*

commentaar » Plaatjes vol gaatjes :: nrc.nl

Plaatjes vol gaatjes

De vraag wie er in de volgende kabinetsperiode financieel op voor- of achteruitgaan, heeft zich via de achterdeur toch nog op de voorgrond gespeeld in de verkiezingscampagne. Directe aanleiding zijn de door diverse politieke partijen hevig aangevochten resultaten van tv-programma Netwerk en de Volkskrant, die de koopkrachteffecten uit de partijprogramma’s extern lieten doorrekenen. Model- of rekenfouten kenmerkten de resultaten, zodat de verwarring over de koopkrachtontwikkeling nu nog groter is dan voorheen.

Ontwikkeling koopkracht is niet echt te voorspellen

Dat het Centraal Planbureau (CPB) door tijdsgebrek zelf niet aan een verantwoorde doorrekening toekwam, is daar slechts ten dele debet aan. Koopkrachtberekeningen zelf, de ‘plaatjes’, zijn fundamenteel te onzeker om als onaantastbaar materiaal te kunnen worden gebruikt. Zeker als het om cijfers achter de komma gaat, is het effect vaak onbeduidend: een fel bediscussieerde koopkrachtverandering van een kwart procent komt voor het gemiddelde gezin wekelijks neer op nog geen vier minuten autorijden of eens in de vijf maanden een keer geen pizza’s bestellen. Er zijn wellicht nijpender redenen om van politieke voorkeur te veranderen.

Daar komt bij dat de onzekerheidsmarges van de berekeningen vaak groter zijn dan het veranderingspercentage in koopkracht dat zij voorspellen. En niemand is tot in alle details een gemiddeld huishouden, ook niet als de huishoudens vergaand worden gesegmenteerd.

Bovendien is er de onzekerheid over de inflatie. Het CPB voorspelt naar beste eer en geweten, maar de marges zijn ook hier enorm vergeleken bij de exactheid die de koopkrachtplaatjes veinzen.

Eigen onderzoek van het planbureau naar de resultaten van de prognoses tussen 1990 en 2007 wees uit dat de gemiddelde absolute voorspelfout bij de inflatie voor een komend jaar 0,7 procentpunt bedroeg. Voor de ontwikkeling van de particuliere consumptie – goeddeels het resultaat van een toe- of afnemende koopkracht – bedroeg de fout zelfs 1,4 procentpunt. Dat is, in een open economie die deint op de golven van de internationale conjunctuur, niet meer dan normaal. De olieprijs schommelt bijvoorbeeld met tientallen dollars per jaar. Zekerheden bestaan er onder deze omstandigheden nu eenmaal niet.

Intussen slaan de partijen elkaar met de koopkrachtplaatjes om de oren. Natuurlijk is het van belang te weten wat de verschillende plannen kunnen betekenen voor een huishouden. Maar de richting is hier belangrijker dan de schijnzekerheid van het exacte getal. Bij een beoogde bezuinigingsinspanning voor de komende vier jaar, die bij de belangrijkste partijen tussen de 20 en 30 miljard euro bedraagt, kan niemand redelijkerwijs verwachten er ongeschonden vanaf te komen. Geen partij zou dat moeten beloven.

Van de kiezer kan niet worden verwacht dat hij ten volle beseft hoe ongefundeerd, onzeker en onbeduidend de koopkrachtdiscussie vaak is in vergelijking tot de aandacht die zij krijgt. Hoogste tijd om er minder krampachtig over te doen.