*

commentaar » Laat het provincialisme snel stille dood sterven :: nrc.nl

Laat het provincialisme snel stille dood sterven

Een conflict over Afghanistan is de reden voor de verkiezingen van volgende week. En de campagne gaat over de noodzaak te bezuinigen en te hervormen. Het eerst is een gevolg van de wereldwijde crisis die nu de euro bedreigt. Het tweede is aan de orde om in de pas te blijven met de nieuwe economische grootmachten die de verhoudingen in de wereld op hun kop zetten. Kort gezegd: het ‘buitenland’ is in belangrijke mate verantwoordelijk voor de stembusgang. Toch mijden bijna alle politieke partijen dit ‘buitenland’ als de pest. Ze verwijzen hooguit naar Europa om er vanaf te zijn.

Zowel zuinigheid als eigenbelang nopen tot verdere Europeanisering van buitenlandse politiek

Dat spoort niet met de organisatorische realiteit in Nederland. Hoewel Den Haag vaak met Brussel optrekt, heeft Nederland nog altijd 113 ambassades, 32 consulaten-generaal en 10 permanente vertegenwoordigingen. Om de belangen van de „BV Nederland” te behartigen, zoals het heet in ambtelijke kring heet. Ontwikkelingssamenwerking en defensie zijn daarvan een afgeleid takenpakket.

De presentie stemt trots en nostalgisch. Ze herinnert aan de tijd dat het Koninkrijk een kleine grootmacht was. Economisch hoort Nederland grosso modo nog steeds bij de mondiale top twintig.

Dat moet zo blijven. Maar toch kan er wel degelijk bezuinigd worden op diplomatie, ontwikkelingshulp en defensie.

Bij de gezantschappen is kwantitatief niet zo heel veel te halen. Beperking of differentiatie van diplomatieke posten levert in 2015 tussen 60 en 120 miljoen euro op. Herijken van de ontwikkelingssamenwerking zet zoden aan de dijk. Als de hulp zich concentreert op multilaterale armoedebestrijding kan er 450 miljoen worden bezuinigd. Als er consensus ontstaat dat de uitgaven onder de norm van 0,7 procent mogen zakken, loopt het bedrag tot 1 miljard euro op. Bij defensie is de variatie het grootst: van 50 miljoen, door de dienstplicht weer van stal te halen, tot ruim 2 miljard, door het apparaat te reduceren tot een kleine luchtmacht en marine. Indien het komende kabinet afziet van de JSF-vliegtuigen is er zelfs voor circa 8 miljard ruimte.

In alle gevallen zal de invloed van Nederland afnemen of zelfs schade oplopen, voorziet men op Buitenlandse Zaken. Dat is slikken voor de natie die, in weerwil van het toenemende provinciale karakter van de politieke cultuur, internationalistisch denkt te zijn. Maar zover hoeft het niet te komen. Mits Nederland bereid is tot een paradigmawisseling en zijn buitenlandse beleid, zowel politiek als organisatorisch, gaat schoeien op de leest van de allianties waarvan het deel uitmaakt. Gaat internationaliseren dus.

Spreiding en sluiting van diplomatieke posten kan nog beter met de EU worden gecoördineerd. Dat gaat ook op voor ontwikkelingssamenwerking en defensie. Concentratie van taken – terugbrengen van het aantal hulprelaties tot tien ontwikkelingslanden, zakelijke verhoudingen tot al die non-gouvernementele organisatie die meer op subsidie draaien dan op eigen fondsen of het verder integreren van krijgsmachtonderdelen met die van geallieerden, zoals als Duitsland – kan ook hier geld besparen en effectiviteit verhogen.

Dat hoeft niet ten koste te gaan van status en prestige. Mits de partijen ook na 9 juni niet bang zijn voor een internationalistische benadering die openlijk kiest voor Europa. Want als de binnenlandse fixaties en obsessies van de huidige verkiezingscampagnes worden voortgezet, is Nederland tegen 2025 een minimacht.