vrijdag 25 april 2008 door NRC Handelsblad
Op bezoek in de bioscoop
In een voetnoot in het boek Life and art. The new Iranian Cinema schrijft Hamid Naficy dat hij als jongetje zijn oma’s en tantes nooit ongesluierd mocht fotograferen. Ja, maar, sputterde de kleine Hamid tegen, ik ben toch familie! Ja, zeiden de tantes en de oma’s, jij wel, maar de mannen die de foto’s ontwikkelen niet.
Voor actrices gold na de islamitische revolutie in 1979 iets soortgelijks als voor de tantes van Hamid. Realisme was in films daardoor vaak onmogelijk. Wij zijn in het westen gewend dat de kijker toegang heeft tot de intiemste omgeving van een personage; de kijker mag zelfs mee naar de wc. Misschien is het nog beter om te zeggen dat de kijker eigenlijk niet bestaat; zo lang de film duurt is hij er niet. Dat is de westerse conventie. In Iran bestaat de kijker wel degelijk. Hij is een man die even bij de acteurs op bezoek is, geen familie, slechts een kennis.
Hij is in dit geval geen afkorting van hij/zij. Ook de vrouwelijke kijker wordt voor het gemak een man in de Iraanse bioscoop. Filmhuizen alleen voor vrouwen zijn er nu eenmaal niet.
Vrouwen zijn in Iraanse films gesluierd in situaties waar ze in het echt de chador heus niet aan zou hebben. Ook al was een vrouw thuis in haar eigen keuken eten aan het klaarmaken voor haar man, zei ayatollah Mohajerani in 1998, toen hij net minister van cultuur was geworden, dan nog moet zij een hoofddoek om.
Er zijn nog absurdere voorbeelden te verzinnen: een scène in het badhuis, waarbij de vrouwen niet hun benen maar hun chador inzepen, een scène in de slaapkamer, nee, zulke scènes zijn om andere redenen niet voorstelbaar. De censuur stelt immers nog meer beperkingen uit naam der bescheidenheid. Vrouwen en mannen mogen elkaar niet aanraken, zelfs niet aankijken. Close-ups van vrouwen waren vlak na de revolutie evenmin gewenst. Hou ze op afstand. Laat ze hun ogen neerslaan.
Iraanse filmmakers reageerden door maar helemaal geen films over vrouwen te maken. Het is geen toeval dat zoveel Iraanse films over kinderen gaan. Maar misschien is het ook geen toeval dat de Iraanse cinema de meest opwindende van de afgelopen twintig jaar is.
Bianca Stigter
Geplaatst in Algemeen | Reageren uitgeschakeld
vrijdag 18 april 2008 door NRC Handelsblad
De harem blijft haram
Op schilderijen uit de negentiende eeuw lijkt het alsof ze er zelf geweest zijn, zo overtuigend glanzen parels sterker dan huid, kaatst damast licht anders terug dan dij, wist een sluier een wang net niet uit. Maar Jean Auguste Domique Ingres, een van de bekendste schilders van Turkse baden en andere oosterse tafereeltjes, kwam nooit verder dan Italië en ook al was hij wel in het Oosten geweest, dan nog had hij niet kunnen zien wat hij wilde schilderen, want een harem is nu eenmaal haram. Verboden toegang voor onbevoegden. Voor mannen.
Ingres behielp zich met een beschrijving van Lady Montagu, de vrouw van de Britse ambassadeur van Constantinopel, die een eeuw voor Ingres schilderde, in 1717, wel de baden van Adrianopolis (nu Edirne) binnenmocht. ‘Velen van hen waren geproportioneerd als godinnen,’ schreef ze in een brief, ‘alsof ze waren getekend met het potlood van Guido [Reni] of van Titiaan.’ De godinnen vragen waarom de Lady zelf haar kleren niet uitdoet. Ze begrijpen het als ze hun haar korset laat zien. ‘Ze dachten dat ik in die machine opgesloten zat, en dat het niet in mijn macht lag hem te openen.’ Het korset als kuisheidsgordel.
