet bedekken omdat hij Gods beeld en luister is. De vrouw is echter de luister van de man. (…) Daarom, en omwille van de engelen, moet een vrouw zeggenschap over haar hoofd hebben.’ Wat die engelen er mee te maken hebben, dat wordt nergens uitgelegd.
In de Koran komt de sluier onder meer aan bod in de soera Het licht. ‘En zeg tot de gelovige vrouwen dat zij haar blikken neerslaan en haar eerbaarheden wèl bewaren en dat zij haar tooi niet tonen behalve wat daarvan zichtbaar is’, vertaalt professor J.H. Kramers het begin van 24:31. Kader Abdollah maakt er in zijn nieuwe, literaire vertaling dit van: ‘En zeg tot de gelovige vrouwen dat zij hun ogen neerslaan en dat ze hun kuisheid bewaren. Dat zij van hun sieraad niet meer laten zien dan wat gewoonlijk al zichtbaar is.’ Hij geeft ook een reden voor het sluieren: het al dan niet vermeende overspel van Mohammeds jongste vrouw Aisha.
Maar wat is dat sieraad? Bedoelt de Koran hier niet gewoon echte sieraden, of is het Arabische woord zinat overdrachtelijk bedoeld, zijn de sieraden van de vrouw niet haar goud en zilver, maar haar haren, haar wangen, haar mond?
Het is een poëtische gedachte, die dan ook vaak in poëzie voorkomt, van Teheran tot Tokio, en in de praktijk het leven van miljoenen vrouwen als niet vergald dan toch wel beïnvloed heeft. Geen dode metafoor dus. In de poëzie is hij ook blijven leven. De Britse dichter James Thompson werkte hem in de achttiende eeuw uit tot: ‘Loveliness/ Needs not the foreign aid of ornament;/ But is, when unadorned, adorned the most’. De Nederlander Jan Hanlo bracht het idee in de twintigste eeuw weer samen met een sluier, die nu zelf een metafoor is:
De sluier
Wat is van het neerslaan van mooie ogen
betrapt op hun schoonheid, wel het verwonderlijkst?
Dat door hem of haar die de ogen neerslaat
een zó schone sluier tevoorschijn gehaald wordt
en hiermee den schonen blik bedekt,
Dat het doel hiervan, namelijk ’t verbérgen der schoonheid
van ’t eigene wezen, geenszins bereikt wordt.
Bianca Stigter
Wie kent een gedicht over sluiers? Meld het op http://weblogs.nrc.nl/cultuurblog/