*

Cultuurblog » Jongens die van bouwen houden :: nrc.nl

Jongens die van bouwen houden

dejongens070614_web.jpgZet twee theatermakers (mannen) op een locatie van takken en zand. Die trekken al snel stofjassen aan, of een overall. Ze gaan doeners spelen. Kerels uit één stuk. Nachtwakers. Bouwvakkers. Types van weinig woorden, bezig met onnavolgbare handelingen. Drie theatermakers in een duinpan (drie mannen) – tien tegen één dat die aan het bouwen slaan. Een knarsende machine van aanzienlijke hoogte, liefst met vlammen en stoom. Of een ingewikkeld bewegende constructie van schroot en ander ruig materiaal. Het ding is nergens goed voor, daar gaat het om.
Op Oerol, het theaterfestival dat het theater dwingt om in het zand te bijten, zijn ze er ieder jaar bij: de jongens met de voorstellingen die vooral bestaan om hun bouwsels te etaleren.
Gemeenschappelijk kenmerk nummer 1: op basis van de bouwsels wordt fysiek veeleisend theater gemaakt.
Gemeenschappelijke kenmerk nummer 2: de meisjes mogen ‘dus’ niet meedoen.  (Heel soms wel, dan moeten ze dansen. Of baren. Iets overzichtelijk vrouwachtigs, niks belangrijks.)
Gemeenschappelijk kenmerk nummer 3: het stuk ziet er mooi uit, het doet poëtisch, het lijkt diepzinnig. En het betekent niks.
Dat ontroert me.
Deze theatermakers – mannen willen ze zijn, jongens zullen ze blijven – zijn artistiek begaafde watjes. Denkertjes, filosofen, toneelspelers. Waardevol in hun vak, vol verbeeldingskracht. Maar och heer, wat kijken ze op tegen de ploert die ze zelf nooit zullen zijn. Vol ontzag spelen ze zo’n gespierd geval met eelt in zijn handen en arbeidsvitaminen op de radio.
Wat de ploert drijft? Ze willen het niet verzinnen. Ze kunnen het niet aan.
Snoezig, toch?

(beeld: theatergroep De Jongens met Onder Constructie, foto Erik van Zuylen)