Jongens op school
Het is nu wetenschappelijk bevestigd. Jongens doen het op school niet best. Ze spijbelen vaker dan meisjes. Ze blijven meer zitten. Ze verlaten vaker voortijdig de school, gemiddeld een lagere school. Dit blijkt uit onderzoek van de Radboud Universiteit, in opdracht van het ministerie van Onderwijs. Jongens, zo lijkt het, lopen niet zo warm voor school. Of lopen jongens niet méér zo warm voor school?
Vrouwelijk lesgeven bestaat niet, net zo min als mannelijk
Volgens een aantal pedagogen en psychologen wel. Zij zoeken de oorzaak bij de feminisatie van het onderwijs. Er zijn tegenwoordig veel meer onderwijzeressen dan onderwijzers, meer docentes dan docenten. En vrouwen geven vrouwelijk les: mondje toe, ordelijk meewerken. Niks voor jongens, theoretiseren deze gedragswetenschappers. Bovendien drijft het onderwijs sinds de onderwijsvernieuwingen op onderlinge samenwerking. Meisjes varen daar wel bij,opgroeiende jongens juist niet. Die moeten druk kunnen doen. Wedijveren. Soleren. Onderdruk je dat, dan geven ze er de brui aan.
Zou het? Je zou denken dat jongens het juist beter doen dan vroeger, toen het onderwijs over de hele linie een mannenbolwerk was. In de frontaal gegeven lessen aan leerlingen die met de armen over elkaar in de schoolbanken zaten, duldde leraar noch meester testosteron gestuurd jongensgedrag. Het was kop houden of naar de gang om ‘af te koelen’. Geen jongen die dat nu nog hoeft te verduren.
Tegelijk met de opmars van vrouwen bracht ook een cultuuromslag in de Nederlandse opvoeding verandering in de klas. In de moderne gezagsverhoudingen wordt veel onderhandeld. Allochtone gezinnen hanteren andere normen. Maar scholieren mogen meer dan ooit hun temperament, achtergrond en cultuur tentoonspreiden – precies wat jongens graag doen.
Het Radboud-onderzoek waagt zich niet aan een verklaring, maar stelt wel vast dat pas rond het zestiende jaar de malaise bij de jongens toeslaat die leidt tot een ‘antischoolhouding’. Het is cool voor jongens om school niks te vinden. Dat lijkt op een seksebevestigende houding à la meisjes die koket volhouden dat ze slecht zijn in wiskunde.
Het zijn stereotypen en dus een doodlopende weg. Het schoolpersoneel moet dat bestrijden, bij de leerlingen maar ook bij zichzelf. Voetstoots het jongensprobleem afschuiven op typisch vrouwelijk lesgeven is te zot voor woorden, want dat bestaat net zo min als mannelijk lesgeven. Een docent is geen mannetjesputter, een docente geen moederpoes. Elke klas heeft recht op een professionele houding en die ligt een stuk gecompliceerder.
Als een jongen weigert zich te laten motiveren door een vrouw voor de klas, als hij niet kan samenwerken met meisjes omdat het meisjes zijn of omdat hij samenwerken sowieso niet kan opbrengen, dan heeft zo’n jongen een probleem en zijn school een taak. Elke scholier hoort vanaf het basisonderwijs op te pikken dat vrouwen niet onderdoen voor mannen. En dat het hem of haar in de toekomst zal schaden als zij of hij daar geen weg mee weet.


