Bescheiden alliantie

Sinds een week staat Nederland symbool voor de Venusmentaliteit van Europa in een wereld waar Mars regeert.

NAVO moet nu durven zeggen waar het op staat in Afghanistan

Zonder overigens expliciet te verwijzen naar de val van het kabinet-Balkenende hekelde de Amerikaanse minister van Defensie dinsdag het oprukkende pacifisme in Europa. Gates concludeerde dat „het grote publiek en de politieke klasse” zo bevangen zijn door antimilitarisme dat Europa nu een „belemmering” voor vrede en veiligheid wordt.

Vandaag kritiseert voormalig secretaris-generaal De Hoop Scheffer van de NAVO in deze krant het onvermogen van de alliantie om de publieke opinie in Nederland en Europa te overtuigen dat er militair wordt ingegrepen in Afghanistan om „je teweer te stellen tegen het terrorisme”.

Beider analyses kloppen. Maar de terugtrekkende beweging in Europa is niet alleen uiting van de ingebakken neiging om het vuile werk door Amerikanen te laten opknappen. Ze is ook het gevolg van de verwarring die al ruim zeven jaar wordt gezaaid over de doelstellingen in Afghanistan.

Na 9/11 ging het erom Al-Qaeda militair te verdrijven en een einde te maken aan de Talibaan die deze groepering gastvrijheid boden. Al snel werd deze operatie opgetuigd met het politieke doel Afghanistan zo te herbouwen dat het terrorisme er zijn voedingsbodem zou verliezen. Democratisering was het trefwoord. Ook in Nederland.

Terwijl er van democratisering weinig terechtkwam – president Karzai lapt de eisen van het Westen steeds openlijker aan zijn laars; hij heeft nu ook de kiesraad per decreet onder zijn controle gebracht – deed in de loop der tijd een ander argument zijn intrede. De militaire missie werd een lakmoesproef voor de NAVO. Als de alliantie haar taak in Afghanistan niet tot een goed einde zou kunnen brengen, kwam haar bestaansrecht in gevaar. Dat staat toch al onder druk door de financiële tekorten, gebrek aan onderlinge solidariteit en meningsverschillen over Rusland.

De politieke klasse waarover Gates de staf brak, draagt daar zelf ook aan bij. Secretaris-generaal Rasmussen ziet de samenwerking in Afghanistan met geestverwanten of zelfs oude tegenstanders als toekomstig model. Een Nederlandse adviescommissie onder leiding van ex-minister Voorhoeve pleit er juist voor dat de NAVO zich meer concentreert op zijn eigenlijke verdragsgebied. Dat zijn twee visies die zich niet in een handomdraai laten verenigen tot één concept.

Deze aaneenschakeling van wisselende perspectieven en doelen ondermijnen in de samenleving het raison d’être van de NAVO. Een betere ‘publiekdiplomatie’ à la De Hoop Scheffer kan aan die erosie geen einde maken. Eerst zullen de lidstaten zich moeten verenigen tot een minimale consensus over de strategie in Afghanistan. In essentie komt die erop neer dat de NAVO er militair actief is om erger in de regio te voorkomen. Wie Pakistan zegt, begrijpt genoeg.

Dat is geen wervend ideaal maar het is wel een realistisch perspectief. De NAVO moet er niet meer omheen draaien, maar in bescheiden woorden zeggen waar het op staat.