Het leven van een stier

De schrijver H.M. van den Brink wenste moreel niet te oordelen over het stierenvechten, maar noteerde wel, nadat hij een maand lang de ongelijke duels tussen matador en stier in de arena had aanschouwd: „En bijna iedere avond zijn er wel dieren die na het ontvangen van het zwaard hun poten spreiden, hun nek strekken en in lange golven bloed beginnen te kotsen. Op zo’n moment verdwijnt bij mij iedere gedachte aan ritueel of kunst en geeft het stierenvechten een eendimensionale oerlaag bloot. Die bestaat alleen maar uit pijn, dood en ellende.”

Vergelijking met uitwassen in bio-industrie dringt zich op

Voor tegenstanders van het stierengevecht zal Van den Brink hiermee de kern van hun bezwaren hebben verwoord. Hij schreef zijn bevindingen in 1993 op, als correspondent van NRC Handelsblad in Spanje, in een serie artikelen over stierenvechten die werden gebundeld in het boek De dertig dagen van Sint Isidoor.

Actievoerders die strijden tegen stierenvechten, zoals het in Nederland gevestigde CAS International, boekten gisteren een triomf. Het parlement van Catalonië besloot met 86 tegen 55 stemmen stierengevechten te verbieden. Of dierenliefde, Catalaans nationalisme dan wel economische motieven een doorslaggevende rol hebben gespeeld bij de parlementariërs, doet voor het resultaat niet ter zake. CAS (Comité Anti Stierenvechten), de Spaanse dierenbeschermingsorganisatie PROU (Genoeg!) en andere protestcomités hopen, vermoedelijk tevergeefs, dat het besluit in Catalonië een voorbeeldwerking zal hebben op de rest van Spanje en elders in de wereld. Zij verzetten zich ook tegen fiestas als het stierenrennen in Pamplona.

Stierenvechten is moeilijk te verdedigen. Is het folklore, is het cultuur? Is het erger dan een hanengevecht? Het is in elk geval een eenzijdige strijd, het lot van het dier staat vooraf vast. Al bij zijn geboorte: hij kwam ter wereld om in een arena te sterven. Zoals, bijvoorbeeld in Nederland, het leven van menige koe, varken of kip er slechts toe dient om in stukken gehakt of gesneden op een bord terecht te komen.

De stier die ooit door een toreador zal worden uitgedaagd, tot vermaak of ontzetting van het publiek, heeft voor die tijd vijf jaar lang een goed verzorgd bestaan geleid. Dat kan niet worden gezegd van dieren die in de bio-industrie louter als economisch product worden beschouwd. Hun was slechts een kortstondig leven zonder buitenlucht gegund, op een paar vierkante meters of vierkante centimeters. Wie daar geen bezwaar tegen heeft, beschikt over een dubbele moraal als hij stierenvechten wel afwijst.

Een stier die vijf jaar op een ranch doorbrengt, lijkt heel wat beter af dan zijn soortgenoot die een paar weken in een bedompte stal moet doorbrengen en dan naar de slacht gaat.

De paradox is dat duizenden stieren in Spanje en andere landen slechts worden gefokt teneinde later door een man met een rode lap te worden getart. Zonder dat gevecht zou zo’n stier er nooit zijn geweest. De lotsbestemming van deze stieren is te zijn en te sterven in een arena – of niet te zijn.