De fotografie heeft een grotere waarheidsclaim dan de schilderkunst, of had die althans in de tijd voor de computer special effects gewoon maakte. Daarvoor was het gemakkelijker een griffioen te schilderen dan te fotograferen. Van veel dingen gaf de fotografie voor het eerst een accuraat beeld, zoals van een galopperend paard, om een bekend voorbeeld te noemen. Maar de uitvinding van de fotografie heeft de beelden van de harem er niet realistischer op gemaakt. De harem bleef haram. Odalisken en andere naakte of halfnaakte schonen op foto’s waren vooral omstreeks 1900 een geliefd onderwerp van ansichtkaarten. Sommige zijn nu pijnlijk om naar te kijken, zoals die van een vrouw met gezichtssluier en blote borsten. Maar de afgebeelde vrouwen zijn vrijwel altijd prostituees, die voor het poseren betaald kregen. Voor film geldt bijna hetzelfde als voor fotografie; documentaires over harems zijn er niet. Vrouwen legden voor de camera hun sluiers niet af. Zelfs Lady Montagu was er met een camera waarschijnlijk niet ingekomen. In Hollywood werd de droom van Ingres voortgezet. Nu wordt in Egypte in kostuums uit westerse films gebuikdanst. Wat geen werkelijkheid is, kan wel werkelijkheid worden.
Bianca Stigter
Geplaatst in Algemeen | 1 reactie »
maandag 14 april 2008 door NRC Handelsblad
Nonnen bekogelen met rot fruit
Omstreeks 1900 waren de meisjes van het Burgerweeshuis in Amsterdam populair bij schilders. Dat kwam door hun kostuum: de wezen droegen een jurk en een kapje waar eeuwen weinig aan veranderd was. Ze zagen er in 1900 nog bijna net zo uit als in 1700. De klederdracht van de wezen werd in 1919 afgeschaft. Klederdracht wordt nauwelijks meer gedragen. Voor zo’n gat in de tijd moet je naar Staphorst of Amerika, waar de Amish er nog net zo uitzien als toen ze in de achttiende eeuw naar Pennsylvania emigreerden. Lancaster County is een kostuumfilm in het echt. De kleding van wezen en Amish is heel langzaam ouderwets geworden. Vroeger zagen veel dienstmeisjes of boerinnen er bijna net zo uit als zij. De habijt van nonnen en monniken moet in de Middeleeuwen ook minder zijn opgevallen in het straatbeeld dan nu; een lange jurk wijkt minder af van andere lange jurken dan van een spijkerbroek; kappen die het gezicht omsluiten of gedeeltelijk bedekken zijn niet zo bijzonder als ook burgervrouwen die dragen.
Intreden als non wordt ook wel de sluier aannemen genoemd, en de ceremonie lijkt op een huwelijk tussen twee mensen. Er is vaak zelfs een bruidstaart voor de bruid van Jezus. De betekenis van bruidssluier kreeg de nonnensluier pas in de negentiende eeuw, toen de meeste vrouwen alleen nog op hun bruiloft een sluier droegen.
De Engelse historica Karen Armstrong, bekend van haar boeken over de geschiedenis van christendom en islam, beschrijft de ceremonie indringend in haar herinneringen aan haar jaren als non, Door de nauwe poort. Na het huwelijk in de witte jurk volgt een begrafenis, waarin de postulantes in de kerk op de grond lagen en werden bedekt met een lijkkleed. „De jonge nonnen waren geheel verdwenen, hun individualiteit uitgewist door de zware zwarte stof, de een niet meer te onderscheiden van de ander.” Het klinkt als de beschrijving van een vrouw in een boerka.
Maar dat is te kort door de bocht: de verschillen tussen nonnen en islamitische gesluierde vrouwen zijn groter dan de overeenkomsten. Toch geven sommige overeenkomsten te denken. Armstrong schreef anderhalf jaar geleden in The Guardian dat nonnen omstreeks 1840 in Engeland soms werden bekogeld met rot fruit en paardenvijgen. Het katholieke geloof was daar na een eeuwenlang verbod weer toegestaan en werd door sommigen kennelijk nog steeds als een bedreiging gezien, als de Britten wezensvreemde, vrijheid en democratie verwerpende afgoderij. Nou ja. De Beeldenstorm is ook maar 450 jaar geleden.
