*

commentaar » Na een moeizame start nu ook een moeizame val :: nrc.nl

Na een moeizame start nu ook een moeizame val

Samen Werken, Samen Leven. Onder dat motto begon drie jaar geleden, op 22 februari 2007, het vierde kabinet-Balkenende, een coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie, aan zijn regeerperiode. Er is weinig van terechtgekomen. Vanochtend vroeg gebeurde wat eigenlijk onvermijdelijk was geworden: het kabinet viel. En zelfs dat ging moeizaam.

De militaire missie die Nederland verricht in de Afghaanse provincie Uruzgan werd uiteindelijk het struikelblok. Maar het had net zo goed iets anders kunnen zijn. Het rapport van de commissie-Davids over de Nederlandse steun aan de oorlog aan Irak bijvoorbeeld. Of het meningsverschil over de JSF. Of de bezuinigingsmaatregelen die deze zomer zouden moeten worden voorbereid.

Een kabinet waar de wil om te overleven ontbreekt, waar de onderlinge cohesie ver te zoeken is en waar de twee belangrijkste leiders, Balkenende (CDA) en Bos (PvdA), niet in staat blijken over hun eigen schaduw heen te springen, maakt geen kans. Voor de premier  is het pijnlijk dat hij na de coalities van zijn partij met respectievelijk VVD en LPF, VVD en D66, en PvdA en ChristenUnie ook zijn vierde kabinet voortijdig heeft zien sneuvelen. Aan de kwaliteit van zijn leiderschap mag oprecht worden getwijfeld.

Balkenende en Bos waren bij de vervroegde verkiezingen eind 2006 als lijsttrekkers van de twee grootste partijen elkaars belangrijkste rivalen – en zijn dat eigenlijk  gebleven. Balkenende en Bos zullen na de vervroegde verkiezingen, die het gevolg zijn van de kabinetscrisis, hoogstwaarschijnlijk later dit jaar niet meer de leiders van de twee grootste partijen zijn. Dat hebben ze dan wel  bereikt.

Het kabinet kende een moeizame start met een regeerakkoord dat in februari 2007 werd gepresenteerd, gevolgd door een beleidsprogramma in juni van dat jaar met ertussendoor een toernee van bewindslieden door Nederland. Het leek erop dat regeren vooral een kwestie van uitstellen was geworden – en die indruk is aan het kabinet blijven kleven.Terugkijkend moet worden vastgesteld dat Balkenende IV niet veel heeft bereikt. Al mag ter verdediging worden aangevoerd dat de financiële crisis die de wereld overspoelde, een grote tegenslag betekende waar het kabinet geen schuld aan had.

De wijze waarop het kabinet deze crisis in eerste instantie aanpakte verdient waardering. Ook mag het op zijn conto schrijven dat het de moed had een impopulaire maar noodzakelijke maatregel als verhoging van de AOW-leeftijd voor zijn rekening te nemen, hoe zeer er aan dat besluit zelf ook gebreken kleven.

Wat daarvan nog terechtkomt, is een van de vragen die nu opdoemen. Het parlement was nog lang niet aan inhoudelijke behandeling van de AOW-voorstellen toe, laat staan aan aanvaarding. Dat geldt ook voor enkele andere structurele hervormingen waaraan het kabinet werkte, zoals in de gezondheidszorg.

Zoals het kabinet ook nog voor de majeure taak stond voor misschien wel 35 miljard aan bezuinigingen te bedenken, een operatie zonder weerga, het gevolg van de grootste economische crisis sinds de jaren dertig. Noodzakelijke ingrepen zullen nu worden uitgesteld en dat is slecht voor de economie die zo dringend op herstelbeleid zit te wachten. Dat is de hoge prijs van deze politieke crisis.