Archief voor: maart 2008


Chadors in de Gouden Eeuw

avercamp.JPGOp de gevel van het Rijksmuseum hangt een grote reproductie van een winterlandschap van Hendrick Avercamp. Het is een schilderij uit 1608, toen misschien realistisch, nu een wens: zo zouden winters er in Nederland nog steeds uit moeten zien, met natuurijs dik genoeg om niet onder de gezellige drukte te bezwijken. Het stoplicht staat op rood en dat geeft niet, er is genoeg te kijken, te herkennen, te ontdekken. Spelende kinderen, sjouwende vrouwen, zwierende paartjes. IJshockey! Toen al? Het licht wordt groen en in plaats van de bocht te nemen, rij ik rechtdoor, de stoep op. Wat zijn dat?

Op het schilderij staat een aantal vrouwen in chador. Hadden ze die toen ook al in Nederland? Chadors, van die zwarte, alles bedekkende gewaden die nu in Iran van elke vrouw een driehoek maken. Thuis bel ik het museum op. Het zijn geen chadors, zegt Bianca du Mortier, kostuumconservator van het Rijksmuseum, maar huiken of heuken, een soort mouwloze mantel, een tent die vanaf het hoofd tot aan de enkels afhangt en het héle lichaam omsluit.

Huiken beschermen niet tegen blikken, maar tegen de elementen. Tegen regen, wind en kou in plaats van tegen nieuwsgierigheid en lust. Toch is de overeenkomst meer dan toeval. De heuk stamt uit Noord-Afrika. Het woord gaat terug op het Algerijnse ‘haik’. Via Spanje is het kledingstuk in de Middeleeuwen in Nederland terecht gekomen. Tot in de negentiende eeuw werd hij nog op het platteland gedragen, bijvoorbeeld als rouwheuke.

De huik roept de vraag op naar de oorsprong van de sluier. Is de sluier net zoiets als het schrift, dat een paar maal is uitgevonden, in China, in Egypte, in Mesopotamië. Of zou hij op één plek ontstaan zijn en toen uitgewaaierd over vele landen en streken, onderweg van betekenis of van vorm veranderend, nu eens door vrouwen gedragen en dan weer door mannen. Van haik tot huik.

Als de tweede mogelijkheid de juiste is, heeft Mesopotamië net als bij het schrift de oudste papieren. In een Assyrische wet van drieduizend jaar geleden is nog te lezen: ‘Vrouwen, of ze nu getrouwd zijn of weduwen of Assyrische vrouwen, die de straat opgaan mogen hun hoofd niet onbedekt laten.’ De wet heeft die poëtische combinatie van precisie en vaagheid die oude, moeilijk te vertalen teksten vaak kenmerkt. Zijn ongetrouwde vrouwen geen Assyrische vrouwen? Ook is vastgelegd wie zich niet mocht sluieren. Prostituees en slavinnen die zonder hun meesters op straat zijn. Wie het toch deed en werd betrapt, kreeg pek op het hoofd gegoten.

Van boerka tot bruidssluier 1

Sensuele belofte van stof

De sluier kent een bonte verscheidenheid aan betekenissen en waarderingen. Deel 1 van een serie.

Door Bianca Stigter

Arabian_Woman_with_the_Yashmak.jpgDrie meisjes in zwarte gewaden lopen door de witte straten van een medina op Lamu, een klein eiland voor de kust van Kenia. Het lijkt wel een zwart-wit foto, zo weinig kleur is er in dit tafereel, dat zich ook heel goed in de tijd van de zwart-wit fotografie had kunnen afspelen, zo weinig lijkt er hier veranderd sinds, ja, sinds de bouw van de medina, of sinds vrouwen zich sluieren. Sinds mensheugenis. Toeristen reizen niet alleen graag naar andere landen, maar ook naar andere tijden, die in die andere landen beter toegankelijk lijken dan in hun eigen. Reizen is vaak tijdreizen.

De gezichten van de meisjes zijn niet bedekt. Maar als ik dichterbij kom, trekken ze met een snelle beweging de stof zo voor hun gezicht dat alleen de ogen nog te zien zijn. De Franse schrijver Guy de Maupassant omschreef zo geklede vrouwen op straat ooit als ‘de dood aan de wandel’, maar bij mij roepen ze de sfeer van duizend en één nacht op, ook al zijn sluiers in de verwesterde versie daarvan meestal gereduceerd tot niemendalletje die alleen in naam nog iets verhullen. Niets ontnam het zicht op de zwoegende boezem van Angelique, een van de vele blanke slavinnen die sinds Mozarts opera Die Entführung aus dem  Serail in talloze schilderijen, films en stuiverromannetjes uit de harem bevrijd werden. Lees verder »

PRO EN CONTRA I’M NOT THERE

Door Sjoerd de Jong en Raymond van den Boogaard

blanchettdylan_narrowweb__300x361_0.jpg

De film ‘I’m not there’ over het leven van Bob Dylan, verdeelt de geesten. Eerlijke visie op een originele traditionalist? Of pretentieuze scenario-ramp? Discussieer mee!
Lees verder »

Tandenkunst, slot: Elke roos zijn doorn

Door INE POPPE

Aan het eind van deze serie over tandenkunst een bijzonder geval. Diep respect voor de kracht van het vrouwelijke geslacht, grenzend aan angst daarvoor, heeft het beeld van de ‘vagina dentata’ opgeleverd, de van tanden voorziene vrouwelijke geslachtsopening. Lees verder »

Tandenkunst 9: kies met radio-ontvangst

Door Ine Poppe

Op de vraag: ‘Kun je radio ontvangen in de mond via een vulling, beugel of gebit?’ verwacht je een eenduidig antwoord. Omdat het antwoord ‘ja, nee en misschien’ is, richt ik in de hoop op meer duidelijkheid bovenstaande vraag aan de lezer. Hoorde u ooit de radio via uw gebit?
Lees verder »

Tandenkunst 8: President werd gek van gebit

Door Ine Poppe

Afgelopen week had ik een spannend afspraakje in het Utrechts Universiteitsmuseum om tandheelkundige prenten en objecten te bekijken. Spannend omdat mijn date, Michiel Eijkman, me alleen bekend was via het internet. Via de tanden-blog die bij deze reeks artikelen hoort, had hij aangeraden het boek The Strange Story of False Teeth te kopen, waarin onder andere allerlei verhalen over de – valse – tanden van vorsten en andere beroemdheden. Er ging een wereld open. Lees verder »