Armstrong is van de laatste lichting nonnen die nog met de strenge regels van voor het Tweede Vaticaans Concilie werden opgeleid. Nu is een sluier bij de meeste ordes niet langer verplicht. Gedragen wordt hij nog wel.
Bianca Stigter
Geplaatst in Algemeen | Reageren uitgeschakeld
vrijdag 4 april 2008 door NRC Handelsblad
Een van de raarste uitdrukkingen die ik ken is die van de uitzondering die de regel bevestigt, een dooddoener van Cruijffiaanse schoonheid waar ouders en onderwijzers al eeuwen dankbaar gebruik van maken. Op het gebied van sluiers zijn de Toeareg de uitzondering, zoals zeepaardjes het zijn onder de zwangeren. Meestal zijn vrouwen zwanger en zijn zij het die sluiers dragen. Bij zeepaardjes en Toeareg is het omgekeerd: bij de eersten zijn het de mannen – bij dieren altijd mannetjes genoemd, vanwaar toch dat verkleinwoord? – die de kinderen in de buik dragen, bij de Toeareg zijn het de mannen die hun gezicht sluieren. Ze noemen zichzelf zelfs Kel Tagelmust – volk van de sluier. Het is een vorstelijke aanblik, de mannen op hun kamelen, het hoofd geheel gehuld in vaak indigo blauwe stof die alleen de ogen vrijlaat. De mannen houden hun sluier bijna altijd om. Zelfs als ze eten, blijft hun mond bedekt. Sommige echtgenotes hebben het gezicht van hun man nooit gezien. De vrouwen bedekken hun haar wel, maar laten hun gezicht vrij.
Net als bij andere taboes is het de vraag of dit gebruik een praktische oorzaak heeft, en welke dat dan is. Bij dit woestijnvolk ligt het voor de hand te denken aan bescherming tegen zand en stof. Maar hebben vrouwen en kinderen daartegen dan geen bescherming nodig? Bij de nomaden een woestijn verderop, de Bedoeïenen, zijn het wel de vrouwen die een gezichtssluier dragen. De Toeareg zelf schijnen het niet te weten. „Omdat ik een Toeareg ben”, is het meest voorkomende antwoord. De sluier zou ook bescherming bieden tegen het boze oog, dat via de mond naar binnen zou willen komen. Volgens J.G. Fraser in zijn standaardwerk The Golden Bough waren Afrikaanse koningen dichterbij de evenaar daar ook bang voor. Hoe hoger in rang, hoe banger.
Voor een verklaring van het verschijnsel zijn nog een aantal aardige legendes in omloop. Zo zouden de Toeareg zich ooit als vrouwen hebben verkleed om hun vijanden te slim af te zijn. Een andere verklaring is sociaal: de maatschappij van de Toeareg zou een gynocratie zijn (geweest), een matriarchaat. Waarom dat zo is, daarover zwijgen de bronnen weer. Toeareg trekken hun sluier in ieder geval nog eens extra strak in het gezelschap van hun schoonmoeders.
Toeareg zijn weer niet de enige mannen die hun gezicht bedekken. Een van de bekendste mannen die zich sluierde is Mozes. In Exodus 34 wordt verhaald dat zijn gezicht zo glansde nadat hij met god had gesproken, dat hij het moest bedekken met een doek. De profeet Mohammed wordt, misschien vanwege dezelfde glans, op oude Perzische miniaturen vaak gesluierd afgebeeld.
De Zwitserse regisseur Ulrike Koch maakte een paar jaar geleden een documentaire over de Toeareg. Manonderdrukkend ziet hun tagelmust er nooit uit, eerder uitzonderlijk mysterieus en majesteitelijk. Misschien zouden vrouwen zich nu als Toeareg moeten verkleden.
Bianca Stigter
Geplaatst in Algemeen | Reageren uitgeschakeld